Gastblogger René Meesters over Barricourt.

Gastblogger René Meesters over Barricourt. René Meesters schrijft al jaren op zijn eigen blog Het eten is klaar. Hij heeft, net als Gereons Keuken Thuis, een voorliefde voor Frankrijk Maar daarnaast publiceert hij ook over andere delen van Europa. Behalve recepten en verhalen staan op zijn blog ook veel kookboekenrecensies. Een mooie aanleiding om René weer eens uit te nodigen voor een zomerse gastblog. Deze maal verhaalt hij over Barricourt, gelegen in le pays perdu van de Franse Ardennen. Het inspireerde Gereons Keuken Thuis om er een eerder geblogd recept voor een salade pissenlit bij te plaatsen.

foto: het droomdorp Barricourt..

Vakantiepark Barricourt. Iets meer dan 50 jaar geleden woonden er, verdeeld over vier dorpen, nog ruim 400 mensen in Tailly. Nu zijn dat er nog een krappe 200. Tailly ligt in de Franse Ardennen. Niet in het mooiste deel. Een licht glooiend terrein met akkers en weilanden zover je kunt kijken. De dichtstbijzijnde stad is Verdun, al telt die ook maar zo’n 20.000 inwoners. Het is een klein uurtje rijden met de auto. Naar Reims is het al gauw anderhalf uur. Een klein supermarktje ligt op zo’n 8 km. Daar ligt waarachtig ook een drie-sterren camping in de buurt. Het hoogtepunt van een verblijf daar is, volgens hun eigen website, het kasteel van Sedan, één van de grootste middeleeuwse kastelen van Europa. Niet het mooiste en toch ook nog gauw drie kwartier rijden. De school is ongeveer net zo ver. Wat ik eigenlijk bedoel: het Franse platteland heeft een probleem. Vergrijzing, leegloop, werkeloosheid. De Fransen trekken naar de stad. De jeugd heeft op het platteland niets te zoeken.

Barricourt. Zo’n 24 jaar geleden was ik in Barricourt. Één van de vier dorpskernen van Tailly. We verbleven er twee dagen bij vrienden die op hun beurt daar een huisje gehuurd hadden van dorpsgenoten. Het was voorwaar geen zomer! Er moest hout worden gehakt voor de kachel! Buiten was het grijs en kil. Uitstapjes herinner ik me niet. Wel een wandeling door het dorp, wat eigenlijk niet meer was dan een rondje om de kerk. Niet alle wegen waren verhard. Hier en daar stak een koe zijn kop door de deur. De fermier kwam eens kijken wie daar langs zijn boerderij liep. Ah, les Hollandais! Bonjour! Waarschijnlijk waren wij, behalve zijn vrouw, de eerste mensen, die hij die dag zag.

Doen? Ik vroeg en vraag het me nog steeds af: Waarom kopen Nederlanders een tweede woning op het Franse platteland? Oké, voor de prijs hoef je het niet te laten. Onder de € 50.000,- heb je al een heel behoorlijk opknappertje. Onder de €40.000,- zal je iets langer moeten klussen, maar het is mogelijk. Waarschijnlijk is alles mogelijk en zal het met minder uiteindelijk ook nog wel lukken. Maar dan? Reis je zelf 3 tot 4 keer per jaar af naar jouw stekkie in la douce France? Wordt dat jouw vakantie de rest van je leven? Of hoop je stiekem dat het toch goed te verhuren is? Dat heel veel mensen plotseling willen verblijven ‘au milieu de nulle part’? In niemandsland!

En toch! En toch droomde ik er zelf ook wel eens van. Wat als je nou zo’n heel dorp koopt? In het centrum staat een potentieel multifunctioneel gebouw mét klokkentoren. Daar kan een restaurantje in, een winkel of overdekte markt, een Carrefour Express. De bebouwing is talrijk genoeg om 50-60 vakantiewoningen te huisvesten. Het omliggende land is groot genoeg voor een camping, een zwembad. Het heuvellandschap leent zich prima voor fietsers en wandelaars.

Maar…. Het Franse platteland blijft stil, leeg en saai. Het gaat dus niet gebeuren!

foto: J’adore Barricourt.

Dank voor je leuke bijdrage René! Uit de oude doos plaats ik een recept voor een salade pissenlit erbij. Ik weet zeker dat je in de velden rond of op de muren van Barricourt voldoende ingrediënten voor deze salade vindt.

foto: muurbloempjes in een leeg dorp.

Recept. Een salade uit Lotharingen, een paardenbloem salade met warme aardappels. Voor het gemak maak ik gebruik van rucola, een verwant van de paardenbloem. Is het ook voor de wat minder avontuurlijke lezers te behappen. Bij deze salade raad ik een Riesling uit de Moezelstreek aan.

Nodig 4 personen:

400 g krieltjes

200 g rucola

100 g spekblokjes

1 sjalotje

gehakte bieslook

1 teen knoflook

1 el grove mosterd

peper

zout

olijfolie

witte wijn azijn

Bereiding:

Was de krieltjes en kook ze gaar in hun schil. Was de rucola en laat uitlekken. Verhit de olie en bak de gerookte spekblokjes uit met het sjalotje en de knoflook. Snijd de nog warme krieltjes doormidden en meng deze met de rucola en bieslook. Schep de spekblokjes over de salade. Blus het spekvet met wat witte wijnazijn en voeg een schep grove mosterd toe. Giet de warme dressing over de salade. Serveer direct met een stuk knapperig stokbrood.

Het slagershandboek voor de thuiskok.

foto: cover Slagershandboek.

Het slagershandboek voor de thuiskok. Na alle aandacht voor groente, vegan en plantbased, is het nu weer eens tijd voor een stukkie vlees in de keuken. Gelukkigerwijs ontving ik dit terroir boek van schrijver, illustrator en ontwerper Arthur le Caisne, die in de rol kroop van slagersknecht. Le Caisne ging op stage bij twee toppers op vleesgebied in France métropolitaine. Vleesaffineur en rijper Jean Denaux, die zelf liever spreekt veredelen spreekt. En Fred Ménager, expert op het gebied van alles dat fladdert en dat is in la douce France meer dan de kipdelen, die je in ons kikkerland aantreft. Twee vaklieden dus stonden aan de basis van dit uiterst handige boek. Ik vind het een leuk naslagwerk in de categorie werk van Stéphane Reynaud en Bon Appétit van François Régis Gaudry. Heel Frans zijn de getekende illustraties van topvee, wild en gevogelte. En de clin d’oeil (knipoog) bij de besproken waar. in de vorm van commentaren boven de tekst. Want vlees eten, zeg nu zelf, is naast een serieuze zaak ook genieten.

Het eerste gedeelte gaat over dieren, van rund tot en met wild. Welke rassen zijn er?Hoe snijd je het vlees uit? Is wayguvlees echt zo bijzonder? En hoe zaag je een mergpijp? Le Caisne legt ook uit bij welk vlees je een scherp vleesmes gebruikt en bij welk vlees juist een gekarteld broodmes. Het Hongaarse wolvarken passeert de revue, een ras, dat bekend staat als de waygu onder de biggen. Je leest tevens een grote betrokkenheid bij de vee-industrie, want bij het lamsvlees pleit de schrijver voor raslamsvlees. De AOC’s, Label Rouge en andere keurmerken komen aan bod. De geschiedenis van de kip en tot slot wat lokaal wild.

foto: varkensrassen, nooit vergeten dat een varken een heel intelligent dier is met heel veel humor.

Nadat het vlees is geslacht en afgehangen, gaat Arthur le Caisne in het slagershandboek voor de thuiskok aan de slag met de bereiding. De geheimen, die hij ontfutselde aan eerder genoemde experts. Het gebruik van materiaal, je ingrediënten, het al dan niet “voor”zouten van vlees, geheimpjes van sterrenkoks en je braadvet. Wederom met leuke illustraties van aquarellist Jean Grosson. En als het echt bijzonder wordt bezigt Le Caisne het de Franse kreet MIAM, wat zoveel betekent als Mmmmmm. Een groot gedeelte gaat in dit hoofdstuk over koken versus braden. Heel belangrijk is altijd de juiste temperatuur kiezen. Die is bij een stoof natuurlijk anders dan bij een entrecote of eendenborst

In het derde gedeelte van het slagershandboek vind je 25 basisrecepten voor rund-, kalfs- varkens- en lamsvlees. Lekkere bereidingen van gevogelte. Een apart deel, het blijft een Frans boek over fonds en bouillons ontbreekt niet. Gereons Keuken Thuis wordt er vrolijk van. Het slagershandboek voor de thuiskok krijgt een lekker plekje in mijn kookboekenhoek naast Jacques Hermus’ Wilde Eten, het wildboek van Stéphane Reynaud en de de bijbels van Bocuse en Troisgros. Vlees u weet wel waarom messieurs/dames!

Het slagershandboek voor de thuiskok, Arthur le Caisne. (ISBN 9789059569942) is een uitgave van Fontaine en kost in de kookboekenvakhandel of online €27,00

Video: een kippetje geroosterd op de wijze van Le Caisne

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

De Wijnkaart asjeblieft.

foto: cover De Wijnkaart sjeblieft.

De wijnkaart asjeblieft. 8000 jaar wijngeschiedenis in 95 getekende kaarten van 58 verschillende landen, waaronder ook ons relatief nieuwe wijnland. Een heuse wijnatlas ligt er hier op Gereons keukentafel, om moet ik zeggen kelderplank. Adrien Grant Smith-Bianchi en Jules Gaubert-Turpin maakten een atlas vernoemd naar een aantal reisgidsen en wijnposters, die deze mannen eerder maakten. De schrijvers van De Wijnkaart asjeblieft misten fraai gevormde media op het gebied van oenologie en bundelden hun krachten, Jules schreef de wijnteksten en Adrien tekende de mooie kaarten van de wijngebieden.  Het resultaat mag er zijn, een atlas die gaat over al die landen en mensen, waaraan wij ook heden ten dage deze heerlijk drank aan danken. Want wijn beurde Romeinse soldaten in de Oudheid op en bevordert tegenwoordig de sociale cohesie in chique wijken van San Fransisco. Grant Smith-Bianchi en Gaubert-Turpin (ben trouwens wel benieuwd hoe zij aan die dubbele namen komen?) nemen je mee op een wereldreis langs wijn in geografie, druivenrassen, hectoliters en in tijdlijnen met dit boek.

Laten we eens kijken waar de heren ons naartoe leiden. De tijdlijn begint in 6000 voor Christus. Ja, dan denkt Gereons Keuken Thuis direct aan Georgië. Bakermat van de wijnbouw. De schrijvers stellen dat je eigenlijk het gehele bassin van Zwarte Zee en Kaukasus als bakermat moet rekenen, want het huidige Turkije en Armenië deden ook al ver voor onze jaartelling een duit in het zakje. En overbodig te zeggen, het Midden Oosten, van Egypte tot aan Mesopotamië. Ik maak een sprongetje naar 1500 voor Chr.  Roemenië en Moldavië trappen af, het Oostelijk Middellandse Zeegebied, Griekenland, Cyprus en Macedonië. Daarna gaat het snel en verspreid in 1000 jaar tijd de wijnbouw zich over geheel Zuid Europa. Van Italië tot Portugal. Van de Maghreb tot ver in Frankrijk. Denk bij de laatste aan de enorme bronzen Griekse urn uit 600 voor Chr., die gevonden werd in Vix. Allemaal per land weergegeven in kaarten, met aanduidingen van druivenrassen en terroir.

We belanden in de Middeleeuwen, het tijdperk dat wijnbouw vooral een bezigheid was van de clerus. Je ziet op de kaarten, dat in heel Europa wijn wordt gemaakt, ook in noordelijker streken zoals Duitsland, Engeland en Oostenrijk. Maar via onderzoek ontdekten Jules en Adrien, dat ook Oezbekistan en China al een geduchte wijncultuur kenden. Vanaf ongeveer 1500 gaat het huidige België een toontje meezingen en na 1800 zie je de proliferatie van wijnbouw naar de nieuwe landen, van Argentinië tot Madagskar en van Californië tot Australië. Nederland is een relatieve nieuwkomer, net als India, Polen, Zweden en Thailand. Ach met de moderne technieken kun je op veel plaatsen wijn maken. Oenoloog Michel Rolland beweerde eens stellig dat dat ook op de maan mogelijk moet zijn. Tot slot besteden de schrijvers aandacht aan de herkomst en verspreiding van bekende druivenrassen.

De wijnkaart asjeblieft is een heerlijk snuffelboek, een eye opener- en een “oh juist zo zat het”wijnboek vol weetjes en mooi vormgegeven kaarten. Een must have voor wino’s zoals ik. Gereons Keuken Thuis gaat er zijn voordeel mee doen tijdens wijnpraatjes.

De Wijnkaart asjeblieft. door Adrien Grant Smith-Bianchi en Jules Gaubert-Turpin (ISBN 97890215773274) is een uitgave van Kosmos en is te koop voor € 25,00.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

La douce Paris, met Janny langs de lekkerste bakkers van Parijs.

foto: wat een heerlijke réligieuse.

La douce Paris, een woordspeling op la douce France, land van het zoete verrukkelijke leven. En dan la capitale Parijs, ville lumière, stad van knisperende baguettes, boterige croissants, smeltende pains au chocolat en taartjes. Want à Paris on prend la mésure en de grande dame, die je in dit boek langs al dat lekkers loodst, is niemand minder dan Janny van der Heijden. Als een volleerd randonneuse verkende zij de arrondissements, op zoek naar de lekkerste dingen van patissiers. En route dus met Janny.

La douce Paris is een ode van Janny aan deze stad, de elegantie, die zich ook laat zien in alle patisseriecreaties, sommige bijna te mooi op te eten. De schrijfster is dol op Parijs en bezoekt graag de bakkers, die bijna 24 op 24 Parijs bedienen van het heerlijkste op brood- , maar ook op patisseriegebied. Dat 24/24 is niet helemaal waar, want tussen 10 en 4 is het verboden te bakken. Maar tijdens de andere uren worden de heerlijkste broden en zoetigheden vervaardigd. Je kunt er een tour van maken. En dat is nu precies het leuke aan La douce Paris. Janny neemt je mee langs haar favoriete adressen.

We beginnen in de buurt van les Halles, tot 1962 Rungis het overnam, het culinaire hart van Parijs. Deze buurt werd getransformeerd tot cultureel centrum van de stad, maar raakte in de jaren negentig in verval. Nu is mede door ingrijpen met nieuwe Hallen de buurt weer sterk in opmars. Wat echter altijd bleef waren de gerenommeerde adressen, zoals Stohrer met zijn puits d’amour of maison Kayser met baguette mongue, vernoemd naar de eerste bakkerij. Janny verklapt hierna het recept om de heerlijke tarte au caramel van het laatste huis zelf te maken.

foto: cover La douce Paris

We belanden in de Rue Saint Honoré, een chique straat met bodyguards voor de merkwinkels. Een vriendin uit mijn studietijd woont daar en schreef over deze buurt een mooi boek. Der Himmel neben dem Louvre. Over haar leven in Parijs en in de salons du thé. Want dat kenmerkt deze buurt tussen Louvre en Place Vêndome, met de grote hotels en joailliers.  Je drinkt hier geen koffie, maar vlijt je neer voor een kop of kannetje thee. Ook vind je hier de grote huizen als Ladurée met de beruchte macarons, het chocolat chaud adres Angelina en le patisserie du Meurice, waar vrais objets d’art worden gemaakt. Te mooi om op te eten. Als je dat doet, doe zoals Janny en peuzel je taartje op in de fijne tuin van het Palais Royal. Een van de favoriete plekjes van Gereons Keuken Thuis in Parijs, ver van de stad, maar er ook middenin. La douce Paris gaat verder langs de bakkers en patissiers van de buurt rond boulevard Haussmann en Opéra. Daar zitten enkele pareltjes en favorieten van Janny, ook Japanse. Lunchen doe je bij  Galéries Lafayette of op het dak van Printemps. Montmartre en Pigalle, ontbreken niet aan de voet van de bute met de suikerzoete roomsoezenkerk, de Sacré Coeur. Een levendige buurt, met wederom een mooie route. De Marais, Rue des Rosiers, het hart van Joods Parijs, waar ze in de rij staan voor de falafel. Het leuke aan deze buurt is dat alles nog kleinschalig is rond de Place des Vosges. En wat te denken van de pretzels en apfelstrudel van Asjkenazische en koosjere bakkerij van Florence Kahn?

foto: stap in de Russische 19e eeuw bij Pouchkine.

Ik verlaat de rive droite, want aan de andere kant van de Seine ontdekte Janny ook veel moois. Studentenbuurt Quartier Latin. Vergeet niet bij Berthillon op Ile St. Louis een ijsje te eten, alvorens je tour te starten op de Place Saint Michel. Bezoek eens de Tunesische bakkerij in de Rue de la Harpe, score een boek, net als Alice B. Toklas of  Hemingway bij de Shakespeare Company en peuzel je zoete waar al lezend op in de tuinen van het Luxembourg. Of in de tuinen rond de Romeinse opgravingen in deze buurt. Terwijl ik nu zit te typen zie ik het allemaal voor me. Last but not least, gaan we BCBG naar Saint Germain des Prés, wieg van het rive gauche gevoel, met warenhuis Au Bon Marché en befaamde brasserieën. Ik ben door dit boek er wel achter dat taartjes ook iets existentialistisch hebben. Klassieke patisserie in optima forma, zoals de meesterlijke macarons van Pierre Hermé.

Inmiddels is het een wat lange recensie geworden en dan ben ik nog niet eens op de helft. La douce Paris is een smul- droom- en reisboek ineen. Zelfs op deze vrijdagochtend aan zee waan ik me even ailleurs. Volgende keer live op pad met dit heerlijke boek onder de arm. Want, als je in Frankrijk of Parijs bent verdien je elke dag een taartje, een stukje joie de vivre.  Chapeau Janny!

La douce Paris, Janny van der Heijden (ISBN 9789018045166) is een uitgave van ANWB boeken en te koop voor € 23,95 (leden) of € 24,95 (niet leden)

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Urban Jungle, Igor Josifovic & Judith de Graaff.

foto: cover Urban Jungle.

Urban jungle, wereldwijde trend, je zou zelfs kunnen zeggen, dat deze trendstatus is overgegaan in een blijvertje. Ik schreef dat al eens eerder in een blog. Want groene planten zorgen voor frisse en gezonde lucht, een fijn klimaat in je huis. Meer en meer citydwellers weten dit en voegen de daad bij het woord. Ook ik ben zo’n #greenhappiness plantaddict, zowel buiten als binnen, jaarrond. Lekker bezig zijn met groen om je heen. Interieurstilisten Igor Josifovic en Judith de Graaff troffen elkaar in 2013 op een terras in Parijs en ontdekten dat zij ook plantaddicts waren. Het resulteerde in een samenwerking, een maandelijks topic over groen en de blog urbanjunglebloggers. Velen sloten zich aan bij deze community en nu is er Urban Jungle, het boek, vol inspiratie voor een huis vol groen. In leuke settings, met fijne ideeën en tips van plantenliefhebbers uit verschillende steden. Igor en Judith hopen, dat het boek meer is dan een koffietafelboek en het je aanzet tot actie. Ik sprak gisteren op Gereons Keuken Thuis over #plantificeren van voeding. Dit mooie neologisme kan natuurlijk ook gebruikt worden voor je woonruimte N’est ce pas?

foto: greenscape at SeaSpot

Aan de slag met groen in je huis. Ik noem het meestal de kantoortuin, want als je veel vanuit huis werkt zoals wij beiden doen, is het fijn groen om je heen te hebben. Urban Jungle was op bezoek bij  Marij en Evert uit Alphen aan de Rijn, twee creatieve Nederlanders, die van hun standaard Hollandse woning een groene oase maakten. Planten in grappige potten van de kringloopwinkel, hangplanten en Marij vertelt hoe je zelf een plantenhanger van touw macrameet. Bij elk interview vind je handige tips voor styling en verzorging. Via cactussen en vetplanten gaat het verder naar Hastings (van de slag in 1066, maar dat terzijde), waar Jeska en Dean een groen juweeltje bewonen aan het Kanaal. Een huis vol vintage en groene planten. Alles is doelbewust verzameld. Ook de planten. Jeska laat als stylingtip zien, hoe je je eigen terrarium maakt.

In Urban Jungle mag de monstera of vingerplant niet ontbreken. Deze echte seventies knakker is back on track, net zoals de koning van het oerwoud de monstera deliciosa. We belanden bij een jong gezin nabij Heidelberg, Hier leven de Schmidts tussen het groen. Dit Duitse stel vindt het heerlijk de natuur in huis te halen. Als meisje vond Pepper het al heerlijk om buiten te zijn en met groene planten haalt zij de natuur naar binnen. Net zoals vondsten uit de natuur, geplaatst in een minimalistische setting.

De ficus elastica komt aan bod. Ik heb zelf twee robusta’s in SeaSpot staan, een donkerkleurige en een bicolor. Heerlijk stoere en mannelijke planten. Die tegen een stootje kunnen. Wisten jullie, dat een groot deel van groene planten door mannen wordt gekocht? Via de multifunctionele calathea, die tegenwoordig in allerlei schakeringen te koop is, o.a. bij Cuki in de Amsterdamse De Clerqstraat beland ik bij de creatieve Morgane uit Toulouse. Deze creatieve plantenliefhebster woont met haar zoontje in een groen nest. Never a dull moment bij deze Française, want zij tovert oude glaasjes met een likje verf om in plantenpotjes. De wekelijkse verzorging  van het groen is haar time out.

En zo gaat Urban Jungle van Igor Josifovic en Judith de Graaff verder. De populaire pannenkoekplant ontbreekt niet, net als de pilea. Het boek eindigt in een oase van groen in Istanboel. Het boek geeft als extra een register vol blogs, winkels en handige internetadressen. Urban Jungle is een heerlijk boek om inspiratie op te doen voor je eigen groencollectie, maar wat ik nog leuker vind aan dit boek is dat mijn groene vingers nu jeuken om aan de slag te gaan vandaag. Ter illustratie een kiekje van mijn eigen urban jungletje.

foto: mijn Mokumse urban jungletje

Urban Jungle, inspiratie voor een huis vol groen, Igor Josifovic en Judith de Graaff. (ISBN 9789059567719) is een uitgave van Fontaine en is te koop voor € 22,00.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Die saaie Hollandse keuken.

foto: de welvoorziene keuken in het Rijksmuseum

Die saaie Hollandse keuken. Via sociale media bereiken mij vaak berichten over de stand van zaken van de Hollandse keuken. Die is namelijk vreselijk saai. Expats denken dat wij leven op een dieet van haring, poffertjes en stroopwafels. Over het laatste product: wanneer dat nu gebombardeerd is tot nationaal gerecht? Want als je op zaterdag de rijen toeristen bij een stroopwafelkraam op de Cuyp ziet staan, zou je bijna denken, dat een stroopwafel een expressie is van onze nationale identiteit. Zoiets als pasta voor de Italiaan. Anything goes for InstaFaceGramBook. Dat zal wel meespelen! Maar nu terug naar die saaie Hollandse keuken. Waar komt toch het idee vandaan, ook bij Nederlanders zelf, dat onze keuken kleur- en pitloos is? Juist nu vindt er een ware culinaire renaissance plaats in de Nederlandse restaurants, verschijnen er leuke kookboeken over de Nederlandse keuken, al dan niet met een twist en is er veel aandacht voor ons eetverleden. Op Gereons Keuken Thuis besteedde ik er meerdere malen aandacht aan. Van koken uit de 17e eeuw, via een serie Nederlanders verkopen Nederland tot Hollandse keuken anno nu. Er zijn veel mooie producten tegenwoordig, makkelijk om de hoek te krijgen. Denk aan boerenkaas, vis uit de Noordzee, heerlijke groenten, met liefde verbouwd en vlees van rasvee. De keuze is nog nooit zo groot geweest.

Die saaie Hollandse keuken zit tussen de oren van velen. Je kunt dan inderdaad de discussie voeren of specerijen wel authentiek Nederlands zijn. Nee, die groeien niet bij ons, maar zijn gaandeweg onderdeel geworden van onze keuken. Net als tomaten uit kasteelt. Ik vernam eens van twee Ierse foodies, dat zij in hun winkel alleen Nederlandse groenten verkopen vanwege de constante kwaliteit. De aardappel, juist ja voor de stamppot, is ook een immigrant in onze keuken. Zo kun je nog wel even doorgaan.

foto: in korst gegaarde koolraap met bessensaus en geitenkaas van Texel.

Gereons Keuken Thuis denkt dat de saaiheid van ons eten komt door de toegenomen welvaart en gemakzucht. Voorheen bestierde moeder de vrouw de keuken en huishouden. Dus was er voldoende tijd om de dagelijkse maaltijd te koken, boterhammen voor het kroost te smeren en alvast de bonen  in de week te zetten voor daags erop. Vlees haalde je bij de slager, groente bij de groenteman en vis bij de vishandelaar. Melk en zuivel werden door de melkboer bij de deur gezet. Totdat alles geconcentreerd werd op één plek, de supermarkt. Vrouwen gingen buitenshuis werken en gemak dient de mens, alles kon je kopen onder één dak. Met als eindresultaat de huidige grab & go producten. Want daar hebben wij Nederlanders een handje van. Geen boterhammen meer smeren, maar hup een kaascroissant en een blikje energydrink en dan weer op pad. Zo banen wij ons een weg door die saaie Hollandse keuken van stamppot en stroopwafel.

Maar ik dwaal af op deze maandagochtend. Ik vind dat onze keuken helemaal niet saai is. Durf te experimenteren met wat je op de markt vindt. Lekkere groente, vis of heerlijk gevogelte. Vermijd de eenheidssmaken van het prefab eten, dat supermarkten aanbieden en je zult zien dat onze pot helemaal niet saai is. Ter illustratie voeg ik een recept van Joris Bijdendijk toe. Koolraap, gegaard in zoutkorst, wat een vondst, om met een wat ouderwetse groente een heerlijk gerecht te maken. Koolraap als basis in een nieuwerwetse setting.

foto: de diverse stadia van koolraap in zoutkorst.

Nodig:

1 grote koolraap

750 bloem

250 g fijn zout

350 g eiwit

2 eieren

Bereiding:

Maak een deeg met alle bovenstaande ingrediënten, behalve de koolraap Wikkel het gemaakte deeg om de koolraap. Tip van Joris: rol twee stukken deeg uit; één voor onder de koolraap en één voor op de koolraap. Zo pak je hem makkelijk in. bak de koolraap in deeg anderhalf uur op 170 graden. Haal de koolraap uit de oven en laat het volledig afkoelen. breek de korst open en snijd de koolraap in plakken van 2 cm dik. Neem een zo groot mogelijke ronde uitsteek vorm en snijd mooie rondjes uit. Je kunt de plakken ook nog even opbakken, krokant van buiten en zacht gegaard van binnen.

De komende weken gaat Gereons Keuken Thuis jullie bestoken via social media met #herhaalverhalen uit die saaie Hollandse keuken.

Witte wijn uit de Maremma.

Witte wijn uit de Maremma. In mijn leesboekenhoek staat een dun boekje, In Maremma, geschreven door David Leavitt. De schrijver, die furore maakte met het boek “Lost language of cranes” in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dit debuut was een coming of age boek over gay zijn in een middle class gezin in New York. Maar over dit boek ga ik het vandaag niet hebben. Leavitt kocht later samen met zijn man Mark een huis in Toscane. Wow, zou je denken, de kunststeden Siena, Firenze en Pisa, de Chianti vallei of het pittoreske Cortona van Frances Mayes. Welnee de twee heren uit Florida verhuisden naar de Maremma, het Wilde Westen van Toscane. Zij kochten een vervallen podere uit de jaren 50 en restaureerden die en schreven daar een boek over. Een tÿpisch “ik vertrek” werkje.

foto: cover In Maremma van David Leavitt & Mark Mitchell.

Maremma is een heel ander gebied dan de rest van Toscane. tegenwoordig een groot natuurreservaat. Er zijn sporen van het oude volk der Etrusken, die in de Oudheid het gebied drooglegden. Maar met het verdwijnen van de Etruskische cultuur werd het stil. Tot en met de jaren dertig van de vorige eeuw viel er weinig te beleven. Behalve dan het gezoem van de malaria mug. Het was een moeras. Er graasde wat wild vee, bij elkaar gedreven door butteri, de cowboys van Toscane. De drooglegging bracht een omslag. Vanuit de Veneto streken er wijnbouwers neer en sindsdien leveren de speciale bodem, het klimaat en de ligging aan de Tyrreense zee en mooi scala aan wijnen op. Wie kent nu niet de heerlijke rode DOCG’s morellino di scansano voor bij pasta met haas.

Witte wijn uit de Maremma. Van de heren van le bon BIB ontving Gereons Keuken Thuis, de Toscano bianco DOC van  Fattoria Mantellassi. Deze familie timmert al jaren aan de weg met hun mooie rode en witte wijnen. De Toscano bianco DOC wordt gemaakt van vermentino, trebbiano en een hint sauvignon blanc, die deze wijn net dat frisse geeft. Fris, fruitig en een tikje ziltig. Een prima zomerwijn. Ik zie het helemaal voor me tijdens de aankomende #alfresco zomer op Gereons Keuken Thuis. Een glas fris wit, gegrilde groenten van de barbecue. Hoemmoes erbij. Maar geen zoutloos Toscaans brood. De zomer kan starten. En vergis je niet een BIB is duurzaam, weinig sjouwen en je vult de karaf zo bij vanuit het pak. A tavola of tijdens de picknick!

foto: Acqua cotta van Saskia Balmaekers. (bron ciaotutti.nl)

Bij deze witte wijn uit de Maremma van Le bon BIB kies ik voor een klassiek gerecht uit deze streek, acquacotta. Gekookt water. Saskia Balmaekers van de Italië blog Ciaotutti is de bron van het recept vandaag. Alhoewel het zou Italië niet zijn,  als elke mama een eigen acquacotta versie had, vertelt Saskia.

Nodig:

(voor 4-6 personen)

125 ml extra vergine olijfolie

2 uien, gehakt

2 teentjes knoflook, gehalveerd

5 wortels, in stukjes

3 stengels bleekselderij, in stukjes

500 g ontvelde tomaten, in stukjes

zout en versgemalen zwarte peper

1-2 liter groentebouillon

8 sneden oud boerenbrood, in kleine stukjes

50 g pecorino, geraspt

4-6 eieren

Verwarm de olijfolie in een braadpan en laat de ui en knoflook op laag vuur zachtjes garen. Voeg na een paar minuten de in stukjes gesneden wortels, bleekselderij en tomaten toe roer alles goed door elkaar. Breng op smaak met een beetje peper en zout. Laat de groenten op laag vuur langzaam tot een dikke soep koken. Voeg dan de groentebouillon toe, net zoveel als nodig is om een vloeibare, maar dikke consistentie te krijgen. Warm het geheel goed door en laat eventueel nog een beetje inkoken. Week het oude brood in een beetje water en meng dit door de soep. Meng er ook de pecorino door.Breek vlak voor het serveren, als de soep de gewenste dikte heeft, de eieren boven de pan, zodat ze in de acquacotta garen. Zorg ervoor dat de eieren heel blijven en niet door de soep gemengd worden. Zodra het eiwit stevig is, is de soep klaar en kan iedereen aan tafel. Buon appetito!

Video: lettredelsangiovese op bezoek bij de makers van Mantellassi.

Noot: De witte wijn uit de Maremma werd mij als proefwijn gestuurd door de importeur. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

De Grote Hamersma 2019

foto: cover van de vuistdikke Grote Hamersma.

De Grote Hamersma 2019. Even dachten de wijnschrijvers Harold Hamersma en Esmee Langereis brodeloos te worden door een slogan van het clubblad van de blauwe grootgrutter. Deze pakte met kerst uit met: “0% alcohol 100% feest.” Was het einde nabij voor de wijndrinker, die wel van een feestelijk glas wit, rood, rosé of bubbels houdt? Niets bleek minder waar, er stonden nog nooit zoveel wijnen in de Grote Hamersma. welgeteld 3657 wijnen, inclusief 910 supermarktwijnen (daar waar de consument het meest zijn wijn haalt).642 sterwijnen, 1763 nieuwe vondsten, 1015 biologische en 176 mousserende wijnen. Wat betreft de laatste categorie, de Nederlander blijft in de ban van bubbels. wellicht te verklaren uit de trend van regionale bieren en gin&tonics.

Een andere waarneming is dat het aantal Italiaanse wijnen groeit, net zoals wijnen, gemaakt van bijzondere druivenrassen. Er is sprake van een “eigen druif eerst” effect. Wijnen van lokale rassen uit Oost Europa doen het goed. Orange wines uit bakermat Georgië, die het verbluffend goed doen bij de Ottolenghi-achtige gerechten, waarvan hipsters geen genoeg krijgen. Frankrijk spreekt een aardig toontje mee en tot slot wijnen met een smaakje, zoals gember of yuzu. Volgens Hamersma leuke nouveautés, maar vooral voor de glasbak.

De Grote Hamersma start met de top honderd van sterwijnen uit speciaalzaken en top 50 uit de supermarkt.. Dat zijn wijnen, die opvallend goed zijn in soort, druif, regio en/of prijs. Ik vind zo’n overzicht altijd heel handig. Niet alleen voor mijzelf, maar ook om mee te nemen tijdens wijnproeverijen of onder aan een blog van mijn hand. Er wordt mij namelijk vaak gevraagd welke wijn bij welk gerecht of waar kan ik een huppeldepup kopen? Dat vind ik nu het fijne aan een wijngids als De Grote Hamersma 2019. In één oogopslag kun je zien, wat er te koop is. Gerangschikt op druivenras en daarna op aanbieder, van AH tot Zekvinos. Onderverdeeld in rood, rosé en wit en per land. Praktisch om op te zoeken. Tevens bevat de gids duidelijke registers achterin. Maar behalve de praktische indeling is het ook heerlijk grasduinen in de Oscaruitreiking, die Hamersma en Langereis dit jaar samenstelden. Ik kom wijnen tegen die ik niet kende en ik wellicht kan vermelden onderaan een recept van mijn hand. Want dat vind ik het allerbelangrijkste van de Grote Hamersma, het stelt je in staat mooie keuzes te maken. In die zin zou dit boek op de plank van elke zichzelf respecterende foodblogger, dan wel culischrijver moeten staan. En mocht je De Grote Hamersma teveel uitdaging vinden, is ernaast De Kleine Hamersma een optie. Santé!

De Grote Hamersma, Harold Hamersma & Esmee Langereis (ISBN 9789059569623) is een uitgave Fontaine en is on- en offline te koop voor € 27,00.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Hollandse Kaas, Betty Koster.

Hollandse Kaas, het is vandaag 5 mei, Bevrijdingsdag. Op Gereons keukentafel ligt een boek over een oer Hollands product, gemaakt door kaaskoningin Betty Koster, die al dertig jaar de scepter zwaait over l’Ámuse, de kaaswinkel van Nederland zou je kunnen zeggen. Eigenlijk wilde Betty, een telg afkomstig uit een kaasfamilie helemaal niet in deze branche gaan opereren, maar om een centje bij te verdienen belandde ze tijdens haar schooltijd in de zaak van haar grootmoeder. En sindsdien is haar leven geconcentreerd rond kaas en de smaak ervan. Want er is kaas en kaas en Betty Koster weet daar alles van.

In het voorwoord van Hollandse Kaas beschrijft Felix Wilbrink haar beeldend als hoedster van de goede smaak. Dat betekent, dat Betty niet alleen goed kan proeven, maar ook de juiste keuzes weet te maken. Meereizen dus door de Nederlandse kaaswereld met de kunde van deze vrouw. Het kaasavontuur van Betty Koster startte in Santpoort, waar zij in 1989 een delicatessen-, kaas- en cateringbedrijf begon. L’Amuse. Ze kocht eerst buitenlandse kazen in bij de groothandel, maar alras verruilde Betty de groothandel in Diemen voor het zelf halen van kazen in Rungis. Tegenwoordig gaat dat anders en worden in haar zaak in de haven van IJmuiden twee keer per week de lekkerste Franse kazen aangeleverd. Ga daar eens kijken. Tot zover de buitenlandse specialiteiten.

Hollandse Kaas gaat natuurlijk over ons nationale product. De reputatie van Nederland als kaasland is al eeuwenlang heel groot. Door de drassige gronden van West Nederland, ontwikkelde Holland zich niet tot landbouwgebied, maar tot veeteelt gebied. Wat is er Hollandser te noemen, dan sappige groene wijden met grazende koeien? Melk te over en daar werd beroemde boter van gemaakt. Van de magere melk maakte men kazen voor de handel en voor op zee, tijdens koopvaardijtochten. Wij zijn een handelsvolk en dat betekent dat zich een grote kaasindustrie ontwikkelde. Er ontstonden coöperaties, die tot op heden bestaan. Tevens kennen we al eeuwen de grote kaasmarkten, zoals die in Edam, Gouda en Alkmaar.

Betty Koster vertelt over de BOB (beschermde oorsrprongsbenaming, niet de alcoholvrije chauffeur) van Goudakaas, laten we het de appellation controlée van kaas noemen, andere kwaliteitskenmerken en noviteiten. Ik heb deze nieuwe variaties zelf eens voorbij zien komen op een kaasexpo in  Houten. Nieuwe soorten kaas, niet meer alleen van koemelk, maar ook van geiten- en schapenmelk. Kaas is altijd in beweging. Hollandse Kaas besteedt hierna aandacht aan de productie van kaas. De basis is melk, het verhitten, het stremmen, het zuursel en stremsel toevoegen. De wrongel snijden en het pekelen. Tot slot gaan de kazen rijpen, al dan niet met toevoegingen. Denk aan schimmels, kruiden of specerijen. Het is maar wat de kaasmaker wil bereiken. Betty Koster legt uit hoe kaas te bewaren en tot slot dat is haar kunst, het pairen en proeven van kaas.

Hierna gaat de schrijfster met fotograaf Desiré van den Berg op pad door Noord en Zuid Holland en naar Utrecht. Want je kunt zeggen dat daar het overgrote deel van Hollandse Kaas wordt gemaakt. Zij bezoekt Friesland en Groningen en daarna wat andere provincies. De tocht gaat via Edammer kaasmakers via messeklever, Vinkeveense vinkenthaler, Utrechtse Reypenaer naar Terschellinger schapenkaas met zeekraal. Er volgt een uitstapje naar de broeders van La Trappe. Wat een diversiteit laat Koster zien in dit boek. Ze vertelt gepassioneerd over kaas, gelardeerd met mooie landelijke beelden van fotograaf Desiré, die de vaklieden en het product op de gevoelige plaat vastlegde. Gereons Keuken Thuis vindt Hollandse Kaas een boek, dat je stimuleert te gaan kijken en proeven bij deze ambachtslieden in Nederland. En heb je nadien zin om te proeven en kaas te kopen, wip dan gewoon aan bij Betty’s zaak in IJmuiden.

Hollandse Kaas, Betty Koster (ISBN 9789089897657) is een uitgave van TERRA en kost € 25,99.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Foodbloggers en culischrijvers over Italië

Het is  begin mei en het is weer tijd voor #italiaanseweken op Gereons Keuken Thuis. Met een heuse parade van foodbloggers en culischrijvers over Italië en la cucina. Op mijn oproep werd enthousiast gereageerd en zelf vond ik ook wat leuke blogs, recepten en verhalen. Dat de Bel Paese velen inspireert is duidelijk te lezen in onderstaande bloemlezing.

Foodbloggers en culischrijvers over Italië.

Ingrid zond een recept in voor panzanella, de Toscaanse broodsalade uit de cucina povera, glas witte San Gimignano erbij en Gereons Keuken Thuis is gelukkig. Vinissima Ingrid: “La cucina povera, de armeluis keuken uit Italië. Oud brood, veel rijpe tomaten, komkommer, ui, basilicum en azijn, dat zijn de hoofdingrediënten. Weer zo’n klassiek rustiek gerecht uit Italië dat in feite weinig kost en supersmakelijk is. Oud brood en tomaten heeft iedereen in Italië wel in huis. En de overige ingrediënten hangen dan af van wat er verder nog in huis voorhanden is. Als je topproducten hebt, wordt je beloond met een prachtig gerecht met een rijke volle smaak.”

foto: panzanella van Ingrid uit de cucina povera.

De aardbeientijd staat voor de deur. Elsa maakte een mascarponecrème Een dolce! Elsa vindt dit een heerlijke zomerse afsluiter van de maaltijd: “Crème van mascarpone met aardbeien is het ideale dessert voor naar het eten. Is heel lekker, luchtig en super makkelijk om te maken en je kunt het variëren met verschillende soorten fruit. De crème van mascarpone met aardbeien kun je in de koelkast bewaren tot het moment van serveren. Als je een diner wilt geven of een barbecue met deze heerlijke zomerse dagen dan is dit dessert echt een succes voor de gasten.”

foto: fragole con mascarpone van Elsa.

In een bloemlezing van foodbloggers en culischrijvers mag pazza nella cucina Wilma niet ontbreken. Zij bericht over al het lekkers dat zij thuis maakt, zoals deze ravioli met aubergine en boter. Een prima primo van Wilma: “Zelf verse pasta maken is toch wel één van de leukste dingen om te doen op kookgebied. In het verleden gebruikte ik de kneedmachine om de pasta te kneden, tegenwoordig doe ik het met de hand en eigenlijk gaat me dat ook steeds beter af. De vulling van deze ravioli is gemaakt van aubergine, ui en tomaten. In de beschrijving van het recept staat dat je het vel van de aubergine, na het roosteren in de oven, eraf moet trekken. “

foto: de verse ravioli van kookgek Wilma, gevuld met melanzane.

Curly Moscardini, ze stonden al even op de to do lijst van blogger Cora Meijer. Ze is trots op dit Italiaanse gerecht, want het ontvellen van baby inktvisjes is best een klusje om te leren. Moscardini hebben zelf een subtiele en delicate smaak, maar geven aan een stoofschotel juist een heel vissige smaak. Cultfood Cora kwam ze voor het eerst tegen in Venetië en aan de Adriatische kust: ” In plaats van risotto, maakte ik op dezelfde wijze organic volkoren rijstmix van basmati, rode en zwarte rijst. En voegde stoofvocht en witte wijn toe tijdens het kookproces. Echt heerlijk geworden! Het recept staat op Cultfood. “

foto: de riso met moscardini van Cora Meijer.

Uit haar happy kitchen komen de rijstballetjes, suppli al telefono van Anne-Marie, een prima antipasto of snack. Anne-Marie: “Mijn oog viel al snel op de arancini, iets wat ik al heel lang een keer zelf wilde maken. Deze risotto-ballen at ik regelmatig toen ik nog in Italië woonde. In Rome heetten deze balletjes suppli al telefono. Suppli komt van het Franse ‘surprise’ en ‘al telefono’ – aan de telefoon – is afgeleid van het feit dat wanneer je zo’n bolletje openbijt, de gesmolten mozzarella draden trekt die lijken op een telefoonkabel. Ja mensen, vroeger had de telefoon een kabel…”

foto: telefoondraden van Anne-Marie.

Francine met osobuco op haar eigenwijze wijze. Met een pleidooi voor het kopen van goede ingrediënten! Smaak is heel bepalend voor de Italiaanse keuken. Francine: “Eigenwijs ben ik stiekem wel een beetje te noemen. En dus een recept omvormen en er geheel een eigen wijze van maken past mij als foodblogger wel. Niets leukers dan lekker in de keuken staan een “beetje van dit” en “een beetje van dat”. Onderwijl niet vergeten foto’s en aantekeningen te maken. Want ik wil het daarna natuurlijk wel weer met jullie delen. Deze ossobuco op geheel eigen wijze kreeg hier thuis de handen wel op elkaar. Het vlees heb ik overigens ook nog eens zelf gezaagd, met recht een heerlijk homemade gerecht.”

foto: de eigenwijze osobuco.

We gaan verder culinair alleskenner Onno met zijn eigen versie van saltimbocca in het kader van een recensie van de Italiaanse kookbijbel. Zijn eigen Italië boek verschijnt op 7 mei. Onno zegt over deze bijbel: “De bijbel van de Italiaanse keuken. Tja, het team van Caffè Toscanini in Amsterdam zit erachter, Maud Moody, Leonardo Piacenti en Nina Bogaerts. Nu klinkt het misschien vreemd, maar ik ben van mening dat als het om landenkeukens gaat zeer goed ingevoerde buitenstaanders betere boeken voor andere buitenstaanders maken dan inboorlingen. Een niet-Italiaan snapt wat andere niet-Italianen niet snappen als het om Italiaans koken gaat. Snapt u wel?” 

foto: Onno’s saltimbocca.

Gereons Keuken Thuis vindt dat in deze parade van culischrijvers en foodbloggers Antoinette, de kookdiva uit Verona, niet mag ontbreken. Op Italiaans koken met vond ik haar overheerlijke koolhydraatrijke focaccia alla Genovese. Antoinette nadat haar mooie kookboek Mangiamo verscheen: “Ik kruip weer onder mijn culinaire steen. Kook, bak en braad. Bekijk filmend lekkere instagramaccounts, lees smaakmakende blogs, koop vette kookboeken en werk als een bezetene toch weer door aan die nieuwe receptenverzameling. Voor iedereen die het eten wil, juist nu een koolhydraatrijke focaccia alla genovese met rode ui en rozemarijn om je volvette, zoute vingers bij af te likken.”

foto: focaccia alla Genovese van Antoinette

Ik voeg altijd graag de recepten toe van auteur en vriendin Frances, die onlangs haar nieuwe reisboek See you in the Piazza ten doop hield. Reizen en eten door Italië, dat is “Under the Tuscan Sun” Mayes wel toevertrouwd. See you in the Piazza. Als het om Italiaanse zaken gaat blijven Frances & Ed een grote inspiratiebron voor Gereons Keuken Thuis.

foto: cover Tuscan Sun cookbook van Frances Mayes.

Tot slot een recept van Gereons Keuken Thuis voor deze foodbloggers en culischrijvers over Italië parade. De worstjes van de wijnboer, gebaseerd op de verhalen van chefkok en auteur Marlena di Blasi in haar boek 1000 dagen in Toscane. Ik maakte er een eigen versie van. “Salsicce arrostite con uve al vinaio”  We drinken bij dit gerecht natuurlijk een stevige Chianti

foto: worstjes van de wijnboer, dank aan Antoinette Coops.

Nodig (6 pers.)

150 ml olijfolie

2 el verse rozemarijnblaadjes gehakt

2 tl anijszaad

2 tl venkelzaad

gemalen peper

1 kg varkensworstjes

800 g druiven wit en blauw gemengd

250 ml rode wijn

peterselie

Bereiding:

Verwarm de olie in een steelpan op laag vuur. Voeg hieraan de rozemarijn, de anijs- en venkelzaden toe. Een flinke hoeveelheid gemalen peper. doe een deksel op pan en laat 15 minuten trekken. Je krijgt zo een aromatische olie. Prik met vork de varkensworstjes in en wel deze 5 minuten in niet kokend water. Verwarm de oven voor op  200 graden. Doe de worstjes op een bakplaat en bestrijk deze met de aromatische olie, voeg de druiven toe. Rooster de worstjes 25 minuten in de oven, keer ze om. de druiven zullen barsten. Als de worstjes gaar zijn kunnen ze van de bakplaat gehaald worden. Schraap de bakresten en de druiven van de bakplaat en doe deze in een pan. Voeg de rode wijn toe en kook deze saus iets in.Serveer de worstjes in een schaal met de druivensaus eroverheen en wat gehakte peterselie. Geef bij dit gerecht een lauwwarm boerenbrood.

Mille grazie voor jullie inzendingen! Tot de volgende parade van foodbloggers en culischrijvers over Italië.