Gastblogger René Meesters over Barricourt.

Gastblogger René Meesters over Barricourt. René Meesters schrijft al jaren op zijn eigen blog Het eten is klaar. Hij heeft, net als Gereons Keuken Thuis, een voorliefde voor Frankrijk Maar daarnaast publiceert hij ook over andere delen van Europa. Behalve recepten en verhalen staan op zijn blog ook veel kookboekenrecensies. Een mooie aanleiding om René weer eens uit te nodigen voor een zomerse gastblog. Deze maal verhaalt hij over Barricourt, gelegen in le pays perdu van de Franse Ardennen. Het inspireerde Gereons Keuken Thuis om er een eerder geblogd recept voor een salade pissenlit bij te plaatsen.

foto: het droomdorp Barricourt..

Vakantiepark Barricourt. Iets meer dan 50 jaar geleden woonden er, verdeeld over vier dorpen, nog ruim 400 mensen in Tailly. Nu zijn dat er nog een krappe 200. Tailly ligt in de Franse Ardennen. Niet in het mooiste deel. Een licht glooiend terrein met akkers en weilanden zover je kunt kijken. De dichtstbijzijnde stad is Verdun, al telt die ook maar zo’n 20.000 inwoners. Het is een klein uurtje rijden met de auto. Naar Reims is het al gauw anderhalf uur. Een klein supermarktje ligt op zo’n 8 km. Daar ligt waarachtig ook een drie-sterren camping in de buurt. Het hoogtepunt van een verblijf daar is, volgens hun eigen website, het kasteel van Sedan, één van de grootste middeleeuwse kastelen van Europa. Niet het mooiste en toch ook nog gauw drie kwartier rijden. De school is ongeveer net zo ver. Wat ik eigenlijk bedoel: het Franse platteland heeft een probleem. Vergrijzing, leegloop, werkeloosheid. De Fransen trekken naar de stad. De jeugd heeft op het platteland niets te zoeken.

Barricourt. Zo’n 24 jaar geleden was ik in Barricourt. Één van de vier dorpskernen van Tailly. We verbleven er twee dagen bij vrienden die op hun beurt daar een huisje gehuurd hadden van dorpsgenoten. Het was voorwaar geen zomer! Er moest hout worden gehakt voor de kachel! Buiten was het grijs en kil. Uitstapjes herinner ik me niet. Wel een wandeling door het dorp, wat eigenlijk niet meer was dan een rondje om de kerk. Niet alle wegen waren verhard. Hier en daar stak een koe zijn kop door de deur. De fermier kwam eens kijken wie daar langs zijn boerderij liep. Ah, les Hollandais! Bonjour! Waarschijnlijk waren wij, behalve zijn vrouw, de eerste mensen, die hij die dag zag.

Doen? Ik vroeg en vraag het me nog steeds af: Waarom kopen Nederlanders een tweede woning op het Franse platteland? Oké, voor de prijs hoef je het niet te laten. Onder de € 50.000,- heb je al een heel behoorlijk opknappertje. Onder de €40.000,- zal je iets langer moeten klussen, maar het is mogelijk. Waarschijnlijk is alles mogelijk en zal het met minder uiteindelijk ook nog wel lukken. Maar dan? Reis je zelf 3 tot 4 keer per jaar af naar jouw stekkie in la douce France? Wordt dat jouw vakantie de rest van je leven? Of hoop je stiekem dat het toch goed te verhuren is? Dat heel veel mensen plotseling willen verblijven ‘au milieu de nulle part’? In niemandsland!

En toch! En toch droomde ik er zelf ook wel eens van. Wat als je nou zo’n heel dorp koopt? In het centrum staat een potentieel multifunctioneel gebouw mét klokkentoren. Daar kan een restaurantje in, een winkel of overdekte markt, een Carrefour Express. De bebouwing is talrijk genoeg om 50-60 vakantiewoningen te huisvesten. Het omliggende land is groot genoeg voor een camping, een zwembad. Het heuvellandschap leent zich prima voor fietsers en wandelaars.

Maar…. Het Franse platteland blijft stil, leeg en saai. Het gaat dus niet gebeuren!

foto: J’adore Barricourt.

Dank voor je leuke bijdrage René! Uit de oude doos plaats ik een recept voor een salade pissenlit erbij. Ik weet zeker dat je in de velden rond of op de muren van Barricourt voldoende ingrediënten voor deze salade vindt.

foto: muurbloempjes in een leeg dorp.

Recept. Een salade uit Lotharingen, een paardenbloem salade met warme aardappels. Voor het gemak maak ik gebruik van rucola, een verwant van de paardenbloem. Is het ook voor de wat minder avontuurlijke lezers te behappen. Bij deze salade raad ik een Riesling uit de Moezelstreek aan.

Nodig 4 personen:

400 g krieltjes

200 g rucola

100 g spekblokjes

1 sjalotje

gehakte bieslook

1 teen knoflook

1 el grove mosterd

peper

zout

olijfolie

witte wijn azijn

Bereiding:

Was de krieltjes en kook ze gaar in hun schil. Was de rucola en laat uitlekken. Verhit de olie en bak de gerookte spekblokjes uit met het sjalotje en de knoflook. Snijd de nog warme krieltjes doormidden en meng deze met de rucola en bieslook. Schep de spekblokjes over de salade. Blus het spekvet met wat witte wijnazijn en voeg een schep grove mosterd toe. Giet de warme dressing over de salade. Serveer direct met een stuk knapperig stokbrood.

De Catalaanse Keuken, Emma Warren.

foto: cover De Catalaanse Keuken.

De Catalaanse keuken vormt een bijzonder onderdeel van wat wij de Spaanse keuken noemen. Catalonië is met de bergen en het platteland in de rug altijd gericht geweest op de zee. Mar i muntanya, beïnvloed door Grieken en Romeinen, een keuken vol Arabische producten, sauzen uit Liguria en de Provence. Je kunt zeggen, dat de keuken van deze streek net zo eigen(zinnig) is als de Catalanen zelf. Tegenwoordig is Catalonië met als bruisend middelpunt Barna moderna een kosmopolitische en multiculturele melting pot. Emma Warren, schrijfster van De Catalaanse Keuken leerde koken a la Catalana op de Illes Balears, eens ook een onderdeel van het koninkrijk Aragon. Ik wil het niet over het verleden hebben, maar over het huidige Catalunya met zijn gevoel voor tradities en moderniteit, dat zich uit in bijvoorbeeld de keuken van Ferran Adria in Roses of tijdens de alom aanwezige feesten en festivals. Het verschil tussen de keuken van Catalonië en Spanje is volgens Warren het raffinement, rustieke eenvoud en de drang te experimenteren.

foto: de beroemde crema…..

In het boek De Catalaanse Keuken neemt Warren je mee op een pica pica tocht, want het leven van de Catalaan is niet compleet zonder deze kleine hapjes bij een glas wijn of vermut. Anem de tapes! Met de temperaturen van de voorbije week in het Hollandse, is dit een geweldig alternatief voor een maaltijd. Dat hebben ze goed begrepen. Natuurlijk ontbreken pa amb tomaquet, de xató salade uit het Garraf gebied en escalivada niet. L’hort is de volgende halteplaats, de moestuin. El Prat de Llobregat als vindplaats van de lekkerste calçots, een Catalaanse groente, die je roostert en doopt in romesco saus. Anem de calçotada! De schrijfster is dol op de ruime keuze aan groenten op de Catalaanse markten. Wat te denken van geroerbakte kikkererwten met snijbiet, een overlevering uit de Moorse keuken. Of Samfaina, het Catalaanse antwoord op ratatouille.

foto: de vormgeving is caleidoscopisch net als Catalonië.

La Costa, seafood mag niet ontbreken, venusschelpen in cava uit de Penedès, heel basic gegrilde sardines en suquet de peix. El camp, eten van het platteland, stevige kost van varkensvlees, slakken en wild uit de bergen, zoals gehaktballen met sepia, kwartel met druiven en de klassieker conill amb xocolata, konijn in chocoladesaus. We gaan van het rurale Catalonië naar Barna moderna, de moderne vibes uit Barcelona, de Catalaanse Big Apple en melting pot. Heel Catalaans, maar tegelijkertijd modern en van alle markten thuis. Niet alleen de toeristische Boqueriamarkt. We zien een gerecht van rode mul met verwijzing naar de beroemde zoon Gaudí of gekonfijte zalm. (i.p.v. eend) Moderniteiten, volgens Warren. Alhoewel dit hoofdstuk wat mij betreft wat stevigere moderne fratsen had mogen laten zien. Want een tosti, is dat nu echt le dernier cri?

We stappen over naar de zoetigheden, klassiekers als de crema catalana en menjar blanc komen voorbij. Over de laatste bestaan veel theorieën over de afkomst. Tot slot bespreekt de schrijfster de basis van de Catalaanse keuken in een apart hoofdstuk over sauzen en bouillons, van sofregit, picada tot fumet de peix. De Catalanen lusten er wel pap, ik bedoel saus, van.

foto: suquet de peix uit De Catalaanse Keuken.

De Catalaanse Keuken, de mooiste gerechten uit de bergen, steden en de zee is een heerlijk vormgegeven zomers boek, dat je meeneemt op reis door deze heerlijke streek op het Iberisch schiereiland. Benvinguts a Catalunya, met zijn heerlijke keuken en gastvrije bevolking. Emma Warren stopte het allemaal in dit kleurrijke boek voor uit en thuis.

foto: calçots geblakerd op een krant met romescosaus.

De Catalaanse Keuken, Emma Warren (ISBN 9789045217345) is een uitgave van Karakter en is on- en offline te koop voor € 27,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Het slagershandboek voor de thuiskok.

foto: cover Slagershandboek.

Het slagershandboek voor de thuiskok. Na alle aandacht voor groente, vegan en plantbased, is het nu weer eens tijd voor een stukkie vlees in de keuken. Gelukkigerwijs ontving ik dit terroir boek van schrijver, illustrator en ontwerper Arthur le Caisne, die in de rol kroop van slagersknecht. Le Caisne ging op stage bij twee toppers op vleesgebied in France métropolitaine. Vleesaffineur en rijper Jean Denaux, die zelf liever spreekt veredelen spreekt. En Fred Ménager, expert op het gebied van alles dat fladdert en dat is in la douce France meer dan de kipdelen, die je in ons kikkerland aantreft. Twee vaklieden dus stonden aan de basis van dit uiterst handige boek. Ik vind het een leuk naslagwerk in de categorie werk van Stéphane Reynaud en Bon Appétit van François Régis Gaudry. Heel Frans zijn de getekende illustraties van topvee, wild en gevogelte. En de clin d’oeil (knipoog) bij de besproken waar. in de vorm van commentaren boven de tekst. Want vlees eten, zeg nu zelf, is naast een serieuze zaak ook genieten.

Het eerste gedeelte gaat over dieren, van rund tot en met wild. Welke rassen zijn er?Hoe snijd je het vlees uit? Is wayguvlees echt zo bijzonder? En hoe zaag je een mergpijp? Le Caisne legt ook uit bij welk vlees je een scherp vleesmes gebruikt en bij welk vlees juist een gekarteld broodmes. Het Hongaarse wolvarken passeert de revue, een ras, dat bekend staat als de waygu onder de biggen. Je leest tevens een grote betrokkenheid bij de vee-industrie, want bij het lamsvlees pleit de schrijver voor raslamsvlees. De AOC’s, Label Rouge en andere keurmerken komen aan bod. De geschiedenis van de kip en tot slot wat lokaal wild.

foto: varkensrassen, nooit vergeten dat een varken een heel intelligent dier is met heel veel humor.

Nadat het vlees is geslacht en afgehangen, gaat Arthur le Caisne in het slagershandboek voor de thuiskok aan de slag met de bereiding. De geheimen, die hij ontfutselde aan eerder genoemde experts. Het gebruik van materiaal, je ingrediënten, het al dan niet “voor”zouten van vlees, geheimpjes van sterrenkoks en je braadvet. Wederom met leuke illustraties van aquarellist Jean Grosson. En als het echt bijzonder wordt bezigt Le Caisne het de Franse kreet MIAM, wat zoveel betekent als Mmmmmm. Een groot gedeelte gaat in dit hoofdstuk over koken versus braden. Heel belangrijk is altijd de juiste temperatuur kiezen. Die is bij een stoof natuurlijk anders dan bij een entrecote of eendenborst

In het derde gedeelte van het slagershandboek vind je 25 basisrecepten voor rund-, kalfs- varkens- en lamsvlees. Lekkere bereidingen van gevogelte. Een apart deel, het blijft een Frans boek over fonds en bouillons ontbreekt niet. Gereons Keuken Thuis wordt er vrolijk van. Het slagershandboek voor de thuiskok krijgt een lekker plekje in mijn kookboekenhoek naast Jacques Hermus’ Wilde Eten, het wildboek van Stéphane Reynaud en de de bijbels van Bocuse en Troisgros. Vlees u weet wel waarom messieurs/dames!

Het slagershandboek voor de thuiskok, Arthur le Caisne. (ISBN 9789059569942) is een uitgave van Fontaine en kost in de kookboekenvakhandel of online €27,00

Video: een kippetje geroosterd op de wijze van Le Caisne

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster.

Gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster. Ik leerde de schrijfster van het blog My Happy Kitchen kennen tijdens een zomerse bijenlunch in het voormalige bankgebouw van Albert de Bary aan de Gouden Bocht. Sindsdien treffen wij elkaar regelmatig tijdens evenementen, boekpresentaties en het drinken, ik moet zeggen het proeven, van wijn. Het leuke aan de blog van Anne-Marie vind ik, dat zij naast recepten, die zij zoveel mogelijk zonder pakjes en zakjes kookt, ook op zoek gaat naar het verhaal achter het recept of gerecht. Zo heeft Gereons Keuken Thuis genoten van het verhaal van de vader van Anne-Marie, die zorgde dat het huis van Monet weer echt het Blauwe Huis kon worden genoemd. Heerlijke verhalen, net zoals haar gastblogger verhaal over Oostenrijk op deze zaterdag. Dank Anne-Marie!

foto: De Hintersee bij Mittersill. Voor mij het mooiste plekje ter wereld!

Culinair Oostenrijk

Waar in mijn jeugd driekwart van de klas in de zomer naar Spanje of Frankrijk afreisde, ging ons gezin steevast naar Oostenrijk. En dat vond ik bepaald geen straf! Want naast de prachtige natuur (die bergen!), de gezellige stadjes en de vriendelijke mensen, ben ik vanaf dag één fan van de Oostenrijkse keuken.

Oostenrijkse keuken

De Oostenrijkse keuken is niet echt verfijnd. Het is meer stevige boerenkost, om te eten na een dag hard werken op de alm. Gerechten met het lekkerste Tiroler speck, scharreleitjes en vaak stinkende maar oh zo lekkere boerenkazen. Ook kent de keuken veel invloeden van omringende landen, zoals Hongarije, Tsjechië, Kroatië en Italië, die voor 1900 ten dele tot het Oostenrijkse keizerrijk behoorden.

Beroemd

Natuurlijk kent de Oostenrijkse keuken een aantal wereldberoemde gerechten. Zoals de Wiener Schnitzel en de Sachertorte. En wist je dat zelfs de cappuccino niet uit Italië maar uit Oostenrijk komt? Daar vertel ik na de zomer meer over op in de reeks geschiedenis van beroemde gerechten op mijn blog.

Als kind – en nu trouwens nog steeds – keek ik echter het meest uit naar knödels, spätzle, Tiroler gröstl en Pinzgauer kasnocken. Erbij natuurlijk een Almdudler, de Oostenrijkse frisdrank gemaakt van Alpenkruiden.

foto: Pinzgauer kasnocken, mijn favoriete gerecht.

Kookboek

Ook fan van of benieuwd naar de Oostenrijkse keuken? Een kookboek dat ik je van harte kan aanbevelen is ‘Recepten uit Wenen’ van Antonia Kögl. Gereons Keuken Thuis schreef er al een uitgebreide review over.

foto: cover Recepten uit Wenen, klassiek & modern.

Kaiserschmarrn

Wie Oostenrijk vooral kent van de wintersport, is vast ook fan van kaiserschmarnn. Het recept vind je op mijn blog. Zoete, luchtige reepjes pannenkoek met poedersuiker, al dan niet aangevuld met rozijnen en appel-, pruimen- of bessencompote. Omdat ik op mijn blog regelmatig schrijf over de geschiedenis van beroemde gerechten heb ik dit keer – speciale voor Gereons keuken thuis – een editie geschreven over de geschiedenis van kaiserschmarrn.

foto: Keizer Franz Josef, naamgever van Kaiserschmarrn.

Geschiedenis

Over het ontstaan van het gerecht kaiserschmarrn bestaan – zoals meestal het geval is – weer verschillende verhalen. Was het keizer Franz Josef (1830-1916) die zijn naam gaf aan dit calorierijke gerecht? De kaiserinneschmarrn die de patissier van het hof speciaal had gemaakt vielen bij keizerin Sisi niet in de smaak. Zo kon ze haar mooie figuur toch niet behouden? Franz Josef daarentegen vond het zalig, en at gewoon ook haar portie op. Het hof veranderde de naam dan ook al snel in Kaiserschmarrn.

Of waren het toch de boeren en kaasmakers (käser) die de naam gaven aan dit gerecht? Wanneer zij zomers op de alm bij hun koeien verbleven aten ze graag käserschmarrn. Gemaakt van de melk en eieren die ruim voorradig waren. Toen de keizer tijdens een jachttrip op de alm overnachtte kreeg hij de schmarrn te eten. Hij was hier zo erg van gecharmeerd dat ze de naam veranderde van käserschmarrn naar Kaiserschmarrn.

foto: kaiserscharrn.

Tot slot is er nog het verhaal van de arme boerin, die aan de verdwaalde keizer Frans Joseph een mislukte pannenkoek serveerde met de verontschuldiging dat het slechts ‘Schmarrn’ was (rommel) wat zij serveerde. Waarop de keizer, die het zich goed liet smaken, eraan toevoegde: maar dan wel Kaiser-schmarrn!

foto: gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster van My Happy Kitchen in haar habitat.

Gastblogger Anne-Marie deelt op My Happy Kitchen heel veel tips over bezienswaardigheden in Oostenrijk en natuurlijk diverse recepten. Auf wiedersehen!

Van Gogh en de zonnebloemen.

foto: entree zomertentoonstelling Van Gogh en de zonnebloemen.

Van Gogh en de zonnebloemen. In veel gevallen associëren we de schilder Vincent van Gogh met zijn emblematische schilderijen van zonnebloemen. Twaalf hadden het er moeten worden, uiteindelijk werden het er zes in totaal. Eén stilleven ging verloren door een brand in WO II. De overgebleven vijf hangen nu in verschillende musea in de wereld. Vincent van Gogh vond zijn zonnebloemschilderijen zijn beste werk. Ook vriend en collega-schilder Gauguin was onder de indruk van de zonnebloemen. Net als broerTheo en de critici. Na zijn dood op jonge leeftijd kregen deze schilderijen al snel een sterstatus. Van Gogh was de eerste schilder, die zonnebloemen ging schilderen.

foto: zonnebloem in tuin Montmartre.

Verschillende kunstenaars gingen Van Gogh voor met andere bloemstillevens, maar al in zijn tijd in het Parijse Montmartre koos Vincent voor deze bloem, die voor hem een bijzondere uitstraling had. Na zijn vertrek uit Parijs, schilderde hij in Arles diverse stillevens met een vaas met zonnebloemen. Geel op geel, maar de zonnebloem stak ook af tegen de azuurblauwe luchten van de Provence. Van Gogh decoreerde zijn gele huis ermee. Gauguin was onder de indruk. Hij portretteerde Vincent al zonnebloemen schilderend. De vriendschap tussen Van Gogh en Gauguin kreeg door zijn psychose een dramatische wending. Vincent probeerde de vriendschap te herstellen en schilderde speciaal voor Gauguin een stilleven, dat nu na een periode van onderzoek en restauratie, weer is te bewonderen in het Van Gogh museum, aan de voorzijde, maar nog bijzonderder ook aan de achterzijde.

foto: de wereldberoemde vaas met zonnebloemen terug op zijn plek.

De schilder kwam namelijk wat ruimte te kort en verlengde het doek aan de bovenkant met een latje. Nu is duidelijk deze ingreep te zien tijdens deze tentoonstelling. Reden voor het onderzoek was tweeledig. Het schilderij is 130 jaar oud nu en vertoonde de nodige verkleuringen. Ten tweede wilde het Van Gogh museum onderzoeken, wat eerdere restauraties en retouches hebben gedaan met de zonnebloemen. Hiervoor was apparatuur nodig. Het bijzondere feit, dat de zonnebloemen niet en nooit meer kunnen reizen, maakte dat de benodigde mobiele apparatuur naar Amsterdam reisde. UVA hoogleraar conservering Ella Hendriks maakte dankbaar gebruik van de techniek en haar bevindingen zijn te zien tijdens deze zomerexpositie.

foto: collage van zonnebloemen wereldwijd.

Naast de zonnebloemen zijn er tussen de 23 getoonde werken bijzondere, niet eerder geëxposeerde bruiklenen te zien. Zinnias in een majolica kan (1888) uit een particuliere collectie en Vrouw in profiel voor ‘Zonnebloemen’ van Isaac Israëls (1916-1920), uit de collectie van de Fundatie in Zwolle. Verder is te zien hoe Van Goghs beroemde stillevens van zonnebloemen andere kunstenaars hebben beïnvloed, zoals Edvard Munch met zijn Bloedende man en zonnebloem. Tot slot is op de derde verdieping een werk uit 2015 van kunstenaar Matthew Day Jackson te zien. Het heet Verwoest door vuur en gaat over het zonnebloemenstilleven, dat tijdens het bombardement van Osaka werd verwoest.

foto: Vrouw in profiel voor “Zonnebloemen”

Van Gogh en de zonnebloemen is een fijne zomertentoonstelling om te bezoeken, vanwege het geel en de schilderijen, maar ook vanwege de schat aan informatie, die voortkwam uit de recente onderzoeken en restauratie. De tentoonstelling is te zien van, hoe kan het ook anders, 21 juni, begin van de zomer, tot en met 1 september 2019, als de meteorologische zomer eindigt. En de zonnebloemen in het veld vaak het mooist zijn.

foto: het gele huis in Arles.

Meer informatie over deze tentoonstelling vind je op de website van het Van Gogh museum

foto: Is de zonnebloen niet de zomerbloem bij uitstek?

HET RECEPT

Gereons Keuken Thuis kan het natuurlijk niet nalaten om bij de zonnebloemen  een recept te plaatsen voor sardines met Antiboise en geroosterde zonnepitten. Om het zomers te houden, drinken we er een Tavel rosé bij.

Sardines met Antiboise:

Nodig:

4 sardines schoongemaakt

1 citroen

zout

peper

1 el peterselie gehakt

aluminium folie

2 ontvelde tomaten

50 g gehakte zwarte olijven

3 el zonnebloemolie

2 tenen knoflook

1 el kappers

1 el rode wijn azijn

2 el gehakte peterselie

4 el zonnepitten

Bereiding:

Kruis de tomaten met een mesje in en leg in heet water. Daarna laten schrikken in koud water. Ontvel de tomaten en haal de zaadlijsten eruit. Snijd fijn. Hak de knoflooktenen fijn. Verhit wat zonnebloemolie en fruit de knoflook kort. Laat niet aanbranden, want dan wordt de saus bitter. Voeg de tomaten toe en laat kort sudderen. Als laatste de olijven. Schep uit pan in kommetje voeg peper, zout, peterselie.kappertjes en rode wijnazijn toe. Rooster de zonnepitten kort.

Snijd de citroen in acht partjes. Houd vier partjes apart. Vul de buik van de sardines met een partje citroen, peterselie, zout en peper. Pak de sardines in folie en zet ze in oven van 180 graden. Na ongeveer 10 tot 15 minuten zijn ze klaar, al naar gelang de grootte van de vis. Serveer de vis met wat Antiboise saus, bestrooi met wat geroosterde zonnepitten en een partje citroen.

Die saaie Hollandse keuken.

foto: de welvoorziene keuken in het Rijksmuseum

Die saaie Hollandse keuken. Via sociale media bereiken mij vaak berichten over de stand van zaken van de Hollandse keuken. Die is namelijk vreselijk saai. Expats denken dat wij leven op een dieet van haring, poffertjes en stroopwafels. Over het laatste product: wanneer dat nu gebombardeerd is tot nationaal gerecht? Want als je op zaterdag de rijen toeristen bij een stroopwafelkraam op de Cuyp ziet staan, zou je bijna denken, dat een stroopwafel een expressie is van onze nationale identiteit. Zoiets als pasta voor de Italiaan. Anything goes for InstaFaceGramBook. Dat zal wel meespelen! Maar nu terug naar die saaie Hollandse keuken. Waar komt toch het idee vandaan, ook bij Nederlanders zelf, dat onze keuken kleur- en pitloos is? Juist nu vindt er een ware culinaire renaissance plaats in de Nederlandse restaurants, verschijnen er leuke kookboeken over de Nederlandse keuken, al dan niet met een twist en is er veel aandacht voor ons eetverleden. Op Gereons Keuken Thuis besteedde ik er meerdere malen aandacht aan. Van koken uit de 17e eeuw, via een serie Nederlanders verkopen Nederland tot Hollandse keuken anno nu. Er zijn veel mooie producten tegenwoordig, makkelijk om de hoek te krijgen. Denk aan boerenkaas, vis uit de Noordzee, heerlijke groenten, met liefde verbouwd en vlees van rasvee. De keuze is nog nooit zo groot geweest.

Die saaie Hollandse keuken zit tussen de oren van velen. Je kunt dan inderdaad de discussie voeren of specerijen wel authentiek Nederlands zijn. Nee, die groeien niet bij ons, maar zijn gaandeweg onderdeel geworden van onze keuken. Net als tomaten uit kasteelt. Ik vernam eens van twee Ierse foodies, dat zij in hun winkel alleen Nederlandse groenten verkopen vanwege de constante kwaliteit. De aardappel, juist ja voor de stamppot, is ook een immigrant in onze keuken. Zo kun je nog wel even doorgaan.

foto: in korst gegaarde koolraap met bessensaus en geitenkaas van Texel.

Gereons Keuken Thuis denkt dat de saaiheid van ons eten komt door de toegenomen welvaart en gemakzucht. Voorheen bestierde moeder de vrouw de keuken en huishouden. Dus was er voldoende tijd om de dagelijkse maaltijd te koken, boterhammen voor het kroost te smeren en alvast de bonen  in de week te zetten voor daags erop. Vlees haalde je bij de slager, groente bij de groenteman en vis bij de vishandelaar. Melk en zuivel werden door de melkboer bij de deur gezet. Totdat alles geconcentreerd werd op één plek, de supermarkt. Vrouwen gingen buitenshuis werken en gemak dient de mens, alles kon je kopen onder één dak. Met als eindresultaat de huidige grab & go producten. Want daar hebben wij Nederlanders een handje van. Geen boterhammen meer smeren, maar hup een kaascroissant en een blikje energydrink en dan weer op pad. Zo banen wij ons een weg door die saaie Hollandse keuken van stamppot en stroopwafel.

Maar ik dwaal af op deze maandagochtend. Ik vind dat onze keuken helemaal niet saai is. Durf te experimenteren met wat je op de markt vindt. Lekkere groente, vis of heerlijk gevogelte. Vermijd de eenheidssmaken van het prefab eten, dat supermarkten aanbieden en je zult zien dat onze pot helemaal niet saai is. Ter illustratie voeg ik een recept van Joris Bijdendijk toe. Koolraap, gegaard in zoutkorst, wat een vondst, om met een wat ouderwetse groente een heerlijk gerecht te maken. Koolraap als basis in een nieuwerwetse setting.

foto: de diverse stadia van koolraap in zoutkorst.

Nodig:

1 grote koolraap

750 bloem

250 g fijn zout

350 g eiwit

2 eieren

Bereiding:

Maak een deeg met alle bovenstaande ingrediënten, behalve de koolraap Wikkel het gemaakte deeg om de koolraap. Tip van Joris: rol twee stukken deeg uit; één voor onder de koolraap en één voor op de koolraap. Zo pak je hem makkelijk in. bak de koolraap in deeg anderhalf uur op 170 graden. Haal de koolraap uit de oven en laat het volledig afkoelen. breek de korst open en snijd de koolraap in plakken van 2 cm dik. Neem een zo groot mogelijke ronde uitsteek vorm en snijd mooie rondjes uit. Je kunt de plakken ook nog even opbakken, krokant van buiten en zacht gegaard van binnen.

De komende weken gaat Gereons Keuken Thuis jullie bestoken via social media met #herhaalverhalen uit die saaie Hollandse keuken.

Italië, mijn verhalen en recepten, Onno Kleyn.

foto: de gele cover van Italië door Onno Kleyn.

Het nieuwe boek Italië, mijn verhalen en recepten. Niet zo dik als het lichtblauwe culinaire compendium De Grote Kleyn, maar in ruim 400 pagina’s, met gele cover getooid met een vork met spaghetti, neemt culi- en wijnschrijver Onno Kleyn je mee op pad naar de Bel Paese, zijn  grote liefde, op culinair en vineus gebied dan.

Toen Onno en zijn geliefde Juliette in 1986 neerstreken in het Toscaanse dorp San Donato, kon hij nog niet bevroeden, dat dit zijn levensloop zou gaan veranderen. Conservatoriumstudent Onno ging naar Italië om bij te leren, de taal en zang. Maar gaandeweg het jaar dat ze doorbrachten kwam zijn nieuwe beroep, inmiddels doet hij dit al meer dan dertig jaar, dichterbij. Italië werd de basis van zijn culinair schrijverschap. Ondanks hun budget maakten Onno en Juliette kennis met het eten, de eetgewoonten en eigenaardigheden van het dorp en het Toscaanse land. Wat een smaken, wat een puurheid en genot. Na het jaar wilden ze helemaal niet weg en struinden voort door het Italiaanse land, via Umbrië, naar Napels, Ligurië en Bologna. In dit kook- en leesboek beschrijft Onno de keuken(s) en prodotti van de Bel Paese. Gelardeerd met zijn eigen avonturen en een derde laag, namelijk de rituelen en gebruiken van de Italiaan als het op eten aankomt. Want eten is in Italië het momentum van de dag, het gespreksonderwerp en vol smaak. Je zou het bijna een liturgie kunnen noemen. Pasta eet je zodoende (ork, ork, ork) alleen met een vork. Zo heurt het! Alleen hoe de Italiaan dan zijn kakelwitte overhemd schoon houdt is Gereons Keuken Thuis een raadsel. Niet getreurd, Onno Kleyn stelt dat oefening kunst baart. Er zijn overal sagre, want alleen of met zijn tweetjes opereren doe je niet in Italië, dat gaat in kuddes. Zie de trein tussen Schiphol en Amsterdam CS. Italianen houden van collectiviteit, ook aan tafel. Tussen de lakens is het een ander verhaal. Althans voor het gros van de Italianen.

Maar even terug naar dit boek. Dat Onno Kleyn een echte verteller is behoeft natuurlijk geen betoog. In Italië, mijn verhalen en recepten neemt hij de lezer mee van Toscaanse bonen met exquise olijfolie, naar de hammen van de stad Parma, die niet van Brabants varkensvlees worden gemaakt. Bij elk product vertelt hij over de essentie. Het verhaal van de pizza, die in Napoli moet kunnen worden opgevouwen en in Rome krokant is. Het truffelgebruik van de Umbriër. Colatura, waarom wordt dat niet veel meer gebruikt.? De tomaten inblik industrie van Noord Napels. Droge durum pasta versus verse pasta. Waarom kaas en vis nooit samengaan in de laars. Alles komt aan bod. De smaak van vriendin Ornella, die een pizza terugstuurde, omdat naar haar zeggen de mozzarella niet vers was. Het restaurantwezen en Italiaanse gerechten, die helegaar niet zo traditioneel zijn, als wordt beweerd. Maar juist van recente origine. En de ontdekking van hemelse spaghetti alle vongole met uitzicht op de Amalfikust.

Al deze onderwerpen maken, dat de Italiaanse keuken voor Onno numero uno is, pure eenvoud, weinig ingrediënten (maar wel van goede komaf) en geen maskerade van sauzen en frou frou zoals in Frankrijk. Overigens die maskerade vindt in de Italiaanse maatschappij op andere terreinen plaats, tijdens sagre, de mis op zondag en bijvoorbeeld de Palio van Siena. Bella figura hoort bij het wezen en de schrijver verhaalt erover.

Gereons Keuken Thuis heeft Italië van Onno Kleyn in één sospiro uitgelezen. De laatste acte van mijn  #italiaanseweken. Knalgeel met mooie zwart/wit illustraties in plaats van fotogeweld. Veel Italiaans eten zoals risotto en scaloppine is helemaal niet fotogeniek, vertelt Onno. Kortom, Italië, mijn verhalen en recepten is 414 bladzijden over de Bel Paese, tradities, de transitie van zanger naar schrijver van culinaire geneugten. Wat begon in San Donato als een coup de foudre (Sorry Onno, ken de Italiaanse term niet) is nu een vuistdikke gele mille miglia waarin maestro Onno Kleyn je meeneemt over de culineuze strade bianche en vinaire dreven van de laars in drie lagen. Bravissimo!

Italië, mijn verhalen en recepten, Onno Kleyn (ISBN 9789038806419)  is een uitgave van Nijgh Cuisine en is te koop voor € 32,50 in je kookboekenvakhandel of bij Onno zelf.


Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer 



Foodbloggers en culischrijvers over Italië

Het is  begin mei en het is weer tijd voor #italiaanseweken op Gereons Keuken Thuis. Met een heuse parade van foodbloggers en culischrijvers over Italië en la cucina. Op mijn oproep werd enthousiast gereageerd en zelf vond ik ook wat leuke blogs, recepten en verhalen. Dat de Bel Paese velen inspireert is duidelijk te lezen in onderstaande bloemlezing.

Foodbloggers en culischrijvers over Italië.

Ingrid zond een recept in voor panzanella, de Toscaanse broodsalade uit de cucina povera, glas witte San Gimignano erbij en Gereons Keuken Thuis is gelukkig. Vinissima Ingrid: “La cucina povera, de armeluis keuken uit Italië. Oud brood, veel rijpe tomaten, komkommer, ui, basilicum en azijn, dat zijn de hoofdingrediënten. Weer zo’n klassiek rustiek gerecht uit Italië dat in feite weinig kost en supersmakelijk is. Oud brood en tomaten heeft iedereen in Italië wel in huis. En de overige ingrediënten hangen dan af van wat er verder nog in huis voorhanden is. Als je topproducten hebt, wordt je beloond met een prachtig gerecht met een rijke volle smaak.”

foto: panzanella van Ingrid uit de cucina povera.

De aardbeientijd staat voor de deur. Elsa maakte een mascarponecrème Een dolce! Elsa vindt dit een heerlijke zomerse afsluiter van de maaltijd: “Crème van mascarpone met aardbeien is het ideale dessert voor naar het eten. Is heel lekker, luchtig en super makkelijk om te maken en je kunt het variëren met verschillende soorten fruit. De crème van mascarpone met aardbeien kun je in de koelkast bewaren tot het moment van serveren. Als je een diner wilt geven of een barbecue met deze heerlijke zomerse dagen dan is dit dessert echt een succes voor de gasten.”

foto: fragole con mascarpone van Elsa.

In een bloemlezing van foodbloggers en culischrijvers mag pazza nella cucina Wilma niet ontbreken. Zij bericht over al het lekkers dat zij thuis maakt, zoals deze ravioli met aubergine en boter. Een prima primo van Wilma: “Zelf verse pasta maken is toch wel één van de leukste dingen om te doen op kookgebied. In het verleden gebruikte ik de kneedmachine om de pasta te kneden, tegenwoordig doe ik het met de hand en eigenlijk gaat me dat ook steeds beter af. De vulling van deze ravioli is gemaakt van aubergine, ui en tomaten. In de beschrijving van het recept staat dat je het vel van de aubergine, na het roosteren in de oven, eraf moet trekken. “

foto: de verse ravioli van kookgek Wilma, gevuld met melanzane.

Curly Moscardini, ze stonden al even op de to do lijst van blogger Cora Meijer. Ze is trots op dit Italiaanse gerecht, want het ontvellen van baby inktvisjes is best een klusje om te leren. Moscardini hebben zelf een subtiele en delicate smaak, maar geven aan een stoofschotel juist een heel vissige smaak. Cultfood Cora kwam ze voor het eerst tegen in Venetië en aan de Adriatische kust: ” In plaats van risotto, maakte ik op dezelfde wijze organic volkoren rijstmix van basmati, rode en zwarte rijst. En voegde stoofvocht en witte wijn toe tijdens het kookproces. Echt heerlijk geworden! Het recept staat op Cultfood. “

foto: de riso met moscardini van Cora Meijer.

Uit haar happy kitchen komen de rijstballetjes, suppli al telefono van Anne-Marie, een prima antipasto of snack. Anne-Marie: “Mijn oog viel al snel op de arancini, iets wat ik al heel lang een keer zelf wilde maken. Deze risotto-ballen at ik regelmatig toen ik nog in Italië woonde. In Rome heetten deze balletjes suppli al telefono. Suppli komt van het Franse ‘surprise’ en ‘al telefono’ – aan de telefoon – is afgeleid van het feit dat wanneer je zo’n bolletje openbijt, de gesmolten mozzarella draden trekt die lijken op een telefoonkabel. Ja mensen, vroeger had de telefoon een kabel…”

foto: telefoondraden van Anne-Marie.

Francine met osobuco op haar eigenwijze wijze. Met een pleidooi voor het kopen van goede ingrediënten! Smaak is heel bepalend voor de Italiaanse keuken. Francine: “Eigenwijs ben ik stiekem wel een beetje te noemen. En dus een recept omvormen en er geheel een eigen wijze van maken past mij als foodblogger wel. Niets leukers dan lekker in de keuken staan een “beetje van dit” en “een beetje van dat”. Onderwijl niet vergeten foto’s en aantekeningen te maken. Want ik wil het daarna natuurlijk wel weer met jullie delen. Deze ossobuco op geheel eigen wijze kreeg hier thuis de handen wel op elkaar. Het vlees heb ik overigens ook nog eens zelf gezaagd, met recht een heerlijk homemade gerecht.”

foto: de eigenwijze osobuco.

We gaan verder culinair alleskenner Onno met zijn eigen versie van saltimbocca in het kader van een recensie van de Italiaanse kookbijbel. Zijn eigen Italië boek verschijnt op 7 mei. Onno zegt over deze bijbel: “De bijbel van de Italiaanse keuken. Tja, het team van Caffè Toscanini in Amsterdam zit erachter, Maud Moody, Leonardo Piacenti en Nina Bogaerts. Nu klinkt het misschien vreemd, maar ik ben van mening dat als het om landenkeukens gaat zeer goed ingevoerde buitenstaanders betere boeken voor andere buitenstaanders maken dan inboorlingen. Een niet-Italiaan snapt wat andere niet-Italianen niet snappen als het om Italiaans koken gaat. Snapt u wel?” 

foto: Onno’s saltimbocca.

Gereons Keuken Thuis vindt dat in deze parade van culischrijvers en foodbloggers Antoinette, de kookdiva uit Verona, niet mag ontbreken. Op Italiaans koken met vond ik haar overheerlijke koolhydraatrijke focaccia alla Genovese. Antoinette nadat haar mooie kookboek Mangiamo verscheen: “Ik kruip weer onder mijn culinaire steen. Kook, bak en braad. Bekijk filmend lekkere instagramaccounts, lees smaakmakende blogs, koop vette kookboeken en werk als een bezetene toch weer door aan die nieuwe receptenverzameling. Voor iedereen die het eten wil, juist nu een koolhydraatrijke focaccia alla genovese met rode ui en rozemarijn om je volvette, zoute vingers bij af te likken.”

foto: focaccia alla Genovese van Antoinette

Ik voeg altijd graag de recepten toe van auteur en vriendin Frances, die onlangs haar nieuwe reisboek See you in the Piazza ten doop hield. Reizen en eten door Italië, dat is “Under the Tuscan Sun” Mayes wel toevertrouwd. See you in the Piazza. Als het om Italiaanse zaken gaat blijven Frances & Ed een grote inspiratiebron voor Gereons Keuken Thuis.

foto: cover Tuscan Sun cookbook van Frances Mayes.

Tot slot een recept van Gereons Keuken Thuis voor deze foodbloggers en culischrijvers over Italië parade. De worstjes van de wijnboer, gebaseerd op de verhalen van chefkok en auteur Marlena di Blasi in haar boek 1000 dagen in Toscane. Ik maakte er een eigen versie van. “Salsicce arrostite con uve al vinaio”  We drinken bij dit gerecht natuurlijk een stevige Chianti

foto: worstjes van de wijnboer, dank aan Antoinette Coops.

Nodig (6 pers.)

150 ml olijfolie

2 el verse rozemarijnblaadjes gehakt

2 tl anijszaad

2 tl venkelzaad

gemalen peper

1 kg varkensworstjes

800 g druiven wit en blauw gemengd

250 ml rode wijn

peterselie

Bereiding:

Verwarm de olie in een steelpan op laag vuur. Voeg hieraan de rozemarijn, de anijs- en venkelzaden toe. Een flinke hoeveelheid gemalen peper. doe een deksel op pan en laat 15 minuten trekken. Je krijgt zo een aromatische olie. Prik met vork de varkensworstjes in en wel deze 5 minuten in niet kokend water. Verwarm de oven voor op  200 graden. Doe de worstjes op een bakplaat en bestrijk deze met de aromatische olie, voeg de druiven toe. Rooster de worstjes 25 minuten in de oven, keer ze om. de druiven zullen barsten. Als de worstjes gaar zijn kunnen ze van de bakplaat gehaald worden. Schraap de bakresten en de druiven van de bakplaat en doe deze in een pan. Voeg de rode wijn toe en kook deze saus iets in.Serveer de worstjes in een schaal met de druivensaus eroverheen en wat gehakte peterselie. Geef bij dit gerecht een lauwwarm boerenbrood.

Mille grazie voor jullie inzendingen! Tot de volgende parade van foodbloggers en culischrijvers over Italië.

True Italian Taste.

foto: bruschette tricolore, is dat wel Italiaans?

De ware smaken van de Bel Paese. True Italian Taste. In februari bezocht ik Little Italy evenement in de Westergasfabriek, om aldaar Onno Kleyn te horen vertellen over nep en echt Italiaans eten, te proeven van de Parmaham van dat lieve duo uit Groningen, te lunchen alla Pioppi bij Franz Condé van Roberto’s Restaurant en de aangeboden Italiaanse waar te aanschouwen. Want wat nu de echte Italiaanse smaak is, daar kun je over twisten. Als er namelijk één keuken is, waarbij het moeilijk is de authenticiteit te bepalen is dat de keuken van de Bel Paese. Zo’n 150 jaar geleden bestond Italië niet eens, noch de definitie van hun nationale keuken. Het was een aaneenschakeling van regionale keukens, waarin homecooking de basis vormde. Met recepten uit de overlevering, uit schriftjes van moeders, oma’s en tantes. Denk bij authenticiteit eens aan de burgemeester van Bologna, die zich uitermate opwindt over de spaghetti bolognese. De saus uit deze stad eet je niet met spaghetti. Deze pastasoort komt uit Napels. Tagliatelle is het antwoord in la Grassa. En dan heeft de sindaco van deze stad het nog niet eens over die vermaledijde Francesi, die de saus “bolognaise”noemen en serveren met geraspte gruyère.

foto: rasverteller Onno Kleyn verhaalt.

De pizza is ook zo’n dingetje, oorspronkelijk een gerecht uit Napels, meegenomen door de emigranten naar de V.S., om na de Tweede Wereldoorlog in het kielzog van Amerikaanse soldaten de rest van Italië te veroveren. Met een biertje erbij, want zo heurt het. Tot zover de situatie in de Bel Paese zelf. Het moet worden gezegd, dat de Europese voedingsgiganten, inclusief de Italiaanse, er wat van kunnen. Het produceren van nep Italiaanse producten. De markt vraagt erom. Ook om potjes “Italiaanse” waar van TV- of restaurantchefs. Dat is nu eenmaal zo. Zo herinner ik me eind jaren tachtig de vlinderoni van een Zaanse fabrikant. We hebben Parrano kaas voor op de pasta en er zijn vele mooie sugi in glazen flessen, van carbonara met room tot fancy tomatenbereidingen. Alles onder het mom van ambachtelijk Italiaans te koop in de supermarkt. Er is mediterrane olie met een Italiaanse twist. Al dan niet geproduceerd in de laars. Italiaans eten is nu eenmaal hot en dan bedoel ik niet pittig.

foto: brute pizza uit 1820 magazine, de showcase van Italiaanse gastronomie.

Eigenlijk geeft het allemaal niets, dat nep Italiaanse eten, maar er valt één ding op af te dingen. De smaak! Als Italianen met één ding behept zijn is het, dat bij de keuze van hun ingrediënten de smaak vooropstaat. Verse zongerijpte tomaten voor de pastasaus, goede kwaliteit olijfolie, artisanale pasta en verse groenten. De basis van de cucina casalinga. Het gebruik van echte Italiaanse producten. Om deze vero gusto te promoten en al het moois dat de Bel Paese biedt onder de aandacht te brengen is het Italiaanse Ministerie van Economische Ontwikkeling in 2016 een project gestart om de authenticiteit van  Italiaanse producten onder de aandacht te brengen onder de vlag True Italian Taste.

foto: al mercato met al dat lekkers.

Voeding en wijn, gemaakt door gepassioneerde producenten en dat zijn er nogal wat. True Italian Taste wil consument wereldwijd vertellen over de Italiaanse producten en de plek waar zij vandaan komen. Het project wil de foodlover inspireren om nep eten te laten staan en the real thing te gebruiken in de keuken. Niche producten worden gepromoot. En alsof het niet genoeg is, het gezondheidsaspect te benadrukken. Ja inderdaad op sommige plekken in de laars worden mensen heel gezond heel oud!  Ik vind het een lovenswaardig streven, dat past in de trend van vandaag de dag. De consument is wijzer geworden en wil weten wat hij eet en waar het vandaan komt. Gereons Keuken Thuis bezoekt regelmatig expo’s met Italiaanse waar. Ziet dan mooie en lekkere dingen, maar met een kanttekening. Het betreft meestal niche producten, in kleine aantallen van kleine producenten. Meestal moet de exposant mij het antwoord op de vraag, waar is je product te koop, schuldig blijven. Zo ook bij de heerlijke knoflook uit Rovigo, die ik meekreeg tijdens de horecava. Of de spannende olijfolie met smaak van Sancin uit Friuli. Daar valt nog een slag te slaan. In die zin hoop ik dat True Italian Taste een steentje kan bijdragen aan de penetratie van authentieke Italiaanse waar op de Nederlandse markt. Handen uit de mouwen dus voor de Italiaanse producent, de marketeer en de consument. Ik zou zeggen: kies voor True Italian Taste, what else?

foto: creatie van Giorgio Locatelli in Roberto’s Restaurant.

En.. wil je deze regionale smaken van de Bel Paese zelf maken? Kijk dan eens naar de recepten op http://europe.trueitaliantaste.com/en/ricette

foto: logo il vero gusto….

Frankrijk volgens foodbloggers.

Frankrijk volgens foodbloggers. Elk jaar plaats ik in de Facebookgroep Foodbloggers Benelux dezelfde oproep: “Wat is jullie favoriete Franse gerecht? En wat wil je erover vertellen?” Het levert altijd mooie verhalen, plaatjes en recepten op. Tijd voor een bloemlezing.

foto: mairie de Tournus (71)

Monique Moreau vertelt:  “Ik vind heel veel plekken mooi in l’Hexagone ofwel Frankrijk. Ile d’Oléron met haar prachtige oesters en kleine mosselen verdient wel een aanbeveling!”

Frankrijk-blogger René Meesters: “Wat een moeilijke vraag. La douce France kent zoveel mooie en favoriete plekken. Allemaal met hun specifieke eigenschappen. Onmogelijk dus om volledig te worden. Voor een stedentrip beveel ik (behalve Parijs) altijd Lille aan. Dat heeft ook met de afstand te maken. Zelf ben ik dan binnen 2 uur ‘midden’ in Frankrijk. Verder Nancy of Lyon, Metz is mooi maar de omgeving is het meest saaie stuk van Frankrijk.” Hij vervolgt: “Streken waar ik steeds weer naar terugkeer: De Ardèche en de Dordogne (met Sarlat-la-Canéda). En wat zuidelijker de Franse delen van Baskenland en Catalonië. Dichter bij huis heb ik zeker iets met Picardië (zelfs leuk voor een korte vakantie bij mooi weer en met Amiens als stralend middelpunt) en onlangs heb ik ook het zuidelijk deel van Normandië (bij de invasiestranden) aan mijn permanente verlanglijstje toegevoegd. Daar mag ook Bayeux niet ontbreken en persoonlijk een beetje verliefd op Courseulles sur mer, al zal dat wel een persoonlijke reden hebben, vermoed ik. Minder heb ik (nog?) met Bourgondië, al is ook Dijon een mooie stad. Hetzelfde geldt voor de Cöte d’Azur, waar Nice dan weer de moeite waard is. Eigenlijk houdt het niet op: de Jura, de Vogezen, de Drôme, Bretagne….Tja.” René zond een leuk recept in voor flammkuchen uit le Grand Est. 

foto: tarte flambée van René

Petra Poudèl, die zelf jarenlang in Nice woonde en werkte, noemt socca à la Niçoise, de pannenkoek van kikkererwtenmeel. Het lokale streetfood. Gereons Keuken Thuis at dat nog in oktober bij het bekende adres Lou Pilha Leva in Vieux Nice.

foto: de socca place to be in Nice!

Grappig vind ik dat deze keer de inzendingen een hoog koek gehalte hebben, maar dat terzijde.

foto: Pascadou van Boor.


Boor Siegel, van domaine Malpas in departement Aveyron woont stuurde een heel simpel maar ontzettend lekker recept met een leuk verhaal op. Pascade of Pascadou zoals ze het in het Occitaans uitspreken.

De kust van Normandië, Fécamp met de mooie Benedictijner abdij. Ingrid Larmoyeur geeft cocktailsuggesties met de Normandische kruidenlikeur DOM Bénédictine en het verhaal over deze ooit door monniken gemaakte drank 

foto’s: cocktailtime at Vinissima.

Zelf is Gereons Keuken Thuis dol op la France profonde, het boerenland, de wijngaarden van de Mâconnais, kip uit de Bresse, gevoed met mais. Ik heb er al heel wat over geschreven. Voor de aankomende paasdagen mijn recept voor kip à la crème. Je vreet je vingers erbij op.

foto: la grande dame uit de Bresse.

Frankrijk volgens foodbloggers, een mooie aftrap voor mijn Franse weken. Dank voor jullie inzendingen. Maandag a.s. een heerlijk recept van mijn Franse kookheld Stéphane Reynaud. Mocht je nu geïnspireerd zijn door Monique, René, Petra, Boor of Ingrid? Aarzel dan niet om in een reactie onder deze post jouw lekkerste Frankrijk ervaring te vertellen en je favoriete recept uit de Hexagone te delen.