Mancini, eigenzinnig & extravagant.

foto: zelfportret van Antonio Mancini (1852-1930)

LET OP: De Mesdag Collectie in Den Haag opent vanaf 3 juni a.s. de deuren voor het publiek. De tentoonstelling Mancini, eigenzinnig en extravagant is nog tot en met 20 september te bezichtigen.

Mancini, eigenzinnig & extravagant. De in Napels geboren Antiono Mancini is één van de bekendste en spraakmakende Italiaanse kunstenaars te noemen van de 19e eeuw. Mancini was door zijn manier van werken zijn tijd ver voor uit en oogstte hiermee zowel kritiek als bewondering. Hij werd een graag geziene kunstenaar in de toenmalige Europese society. Alhoewel hij zelf eigenlijk te schuchter was voor deze sterrenstatus. Eén van de grootste bewonderaars van Mancini was schilder en verzamelaar Willem Mesdag, die gedurende 20 jaar zo’n 150 werken van deze Italiaan aankocht.

foto: portret Willem Mesdag.

Mancini, een kleermakerszoon, volgde zijn opleiding aan de kunstacademie van Napels. Op 18 jarige leeftijd exposeerde hij zijn werk al op grote groepstentoonstellingen en twee jaar later in Parijs. Hij bouwde al snel een groot netwerk van liefhebbers en opdrachtgevers op met zijn schilderijen en rake weergaven van de personen. Tijdens zijn leven was Mancini al een fenomeen. Als eerste kunstenaar verwerkte hij in zijn schilderijen stukjes glas, spiegeltjes of deeltjes van lege verftubes. Ook ging hij aan de slag met het ontwikkelen van bijzondere technieken. Zo maakte hij vaak een raster, graticola, van draden voor het model, dat hij schilderde en gaf dit nadrukkelijk weer op de schilderijen. Mesdag verzocht de schilder dit na te laten, maar dat vertikte hij. Op de tentoonstelling Mancini, eigenzinnig & extravagant zijn er enkele mooie voorbeelden van te zien. Net als de beschilderde achterzijden van een schilderij. 

foto: een portret met raster, waarvan Mesdag geen fan was.

Het was altijd een spektakel om Mancini aan het werk te zien. Dat ging met veel bombarie. Hij zetten een focuspunt op het doek en vanaf dat moment rende hij tierend, lachend, dan wel mompelend rond het te schilderen model. Ach, dat zal het Napolitaanse bloed wel zijn geweest. De Ierse dichter Yeats zei hierover: ” Leek ik maar op het portret van Mancini, dan had ik al mijn vijanden hier in Dublin verslagen” Een contradictie vormend met zijn sociale verlegenheid. Zelf was Mancini niet zo van de society.

In 1876 kocht Mesdag als eerste Nederlanden een schilderij van Antonio Mancini. Het zieke kind is nog steeds één van de topstukken van de Mesdag collectie. Twintig jaar lang ondersteunde Mesdag Mancini door ongeveer 50 schilderijen en zo’n honderd tekeningen en pastels te bestellen. De mannen correspondeerden veel met elkaar, maar hebben elkaar nooit in levende lijve ontmoet.

foto: Mancini door John Singer Sargent.

Van 13 maart tot en met 28 juni 2020 is in De Mesdag Collectie het verhaal te zien van Mancini en Mesdag. Een speciale tentoonstelling, Mancini, eigenzinnig & extravagant, die de band tussen schilder Antonio Mancini en Haagse verzamelaar Willem Mesdag laat zien in veertig stukken, van schilderijen tot brieven. Laat je meevoeren in de wereld van Mancini.

foto: Adrienne Quarles van Ufford, conservator vertelt.

Bij een eigenzinnige schilder, die aan de andere kant ook ingetogen en wat verlegen was, past volgens Gereons Keuken Thuis, dit cacao pasta gerecht van de hand van Franz Condé, de chef van Roberto’s in het Amsterdamse Hilton. Hij voegt wat cacao aan zijn pastadeeg toe. Voor de kleur en de licht bittere smaak. Voeg daarbij gorgonzola en wat paddenstoelen en deze creatie springt van je bord af.

Recept voor chocolade tagliolini met gorgonzola.

Nodig:

25 g cacao

3 eieren

200 g pastameel

1 dl room

100 g gorgonzola dolce

125 g cèpes of funghi porcini

25 g boter

peper & zout

Bereiding:

Maak van het pastameel, eieren en cacao een mooi soepel pastadeeg. Laat het even rusten en maak er met de pastamachine mooie lange taglioni van. Laat de pasta op een rekje of stoelleuning drogen. Breng een grote pan water aan de kook en voeg flink zout toe. Verhit de boter en bak hierin de geboende en in stukjes gesneden paddenstoelen aan. Voeg de room en gorgonzola toe en laat zachtjes sudderen. Kook de taglioni in 4 minuten gaar en roer de pasta door de saus serveer direct met een hint van peterselie.

video: in de voetsporen van Mancini.

Surprise royale van Lizet Kruyff.

Surprise royale. Gastblogger Lizet Kruyff vertelt vandaag het verhaal over de zonnekoning Louis XIV en zijn onmetelijke appétit. Lizet is een verwoed historica, die overal de archieven induikt om te speuren naar leuke en lekkere weetjes. Vaak heel mooie trouvailles, zoals in Rijntjes Keukengeheimen, dat Lizet schreef, omdat zij gefascineerd was door het kookschrift van keukenmeid Rijntje uit 1840. In Puntneuzen en Kersenpitten neemt Lizet je mee naar het Den Bosch van begin 16e eeuw. Wat aten de stedelingen en Jeroen Bosch? Aan de hand van brieven en liedteksten stelde Lizet Mozarts Menu samen. De Mozarts reisden heel wat af in de 18e eeuw en wat kwam er op tafel. Heerlijke boeken van deze schrijfster, die in Gereons Kookboekhoek staan. En sinds kort blogt ze weer, vanuit de stad van fabelverteller LaFontaine,op haar kakelnieuwe site lizetkruyff.nl Maar nu is het woord aan Lizet. Zij trapt de #franseweken af op Gereons Keuken Thuis. Soyez bienvenue, Lizet!

foto: Louis XIV entouré par des arts et sciences.

Oorlog en Vreten en een Koninklijke Verrassing

Lodewijk de Veertiende, beter bekend onder zijn soubriquet De Zonnekoning,  was een extravagante man. In alles zocht hij de overtreffende trap. Paleizen, kleding, feesten, landhonger, macht. Die buitensporigheid strekte zich ook uit tot zijn welgevulde tafel. Dat weten we, omdat zijn schoonzus Elisabeth-Charlotte van de Pfalz (prinses Palatina) uitvoerig met haar ouderlijk huis en vriendenkring correspondeerde. Zij zag hem vaak ‘vier volle borden soep eten, allemaal verschillend. Een hele fazant, een patrijs, een grote schotel salade, twee flinke plakken ham, schapenvlees in saus en met knoflook, een schotel patisserie en tenslotte nog vruchten en hardgekookte eieren’. En dat was dan nog maar één van de drie of vier maaltijden per dag. Hij dronk ook graag chocola en at daar de nodige zoetigheid bij.

Ook al tobde de Zonnekoning met spijsverteringsproblemen en gebitsmalheur, toch bleef hij uitgebreid consumeren. Voelde hij zich niet echt geweldig, naar buiten toe wenste hij het beeld van welvarendheid en gezondheid uit te stralen. Met die vraatzucht en alle bijbehorende problemen heeft hij het nog best lang uitgehouden, hij overleed een paar dagen vóór zijn 77ste verjaardag. De koninklijke maag bleek bij de autopsie in 1715 drie keer zo groot als die van een normale volwassene. Quelle surprise!

Prille Erwtjes

Zijn lijfarts moest trouwens niets van Lodewijks vreetpartijen hebben, en al helemaal niet voor zijn voorliefde voor groente. Die zouden de spijsvertering alleen maar verder vertragen, meende hij. Helaas gaf de koning mateloos toe aan zijn voorliefdes, waaronder die voor het zo prille erwtje. Vanaf het begin van het seizoen kwamen die in alle mogelijke bereidingen op tafel hetgeen tot grote schranspartijen aanleiding gaf. Volgens het boek dat ik lees over de Franse culinaire geschiedenis is deze groente in januari 1660 met een courtisane als souvenir van een reisje naar Italië in Versailles beland, ver vóór het tuinseizoen. Daarmee kwam een enorme hype op gang: iedereen moest en zou erwtjes eten, ook buiten het seizoen, iedere dag en graag véél. Hoe het verder ging lees je in het aangename boek Histoire de France à Plein Dents.

Bij mij rees de vraag: hebben we een recept met erwtjes uit deze periode, bij voorkeur van een Franse hofkok? Dan kom je vanzelf bij Vatel, in dienst van de prins van Condé, de broer van de koning.  Fritz-Karl Watel, geboren in Doornik in1631, overleden in Chantilly in 1671, bekend onder de naam Francois Vatel, kennen we vooral van zijn exuberante maaltijdtheaters. Maar receptuur? Aan een kookboek is hij dankzij zijn zelfmoord niet toegekomen, hij was tenslotte pas veertig. Massialot is dan wel een goede bron, die leefde van 1660 tot 1733 en kookte onder meer voor een andere broer van de zonnekoning, de hertog van Orléans. Massialot publiceerde in 1691 zijn culinair opus  Le nouveau cuisinier royal et bourgeois, ou cuisinier moderne. Qui apprend a ordonner toutes sortes de repas en gras & en maigre, & la meilleure maniere des ragoûts le plus délicats & les plus à la mode; & toutes sortes de pâtisseries: avec de nouveaux desseins de tables….Ouvrage très-utile dans les familles, aux maîtres d’hôtel & officiers de cuisine. Het zal nog vele malen en in veel vormen herdrukt worden. (Er is een exemplaar in de Bijzondere Collecties van Allard Pierson/UBA). Er staat een heerlijk recept voor erwtjes in. Ik vertaal het even voor jullie en laat de suiker een beetje weg (die andere koninklijke zonde, ook door deze van zichzelf al zoete erwtjes ging een flinke schep suiker):

foto: erwtjes en rozen van Giovanna Garzoni.

Jonge erwtjes à la crême (en zonder)

Neem piepjonge erwtjes. Doe boter in een casserol en laat daarin de erwtjes op een klein vuur garen. Als ze bijna gaar zijn doe je er een handje peterselie en een handje bieslook bij, wat zout en room. Je kunt de erwtjes ook zonder room bereiden. Doe ze dan met boter in een casserol en een bouquet garni, breng op smaak met peper en zout, laat ze met een deksel op de pan sudderen op klein vuur tot ze gaar zijn. Roer af en toe om. Als ze bijna gaar zijn roer je er een eetlepel bloem laat die een beetje mee garen en dan doe je er een glas warm water bij. Nog even nastoven en dan direct warm opdienen. Wij snappen nu al die ophef misschien niet meer. Toen was het een hype want nieuw en met koninklijke goedkeuring. Er is ook niets mis mee. Verse erwtjes zijn ontzettend lekker.

Maar even terug naar de titel van dit verhaal Oorlog en Vreten. In de oorspronkelijke tekst gaat het natuurlijk om een woordgrapje: War and Peas. De erwtjes snappen we nu, maar die oorlog? Die voerde Lodewijk vaak, ook met ‘onze’ stadhouder-koning Willem III. Die op zijn beurt graag de Franse koning na-aapte in extravagante kleding, pruiken en hofhouding en oorlog voeren. Of Willem aan de erwtjes raakte? Dat zou zo maar kunnen. Ook de tafel van Willem III en Mary II was rijk voorzien van schotels. We hebben een beschrijving van onder andere de indeling van de maaltijd. En wat lezen we daar bij de nagerechten, jawel, erwten (of artisjokken, pistachescrême of zwezerikenragoût)? Wedden dat daar ook een schepje suiker in zat?

Lezen: Histoire de France à Plein Dents, Le grand roman national à savourer, Stéphane Hénaut & Jeni Mitchell. 2019, Flammarion; verscheen eerder als A Bite-Sized History of France, 2018, The New Press, New York.  

Merci Lizet pour ta belle surprise royale et à la prochaine!

In the Picture.

foto: portret van Vincent van Gogh door Russell.

In the Picture. Van de hedendaagse mode van Daily Paper tot de (zelf)portretten van 19e eeuwse schilders.  In het huidige tijdsgewricht staan we er niet vaak bij stil hoeveel boodschappen en verhalen we uitzenden met onze selfies en foto’s op de sociale media. Is dat iets nieuws? Nee, want al sinds de Oudheid wil de mens iets vastleggen door middel van portretten en/of beelden. Ook in de tweede helft van de 19e eeuw, toen Vincent van Gogh en vele andere kunstenaars zichzelf vastlegden of lieten portretteren door anderen. En zodoende een stukje van hun leven schetsten voor de toeschouwer. De kunstenaar werd een mens en vertelde zijn verhaal via zijn portret.

foto: bruikleen, zelfportret met verbonden oor.

In the Picture, de nieuwe tentoonstelling, die van 21 februari tot en met 24 mei 2020 te zien is in het van Gogh museum, wil aan de hand van het zelfportret van Vincent van Gogh met afgesneden oor, een bruikleen van twee jaar, laten zien hoe gangbaar dit genre werd tussen 1850 en 1920. Ieder kunstenaarsportret, verzameld rond dit beroemde werk, schetst een verhaal voor de toekijker. En dat is best overweldigend, kan Gereons Keuken Thuis je nu al vertellen. Onbekende schilderijen en werk, dat juist heel dicht bij je staat.

foto: hipster avant la lettre Jan Verkade 1891-1894.

Bij binnenkomst valt de grote hoeveel bij elkaar gebrachte portretten op. Zij kijken je allemaal aan. Gewend aan het tegenwoordige visuele beeld op je smartphone en laptop zou dat geen probleem moeten zijn, ware het niet dat al deze portretten je als het waren uitnodigen om eens verder te kijken. Dat is volgens mij de kracht van een portret. Je stapt de wereld binnen van de maker en de geportretteerde. “A portrait is a thing of feeling”, zei Van Gogh hierover. Intiem, maar ook afstandelijk.

foto: het gevoel van een portret.

Ik ontdekte een Van Gogh zoals hij zichzelf zag en hoe anderen hem zagen. Effectbejag, zoals in het portret Man met pijp van Gustuve Courbet met de uitstraling van een bohémien. Het deed mij denken aan Sir Anthony van Dijcks zelfportret. Of het Rembrantesque zelfportret van de in Nederland minder bekende kunstenaar Meissonier. Of het bijna snapshot van een jonge Renoir op een stoel. Zou fotografie al een rol hebben gespeeld?

foto: de jonge Renoir op een stoel.

In the Picture laat via diverse thema’s zien hoe kunstenaars zichzelf voorstelden of lieten vastleggen in de 19e eeuw. Ze kregen een gezicht. want hoe kan het anders -er is maar één foto van Vincent van Gogh bekend- dat wij de schilder kennen als de wat afwezige roodharige met baard en strooien hoed? Beeldvorming, het zou tegenwoordig branding heten. Zo werd en wordt Vincent verbeeld. Een uitzondering vond ik het portret van John Russell, die de schilder neerzet als stevige man. Zo zie je wat een interpretatie op doek kan doen.

foto: Courbet als bohémien.

In the Picture neemt je mee aan de hand via het thema zelfportret, zet je dicht bij de kunstenaar, bezoekt de kunstenaar tijdens zijn werk, beschouwt de lijdende kunstenaar en laat tot slot zien hoe zelfportretten van Vincent van Gogh andere hedendaagse kunstenaars nog steeds inspireren.

Gereons Keuken Thuis sluit zich na de preview van deze mooie tentoonstelling aan bij Emilie Gordenker, de nieuwe directeur van het Van Gogh Museum, dat In the picture een aanmoediging is om aan de hand van deze kusntenaarsportretten eens naa te denken over de nog steeds zeer actuele onderwerpen indentiteit en imagebuidilding. Stap daarvoor eens de 19e eeuw van Van Gogh binnen….,

foto: portret van schilder Nils Kreuger.

In the Picture, kunstenaarsportretten. Van 21 februari tot en met 24 mei in het Van Gogh Museum Amsterdam.

De Joodse Keuken, Claudia Roden.

foto: cover De Joodse Keuken van Claudia Roden.

De Joodse Keuken van grande dame Claudia Roden. Ik sprak deze wereldberoemde culinair schrijfster kort tijdens de Hilton haringparty in juni en ging naar haar lezing over de Joodse keuken in Allard Pierson tijdens het Foodiefestival, alwaar zij vertelde over de Sefardische en Asjkenazische keukens, die op wonderbaarlijke manier mengden in het Mokum van de afgelopen eeuwen. Roden had tot deze ontdekking altijd gedacht dat de Joodse keuken van Amsterdam en Nederland wel in de pas zou lopen met haar eerdere observaties van de Joodse keuken in het Middellandse Zeegebied en Oost Europa. Niets is minder waar. Door de diaspora is de Joods Keuken met recht een wereldkeuken te noemen. Op elke halte, waar Joodse migranten neerstreken, ontstond een mix met de lokale keuken. Zij het, dat wel de Joodse spijswetten werden gerespecteerd. Zo zie je veel gerechten telkens in een andere vorm terug. Ik begrijp dat wel, want veel Joden assimileerden zich en het was niet altijd makkelijk je eigen riten en gebruiken te blijven volgen, door sociale druk, vervolging of puur vanwege de handel. Dat was ook zo in de zeventiende eeuw. Gereons Keuken Thuis vindt deze materie zo interessant, omdat ik uit een Amsterdamse familie de Leeuw (Asjkenazische naam) stam, die in de tweede helft van de negentiende eeuw belandde in de Betuwe. En op religieus vlak van kleur verschoot. Dat was in de 16e en 17e eeuw niet anders, want veel Portugese Joden arriveerden in de Lage Landen als marranos, christelijk geworden Joden, omdat anders het leven te moeilijk werd op het Iberisch schiereiland. En bereikten hiermee een behoorlijke welstand in hun rol als intermediair. Denk aan het mooie boek The Spanish Doctor van Canadese historicus Matt Cohen, over de lotgevallen van een geconverteerde arts uit Toledo.

In de negentiende eeuw kwamen daar in Amsterdam nog de Asjkenaziem bij uit Litouwen, Polen en Duitsland. Zij waren veelal kooplieden, straatventers en zuurverkopers. Denk aan het zuurmerk De Leeuw, dat nog steeds aan de Vrijheidslaan zit. Maar ook de broodjes van Sal Meijer. Zo belandde de familie van Claudia Roden vanuit Spanje via Aleppo in Caïro, waar het goed toeven was tot aan de Suez crisis in 1956. Die crisis deed de familie vertrekken naar Engeland. Joodse migranten assimileerden makkelijk, een gewoonte, die je overal op de wereld aantreft. Maar dat is de religieuze kant van het verhaal. De Joodse Keuken is er wel eentje, die bindt. Denk aan het oliegebruik bij het braden van vlees i.p.v. boter, dat je wel in koekjes gebruikt. De sedertafel tijdens Pesach. Voeg daarbij de vele gerechten, die Joodse migranten meebrachten. Claudia Roden wist er een dikke 600 bladzijden over vol te schrijven en nog steeds ontdekt zij dagelijks nieuwe dingen. Een historisch document dat verhaalt over de geschiedenis van een volk in gerechten met 800 opgetekende recepten. De Joodse Keuken. Ga er maar aan staan. Gereons Keuken Thuis had de ambitie om het boek uit te lezen tijdens de laatste weken van het jaar. Ik kan je verzekeren, dat het niet gelukt is, want elke bladzijde opent een nieuwe laag. Moet ik er nog meer over vertellen? Nee in het komende jaar verwerk ik zelf telkens een stukje in mijn zoektocht naar mijn roots in Amsterdam, want duidelijk moge zijn, dat via de culinaire weg heel wat sporen te vinden zijn en deuren openzwaaien. 

De Joodse Keuken, 800  authentieke recepten uit de diaspora, uitgebreid met een hoofdstuk over de Lage Landen is nu opnieuw uitgegeven door Fontaine uitgevers. Net als de complete werken Arabesque, De smaken van Italië en De smaken van Spanje. Spekkie voor Gereons bekkie, echter varkensvlees eten Joodse mensen niet.

De Joodse Keuken, Claudia Roden (ISBN 9789059569256) is een uitgave van Fontaine en is te koop voor 34,99

Noot: dit kookboek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Punch, kandeel en clairet.

foto: cover Punch, kandeel en clairet in matineuze setting.

Punch, kandeel en clairet. Een titel, die ik wel heel erg bij deze tijd van het jaar vind passen. De Goedheiligman is zojuist geland, dit jaar per trein, omdat zijn paardje bang is voor water en de feestelijke dagen, zoals Kerst en Oud en Nieuw staan voor de deur. Mariëlla Beukers van Wijnkronieken dook in de materie van historische drankjes, die je zelf thuis kunt maken. Nog niet eens zolang geleden stonden namelijk de schappen in de niet vol met alle fris- en alcoholhoudende dranken. Je maakte het zelf. Beukers verzamelde drankjes, die werden gedronken op Nederlandse buitenplaatsen in de 17e, 18e en 19e eeuw. Ja, inderdaad mensen wilden toen ook eens wat anders dan water (als dit veilig en schoon was), bier of wijn. Sterke drank komt pas vanaf de 16e eeuw in zwang en werd net als bier en wijn ingekocht bij een handelaar. Er ontstond een ware mode om zelfgemaakte drankjes, zoals likeuren van zelf geoogst fruit aan een gastheer/vrouw te geven. En men noteerde deze vlijtig in schriftjes. Koren op de molen van Beukers, die ons meeneemt langs de dreven van landgoederen waar de drankjes werden gemaakt. Zij probeerde alles zelf uit. Aan de slag !

Punch, kandeel en clairet. Siropen en limonades, gebaseerd om het eens zo dure suiker. Iedereen kent wel de vlierbloesemsiroop of wat te denken van orgade, een drankje op basis van amandelmelk. Via koffie, thee en chocolade, noviteiten uit de 17e eeuw, belanden we bij de rijke traditie van wijndrankjes, zoals hypocras en een Russische bisschop-wijn, warm gedronken. dat doen we nu nog steeds. Er trad een kentering op, want in de 19e eeuw werden limonades en andere dranken meer en meer industrieel geproduceerd. Wie kent niet die mooie beugelflessen van bijvoorbeeld Geyer in Frankrijk? François Blom stelde zelfs een handleiding samen in 1893 waarin hij halffabricaten beschreef. zo werd het thuis maken van drankjes a piece of cake. Zuivel en eieren, waren ook belangrijk, voor het bevallingsdrankje kandeel, een drankje met de naam celibat of rode wijn met eieren. Er zijn drankjes gemaakt van sterke dranken, zoals ratafia van kweepeer, punch en clairet. De recepten in het boek nodigen je uit dit eens te proberen. Leuk voor Oudejaarsavond, ouderwetse punch.

Punch, kandeel en clairet besteedt verder aandacht aan gefermenteerde drankjes en heel toepasselijk in het verkoudheid- en griepseizoen medicinale drankjes. Alles in een moderne bewerking, maar dat kan Mariëlla Beukers als geen ander. Sinterklaasavond staat voor de deur en Gereons Keuken Thuis sluit daarom rijmelend af:

Langs de dreven  vond de Goedheiligman Punch, clairet en kandeel,

Bij de gegoede burger of baronesse op het welgelegen kasteel,

Vlier, fruit, orgade, kruiden, ei en zelfs azijn,

limonade, hypocras, cardinaal en bisschopswijn,

Zelf te maken, thuis in eigen keuken, een geschenk zó origineel.

PUNCH, KANDEEL EN CLAIRET, Mariëlla Beukers (ISBN 9789492821119) is zoals gewoonlijk weer een leuke uitgave van Het Zwarte Schaap en is te koop voor € 12,50

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Jean-François Millet, zaaier van de moderne kunst.

foto: Jean-François Millet, zaaier van de moderne kunst.

Jean-François Millet, zaaier van de moderne kunst. “Voor mij is (….)  Millet die essentieel moderne schilder, die den horizon opende voor velen.”, schreef Vincent van Gogh in februari 1884 aan zijn broer. Millet inspireerde niet alleen Van Gogh, maar vele generaties schilders na hem. Gereons Keuken Thuis kende Millet alleen van de wat donkere, in mijn ogen sombere boerenschilderijen. Op zich in de tweede helft van de negentiende eeuw al een noviteit en controversieel, maar ik was vandaag blij verrast, dat Millet ook luchtige en kleurige werken maakte, die velen tot de verbeelding spraken en tot op heden spreken. Boerenzoon Jean- François Millet groeide op op het platteland van departement Manche in Normandië. Hij vertrok naar Parijs om schilder te worden en ontwikkelde aldaar een sociaal geëngageerde stijl. Met thema’s rond het hem bekende rauwe boerenleven. 

foto: de Arenlezers (1857)

Zijn schilderijen weerspiegelen, hoe actueel, de ontberingen van het boerenbestaan en de uitwassen van het kapitalisme. Dat werd Millet niet altijd in dank afgenomen. Zijn beroemde schilderij de Zaaier, te zien tijdens deze tentoonstelling kende kritiek en lof. We leven 1848, er komt algemeen mannenkiesrecht. Het revolutiejaar, waarin Europa grote veranderingen tegemoet ging. Jean François Millet kreeg veel kritiek te verduren op zijn radicale manier van schilderen en zijn beelden vol maatschappijkritiek. Echter het tij keerde, inmiddels was Frankrijk al weer een oorlog verder (1870-1871) en na zijn dood in 1875 werd Millet bijkans omarmd als nationale held, schilder van de Franse campagne.

foto: de Maaier door Vincent van Gogh (1889)
foto: de Maaier door Millet (1866-1867)

Tegenwoordig kennen nog maar weinig mensen Millet als kunstenaar en als zaaier van de moderne schilderkunst. De tentoonstelling wil mede met werken van Van Gogh, Dégas, Monet, Munch, Malevich en Dalí laten zien hoeveel impact de werkwijze van Millet op deze kunstenaars had en nooit eerder was er zo’n diversiteit aan schilderijen te zien van Millet in het Van Gogh Museum. Topstuk is natuurlijk het Angelus, dat Dalí, maar ook vrouw Gala, inspireerde tot een remake. Het is een speciale bruikleen van het Musée d’Orsay en voor het eerst in Nederland te zien. In 1889 werd dit schilderij voor het in die tijd astronomische bedrag van 530.000 Francs verkocht aan een Amerikaanse verzamelaar, die het later verkocht voor 750.000 francs aan een Franse zakenman. Hiermee werd Angelus, een schilderij van twee in het veld werkende boerenmensen tijdens hun gebed, een wereldberoemd werk.

foto: Het Angelus verbeeld door Salvador Dalí.

Deze tentoonstelling is samengesteld door Maite van Dijk, conservator schilderijen bij het Van Gogh Museum en Simon Kelly, conservator en hoofd van de afdeling moderne en hedendaagse kunst van het St. Louis Art Museum, waar deze tentoonstelling volgend jaar naartoe reist. De twee samenstellers halen Millet uit de traditionele rol van schilder van het boerenleven en brengen hem naar voren als een vernieuwer. Zowel in techniek als thema’s. En dat is te zien tijdens deze expositie. Gereons Keuken Thuis stelt zijn beeld van donkere Millet-schilderijen na het zien van al deze tentoongestelde werken radicaal bij.

foto: de Maaier van Ferdinand Hodler (1909)

Jean-François Millet, zaaier van de moderne kunst is vanaf 4 oktober 2019 tot en met 12 januari 2020 in het Van Gogh Museum aan het Museumplein in Amsterdam.

Tegelijkertijd is er een mooie tentoonstelling over Millet en de Haagse School te zien bij de Mesdag Collectie aan de Haagse laan van Meerdervoort. Twee prima uitstapjes voor de aankomende herfstvakanties, dunkt mij.

foto: zelfportret Jean François Millet (1840-1841)

RECEPT, uit Normandië

Normandië, de geboortestreek van Jean-François Millet is het land van appels, groene weiden vol gezonde koeien. Deze appels leveren onder andere cider. Van de melk van de Normandische dames wordt de lekkerste boter en crème fraîche gemaakt. De zee is ook nooit ver weg dus vis en schaaldieren vind je overal in Normandië. Wat een trio van producten voor een snelle en heerlijke maaltijd. Vandaag dus mosselen gekookt op Normandische wijze in appelcider.

Nodig:

2 kg mosselen

1/2 fles appelcider brut

100 g crème fraîche

3 kleine uien

60 g boter

60 g bloem

2 el Dijon mosterd

peterselie gehakt

bieslook gehakt

zout en peper

Bereiding:

Breng in een pan de helft van de cider aan de kook. Controleer de goed gewassen en schoongemaakte mosselen op breuk of openstaan. (door te tikken op schelp gaan ze dicht) Breng de mosselen in de cider aan de kook met peper en zout. Als de mosselen open gaan, haal ze uit de pan en houd ze in de oven warm (80 graden). Zeef het mossel en cider vocht en houd dit warm. Doe de uien gesnipperd in een pan met de boter en laat ze even mooi goud bruin worden, voeg hieraan de bloem toe, bak deze licht mee. Voeg daarna al roerend de rest van de cider en het mosselvocht toe. Zet het vuur lager en laat kort sudderen. Voeg de crème fraîche en de mosterd toe. Doe de mosselen uit de oven op een schaal en giet deze saus erover. Garneren met de gehakte peterselie en bieslook. Er bij een frisse salade van veldsla met wat olie en ciderazijn. Hierbij kun je natuurlijk een Normandische cider drinken, maar ook een koele witte Muscadet sur lie.

Aan tafel met Charles Dickens.

foto: cover Aan tafel met Charles Dickens met soepkop at SeaSpot

Aan tafel met Charles Dickens. Een nieuw leuk boekje uit de stal van uitgeverij het Zwarte Schaap plofte op de mat. Handzaam en leesbaar, vol historisch materiaal. Een bibelot vol huiselijke recepten uit de 19e eeuw, opgespoord en bewerkt door Josephine Leeuwenhoek van het blog My inner Victorian. Wat een feestje om te lezen, als je net als Gereons Keuken Thuis kunt genieten kostuumdrama’s zoals Victoria, dat nu is nu zien op TV. Ik moet ook eerlijk toegeven, dat ik een beetje bevooroordeeld ben. Mijn favoriete historische periodes zijn namelijk de Romeinse keizertijd en de post Napoleontische negentiende eeuw. De laatste vooral romantiek maar ook vernieuwing. Schuivende panelen.

Voor Josephine, die blogt over deze eeuw zijn de verhalen van schrijver Charles Dickens een grote inspiratiebron. Dickens was onderdeel van de opkomende burgerlijke middenklasse in Engeland en zijn verhalen staan vol culinaire thema’s. Tussen 1812 en 1870 veranderde er veel op het gebied van voedselproductie en -bereiding. Ook veranderden de eettijden, de structuur van de maaltijden en het serveren. Eten werd als gevolg van de industriële revolutie voor meer bevolkingsgroepen bereikbaar. En er ontstond een thuiskook-cultus, met kookboeken gericht op de huisvrouw i.p.v. de kok(kin) in dienst.

Aan tafel met Charles Dickens start met Soep, een belangrijke maaltijdcomponent. De schrijver spiegelt het in zijn boek Mr. Fishbone voor alsof een kind de was kan doen, ik bedoel soep kan maken. Niets is minder waar, want het trekken van bouillon was in de Victoriaanse tijd een precies werkje, net als het maken van bouillonblokjes voor onderweg. Misschien verklaart dat de liefde van Engelsen abroad als ze hun obligate pot Marmite meeslepen naar het ontbijt?

foto: soep maken was geen sinecure in de Victoriaanse tijd.

De vlees consumptie steeg en als gevolg van de trek naar de stad veranderden eetmomenten, de aanvoer van waren naar de bemiddelde citydwellers. Het lijkt wel dit decennium van de 21e eeuw. Vlees was een statussymbool. Hoe omgekeerd is het nu. Je moet je realiseren, dat dit product niet voor iedereen was weggelegd, maar het kwam meer en meer op tafel, zoals de befaamde Ruth Pinch’s beef steak pudding. Gereons Keuken Thuis heeft in zijn jeugd een tijdje bij M&S gewerkt dus veel van de gerechten doen mij aan de kersttijd denken in dit warenhuis.

In het boek David Copperfield maakt Dickens reclame voor groenten. Gestoofd, gekookt, maar ook salades worden populair en staan hoog op het repertoire van zijn vrouw Catherine. Ik maak een sprong naar de theecultus, voor ons zo vanzelfsprekend verbonden met deze periode. In 1870 was de tea al behoorlijk ingeburgerd als tussenmaaltijd met hartige en zoete knibbles. Wat te denken van de Victoriaanse spunge cake?

Aan tafel bij Charles Dickens besteedt tot slot aandacht aan de keuken van de familie Dickens thuis. Josephine Leeuwenhoek gunt je een sneak view in huize Dickens, waar de service à la Russe al goed was ingeburgerd. Daarmee sluit ik af op deze dinsdag. Dit leuke kookboek is een schot in de roos. Well done, my inner Victorian Josephine!

foto: een andere bladzijde uit dit heerlijke boekje.

Aan tafel met Charles Dickens, Josephine Leeuwenhoek (ISBN9789492821096) is een uitgave van Het Zwarte Schaap en kost € 12,50 ( als dat geen leuke surprise is voor onder de kerstboom!)

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Summer School bij Allard Pierson.

foto: bijzondere collecties UVA

Summer School bij Allard Pierson. De laatste twee weken van augustus,  van 19 tot en met 31, staan weer in het teken van Summer School, georganiseerd door Bijzondere Collecties van de UVA (voor niet Amsterdammers de Universiteit van Amsterdam) en het leuke Allard Pierson Museum, dat is gevestigd in het oude gebouw van een voormalige werkgever van mij, DNB. Elk jaar zijn er voor foodies, foodbloggers en anders culineus behepten leuke workshops te volgen. Dit jaar is het thema: The History of the Book. Het kookboek welteverstaan, want aan de Oude Turfmarkt valt heel wat op culinair gebied te lezen en te raadplegen. En te workshoppen dus. Je kunt het pand niet missen, want met zilveren letters staat er bijzondere collecties op de pui.

Ik stip in deze blogpost vier interessante workshops aan:

foto: een keukenmeidenboek.

Op woensdag 28 augustus (ochtend) vertelt culi historica Christianne Muusers tijdens een workshop over een bijzonder genre kookboeken uit de 18e eeuw, veelal getooid met het woord keukenmeid. Deze kookboeken zijn natuurlijk niet door keukenmeiden geschreven, maar meer een gids voor personeel over het te koken menu. Simpele bereidingen en complexe menu’s wisselen elkaar af. Het zijn mooie documenten over onze vaderlandse eetcultuur in de voorbije eeuwen. Informatie en aanmelden: Het geheim van de keukenmeid

foto: workshop Chinese gastronomie.

Ook op woensdag 28 augustus (middagdeel) is er onder leiding van Alice de Jong een workshop te volgen over de bouwstenen van de Chinese keuken. Noedels, thee, tofoe en sojasaus komen aan bod. De Jong besteedt aandacht en enkele oude Chinese kookboeken en gaat de grote lijnen van de ze bijzondere keukens schetsen. Deelnemers kunnen bijzondere kookboeken raadplegen en natuurlijk speciale gerechten en ingrediënten proeven. Meer informatie en aanmelden kan op Geschiedenis van de Chinese Keuken.

Donderdag 29 augustus (ochtend) staat in het teken van een workshop je eigen kookboek maken. Jonah Freud doet uit de doeken, wat er allemaal bij komt kijken, als je een eigen kookboek gaat schrijven. Hoe zorg je dat een uitgeverij je boek wil uitgeven of kan je het beter zelf uitgeven? Waar moet je op letten? Hoe schrijf je een recept goed op? Of er geld mee te maken is? Wie weet ben je na deze workshop zeker van plan een kookboek te schrijven. Informatie en aanmelden op kookboek maken

foto: de grand lady van de literatuur en kunsten Gertrude Stein.

Donderdagmiddag gaat de Summer School verder met een heuse Parijse soirée, In de roaring twenties kookte Alice B Toklas, de partner van schrijfster Gertrude Stein heel wat af voor gasten als Hemingway, Picasso en schrijver Glennway Wescott, waar ik onlangs nog de mooie biografie van las. Franco-Amerikaans eten, later door Toklas opgeschreven. IJsbrand van Dijk en Diana Kostman leiden de middag in en na de pauze kunnen de deelnemers hun eigen culinair verhaal schrijven met als thema dineren.. Aanmelden voor deze middagsessie kan op Parijse soirée

Niets mis dus met dit leuke en leerzame programma van de Summer School bij Allard Pierson. Ik zou zeggen gaan! Je vindt Bijzondere Collecties UVA en het Allard Pierson Museum aan de Oude Turfmarkt 127- 129 in Amsterdam

Gastblogger Cora Meijer over Corsica.

Gastblogger Cora Meijer over Corsica. Cora, schrijfster van het blog Cultfood vertelt in haar bijdrage op deze zaterdag over haar reis naar Corsica, een heel bijzonder eiland. met spectaculaire natuur, hoge bergen, azuurblauwe baaien en lekker eten. Het heet niet voor niets Ile de Beauté, dat zijn oorsprong vond in het Griekse Kallistè. In Gereons kookboekenhoek staat een heel mooi boek over de cuisine van dit eiland. Snel maar weer eens doorpluizen, nu Cora deze mooie aftrap schreef voor de aankomende #franseweken.

foto: het zwarte Aulène varken.

Impressies van Corsica.

Zie je struiken langs de weg flink wiebelen? Aha, varkentjes! Maar zij zijn niet alleen hoor, ook de koeien, kalfjes en geiten grazen langs of springen vanuit de bergen op de weg. Als je aarzelt op die kronkelige, soms echt uitgehakte bergwegen bepalen ze zelf of zij opzij gaan of dat jij de berm maar moet kiezen. Want heus, een enkele op je pad is lekker strijdlustig. Maar de reiziger is vertederd, of wil foto’s van zijn verbazing. In vier weken trekken van west naar zuid en noord hebben we geen enkele aanrijding met landbouwdieren gezien. Wel korte files door koeien op de weg.

foto; Calasima koeien op de weg.

Ook op onze hikes kwamen we ze veel tegen, zowel koeien als varkens in een bosweide of open bloemenveld op de berghellingen. Ze kunnen heerlijk zwerven en rennen. Bij het afgelegen Popolasca stormden de biggen voor mijn neus op hun moeder af om haar tegen de grond te werken. Wild trappelend lessen zij hun honger en dorst. De kastanjebomen daar leveren de varkens een echte lekkernij. Als je rotten zwijnen voorbij wilt zien stuiven, ga je best naar de specifieke kastanjebossen van Castagniccia. Die bomen zijn in vroeger tijden aangeplant voor de eigen voedselvoorziening. Ze maken er in Felce overheerlijke jam van. 

foto: Dolomieten van Popolasca.

Maar we duiken beter eerst even kort de geschiedenis in. Genua, nu Italië’s grootste havenstad en tweede haven van de Middellandse Zee, werd in de 11e eeuw een machtige, rijke stadsrepubliek. Samen met Pisa heroverden zij de westelijke Middellandse Zee op de Arabieren en kregen zo de heerschappij over Corsica en Sardinië. Tot haar neergang in de 15e eeuw en Corsica onder Frans bestuur kwam. Met Pascal Paoli maakte Corsica zich in 1755 heel even los, maar werd opnieuw overweldigd in 1769.

De Genuezen bouwden langs de hele kustlijn wachttorens en vestingen om het eiland tegen nieuwe veroveraars te beschermen. Die kom je nog overal tegen. Veel hikes lopen erheen of langs. Om boodschappen als een lopend vuurtje rond te zingen, stonden die torens binnen zicht-afstand.

foto’s: Capu di Muru & Calvi oostzijde vesting.

Corsica wordt ook wel het Ile de Beauté genoemd. Zeker is dat het eiland prachtig woeste berggebieden en kuststroken heeft. En heel divers is qua uiterlijk. Dat maakt rondtrekken zo afwisselend, je blijft je verbazen over de verschillen en kleuren. Zo zijn er meerdere ‘tweeduizenders’ om te beklimmen, indrukwekkende bergmassieven, echte klim- en klauterstranden op de diverse kapen naast exotisch aandoende zandstranden in het zuidoosten.

foto: Massief van Bavella.

Het lichtspel van de zon op de bergen maakt bijvoorbeeld de spitse punten (aiguilles) van het Massief van Bavella heel bijzonder. En soms moet je gniffelen bij vormen. Naast ongenaakbaar kale rotsen heeft het eiland ook alle tinten groen en waren onze wandelingen omzoomd met gele, witte en paarse bloemen. Aan de Coti Chiavari stonden zelfs manshoge cactussen in bloei. De zee schittert in de zon, het water heeft diverse tinten blauw waardoor stranden en rotskusten een diepere kleur krijgen. De luchten kunnen snel wisselen, van ijsblauw tot hemelsblauw en van lichtgrijze tot loodzware wolken. 

foto: Bonifacio capu Pertusato.

In het ruige natuurreservaat Scandola in het Westen vind je geen stranden, maar prachtig rode rotsen in vele kleurschakeringen, grotten en een diep donkerblauwe zee. Het is heel oud vulkanisch gebied, waar visarenden en slechtvalken leven. Wij kozen voor de avondlijke boottocht ‘coucher le soleil’ om deze steile kliffen te bewonderen. En wat een wondere wereld trekt hier aan je voorbij.

foto: de grot van Scandola

Sant’Antonino, Pigna en Speloncato zijn pittoreske middeleeuwse dorpen in de heuvels en bergen van de Balagne. Ze zijn hooggelegen op de top of tegen de flanken en bieden fraaie panoramische uitzichten op de boom- en wijngaarden van deze vruchtbare streek in het noorden. In de steegjes en straten worden artisanale producten aangeboden. 


De eetcultuur

De eetcultuur is mediterraans, maar door haar geschiedenis met onmiskenbaar Italiaanse invloeden. Op lokale markten en in biologische winkels vindt je een keur aan kazen, droge worsten en vleeswaren, die wij normaliter Italiaans zouden noemen zoals pecorino, lonzo, coppa en pancetta. Hun prisuttu is de top, een gepekelde licht gerookte rauwe ham, die een aantal maanden moet rijpen en dan twaalf tot achttien maanden wordt opgeslagen in kelders.

De kazen worden gemaakt van schapen- en geitenmelk. Met Fromagerie Pierucci hebben zij een goede producent, die zelfs bierkaas maakt met het lokale, blonde Pietra bier. De tegenhanger van ricotta heet brocciu, die vaak al binnen 48 uur wordt gegeten. Het is een kwaliteitskaasje met AOC en het succesnummer van het eiland. Brocciu wordt veel verwerkt in groentetaartjes in combinatie met aubergine of wortelen.

foto: Spelunca kloof

Anderzijds zijn er Franse invloeden zoals verschillende Tomme kazen en een Bleu de Corse, een roquefort-achtige blauwe schapenkaas. Terrines koop je in glazen potten; ze worden gekruid met mirtebessen, olijven, kastanjes of vijgen. 

En natuurlijk is er een keur aan ‘confitures’: naast de kastanjejam kocht ik de cédrat en de clémentine citron. De cédrat is typisch Corsicaans. Mijn nieuwsgierigheid naar de vrucht moest ik oplossen via internet. Wat duidelijk werd is dat het een wintervrucht is. De cédrat blijkt een grote bobbelige citroen met een heel kleine binnenvrucht en een heel dikke schil. Rijp wordt de schil geel en geurend, het vruchtvlees is lichtgroen. Van de schil wordt sucade gemaakt, cédrat confi. Hoe leuk, dat stond vroeger bij ons met Kerstmis op tafel. Mijn vader at kleine schijfjes bij zijn citroenjenevertje. Wij kochten het bij een banketbakker. De cédrat wordt sinds het einde van de 19e eeuw op Corsica geteeld. Bij Nonza in het noorden zijn nog een paar kleine boomgaarden.

Bakkers hebben aan ons een goede klant, zeker op doorreis. Zo aten wij in Bonifacio de lokale specialiteit ‘Panu di u Morti’, een grote brioche rozijnen bol met walnoten en citroenzeste. Pain des Morts klonk wel wat vreemd. Oorspronkelijk werden deze bollen gebakken voor 2 november, de dag na Allerheiligen, voor het Feest der Doden. Het recept stamt uit de tijd van de Genuese heerschappij en werd traditioneel gemaakt van een mengsel van tarwebloem en kastanjemeel.

Lokale bakkerijtjes hebben bijna altijd een klein terras of zitje. In de Balagne kocht ik exquise brosse koekjes: Canistrelli traditionnels Vin Blanc. Wij aten onze eerste flan au chocolat en ook het deegflapje met spinazie en brocciu was heerlijk.  

Bierbrouwerij Pietra maakt ook een witbier, de Colomba met bijzondere aroma’s uit een mix van mirte, jenever- en aardbeiboombessen. Heerlijk om je zomerse dorst mee te lessen. Wijnbouw vindt je op meerdere locaties langs de kusten. De beste wijngebieden zijn Patrimonio in de Balagne, rondom Ajaccio en bij Sartène in het Westen. Zij hebben een eigen Appellation d’Origine Contrôlée. 

Bij U Fragnu, moulin a huiles, in Montegrosso koos ik de olimandarine. We werden onthaald op een filmpje hoe ze vroeger in die molen de olijven persten met de hulp van ezels. Op hun Facebook pagina staat een filmpje van het productieproces van die mandarijn-olijfolie. Ik maakte er een heerlijke pesto van Oost-Indische Kers mee. 

foto: Balagne Montegrosso.

Cora sluit dit gastblog af met een lekker recept van artisanale producten. Een specifiek gerecht, waarin  zij met fruitolie uit de Balagne werkt. Gegrilde romainesla met pesto van Oostindische kers. Dank je wel Cora Meijer voor je prachtige reisverhaal en recept!

Gastblogger Lizet Kruyff over nette tenten.

Gastblogger Lizet Kruyff vertelt vandaag het verhaal over nette tenten in het Haagje van eind negentiende en begin twintigste eeuw. Lizet is een verwoed historica, die overal de archieven induikt om te speuren naar leuke en lekkere culinaire weetjes. En er daarna dan mooie verhalen en boeken over schrijft. Vaak vol mooie trouvailles, zoals in Rijntjes Keukengeheimen, dat Lizet schreef, omdat zij gefascineerd was door het kookschrift van keukenmeid Rijntje Biljardt uit 1840. Over de toetjes van de Oranjes. Die op een gegeven moment niet alleen meer oranje van kleur waren. In Puntneuzen en Kersenpitten neemt Lizet je mee naar de stad Den Bosch van begin 16e eeuw. Wat aten de poorters en schilder Jeroen Bosch? Aan de hand van brieven en liedteksten stelde Lizet Mozarts Menu samen. De Mozarts reisden heel wat af in de 18e eeuw en wat kwam er dan op tafel? Heerlijke boeken van deze schrijfster, die in Gereons Kookboekenhoek staan. Lizet werkt momenteel aan een nieuw boek. Gereons Keuken Thuis is heel benieuwd, waarover dat zal gaan? Maar nu eerst de bijdrage van gastblogger Lizet. Want we gaan dansen en dineren in Den Haag. (met alleen maar heul nette mensen)

foto: dansfeestje Jean Beraud.

Nette tenten

Waar ging je zo eind 19de– begin 20ste eeuw in Den Haag uit eten? Waar kon je gezien worden? Waar kreeg je goed te eten? Waar verkeerde je in het juiste gezelschap? Waar kon je als vrouw alleen ook naar binnen zonder problemen? Eten op stand  buitenshuis was zo eenvoudig nog niet voor lieden van goeden huize. Gelukkig bestaat er adviesliteratuur die jong en oud op het rechte pad houdt.  

Restaurantbezoek is één van de onderwerpen die uitgebreid behandeld wordt in het etiquetteboek Meneer van Netten, een boek over wellevendheid voor iedereen. Deze opvoedende meisjesroman is van de hand van Marie Koopmans en dateert uit de  jaren twintig van de vorige eeuw. Het gaat over een gezin van vader en moeder, een zoon en twee dochters, grootvader Van Netten en de uitgebreide kennissenkring. Een toepasselijke momentopname:

De dochters, 18 en begin 20 bezoeken Tweede Kerstdag lunchroom Heck. ‘Zullen we wel? Als dames -alleen ’n restaurant binnen– hier in Den Haag en op zo’n feestdag? ‘Bij Heck kunnen we als dames wel gaan – daar komen er zo veel om te lunchen of te tea-en. Ik ben er laatst nog met moeder geweest’.  Dat geeft de doorslag.

foto: fin de souper Grün.

Papa: ‘dat jullie dáár in die lunchroom gingen – ik houd daar anders niet van, restaurants of dergelijke gelegenheden, zelfs niet voor heren. Die eetzalen voor Jan en alleman heten ‘en vogue’ en voor zakenlui, zo ‘s middags op een drafje? – ja, dán zal ik het niet zeggen. Maar ‘k vind het er altijd zo, zo….  Je moet doorlopend simuleren om geen derde– of vierdehands kennissen te zien. Zelfs als ’t een fijner restaurant betreft, hoor je nog op te letten of je er wel voor ‘gekleed’ bent.;

Zoon die het priestergewaad draagt zegt: ‘Wij hoeven ‘s avonds niet meer ’n smoking aan om naar het theater te gaan… om onze dames later nog ’n warm souper bij Anjema te offreren. Toch maar gemakkelijk, zo’n priesterpakje. Je kunt er overal mee komen.’ ‘Nou ja – Anjema, dáár gaan moeder en ik ook nog wel eens heen – dàt is ook wel dé gelegenheid – zo vlak bij tram en schouwburg’, stemt vader toe. ‘Of Des Indes.’

Het voorkeurslijstje van de nazaten van Meneer van Netten kan nog worden aangevuld. Behalve Des Indes, aan het Voorhout en Heck aan het Spui (later Ruteck) konden mevrouw en dochters natuurlijk ook terecht Bij Krul op het Noordeinde, waar ook koningin Wilhelmina genoot van taart en thee. De naamgeving van deze nette tenten is vaak ‘modern’ Engels met lunchroom en tearoom in plaats van Frans, alhoewel Patisserie J.A. Krul (zoon van de oprichter) zich toch liever klassiek een ‘salon de rafraîchissements’ noemt.  

foto: Haagse Spui met Heck.

Van de meeste hotels en restaurants uit de lange 19de eeuw is het nodige terug te vinden. Zo niet van Anjema. Toch ken ik die naam van rekeningen en aantekeningen die ik nodig heb voor mijn nieuwe boek. Jan Anjema senior is namelijk de chef en later ook directeur in het etablissement Van der Pijl aan het Plein pal tegenover sociëteit De Witte. (zie advertenties). Bij Van der Pijl eet bonton Den Haag. Of men laat thuis bezorgen, want cateren doet hij  ook. Anjema senior overlijdt echter al op 47-jarige leeftijd, waarna zijn vrouw het directeurschap van het etablissement overneemt met goedkeuring van de raad van bestuur, haar zoon Jan junior neemt de koksfunctie over. Later zal hij in een statig pand aan de Lange Vijverberg zijn vleugels uitslaan. 

foto: Van der Pijls La Haye, founisseurs de la Cour.



Bij Van der Pijl en Anjema kon je in een apart zaaltje privé dineren. Daar maken diverse ministers ook dankbaar gebruik van. Je zat dus niet in de zaal tussen “jan en alleman”, maar je kon met mevrouw of belangrijke gasten je privacy waarborgen en van een uitstekend maal genieten in alle rust.

foto: Menu Casino Scheveningen juli 1939.

En zocht men eens vertier in Scheveningen, dan lonkte het Casino  (zie menukaart), dat ook regelmatig op de aanwezigheid van de Koningin en haar gevolg kon rekenen.  Ook daar werd een uitstekende maaltijd geserveerd en kon je van een muzikale soirée genieten. Als vrouw alleen ging je daar natuurlijk niet naar binnen. En al helemaal niet om te gokken.

foto: Advertentie Anjema, lange Vijverberg 12.

Bij Anjema zal in 1930 ook een belangrijke conferentie plaatsvinden, namelijk die van de oorlogsschulden van Duitsland aan Frankrijk en Engeland. In het Museum Folkwang in Essen zijn er foto’s van te vinden, gemaakt door de Duitse fotograaf Erich Salomon (1885-1944)    

foto: Maison Krul, Noordeinde Den Haag.

Maison Krul, Noordeinde 42-46 – 1903 – 1970. Onder de cliëntèle bevinden zich koningin Wilhelmina, dan nog prinses Juliana. Voor de opening van het Vredespaleis in 1907 bakken ze 2000 taartjes, schenken ze 200 kopjes chocolade met slagroom, 150 kopjes thee en 100 glazen limonade. In 1966 vervaardigen ze de bruidstaart voor prinses Beatrix en prins Claus. 


Dank je wel gastblogger Lizet voor je leuke stuk! Wil je meer lezen leuzen van deze schrijfster, kijk dan op http://landentuinbouw.spinazieacademie.nl/