Smakeleyck.

foto: gekleurde pannenkoeken van de gebroeders van Eyck.

Smakeleyck. Het is vandaag vastenavond. In Engeland pannenkoekendag. De generatiegenoten van de broers Van Eyck draaiden hun hand niet om voor een feest meer of minder, valt te lezen in het mooie boekje Smakeleyck, dat historicus Joeri Mertens uit Gent mij vorig jaar stuurde. Het verscheen tijdens de expositie OMG! Van Eyck was here. Een kookboek, dat een kijkje geeft in de kalender van deze zonen van Gent. Per maand kom je van alles te weten uit de keukens van hun tijd. In februari werden er pannenkoeken gebakken voor Lichtmis en en adellijke wafels voor het carnaval. Pannenkoeken in alle soorten en maten worden al heel lang als feestvoer gegeten, zowel hartig als zoet. In de Oudheid waren pannenkoeken gezond en mierzoet. Zij zijn het symbool voor feest. Overigens is dit leuke kookboekje dat ook, een feestelijkheid, een genot om te lezen en uit te koken. Vandaag een recept voor gekleurde pannenkoeken om de laatste dag voor de vastentijd feestelijk te vieren.

foto: cover van Smakeleyck.

RECEPT voor kleurige pannenkoeken à la broers Van Eyck.


Nodig:

800 ml melk
200 ml bieten- of kruidensap. Kurkumamelk kan ook.(je kunt ook kleinere porties van de drie nemen)
500 g bloem
4 eieren
30 g boter (gesmolten)
snuifje peper en zout

Bereiding

Meng alle ingrediënten en mix in een meng kom. Bij verschillende kleuren koeken eerst beslag maken en dan bijkleuren naar believen. Doe he beslga door een fijne zeef. Bak de pannenkoeken goudbruin en gaar in een flensjespan. Qua verdere uitwerking kun je alle kanten op. Je kunt de koeken vullen met kaas en ham, maar ook de fijn gesneden stukjes gebruiken als garnituur in uw soep of salade. Smakeleyck!

foto: monument voor de gebroeders Van Eyck (credits visit Gent)


De volgende keer een Bretoens recept van twee Vlamingen in een wit huis met blauwe luiken.

BROOD, een geschiedenis van bakkers en hun brood.

foto: cover BROOD.

BROOD, een geschiedenis van bakkers en hun brood. Brood, bakkers en geschiedenis zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als brood met politiek verbonden is. Dat wisten de Romeinse senatoren al. Panem et circenses. Hoe win je de gunsten van het volk en hoe houd je ze in toom? Verderop zie je vaak revoltes ontstaan bij het niet verkrijgbaar zijn van brood, zoals in Parijs in de 18e eeuw of niet zo heel lang geleden in Tunesië, waar de verhoging van de prijs van brood leidde tot vele grote demonstraties. Tegenwoordig mikken we rustig heel wat brood weg. In onze tijd heeft brood niet meer de rol van grote koolhydratenverschaffer, terwijl dat eeuwenlang wel het geval is geweest. Tot ver in de 19e eeuw was brood het hoofdbestanddeel van het dagelijks dieet. Een geschiedenis van bakkers en brood moest er komen, vond schrijver Peter Scholliers, gewezen hoogleraar sociale geschiedenis aan de VUB in Brussel. De schrijver was op zoek naar het verband tussen voedsel, in dit geval brood, en de verschillen in de maatschappij door de geschiedenis heen.

Brood was in de geschiedenis geen sinecure, want overal werden er strenge en strikte prijsmechanismes gehanteerd. En dan te bedenken, dat het meeste brood in de Lage landen niet van tarwe werd gemaakt, maar van rogge en gerst. De rijken hadden het privilege van wittebrood. Wie weet, maar dat is een gok, besefte daardoor Marie Antoinette niet, dat Parijs honger leed door de afwezigheid van brood. De tijden veranderden en in de 20e eeuw werd wit brood voor iedereen beschikbaar. Zeker na WOII. Nederland werd toen getrakteerd op Zweeds brood. Letterlijk een geschenk uit de hemel. Maar de tijd stond niet stil, op de baren van de seventies werd de vraag naar vezelrijker, dus bruin brood weer sterker. Industrieel wit brood werd ineens gezien als goedkoop en niet gezond. Gereons Keuken Thuis kan zich nog de reclames herinneren van Tarvo, waarin bruin brood ineens werd aangeprezen als een gezond alternatief. Met succes, want bruin brood was de norm in de jaren tachtig en negentig.

Brood. Zelfs de overheid bemoeide zich ermee. In de 21e eeuw gaat het bergafwaarts met brood, omdat allerlei fit & health goeroes deze koolhydratenbom in de ban deed. Keto- en lowcarbdiëten werden de rigeur. En wat de denken van glutenvrij? Dus brood en pasta moesten vooral worden vermeden. Groentevarianten kwamen in opkomst. Inmiddels is het weer zo, dat her en der weer ambachtelijk bakkers hun kennis en kunde inzetten voor het dagelijks brood. Zonder allerlei broodverbeteraars en smaakelementen, die je vaak in supermarktbrood aantreft. Gereons Keuken Thuis vindt dat een heerlijke ontwikkeling, want ad fundum ben ik een broodklant. Bij elke maaltijd.       

BROOD, een geschiedenis van bakkers en hun brood is een must read voor iedereen, die wat verder wil kijken dan het voedingsmiddel zelf. Schrijver Scholliers zet fijn uiteen, hoe je de huidige wereld kunt begrijpen door de kern van de zaak centraal te plaatsen. BROOD vormt uitstekende kost voor de dagelijkse maaltijd maar is ook studievoer voor culischrijvers en foodbloggers, die de context willen weten van voedsel. en maatschappij.

BROOD, een geschiedenis van bakkers en hun brood. Peter Scholliers. (ISBN 9789460019289) is een mooie uitgave van Vrijdag en is te koop voor € 24,95.

Peter Scholliers (1953) was hoogleraar Geschiedenis. Hij onderzocht de geschiedenis van sociale ongelijkheid, levensstandaard, voeding, lonen en prijzen, en de materiële cultuur van 1800 tot vandaag. Eerder publiceerde hij Arm en rijk aan tafel en Geschiedenis van de ongelijkheid.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Het Mafia Kookboek. (1970)

foto; cover Mafia Kookboek

Het Mafia Kookboek. Het origineel verscheen in 1970 van de hand van Joe Cipolla. Je zal maar UI als achternaam hebben, maar dat terzijde. Ik vond in de boekenkast in mijn moeders huis deze versie van dit boekje, uitgegeven door de Bijenkorf in 1975. Van ver voor de hausse aan Italiaans eten, zoals we dat tegenwoordig kennen.

Het Mafia Kookboek start met het verhaal van het inwijdingsdiner:

“Mijn inwijding vond plaats in New York City in de herfst van 1911 in de wijk Little Italy. Men bracht mij naar een restaurant, waar vrienden al op mij zaten te wachten. De “stoppagilero” (de man die belast is met het inwijdingsritueel) prikte mij met en naald in de top van mijn middelvinger, om er zoveel bloed uit te persen als nodig was om een kleine papieren beeltenis van Santa Rosalia te doordrenken. Mijn peetvader stak het papier vervolgens in brand en met de as in mijn hand moest ik de volgende eed zweren: Ik zweer trouw te zullen zijn aan mijn broeders, hen nimmer te verraden, hen altijd te helpen en zo mocht ik falen tot as verbrand te zullen worden zoals de as van deze beeltenis.”

Dit citaat vind ik een mooi stukje filmische nostalgie, à la The Gofather en ik denk dat dit boekje ook zo is bedoeld. Als gekkigheidje, maar dan met serieuze Siciliaanse kost.

video: trailer The Godfather.

Voor mijn serie van recepten uit minder gangbare kookboeken, koos ik Al’s caponata, in een Italo New Yorkse variant. Wat mij benieuwd maakte tijdens het lezen van dit recept, was hoeveel mensen in de seventies al van aubergine hadden gehoord? Of van het concept van antipasti?

Nodig:

1 kg aubergines

500 g uien in dunne ringen gesneden

zout

4 el olijfolie

500 g tomaten

2 el kappertjes

100 g bleekselderij in stukjes

ontpitte zwarte olijven met knoflook

azijn

1 el suiker

Bereiding:

Aubergines wassen  en in stukken snijden. Leg de gesneden aubergine op een theedoek, strooi er zout over en laat alles een uurtje staan. De gesneden uien bakken in olie tot ze mooi bruin zijn, dan gaan de gesneden tomaten, kappertjes, blokjes selderie en de olijven erbij. Alles even aanbakken. Als de tomaten gaar zijn nemen we de pan van het vuur. De aubergine voorzichtig afdrogen, daarna goudbruinbakken in olie, uit laten lekken en bij het tomatenmengsel voegen. Giet de azijn erover samen met een lepel suiker. Goed roeren en ondertussen nog even laten stoven tot de azijn verdampt is. De caponata kan koud worden opgediend als antipasto of als een warme groenteschotel.

Volgende keer kook ik als Van Eijck in het Gent van de 16e eeuw.

Het excellente Kookboek van doctor Carolus Battus.


Het excellente Kookboek van doctor Carolus Battus.
 Uit 1593 en daarmee het oudste Nederlandstalige kookboek. Van een arts? Ja, Carolus Battus was dokter uit Dordrecht. Toch ook weer niet vreemd in het licht van de vele artsen, die nu vijf eeuwen later ook een kookboek schrijven. Volgens mij is dat van alle tijden. Eigenlijk gek, dat er tot 2020 geen bewerking was van dit historische boek. Maar daar hebben Christianne Muusers en Marleen Willebrands in samenwerking met Alexandra van Dongen verandering in gebracht. Zij meenden, dat de tijd rijp was om zo’n belangrijk document het 21-eeuwse licht te laten zien. Want tegenwoordig is er veel belangstelling voor foodhistorie. Gereons Keuken Thuis kan daar over meepraten, want mijn plan voor 2020 was de bijzondere collecties van de UVA vaker te gaan frequenteren, om zo tot nieuwe inspiratie te komen.  Helaas gooide Covid-19 roet in het spreekwoordelijke eten. In het najaar dan maar. Het werk van  deze dames is namelijk machtig interessant. Te ontdekken, waar de verbanden liggen met onze huidige cuisine. Al dan niet voor je gezondheid.

Carolus Battus werd geboren in Gent, studeerde medicijnen in Rostock en werd arts in Antwerpen, destijds een metropool van 100.000 inwoners en grootste handelsstad van Noordwest Europa. Maar het tij keerde en Battus belandde in de Hollandse koopmansstad Dordrecht, waar hij stadsgeneesheer werd. Uiteindelijk belandde Battus in Amsterdam. Naast het praktiseren van de artsenij, schreef Carolus Battus boeken over medicijnen. Maar waarom dan ook een kookboek? In de heersende leer, die ook Battus aanhing, had genezen van ziekten en kwalen veel te maken met de aloude humorenleer, die ervan uitging dat zieketen ontstonden door een te veel of te weinig van bepaalde (voedings)stoffen  in het lichaam van bepaalde types mens. De aartsvader aller artsen Hippocrates deelde de mensheid al in al naar gelang de vloeistof, die hun wezen beheerste. We kennen allemaal de praktijk van aderlaten. Kennelijk had zo’n persoon te veel bloed. En moest met voedingsstoffen daarna aansterken. Zie daar het verband tussen artsenij en kookboeken. De temperamentenleer beïnvloedde ook Battus in zijn receptuur. Muusers en Willebrands illustreren hun verhaal met prachtige foto’s uit musea en archieven. 

Voor wie schreef de arts Battus het excellente kookboek? Voor de thuiskok? Welnee, het was een boek voor koks en keukenmeiden, opdat zij waakten over de gezondheid van hun werkgevers. Deze recepten zullen weinig zijn gebruikt in het Dordrechtse gasthuis. De schrijfsters vertellen over de menu’s, de kooktechnieken, het banket en de volgorde van recepten in dit oude boek. Over ingrediënten en de invloed van de kerk. De tafel, het servies en de gesprekken en geneugten aan tafel komen aan bod. Alexandra van Dongen dook hiervoor de collectie van Museum Boijmans van Beuningen in.

En dan de recepten. De schrijfsters doken de keuken in en maakten moderne versies van de gerechten van Battus. Grote schotels met klinkende namen als Bruwet Fulleet van kalfsvlees of hustpot van hert. Het laatste is iets anders dan de wortel- en uienstamppot van tegenwoordig. Ik vond Deuse Geertjes wel een aantrekkelijk bijgerecht. Die zal ik toch een moeten maken. De pommeranssaus komt aan bod en Spaanse marsepein. (Sinterklaas komt toch ook uit Spanje?) Een aanstekelijk werk en wat een moeite hebben deze drie dames genomen om het excellente Kookboek van doctor Carolus Battus naar onze tijd te vertalen. Hulde. Het zal in Gereons Keuken Thuis nog regelmatig worden gelezen en geraadpleegd.

Kijk ook eens op de speciale excellente kookboek site van Battus. Binnenkort plaats ik het recept voor Deuse Geertjes. Een mooi voornemen voor mijn nieuwe serie uit bijzondere kookboeken.

Het excellente kookboek van doctor Carolus Battus (1593), Christianne Muusers, Marleen Willebrands & Alexandra van Dongen ( ISBN 97890561564970) is een uitgave van Sterck & De Vreese en is te koop voor € 29,95. Let op vanaf 10 februari a.s. ook weer live af te halen bij je lokale boekhandelaar.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

God save the Queen.

foto: God save the Queen.

God save the Queen. Soms zie ik op vensterbanken een kleine maar oh zo bekende verschijning staan. Het is zo’n solar gedreven poppetje van ER II, de vorstin van het Verenigd Koninkrijk. Al bijna 70 jaar lang zit zij op de troon. Het poppetje zwaait en zwaait naar de voorbijgangers. Alsof haar hele leven bestaat uit wuiven. Niets is minder waar over deze, met 1,60 meter. kleine en kordate vrouw, die ondanks haar postuur telkens weer een groot respect afdwingt. In de film Queen werd dat heel duidelijk. Een vrouw, niet zonder emoties, maar geworteld in het gebied, waar zij het liefst vertoeft. De Schotse Highlands. een vrouw, die opgevoed is met een discipline. Je zou je kunnen afvragen, zeker in het licht van de nieuwe serie The Crown op Netflix, wie nu eigenlijk de “Iron Lady” is? Maar er is meer dan haar politieke rol. Doordat het Britse koninkrijk een vorst voor het leven aanwijst is dit ambt een levensvervulling, net als het managen van haar familie. Ging en gaat nooit zonder slag of stoot. In 1992 brandde Windsor Castle af en verzuchtte de toch al geplaagde koningin, dat dit haar annus horribilis was. Een uiting, die ze nooit snel in het openbaar zal doen, want het zwijgen ertoe doen is goud. Haar dagelijks leven is niet gevuld met klatergoud. In tegendeel. The Queen begint haar dag sober met wat biscuits en eindigt deze met een luttel glaasje champagne. Het boerenleven heeft al haar hele leven een grote aantrekkingskracht op haar. En dan natuurlijk de paarden en honden. Een bijzonder boekje, God save the Queen, waarin een geselecteerd gezelschap vrouwen, waaronder culinair historicus en vriendin Lizet Kruyff, hun verhaal vertellen over deze bijzondere vrouw. Voor de gelegenheid maakte Gereons Keuken Thuis een vrolijk zondags lunchgerechtje.

foto: potted shrimps uit In the royal manner.

Potted shrimps and salmon. (een recept uit Paul Burrel’s boek In the royal manner)


Nodig voor 6 potjes:

225 g boter, 350 g gepelde cocktailgarnalen, een snuifje foelie, een snuifje cayennepeper, een snuf geraspte nootmuskaat, 100 g gerookte zalm in flakes, zout, peper en geknipte bieslook.


Bereiding:

Doe de boter in een steelpan en smelt deze op een laag vuur tot vloeibaar. Laat de boter niet bruin worden.  Haal van het vuur en laat even staan totdat het bezinksel naar de bodem zakt. Zeef de boter langzaam door een mousseline doek.
Houd een kwart van de boter apart en verhit de rest opnieuw op een laag vuur. Doe de garnalen en specerijen erbij en kook het geheel 2 à 3 minuten. Haal van het vuur en laat het geheel 10 minuten afkoelen. Voeg de zalmflakes erbij. 
Verdeel over 6 ramequins en voeg de resterende boter toe. Maak op smaak met een snufje zout. Gereons Keuken Thuis zou nog wat geknipte bieslook als garnering gebruiken. Serveer dit lunchgerechte met bruin boerenbrood.


God save the Queen, ingeleid door Hieke Jippes, met bijdragen van Liddie Austin, Brigitte Balfoort, Reinildis van Ditshuyzen, Wies Enthoven, Dorine Hermans, Lizet Kruyff, Vanessa Lamsvelt, Nienke van Leverink & Monica Soeting (ISBN 9789083054292)  is een uitgave van Pluim en is te koop, het liefst bij je lokale boekhandel voor € 19,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

The Amsterdam Canals.

The Amsterdam Canals. Aan de Amsterdamse grachten…. Wie heeft daar nu niet zijn hart aan verpand?

De grachtengordel, aangelegd in de 17e eeuw. Nog steeds is het heerlijk struinen langs de gevels. Vooral ’s avonds in de herfst, want dan branden de lampen in sommige stadspaleizen en zie je de mooi gedecoreerde plafonds, de rijkdom van de interieurs. In het stadsdeel Centrum wonen 80.000 mensen, zijn er acht duizend officiële monumenten, vooral patriciërshuizen aan het water met 1500 bruggen over de meer dan 200 grachten. Amsterdam Canals, de Amsterdamse grachten. Negentig kilometer aan kademuur, heel actueel nu, want veel van deze muren hebben dringend groot onderhoud nodig. Amsterdam gebouwd op palen. Veertig historische kerken als teken van de diversiteit in deze tolerante zone. Tegenwoordig vaak gebruikt voor andere doeleinden. Nog drie voormalige scheeptorens en maar één paleis, dat ooit als stadhuis werd gebouwd op de Dam en het epicentrum was van het welvarende Amsterdam. Allemaal dingen, die bijdragen aan de authenticiteit van Mokum. Wereldberoemd als stad gebouwd op het water, met meer waterwegen dan Venetië en meer bruggen dan Parijs.

De Ecuadoraanse fotograaf Cris Toala-Olivares legde het allemaal vast op de gevoelige plaat. In 2014 schetste hij een beeld van de stad, gezien door zijn lens. Nu is er inmiddels de vierde druk van dit lijvige boek. Een must have voor elke Amsterdammer, uitwijkeling zoals ik sinds dit jaar of liefhebbers van Amsterdam. Toala Olivares laat nog het beeld zien in zijn boek, dat wij kennen van voor de gebeurtenissen dit jaar. Een levendige stad, zoals het hoort. Covid-19 veranderde het Centrum in een spookstad in het voorjaar en wie weet gaat dat nu in november weer gebeuren. Eerst waren er te veel toeristen, nu niet één meer te bekennen.  Bijna iedere inwoner van deze stad heeft een haat-liefde verhouding. Vervuiling, toeristen, geen woonruimte. Allemaal waar, maar uiteindelijk blijft, ook op afstand het je stad. Zoals bezongen in de grote hit, waarmee ik deze post begon.

The Amsterdam Canals is een must have! In de feestmaand editie van Gereons Mag, begin december, lees je er meer over, want het is een heerlijk eindejaarscadeau.

The Amsterdam Canals. De Amsterdamse grachten in 300 foto’s. Cris Toala Olivares (ISBN 9789089895592) is een uitgave van Terra en is te koop voor € 62,50

Noot: dit kookboek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Recept voor Evenveeltjes.

“Evenveeltjes: Men neemt een kommetje meel, een kommetje boter, een kommetje gest, een kommetje korinten, een kommetje suiker, een kommetje gestampte amandelen, een kommetje melk en wat kaneel, besla dit alles goed, laat het rijzen en bak het in eene kaakjespan.” (uit: Rijntje Biljardt, de doorveeljarige ondervinding geleerde keukenmeid, 1840, Lizet Kruyff)

Vorige week besprak ik het leuke nieuwe kookboek van Natascha van der Stelt.

Het Nederlandse koekjesboek. Natascha van der Stelt, kleindochter van een bakker, gaat in haar inmiddels derde bakboek aan de slag met iets oer-Nederlands, namelijk koekjes. Feestelijk exemplaren, voor mee naar school, als traktatie en voor bij de thee. Koekjes zijn gewoon verweven met diverse momenten van de dag en ons leven. Van krakeling tot sprits. Het interesseert haar mateloos. Ze dook in oude kookschriften van deftige dames en oude receptenboeken. Een lastige opgave zegt zij hierover. Want recepturen verschillen. Natascha dook in de geschiedenis en maakte uiteindelijk een selectie uit voornamelijk 19e eeuwse kookboeken. 38 recepten bleven erover en toen was het bakken geblazen. Uitproberen en weer opnieuw. Deze keer niet zoals in haar eerdere boeken met haver of zonder suiker en tarwe. Nee gewoon, zoals het heurt. Proeven moest dus worden gedaan door een panel. Lees meer: Het Nederlandse koekjesboek. Vandaag een recept van de leuke site van Natascha van der Stelt.

Evenveeltjes.

Nodig:
150 g (patent)bloem
3 g gist
90 g krenten
150 g suiker
60 g amandelmeel
1 tl kaneel, gemalen
150 g boter, gesmolten
150 ml melk, lauw

Bereiding

Meng in een kom de bloem met de gist, krenten, suiker, het amandelmeel en de kaneel. Meng in een andere kom de boter met de melk en schenk dit mengsel bij de bloem. Roer tot alles goed gemengd is. Dek de kom af en laat het dikke beslag ongeveer 1 uur en 30 minuten rijzen op een warme plek. Verwarm de oven voor tot 180 °C. Vet een metalen muffinbakvorm met 12 holtes goed in. Vul de holtes van het bakblik voor driekwart met het beslag. Bak de evenveeltjes in 25 minuten gaar en goudbruin.

Het Nederlandse koekjesboek.

foto: cover Het Nederlandse koekjesboek.

Het Nederlandse koekjesboek. Natascha van der Stelt, kleindochter van een bakker, gaat in haar inmiddels derde bakboek aan de slag met iets oer-Nederlands, namelijk koekjes. Feestelijk exemplaren, voor mee naar school, als traktatie en voor bij de thee. Koekjes zijn gewoon verweven met diverse momenten van de dag en ons leven. Van krakeling tot sprits. Het interesseert haar mateloos. Ze dook in oude kookschriften van deftige dames en historische receptenboeken. Een lastige opgave zegt zij hierover. Want recepturen verschillen. Natascha dook in de geschiedenis van het Nederlandse koekje en maakte uiteindelijk een selectie uit voornamelijk 19e eeuwse kookboeken. 38 recepten bleven erover en toen was het bakken geblazen. Uitproberen en weer opnieuw. Deze keer niet zoals in haar eerdere boeken met haver of zonder suiker en tarwe. Nee gewoon, zoals het heurt. Proeven moest dus worden gedaan door een panel. 

foto: evenveeltjes op een Blue Danube koekschaaltje.

Tegenwoordig is koekjes bakken een makkie. Hoe anders was dat in de 16e eeuw, want veel huizen hadden geen oven. Bakken en koken vond vaak plaats in de haard op open vuur. In pannen aan kettingen. Ovens waren vooral bedoeld voor bakkers en brood. Ook leuk om te lezen is, dat als men vroeger koekjes bakte, dat in grote hoeveelheden van een kilo gebeurde, omdat koekjes vaak voor een groot publiek bestemd waren. Dat leverde Natascha heel wat terugrekenwerk op, want als try out is een kilo koekjes wat veel. In tegenstelling tot koken is bakken een precisiewerkje, De maten moeten kloppen. Zelf heb ik dat een keer ervaren toen ik samen met Cees Holtkamp koekjes bakte. Eenmaal in de oven kun je niet een snufje of snuifje toevoegen. Dat maakt voor Gereons Keuken Thuis bakken een grote uitdaging. Ik ben namelijk meer van de rekkelijken.

foto: sneeuwballen uit het boek.

Na een uiteenzetting van het proces, ingrediënten en het bewaren volgen de historische recepten. voor appelkoekjens,  beschuit (suyker-beschuyt), evenveeltjes en verderop sneeuwballen. Allen gepresenteerd op een Blue Danube koekschaaltje (ooit van mijn moeder), dat ik ook in mijn keuken heb staan en vaak gebruik. Natascha bewerkte deze recepten voor de bakkers in de 21ste eeuw. Aan de bak dus met deze originele koekjesrecepten uit het Nederlandse koekjesboek Een mooi en lonend tijdverdrijf nu we weer in een gedeeltelijke lock down zijn beland. Haal de bloem boter, suiker en eieren van stal en bak net als Natascha deze feestelijke koekjes. 

Binnenkort plaats ik een recept voor kaakjes van Natascha’s website op Gereons Keuken Thuis.

Het Nederlandse koekjesboek. Natascha van der Stelt (ISBN 9789492821140) is een uitgave van Het Zwarte Schaap en kost € 14,95.

Lees meer over Natascha van der Stelt: Bakken met haver en Natascha bakt. zonder suiker en tarwe.

Noot: dit kookboek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Mancini, eigenzinnig & extravagant.

foto: zelfportret van Antonio Mancini (1852-1930)

LET OP: De Mesdag Collectie in Den Haag opent vanaf 3 juni a.s. de deuren voor het publiek. De tentoonstelling Mancini, eigenzinnig en extravagant is nog tot en met 20 september te bezichtigen.

Mancini, eigenzinnig & extravagant. De in Napels geboren Antiono Mancini is één van de bekendste en spraakmakende Italiaanse kunstenaars te noemen van de 19e eeuw. Mancini was door zijn manier van werken zijn tijd ver voor uit en oogstte hiermee zowel kritiek als bewondering. Hij werd een graag geziene kunstenaar in de toenmalige Europese society. Alhoewel hij zelf eigenlijk te schuchter was voor deze sterrenstatus. Eén van de grootste bewonderaars van Mancini was schilder en verzamelaar Willem Mesdag, die gedurende 20 jaar zo’n 150 werken van deze Italiaan aankocht.

foto: portret Willem Mesdag.

Mancini, een kleermakerszoon, volgde zijn opleiding aan de kunstacademie van Napels. Op 18 jarige leeftijd exposeerde hij zijn werk al op grote groepstentoonstellingen en twee jaar later in Parijs. Hij bouwde al snel een groot netwerk van liefhebbers en opdrachtgevers op met zijn schilderijen en rake weergaven van de personen. Tijdens zijn leven was Mancini al een fenomeen. Als eerste kunstenaar verwerkte hij in zijn schilderijen stukjes glas, spiegeltjes of deeltjes van lege verftubes. Ook ging hij aan de slag met het ontwikkelen van bijzondere technieken. Zo maakte hij vaak een raster, graticola, van draden voor het model, dat hij schilderde en gaf dit nadrukkelijk weer op de schilderijen. Mesdag verzocht de schilder dit na te laten, maar dat vertikte hij. Op de tentoonstelling Mancini, eigenzinnig & extravagant zijn er enkele mooie voorbeelden van te zien. Net als de beschilderde achterzijden van een schilderij. 

foto: een portret met raster, waarvan Mesdag geen fan was.

Het was altijd een spektakel om Mancini aan het werk te zien. Dat ging met veel bombarie. Hij zetten een focuspunt op het doek en vanaf dat moment rende hij tierend, lachend, dan wel mompelend rond het te schilderen model. Ach, dat zal het Napolitaanse bloed wel zijn geweest. De Ierse dichter Yeats zei hierover: ” Leek ik maar op het portret van Mancini, dan had ik al mijn vijanden hier in Dublin verslagen” Een contradictie vormend met zijn sociale verlegenheid. Zelf was Mancini niet zo van de society.

In 1876 kocht Mesdag als eerste Nederlanden een schilderij van Antonio Mancini. Het zieke kind is nog steeds één van de topstukken van de Mesdag collectie. Twintig jaar lang ondersteunde Mesdag Mancini door ongeveer 50 schilderijen en zo’n honderd tekeningen en pastels te bestellen. De mannen correspondeerden veel met elkaar, maar hebben elkaar nooit in levende lijve ontmoet.

foto: Mancini door John Singer Sargent.

Van 13 maart tot en met 28 juni 2020 is in De Mesdag Collectie het verhaal te zien van Mancini en Mesdag. Een speciale tentoonstelling, Mancini, eigenzinnig & extravagant, die de band tussen schilder Antonio Mancini en Haagse verzamelaar Willem Mesdag laat zien in veertig stukken, van schilderijen tot brieven. Laat je meevoeren in de wereld van Mancini.

foto: Adrienne Quarles van Ufford, conservator vertelt.

Bij een eigenzinnige schilder, die aan de andere kant ook ingetogen en wat verlegen was, past volgens Gereons Keuken Thuis, dit cacao pasta gerecht van de hand van Franz Condé, de chef van Roberto’s in het Amsterdamse Hilton. Hij voegt wat cacao aan zijn pastadeeg toe. Voor de kleur en de licht bittere smaak. Voeg daarbij gorgonzola en wat paddenstoelen en deze creatie springt van je bord af.

Recept voor chocolade tagliolini met gorgonzola.

Nodig:

25 g cacao

3 eieren

200 g pastameel

1 dl room

100 g gorgonzola dolce

125 g cèpes of funghi porcini

25 g boter

peper & zout

Bereiding:

Maak van het pastameel, eieren en cacao een mooi soepel pastadeeg. Laat het even rusten en maak er met de pastamachine mooie lange taglioni van. Laat de pasta op een rekje of stoelleuning drogen. Breng een grote pan water aan de kook en voeg flink zout toe. Verhit de boter en bak hierin de geboende en in stukjes gesneden paddenstoelen aan. Voeg de room en gorgonzola toe en laat zachtjes sudderen. Kook de taglioni in 4 minuten gaar en roer de pasta door de saus serveer direct met een hint van peterselie.

video: in de voetsporen van Mancini.

Surprise royale van Lizet Kruyff.

Surprise royale. Gastblogger Lizet Kruyff vertelt vandaag het verhaal over de zonnekoning Louis XIV en zijn onmetelijke appétit. Lizet is een verwoed historica, die overal de archieven induikt om te speuren naar leuke en lekkere weetjes. Vaak heel mooie trouvailles, zoals in Rijntjes Keukengeheimen, dat Lizet schreef, omdat zij gefascineerd was door het kookschrift van keukenmeid Rijntje uit 1840. In Puntneuzen en Kersenpitten neemt Lizet je mee naar het Den Bosch van begin 16e eeuw. Wat aten de stedelingen en Jeroen Bosch? Aan de hand van brieven en liedteksten stelde Lizet Mozarts Menu samen. De Mozarts reisden heel wat af in de 18e eeuw en wat kwam er op tafel. Heerlijke boeken van deze schrijfster, die in Gereons Kookboekhoek staan. En sinds kort blogt ze weer, vanuit de stad van fabelverteller LaFontaine,op haar kakelnieuwe site lizetkruyff.nl Maar nu is het woord aan Lizet. Zij trapt de #franseweken af op Gereons Keuken Thuis. Soyez bienvenue, Lizet!

foto: Louis XIV entouré par des arts et sciences.

Oorlog en Vreten en een Koninklijke Verrassing

Lodewijk de Veertiende, beter bekend onder zijn soubriquet De Zonnekoning,  was een extravagante man. In alles zocht hij de overtreffende trap. Paleizen, kleding, feesten, landhonger, macht. Die buitensporigheid strekte zich ook uit tot zijn welgevulde tafel. Dat weten we, omdat zijn schoonzus Elisabeth-Charlotte van de Pfalz (prinses Palatina) uitvoerig met haar ouderlijk huis en vriendenkring correspondeerde. Zij zag hem vaak ‘vier volle borden soep eten, allemaal verschillend. Een hele fazant, een patrijs, een grote schotel salade, twee flinke plakken ham, schapenvlees in saus en met knoflook, een schotel patisserie en tenslotte nog vruchten en hardgekookte eieren’. En dat was dan nog maar één van de drie of vier maaltijden per dag. Hij dronk ook graag chocola en at daar de nodige zoetigheid bij.

Ook al tobde de Zonnekoning met spijsverteringsproblemen en gebitsmalheur, toch bleef hij uitgebreid consumeren. Voelde hij zich niet echt geweldig, naar buiten toe wenste hij het beeld van welvarendheid en gezondheid uit te stralen. Met die vraatzucht en alle bijbehorende problemen heeft hij het nog best lang uitgehouden, hij overleed een paar dagen vóór zijn 77ste verjaardag. De koninklijke maag bleek bij de autopsie in 1715 drie keer zo groot als die van een normale volwassene. Quelle surprise!

Prille Erwtjes

Zijn lijfarts moest trouwens niets van Lodewijks vreetpartijen hebben, en al helemaal niet voor zijn voorliefde voor groente. Die zouden de spijsvertering alleen maar verder vertragen, meende hij. Helaas gaf de koning mateloos toe aan zijn voorliefdes, waaronder die voor het zo prille erwtje. Vanaf het begin van het seizoen kwamen die in alle mogelijke bereidingen op tafel hetgeen tot grote schranspartijen aanleiding gaf. Volgens het boek dat ik lees over de Franse culinaire geschiedenis is deze groente in januari 1660 met een courtisane als souvenir van een reisje naar Italië in Versailles beland, ver vóór het tuinseizoen. Daarmee kwam een enorme hype op gang: iedereen moest en zou erwtjes eten, ook buiten het seizoen, iedere dag en graag véél. Hoe het verder ging lees je in het aangename boek Histoire de France à Plein Dents.

Bij mij rees de vraag: hebben we een recept met erwtjes uit deze periode, bij voorkeur van een Franse hofkok? Dan kom je vanzelf bij Vatel, in dienst van de prins van Condé, de broer van de koning.  Fritz-Karl Watel, geboren in Doornik in1631, overleden in Chantilly in 1671, bekend onder de naam Francois Vatel, kennen we vooral van zijn exuberante maaltijdtheaters. Maar receptuur? Aan een kookboek is hij dankzij zijn zelfmoord niet toegekomen, hij was tenslotte pas veertig. Massialot is dan wel een goede bron, die leefde van 1660 tot 1733 en kookte onder meer voor een andere broer van de zonnekoning, de hertog van Orléans. Massialot publiceerde in 1691 zijn culinair opus  Le nouveau cuisinier royal et bourgeois, ou cuisinier moderne. Qui apprend a ordonner toutes sortes de repas en gras & en maigre, & la meilleure maniere des ragoûts le plus délicats & les plus à la mode; & toutes sortes de pâtisseries: avec de nouveaux desseins de tables….Ouvrage très-utile dans les familles, aux maîtres d’hôtel & officiers de cuisine. Het zal nog vele malen en in veel vormen herdrukt worden. (Er is een exemplaar in de Bijzondere Collecties van Allard Pierson/UBA). Er staat een heerlijk recept voor erwtjes in. Ik vertaal het even voor jullie en laat de suiker een beetje weg (die andere koninklijke zonde, ook door deze van zichzelf al zoete erwtjes ging een flinke schep suiker):

foto: erwtjes en rozen van Giovanna Garzoni.

Jonge erwtjes à la crême (en zonder)

Neem piepjonge erwtjes. Doe boter in een casserol en laat daarin de erwtjes op een klein vuur garen. Als ze bijna gaar zijn doe je er een handje peterselie en een handje bieslook bij, wat zout en room. Je kunt de erwtjes ook zonder room bereiden. Doe ze dan met boter in een casserol en een bouquet garni, breng op smaak met peper en zout, laat ze met een deksel op de pan sudderen op klein vuur tot ze gaar zijn. Roer af en toe om. Als ze bijna gaar zijn roer je er een eetlepel bloem laat die een beetje mee garen en dan doe je er een glas warm water bij. Nog even nastoven en dan direct warm opdienen. Wij snappen nu al die ophef misschien niet meer. Toen was het een hype want nieuw en met koninklijke goedkeuring. Er is ook niets mis mee. Verse erwtjes zijn ontzettend lekker.

Maar even terug naar de titel van dit verhaal Oorlog en Vreten. In de oorspronkelijke tekst gaat het natuurlijk om een woordgrapje: War and Peas. De erwtjes snappen we nu, maar die oorlog? Die voerde Lodewijk vaak, ook met ‘onze’ stadhouder-koning Willem III. Die op zijn beurt graag de Franse koning na-aapte in extravagante kleding, pruiken en hofhouding en oorlog voeren. Of Willem aan de erwtjes raakte? Dat zou zo maar kunnen. Ook de tafel van Willem III en Mary II was rijk voorzien van schotels. We hebben een beschrijving van onder andere de indeling van de maaltijd. En wat lezen we daar bij de nagerechten, jawel, erwten (of artisjokken, pistachescrême of zwezerikenragoût)? Wedden dat daar ook een schepje suiker in zat?

Lezen: Histoire de France à Plein Dents, Le grand roman national à savourer, Stéphane Hénaut & Jeni Mitchell. 2019, Flammarion; verscheen eerder als A Bite-Sized History of France, 2018, The New Press, New York.  

Merci Lizet pour ta belle surprise royale et à la prochaine!