Chilean Wine Experience.

 foto: de verborgen wijngaarden van Chili.

Chilean Wine Experience. Op een natte maandagavond trok Gereons Keuken en Route oostwaarts richting hotel Casa 400, altijd een beetje thuiskomen, om heritage wijnen uit het zuiden van Chili te ontdekken en proeven. Chili is natuurlijk een bekend wijn-exporterend land, maar wij kennen in Nederland vooral de wijnen uit de noordelijker gelegen wijnregio’s. Verborgen in het zuiden van Chili liggen de wijngaarden van MauleItata en Biobio. Hier worden rode en witte wijnen gemaakt van oude druivensoorten, als cinsaultcarignanpaísmuscat en sémillon. In tegenstelling tot wat velen denken, zijn veel druivenranken in deze streken meer dan honderd jaar oud. Toch worden deze viñas viejas  als noviteit beschouwd. Gebieden vol terroir en wijnmaaktraditie. Een moeilijke taak voor de wijnmakers, gezien de droge gronden en veelvuldige aardbevingen. Maar zij zetten door, want hun toekomst komt uit het verleden. Met hun old Chilean bush wines. Nieuw voor Nederland.

 foto: espumante Brutall.

Niet alleen de kwaliteit en smaak,  maar ook de sociale cohesie, de symboliek, geschiedenis en ontwikkeling van deze wijngebieden op droge gronden maken, dat deze heritage wijnen zich onderscheiden van de andere Chileense wijnen. Tijd dus voor een echte Chilean Wine Experience!

Gereons keuken Thuis startte met Brutall van Viña Piedras del Encanto, een gedurfd experiment, dat zo’n twee jaar geleden startte. Een nieuw label, Brutall voor mousserende wijnen uit de Itata vallei. Gemaakt volgens de méthode traditionelle van 100% muscat. Een mooie begeleider voor bij de appetizer, die bestond uit “pan amasado” (Chileens brood) en een “chanco en piedra“, een salsa van tomaat, peper en knoflook.

 foto: El Perla.

Van Terroir Sonoro  proefde ik een 100% mucat, wit voor bij de surf&turf gang, bestaande uit een empanada en gamba met maissalade en krabmayo. Een apart verhaal is dat sommige druiven van Terroir Sonoro opgroeien met speciaal voor hen gecomponeerde muziek.

 foto: ceviche met bruine bonensalsa.

Bij de ceviche van makreel met bruine bonensalsa proefde ik een sémillon El Perla van Bisogno Wines uit de Maule vallei.

 foto: viña Gonzalez Bastias.

Tijd voor rood, van de typische druif país, rood van Viña Gonzalez Bastiashandgeplukt en geperst met minimale interventie en natuurlijke gisten. Twaalf maanden lagering in aardewerk potten. Dat proef je, alhoewel de wijnen wat koud werden geschonken. De kippendijtjes met merken, Chileense zoete aardappelfrites lieten zich er goed bij smaken. Tijd voor een uitstapje naar de carignan druif van Moretta Wines, gedreven jonge vrouwen, die van deze druif een fruitige en sappige rode Carigno del Maule maken, die ondanks dat deze wijn op hout rust verbazend fruitig blijft.

 foto: ossenhaas met Trifulca.

Bij de gebakken ossenhaas met broodsalade, mais puree en salsa diablo en mojo, proefde ik de 100% cinsault van Viña Trifulca, een fermentatie van 10 dagen, waarbij 30% van de druiven een macération carbonique ondergaat. Daarna gaat de wijn op oude Franse vaten.

Het wijnfeest eindigde met een dessert wijn van Erasmo, gemaakt van 100% torontel druiven, die twee maanden worden gedroogd, daarna geperst en gefermenteerd in oude Franse vaten. Zoet met behoud van de zuren. Het vormde een mooie pairing met het dessert van crème caramel met hazelnoot, ananascake met méringue en mojito ijs.

 foto: het slotakkoord met Erasmo.

Wat een feest, de Chilean Wine experience en wat een keur aan wijnen en smaken. Opgetogen vertrok Gereons Keuken en Route huiswaarts. De wijnen uit Zuid Chili zijn een echte descubremiento, ontdekking. ¡Disfrutalos!

BIJDENDIJK, een keuken voor de Lage Landen.

 foto: cover BIJDENDIJK.

 

Bijdendijk, een keuken voor de Lage Landen. Gereons Keuken Thuis gaat (opnieuw) leren koken. Volgens de vier pijlers van Joris BijdendijkHet mooie product, de techniek en bereiding, consistentie van je gerecht, perfectie van de recepten met oog voor de details. Joris wist in zijn jeugd in de Ardennen al wat hij wilde worden. Nee, geen brandweerman, geen rockster of piloot, maar topchef. Geïnspireerd door het moois uit de moestuin, boomgaard en de beek bij het huis van zijn ouders ontwikkelde hij een plan om eens de sterren van de hemel te koken. In een notendop: Joris ging aan de slag in de Amsterdamse horeca, werkte bij Ron Blaauw, ging in de leer bij de gebroeders Pourcel in Montepellier en kookte bij Bridges een ster bij elkaar. Never a dull moment. Nu zeventien jaar later kookt hij in restaurant Rijks® met Nederlandse producten. Je zou het de culinaire eregalerij van de nationale kunsttempel kunnen noemen. Ik mocht daar eens proeven van zijn kunsten en was verrukt.

 foto: de “plaatjes” van gerechten.

En nu is er dan het langverwachte kookboek van Joris Bijdendijk met een duidelijke missie. Hij werkte er drie jaar aan, want deze kok gaat nooit over een nacht ijs. De nationale keuken prolifereren. Onze keuken naar een hoog niveau tillen. Zodat we er toe doen. wat een ambitie. Dat koken begint voor Joris bij de bron. Goed producten zijn leidend voor een gerecht. Hij herkent feilloos een verse kriel van een wat ouder exemplaar. Door met je vinger te wrijven over de schil. Al is je recept nog zo prachtig, de kwaliteit van je ingrediënten is een must. Een kookboek kan niet zonder recepten, maar deze zijn geen dogma’s. Er is aan de bron zoiets als weglaten en toevoegen. Je eigen draai eraan geven. Zoals in het recept voor radijs en piccalilly of de versheid van Opperdoezer ronde met een oestercrème. In ons land groeit, bloeit, zwemt, graast en vliegt zoveel moois. Dat verdient om er ook iets moois mee te maken. Dat is de bron voor Bijdendijk.

 foto: potten @ RIJKS®

De koolraap in zoutkorst, zijn jeugdherinnering van Bastenaakse kip met dragon, een gebakken forel, zeebaars in zoutkorst. Mooie basisgerechten en voor iedere thuiskok goed te maken. Voorzien en dat vind ik altijd leuk een wijnsuggestie. Bovendien besteedt Joris per recept aandacht aan de opmaak. Want zijn gerechten zijn echte kunststukjes. Dat kan net als sommige recepten wat afschrikken. Maar oefening baart kunst. Ik zelf heb het laatste nog niet in de vingers maar ga het proberen, gestimuleerd door dit prachtige boek. Het is een leerschool. Bijdendijk vertelt er graag over, hoe hij als blonde jongen uit Zuid aan de deuren van de culinaire tempels in Parijs en klopte zonder resultaat, maar uiteindelijk door de gebroeders Pourcel in het diepe werd gegooid. Daar leerde hij doen, doen, faire, doen en nog eens doen. Net zolang tot het perfect is. Dat zie je ook aan Bijdendijk, een keuken voor de lage landen.

 foto: inspiratiebron Bras uit Laguiole.

De missie, het derde deel van het boek, wil laten zien, wat je kunt doen met al het moois uit ons land. En Bijdendijk is niet zonder ambitie. Hij wil de aanstichter worden van een Gouden Eeuw van de Nederlandse gastronomie. Sterallures? Nee, die zijn hem vreemd. Het is de band, die door het samenwerken in een keuken wordt gecreëerd. Samen met sterke, niet anonieme producten creatieve nieuwe vondsten op het menu zetten. “Ik hoop, dat iedereen zin krijgt om met een boodschappentas vol Hollandse lekkernijen achter het fornuis te kruipen” Dat gaat Gereons Keuken Thuis zeker doen. Ik weet zeker dat dit kookboek met een grote Wow factor nu al veel toevoegt aan mijn “al zo brede” kennis. (dank voor deze leuke woorden voorin Joris!) Bijdendijk, een keuken voor de Lage Landen krijgt van mij een plaatsje in de eregalerij van Gereons kookboekenhoek. En ik ga eruit leren koken!

 foto: dank voor de krabbel!


BIJDENDIJK, een keuken voor de Lage Landen, Joris Bijdendijk (ISBN 9789038804084) is een uitgave van Nijgh&VanDitmar en is liever “lokaal” te koop voor € 39,99


Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Eigentijdse WILD gerechten.

 Foto: cover Eigentijdse WILD gerechten.

Eigentijdse WILD gerechten. De wilde weken breken weer aan in Gereons Keuken Thuis. Karakter Uitgevers begreep dit en stuurde mij het nieuwe kookboek van Duitse chef-kok Harald Rüssel, die graag kookt met wild en experimenteert met nieuwe recepten en bereidingen. Rüssel is eigenaar en chef-kok van Rüssels Landhaus in Duitsland. In de restaurants van deze charmante auberge kookt hij met lokale producten op het hoogste niveau. De kok noemt dit “neudeutscher Stil” Daarnaast is hij een groot wildliefhebber en fervent jager. Wild heeft dus een prominente plaats in zijn keuken. Door zijn passie voor jagen ontwikkelde Rüssel ook als kok een speciale kijk op zijn vakgebied en vooral op de voedingsproducten in onze geglobaliseerde wereld, gekenmerkt door een steeds intensievere landbouw en voedselproductie. Harald Rüssel werkt liever lokaal, met product dat kleinschalig is gemaakt en dat hij goed kent. Terug naar de oorsprong, groenten en kruiden uit eigen tuin, vlees van een diervriendelijke veehouder, ambachtelijk brood van de bakker en ook -heel duurzaam- jacht. Een middel, dat, als het zich richt op een gezonde wildstand, geen inbreuk maakt op de natuurlijke groei en het vrije leven van de dieren. In het elegante Landhaus St. Urban kookt hij, nadat hij afscheid nam van luxeproducten op de kaart, met streekproducten. Voorheen was het de Franse cuisine, die de scepter zwaaide. Rüssel maakte er een nieuwe Duitse keuken van. Met eigentijdse wild gerechten.

Het boek begint met een uiteenzetting over jacht versus intensieve veehouderij, een pleidooi van de chef om meer wild te eten. Daarna volgen praktische jagerszaken, als een jachtkalender, verkoopadressen en het bewaren van wild. We beginnen met koken. Harald Rüssel besteedt veel aandacht aan basics, het gebruik van de vleesthermometer, het kort of rosé bakken, roosteren, smoren of sous vide bereiden van wild. Bouillons en fonds komen aan bod. Heel spannend is zijn Spätburgundersaus. Hoe Duits wil je het hebben?

Roosteren van wild is iets wat je in Nederland weinig tegenkomt. In Duitsland is dit een geliefde wildbereiding. Homemade braadworst van wild, Rüssels eigener Art Currywurst, dips en chutneys voor het geroosterde wild, een reeburger en gebraad van het spit in de stijl van de Hunsrück. Of wat te denken van een echte wildpizza met een bolognese van wild zwijn. Prima foodtruck eten.

Video: Harald Rüssel maakt risotto met wildzwijn.

Hierna gaat het verder per wildsoort. Het wildzwijnzwartwild, is de laatste jaren enorm in populatie toegenomen. Wildzwijnsvlees is sappig en heeft het hoogste vetgehalte. Toch is het vetpercentage lager dan bij tamme varkens. Heerlijk vlees voor een klassieke cordon bleu of -moderner-een pulled pork burger. De ree is de volgende. Deze leven in het bos en aan de randen van akkers, zijn geen herten. Reeën zijn herkauwers. Het vlees is zacht van textuur en een ware delicatesse. Voor een in het geheel gebraden reerug, reeragout of gebakken lever van ree.  Het hoofdstuk over de ree sluit af met een “verdwaald?” recept voor wafels met slagroom en kersenragout, waarin geen reevlees is te bekennen.

Het hert, roodwild. de grootste groep in het Duitse wildbestand, leeft in roedels. Het hertenvlees is donkerder en krachtiger van smaak dan dat van een ree. Voor een hertenfilet met aardappelrisotto en schorseneren of een gesmoorde hertenschouder met knolgroenten. Gevolgd door een hoofdstuk over vederwild, eenden, patrijzen, duiven en fazanten. Voor zoetzure wilde eend met Chinese kool, klassieke fazantenborst of fazantenessence. Patrijs met bietjes of duivenborst met bloemkool op drie manieren. Allemaal simpele gerechten vol smaak.

De haas, tegenwoordig helaas zeldzaam. Jagers zien tegenwoordig vrijwillig af van jacht op deze dieren. Ze worden alleen geschoten als er teveel in één gebied lopen. Hazenvlees is iet speciaals, donker en krachtig. Je moet ervan houden. Een klassieke hazenpeper of hazenrug blijft een traktatie.

Het laatste deel gaat over ingelegd en ingemaakt. Over sauzen en bijgerechten. In Rüssels Landhaus worden veel zelfgemaakte producten gebruikt, zoals wildzijns– of reepaté of aspics. Bramenjus of vlierbessensaus met vermout, noga-kaneelsaus, de klassieke financière of pruimenjus. Wat een variatie. Nog wat brood- en groente recepten en je hebt een goede indruk van de eigentijdse WILD gerechten van Harald Rüssel, die dagelijks met zijn familie zijn Landhaus en Umwelt bestiert. Soms is de toon en setting wat Duits en stevig, maar daar houd ik wel van. Een fijn boek voor de wilde weken!

Eigentijdse WILD gerechten, Harald Rüssel. (ISBN 9789045212241) is een uitgave van Karakter en is “liever lokaal” te koop voor € 24,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Amsterdam Kookboek, recepten en verhalen.

 foto: cover Amsterdam Kookboek.

Amsterdam Kookboek, recepten en verhalen van culinair journaliste Laura de Grave. Gereons Keuken Thuis en de schrijfster van dit nieuwe kookboek hebben een aantal dingen gemeen. Onze liefde voor Neerlands hoofdstad, lekker fietsen door de stad, op zoek gaan naar leuke culinaire adressen en erover verhalen. Bovendien zijn we allebei import Amsterdammers, Laura sinds 2012 en ik sedert 1985. (Ja zo oud ben ik nu eenmaal) Laura’s Kookboek over Amsterdam is het gevolg van de wens van Laura om het roer om te gooien. Teksten schrijven kon ze wel, maar ze miste nog de broodnodige culinaire ervaring om zich in het vervolg culi journalist te noemen. Ze bedacht een plan. Laura meldde zich bij diverse restaurants en andere ambachtelijke keukens met de originele vraag: “Mag ik hier een dag komen werken, dan schrijf ik er een verhaal over?” Inherent aan onze stad zwaaiden de deuren open voor Laura. Want welke kok of ambachtsman is nu niet trots op zijn product? De aanpak werkte en inmiddels is ze een gevestigd culischrijver, die al heel wat publicaties op haar conto heeft staan. Haar mooie Amsterdam Kookboek is hiervan de apotheose. Een kookboek met typisch Amsterdamse, Nederlandse en multiculturele recepten, die zijn ingebed in de stad. Maar nog belangrijker vind ik de verhaallijn van het Centrum via Noord naar Oost naar West. Met de medewerking van al die oude en nieuwe Amsterdammers, die zich dagelijks inspannen om de lekkerste dingen te maken. Om de stad te laven. Een bijdrage aan het “terroir” van Amsterdam. Er staan voor mij niet veel nieuwe/onbekende adressen of specialiteiten in. De kracht van het boek ligt in de persoonlijke verhalen erbij. Van patissier Cees Holtkamp, slagerij Louman, over de enige echte ossenworst van de Wit, distilleerderij van Wees (waar ik tijdens de entreeweek van de UVA in 1985 de likeurproef wedstrijd won) en de oesters van Nam Kee op de Zeedijk. Wat een variatie. Ik ga niet alle deelnemers aan het boek opsommen, want het Amsterdam van Laura moet je zelf zien, proeven en voelen. Pannenkoeken in de Taksteeg bij Gartine, de koolraap van Rijks® of de stoofaal van stadsvisser Piet Ruijter. Allemaal verhalen en recepten, die de buik van Amsterdam laten zien, voorzien van sfeervolle foto’s van fotograaf Hans de Kort. (ook import) Ik kan er nog meer woorden aan wijden, maar mijn devies is, stap op je fiets met dit boek in je hand en ontdek de smaak van de  stad. Of zoals de schrijfster het zelf zegt: “Spring maar achterop!”

Amsterdam Kookboek, recepten en verhalen. Laura de Grave (ISBN 9789492037695) is een uitgave van Uitgeverij Brandt en is “liever lokaal” te koop voor € 25,00

N.B. Binnenkort verschijnt ook de Engelstalige editie, leuk voor je expat vrienden of buitenlandse gasten, die willen kennismaken met al het moois, dat Laura verzamelde.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Millet au potiron van de gebroeders Troisgros.

 foto: voorblad kookboek.

Millet au potironpompoenschoteltje. Een recept uit het boek met titel De originele recepten van Jean en Pierre Troisgros (Van Dishoeck). Sterrenkoks uit Roanne, een lijvig boek uit 1977. Ik herinner me nog hoe mijn ouders kraaiend van enthousiasme over de nouvelle cuisine terug kwamen na een weekend bij Troisgros te hebben doorgebracht. De grap is dat er in dit boek welgeteld één recept met de tegenwoordig alom aanwezige pompoen staat. In deze achttiende herfst van 21e eeuw wordt je er bijkans mee doodgegooid. De pompoen! Het ultieme herfstingrediënt voor foodbloggers, Instagrammers en supermarktclubbladen. Vorige week plaatste ik een oproepje op Facebook, om te achterhalen waarom er zoveel pompoenrecepten op blogs circuleren:

Ik schuim regelmatig allerlei blogs af voor mijn #foodbloggers tweet up op donderdag en zie dan dat veel bloggers veilige recepten kiezen. Het is nu herfst en als summum van dit seizoen zie ik de ene pompoen na het andere pompoenrecept langsfietsen. Dat terwijl de herfst juist een cornucopia aan ingrediënten biedt. Ik denk aan van alles uit de zee, Hollandse garnalen, rog, platvis en haai. Uit het bos van paddenstoelen tot haar- en vederwild. Slachtvlees voor pasteien en paté’s. Oesters, herfstgroenten. Ik kom het weinig tegen op blogs. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Is dit onkunde, of het feit van onbekend maakt onbemind of vinden veel foodbloggers de afgeschoten eend of ree zielig? Ik ben voor een blog tijdens mijn wilde weken op zoek naar jullie antwoorden. Ik hoop ze te vinden.

 foto: dag van de pompoensoep

 

“Ik denk ook omdat pompoenen goed scoren bij lezers. Die zoeken daarnaar en vinden dat ‘makkelijk’ en vaak ook betaalbaarder”, zegt  blogster Linda van AkenLuxemburgse Sonja gebruikt alleen wild tijdens de feestdagen en vis is nu eenmaal niet goedkoop in het Groothertogdom. Ilona de Wit, bourgondiër van worstenbrood&wijn voegt hieraan toe: “Ik ben gek op wild en vind het zeker niet zielig, in ieder geval niet zieliger als het eten van andere dieren, maar loop gewoon hopeloos achter met al mijn recepten bloggen. Ze verkopen tegenwoordig zelfs een behoorlijk uitgebreid assortiment bij de Lidl dus het is ook steeds makkelijker verkrijgbaar. Vorig jaar maakte ik nog bitterballen van wild zwijn vlees; die waren echt heerlijk. Mijn ervaring is dat mensen toch eerder wild eten dan ingewanden.  Bij de herfst denk ik trouwens ook aan pompoenen maar dat komt vooral door mijn moestuin. Verder zijn paddenstoelen & pastinaak ook herfstfavorieten.” Een  andere foodblogger meent, dat het niet per se onkunde is, maar dat andere herfst dingen nu eenmaal minder worden gegeten. Daar kan iets inzitten. 

Inge Thomassen zegt: “Pompoen is nou eenmaal superlekker! Maar als ik voor mezelf spreek is het vaak ook een combinatie van gebrek aan kennis (hoewel ik graag nieuwe dingen leer, dus als het op mijn pad komt ga ik de uitdaging zeker aan!), als ook de restricties van de supermarkt. Doordat ik fulltime werk en bloggen in de avonduren doe heb ik niet altijd de mogelijkheid om langs allerlei speciaalzaken te gaan en ben ik vaak dus beperkt door het aanbod van de supermarkt.” Moslima Madelon eet graag hert en konijn, maar weet niet altijd of dit makkelijk halal is te krijgen. (tip: ik zie vaak konijnen bij Slagerij het Lange Mes in de Amsterdamse Javastraat, neem aan, dat dat vlees halal is?) René Meesters werkt graag met ganzenvlees. Een ander noemt wild te duur. En dan zijn er nog de vegans en vegetariërs. Tot slot een laatste opmerking van Christien uit Zeeland: “ Ik denk dat het ook een beetje kwestie is van beschikbaarheid. Wij krijgen wild van de plaatselijke jagers, dus bij ons staat het in de herfst veel op tafel en aan oesters, haai etc. kom je hier in Zeeland ook gemakkelijk”

Wat een leuke antwoorden allemaal. Samenvattend kun je stellen, dat de pompoen in tegenstelling tot andere herfstproducten gezien wordt als goedkoop, weinig veeleisend en multi inzetbaar.  En overal verkrijgbaar. gemak dient de mens. Wild daarentegen is nog steeds een feestproduct en wordt beschouwd als duur en tijdrovend. De bambi-factor heb ik niet vernomen, noch onbekendheid. Soit, daarom tijdens deze wilde weken een pompoenrecept voor millet au potiron, niet van mijn hand, maar uit het kookboek van de broers Troigros. Een nagerecht voor de herfst, eventueel met een glaasje Marc de Bourgogne erbij. 

 foto: des potirons.

Millet au potiron.

Nodig:

700 g pompoen

40 g rozijnen

1 citroen

20 g boter

50 g suiker

50 g bloem

3 eieren

1/4 l melk

4 el crème fraîche

nootmuskaat

zout en peper

Bereiding:

Neem een oranjekleurige pompoen, die net rijp is. Schil hem en snijd het vruchtvlees in grote stukken. Week de rozijnen in koud water. Was de citroen goed en schil hem zo dun mogelijk net een dunschiller en houd de schilletjes apart. Breng water met wat zout in een pan aan de kook en laat des stukken pompoen hierin 10 minuten garen. Laat de pompoenstukken uitlekken in een zeef. Smelt de boter in een koekenpan en bak de pompoen hierin tot de natuurlijke sappen zijn verdampt en een puree-achtige massa wordt verkregen.

Doe de bloem, suiker, eieren, melk en crème fraiche in een grote kom en meng alles goed door elkaar met een garde. Voeg vervolgens, al roerende, de pompoenpuree toe. Laat de rozijnen uitlekken en voeg ze eveneens toe. Roer tenslotte wat geraspte nootmuskaat, versgemalen peper en fijngehakte citroenschilletjes door het mengsel. Verhit de oven op 170 graden. Neem een vuurvaste schotel, waarin het mengsel een laag vormt van 4 à 5 cm dikte. Giet het pompoenbeslag hierin en bak het geheel in 40 minuten au bain marie af. Laat de schotel afkoelen en zet hem 2 à 3 uur in de ijskast. Serveer dit gerecht zo koud mogelijk. (Noot: dit lijkt mijzelf ook warm lekker!)

Eataly, eigentijds Italiaans eten.

 foto: cover EATALY in herfstlicht.

EATALY, eigentijds Italiaans koken. “Een kookboek biedt misschien wel de perfecte gelegenheid om het eens te hebben over gezondheid, duurzaamheid, harmonie en allerlei andere zaken, die komen kijken bij onze voedselkeuzes”, zegt Oscar Farinetti, eigenaar en oprichter van de Italiaanse foodketen Eataly, met winkels in Italië en buitenland. De mare gaat dat wij er in 2018 ook kunnen verwachten in Amsterdam. Eten is een agrarische keuze, want uiteindelijk bepaalt de consument wat de boer verbouwt, teelt of fokt. Wat de visser vangt en de jager bejaagt. Soms creëert  het aanbod de vraag. Maar uiteindelijk is iedereen in de keten, boer, gast en kok, evenveel verantwoordelijk voor de kwaliteit van het eten. Mooie filosofische gedachte. Farinetti vindt dat de beste keuzes, de keuzes zijn die positieve emoties bij ons oproepen, de ontroering bij een herinnering aan een oud recept van moeder thuis, de euforie bij het proeven van een nieuwe smaak en het visuele genot van een mooi opgemaakt bord. Eten is alleen voeding, het is meer, zeker als je voeding duurzaam is geproduceerd en bijdraagt aan je gezondheid en welzijn.

De Italiaanse keuken geeft de filosofie  “Mangia bene, stare bene” vorm in een echte thuiskeuken, waarin de herhaalbaarheid van recepten en het terroir een verbond aangingen. Hieruit ontstond in de Bel Paese een rijke traditionele keuken, die tegenwoordig wereldwijd wordt beschouwd als een van de beste keukens. Italië kent een lange landbouwgeschiedenis, veel verschillende bodems, microklimaten, planten en diersoorten. Zij vormen de basis van EATALY, een enorme biodiversiteit , gebundeld in dit dikke kookboek met eigentijdse recepten. Eten verbindt. Laten we eens een tour door de laars gaan maken. Andiamo!

Antipasti, de traditionele start van de Italiaanse maaltijd, het opwarmertje in de vorm van gebakken polenta met lardo en truffel, een lesje over antipasto etiquette, kabeljauwballetjes, muffins met mortadella, kaassaus en balsamicoblokjes, uitleg over salumi en tong-hamrolletjes. Een buffet vol  thuis- en restaurantcreaties. Soepen in allerlei gedaanten zijn in Italië altijd een belangrijk gerecht geweest voor de contadini. Een hoeksteen van de samenleving, verfijnd of goed gevuld. De beroemde Toscaanse aquacottatortellini in brodo of een verfijnde paddenstoelen-zeeduivelsoepEATALY legt ook uit welke bouillon je gebruikt voor welke soep.

Pasta, vers en gedroogd, het fundament van de Italiaanse keuken, een hoofdstuk over de bereiding en het bewaren van verse pasta. Heerlijke primi zoals pappardelle  met konijn, gnocchi met cime di rapa of canederli met speck uit Alto Adige. Gedroogde pasta, zoals reginette met ragù of de wereldberoemde bucatini op de wijze van Amatrice.

Het fijne aan EATALY vind ik dat er bij elk gerecht een passende Italiaanse wijn wordt gepresenteerd of een extra katern met wat meer achtergrond over het gerecht. We reizen verder, via rijst, hartig gebak, vis en zeevruchten naar Vlees, voor sappige hamburgers, die tegenwoordig ook deel uitmaken van het Italiaanse dieet. Maar dan wel gemaakt van prime quality rundvlees, zoals het witte Val de Chiana ras. Een lesje in kwaliteitsvlees, ossobuco ontbreekt niet. Noch faraone, parelhoen, dat vaak op het menu staat. Weer een mix van thuis- en chefreceptenGroenten, belangrijk ingrediënt, voor panzanellaartisjokpakketjes en gefrituurde courgettebloemen.

Via granen komen we bij het hoofdstuk brood, focaccia en pizza. De controverse tussen de Napolitaanse en Romeinse pizza wordt uitgelegd, het zoutloze brood van Toscane heeft een plek, gistsoorten en creatieve focacciarecepten. #nowaste. Via kazen, desserts, zoet gebak komen we wel misschien bij het leukste hoofdstuk over warenkennis. Dat maakt dit kookboek zo bijzonder, de volledigheid en dat EATALY behalve bijzondere recepten een stuk kennis overdraagt. Want daar begon het tenslotte mee in de cucina casalinga. EATALY is een boek, om, telkens als je over Italiaans eten schrijft of praat, te raadplegen.

EATALY, eigentijds Italiaans koken. (ISBN 9789000356867) is een uitgave van Unieboek/HetSpectrum en is “liever lokaal” te koop voor € 45,00

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Het Wild kookboek, Jacques Hermus.

 foto: cover Het Wild kookboek.

Het Wild kookboek, de beste recepten voor elk seizoen, doorspekt met reportages. Ik ben een vreemde kookboekengebruiker. Ik kook nooit de recepten uit een boek, maar zie het als een geheel. Een kookboek moet voor mij een belevenis zijn, mij mee op reis nemen, mij voeden met nieuwe ideeën. Of zoals in het nieuwe boek van Jacques Hermus een glimp geven van een wereld, die ik niet van nabij ken. Storytelling noemt men dat tegenwoordig. Hermus nam Gereons Keuken Thuis al eens op sleeptouw met zijn “jongensboek” Het Wilde Eten, waarin hij je mee op avontuur neemt naar de geneugten van het erf, de eigen moestuin, visserij en foerageren. In zijn nieuwe boek Het Wild kookboek heeft Jacques een specifieker doel: de jacht! In de Achterhoek, het wild walhalla van ons land.

Laten we eens op verkenning gaan. Hermus’ boek start met een herinnering aan zijn ouders, die al handenwrijvend klaar stonden als jagers langs kwamen om een fazant, haas of ree te brengen. Zijn vader draaide zijn hand er niet voor om een haas te villen, waarvan zijn moeder dan een heerlijk gerecht maakte. Van kindsbeen tot op heden heeft de jacht Hermus gefascineerd. Hij zegt dat dit boek ontstaan is uit deze fascinatie en ging op onderzoek uit. Op bezoek bij de jager, zelf op jacht, de poelier en in Achterhoekse restaurants.

 foto: vederwild bij Strandlodge.

De Smaak van Wild. Wild is krachtig van smaak, maar ook van emotie. Een anonieme speklap of kipfilet uit de onzichtbare vleesindustrie is wat anders dan een verschrikte blik van een ree of het gefladder van een fazant. Het doden van dieren is nooit mooi. Maar jacht op wild is wel duurzaam. Dan is er de controverse tussen jacht en “plezierjacht”. Je zou er een pittige discussie avond over kunnen opzetten. Maar los hiervan is wild ook smaak en tegenwoordig in steeds meer een light jasje te verorberen in de Achterhoekse restaurants. Zonder zware sauzen, maar met finesse. Daar wordt hard aan gewerkt in één van de grootste jachtregio’s van het land. En als het je emotioneel raakt kun je het ook niet doen, jagen, plukken of rapen. Maar gewoon genieten van de schoonheid van wild. Je bent tenslotte in de natuur.

Deze inleiding wordt gevolgd door een hoofdstuk, wat wild is. In principe alles wat niet is gedomesticeerd.  Niet alle wild is geschikt om direct op je bord te belanden. Vos is niet te eten, net als meeuw of kraai. Ook damhert uit de Amsterdamse waterleidingduinen is niet van goede kwaliteit. Hermus poetst direct een mythe weg: wild is niet biologisch. Want het is nooit te achterhalen waar het dier van heeft gesnoept, een on- of bespoten akker. In het boek betekent wild de soorten, die volgens de kalender mogen worden bejaagd en vers worden gepresenteerd op je bord.

Nederland is een klein jachtland, zeker vergeleken met Frankrijk of Duitsland. Dat heeft zo zijn voordelen, want waar elders soms wat losjes met de jachtzeden wordt omgegaan, is er in ons land veel toezicht. Hermus legt het allemaal uit, gevolgd door beschrijvingen van “ons” wild, de verspreiding daarvan en waar het te eten in de mooie Achterhoek, waar je tussen bolakkers en zoombos veel wild kunt spotten.

De Jacht. Jacques Hermus besteedt veel aandacht aan het officiële jachtseizoen en de jacht buiten het seizoen. Tegenwoordig mag wild niet meer worden uitgezet voor de jacht. Het zwijn was bijvoorbeeld uitgestorven, totdat de prins gemaal Hendrik zwijnen uitzette bij het Loo. Een enorme populatie van wilde zijnen is hiervan nog steeds het gevolg. Of wat te denken van de damherten, die nog steeds de waterleidingduinen bij Zandvoort bevolken en elke dag smachtend achter het afsluitend hek staan, dat hen nog steeds de doortocht over het speciaal aangelegde ecoduct verbiedt. (dit terzijde) Jacques Hermus betoont zich hierna een echte jager tijdens zijn reportage. Hij vertelt hoe je jaagt, wat je nodig hebt en welke hond je gezelschap houdt. Ik wist niet dat er verschillende taken bij verschillende honden passen. Tot slot een jachtkalender en wat terminologie.

We gaan de keuken in. Waar haal of koop je wild? Heel belangrijk het besterven. Hoe wild te bereiden? Met verhalen van de poelier en de chef. Het garen komt aan bod. En er moet natuurlijk gedronken worden, wijn uit de Achterhoek, biertjes of bitters. De garnituren bij het wild komen aan bod, van paddenstoelen via bessen tot noten.

 foto: hotel Bakker in Vorden.

Aan de slag met de recepten. Hermus verzamelde mooie wildrecepten van 19 restaurants in de Achterhoek, van Hummelo tot Winterswijk, van Ulft tot Groenlo. De Achterhoek is bezaaid met mooie wildrestaurants en dito gastvrijheid. Zo merkte Gereons Keuken Thuis ook tijdens een trip die ons oktober 2016 door de streek voerde.

Soepen en voorgerechten, winterse preisoep van de Hoofdige boer of een salade van reeham bij Hotel Bakker in Vorden. Hoofdgerechten passeren de revue. Wild-zwijnsrugfilet op de wijze van Boetiek Hotel Restaurant  Bonaparte, Smient van Ellens Restaurant of een tajine van Achterhoeks reebok. Allemaal beschreven in verbluffend makkelijk te maken recepten. De klassieke hazenpeper van Landhotel de Hoofdige Boer, fazantenborst met rookworst en spek van Hotel Café Restaurant de Gouden Karper of Haas in de wei van Strandloge in Winterswijk. Ik kan nog wel even doorgaan. De bijgerechten, een aardappel rösti taart van Hampshire Hotel Restaurant Avenarius, spruitjes met zongedroogde tomaat en sjalot van Havezathe Carpe Diem of spannende cantharelkroketjes van Restaurant de Woord. En hete bliksem, een jeugd dingetje in Gereons Keuken Thuis. Hermus besluit met sauzen en basisbereidingen. Likkebaardend lekker allemaal. En mocht je het niet thuis willen bereiden. Achterin het boek staan alle adressen, waar je gastvrij wordt ontvangen om te genieten van al dat wild uit de Achterhoek. Spring in je auto en ga het beleven.

Wat een boek heeft Jacques Hermus geschreven. Vol heerlijk eten en verhalen. Het Wild Kookboek is gewoon één bonk terroir!  Een must read!

Het Wild kookboek, de beste recepten voor elk seizoen, Jacques Hermus. (ISBN 9789059568044) is een uitgave van Fontaine en is “liever lokaal” te koop voor € 24,95.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Herfstpasta met eendenworstjes en kastanjechampignons

 foto: verweerde façade.

Herfstpasta met eendenworstjes en champignons. Dat is voor mij de geur van de zuidelijke Bourgogne. De wijnoogst is gedaan, het jachtseizoen geopend en de Asterix- en Obelixdorpjes in de heuvels maken zich op voor de wintertijd. (die overigens vandaag in gaat) Je ruikt het gevallen blad  van de eiken op de Col des Chèvres. Er wordt nog flink gekapt en gezaagd door de lokale houtvester. Zwermen spreeuwen doen zich te goed aan de laatste druiven alvorens verder te trekken. Overdag kan het nog heerlijk weer zijn, om bijvoorbeeld de laatste appels en noten uit de tuin te halen of late harvest tomaat. De overbuurvrouw hangt de blauwe salopettes en jasjes van haar man aan de lijn.  Na de schemer wordt het koeler en verschijnt de rokerige mistigheid. Mede veroorzaakt door de Franse traditie om in dit jaargetijde al je tuin afval te verbranden. Composteren doen we niet aan. Gelukkig ligt er binnen droog hout genoeg om een flink vuur in de haard te stoken. Glas witte chardonnay erbij uit het dorp met dezelfde naam en de stoelen dichtbij het vuur.Tijd voor de apéro met de op de markt bij elkaar gescharrelde crôtins, wildzijnsworstjes en wat walnoten. Luiheid ten top. Dat vraagt in de Bourgogne om een hartverwarmende doch snelle maaltijd. Vandaag een herfstpasta met eendenworstjes, kastanjechampignons en balsamico. De worstjes koop ik bij een bio slagerij in de Haarlemse Kruisstraat. Erbij drinken we een stevige rode Givry van domaine Parize. De smaak van pinot noir naast de geurigheid van de paddenstoelen.

 foto: het schemert.

Nodig:

8 eendenworstjes

400 g biologische penne

bakje kastanjechampignons

1 rode ui in ringen

2 tenen knoflook

50 g roomboter

olijfolie

peterselie

3 el balsamico azijn

peper en zout

gehakte peterselie

Bereiding:

Verhit in een pan wat olijf olie en de helft van de boter. Bak hierin kort de worstjes aan. Haal de worstjes uit de pan en zet ze opzij onder aluminium folie. Kook in een pan met ruim water de penne al dente. Bak de champignons aan in het bakvocht. Voeg daarna de rode ui in ringen roe en geperste knoflook. Snijd de worstjes in plakken en voeg toe. Blus het geheel af met balsamico. Maak op smaak met wat peper en zout.Voeg als laatste de rest van de roomboter en gare pasta toe. Serveer in grote schaal bestrooid met de gehakte peterselie.

Biefstuk Esterházy.

 foto: portret Miklós Esterházy.

Op zoek naar biefstuk Esterházy. Vorige week gaf, in de halve finale van Heel Holland Bakt, Janny van der Heijden de deelnemers de opdracht om een een Esterházy taart te maken. Hongaars gebak met laagjes botercrème tussen luchtig biscuitdeeg met een deken van fondant en chocolade. Ik had nog nooit van deze taart gehoord, maar dat terzijde. Ik dacht direct terug aan de biefstuk Esterházy met ganzenlever, die ik eens at in een hotel in Boedapest. Nu is het zo dat veel Hongaarse specialiteiten uit de negentiende eeuw de toevoeging (à la façon) Esterházy krijgen, genoemd naar de vorst en gourmet Pál Esterházy. Laat dit nu niet opgaan voor het biefstukgerecht, Esterházy Rostélyos, dat zijn naam dankt aan een andere Hongaarse vorst Miklós (Nicolaas) Esterházy, die de bijnaam “de Prachtige” had. Als je gaat zoeken naar gerechten met deze toevoeging op internet kom je de meest onwaarschijnlijke variaties tegen. Een Oostenrijks recept, dat een kilo meel gebruikt of een ander met varkenhaas en champignon, waarbij je meer denkt aan Stroganoff. Je zou bijna door alle Esterházy variaties het origineel niet meer kunnen traceren.  De vorst en veldheer verfraaide het ouderlijke slot, en richtte een beroemde muziekschool op. Miklós liet zich het leven smaken. In zijn barokke paleis in Fertöd  was het alle dagen feest. Esterházy organiseerde diners, bals en opéra-avonden. Joseph Hydn was de kapelmeester op het slot. Na de jaren 50 van de vorige eeuw verdween het adellijke toevoegsel Esterházy en werd door de machthebbers vervangen door Poesjkin, naar de grote Russische dichter. Na de val van de muur keerde de toevoeging weer terug, zowel voor de taart van Janny als de biefstuk van deze flamboyante vorst. Een gerecht van biefstuk met varkensworst en een zachte mousseline-achtige puree/saus en zoet groenten. Erbij een glas robijnrood uit Eger, gemaakt van de kék-frankos druif.

 foto: slot Esterhaza.

Nodig:


600 g biefstuk in reepjes gesneden

2 wortels

2 pastinaken

1 medium selderij knol

1 grote ui

250 gram varkensworstjes (ambachtelijk)

2 tl paprika poeder

1 laurierblad

1/2 l water

zout en peper

boter en olie

1 el mosterd

sap van 1/2 citroen

125 ml zure room

wat bloem om te bestuiven

gehakte peterselie

Eventueel ter decoratie wat krullen Hongaarse ganzenlever.

Bereiding:

Snijd 1 wortel, pastinaak en de helft van de selderij in blokjes. De rest van, seldeij, wortel en pastinaak snijd je in zo dun mogelijke reepjes. (alumettes) Snipper de ui. Snijd de runderbiefstuk in blokjes. Haal het vlees uit de worstjes. Verhit wat olie en boter in een pan en bak het worstvlees aan. Schep het vlees eruit en zet apart. Voeg wat boter toe, bestrooi de biefstukreepjes met peper en zout en bak deze kort aan. Zet hierna apart onder folie. Fruit de ui en paprikapoeder. Roerbak de groenteblokjes en voeg wat water en citroenrasp toe. Laat de groente kort koken. Doe de groenten, 1 el mosterd, citroensap, 1 el bloem, zure room en jus in een smalle kom en mix deze met de staafmixer tot een zachte mousseline. Doe deze puree terug in de pan en voeg de biefstukblokjes en worstvlees toe. Verwarm nog ongeveer 10 minuten op laag vuur. Verhit wat boter in een pan en bak de reepjes overige groente kort aan tot dat ze zacht zijn. Serveer de Esterházy Rostélyos direct op een schaal gegarneerd met de reepjes groente en gehakte peterselie. Garneer voor de liefhebber met de ganzenlever.

Noot: foto vorst afkomstig van wikipedia.org en foto slot van esterhaza.hu.

Talk & Table met Jan-Simon Minkema.

 foto: Talk & table gast Jan-Simon

In mijn jeugd en ook daarna keek ik vaak naar “De familie Knots”, een kinderserie, waarin acteur Jan-Simon Minkema de rollen vertolkte van meester Arend Vogel, Onkel “hands up” X en “ouwe zemelaar” opa Knots. Wat hebben mijn broer (onkel X), een neef (opa) en ik vaak de dialogen geïmiteerd, waarbij ik vaak tegen mijn zin tot neef Herbert werd gebombardeerd. De Knots gekte ging destijds zo ver, dat, als wij het (ook nu nog) over tante Til hebben, precies weten wie we in de kennissenkring bedoelen. De dame in kwestie is nooit meer van haar bijnaam afgekomen. Jaren later leerde ik Jan-Simon opnieuw kennen, weliswaar niet via TV, maar virtueel. We werden Facebook vrienden en ik ontdekte dat er achter de man een cornucopia van creativiteit, schrijverschap en storytelling schuilgaat. Wat veel talenten en een ijver. Daar wilde ik meer van weten, dus vroeg ik Jan-Simon mee te doen aan talk&table, de herfsteditie. Gereons Keuken Thuis laat nu Jan-Simon zelf aan het woord in deze  nieuwe aflevering van talk&table. Ik wil alles van hem weten en beloon deze getalenteerde en creatieve man met een speciaal recept en bijpassende wijntips.

  foto: covers van Jan-Simons boeken.

Wie is Jan Simon Minkema? Vertel eens iets over jezelf?

Ik ben een man van 67 jaar, die geniet van het feit dat hij AOW-er is. Na een leven lang freelancer (ZZP-er) te zijn geweest geeft het me rust dat ik nu een vast maandsalaris heb. Dat wil niet zeggen dat ik niets meer doe, integendeel.

Wat doe je op dit moment? Wat houd je bezig?

Ik schrijf korte verhalen die ik af en toe op mijn FB-pagina zet. Die verhalen zullen een keer in een nieuw te verschijnen boek terecht komen. Ik geef al jaren boeken uit in eigen beheer.

Ik zie op Facebook vaak kleurige creaties van jouw hand voorbij komen.Vertel eens iets over je creatieve interesses? Hoe zijn die ontstaan?

Ik noem het ‘woonkunst’ en dat kan van alles zijn. Een beschilderd kastje of een dienblad op een kandelaar die ik op mijn eigen manier oppimp. De meeste basisspullen vind ik in kringloopwinkels en het is elke keer weer een uitdaging om er iets kleurrijks van te maken. Ook maak in kleine kastjes met daarin een heilige-medaille of plaatje dat ik opsier met kralen en pailletten. Die kastjes noem ik ‘heiligdommekes’.

Wat zou je doen als je één keuze had tussen het acteurschap en een ander beroep? Wat was je dan geworden? Geen compromis mogelijk.

Beeldend kunstenaar. (wat ik nu stiekem een beetje ben!)

Met veel plezier lees ik altijd jouw beschouwingen van een gesprek, dat jij hebt gevoerd of hoorde op straat. In zo weinig woorden treffend karakters neerzetten. Hoe doe je dat?

Door op straat, in winkels, op terrassen en eigenlijk overal heel goed naar mensen te kijken en naar de manier van omgaan met elkaar. Ik hoor vaak flarden van een gesprek die mij inspireren. Soms kan zo’n gesprek dagen door mijn hoofd spoken. Uiteindelijk belanden die mensen dan in een verhaal.

Wat is minst aantrekkelijke kant van het schrijven van voor jou?

Het wakker liggen als je zou moeten slapen. Af en toe gaat de inspiratie met me aan de haal en dan lig ik te bedenken hoe een verhaal of een gedicht moet gaan ‘lopen’. Als dat te lang duurt kan ik maar beter mijn bed uit gaan. Vaak doe ik dat dan ook. Dus het nachtbraken is wel eens een nadeel.

En wat is de meest aantrekkelijke kant van het schrijven voor jou?

Ach, wat zal ik zeggen: Het geeft een goed gevoel om op papier te zien staan wat je zo bezig gehouden heeft, en als het verhaal of het gedicht gelukt is en ‘naar buiten mag’, dan is het heel fijn om er reacties op te krijgen. En die krijg ik vaak, en vaak erg enthousiast. Dat doet me goed.

Staan er nog andere projecten op stapel? Jij als bezige bij.

Ik ga de tweede helft van november ‘Open Huis’ houden. Dan verkoop ik o.a. mijn boeken en dichtbundels, maar ook de woonkunst die ik het afgelopen jaar heb gemaakt.

 foto’s: de vrolijke woonkunst.

Jij hebt een neus voor koopjes, hoe is dat ontstaan?

Ik heb het altijd leuk gevonden om naar rommelmarkten en kringloopwinkels te gaan. Lekker ‘struinen’. Vaak zie ik iets in een voorwerp waar een ander niets in ziet en dan is het meestal ook niet duur. Een lampenvoet kan dan een standaard worden voor een beeldje. De buitenkast van een bimbamklok wordt dan opeens een leuk prullenkastje. Op die manier dus.

Wat vind jij een goddelijke maaltijd?

Een maaltijd met goede vrienden. Lekker lang tafelen met verschillende gangen vind ik het allerleukste dat er is. En mooie wijn erbij en inspirerende gesprekken maken zo’n maaltijd.  Goddelijk.

En natuurlijk welke wijnen, ik weet dat één keuze niet mogelijk is?

Ik ben geen kenner, en kan je dus ook geen namen noemen. Ik houd wel veel meer van rode dan van witte wijn. Hoewel een enkele keer witte wijn bij een zomerse salade natuurlijk heerlijk is.

Wat lust je echt niet en waarom niet?

Doperwten vind ik niet lekker. Die kreeg ik in mijn jeugd te gaar gekookt op mijn bord, bah.

Waarheen ga je het liefst naar op reis? En met wie?

Ik heb een hele goede vriend waar ik vaak mee op reis ben geweest, die noem ik ook mijn ‘reisvriend’. Tegenwoordig gaan we vaker dagjes uit, naar een museum of een bedevaartsplaats en zo’n dag besluiten we dan met een etentje. Dat zijn dagen met een gouden randje.

En als je niet creatief bezig kon zijn, wat zou je dan doen?

Ik kan me dat bijna niet voorstellen, want bezig zijn hoort heel erg bij mij. Maar ik lees ook graag, dus als ik niet creatief zou zijn dan zou ik nog meer boeken gaan lezen dan ik nu al doe.

  

Wil je nog iets anders vertellen….delen?

De laatste tijd denk ik vaker aan vroeger, aan mijn jonge jaren. Ik was wel geen hippie maar ik had toch ook een tik van de flowerpower, de mode, de muziek, en het gevoel dat de wereld mooi zou gaan worden. ‘The times they are a-changing’. Dat gevoel mis is soms als ik naar de huidige wereld kijk. Het kan ook zijn dat ik gewoon last krijg van het klimmen der jaren en dat ik zo langzamerhand een ouwe zemelaar begin te worden. (van dat ouwe zemelaar gelooft Gereons Keuken Thuis niets)

  foto’s: heiligdommekes.

Het recept voor Jan-Simon.

Op basis van zijn antwoorden zou Jan-Simon een op het lijf geschreven recept met wijntip als beloning krijgen. Hij noemt niet expliciet één gerecht of ingrediënt, waar hij dol op is. Wat wijnen betreft is hij meer van het rood, dan van het wit. Wat voor Jan-Simon belangrijk is is het delen van de maaltijd met vrienden. Ik zie het helemaal voor me, daar in zijn huis tussen alle kleurrijke woonkunst en “heiligdommekes” Voor deze creatieve duizendpoot dus niet een gerecht, maar 3 gangen herfstig menu met recepten uit mijn kook- en leesboek Gereons Keuken Thuis en een recept voor kalfsgehaktballetjes du chasseur. Met rode wijn uit de Beaujolais en Bourgogne en een afsluiter van Banyuls, zoet en gerijpt.

Salade Beaujolaise aux oeufs croustillants.


Nodig 4 personen:

1 krop frisée sla

1 krop eikenblad sla

250 g gerookte spekjes

3 sneden oud witbrood

4 eieren

olijfolie

2 tenen knoflook

1 el mosterd

rode wijnazijn

1 tl dragon

bloem

peper en zout

Bereiding:

Bak de spekjes uit en laat uitlekken op een stuk keuken papier. Pluk en was de salade. Snijd het witbrood in blokjes en bak er krokante croutons van met wat uitgeperste knoflook. Maak van de olie, azijn mosterd en dragon een dressing. Verhit een ruime hoeveelheid olie in een diepe pan.  Breek de eieren één voor één in het vet. Bestrooi de boven kant met wat bloem en draai het ei om. Bestrooi ook de andere kant met wat bloem en draai nog eens om tot er een mooi krokant ei ontstaat. Laat de eieren uitlekken op papier en bestrooi met zout en peper. Doe de sla op vier borden en schep de dressing erover. Daarna de spekjes en croutons. Erboven op komt het krokante ei.

Wijntip: Fleurie van domaine de la Rizolière.

Kalfsgehaktballetjes op jagerswijze.

Nodig 4 personen:

500 g kalfsgehakt

1 ei

paneermeel

bakje champignons

100 g spekblokjes

2 rode uien

2 tenen knoflook

glas rode wijn

tijm

1 tl paprika poeder

1 dl wildfond

50 g boter

olijfolie

peper

zout

gehakte peterselie

Bereiding:

Maak het gehakt aan met ei, paneermeel, peper en zout. meng goed en draai er kleine balletjes van. Verhit de helft van de boter en olie in een pan. Braad snel de balletjes aan tot ze bruin zijn aan beide kanten. Haal ze uit de pan en dek even af met aluminium folie. Snipper de uien en knoflook. Snijd de champignons fijn. Voeg aan het braadvet de spekjes toe en bak ze kort. Fruit kort wat paprikapoeder mee. Bak daarna de uien en knoflook.. Als laatste gaan de champignons en tijm erbij. Bak alles even door. Blus af met een glas wijn, Giet de wildfond erbij. Laat 10 minuten op laag sudderen. Leg de gehaktballetjes weer in de pan. Deksel erop en laat nog 10 minuten garen. Voeg op het einde wat kleine klontjes boter en de peterselie aan de saus toe. Serveer dit gerecht met wat aardappelpuree.

Wijntip: Rood uit de Les Essentiels collectie van de Caves de Mancey.

Monte Bianchini, kastanjebergjes met room.


Nodig (4-6 personen):

500 g ongepelde kastanjes

1 eetlepel venkelzaad

4 el warme melk

2 el suiker

3 el cognac of rum

4 dl slagroom

1/2 eetlepel poedersuiker

cantucini

Bereiding:

Kerf de kastanjes in met een mesje. Breng een pan water aan de kook met een snufje zout en het venkelzaad. kook de kastanjes in een uur gaar. Giet de kastanjes af en laat ze afkoelen. pel de kastanjes en verwijder ook de vliesjes. Pureer de kastanjes met een fijne draaizeef of in de keukenmachine. Voeg de warme melk, suiker en cognac of rum toe. Klop de slagroom met de poedersuiker lobbig.Vul de glazen onderin met 1 of  2 verkruimelde cantucini koekjes. Schep het kastanje mengsel erop en garneer met een flinke schep slagroom. Ook kun je op een bodem van de koekjes er één  berg van maken en er bovenop een flinke dot slagroom. Een echte Monte Bianco.

En nog een toegift: