La douce France, ham in witte wijn saus.

000_0260 foto: muurschildering in Cluny

De blauwe grootgrutter maakte me helemaal blij. Hij opende een bistro deze week. Zijn winkels in Franse sferen, speciale aanbiedingen van Franse waar. Wijnen, strengen knoflook, een supermarktblad vol recepten. Alles om de klant het “la douce France” gevoel te geven van de voorbije zomervakantie. En het, Gereons Keuken Thuis moet het bekennen, is nog leuk ook. Nee, niet de supermarkt, maar het gevoel. In gezwinde spoed racete ik naar één van de filialen om de bistrobijbel van mijn held Stéphane Reynaud te bemachtigen. Goede aanbieding van meneer H., maar dat terzijde. Gereons Keuken Thuis besteedde wel eens eerder aan deze kok, slager en schrijver. Stéphane Reynaud vertegenwoordigt in mijn ogen een über Gallische manier van koken. Stevige kost uit de best gesorteerde voorraadkast ter wereld. Want alles wat groeit, bloeit, kruipt, huppelt, zwemt en vliegt is te gebruiken voor een mooie maaltijd. N’est ce pas? Denk daarnaast aan de dalen vol wijnranken, die een keur aan wijnen opleveren. Et voilá, de Franse maaltijd is compleet. Dit maakt de boeken van Reynaud  nu zo compleet. Hij kookt niet alleen, maar geeft meteen een heerlijke wijntip erbij. En zo hoort het.

La douce France, de perfecte zeshoek, met bergen, zee, vlakke akker vol graan, weiden met vee, kwelders met zeevruchten en hellingen vol fruit en druiven. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Aan de slag dus, met een tong à la Dieppoise, een terrine de campagne, niet te vergeten boeuf Bourguignon of kip uit Baskenland met piment d’Espélette. Ik kan wel doorgaan met opsommen. En als dan de angelus klok rond het middaguur op het platteland klinkt is het tijd voor de maaltijd. Een gewoonte, die je in Franse dorpen nog vaak aantreft.

De nazomer wordt een drukke met deze overvloed aan ideeën voor simpele doch voedzame Franse gerechten. Gereons keuken Thuis is terug bij af.  A la recherce du temps perdu.* Op jacht naar nieuwe smaken voor mijn volgende kook- en lees boek “En route” Laten we vandaag starten met een goede oude bekende, uit Mâcon, ham in witte wijnsaus. we drinken er een vrolijke witte wijn uit deze streek bij, gemaakt van de ras Bourgondische chardonnay druif.

Nodig:

4 dikke plakken gekookte ham
1 glas witte wijn
1/2 l groentebouillon
1 courgette in kleine blokjes
5 tomaten in blokjes
1 tl dragon
2 tenen knoflook
1 sjalotje
250 ml crème fraîche
gehakte peterselie
peper en zout

Bereiding:

Breng in een pan de wijn, bouillon, tomaten. knoflook en dragon aan de kook. Laat deze een uur sudderen. Wrijf de saus door een zeef en breng opnieuw aan de kook. Reduceer de saus op hoog vuur. Verwarm de dikke plakken ham in de oven. Verhit in een pan wat olie en bak daarin de sjalot en de courgette. Voeg beetje bij beetje de saus toe en laat kort sudderen. Zet het vuur uit en roer de crème fraîche erdoor. maak op smaak met wat peper en zout. Leg op een bord een plak ham, giet wat saus erover en bestrooi met gehakte peterselie. Geef er gebakken aardappels bij.

 

* Op zoek naar de verloren tijd, dank aan Marcel Proust.

 

Alles voor de doe-het-zelver in de keuken

 foto: Ambachtelijk Culinair

Ik sta al een aantal dagen in de doe-het-zelver modus, grapte ik op Facebook. Ik had daags ervoor een batch tomatensaus gemaakt, een kilo of wat peren in de pot gehakt met riesling en was nog van plan een ciabatta te bakken en likeur te maken. Immers alles wat je zelf maakt smaakt beter. En meer nog: het geeft je voldoening!
Zouten, drogen roken, karnen, bakken en stoken. Alles voor de doe-het-zelver in de keuken. Met een dikke streep onder doe het en keuken. Dat is de ondertitel van het boek Ambachtelijk Culinair van Tim Hayward. En gelijk heeft deze culinaire schrijver, uitgever en radiomaker. We zijn aan het vergeten hoe we dingen moeten doen in de bereiding van voedsel. En als je het dan zelf gaat doen, geeft het voldoening en levert het kennis op. Daar gaat dit boek over.
Tim Hayward wil de kennis delen met de lezer. Niet alleen mooie recepten. Nee juist de wijze van het produceren van voedsel. En betrek zo jong mogelijk je kinderen erbij. Dan leren zij ook hele waardevolle dingen in de keuken. Ook klungelen, daar is de schrijver voorstander van, lekker prutsen in de tuin met een rookoven van kartonnen dozen. Of snel met diepvrieszakken wat bacon pekelen.
Dit is niet tegen dovemansoren gezegd in Gereons Keuken Thuis. Ik rookte al eens zalmforel op mijn Amsterdamse balkonnetje, maakte terrines in mijn kleine keukentje en liet likeuren in potten trekken in de berging. Mijn buren zouden eens moeten weten. Het geeft me dat instant padvinders gevoel. En dat straalt dit boek ook uit.
Ambachtelijk Culinair neemt de lezer aan de hand, geeft uitleg over wegen en meten, vertelt de verschillende achtergronden van culinaire technieken. Dat doet de schrijver heel uitvoerig en het boek leest als een trein.
Achtereenvolgens behandelt Tim Hayward het zouten van vlees en vis, zowel nat als droog. Hij geeft een recept voor guanciale, het kinnebakspek voor de carbonara.
Hij doet zijn verhaal over inleggen en inmaken. wat te denken van zure haring. Hij gaat in op het koud en warm roken. Bakken en fermentatie, waarbij hij uitleg geeft over de hogere broodkunde. Taarten en hoe Brits pasteien passeren de revue. Conserveren. ik ga zeker zijn easy confit de canard eens maken. En dan helemaal in Gereons Keuken al fresco’s straatje: Buiten Koken. En dat is niet alleen barbecueën.Ten slotte komen vleesbewerking, doe-het-zelf fast food en zuivel aan bod.
Al met al heel wat nieuwe dingen om mee aan de slag te gaan. Ik krijg het nog druk. Buiten en binnen, wanneer de dagen korter worden. Weet niet waar ik mee moet beginnen, maar dat zal zich wel gaan ontwikkelen. Ik vind dit boek een aanwinst. Het bezorgt je ook dat “scheikundedoos gevoel” uit je jeugd.   Niet per se om de recepten, maar om de kennis die wordt gedeeld. Dat maakt het Ambachtelijk Culinair een boek dat je moet hebben. Je leert er wat van en het is prettig geschreven. En het is leuk om te doen. Ik heb besloten mezelf voortaan geen foodie meer te noemen, maar aspirant doe-het zelver in mijn keuken.

Ambachtelijk Culinair, alles voor de doe-het-zelver in de keuken(ISBN 9789045206462) is een mooi verzorgde uitgave van Karakter Uitgevers, www.karakteruitgevers.nl en is te koop voor € 29,95.

Gereons Griekse BBQ kaas

foto: Gereons Griekse BBQ kaas.

Zomer is eindelijk in het land. Tijd voor barbecue en Gereons Griekse BBQ kaas. Een recept voor feta of geitenkaas op olie voor bij de barbecue vanavond. De olie met kruiden is te gebruiken over een salade, pasta of om mee te grillen.

Nodig:

200 g feta of geitenkaas
1 pot zwarte olijven zonder pit
1 tl oregano
1 tl tijm
1 tl rozemarijn
peper
1 tl paprikapoeder
2 tenen knoflook
3 dl olijfolie, of mengsel van olijf en zonnebloemolie

Bereiding:

Snijd de kaas in blokjes. Laat de olijven uitlekken. Doe de kaas, gehalveerde knoflooktenen, olijven, kruiden, paprikapoeder en peper in een schone pot. Giet de olie erop. Tot het onderstaat. Deksel erop en even schudden. Een dag in de ijskast zetten.

Sneeuwjacht tijd voor een pastitsio

 foto sneeuw in december 

Ik kijk deze ochtend uit het raam en zie het grote wit. Het sneeuwt en niet zo een beetje ook. Code oranje voor het verkeer, alles loopt vast. Ik zal me altijd blijven afvragen hoe ze dat in Groenland doen. Want naast sneeuw is het daar in deze tijd van het jaar ook nog eens de hele dag aardedonker. Binnenblijven dus, een winterslaap houden. Doen ijsberen ook. Het beste wat je kunt doen is gewoon binnenblijven, de kachel aan en sudderen, zoals ik dat noem. Een mooie dag voor een ovenschotel, warm met veel kaas. Vandaag een ovenschotel, lekker stevig eten om de kacheltjes in je lijf brandende te houden.  Het gerecht lijkt op een Griekse pastitsio, het antwoord van de Hellenen op lasagne. Dikke lagen pasta in een gehakt- en bechamelsaus. Zo maak ik hem niet. Ik maak meestal deze pasta taart met een tomaten- en gehaktsaus, kaas en een korst van bladerdeeg erop. En veel kaas! Kan warm en koud worden gegeten. Maar warm zo direct uit de oven is te prefereren zolang het nog sneeuwt. We drinken bij de pastitsio een rode Barbera d’Asti, vol fruit en een klein zuurtje bij de tomatensaus.

Nodig  4 personen:
400 g rundergehakt
2 blikken gepelde tomaten
2 uien
2 tenen knoflook
2 tl paprikapoeder
2 tl oregano
1 tl tijm
olijfolie
400 g penne
1 el balsamico
peper en zout
300 g jonge kaas
100 g oude kaas
boter
5 vellen bladerdeeg
Bereiding:
Kook de penne beetgaar. Verhit olie in een pan en braad het gehakt aan. Voeg de ui en geperste knoflook toe en laat kort meebakken. Voeg alle kruiden en paprikapoeder toe. Doe de uitgelekte gepelde tomaten en balsamico erbij en laat de saus sudderen. Breng de saus op smaak met peper en zout. Vet een schaal in met wat boter. Doe de helft gekookte penne in de schaal en schep wat saus erover. Strooi er de jonge en oude kaas over. Dan weer een laag penne en saus en nog eens bestrooien met de kaas. Als laatste nog een laagje kaas en dan de vellen bladerdeeg. duw deze goed aan. Bak de pastitsio 25 minuten op 180 graden totdat het bladerdeeg een mooie bruine kleur heeft. Serveer deze ovenschotel met een tomaten en rode paprika salade.

Lente in de Mâconnais, gepocheerde eieren in rode wijnsaus.

 foto gemaakt van folder OdT Mâcon

Het is lente in Mâcon en lopend  over de Quai Lamartine zie je de rivier de Saône, de Saint Laurent brug en de roze gevels van deze stad. Als je via de Route Nationale 6 Mâcon binnenrijdt, doet deze wijnstad soms rommelig en druk aan. Die indruk kreeg ik toen ik voor het eerst Mâcon bezocht in de jaren negentig. Nu is de Route Nationale 6 minder druk en zijn er kosten noch moeite gespaard om van de kades aan de rivier weer een plek te maken waar het goed toeven is. Zowel zomer als winter. Dit alles onder het toeziend oog van één van de grote zonen van deze stad, dichter en politicus Lamartine. Een weemoedige zin uit een gedicht van hem is in grote bronzen letters in het plaveisel te lezen. Mâcon is gelegen halverwege Parijs en Marseille en de eerste tekenen van het Zuiden worden merkbaar. Roze gevels en Romeinse dakpannen in plaats het vakwerk en de leidaken die je noordelijker in de Bourgogne ziet.

De streek rondom de stad, de Mâconnais is lieflijk met groene wijngaarden, rotspartijen en dorpjes gebouwd in het kenmerkende natuursteen. Ik begrijp dat Lamartine, behalve zijn politieke uitstapjes altijd in en om deze stad is blijven wonen en deze streek vereeuwigde in vele gedichten. Eén van de kastelen waar hij woonde ligt in Saint Point. Hij woonde daar met zijn Engelse vrouw. Als je het bezoekt  kun je nog zijn werkkamer zien. Ik probeer me dan altijd voor te stellen, wat er in die tijd werd gegeten. Ook zo Bourgondisch?  Genoeg gerechten en heerlijke wijnen in overvloed in de Mâconnais. Denk aan de witte Pouiily Fuissé, de Viré Clessé en de rode Mâconnais wijnen van de gamay druif.

Het gerecht, alvast voor Pasen, is vandaag “oeufs en meurette” een Bourgondische klassieker van eieren gepocheerd in rode wijn met een rode wijnsaus. Deze saus combinatie van wijn, spek en uien. lang inkoken maakt de saus dikker. We drinken er een pinot noir uit de Bourgogne bij.

Nodig 4 personen:

1 fles rode Bourgogne wijn

100 g spek in blokjes

6 sjalotjes

100 g boter

250 ml runderbouillon

8 sneden brood

2 tenen knoflook

50 ml wijnazijn

8 verse eieren

zout, peper

gehakte peterselie/bieslook

1 l heet water

Bereiding:

Snijd het spek in heel fijne kleine blokjes. Hak de sjalotjes fijn. Verhit ongeveer 20 g boter en bak  de spekblokjes en sjalotjes kort aan tot bruin. Giet er 500 ml rode wijn bij en de bouillon. Bewaar de rest van de wijn voor het pocheren. Kook dit onder telkens roeren voor de helft in zodat een dikke saus ontstaat. Rooster het brood en wrijf in met de knoflooktenen.

Giet in een pan de overige wijn, water en azijn en breng aan de kook. Let op dat het niet kookt maar borrelt. Breek de eieren één voor één in een kopje. Zet het vuur laag en roer het water kokende water zo dat er een kolk ontstaat. Voeg het ei toe en laat het 3 minuten pocheren. Schep eruit met schuimspaan. Doe dit ook met de andere eieren. Houd ze warm in een schaal met warm water. Snijd eventueel de randjes van de eieren bij. Als de saus goed is ingekookt, voeg dan peper en zout toe en de rest van de boter in blokjes om te binden. Niet meer verwarmen.

Leg het geroosterde brood op een schaal, en leg op elke snee een gepocheerd ei. Giet de saus erover en bestrooi met wat bieslook en peterselie.

Naschrift: Rond Pasen 2013 vond de Libelle dit recept zo leuk, dat ze het aan haar lezers voorzette

001 (33) foto: oeufs en meurette van Gereon.

 

Onbekend, niet onbemind. Een Heiduken recept.

“Onbekend maakt onbemind. Dat geldt voor mensen of dingen, maar ook voor keukens. Dat is best jammer. Op dit blog worden de Oost-Europese recepten van culi-schrijvers uit het hele land geplaatst. Voelt u zich vooral vrij om te reageren en uw eigen favoriete gerechten te vermelden: hoe meer lekkers, hoe meer vreugd”  Oproep op www.receptenmeldpunt.blogspot.com

In de vijfde eeuw na Christus, vlak na de val van het Romeinse Rijk vestigden zich in het gebied dat wij nu Roemenië en Hongarije noemen nomadische volkeren van de steppen van Centraal Azië. De trek naar het Westen is dus niet nieuw. Op zoek naar weidegronden voor hun vee belandden de Magyaren in het centrale deel van Europa op de Puszta.

Heiduken (hajdú) waren veedrijvers, die over grote afstanden reisden met het vee. Een heiduk moest veel uithoudingsvermogen en kracht hebben. Zij beschermden het vee tegen roofdieren, rovers en bandieten.

Later werden deze bikkels ingezet als lijfwacht of soldaat tegen de Turkse invasie. Heiduken zijn vooral bekend om hun zwaarddansen. Hun werk op de Puszta vroeg dan ook om stevige kost.

Bijvoorbeeld een stevige zuurkoolschotel, hajdúkaposzta, vaak klaargemaakt in de typische ketel, die veel in Hongarije wordt gebruikt.

Nodig 4 personen:

2 flinke uien

60 g boter

olie

1 tl paprikapoeder

2 tenen knoflook

800 g gezouten varkensvlees of hamlappen

4 grote aardappelen

800 g zuurkool

4  dikke plakken gerookt spek

extra paprikapoeder

1 rode paprika in blokjes

1 tl tijm

Bereiding

Fruit de uien in hete boter, voeg de paprika poeder en knoflook toe. Let op dat de knoflook niet verbrandt. Voeg het gezouten varkensvlees* toe of hamlappen die een nacht in grof zout hebben gelegen en daarna zijn afgespoeld en gedroogd. Voeg water toe en breng aan de kook. Voeg, als het vlees halfgaar is, de geschilde aardappelen en zuurkool toe. Kook tot alles gaar is. Maak inkepingen in  het gerookt spek en doop in wat parikapoeder. Verdeel de zuurkool, vlees en aardappels over borden en zet de spek er dwars op, als soort kroontje. Bestrooi met tijm en garneer met wat verse rode paprikablokjes.

* let op dat als je sterk gezouten vlees koopt bij bijvoorbeeld een Bulgaarse of Poolse winkel, dat je het even in melk weekt.

Noot: gerecht geinspireerd op kookboek Hongaarse specialiteiten, uit de reeks Culinaria van Könemann, een mooi standaardwerk over culinair Hongarije.  Historische informatie uit “a brief history of Hungary”

Gesprekken en gerechten, Smoked cod for Jeff Minnich

This is the first in my new series of interviews and recipes. I start my sequel with Jeff Minnich from Arlington, USA. I happened to meet him through the blog of American writer Frances Mayes. We are both ardent readers of her books and blog. I invited him to join my series of “gesprekken en gerechten” Jeff is a garden designer and a poetical blogwriter. He has many talents. But, who am I to tell his story?  Thus, I sent him through mail some questions, which he gladly answered. Ofcourse my part of the deal is creating a recipe. As Jeff is living in the Mid Atlantic, I suggest a smoked cod, Dutch stirfried vegetables and a sauce hollandaise. The fun of this recipe is that it can be made at home or as in Jeffs case “al fresco”. My wine suggestion is a crisp white chardonnay wine from Burgundy, Mâcon region.

 foto: Jeff Minnich

Who is Jeff Minnich? Tell me some more.
I am landscape designer, horticulturist, gardener, reader, writer, cook, veterans advocate, partnered. I dabble in interior design; I don’t have any formal interior design training, but I love experimenting and learning. One thing I’ve come to know is that design is design—in other words, the principles are the same, no matter what kind of art you do.
I have a Bachelor of Science degree in Horticulture from Virginia Tech in Blacksburg, VA, here in the U.S. I specialized in landscape design and nursery management. I have minors in English and business, also. I use every bit of what I’ve learned, and I’m still learning, every day. I have my own landscape design/build business in Arlington, VA, which is in the Washington, DC, metropolitan area. Most of my work is in the immediate Washington area, though I do some work outside the area from time to time.
My partner, Steve, is a fireman in Wilmington, North Carolina, which is on the Atlantic coast in the far, southeast corner of North Carolina, almost to the South Carolina border. It’s very mild there. Palm trees and Live Oaks, draped in Spanish moss, grow all over there. The Live Oak is a beautiful, evergreen Oak that grows twice as wide as tall—very majestic. Spanish moss is an epiphyte—it lives on its own, yet uses the oak (and other trees) for support. It is gray and hangs off the trees in long strands–very mysterious and beautiful. The warmer climate allows me to grow lots of subtropical plants I can’t grow in Arlington which is fun for both of us. One of the many things Steve and I have in common is our love of gardening, which we do together, often. We have a special place in our hearts for military veterans, also, and especially for those who were injured in combat physically and/or mentally. We try to help where we can.
In Arlington, I live in a little cottage (which is called Woodland Cottage) built on a hillside, surrounded by old trees. It’s magical. My garden is a place for good, hard, physical work, beauty, relaxation and spiritual uplifting. I love to share it with all who want to visit.
I write a fair amount—mostly newspaper and magazine articles. I have a blog, also, and I try to write in it once a week or so. It’s been fun and I’ve met many new friends. As I get older, and the physical work becomes more difficult (it isn’t so much yet), I’d like to do more and more writing and less of the landscape design/installation work. This Winter and throughout the coming year, for instance, I’ve agreed to write several articles for a newspaper and magazine here in Wilmington. It’s good Winter work and keeps my mind nice and sharp.
Steve and I love Savannah, Georgia, and travel there several times a year. The climate is wonderful. We’ve thought we might want to retire down that way sometime in the not-too-distant future, buy a bit of land and start a little Palm nursery, grow our own vegetables, get back to the land. I think we’d be very content with that set-up.
When did your attraction to gardening start?
I’ve wanted to garden for as long as I can remember. I grew up in Alexandria, Virginia (right outside Washington, DC, also). We had an elderly neighbor who was an old family friend—in fact, our families go back together many years. They are really like family. Anyway, this neighbor, Marguerite, was a wonderful gardener and decided to help me plant my first, little garden on the back of our property. I grew vegetables, mainly, and a few flowers. Gradually, I took over the maintenance of the entire yard at our house (about ¾ of an acre), though I did share the grass cutting with my younger brother. Additionally, my maternal grandparents and my paternal grandfather were great gardeners, and I worked and learned from them, as well. They were “old school” gardeners and gardened by wisdom passed down through the generations—using few chemicals, planting/harvesting by the moon, keen observance of the seasons. Actually, all of this “old school” gardening is coming back into fashion now, as we all look for ways to preserve our environment.
I’ve had many other wonderful teachers throughout my life and I’ve learned much from them.
Currently you are a garden designer and owner of a garden design company. When did you start these activities?
I started my company, Jeff Minnich Garden Design, Inc., in 1997. Here’s a link to the website:www.minnichgardendesign.com It’s been an incredible amount of work, yet extremely rewarding. I absolutely love making order out of chaos, and that’s my job. I try to get inside my clients’ heads and figure out the best type of garden for each of them. It’s so interesting to see how many people evolve through the process. At the beginning, they say what they think they want in a garden…many times, after careful consideration, they find out what they actually want is much different. Fascinating, this metamorphosis. Many become wonderful gardeners, when previously they were not gardeners, and I think they are more surprised that I am.
Prior to 1997, I worked for 15 years as a landscape designer at a large landscape company/nursery/garden center in Northern Virginia. I’ve worked in florists, greenhouses (both retail and wholesale), nurseries…come to think of it, I’ve worked my tail off most of my working life! And loved almost every minute of it. Working with plants is the only work I’ve ever had, and I’ve been doing it since I was 5 years old, and professionally for over 30 years now.
What is your favorite type of garden?
My favorite type of garden is an eclectic one–evergreen (mostly broadleaf), textured, layered, very green, very dense; simple from a distance and more complex close-up. I love a garden that is private. A garden that appeals to all the senses. I would say a woodland, shady garden is my favorite—they are much more subtle, softer, with an emphasis on the textures and colors of the foliage versus the flowers.
Which plant do you like the most and which one do you dislike?
I love Palms, specifically the hardier species. When I look at them, I feel warm, even if the air is cold (as you may have discerned, I am not a lover of cold weather!!).
I really do love all plants, so it is hard for me to pick one I dislike. I would have to say I am not a big fan of Barberries (Berberis is the genus), specifically the deciduous types. While they have many wonderful attributes, particularly for Northern climates, I find them difficult to work around because of the monstrous amount of thorns.
You’ve travelled a lot to see gardens in the U.S. and worldwide—tell me about your favorite garden.
I find it hard to choose one, but since I must, I’d say Dumbarton Oaks in Washington, DC. It was designed by Beatrix Farrand, a niece of the writer Edith Wharton, and the first woman in the world to become a landscape architect. Dumbarton’s garden is a series of very different garden rooms and each provokes a different mood. I particularly love to sit on a beautiful bench in a very, very simple garden “room” surrounded by clipped Yews. It’s quiet and peaceful.
I’ve admired many, many other gardens around the world, but these stand out without thinking about it too much: the Oak allee at Oak Alley in Louisiana; a magnificent, Bougainvillea-covered, modern arbor in a park along the river in Brisbane, Australia (it seemed to go on forever); the botanical garden in the same city which had a tree called a Sausage Tree—maybe the most bizarre plant I’ve ever seen; and Hayman Island in the Great Barrier Reef in Australia was incredibly beautiful, too. Come to think of it, at the Sydney, Australia, botanical garden, the Ficus trees were huge, but the amazing part was the flying foxes which roosted in the trees and ate the fruit at night. Those bats are giant!! And Muir Woods in California—those giant Redwoods—awe-inspiring.
I’ve loved so many gardens around the world, for so many different reasons.
Are there differences between American and other gardens?
Oh, absolutely. Our diverse climates make for the necessity of very different gardens across the U.S., based on the local climate. I will say that within these climates we’ve adopted the gardens from other countries that match that particular climate. For instance, California has a very Mediterranean climate, so the gardens there have many attributes that resemble Italy, Spain, and Mexico. The English settled in Virginia early on, so many of the Virginia gardens have a truly English feel to them, not to mention English boxwoods so suit the Virginia climate. They look right there. Further South, in South Florida, tropical plants from around the world have been brought in to create a beautiful, lush feel. It suits the climate.
And because America is such a melting pot of people from other countries and cultures, those influences have affected how our gardens have evolved, as well.
I would say the most uniquely “American” gardens might be those of the grasslands of the Midwest and Plains, and the deserts of the Southwest. In my own travels, I haven’t seen those represented as much outside the U.S.
What garden would you never design?
I would have to say a desert garden because I don’t know the plant material as well. I come from a lush place of humidity and rain. That’s what I know. As I mentioned earlier, design principles are design principles—the same around the world—but then, to make a healthy garden, you’ve got to know the best plants for a particular environment.
And for whom would you like to design a garden and why?
I love to design gardens for people who open their minds to the possibilities. Those gardens always turn out the best because they evolve with the collaboration. Oh, it’s fun, and we become wonderful friends during the process, too, nine times out of ten.
So many people come to the table with an absolute idea of what [they think] they want in their garden, and often, in my opinion, the kind of garden they think they want is not the garden for them, at all. Yet, stubbornly, they persist. If they would just open their minds to the possibilities, let go, and let the garden evolve as it will, they would have a garden much more tailored to their lifestyle and who they really are—not who they think they would like to be. I know that sounds harsh, yet in so many cases it is so true.
I once read an article about the movie star, Brad Pitt’s, garden. He collaborated with a very headstrong designer and Mr. Pitt is very headstrong, too, according to the article. There was a lot of head-banging and arguing, I understand! And yet, the garden they created together, their collaboration, is just astoundingly creative, beautiful and lush. I would love to visit there sometime, if Mr. Pitt still owns it, because I know he keeps it maintained as he likes it. What a talented garden designer he has…the guy is to-the-moon creative, in my opinion.
On food, do you think food and gardens can be complimentary?
Oh, absolutely. It’s the big trend now here in the U.S. Unfortunately, where I garden and do most of my design work, there is too much shade to include vegetables, fruit and herbs. But we do try where we can. In Wilmington, we have sandy soil and lots of sunshine, plus a long, long growing season. You can grow many seasons of different crops here. We put the Tomatoes in with the Zinnias, the Marigolds with the shrubs…we mix it all up. It really pulls in the bees, and the crop yields are really good (given a year of good climate). The birds come in…oh, it’s glorious. Birds and bees bouncing, flying and playing; singing and buzzing…the scents, the sounds…it’s so entertaining. And there is NOTHING like a fresh Tomato—the store-bought Tomatoes here in the U.S. are dreadful.
What wine do you like?
I have a limited wine palate—sorry, I do! I wish I knew more about wines! But I do know that I love the Cabernets, Merlots and Shiraz for the cold months; and chilled Chardonnays, sweeter whites, roses for the warmer months. I do not like dry, bitter wines—I always go for the sweeter. Champagne is lovely, but it gives me a terrific headache, so I don’t indulge often, unfortunately. As far as specific wines…I leave the brand names to the experts. I am probably kind of trashy when it comes to wine selection, but I do know what I like when I taste it!!
What else do you want to tell?
I’m very private, very simple. I decorate my own house and garden to satisfy me, not anyone else. To me, our houses and gardens in Arlington and Wilmington are beautiful, each very different, yes—but we’ve done them for our pleasure, not to show off or keep up with others. That turns me off. That said, others can do whatever they want with what they have. Who am I to judge? Have at it—whatever makes you happy.
I like nice things, yet I am not materialistic. I love to travel, yet I don’t have to stay in the Taj Mahal, either. I love simple dinners with close friends, our gardens, hanging out with my partner and family in our cherished spare time.
I love people. That’s a big part of my work, getting to know people so I can help them with their yards. The resulting friendships are a nice bonus. I know lots and lots of people, it’s true, yet I have very few “best” friends—those with whom I spend a lot of time. I can count those special people on one hand. And my family, of course. I do love my family and Steve’s family, our family. As much as I love people, I need my time alone—to read, write, cook, garden, sit and meditate, recharge. My work is very demanding, so I need this time to recharge so I don’t burn out.
                                                                                                                                                                                                                  foto: bronze eelsmoker in Monnickendam harbour
The recipe:
Ingredients 4 persons:
for the smoked cod:
1 ½ lb of fresh cod or pollock
2 tbs olive oil
salt and peper
lemon juice
4 tbs smoking ground
for the vegetables:
1 big carrot in dices
½ lb of Brussels sprouts, halved
1 leek in slices
1 turnip in dices
olive oil
peper, salt and ground nutmeg
for the sauce hollandaise:
3 egg yolks
2 tbs water
6 oz unsalted butter, cut into tiny cubes, not too cold
2 tbs white wine vinegar
salt and ground white pepper
chopped parsley
the smoked cod:
You can either use an outside smoker, or a steam pan from a well known Swedish furniture supplier. You fill the device with special smoking woodpieces, like small pieces of oak, birch etc. or smoking ground. If not, an alternative way, is to use and old pan, with a thin bottom. You cover the whole inside of the pan with some aluminium foil, shiny side up. On top of the foil you put 4 tbs of special smoking ground.
Meanwhile you cure the fresh cod in olive oil, salt, pepper and some lemon juice and leave it to rest for 20 minutes. After that, you cut the fish in  medium thin slices.
Cover the smoking ground with some alu foil, pierce it with a fork and put a plate on it. Put some pebbles under the plate to help smoke/air circulation. Put a small grill on top of the plate.
Put the pan on a high fire and when the ground starts smoking, put the cod on the grill. Cover up with foil and a lid an let the fish smoke for about 10 minutes.
the vegetables:
Rinse and peel the vegetables. Put some oil in a stir frying pan and fry them until “al dente” Let them simmer for a while and add some ground nutmeg. Keep warm until the fish is done.
the sauce:
Melt the butter in a pan, that is in another pan with boiling water. See that the bottom is not in direct contact with the boiling water. (au bain marie method) In a small bowl, whisk the egg yolks with some vinegar and a dash of lemon juice, salt, and pepper. Bit by bit beat in the melted butter, then add some water water. Return this into pan and beat over very low heat until mixture is slightly thickened. Leave to rest. Add some chopped fresh parsley before serving.
Serve the pieces of fish on a bed of the stir fried vegetables and add the sauce.
Note: Special thanks to Keizer Culinair for teaching me how to smoke cod in a pan.