Onglet à l’échalote van Thomas culinair.

foto: de feestelijke Franse boucherie

Onglet à l’échalote van Thomas Culinair. Deze gastblogger is geen onbekende op Gereons Keuken Thuis. Eerder zond Thomas al een recept in voor heerlijk herfstig stoofvlees met bokbier in de serie mannelijke foodbloggers vertellen en toen wij onlangs contact hadden in het kader van de Franse zomerweken verblijdde hij mij direct met een recept voor longhaas. Onglet! In Frankrijk een gewoon stukkie vlees. In Nederland wat minder bekend, maar daarom niet minder bemind. Ik kijk mijn ogen altijd uit bij grote vleeswinkels zoals Carnivor, die je overal in Frankrijk vindt. Ze hebben daar allerlei delen van het rund, waarvan wij nog nooit hebben gehoord. Voor allerlei verschillende bereidingen.

foto: onglet (carnivor.fr)

In de bistro’s van Parijs en de bouchons van Vieux Lyon is longhaas een frequent geserveerd stuk vlees. Met gebakken uien of sjalotjes, au sauce marchand de vin, pepersaus of sauce roquefort. Sauzen zijn belangrijk in de Franse keuken.  Smullen en dan het laatste restje saus met een korst van je bord af halen.

Thomas Jansen legt op zijn blog uit:

Wat is longhaas of onglet? De longhaas krijgt in Nederland steeds meer bekendheid. In Parijse restaurants staat longhaas, of onglet al jaren op de kaart. Dit vlees moet rijpen om lekker mals en sappig te worden. De longhaas laat de longen bewegen en is de middenrifspier van het rund. Het is een relatief onbekend, maar een erg smaakvol stuk rundvlees. De longhaas moet je even kort aanbakken, want het kan al snel minder mals worden als je het lang bakt.”   

Vandaag het recept van Thomas Culinair voor longhaas met sjalotjes, onglet à l’échalote. En als je dan toch in de Vallée du Rhône wil blijven drinken we er een rode Crozes Hermitage bij.

 foto: onglet à l’échalote van Thomas.

Nodig: 

1 longhaas
2 sjalotten
1 blaadje laurier
rode wijn
olijfolie
boter
peper en zout
wat kiemgroente of peterselie voor garnering

 

Bereiding:

Laat de longhaas minimaal een uur van te voren buiten de koelkast op kamertemperatuur komen. Zet een pan op het vuur en laat goed heet worden. Smeer de longhaas in met olijfolie en strooi er vervolgens wat peper en zout op.Leg de longhaas in de pan en bak de longhaas rondom in enkele minuten mooi bruin. Doe er op het laatst een klontje boter bij en laat even meebakken. Haal de gebakken longhaas daarna uit de pan en laat zo’n 10 minuten rusten onder aluminiumfolie. Maak ondertussen onderstaande sjalottensaus in het bakvocht van de longhaas.Snijd de gebakken longhaas voor het serveren in mooie schuine plakjes.Snijd de sjalotten in halve ringen en doe in de pan. Bak even aan tot ze wat kleur krijgen. Blus ze vervolgens af met een flinke scheut rode wijn en voeg daarna een laurierblaadje toe. Roer goed door en laat de sjalottensaus nog zo’n 10 minuten inkoken. Schenk bij het opdienen wat van de sjalottensaus over de gebakken longhaas.

Snijd de gebakken longhaas in mooie dunne plakjes en leg ze dakpansgewijs op het bord. Schenk er wat van de sjalottensaus over en maak het af door wat kiemgroente over te strooien. Natuurlijk kun je ook peterselie gebruiken. De gebakken longhaas smaakt heerlijk met een eenvoudige salade en verse frites.

Meer leuke recepten van Thomas Jansen, bijvoorbeeld voor een bavette of filet mignon lees je op Thomas Culinair

Roussillon met een recept van René Meesters.

 foto: leven in een ansichtkaart

Rousillon met een recept van- mannelijke foodblogger- René Meesters. Roussillon, ook wel Frans Catalonië genoemd ligt tegen de Pyreneeën aan. Nog even je bent op het Iberisch schiereiland. Zo voelt de sfeer ook aan in deze streek. Catalaans! De zinderende stad Perpinyà. (warmste stad van Frankrijk) Stad van de rugbyploeg, de Arléquins, die meerdere keren nationaal Frans kampioen werden. Dan wordt er meteen gefeest. Het schilderachtige Collioure, plaats van Matisse en consorten. Een explosie van kleur. De mooie brede stranden met zicht op het gebergte. De Mont Canigou als top erboven uit stekend. De heilige berg van alle Catalanen aan beide zijden van de grens. 

 foto: Collioure.



Alles onder de mediterrane zon. De Britse schrijfster Rosemary Bailey schreef ooit een ode op dit gebied in haar boek “Leven in een ansichtkaart”, dat ik een paar keer herlas. Zij restaureerde een oud klooster en bouwde een leven op boven op de berg en met de bewoners. Sterk, zoals zij de streek typeert. Ruig en tegelijkertijd verwelkomend. Kleurrijk zijn ook de producten van deze streek. De Roussillon wijnen, als droge variant in wit rood en rosé, maar ook versterkt en zoet zoals de Banyuls en Muscat de Rivesaltes. Zon gebotteld in een fles. De ansjovis van Collioure, kersen uit Ceret (hier streek Picasso neer) en slakken uit de bergen. Het beste van mar i muntanya zoals dat in mooi Catalaans heet. Een aanstekelijk vakantiegebied, niet alleen in de zomer. Eigenlijk heeft  Roussillon in elk jaargetijde iets te bieden.

 foto: wijnstad Banyuls


De gastblogger van vandaag, René Meesters, gaat ook graag op pad door dit gebied. Lekker op vakantie in campingrijk Argelès sur Mer, struinen door Perpignan en dagje de grens over naar het wat rommeliger “Spaanse” Catalonië, met o.a. Figueres, waar Dalí zijn sporen en museum naliet. Het inspireerde René om voor de Franse zomerweken een recept voor “boles de picolat” te sturen.

 foto: Perpinyà la Catalana

René Meesters, schrijver van het eten is klaar maakte voor de Franse zomerweken op Gereons Keuken Thuis een streekgerecht uit Roussillon. Eigenlijk een Frans-Catalaanse tapa. Op veel menukaarten van restaurants komt dit gerecht terug. Ook in de plaatselijke supermarkt is het kant en klaar te koop. Maar zelf maken is niet moeilijk. Hij heeft dan ook verschillende recepten gevonden. Hieronder zijn eigen versie. Het bevat in ieder geval gehakt (half-om-half), olijven, eekhoorntjesbrood en een pittige tomatensaus.

 foto: boles de picolat

Boles de Picolat (Catalaanse gehaktballetjes)

​​
Nodig:

700 g gehakt (half-om-half)
1 ei
50 gram bloem
2 uien
2 teentjes knoflook
1/2 bosje verse koriander of platte peterselie
250 gram groene olijven
100 gram eekhoorntjesbrood (of gedroogd eekhoorntjesbrood of champignons)
tomatenpuree, olijfolie, zout, peper.


Bereiding:

Reinig het eekhoorntjesbrood of week ze als ze gedroogd zijn.
Hak één ui zeer fijn samen met een teentje knoflook en de koriander (of peterselie). Voeg zout en peper toe en meng met het gehakt en het ei.
Maak kleine balletjes, Rol door de bloem en bak bruin in olijfolie. Houd warm.
Snipper ook de overgebleven ui en de knoflook en fruit dit aan in olijfolie. Doe ook de tomatenpuree en een half glas water in de pan. Laat gedurende 15 minuten sudderen (voeg eventueel een kleingesneden winterwortel toe). Voeg dan de gehaktballetjes, het eekhoorntjesbrood en de groene olijven toe. Doe er zoveel water bij dat de balletjes net onder staan, voeg zout en peper toe, doe de deksel op de pan en laat dit gedurende 45 minuten stoven. Doe er naar smaak kruiden bij.

Wijntip: Jonge rode Côtes du Roussillon AOP.

 foto: je eet boles de picolat met witte bonen.

Meer leuke verhalen over de Franse avonturen van René Meesters vind je op Het eten is klaar

Dipping al fresco.

  •   foto: El orto van Nestor de la Torre

Dipping al fresco. Vandaag begint Gereons Keuken Thuis het #alfresco seizoen, een zomer lang lekker buiten koken, bakken, grillen en natuurlijk eten en drinken. De nieuwste loot aan de stam is een heuse Seafood Boil, maar daarover later meer. Al fresco genieten op mijn Amsterdamse balkon, waar ik elk jaar tracht een paradijsje vol bloeiende bloemen en blakende groente te maken. Mijn eigen Hof van Eden. Het zonnetje komt door vandaag. Mijn handen jeuken, de uitgebloeide bollen eruit, nieuwe zaailingen aanplanten, de grill naar buiten. Al dan niet niet in mijn adamskostuum, want het is vandaag World Naked Gardening Day. Kan ik dat mijn buren wel aandoen? In ieder geval ga ik dipping al fresco, of dat skinny wordt gedaan? Dat kan ik niet zeggen, maar deze dips zijn een heerlijk voorgerecht op deze zaterdag. Een mooie manier om je dagelijkse portie van 250 gram groente binnen te krijgen.

Nodig:

voor de dips;

2 potten kikkererwten

1 beker Griekse yoghurt

2 rode bieten

1/2 komkommer

knoflook

komijnpoeder

chilipoeder

2 citroenen

olijfolie

bosje peterselie

dille

zout en peper

voor de groenteschotel:

1 gele paprika

1 rode paprika

2 wortels

1/2 bloemkool

4 stengels bleekselderij

bosje radijs

1 komkommer

Bereiding:

Was de groenten, schil ze indien nodig en snijd ze in mooie repen. Haal bij de komkommer de zaadlijsten eruit. Was de radijs en verwijder het blad. (later nog te gebruiken voor een romig soepje). Maak roosjes van de bloemkool. Leg alles in een mooie kleurige waaier op een grote schaal of hipsterplank. Laat de kikkererwten uitlekken. Voor de groene hummus pureer je 1 pot kikkererwten 3 tenen knoflook, 2 tl komijnpoeder, 1 tl chilipoeder, sap van een citroen, olijfolie, een bos peterselie en zout met de staafmixer tot een gladde groene dip.

Voor de knalroze hummus pureer je 2 rode bieten, een pot kikkererwten, 2 tl komijnpoeder, 2 tenen knoflook, sap van een citroen, olijfolie. peper en zout tot een mooie homogene massa. Snijd voor de tzatziki een komkommer in fijne reepjes en zet de reepjes in een zeef  met zout erover gestrooid apart. Meng de uitgelekte komkommer met de yoghurt, 2 uitgeperste tenen knoflook, dille, zwarte peper en wat olijfolie door elkaar. Voeg eventueel nog wat zout toe.

Mannelijke foodbloggers vertellen, de lepel van lex.

 foto: gastblogger Alexander.

Mannelijke foodbloggers vertellen, de lepel van lex. In september 2016 deed ik op Facebook een oproep aan mannelijke foodbloggers om hun verhaal te vertellen op mijn blog. Hartstikke leuk om te doen, want sorry dames bloggers, jullie krijgen al aandacht genoeg. Dit voorjaar, na een wat lange pauze in deze serie, meldde lepel van lex zich. Een blog vol culinaire verhalen, recensies en lekkere recepten. Heel divers. Wat een mooie culiblog heeft deze kerel! En hij kan goed schrijven. De man achter al dit leuks en lekkers pakte de handschoen op om te gaan gastbloggen op Gereons Keuken Thuis, want hij vindt dat er meer ruchtbaarheid moet komen voor de mannelijke foodblogger. Dat ben ik helegaar met hem eens. Het podium is voor de lepel van lex:

Mijn naam is Alexander Houthuyse en ik ben een echte foodlover! Sinds kort begonnen met mijn foodblog De lepel van Lex. Met een aangeboren interesse en passie voor eten en drinken uit alle windrichtingen schrijf ik mijn blogs. Ik ben een grote voorstander van ‘try before you die’ en altijd op zoek naar nieuwe smaakbelevingen. Met een Hongaarse moeder en Duits-Nederlandse vader heb ik een on-Hollandse culinaire opvoeding gehad. De Oost-Europese keuken is mij dan ook niet onbekend. Daarnaast heb ik door mijn Peruviaanse vrouw inmiddels ook veel Zuid Amerikaanse gerechten voorbij zien komen. Ik hou erg van Fusion food en combineer graag diverse stijlen en keukens, waarbij traditionele technieken samen gaan met moleculair koken. Ik wens jullie veel plezier met het lezen van mijn verhalen!

Soepie? Ja, als hij vers is. Ik ben zo’n enorme fan van home made soepen. Dat komt eerlijk gezegd omdat ik op een gegeven moment helemaal afknapte op de pakken en blikken soep. Tuurlijk was het ook een goed excuus om vaker in de keuken te staan. Omdat ik thuis vaak diverse paprikaschotels voorgeschoteld kreeg, ken ik deze populaire groente vrij goed. En de rode zoete paprika’s vind ik heerlijk. Deze zoet-pittige soep is lekker als lunch op een frisse zomerse lentedag met een goed boek in de tuin. Heb je een eigen broodbakmachine of een goede bakker om de hoek, doe je zelf dan een plezier met een dik snee brood die je lekker in je soepje kunt dopen.

Voor 4 personen

Ingrediënten:

4 grote rode paprika’s en 4 zoete puntpaprika’s
1 witte zoete ui
2 eetlepels Vegeta (kruidenmix, Albert Heijn) of 2 groentebouillon blokjes
2 theelepels Paprikapoeder
1 theelepel Cayennepoeder
Zout

Bereiding:

Snijd de paprika’s in grove stukken. Snipper de ui en fruit in een soeppan op een laag vuur aan. Doe de stukken paprika bij de ui en ‘bak’ even mee. Gooi vervolgens 2 liter koud water in de pan en laat 15 minuten op middelhoog vuur staan (Echte kooktijd ca. 10 minuten). Let op: de paprika’s moeten volledig onder water staan, anders wordt de soep te dik. Haal de pan van het vuur en pureer met een mixer. Schenk de soep door een fijne zeef over in een andere soeppan of kom. Druk met een pollepel de paprikamassa door de fijne zeef, zodat de schilletjes in de zeef achterblijven en je een mooie roodkleurige bouillon overhoudt. Zet de pan met de bouillon opnieuw op een middelhoog vuurtje. Voeg 2 eetlepels Vegeta, 2 theelepels paprikapoeder,  1 theelepel cayennepoeder en een beetje zout toe en laat nog 3 minuten doorkoken. Proef de soep en breng extra op smaak met een beetje Vegeta of zout.

Jaaroverzicht 2016

 foto: at the fireplace…..

Jaaroverzicht 2016. Nog een paar dagen te gaan en het is alweer 2017. Een nieuw jaar voor de boeg, met evenzovele blogs, voornemens, lijnplannen en nog veel meer. Meestal ideeën, die gedurende de eerste twee weken van het jaar weer sneuvelen. Wat is dat toch? Ik denk, dat het de hoop op iets nieuws is. Het laten voor wat het is datgene je het vorige jaar deed. Goedgemutst aan een nieuw begin beginnen. Mijn hoofd tolt vaak deze dagen. Maar vandaag blikt Gereons Keuken nog een keer terug in een jaaroverzicht. Door het kerstgedruis van afgelopen dagen was ik er nog niet aan toegekomen. Eens resumeren hoe 2016 verliep.

In januari schreef ik blog nummer 500 over het wel en wee van Jeroen Bosch en de stad, waarin hij woonde. Februari stond in het teken van oesters en wilde etenswaar naar aanleiding van het mooie boek van Parijse vriend Jeffrey Greene, waarin ik ook een bescheiden rolletje in meespeelde.

Maart, de lente lonkte en Pasen viel vroeg, dus aan de slag met paasrecepten voor Radio Noord Holland. Verder met april. Gereons Keuken Thuis zond een blog in over het mooie initiatief van Atheense studenten voor suspended coffee. Een idee, dat de wereld weer een beetje mooier kan maken. Deze post schreef ik in het kader van het maandelijkse foodblogevent, dat inmiddels een zeer kwijnend bestaan leidt. Ooit begonnen om je culinaire- en schrijfvaardigheden te ontwikkelen, nu een hijgend vehikel. Jammer, maar wie weet brengt twintig 17 iets nieuws.

In mei werd ik vijftig en verkende de stad Lissabon. Tijdens het struinen door deze mooie stad onder een blauwe hemel verschalkte ik heel wat pastéis. Die heerlijk zoete vanilletaartjes. Het liefst nog lauwwarm met wat kaneel en suiker. Bij terugkomst in Nederland schreef ik pasteis de feijao, taartjes waarvan bonendiva Joke zeker blij zou worden.

Juni, juli en augustus. De zomermaanden staan op mijn blog altijd in het teken van #alfresco koken en eten. Nu lieten de weergoden het een beetje afweten, maar in de buitenlucht ontstonden leuke creaties, zoals Saint Tropez Cooking. Wat in dit jaaroverzicht ook niet mag ontbreken is mijn Franse week in augustus. Ik deed een rondje zeshoek.

September was een mooie zomermaand. Helaas waren er geen inzendingen voor mijn #alfresco actie. Dus heb ik iemand anders blij gemaakt met de twee leuke kookboeken, die ik zou verloten. Deze winactie keert niet terug in het nieuwe jaar. Van geheel andere orde was mijn nieuwe serie “mannelijke foodbloggers vertellen…” Heel vaak wordt gedacht dat de foodblogwereld er één voor en door vrouwen is, maar mijn oproep liet het tegenovergestelde zien. Dank heren voor al jullie leuke gastblogs! Ik ben benieuwd naar de blogs in het nieuwe jaar.

Vergeet ik in dit jaaroverzicht 2016 helemaal te vertellen over alle boeken, die ik recenseerde in een jaar tijd, van een boek over smaak van Jeroen Thijssen, via pasta di Janny van der Heijden, Zuur van debutant Bas Robben, Zilt zoet Zeeland, Lizets puntneuzen en kersenpitten, de Grote Kleyn….. En zelfs ging ik bakken met kennis. Ik kan nog wel even doorgaan, maar lieve kookboekenauteurs jullie kregen allen een plekkie op mijn blog en sommigen zelfs een menuutje voor kerst. (met wijntips)

Oktober 2016 stond in het teken van Scandinavië en wild in de Achterhoek. Een dag eropuit met andere foodkornuiten om al het moois te ontdekken en proeven in deze prachtige streek.

In november is het traditioneel tijd voor het All you need is foodevent van Robert Kroon. Deze keer in de oude chocoladefabriek van Verkade in Zaandam. Met kookboekenrecensies Cobuse struinde ik de RAI af naar mooie Italiaanse waar. En ik ging aan de slag met PX sherry

En dan de decembermaand, waarin ik ging voor negen spannende kerstmenu’s uit mooie kookboeken, de vallei van de Loire verkende en met wat horten en stoten kerstlikeur bottelde. Zo was het jaar weer rond. Vele avonturen beleefd en enkele nieuwe projecten staan al in de steigers. Zoals snel slank voor het strand, want die tijd komt er ook weer aan. Jaaroverzicht 2016. Ik heb ervan genoten. Ik hoop jullie ook van Gereons Keuken Thuis. Ga me nu nog wentelen in de laatste contemplatieve momenten van dit jaar. Tot in januari…..

Rikkert Walbeek, foodblogger con pasión.

 foto: El cocinero Rikkert.

Rikkert Walbeek, een foodblogger con pasión, is op deze maandag de vierde mannelijke foodblogger met een verhaal voor mijn serie.. Een eigen geluid, dat je kunt lezen op rikkerttefood.nl. Een blog vol Spaanse heerlijkheden zonder pakjes en zakjes en met de mooiste verse ingrediënten. Daar houdt Gereons Keuken Thuis wel van. ( wie niet?) ¡DISFRUTALO! zou ik zeggen. Dank voor je leuke en persoonlijke bijdrage Rikkert!

Ik heb iets met de Spaanse keuken. Hoewel het verder gaat dan dat, het is namelijk de hele Spaanse eetcultuur die mij aantrekt. Eten is in Spanje echt ‘een ding’, soms zelf obsessief. Het is veel meer dan voedsel tot je nemen. Juist dat obsessieve heeft iets moois waar wij nog wel het een en ander van kunnen leren. En soms is het ook heel vermakelijk voor ons buitenstaanders.

Al heel lang heb ik iets met Spanje. Jaren lang gingen wij er op vakantie om er uiteindelijk ook een paar jaar te gaan wonen. Midden tussen de Spanjaarden in een dorp aan de Costa Azahar. Daar heb ik Spaans leren koken van de Spanjaarden zelf. Vicente, mijn buurman, leerde mij een echte paella Valenciana maken. Moeders van vriendjes van mijn kinderen leerden mij tortilla de patatas, albóndigas of bijvoorbeeld salmorejo maken.

De Spaanse keuken is heel traditioneel, lokaal, puur en vooral trots. Koken leer je van je moeder en je oma en hun recepten zijn heilig. Je maakt gebruik van de producten van het seizoen en het liefst uit de regio. Bovendien gebruik je alleen, of zoveel mogelijk, verse producten. Smaken komen van de producten zelf en niet uit een zakje, pakje of een potje. In de supermarkt zit altijd een goede slager met prachtig vlees en op de visafdeling koop je de mooiste verse vis die op dikke lagen ijs gepresenteerd wordt. Tomaten in Spanje smaken naar tomaat en niet naar water en dat geldt voor de meeste groente.

Spanjaarden en eten, ze kunnen er urenlang over praten met een passie waar ik soms jaloers op ben. Menig gerecht wordt bestempeld als écht het allerlekkerste ter wereld. Typische lokale ingrediënten zijn steevast het summum waar ze in de rest van het land een puntje aan kunnen zuigen. Om maar te zwijgen over het recept van oma, dat is het enige authentieke recept dat eigenlijk de moeder aller recepten is. Hoewel soms ietwat overdreven geniet ik altijd van de geestdrift waarmee Spanjaarden over eten spreken.

In Spanje is eten een sociale bezigheid. Afspreken doe je in de kroeg en bij je glas bier of wijn hoort minimaal een klein hapje, ook ’s ochtends om 11 uur. In het weekend spreek je af met vrienden of familie en wordt er samen gegeten. In een restaurant, buiten in de natuur of bij elkaar thuis. Niemand komt met lege handen, iedereen heeft wel iets te eten of te drinken mee. Ook al is dat nergens voor nodig want er is altijd meer dan genoeg.

Tijdens het koken bemoeit iedereen zich met het eten. De ongevraagde adviezen wisselen elkaar in hoog tempo af, hoewel niemand dat iets schijnt te deren noch er zich ook maar iets van aantrekt. De kok wordt tijdens en na afloop van het eten meermaals gecomplimenteerd maar wel geregeld met de opmerking dat oma het toch echt het allerlekkerst maakt.

Uit Spanje zijn natuurlijk de tapas bekend, het kleine hapje dat je in de kroeg bij je borrel krijgt. Over het ontstaan van tapas doen vele verhalen de ronde, twee daarvan zijn het meest waarschijnlijk. Tapa zou afgeleid zijn van het Spaanse werkwoord ‘tapar’, wat bedekken betekent, ‘una tapa’ is een deksel. Vroeger werd het hapje op het glas gelegd om zo als dekseltje te zorgen dat er geen stof uit de bomen of insecten in je drankje terecht kwamen. Een andere mogelijke herkomst zouden de regels zijn die koning Alfono de 10e in de 13e eeuw afkondigde. Hij verplichtte kroegbazen om bij elk drankje iets te eten te serveren om zo de effecten van de alcohol wat te verminderen.

Mijn favoriete tapa is pimientos de Padrón, een hele simpel maar oh zo lekker hapje. Dat zijn gefrituurde Padrón pepers bestrooid met zeezout. Gelukkig kun je deze tegenwoordig ook in Nederland kopen!

foto: pimientos de Padrón.

Het is deze week sherry-week dus laat ik afsluiten met een typisch Spaans recept met sherry, Pollo al Jerez, kip in sherry saus dus. Zelf ben ik gek op sherry, heerlijk borrelen met wat tapas erbij. Dan vooral de hele droge sherry. Of een glas zoete sherry bij het dessert. Sherry is ook erg lekker om in gerechten te verwerken omdat het zo’n typische smaak afgeeft, heel anders dan wijn bijvoorbeeld.

Voor dit gerecht gebruik ik Oloroso Sherry, dat is echt hele zoete sherry. Je kunt ook een drogere variant gebruiken overigens. Door een kaneelstokje mee te laten pruttelen krijgt deze saus een bijzonder tikkie mee. Dit gerecht is simpel te maken en toch is het bijzonder. Bijzonder door de combinatie van zoete sherry, pruimen en kaneel. De saus ruikt hierdoor echt super lekker.
Heerlijk met wat gebakken aardappeltjes uit de oven of met rijst. Of beter nog, een flinke homp brood om lekker in de saus te soppen! Glas frisse witte wijn erbij en je bent klaar.

 foto: pollo al Jerez.

Ingrediënten:

4 kippenpoten (of bouten, dat mag ook)

Een flinke hand gedroogde pruimen

3 uien

4 tenen knoflook

Kippenbouillon

1 glas (250 ml) zoete sherry (Oloroso)

1 kaneelstokje

Olijfolie

Zeezout

Peper

Bereiding:

Bestrooi de kippenpoten ruim met zeezout en peper. Braad ze vervolgens aan in een braadpan in ruim olijfolie tot ze een mooie goudbruine kleur hebben.Snipper ondertussen de uien en hak de knoflooktenen fijn.  Haal de kippenpoten uit de pan en doe de ui en de knoflook erin. Bak de ui en de knoflook heel zachtjes voor zo’n 15 minuten. Doe nu de kippenpoten terug in de pan. Voeg een glas sherry toe en draai het vuur hoog, laat een minuutje of 2 pruttelen.Voeg nu de pruimen en het kaneelstokje toe en de kippenbouillon tot de kip half ‘onder water’ staat.  Laat het ongeveer 45 minuten zachtjes pruttelen met het deksel op de pan. Haal het kaneelstokje eruit en serveer.

Noot van Gereons Keuken Thuis: drink er een lekker glas Oloroso bij. ¡Salud!

 

Mannelijke foodbloggers vertellen: René Meesters

  foto: foodblogger René

Mannelijke foodbloggers vertellen. Vandaag is het podium gereserveerd voor René Meesters uit het zuiden des lands. Zijn positieve verhalen over eten, reizen en meer vind je op zijn blog Het eten is klaar. Voor velen is het dagelijks verzinnen wat te eten een regelrechte kwelling. Zo niet voor deze schrijver. Voor René is naar de supermarkt gaan fun shoppen. Naar de bakker en slager aan beide zijden van de grens. Grasduinen in het Brabantse en Vlaamse aanbod. wat een genot, dat hij dat zo dichtbij heeft. Ontdekken welke smaken er ter tafel komen. René Meesters vindt het fijne van de dagelijkse maaltijd iets bijzonders te maken. ( Dat lijkt inderdaad een beetje op….?  Yep Jeroen Meus) Voor deze aflevering van mijn serie “mannelijke foodbloggers vertellen” neemt hij ons mee op pad over de steenwegen en chaussées van het Belgische land. Moet Gereons Keuken Thuis ook weer eens snel doen.

 foto: de reien van Brugge

 

België

Hemelsbreed een dikke zes kilometer woon ik van de Belgische grens. Met de auto ben ik in 25 minuten op en neer om bijna 15 euro op een volle tank benzine uit te sparen. België, het beste land ter wereld, schreef Dylan van Eijkeren in 2008. Daar ben ik het mee eens en ik weet eigenlijk niet eens waarom. De Spaanse costa’s zijn warmer, de Italiaanse cultuur is rijker, de Engelse tradities, daar mag je als land van dromen, Duitsland is Weltmeister in voetbal en de Franse keuken staat hoger aangeschreven. En wat stelt België daar tegenover? De Belgische kust is volgebouwd en achteraf zijn ze jaloers op onze uitgestrekte duinen. Het land is hardnekkig verdeeld in twee delen. Vlaanderen en Wallonië, waarvan iedereen zich steeds weer afvraagt of het niet beter is deze te splitsen. Het Belgisch nationaal gerecht is moules-frites, mosselen met friet en de Rode Duivels voetballen aardig maar blijken net niet de capaciteit te hebben een kampioenschap naar zich toe te trekken. Nu niet én nooit gehad ook.

Maar in België zijn wel Belgen! Hoeveel relaxter kan je zijn? Aan ons gejaagde Nederlanders hebben ze waarschijnlijk een broertje dood. Geen gemopper dus in de rij aan de kassa’s van de Carrefour! De lunch duurt er iets langer en het tweede deel van een cursusdag is een stuk zwaarder vanwege de pint die er bij geschonken wordt. Hoe anders is ons broodje kaas met soms wat rucola ertussen, en een glaasje melk?
Natuurlijk is er ook nog die heerlijke vereenvoudiging van zowel de Nederlandse als de Franse taal. Woorden die bij ons in eerste instantie niets zeggen verwijzen in België rechtstreeks naar het doel. Zo is een portefeuille een brieventas, een filiaal een bijhuis, een kalender een dagklapper en een centrifuge een droogzwierder. De Franse taal moet er ook aan geloven. Want spreken de Fransen voor zeventig en tachtig over soixant-dix (60+10) en quatre-vingt (4×20), in Wallonië gebruikt men gewoon septante en huitante. Net als in Zwitserland trouwens.
En met Zwitserland is een sprongetje naar het Belgisch landschap zo gemaakt: Bergen of ten minste flinke heuvels! Op een heel klein stukje Limburg na kennen we dat niet in ons eigen landje. Met een beetje geluk kan je er best wat skieën en er komen hele goede wielrenners uit voort die een aardig stukje bergop kunnen fietsen. Ga je bij Maastricht de grens over dan rijd je er zo de Ardennen in. Heerlijk toch?

 foto: de markt van La Batte Luik.

 
En dan is er toch ook de Belgische kust. Volgebouwd met appartementen en hotels maar mét zandstrand. En met plaatsen als Knokke-Heist en Oostende is er voor ieder wat wils. Bovendien is één van de mooiste steden van Europa slechts een bolscheut (vertaald uit het Tilburgs: ‘zover je een bal kan schieten’) verwijderd: Brugge! En Brugge is niet alleen één van de mooiste steden het is óók nog eens één van de meest culinaire steden ter wereld. Hoeveel Michelinsterren heeft de stad waar jij woont? Brugge heeft er maar liefst 12 (!). Waaronder twee driesterren restaurants. Net zoveel als heel Nederland. De vergelijking die ik hierboven maakte, de Franse nationale keuken en de Belgische Moules-Frites snijdt in werkelijkheid dus geen hout. Hoewel Nederland met een inhaalslag bezig is, staat de Belgische keuken nog steeds hoger aangeschreven. Echte klassiekers, zoals in Frankrijk de Boeuf Bourguignon, Coq au vin, Tarte tatin en crème brûlée (jammer dat Frankrijk voornemens is die accent circonflexe uit te bannen) ken ik uit België niet. Ten minste niet op topniveau. Wél de gewoontes uit de dagelijkse kost (dank aan Jeroen Meus). Is het simpelweg niet zo dat als de wijn in Franse gerechten vervangen wordt door bier dat het dan typisch Belgisch is? Wordt boeuf bourguignon zo Vlaamse stoof? Niet helemaal. In België voegt men ook graag een flinke lik mosterd toe. En die wordt er in België niet dóórheen geroerd maar er ónderdoor!
België, een heerlijk land! Dat kunnen Molenbeek, Marc Dutroux en Filip Dewinter niet veranderen!

 foto: badstad Blankenberge.

 

Wortelstoemp


Bij de Nederlandstalige versie van The Taste met twee Nederlandse en twee Vlaamse koks in de jury ontstond er ooit een discussie tussen de juryleden omdat de Vlamingen vonden dat wortelstamp zónder mosterd geen wortelstamp is. Het onderstaande recept komt van Jeroen Meus. Het is onze hutspot maar dan net even anders en hij heeft bij ons thuis de traditionele hutspot inmiddels volledig vervangen.

 

Ingrediënten:
1,2 kg kruimig kokende aardappelen;

600 g uien;

600 g winterpeen;

50 g margarine;

1 el mosterd;

gedroogde tijm, peterselie, laurier;

2 dl water.

 

 

Bereiding:

Schil de aardappelen. Maak de uien schoon en snijd ze in (halve) ringen. Maak ook de winterpeen schoon en snijd deze in rondjes. Kook de aardappelen in ruim water waaraan wat zout is toegevoegd gaar. Smelt in een braadpan de margarine en fruit hierin de ui en de peen aan. Bestrooi de ui en wortel met wat tijm en peterselie (of gebruik verse kruiden en bind ze samen met de laurier tot een bouquet garni). Laat dit alles nog even stoven en voeg dan zoveel water toe dat de uien en wortels bijna volledig onder staan. Doe ook het laurierblad erbij. Laat even doorkoken totdat de wortels gaar zijn. Haal dan het laurierblad (of eventueel het hele bouquet garni) er uit en doe de aardappels erbij. Plet met een pureestamper maar maak het niet al te fijn. Schep op het eind een flinke eetlepel mosterd onder de stoemp door.

Smakelijk!

ZUUR van Bas Robben.

  foto: zure en pittige radijsjes

ZUUR. Eén van de vijf smaken. Als een komeet was daar ineens het nieuwe boek van jeune premier en culinair journalist Bas Robben. Direct genomineerd voor kookboek van het jaar 2016. Bas dook in de wereld van zuur, een onontgonnen terrein. Laat je wangen samentrekken en knijp met je ogen. Want in de wereld van Bas doet zuur iets met je. Alles in het boek van deze jonge schrijver is zuur. Of het nu in de ceviche, cocktail of zuurkoolkroketjes zit, Bas onderzocht diverse keukens op hun zuurgehalte. Met een aantal uitgangspunten. De recepten zijn voor hobbykoks en kunnen met een beetje inzet door iedereen worden gemaakt. Lekker eten kost geld, want eerlijke producten ontstaan niet zomaar (voor een eerlijke prijs). Lekker eten kost tijd, de gerechten van Bas prop je niet eventjes in je drukke dagritme. En last but not least: wie lekker eet moet ook bewegen. Bas schuwt suiker en vet niet. Extra rondje door het Vondelpark dus of wat meer baantjes zwemmen.

Bas vindt een zure smaak wild interessant. Gereons Keuken Thuis kan dat alleen maar beamen. Van atjar tot zult, de fruitzuren in een sauvignon blanc. Ik ben ook dol op zuur. Meteen volgt de vraag wat is zuur? Welke soorten zuur zijn er en welke smaken beleef je? Je kunt merken dat de schrijver niet over één nacht ijs is gegaan. Dan het koken met zuur. Door trial and error kennen alle culturen gerechten gemaakt met zuur. Dat is leuk om te ontdekken en om mee te spelen. Via vlees, vis, groente en fruit. Ja zelfs zuivel, ondanks dat Robben een kaasfobie heeft. Behalve dan voor ricotta en mascarpone. In het boek worden diverse zuurculturen besproken, van Duitse sauerkraut, via Japanse pickles, Taiwanees zuur tot Peruaanse ceviche, die hij eens proefde bij Martin Morales in het Londense Soho.

Na wat praktische tips en aanwijzingen gaan we aan de slag. Pickles en azijn. Zelf maken en zorg ervoor dat je altijd je eigen homemade azijn in huis hebt. Volgens Bas soms een beetje moeilijk op het balkon één hoog achter, maar met wat creativiteit kom je een heel eind. Soep. Bas is ondanks zijn Azië fetish  geen hete eter. (gebruik als je dat wel bent gewoon een extra pepertje) Regelmatig zie ik Bas al etend voorbijkomen op sociale media in Aziatische etablissementen in de stad. Toch eet hij graag soep zoals Thaise tom yum of Sichuan heetzure hotpot. En laten we de zuurkoolsoep met zalm-kerveldumplings niet vergeten. (Bas adviseert zijn moeder de zalm gewoon te vervangen voor kipgehakt.) Let op wat zuur voor je soep doet.

Zilt ontbreekt ook niet in het repertoire. Ceviche met leche de tigre. Gereon proefde dit eens tijdens een diner met Martin Morales. Een smaak- en techniekexplosie. Bas gaat een stapje verder en voegt zoete aardappel en oolong thee toe. Hij maakt een pot zure haring. Ben wel benieuwd wat voor haringfilets hij gebruikt?

We gaan verder met vlees. Weer veel Aziatisch geïnspireerde gerechten. De factor zuur in de bereiding. Met zoetzuur varkensvlees, maar ook zoervleis in een contemporaine setting. Groenten en dan met name de zuurkool van de schrijver, basis voor de zuurkool kroketjes. Bas deed zijn inspiratie hiervoor op in het Emmen van zijn jeugd, waar de plaatselijke snackbar zuurkoolballen bakte. Een lik gin mayo erbij. Hoppa.

Zoet, voor Bas kan het niet zonder zuur. Toetjes knappen op van een stukje zuur. Wafels met karnemelk (een andere passie van hem: wafels bakken) of easy Amaretto ijs. Inderdaad de stroperige Disaronno knapt op van zuur. Het boek eindigt met cocktails. Bas is behalve een city dweller ook een cocktailboy. Hij maakt zijn eigen tonic siroop en shaket wat af. Zoals zijn pornstar ananas-koriandermartini. Always time for a good stir, laten we maar zeggen.

Met  Zuur, dit nieuwe boek, voegt deze jonge schrijver iets wezenlijks toe aan alle kookboeken, die tegenwoordig uitkomen. Met dit mooi vormgegeven boek laat Bas Robben zien dat hij gedegen onderzoek doet, goed kan koken en dit weet te vertalen in mooie tekst. Ik begrijp die nominatie voor kookboek van het jaar wel!

 foto: cover ZUUR.

ZUUR, Bas Robben (ISBN 9789461431561) is een uitgave van GoodCook en is te koop voor € 24,95

Noot: dit boek werd mij als recensieexemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Thomas Culinair, de tweede gastblogger.

 foto: stoofpot met bokbier

Dit is de tweede inzending in de serie mannelijke gastbloggers vertellen. Thomas Culinair stuurde aan Gereons Keuken Thuis onderstaand verhaal en recept. Een lekkere stoofpot met pompoenpuree. Helemaal herfst! Kijk ook eens op zijn blog voor andere smakelijke suggesties. Dank voor het insturen! Who’s next?

Thomas Culinair.

Sinds april dit jaar ben ik met mijn foodblog Thomas Culinair begonnen. Ik plaats daar regelmatig recepten van leuke gerechten, die ik gemaakt heb. Naast dat smaak natuurlijk erg belangrijk is, probeer ik ook altijd aandacht aan de opmaak van het bord te besteden. Hoewel het maken van goede foto’s altijd een uitdaging is, ziet het er toch vaak best netjes uit voor een hobbykok vind ik. Via internet zag ik al regelmatig heerlijke gerechten van Gereon voorbij komen. Afgelopen maand zag ik via Facebook zijn initiatief om in in de herfst mannelijke bloggers een gastblog te laten schrijven. Het foodblog landschap lijkt voornamelijk uit vrouwen te bestaan, dus op deze manier kan de aandacht eens op diverse mannelijke foodbloggers gevestigd worden. Dat leek mij wel een leuke uitdaging!

De herfst is toch een beetje het seizoen voor comfortfood en daarom ben ik aan de slag gegaan om een stoofpot met bokbier te maken. Daarbij heb ik een eenvoudige stamppot van pompoen gemaakt, dat leek mij prima te passen bij de herfst! Je kunt zelf altijd lekker variëren met de ingrediënten voor een stoofpot, er is zoveel mogelijk!

Ik heb de stoofpot met een slowcooker gemaakt, maar je kunt dit natuurlijk ook prima in een braadpan bereiden. Het recept is geschikt voor twee personen. Aangezien er best wat vulling in de stoofpot zit, heb ik niet super veel vlees gebruikt.

  foto: eet smakelijk met Thomas Culinair.

Ingrediënten voor de stoofpot: 

500 gram rundvlees (ik heb sukadelappen gebruikt)

1 flesje bokbier

1 ui

2 tenen knoflook

1 winterpeen

1 prei

1 paprika

1 appel

2 ontvelde tomaten

2 laurierblaadjes

3 kruidnagels

1 flinke eetlepel appelstroop

1 blokje (runder)bouillon

water

olijfolie

boter

peper en zout

 

Ingrediënten voor de stamppot

2 grote aardappelen

een halve pompoen

1 ui

1 theelepel kerriepoeder

 

Bereiding stoofpot

Snijd het rundvlees in blokjes van zo’n 3 bij 3 centimeter. Zet een koekenpan op het vuur en doe er een scheut olijfolie en/of boter in. Bak het vlees in zo’n 5 minuten bruin. Als je geen slowcooker gebruikt kan je alles gewoon in een braadpan bereiden.

Snipper een ui fijn en voeg het samen met twee geperste tenen knoflook toe aan het vlees.

Snijd vervolgens de winterpeen, paprika, prei (eerst even wassen) en tomaat in blokjes en voeg bij het gerecht. Breng op smaak met peper en zout.

Bak alles enkele minuten terwijl je het regelmatig omschept. Zet ondertussen de slowcooker aan op stand “high”. Voeg nu alles toe in de slowcooker en giet er een flesje bokbier bij. Voeg water toe, totdat alles net onder staat en doe er dan een bouillonblokje bij. Voeg de stroop toe en roer alles nogmaals goed door elkaar.

Doe dan de blaadjes laurier, kruidnagels erin en laat het geheel minimaal 2 uur stoven tot het vlees lekker mals is. Voeg het laatste half uur de in blokjes gesneden appel toe.

Mocht het vlees nog niet mals zijn na twee uur, dan kun je het gerust wat langer laten garen.

 

Bereiding pompoenstamppot

Schil de aardappelen en pompoen en snijd in stukken. Zet een pan met water op het vuur en bren aan de kook. Voeg dan de aardappelen en pompoen toe en kook het in zo’n 20 minuten gaar. Dit kun je testen door er even met een mesje in te prikken, dan merk je dat de aardappel en pompoen zacht is.

Snijd de ui in halve ringen en bak ze even aan in een pan met wat olijfolie. Voeg een theelepel kerrie toe en roer even om. Zet de gebakken uien apart, totdat je ze in de stamppot doet.

Giet de aardappelen en pompoen af, maar bewaar iets van het kookvocht. Stamp de aardappelen en pompoen en meng goed door elkaar. Voeg naar wens een klontje boter toe en wat kookvocht om de stamppot smeuïg te maken.  Voeg de gebakken uien toe, schep het geheel weer even om en breng op smaak met peper en zout.