Handboek voor mensen, die hun kamerplanten altijd dood laten gaan.

foto: cover Handboek voor mensen, die hun kamerplanten altijd dood laten gaan.

Handboek voor mensen, die hun kamerplanten altijd dood laten gaan. Als dat geen mooie titel is voor een boek. een probleem, dat veel mensen tegenkomen, zeker in deze tijd, waarin het hipster is om van je huis een urban jungle te maken, of je nu groene vingers hebt of niet. Jelmer de Boer, die ik aanvankelijk kende als foodschrijver, evolueerde via een reisboek tot nu groene plantenschrijver.  Jelmer trapt af met wat bespiegelingen over leven. Alles in het begin is makkelijk, totdat je meer leert en erachter komt dat je nooit alles zult begrijpen. Hoe waar! Met kamerplanten is het niet anders. Je koopt een hippe plant en zet hem in huis, geeft hem water en licht, piece of cake  zou je zeggen. Maar niet heus. Je plant gaat dood en het kost je veel moeite om hem in leven te houden. Onlangs verhuisde ik zelf een wat wegkwijnende baobab vanuit Amsterdam naar SeaSpot. Het beestje veerde op en baadt nu in het licht van de zee.

Handboek voor mensen, die hun kamerplanten altijd dood laten gaan. is bedoeld voor de teleurgestelde plantafficionado. De Boer wilde geen glossy boek schrijven maar de oprechte plantenliefhebber aan de hand nemen in de verzorging van de plant, een levend wezen, dat velen in hun huiskamer en elders hebben staan. De werking van planten en het beantwoorden van waaromvragen?  De urban jungle, waar tegenwoordig veel millennials graag in gedijen is als biotoop helemaal niet geschikt voor de Hollandse huiskamer. Je zult je dan ook niet snel een Mowgli wanen. Veel planten worden gekweekt in lichte warme Hollandse kassen. Een jungle thuis is per definitie niet maakbaar.

foto: Jelmer de Boer in actie!

Waarom hebben mensen planten in huis? In wezen geen relevante vraag, want dat is nu juist de crux van een hobby. Er zijn vele redenen te noemen waarom je een plant in huis neemt, van luchtzuivering tot decoratie. Jelmer de Boers voorouders hadden geen musa (bananenplant) in hun Drentse stede. Hij verhaalt over het ontstaan van de kamerplant, de moeilijke namen en veredelaars, waardoor dit product uiteindelijk als object in ons midden komt. De geografie van planten komt aan bod, de biologische factoren, van wortels tot stengel. Zelfs CO2 opslag vermijdt de schrijver niet. Hierna gaat hij aan de slag met plantensoorten en hun (eigen) aardigheden.

En dan komt het belangrijkste deel: DE VERZORGING, want je wilt toch niet dat je plant, die zo’n belangrijk onderdeel van je habitat is, doodgaat. De Boer geeft aankooptips, watergeeftrucs en gaat in op de functie van veel of weinig licht. Allemaal heel handig om te weten. En wat geef je zo’n fijne plant nu te eten? Eens in de zoveel tijd moet je plant verpot worden. Logisch, jij koopt toch ook weleens nieuwe kleren als je afgevallen of aangekomen bent? En de kapper bezoek je ook regelmatig. Ook wil een plant zich net als den mensch reproduceren. Handboek voor mensen, die hun kamerplanten altijd dood laten gaan gaat er uitgebreid op in.

Tot slot besteedt Jelmer de Boer aandacht aan ziekten en rampen met je kamerplant, het voorkomen ervan, zodat je langer kunt blijven genieten. Ik vind Handboek voor mensen, die hun kamerplanten altijd dood laten gaan een heerlijk boekje zonder veel visueel geweld (hoe haakt dit aan bij de plaatjesgerichte millennnial?), maar vol praktische weetjes. Een fijne aanwinst in mijn urban jungle!

Handboek voor mensen, die hun kamerplanten altijd dood laten gaan, Jelmer de Boer (ISBN  9789461562531) is een uitgave van Bertram & de Leeuw en kost € 16,95


Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Geef een reactie