Talk & table 2022 met Mara Grimm.

foto; Hoe Parijs kun je het hebben, au bord de la Seine?

Talk & table 2022 met Mara Grimm. Ik lees elke week met veel plezier de restaurantreviews in Het Parool van Mara Grimm. Deze journaliste houdt in het hoofdstedelijke restaurantwezen de vinger aan de pols. Mara Grimm is een culischrijver, die al heel wat werken op haar naam heeft staan. Tijdens de Covid pandemie ging ze niet bij de pakken neerzitten, maar publiceerde ze in eigen beheer twee boeken: Crisiskoken en Eetiquette. Maar Mara is niet alleen actief op het Amsterdamse toneel. Zo gauw zij kan reist zij naar haar tweede woonplaats Parijs, om daar te genieten van de ontdekkingen, die zij doet op culinair gebied. Je raadt het al, een verslag in de vorm van haar nieuwe boek kon natuurlijk niet uitblijven. Eind november verscheen Bon Appétit Paris. Een boek vol Parijs en eten. Tijd dus om Mara uit te nodigen als #herfstgast. Ik wil alles van haar en haar projecten weten en beloon haar met een speciaal recept en bijpassende wijntip.

foto: Bon Appétit, à Paris on prend la mésure.

Wie is Mara Grimm? Vertel eens iets over jezelf en je interesse in eten en drinken? Er bestaat voor een schrijver geen beter onderwerp dan eten. Het is zoveel meer dan iets in je mond stoppen: eten is liefde, politiek, cultuur, mode, verlangen, alles. Van het recenseren van restaurants voor Het Parool tot het maken van culinaire reisreportages voor VOGUE… ik vind het allemaal even leuk.  Het is bovendien een onderwerp dat met je meegroeit. In de jaren dat ik extreem veel reisde interviewde ik bijvoorbeeld de beste chefs ter wereld, toen mijn zoon een jaar of vijf was deed ik er een kinderkookrubriek bij, tijdens de corona-crisis maakte ik een boek over koken in lockdown. En in Parijs focus ik me meer op mode en eten… het houdt nooit op.

Wat doe je op dit moment? Wat houd je bezig, naast jedagelijkse leven in Parijs en Amsterdam? Vandaag ben ik hard aan het werk voor Het Parool. Naast mijn wekelijkse restaurantrecensie bereid ik een groot overzicht van de food trends van 2023 voor. Daar ben ik een paar jaar geleden mee begonnen en sindsdien is het een van mijn favoriete klussen van het jaar. Verder ga ik dit weekend vieren dat mijn nieuwe boek af is. In Parijs, dat spreekt.

Vertel eens iets over je interesse in Parijs? Hoe is die ontstaan? In Parijs ben ik op mijn plek, dat gevoel heb ik altijd gehad. Toen ik klein was nam mijn moeder me twee keer per jaar mee om me alle musea en restaurants te laten zien, me onder te dompelen in het Parijse leven. Toen wist ik al: ooit woon ik hier. Sinds een jaar of vijf verdeel ik mijn tijd over twee plekken: de ene week ben ik in Amsterdam, de andere week in Parijs. 

foto: Mara aan de schrijf in haar Parijse habitat.

Wat zou je doen als je één keuze had tussen Amsterdam en Parijs? Een leuke vergelijking, die krom is. Wat was het dan geworden? Geen compromis mogelijk.  Het idee van op één plek leven benauwd me, dus ik denk dat ik gek zou worden. Toch zou ik kiezen voor Amsterdam, want hier is mijn zoon geboren en woont onze familie. Bovendien heb ik hier mijn droombaan: restaurants recenseren voor Het Parool. Toen ik net begon met schrijven over eten droomde ik ervan ooit Johannes van Dam op te volgen, dus het voelt alsof de cirkel rond is. Proefwerk is een extreem goed gelezen rubriek en daarom een grote verantwoordelijkheid, maar het is vooral zo ongelooflijk leuk dat er weinig tegenop kan – zelfs Parijs niet. 

Je hebt al aan heel wat kookboeken meegewerkt, o.a. voor Sergio Herman Kun je hierover wat meer vertellen?  Met Sergio heb ik inderdaad veel gewerkt. We hebben exact dezelfde smaak, niet alleen qua eten en wijn, maar ook qua vormgeving. Een van de eerste boeken die we samen maakten was een verslag van zijn laatste jaar bij driesterrenrestaurant Oud Sluis. In die tijd leerde ik denken zoals hij, leefde ik in zijn hoofd. Die periode is me nog steeds zeer dierbaar. Ook daarna hebben we nog veel boeken gemaakt, dat vind ik nu eenmaal een van de leukste dingen die er zijn. Daarom geef ik sinds een paar jaar mijn eigen boeken uit. Ik hou van papier, van typografie, van beeld. Als ik niet was gaan schrijven, was ik vormgever of fotograaf geworden. Tijdens het maken van boeken komt het voor mij allemaal samen. 

Wat is minst aantrekkelijke kant van leven in Parijs voor jou?  Er wordt in Frankrijk volop gestreden voor het behoud van de eetcultuur. Dat is fantastisch, maar het heeft ook een zwarte kant. Rechtse politici vinden halalvlees bijvoorbeeld een bedreiging voor de landbouwtraditie. Sommige scholen weigeren varkensvleesvrije menu’s te serveren. En worst en rode wijn zijn populistische symbolen van het pure Frankrijk geworden. Afschuwelijk.  

foto: uit het boek de iconische Isphahan van Pierre Hermé

En wat is de meest aantrekkelijke kant van wonen in Parijs voor jou?  De eindeloze schoonheid; Parijs stopt nooit met mooi zijn. En de restaurants natuurlijk; uit eten gaan is in Parijs een essentieel onderdeel van het dagelijks leven. Ik leef in Parijs ook anders dan in Amsterdam. Hier is mijn agenda elke dag bomvol; in Parijs neem ik veel meer de tijd om te léven. 

En hoe staat het met Amsterdam, dezelfde vragen?  Amsterdamse chefs zijn vrijer dan hun Parijse collega’s, zitten minder in een keurslijf. Dat levert vaak een creatievere keuken op. Recenseren is hier daarom veel leuker dan het in Parijs zou zijn. Verder hou ik van het dorpse van Amsterdam – al is dat meteen ook het nadeel: ik wil me soms kunnen verliezen in een stad. 

Ik ben benieuwd hoe jij te werk gaat voor proefwerk, want inmiddels zullen veel restaurateurs je wel kennen?  Als ik voor de krant ga eten reserveer ik altijd onder een andere naam. Bij binnenkomst word ik inderdaad regelmatig herkend. Niet erg: ik weet dondersgoed wanneer ik een voorkeursbehandeling krijg en let uiteraard ook op wat er aan de tafels om me heen gebeurt.

Staan er nog andere spannende projecten op stapel dit jaar? Een ander boek?  Er komt áltijd een nieuw boek, want boeken maken is een verslaving geworden. Zeker nu ik zelf uitgever ben. Mijn volgende onderwerp? Dat houd ik nog even voor me, maar een tweede Parijs-boek sluit ik niet uit. 

foto: wat zou Parijs zijn zonder croissants?
foto: Mara en fruits de mers, match made in heaven.

Wat vind jij een goddelijke maaltijd?  Voor schaal- en schelpdieren mag je me altijd bellen. Van pasta vongole tot chili crab en van oesters op de markt tot een enorm plateau fruits de mer in een grote brasserie… ik krijg er nooit genoeg van. 

En natuurlijk welke wijn(en), ik weet dat één keuze niet mogelijk is?  Ik heb ooit een dag mogen helpen met de oogst bij Romanée-Conti, een onvergetelijke ervaring. Hun Montrachet is de mooiste wijn die ik ooit heb gedronken. Sowieso heb ik een groot zwak voor bourgognes. Nog een grote liefde: champagne. De Roses de Jeanne van Cedric Bouchard is mijn alltime favourite. Maar goed, dat zijn allemaal geen wijnen voor elke dag. Thuis drink ik graag Brouilly van Lapalu. 

Wat lust je echt niet en waarom niet? In principe eet ik alles, maar ik ben geen fan van zoetwatervis. 

Wat is jouw favoriete plek in Parijs? Ik zal je verklappen, dat mijn favoriete plek de tuin van Palais Royal is.  De tuin van Palais Royal is inderdaad prachtig.  Ik heb sowieso een groot zwak voor Parijse tuinen. In die van het Musée de la Vie Romantique kom ik graag om te schrijven als het binnen te warm is. Ook een aanrader: de tuin van het huis van Balzac in het zestiende.

Wil je nog iets anders vertellen….delen? Ga naar Parijs! Dat is altijd het beste idee.

foto: gevulde kalfskoteletjes à la George Sand.

Het recept. Côtelettes de veau en papillottes.

Voor het recept voor Mara ging GKT te rade bij George Sand. Deze schrijfster organiseerde op haar buiten Nohant, maar ook in Parijs geweldige soirées met eten en drinken. Dat kwam haar uiteindelijk duur te staan, want tot haar dood moest ze in opdracht blijven schrijven om al dat lekkers te bekostigen. Als romantische ziel en épicurienne schreef zij ook alle gerechten op in schriften. Wat is er verandert in de tijd? Ttegenwoordig bloggen we, Deze recepten zijn bewaard door nazaat Christianne Sand en bewerkt naar de huidige tijd. Ik tikte het boek Les carnets de cuisine de George Sand op de kop in Châlon sur Saône. Een kook- en leesboek, dat je meevoert  naar de tijd van de romantiek. Doordat Mara vertelde, dat zij regelmatig werkt in het Musée de la Vie Romantique was de keuze voor een recept op GKT zo gemaakt. En in zekere zin hebben Sand en Grimm wat gemeen. De romantiek van het wonen in Parijs, hun indépendance, het schrijven en het ETEN! Voor Mara koos ik een recept Kalfskoteletjes met een farce van kip en Parijse champignons. Erbij een rode Morgon uit de Beaujolais.

Nodig:

4 kalfskoteletjes

400 g kipfilet in fijne reepjes

100 champignons de Paris

2 eieren

50 g boter

50 g gehakte peterselie

100 g paneermeel

zout & peper

takjes rozemarijn

bakpapier

Bereiding: 

Maak eerst een farce. Doe de blokjes kipfilet, de champignons in kwarten, peterselie en een ei in een kom van een mixer. Voeg zout en peper toe. Mix het geheel op gemiddelde snelheid, zodat er wel enige structuur overblijft. George Sand noemt dat “coupé au couteau” Niet te fijn, niet te grof. Besmeer de koteletjes aan beide kanten met deze farce. Klop de farce goed aan, zodat het stevig blijft zitten. Klop een ei los en haal de kalfskoteletjes erdoor. Doe daarna hetzelfde met de het paneermeel. Laat het geheel een uur in de ijskast rusten. Verhit de boter en bak het vlees om en om aan. Verwarm de oven voor op 180 graden. Smeer vier velletjes bakpapier in met wat boter, Pak de kalfskoteletjes in met erop een takje rozemarijn. Draai het papier in één beweging dicht.. Leg de pakketjes op een ovenplaat en bak het geheel af in 20 minuten. Serveer op een bord verpakt in papier. Erbij een frisse salade van jonge bladsla met een kleine dash vinaigrette.

foto: rood uit de Beaujolais, Morgon 2017

Erbij drinken we een Morgon uit 2017 van domaine de la Rizolière. Een robijnrode fonkelende gamay uit de Beaujolais, gemaakt door Didier en Marieke Canard, Drink deze iets koeler.

foto: cover Bon Appétit Paris.

Over Bon Appétit Paris: Waar koop je de beste croissants van Parijs? Wat is het verschil tussen een bistro en een brasserie? Hoe ga je om met Franse obers? Welk servies mag niet in je kast ontbreken? Hoe bemachtig je de meest gewilde tafels van de stad? Wat trek je aan naar een restaurant? En op welk moment van de dag eet je macarons? Kortom:

HOE EET JE ALS EEN PARIJZENAAR?

In deze culinaire stijlgids zoekt Mara Grimm het voor je uit. Ze woont al vijf jaar deels in Parijs, niet geheel toevallig om de hoek bij de beste bakker van de stad. In die vijf jaar verzamelde ze behalve eindeloos veel servies ook talloze verhalen over eten én de beste adressen. Mara vertelt je alles over het kontje van de baguette, het belang van boter, de heilige lunchcultuur en sporten met een glas wijn. Ook leert ze je hoe je thuis het perfecte Parijse diner geeft – en nee, daar hoef je absoluut niet goed voor te kunnen koken.

Het boek bestel je hier

Bon Appétit Paris. Mara Grimm (ISBN 9789083262000)  is een uitgave van Uitgeverij Grimm en is te koop voor € 29,99.

Masters of Tonewood. Jeffrey Greene.

Masters of Tonewood, Ik ben een heel bijzonder boek aan het lezen, geschreven door Jeffrey Greene , poëet en vorser tegelijkertijd. Ik leerde de boeken van Greene kennen, doordat ik in Mancey (Saône et Loire) zijn liefdesverklaring las aan een oude pastorie in Bourgogne. Een maison d’esprit vol verhalen en lagen. Juist daarin is Greene meester. Hij schreef een boek, The Wild Boar, over everzwijnen, gewoon omdat deze dieren hem aanspraken. Zo toog deze professor naar Amsterdam om een bootje te kopen de kick off van een tour door de wereld voor het boek Wild Edibles. Gereons Keuken Thuis werkte graag aan dit laatste boek mee. Jeffrey gaat in zijn nieuwe boreling op pad door de zeven bossen, waar het mooiste hout groeit voor snaarinstrumenten. Waarom slechts in deze zeven streken? En wat is het mooiste klankhout? Een nieuwe reis van deze originele schrijver, die nooit terugdeinst voor een nieuwe queeste. 


Masters of Tonewood. Het hout, dat meester instrumentbouwers gebruiken om de mooiste snaarinstrumenten te maken vind je op een zevental mythische plekken in Europa. In zijn boek neemt Green je mee door deze bijzonder bossen en naar verloren gewaande werkplekken van snaarinstrumentmakers. Dit alles om et alten zien, dat het naast mooi en beroemde instrumenten ook kunstwerken an sich zijn. Van een bijzondere fa- of herkomst. Masters of Tonewood gaat dieper in op het verborgen leven van het snaarinstrument. Te beginnen met het unieke hout, dat wordt gebruikt voor klankkasten. Dit wordt op zeer precieze wijze geselecteerd in de eerder genoemde bossen. Hout, dat elk instrument zijn eigen klankkleur geeft. Jeffrey Greene reisde hiervoor door Italië. Frakrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Roemenië, Polen en Tsjechië. Het dennenhout van Stradivarius komt aan bod en wat doet esdoornhout min het proces van het maken van een hoog kwalitatief snaarinstrument?  Greene bezocht ateliers van Spanje tot in de VS. Hij absorbeerde en vertelt in het boek de ervaringen van alle mensen, die werkzaam zijn in de snaarinstrumentindustrie. Van houtvester, instrumentmaker tot uiteindelijke bespeler. Ook stipt hij  de zorgen aan van deze industrie, die wordt bedreigd door milieuproblemen. Zeker in een ambacht, dat afhankelijk is van het mooiste hout uit de schoonste bossen.


Masters of Tonewood  is een ode aan een ambacht, de natuur en de klanken, die de uiteindelijke bespeler eruit haalt. En wie kan dat beter vertellen dan Jeffrey Greene?Heerlijk zomers leesvoer.


RECEPT

 Om toch in de houtsfeer te blijven een recept voor gerookte zalmforel.

Houtmot om mee te roken. Zelf zalmforel roken. Hiervoor heb ik zelf een rookstation geassembleerd. Van een oude vleespan met een stoomrooster van een groot Zweeds meubelhuis. Geeft meteen dat vrije Nordische easy does it gevoel. Een lekker voorgerecht voor de schrijver en fourageur Greene. Erbij een witte wijn uit de Châlonnais op hout gelagerd natuurlijk. Ma non troppo! (om in muzieksferen te blijven)


Nodig:

4 dikke zalmforel filets
1/2 citroen
2 tl zout
3 el houtmot
olijfolie
peper
1 teen knoflook
takje rozemarijn

Bereiding:

Bekleed de bodem van de pan met aluminium folie en schep hierop 3 el houtmot. Zet het stoomrekje erop. leg de zalmfilets op een bord, voeg een takje rozemarijn en wat gehakte knoflook toe. Bestrooi met zout. Voeg wat citroensap toe en zet 10 minuten in ijskast. 
Haal de zalmforelfilet uit de ijskast. Verwarm de pan op een elektrische kookplaat buiten totdat het gaat roken. Rook de filets ongeveer 10 à 12 minuten met het deksel op de pan. Laat hierna afkoelen. Serveer met partje citroen.

Masters of Tonewood, Jeffrey Greene ( ISBN 9780813947464) is een uitgave van University of Virginia Press en is te koop voor ongeveer € 30,00 via bol.com 

Meer over Jeffrey Greene: lees zijn relaas in mijn talk&table gesprek.

Kerstmenu met Joke Boon.

Kerstmenu met Joke Boon. Het kan niet uitblijven in de kerstrally 2021 op Gereons Keuken Thuis. Een kerstmenu uit de boeken van bonendiva, kleurenkookster, linzenlady, vega-optioneer, reukprofesseur, maar vooral lieve vriendin Joke. Zij schreef dit jaar Eerste hulp bij reukverlies (Nächstem Jahr auch auf Deutsch erhãltlich) en ging haar mooie vegan recepten delen met de lezers van Trouw op dinsdag. In deze krant geeft zij tips voor een stressvrije kerst. Reden voor Gereons Keuken Thuis om een compilatiemenu te maken uit haar kookboeken met een wijntip van mijn hand. Overigens zijn onderstaande recepten niet per se vegan, maar met een beetje creativiteit en wat aanvullen of weglaten kom je een heel eind!

foto: Joke’s linzenpaté.

Joke Boons paté van linzen, sardien & tomaat. Recept uit Linzen van Joke Boon.

“Dit is echt zo’n recept, dat je in no time maakt met ingrediënten, die je nog op vooraad kunt hebben. Het is een lekkere, grove paté, die het goed doet op toast of brood.” 

Wijn: Albada, witte macabeo van oude wijnstokken uit DO Catalayud. 

Nodig: 

75 g bruine linzen gewassen, ook leuk is het om Berry linzen te gebruiken

1  teen knoflook

1 laurierblaadje

1 blikje sardientjes op olie à 125 g

50 g zongedroogde tomaat op olie, uitgelekt

2 el olie uit de pot zongedroogde tomaat

1 tl azijn of citroensap

1 el bieslook, fijngehakt

peper & zout

Bereiding:

Kook de linzen met de gepelde knoflookteen en het laurierblaadje gaar in ruim water. Controleer door er een te proeven. Giet af en laat uitlekken in een zeef. Verwijder het laurierblaadje en de knoflookteen. De knoflookteen gebruik je hierna nog.

Maak de sardientjes schoon: verwijder de graatjes. Snij of knip de zongedroogde tomaatjes in stukjes. Doe de linzen met het knoflookteentje in de keukenmachine en pulseer kort. Voeg de tomaat, sardientjes, olie, azijn en bieslook toe. Pureer tot een grove of iets fijnere paté. Proef en maak op smaak met peper en zout of een extra drupje azijn. Doe in een schaaltje of potje. In de ijskast 3-5 dagen houdbaar. 

foto: een tikkeltje roze hier.

Roze soep uit Koken met Kleur. Lees meer.

Wijn: Noilly Prat uit Marseillan aan het bassin du Thau (Languedoc)

Nodig:

1 kipkarkas, restje gebraden kip of kippenpoot

zout en peper

1 laurierblaadje

1/2 el versgeraspte gemberwortel

sap van 1/2 citroen

2 à 3 aardappels in blokjes

1 middelgrote ui gesnipperd

1/2 appel (Jonagold of Elstar) in blokjes

125 g preiwit

1 kleine rode biet in blokjes

75 g zachte roomkaas

4 hardgekookte eieren

1/2 bosje krulpeterselie fijngehakt

Bereiding:

Begin met de bouillon. Doe de kip in een passende pan en giet er 750 ml koud water op. Doe er 1 tl zout, het laurierblaadje, de gember, versgemalen peper en citroensap bij en breng aan de kook. Laat op een heel zacht pitje trekken met het deksel op de pan. Doe de aardappels, ui, appel, preiwit, biet, en een flinke snuif zout samen met 500 ml water in een andere ruime pan en breng aan de kook. Laat 45 minuten zachtjes koken tot alles volledig gaar is.
Schep het aardappelmengsel in de kom van een keukenmachine en pureer met de roomkaas, helemaal glad. Doe terug in de pan. Giet de bouillon als hij lang genoeg heeft getrokken door een zeef. Pluis het vlees van de botjes en doe deze bij de bouillon.
Voeg de bouillon en kippenvlees bij het gepureerde aardappel-bietenmengsel en warm al roerend goed door. proef even en maak zo nodig op smaak met zout en/of peper.
pel voor de eiermimosa de eieren, doe in een kom en prak met vork goed fijn. Meng er 1 el gehakte peterselie door. Schep de soep in borden of ruime kommen Verdeel de eiermimosa erover en strooi er nog wat gehakte peterselie over.

Onnodig te zeggen, dat je voor een vegan soep de kippenbouillon ook kunt vervangen door homemade groentebouillon en de eiermimosa kunt vervangen door peterselie of gremolata.

“Ik ben heel gedreven in de dingen die ik doe en houd me alleen maar bezig met wat ik nu doe. Schrijven over eten. Dat was voorheen niet zo, tot iemand mij de gouden tip gaf: “Focus je” Ik koos één onderwerp uit en ben daarvoor gegaan. Heb me erin in vastgebeten. Onderzoek en het schrijven van mijn eerste boek over het reukzintuig: Het mysterie van de reuk.” (gesprekken en gerechten  met Joke in 2018)

foto: de onvervalste saté-burger.

Saté-burger uit de Vega Optie. Een heerlijk boek, om zelf vleesvervangers te maken.

Wijn: frisse Spaanse rosé, bijvoorbeeld van BORN uit Catalonië

Onderstaand recept is verrassend makkelijk en illustreert hoe je met bijvoorbeeld bonen een heerlijke vegetarische hamburger maakt voor op de BBQ of in je pannetje. Morgen ben ik jarig en staan er steevast satéballen op het menu. Deze editie dus een keer als Vega Optie! Glas koude rosé erbij en laat de zomer maar komen.

Ingrediënten voor 4 stuks:

75 gr gekookte kidneybonen, uitgelekt

1 ui, in stukken

1 teen knoflook, gepeld

150 gr gezouten pinda’s

15 gr havermout

1 ei

1/2 el sambal badjak (10 gr)

1/4 tl chilipoeder

1 tl gemalen komijn

1 tl gemalen koriander

1/2 tl vijfkruidenpoeder

1/2 tl gemberpoeder

olie om in te bakken

Bereiding:

Als je kidneybonen uit pot of blik gebruikt, doe ze dan in een bolzeef, spoel af onder de kraan en laat goed uitlekken. Doe ui, knoflook, pinda’s, bonen, havermout, ei, sambal en alle specerijen in de keukenmachine en draai tot een samenhangende massa. Vorm 4 burgers van het mengsel. Laat 15-30 minuten opstijven in de koelkast. je kunt ze hierna meteen bakken of tot gebruik bewaren in de koelkast. Invriezen kan ook. verhit 2-3 eetlepels olie in een koekenpan en bak de burgers in 5-7 minuten rondom bruin en krokant.

“Een aptoniem, van het Latijnse aptus (geschikt) en het Griekse onuma (naam), is het verschijnsel, waarbij de drager van een naam zich bezighoudt met het onderwerp van de naam. Beter kan het niet in het geval van Joke Boon, die een kookboek schreef over Bonen! Een jaar lang peulvruchten in diverse recepten. Boon stelde zich tot doel elke dag iets met bonen te eten. In haar geval geen straf, want Joke is dol op bonen. Altijd al geweest. Hierin schuilt een soort “nomen est omen”. Dat geldt niet voor alle Nederlanders. De peulvrucht is een beetje in het verdomhoekje geraakt door de jaren heen. Maar als gevolg van kennismaking met andere culturen zit de boon weer in de lift. En Joke draagt hier haar steentje aan bij met het boek Bonen! Elke maand 12 verrassende recepten met bonen.”

foto: cover van Bonen!


Bijgerecht voor het kerstdiner: wortelhummus uit Bonen! Joke at een jaar lang elke dag Bonen!

Nodig:.

100 g worteltjes (van een bos) gewassen

plantaardige olie

1 tl paprikapoeder (of rokerige pimentón)

snufje chilipoeder

150 g canellini bonen (75 g gedroogd gewicht) zelf gekookt of uit blik (laat ze in beide gevallen goed uitlekken)

1 1/2 el pindakaas

2 el versgeperst sinaasappelsap

2 el citroensap

2 el extra vergine olijfolie

zout en versgemalen peper.

Bereiding:

Rooster eerst de worteltjes. Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijd de worteltjes in schuine plakjes, schep ze om met twee eetlepels olie, paprikapoeder, chilipoeder en een snuf zout. Rooster de plakjes in 25 minuten gaar. Laat iets afkoelen.

Doe alle ingrediënten en de extra vergine olijfolie in de keukenmachine en pureer. Voeg zoveel warm water toe tot je een romige en goed smeerbare hummus hebt Voeg naar eigen smaak zout en peper en eventueel nog wat water toe.Joke over deze pudding in Eerste hulp bij reuk verlies: “Ik weet niet of je het herkent, maar ik heb soms periodes dat ik één ingrediënt of gerecht heel erg lekker vind en dat dan gedurende een bepaalde tijd steeds eet. Ik noem het een fase. Zo verkeerde ik een poosje in een anijszaadfase. Dat lichtzoete beviel me zo goed dat ik het fijnstampte en er thee van zette, en het overal door of in deed. Zo ontstond deze pudding min of meer. Hij is geïnspireerd op het Midden-Oosterse Malabi, een zijdezachte pudding van maizena en melk. Behalve anijs bevat deze pudding ook koffie en andere kruiden, zoals gember, en dat maakt hem onweerstaanbaar. Voor een feestelijk etentje maak je het extra mooi met een toefje slagroom en wat chocoladekoffieboontjes.

foto: kruidige koffiepudding uit Eerste hulp bij…..

Kruidige koffiepudding.

Wijn: als feestelijke tegenhanger een glas zoete Madeira van Enriques.

Nodig:  

30 g maizena 

1½ theel. anijszaad 

400 ml volle melk 

100 ml espresso of heel sterke koffie 

75 g fijne kristalsuiker 

1 theel. gemberpoeder 

1½ theel. gemalen kaneel 

slagroom

+ chocolade en koffieboontjes (optioneel), om te garneren


Bereiding:
Los de maizena op in 40 ml water, roer goed zodat er geen klontjes zijn.  Maal het anijszaad in een vijzel of specerijenmolen tot fijn poeder. Doe de melk, koffie, suiker, het gemalen anijszaad, gemberpoeder en de kaneel in een pan. Roer goed door en breng zachtjes aan de kook.  Voeg als het melkmengsel kookt al roerend het maizenapapje toe en laat 5 minuten zachtjes doorkoken. Blijf goed roeren. Zet de pan in een bak koud water en roer koud om velvorming te voorkomen. Giet de pudding in kopjes, glaasjes of schaaltjes en laat in de koelkast verder koud worden.  Garneer – eventueel – met een toefje slagroom en wat chocolade-koffieboontjes. 

foto: Joke met haar laatste boek!

Bij Bijdendijk Thuis.

foto: jam maken voor het ontbijt.

Bij Bijdendijk Thuis. Net als bij zovelen tijdens de lockdowns van 2020 en 2021 werd er ook door chefs meer thuisgekookt. Zo ook in huize Bijdendijk. Op de keukentafel van Gereons Keuken Thuis ligt nu een vuistdik kookboek met 250 originele recepten van Joris Bijdendijk , dagelijkse kost voor iedereen. En in die typische stijl van Bijdendijk. Met enkele bijdragen in de vorm van verhalen en interviews van de hand van journalist Joël Broekaert. De illustraties zijn van Jessie Le Comte. Een goed getimed kookboek, zeker nu we voor de derde keer geconfronteerd worden met maatregelen in restaurants. Uitbreng organiseren is dan leuk, maar zelf aan de slag met de favorieten van een kok in je eigen keuken is ook een heel fijne optie. 

foto: een kleurenwaier van boters.

In het voorwoord van Bij Bijdendijk Thuis verteld zijn vrouw Elsa over hun ontmoeting in Frankrijk. Voorheen was zij gewend na een lange avond werken zelf te koken, al was het om 3 uur in de nacht. Dat veranderde toen Joris in haar leven kwam. Het veranderde haar manier, waarop ze kookte. Het is niet niks om ineens een chef in huis te hebben. Maar uiteindelijk zijn de Bijdendijks er in geslaagd een mooie symbiose samen te stellen van oude en nieuwe gerechten in hun keuken thuis. En dat willen ze delen met dit boek.

foto: Hoe Hollands, het broodje bal voor de lunch.

Bij Bijdendijk Thuis is geschreven in een heel andere stijl dan Een keuken voor de Lage Landen, dat nog steeds een mooi plekje heeft in Gereons kookboekenhoek. Dit kookboek concentreert zich rond de maaltijdmomenten van de dag met gebruik van mooie producten om de maagjes van het gezin te vullen. Lunch komt aanbod met hoe kan het ook anders bijzonder boterhammen, boters met een smaakje, koffie, een Hollands broodje bal met pindasaus, pissaladière en heel belangrijk de sandwich der sandwiches, een broodje Joris. Ligt er na RIJKS en Wils ook een ouderwetse lunchroom in het verschiet, Joris? Maar ook aan pasteien, soepen en salades wordt door Bijdendijk veel aandacht besteed. Ik begrijp wel dat het hoofdstuk lunch een belangrijke rol speelt, want ’s avond is de chef aan het werk, althans in normale tijden.

foto: heldere ossenstaartbouillon.

DINER in huize Bijdendijk start natuurlijk met een bodem of te wel de uit Frankrijk geïmporteerde apéro met nems van Elsa en acras de morue of acras de courgette. Grignoter avant le répas. Daarna volgende hoofdgerechten en uitleg over bereidingen van bijvoorbeeld groenten en kreeft. De foto’s laten zien dat Joris Bijdendijk ook thuis zijn typische signatuur hanteert op het bord.

foto: knolselderij in klei, een echt Bijdendijk gerecht.

Tot slot komen  het ontbijt en zoetigheden aan bod. Met thuis gebakken brood, jams en andere zoetigheden. Een klein feestje voor de thuiskok. Bij Bijdendijk Thuis geeft je direct een kijkje in de keuken, nu niet eens in één van de restaurants, maar at home met mooie basisgerechten voor elke dag. Een heerlijk vuistdik boek, fijn vormgegeven, om te lezen en te gebruiken. Ik zou zeggen: doe eens gek en haal Bijdendijk in huis! (dat kan vandaag nog tot 17.00 uur bij je kookboekenvakhandel)

foto: cover Bij Bijdendijk Thuis.

Bij Bijdendijk Thuis, dagelijkse kost voor iedereen. Joris Bijdendijk, met intermezzo’s van Joël Broekaert. (ISBN 97890388809847) is een uitgave van Nijgh Cuisine en is te koop voor €34,99

Over Joris Bijdendijk: Chef Joris Bijdendijk kookte in acht jaar tijd drie Michelinsterren bij elkaar. Voor Bridges in 2014, RIJKS in 2017 – waarvan hij de executive chef is – en recent voor zijn in 2019 geopende restaurant Wils. Bijdendijk promoot de keuken van de Lage Landen, gekenmerkt door het gebruik van Nederlandse producten. In 2017 verscheen zijn eerste kookboek Bijdendijk. Een keuken voor de Lage Landen, waarmee hij een nominatie kreeg voor Het Gouden Kookboek 2018. In 2021 volgt zijn tweede kookboek: Bij Bijdendijk thuis. Dagelijkse kost voor iedereen.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Talk & table met Julie Mebes.

foto: emblematisch plaatje van Parijs.

Talk & table met Julie Mebes. Voor Gereons Keuken Thuis is Julie Mebes een oude bekende. Wij leerden elkaar kennen op de Oudemanhuispoort, waar wij beiden rechten studeerden. Een ander toeval was, dat Julie in hetzelfde flatgebouw woonde, waar mijn vader een appartement had. In Zandvoort, waar ik inmiddels zelf woon. Na onze studie scheidden onze wegen en vertrok Julie naar het buitenland, om zich uiteindelijk te vestigen in Parijs. De laatste keer, dat wij elkaar troffen was in de trein. Julie was op weg naar Brussel, ik en route richting Frankfurt. Over haar inburgering in deze stad schreef zij een mooi boek, Der Himmel neben dem Louvre.  Een hernieuwde kennismaking met deze editie van talk & table. In juli zijn het weer de Franse weken. Tijd dus om Julie uit te nodigen als #zomergast. Ik wil alles van haar en haar projecten weten en beloon haar met een speciaal menu en bijpassende wijntips.

foto; mijn zomergast in talk & table Julie Mebes.

Wie is Julie Mebes. Vertel eens iets over jezelf? Ik ben de enige, die van Parijzenaren houdt! Parijs vindt iedereen prachtig maar niemand houdt van zijn bewoners. ‘Oh, zo’n mooie stad!’ riep men, toen ik vijftien jaar geleden hiernaartoe verhuisde, om er steevast aan toe te voegen: ‘Maar dan liever zonder de Parijzenaren …’.In binnen- en buitenland gelden ze als arrogant en onbeschoft – maar ik heb nog nooit in een zo beleefde omgeving gewoond. In die overtuiging sta ik helemaal alleen. De bekende roepende in de woestijn. De onbekende, in mijn geval. 

 Wat doe je op dit moment? Wat houd je bezig, naast je dagelijkse leven in Parijs? Het dagelijkse leven hier is mijn bezigheid want daarover schrijf ik. Vanaf mijn vensterbank kijk ik naar wat er op straat gebeurt. Zoals ik in Zandvoort uitkeek op de zee, altijd hetzelfde en toch op ieder moment weer anders, blijft ook het straatbeeld gelijk en wisselt het intussen steeds. Onveranderlijk veranderend. Dat inspireert.

Vertel eens iets over je interesse in Parijs? Hoe is die ontstaan? Die is heel langzaam gegroeid. Van het eerste ongelukkige begin, toen ik op de trappen voor Sacré Coeur struikelde en gillend tweeëntwintig treden naar beneden viel, tot het moment waarop ik besefte dat ik de stad niet meer kon verlaten. Toen heb ik alles opgegeven, ben uit de buitenlandse dienst gestapt en hier gebleven. Een kleine stap voor de mensheid, maar een grote voor mij.

Wat zou je doen als je één keuze had tussen Zandvoort en Parijs? Een leuke vergelijking, die krom is. Wat was het dan geworden? Geen compromis mogelijk. Die keuze heb ik dus gemaakt en het is Parijs geworden. Maar ik ben nog lang geen Parijse. Ik ben een Zandvoortse in Parijs.  

Je hebt in Parijs voor de UNESCO gewerkt. Kun je hierover wat meer vertellen? UNESCO is een VN-organisatie, er zitten dus 200 delegaties aan tafel.  Ik was als plaatsvervangend ambassadeur voor Nederland met Volkenbond-achtige idealen van wereldvrede en open dialoog begonnen. Maar juist omdat alle landen van de wereld aan tafel zitten (de VS en Israël zijn er intussen uitgestapt maar zaten er toen nog bij) staat de deur ook voor alle conflicten in de wereld wagenwijd open. Of erger nog, de conflicten blijven soms achter gesloten deuren, maar houden intussen alle dossiers op. Het zijn enorm gepolitiseerde discussies, dagen- en ook nachtenlang, waar je zeer snel zeer cynisch van kunt worden. Ik heb aan dat werk niettemin zes vrienden overgehouden. Echte vrienden, voor het leven.

Wat is de minst aantrekkelijke kant van leven in Parijs voor jou? Fijnstof is hier een luxeprobleem. Als ik mijn raam openzet, komt er grofstof naar binnen. Ook heerst er een rattenplaag op het moment. Maar zolang ze in de minderheid zijn en de stad meer Parijzenaren dan ratten telt, blijf ik.

foto: en montant Avenue des Champs Elysées.

En wat is de meest aantrekkelijke kant van wonen in Parijs voor jou? Ik heb Parijs intussen in zo moeilijke periodes meegemaakt: de aanslagen, toen het leek of de stad in een dikke deken van angst was gehuld, de halve burgeroorlog van de gilets jaunes, de alles verlammende stakingen en nu Corona. En steeds weer valt me de veerkracht van de Parijzenaren op. ‘Fluctuat nec mergitur’ (het motto van Parijs: de stad wordt heen en weer geworpen op de golven, maar zinkt niet) klopt precies: er zit een soort luchtigheid in de stad die haar drijvende houdt en het dagelijkse leven hier, ondanks alles, lichter maakt dan elders. 

Staan er nog andere spannende projecten op stapel dit jaar? Een tweede boek? Ik ben op dat punt te bijgelovig om daar iets over te zeggen.

Even over Der Himmel neben dem Louvre. Ik ben het nu aan het herlezen. Kun je er kort iets over vertellen? Ik schrijf over het leven hier en vooral het leven als vrouw alleen dat echt gemakkelijker is dan bij ons. Omdat je niet het tafeltje naast de toiletten krijgt toegewezen, als je zonder begeleiding een restaurant binnenkomt. En omdat de dag mooi begint, als straatwerkers in plaats van een schunnigheid ‘Vous êtes ravissante, Madame!’ roepen. Het boek gaat over de bewoners van mijn quartier en kleine alledaagse gebeurtenissen. Ik probeer van binnenuit te beschrijven hoe bij Parijzenaren savoir faire tot joie de vivre leidt. Parijs is niet representatief voor Frankrijk en mijn quartier zal ook niet representatief zijn voor Parijs. Maar het is een stuk hemel naast het Louvre, en ligt dus in het hart van de stad die maar twee letters van het paradijs verwijderd is.   

Wat vind jij een goddelijke maaltijd? ‘La vie est dure sans confiture,’ zei een vriend van me laatst. Die nuchtere vaststelling heeft mij de ogen geopend. Ik vermoedde al langer iets in die richting maar pas toen hij het hardop zei, drong de volle waarheid tot me door.  

En natuurlijk welke wijn(en), ik weet dat één keuze niet mogelijk is?  Rode wijnen uit de Alpilles-streek rondom St Rémy de Provence. Geen wijnkenner wil geloven dat die arme kalkbodem goede rode wijn kan voortbrengen en toch is het zo. Het zijn krachtige wijnen, vol karakter – alsof de rebelsheid, waarmee ze groeien op die grond waar eigenlijk niets kan groeien, hun smaak bepaalt. Hun smaak vult beter gezegd, want het is echt een volle smaak.    

Wat lust je echt niet en waarom niet? Koffie en venkel. Geen idee waarom. Geen koffieboon heeft me ooit iets gedaan, noch heb ik op enig moment een aanvaring met een venkelknol gehad. Een ongegronde aversie van mijn kant dus, onbillijk en onredelijk, maar het lukt me niet om me eroverheen te zetten. Misschien moet ik hulp zoeken.

Waarheen ga je het liefst naar op reis? Rome en Wenen, en als ik daar ben, vraag ik me natuurlijk af hoe het zou zijn om daar te wonen. Daar loop ik dan een paar dagen diep over na te denken en op het moment dat ik eruit ben, en voor de zoveelste keer vaststel dat Parijs voor mij toch de meest geschikte plek is, moet ik ook alweer naar huis. Als je in Parijs woont, heb je geen geld meer om langer ergens anders te blijven.    

Wat is jouw meest favoriete plek in Parijs? Midden op de Pont Royal, halverwege tussen Rive Droite en Rive Gauche, met de blik op de Seine eilanden en met het Grand Palais in de rug, of andersom: het uitzicht is naar beide kanten overweldigend. Daar ligt het echte middelpunt van Parijs, nergens voelt het zo centraal aan. De navel van de stad. Een plek waar ik jaren geleden tot een belangrijk inzicht kwam: dat ik op de rechteroever thuishoor.

 Wil je nog iets anders vertellen….delen? Een fles rosé? Bonne idée (GKT)

foto: poort naar de Tuilerieën

 Het Menu voor Julie Mebes.

Weet je wat Gereons Keuken Thuis nu zo leuk zou lijken, behalve dan een fles rosé delen? Om eens met Julie te gaan dineren tijdens het Diner en blanc in de Tuilerieën. Een jaarlijks terugkerend festijn van duizenden Parijzenaars in het wit met hun eigen tafeltje en meegebrachte etenswaar. Het zal er niet snel van komen, want ik ben geen in-crowd. Maar de toon is gezet. Ik duikelde dus het A propos Bistro kookboek van mijn Parijse idool Stéphane Reynaud op en ging aan de slag om een menu tout simple maar efficace te maken op de antwoorden van Julie. Een zomers menu met een hint naar het zuiden. Of dit nu rechter- of linkeroever is laat ik aan deze Parisienne over.

Artichauts à la barigoule wijn: een lichte rosé uit St. Tropez

Nodig: 

12 kleine artisjokken

4 tenen knoflook

1 glas witte wijn

gehakte peterselie

olijfolie

peper & zout.

Bereiding:

Verwijder de harde buitenste blaadjes van de artisjokken en snijd de toppen eraf. Snijd de artisjokken overlangs doormidden en schep het “hooi”eruit. Bak de vier ongepelde tenen knoflook in een pan met een beetje olijfolie, voeg de artisjokken toe en laat deze zachtjes bakken. Voeg de wijn en peterselie toe en laat het geheel zachtjes in koken. Maak op smaak met zeezout en peper uit de molen.

foto: artichaut à la Barigoule volgens Reynaud

Knoflook bestoken kalfsvlees. wijn: een rode Sancerre

Nodig: 

8 kalfsmedaillons

8 tenen knoflook

4 aardappelen

1 grote ui

3 eetlepels eendenvet

gehakte peterselie

50 g boter

1 dl kalfs- of wildfond

zout & peper

Bereiding:

Pel de tenen knoflook, snijd elke teen in zes reepjes en haal de kiem eruit.Steek met hulp van een mes de knoflooktenen in elk van de medaillons. Leg het vlees een uur in de ijskast. Schilde aardapplen en pel de ui en snijd deze in dunne plakken. Smelt het eendenvet in een koeoeknpan en bak de aardappelene en ui al roeren d bruin. Voeg de gehakte peterselie toe, als de aardappelen en ui gaar zijn. maak op smaak met peper en zout. Verhit de boter en bak de medaillons met knoflook aan beide kanten bruin. Blus af met de kalfsfond en laat het geheel nog 5 minuten garen. Serveer direct met de gebakken aardappelen.

foto: kalfsmedaillons met knoflook bestoken.

Vacherin aux fraises. wijntip: blanquette de Limoux

Nodig:

400 g geurige zomerse aardbeien

1 citroen uitgeperst

meringue van een Parijse bakker verkruimeld

25 cl slagroom opgekoopt met wat suiker

aardbeien sorbetijs.

Bereiding:

Was de aardbeien en ontdoe ze van  de kroontjes en pureer de helft ervan met de citroensap. Zeef het sap. Verkruimeld de meringues van de bakker. Vul de glaasjes afwisselend met laagjes van aarbeien, schuim, saus,slagroom en wat sorbetijs. Herhaal dit in de zelfde volgorde in elk glas.

foto: cover Der Himmel neben dem Louvre.

Der Himmel neben dem Louvre, Julie Mebes. (ISBN 9783423427623) is een uitgave van DTV Verlag en als E book te koop bij o.a. Bol

Fotoverantwoording: potret van Julie Mebes en cover van DTV Verlag, foodfoto’s uit A propos Bistro van Stépane Reynaud en bewerkte foto’s van Parijs zijn van Gereons Keuken Thuis

Franse zomerweken 2020.

foto: keuzes en selecties maken , werk aan de winkel in mijn #beachoffice.

Franse zomerweken 2020. Elk jaar vormt de beroemdste wielerronde voor mij de aanleiding om eens te gaan karren en struinen over de al dan niet culinaire paden en dreven van de Hexagone. Helaas, helaas, gooide dat vermaledijde virus roet in het eten voor de renners van de diverse ploegen. Zij krijgen een herkansing na 29 augustus. Op Gereons Keuken Thuis valt nu al het een en ander te proeven van het Franse land. Want tegen al dat moois uit France profonde is geen kruid, of moet ik zeggen virus, opgewassen.

foto: de route van de Tour per 29 augustus a.s.

Franse zomerweken 2020 betekent snuffelen in diverse Franse kookwerkjes uit Gereons Kookboekenhoek, een heerlijke kunstzinnige bijdrage van gastblogger Cora Meijer, reisherinneringen ophalen, een nog verrassingsbijdrage van René Meesters, francofiel en kookblogger en de review van het nieuwe Elzas kookboek, dat 30 juni verschijnt bij Karakter. Tot slot staat op de rol een talk & table zomergast uit Parijs, schrijfster Julie Mebes, die het mooie boek Der Himmel neben der Louvre schreef over haar settlement en inburgering in Parijs, vlak bij het Louvre. Er valt deze zomer dus weer heel wat et ontdekken. Van de Provence tot Hautes de France. En ga je deze zomer niet fysiek naar Frankrijk? Reizen kan ook met het mooie  reis- en fotoboek New Map Frankrijk van Herbert Ypma.

foto: cover Der Himmel neben dem Louvre.

De Franse zomerweken 2020 kunnen ook niet zonder jullie input. Van foodbloggers, andere kookgekkies of wijnadepten. Gereons Keuken Thuis huldigt vaak het adagium: “U vraagt, wij draaien” Dus schroom niet je eigen culinaire trouvailles te melden via sociale media of in een reactie onder deze blog. Morgen de 27ste juni trap ik af  in Nice en komende woensdag 1 juli is het tijd voor een #pastasalade à la française.


Voor de Tour de France adepten op deze zomerse vrijdag een recept van Vélochef Henrik Orre.

foto: roggepizza met pavé de Roubaix voor na de koers.

Après Vélo, pizza met pavé de Roubaix.

Als je een kookboek over eten en fietsen maakt kun je de kaas Pavé de Roubaix niet overslaan Hij heeft dezelfde vorm als de kasseien van Noord Frankrijk, waarover jaarlijks de wielerwedstrijd Paris-Roubaix, de Hel van het Noorden, wordt gereden. Pavé de Roubaix wordt gemaakt van koemelk en heeft iets weg van Edammer. Door toevoeging van caroteen krijgt hij zijn typische oranje kleur. In plaats van tomaat gebruikt Orre crème fraîche. (Noot van mij: ik vind het meer op flammkuchen lijken)

Nodig voor twee pizza’s:


180 g melk

10 g verse

gist320 g

roggebloem

1/2 tl zout

300 ml crème fraîche

300 g pavé de Roubaix (of Edammer)

2 uien

bosje tijm

Bereiding:

Verwarm de melk in een pan tot 40 graden C. Het is fijn als je daarvoor een thermometer hebt. Laat de gist oplossen in de melk. Meng het zout door de bloem in een keukenmachine met deeghaken. Voeg de melk toe. laat het geheel 5 minuten kneden. Laat het deeg onder een vochtige theedoek rijzen tot het in omvang is verdubbeld. Verwarm de oven voor op 230 graden C. Halveer het deeg. Rol het uit tot twee dunne pizza’s. Spreid de crème fraîche erover uit en bestrooi met lekker veel pavé de Roubaix kaas. Snijd de uien in dunne ringen, beleg de pizza’s ermee en bestrooi met tijm. Bak 7-8 minuten in de oven.

Talk & table, Peter van Berckel.

foto: Peter met een groot fermentatievat.

Talk & table, Peter van Berckel. Ik leerde Peter van Berckel kennen tijdens het foodiefestival van Bijzondere collecties UVA in 2018. Hij had net een boek geschreven over een voor mij totaal onbekend fenomeen. Tsukémono, makkelijke Japanse groentenpickles. Gereon Keuken Thuis ging met de picklepers en het boek aan de slag en nu zo’n jaar verder staan deze gezonde groenten vaak op tafel. Ontzettend leuk om te doen. Behalve picklemeester is Peter een veelzijdige man. Geïnteresseerd in allerlei zaken, van tsukémono, biodynamiek tot tao en tantra. Hoe doet hij dat? Ik laat hem zelf aan het woord in en nieuwe aflevering van talk & table. Als #wintergast. Ik wil alles van hem weten en beloon deze leuke kok dan met een speciaal recept voor haar met een bijpassende wijntip.

Wie is Peter van Berckel. Vertel eens iets over jezelf? Bredanaar, geboren in 1963. Deel nu bijna 30 jaar mijn leven met mijn vriend Stef en we wonen in Amersfoort. De rode draad in mijn leven is natuurvoeding, daar ben ik nu ook dezelfde 30 jaar professioneel mee bezig. De grootste zegen was om op een gegeven moment volledig zelfstandig te gaan werken en mijn eigen koers uit te kunnen zetten. Andere interesses zijn archeologie, spiritualiteit en ik ga vaak naar het filmhuis.

Wat doe je op dit moment? Wat houd je bezig, naast je kookboek? Ik heb nogal wat verschillende dingen gedaan in mijn leven. Mijn skills zijn op dit moment: fermentatie-expert, natuurvoedingskundige, kok, docent, auteur en tantra-masseur. Een mooie verzameling van ambachten. Ik geef vooral les. Heerlijk om met (groepen) mensen aan de slag te gaan, de interactie; ze dingen te leren, je kennis to mogen delen en te entertainen. Ik geef veel workshops met diverse onderwerpen over het fermenteren. Van tsukémono pickles tot miso, tempeh en natto maken. Samen met Marion Pluimes van vega restaurant Loff in Breda runnen we kookschool voor natuurvoeding ‘de Groene Kookacademie’. We geven daar een jaaropleiding evenwichtig koken zonder vlees of vis. Verder geef ik les op de Kraaybeekerhof Academie in Driebergen en daar wordt natuurvoeding vanuit de antroposofische visie belicht.

Vertel eens iets over je interesse in pickles? Hoe is die ontstaan? De tsukémono pickles ken ik al heel lang. In mijn middelbare schooltijd kwam ik eens op een werkweek in een macrobiotisch centrum in Amsterdam terecht. Dat was als puber wel een schok voor me. Ik maakte kennis met Japanse producten als shoyu, miso, umeboshi, natto, zeewier en een keukenapparaatje wat een pickle-pers heet. Nooit kunnen bevroeden natuurlijk dat die pers veertig jaar later de hoofdrol in mijn leven zou gaan spelen.

Als kok ben ik zeer gecharmeerd door de culinaire aspecten: de verandering van de groenten en de enorme knapperigheid die bij veel tsukémono ontstaat. Als natuurvoedingskundige vind ik het positieve probiotische aspect van pickles en andere niet verhitte gefermenteerde producten op het functioneren van het darmsysteem en spijsvertering, en daarmee je gehele weerstand een enorme pré. Fermenteren is alchemie. 

foto: cover Tskukémono.

Hoe ben je als kok in de culischrijverij terecht gekomen? Ik heb altijd geantwoord als mensen er naar vroegen: ‘Ik ga pas een boek schrijven als ik echt wat nieuws te melden heb en dat is nu niet het geval.’  Met mijn enorme interesse in fermenteren de laatste jaren, had ik een workshop ontwikkeld over tsukémono met de pickle-pers en daar begeleidend lesmateriaal voor geschreven. Op een gegeven moment vond ik aanvullende informatie en had het plan om een soort ‘tweede druk’ van de hand-out bij de workshop te schrijven. En toen kreeg ik een ingeving, ik kan me het moment exact herinneren, ik stond in mijn keuken en donderde bijna om: ‘ik ga een boek schrijven’. Dan volgt het spelletje met jezelf: dat kan ik niet, wie heeft er nu interesse, wie zit daar op te wachten? Het voelde echter zo sterk dat ik maar gewoon begonnen ben. En zowaar ontstond er -geheel in eigen beheer- een super gaaf en uniek boek. Het was wel een intensief en heftig proces.

Wat zou je doen als je één keuze had tussen kok en een ander beroep? Wat was je dan geworden? Geen compromis mogelijk. Egyptoloog

Je bent echt een man met een mission. Ik zag dat zelfs Alain Caron wat van je leerde. Hoe doe je dat? Ik weet het niet. Nu is de pickle-pers en tsukémono voor veel mensen wel een nieuw verschijnsel. Met mijn enthousiasme over een onderwerp kan ik wel mensen echt aanraken.

Wat was minst aantrekkelijke kant van het schrijven van een kookboek voor jou? Het op een gegeven moment 24/7 met het boek bezig te zijn. Midden in de nacht steeds wakker worden, lampjes, briefjes en computer bij het bed, het ging maar door. Ik vond het erg moeilijk om zelf (kostbare) beslissingen te nemen over bijvoorbeeld fotografie. Een eerste boek in eigen beheer creëren was achteraf gezien misschien wat naïef. Maar het heeft er wel toe geleid dat ik de volledige vrijheid had om te doen wat ik wilde doen.

En wat is de meest aantrekkelijke kant van het schrijven van een kookboek voor jou? De enorme stuwende, voedende en creatieve energiestroom die ik in het schrijfproces heb ervaren. Vertrouwen voelen in het proces, dat het juist is wat je aan het doen bent. Op het goede moment de mensen te ontmoeten zonder wie het tot stand komen van het boek onmogelijk was, zoals een vormgeefster en styliste, een fotografe en illustrator. Het boek is geheel in het moment ontstaan. En het is fijn om je kennis en je zijn met anderen te delen in een esthetische vorm die niet vluchtig is.

Japan is toch wel een grote liefde van jou, hoe is dat gekomen?Qua voeding is dat in de basis mijn kennismaking met de macrobiotiek, als stroming binnen de natuurvoeding. Die vreemde producten maakten diepe indruk op me en dan wordt het een hele kunst en tijdsspanne om ze te begrijpen en te leren wat je er in de keuken mee kunt doen. Dat komt en dat gaat. Met mijn interesse voor fermenteren kwamen deze producten weer terug in mijn leven. Pas twee jaar geleden daarentegen, heb ik het land voor het eerst bezocht. Dat was een onthutsend bijzondere ervaring. Afgelopen najaar een hele fermentatie tour door Japan gemaakt. Wat een land, wat een cultuur, wat een respect.

foto: samen chemisch aan de slag met chocolademousse.

Staan er nog andere projecten op stapel dit jaar? Ik ben nog steeds erg gefocust op het Tsukémono boek, omdat ik zelf ook alle PR en promotie doe. Dat zijn nieuwe taken en ervaringen voor me. Er komt natuurlijk een moment dat ik boek los ga laten en moet vertrouwen dat het zelf als jonge volwassene zijn weg in de wereld verder gaat vinden. Ook vraagt mijn webwinkel met pickle-persen, boek en andere Japanse kookbenodigdheden veel aandacht. Als project zou ik wel heel graag een Engelse vertaling van Tsukémono willen realiseren. Dat is voor mij nog een diep zwart gat hoe ik dat aan moet pakken. Daar heb ik ook echt hulp voor nodig: kom maar op!

Je hebt je behalve in tsukémono ook verdiept in andere Aziatische leefstijlen zoals tao en tantra. Kun je daar kort iets over vertellen? Spiritualiteit en vitaliteit is zijn thema’s die steeds mijn interesse hebben. Vitaliteit vind ik in natuurvoeding met ingrediënten van bij voorkeur biologisch-dynamische kwaliteit. Begin dit jaar ga ik een korte kookopleiding volgen met als thema ‘levenskrachten in de keuken’. Hoe breng je de energie van licht en warmte in je maaltijd, voeding als gevende kwaliteit. Dat is voor mij ook dat begrip van ‘son-mat’, waar ik in mijn boek over schrijf. Gefermenteerde voeding vind ik nog vitaler: levende voeding die je gestel en weerstand versterkt.  Vitaliteit vind ik terug in tao en tantra. Het activeren van levensenergie, het vergaren van prana met bewuste ademhalingstechnieken.

Wat vind jij een goddelijke maaltijd? Een diner met heel veel verschillende gerechtjes, verschillende texturen, veel kleur, opgediend in aardewerk. Een rijke tafel als de hoorn des overvloeds. De groentekeuken leent zich daar goed voor. Ben ook een liefhebber van wat uit de zee eetbaar is. Vlees eet ik zeer beperkt en zou ik zo van mijn menukaart kunnen schrappen. Ik ben gek op krakend, krokant eten (chips als tijdloze klassieker, hihi).

foto: de Hi Pet heeft een vaste plaats in mijn keukentje.

Je doet heel veel dingen, bent best vaak op pad, hoe combineer je dat privéleven? Privéleven, wat is dat??? Ik heb de laatste decennia steeds meer op mijn gevoel durven vertrouwen. Mijn hart gevolgd en een aantal keren in het diepe gesprongen. Dat heeft er toe geleid dat ik onafhankelijk ben en doe wat ik wil doen. De valkuil is wel dat ik altijd met mijn werk bezig ben en ook veel uit ons huis werk. Werk en privé is niet meer te scheiden, wat is werk en wat is privé?

En natuurlijk wat je graag drinkt, ik weet dat één keuze niet mogelijk is? Ik kan genieten van een glas wijn bij het eten, of een whisky later in de avond. Ik ben wel een barbaar qua kennis. Saké komt ook meer in beeld en in Japan heb ik kennisgemaakt met shochu. Frisdrank drink ik niet, wel veel water. Koffie en kruidenthee.

Wat lust je echt niet en waarom niet? Orgaanvlees is griezelig.

Waarheen ga je het liefst naar op reis? Mexico, Japan en Egypte. Landen met duizenden jaren oude culturen.

En…. Kunnen we van jou nog een opvolger van je boek Tsukemono verwachten? Nu nog niet. Ik vertelde het al eerder: het huidige Tsukémono boek vraagt nog heel veel van mijn aandacht. Een tweede boek wil ik niet doen omdat er zo nodig een vervolg moet komen. Ik wacht gewoon -net als de eerste keer- op die innerlijke vonk en impuls. Het moet ècht van binnenuit komen.

Wil je nog iets anders vertellen….delen? Ik heb zo wel genoeg gedeeld. Ik dank je voor je uitnodiging voor deze talk & table. En ik vind het supergaaf dat jij tsukémono pickles helemaal in je kookstijl geïntegreerd hebt. Pickle het voort!

foto: de wijnkeuze.

Dank je wel Peter voor een kijkje in jouw domaine van de pickle en spirituele leven. Een onderwerp merk ik, waar jij niet zo snel over bent uitgepraat. Net zoals al je andere liefhebberijen. Ik heb getracht op basis van je antwoorden een menuutje te maken met diverse technieken. Zonder vlees, want daar ben jij niet zo van. Ik heb geblenderd, gepickeld  en gebakken. Allemaal verschillende manieren om eten te transformeren. Jij bent daar een kei in, ik slechts een homemade bro. Voor jou een menuutje van crème du Barry, sodabrood en een salade tiède. Met wijn van Domaine Saint Hilaire, vermentino 2016. Wijngaarden bij een klooster. Geen onbekend domein voor Gereons Keuken Thuis. Ik gebruikte al regelmatig hun cépage chardonnay tijdens wijnproeverijen. De vermentino druif groeit op kalk zandsteen en klei. Na de pluk volgt een korte maceratie op lage temperatuur. De fermentatie vindt gecontroleerd plaats op RVS. Een witte frisse, wat stuivende witte wijn met een neus van limoen, abrikoos en iets tintelends, iets peperigs. Friszure smaak met een lange afdronk. Enjoy! en fijn dat je mijn gast was!

video: soep van Mme du Barry voor Peter.

Het menu voor Peter…..

Easy does it crème du Barry met courgette.

Nodig:

1/2 bloemkool

1 courgette

stuk knolselderij

2 kleine aardappeltjes

1 groentebouillon blokje of als je energie hebt homemade bouillon van groente.

heet water

olijfolie

zout & peper

crème fraîche

gehakte peterselie

2 tenen knoflook

1 tl pimentón de la Vera

Bereiding:

Snijd en was de groenten. dat hoeft helemaal niet secuur, maar houd voor de garing gelijke stukken aan. Verhit wat olie in een soeppan en bak de groente, knoflook en pimentón de la Vera kort aan. Giet er koken water op en voeg het bouillonblokje je toe. Laat het geheel een 20 minuten koken. zet het vuur uit en laat iets afkoelen. Maak de velouté fijn met de staafmixer en veog desgewenst wat zout en oh la la een kneepje citroen toe. Serveer de soep met een flinke klodder crème fraîche en gehakte peterselie.

Het brood……

foto: ook zo’n proces sodabrood.

Sodabrood met gehakte kruiden.

Nodig:

250 g volkorenmeel

1 tl bicarbonaat

1/2 tl zout

200 ml yoghurt

gehakte rozemarijn

afgeritste tijmblaadjes

oregano gedroogd

Bereiding:

Doe alle ingrediënten in een kom en roer goed door tot er een wat kleverige bal ontstaat. Bestrooi  het aanrecht met wat bloem en kneed het geheel. Niet te lang, anders verstoor je het proces van yoghurt en bicarbonaat. Maak er een leuke vorm van en bestrooi het met wat meel. Bak het brood in 45 minuten gaar in een oven van 180 graden, totdat de korst mooi hard is.

variatie: gehakte zongedroogde (en geweekte) tomaatjes in stukjes.

foto: tsukémono in de maak.

Tot slot mijn eigen draai van een recept van Joshua McFadden.

Zeebanket salade van venkelknol, met radijs, spitskool-pickles en crème fraiche.

Nodig:

1 grote venkelknol

300 g gesneden spitskool

6 g zout

1 bosjes radijsjes plus groen

1 gehalveerde citroen

1/2 tl chilivlokken

3 el creme fraiche

gehakte peterselie

bieslook

gemengde zeevruchten, zoals krab, inktvis en schaaldieren

pimentón de la Vera

zout en peper

Bereiding:

Snijd de spitskool fijn en was deze. Voeg 2% per gewicht kool aan koosjer zout toe en kneed de kool. Doe de spitskool met chili vlokken en eventueel gember in de picklepers en laat fermenteren. Was de radijsjes en snijd deze in dunne plakjes. Bewaar wat blad. Snijd de venkelknol in zo dun mogelijke plakken. Verhit een grillpan en rooster de venkel heel kort om en om. laat afkoelen en leg op een schaal. Bak de (diepvries) zeevruchten kort in wat olijfolie met pimentón en zout. Maak een dressing van de kruiden,citroen en crème fraîche. Maak de borden direct op met de gegrilde venkel, een flinke dot tsukémono van spitskool en de nog lauwe zeevruchten. Schep er een eetlepel dressing over en garneer met de radijs en wat radijsblad.

Talk & table, Mariëlla Erkens.

Talk & table, Mariëlla Erkens. In november 2019 verscheen het mooie boek THEE, de nuchtere neef van wijn. Gemaakt door theesommelier Mariëlla Erkens. Een vrolijke en spontane vrouw, die al haar kunnen op dit gebied nu heeft gebundeld in een prachtig boek. Ze crowdfundde het boek helemaal zelf..Gereons Keuken Thuis vindt dat een uitgever een mooie kans heeft laten liggen. Behalve theesommelier is Mariëlla ook actief als kunstenaar. Ik zie vaak haar foto’s van de kunst, die op straat ligt voorbijkomen op social media. Ik laat haar zelf aan het woord in en nieuwe aflevering van talk & table. Als #wintergast. Ik wil alles van haar weten en beloon deze lieve vrouw dan met een speciaal recept voor haar met een bijpassende dranktip. In haar geval thee.

foto: de vrolijke en extraverte Mariëlla

Wie is Mariëlla Erkens. Vertel eens iets over jezelf? Ik ben nieuwsgierig, leergierig, avontuurlijk, recht voor zijn raap, verre van diplomatiek, ongeduldig, impulsief, spontaan, extravert en nog veel meer. Dat is trouwens allemaal goed terug te zien in mijn levensloop. Ik heb een carrière als een flipperkast. Opgegroeid in Haarlem, dat toen nog dodelijk saai was, waardoor ik vanaf mijn 17e zoveel mogelijk bij mijn Amsterdamse vriendje zat. Vanaf mijn 19e woonde ik op mezelf in Amsterdam, mijn favoriete stad ooit. (En ik heb heel wat steden gezien.) Na het Atheneum richting de Rietveld, kunstacademie te Amsterdam, waar ik het na drie jaar voor gezien hield omdat ik het niet eens was met de geestdodende manier van lesgeven van de leraren. Na weer een jaar hard werken, drie baantjes tegelijk, ging ik voor een jaar naar Australië. Alleen. Gouden tijd gehad, was er graag gebleven. Maar dat mocht niet, ik kreeg geen verblijfsvergunning, want ik sprak geen Chinees. (!! In 1983 was China dus al expansie-gericht. Tja, ze hebben natuurlijk ook vrijwel geen ruimte zelf…) Terug in Amsterdam hing ik een jaartje de kunstenaar uit, alle dagen schilderen op 1 hoog achter, maar dat maakte me zwaar depressief. Ik miste mensen. Daarom maar de reclame in gerold, eerst als receptioniste, toen als secretaresse, vervolgens als junior art director bij Ogilvy & Mather. Ik stortte me dusdanig in het vak dat ik alleen nog maar leefde voor mijn werk. Daar wordt een mens niet leuker van, kan ik je vertellen. Dus na drie jaar het roer maar weer eens omgegooid: ik werd parttime stewardess bij KLM en part time illustrator-schilder. Dat beviel een stuk beter: ik heb het 10 jaar volgehouden.

Maar ja, ik was inmiddels 38 en zag me dit toch niet tot mijn 65e doen. Tijd voor reflectie. Ik gaf het grootste deel van mijn spullen weg, verkocht mijn appartement, investeerde de overwaarde in aandelen en obligatiefondsen (waar ik de ballen verstand van had overigens), kocht een rugzak en vertrok voor onbepaalde tijd naar Midden Amerika. Die vrijheid was fantastisch en mijn fondsen deden het bijzonder goed, want het was hoog conjunctuur. (1998 – 2000). Ik trok van land naar land, van werelddeel naar werelddeel en had de tijd van mijn leven. In 2000 zette ik, (dankzij een bankier die ik toevallig tegenkwam en mij waarschuwde dat er een krach op komst was), net op tijd al mijn aandelen en obligaties om naar een spaarrekening, waardoor ik geen geld meer maakte, maar gelukkig ook niet verloor. Na 5 jaar Swiebertje spelen kwam de bodem van mijn schatkist in zicht. Wat te doen? Doorgaan tot het laatste duppie of het laatste beetje investeren in vastgoed? Het werd het laatste: ik kocht een krot op een beeldschone plek op het strand van Itacaré, een vissersdorp ontdekt door surfers in het Noord Oosten van Brazilië. Ik was toen erg van het surfen, dus daar wilde ik wel een gokje wagen. Met mijn laatste geld liet ik het krot vervangen door een mooie houten cabana, trouwde mijn Braziliaanse lover (anders kreeg ik geen verblijfsvergunning) begon er een restaurant (vis en vegetarisch) en heb helaas nooit meer gesurfd. Ik had het vak van restaurateur behoorlijk onderschat, bleek. Het strand zag ik alleen nog vanuit mijn keukenraam en live op zondagmiddag, want dan was het restaurant dicht en deed ik ’s ochtends de administratie. De echtgenoot ging gelukkig op de grote vaart werken, want die liep in het restaurant alleen maar in de weg en zoop al mijn voorraad op. Later bleek hij ook nog eens een gay-in-de-kast. Dat schiet dus niet op, zo’n man als echtgenoot. Hij kon wel erg goed dansen, dat was dan wel weer fijn.

Het was een geweldige ervaring, maar na 5 jaar jungle (ook in figuurlijke zin: de maffia zat me constant op de huid en ik gaf geen strobreed toe. Ben zelfs een rechtszaak tegen ze begonnen) had ik het er wel gezien. Geen spatje sociaal leven meer en ondanks heel goede recensies, ook in internationale reisgidsen en in nationale tijdschriften en kranten, was het toch stevig sappelen daar, aan de rand van het oerwoud. Het restaurant verkopen bleek moeilijk, dus vroeg ik begin 2008 een scheiding aan, verhuurde de tent, pakte mijn koffertje (de rugzak was allang gestolen) en ging terug naar Amsterdam. Gelukkig had ik daar vrij snel een baan te pakken (receptioniste bij Christie’s) en kon ik het huis huren van een vriendin die bij haar vriend was ingetrokken. Na een jaar aanpoten had ik de boel weer op de rails, het restaurant inmiddels voor goed geld verkocht aan een Duitse en had ik mijn eigen flatje gekocht in Amsterdam West. Ik nam ontslag bij Christie’s en begon voor mezelf als freelance kokkie,volgde chocoladecursussen en andere culinaire workshops, gaf al snel bonbonworkshops en kookworkshops en kwam in 2010 tijdens een workshop bij De Kweker Groothandel in aanraking met de veelzijdige wereld van thee, en hoe goed dat gaat bij het eten. De rest lees je in de inleiding in mijn boek. In 2012 kwam ik Willem tegen, mijn huidige echtgenoot.

Wat doe je op dit moment? Wat houd je bezig, naast je nieuwe kookboek? Professioneel koken is inmiddels zo goed als verleden tijd, dat doe ik alleen nog voor onszelf, familie, en vrienden. En heel soms als een bepaalde opdracht daar om vraagt, bijvoorbeeld een tea & foodpairing workshop. Ik geef advies op het gebied van thee aan thee-gerelateerde bedrijven, geef cursussen en trainingen over thee en tea & foodpairing en word soms ingehuurd door particuliere groepen  of bedrijven voor theeproeverijen, al dan niet samen met hapjes, chocola of kaas. En ik wil me weer gaan bezighouden met kunst.

foto: visburger met groen matcha uit het boek THEE.

Vertel eens iets over je interesse in thee? Hoe is die ontstaan?  Hoe ben je in de thee terecht gekomen? Ik dronk altijd al thee. In de jaren 70 kwamen smaakjestheeën in de mode: mangothee enzo. Ik was een puber en had een hele collectie van die thee, in kleine Chinese blikjes. Dat was helemaal de bom, toen. Ik had natuurlijk geen idee van goed theezetten, maar bij smaakjesthee geeft dat niet. Tot een jaar of zes geleden dronk ik nooit koffie, dat vond ik ronduit smerig. Pas toen ik koffie te drinken kreeg die goed gezet was, van goede kwaliteit, handmatig gezette filterkoffie, was ik om. Nu drink ik dagelijks koffie. Hoe ik in de thee terecht ben gekomen staat uitgebreid vermeld in het voorwoord van mijn boek.

Wat zou je doen als je één keuze had tussen theesommelier en een ander beroep? Wat was je dan geworden? Geen compromis mogelijk. Theesommelier.

Thee is voor mij een onontgonnen gebied. Ik ga dit voorjaar proberen mijn kennis wat te vergroten. Hoe doe je dat? Begin met het juiste water. Welke thee je drinkt maakt niet uit, als je die maar goed zet. En goed zetten begint met het juiste water, want thee is water. Dus: vers water, wat niet al eens heeft gekookt, dat zo zacht mogelijk is, bij voorkeur omgekeerd osmosewater, maar Spa Blauw of Mont Calm mag ook (geen andere merken, want die zijn hard, alleen Spa Blauw en Mont Calm zijn zacht genoeg voor thee). Ga vervolgens experimenteren: met zakjes, losse thee (nooit in een thee-ei, altijd los in de pot of anders in een heel groot filter, maar liever los) met soorten thee, trektijden, temperaturen. Jij bent degene die de thee gaat drinken, dus zet het zoals jij het lekker vindt. Als dat betekent dat je het maar 30 seconden laat trekken, of juist 5 minuten: prima, als dat jouw smaak is. De rest lees je in mijn boek.

foto: cover van THEE, de nuchtere neef van wijn.

Wat was de minst aantrekkelijke kant van het schrijven van dit boek voor jou? Het eindeloos corrigeren, schrappen, toevoegen, opnieuw lezen, en weer en weer. De eindfase dus.

En wat is de meest aantrekkelijke kant van het schrijven van een boek voor jou? Het schrijven zelf, dat vind ik heerlijk, en het maakproces: recepten bedenken, overleggen over de vormgeving, infographics bedenken, de fotografiesessies, en natuurlijk het delen van mijn kennis.

Staan er nog andere projecten op stapel dit jaar? Ja, ik ben nu bezig met de Engelse vertaling en ik wil me weer gaan bezighouden met mijn KunstLigtOpStraat-project. Dat is er helaas finaal bij ingeschoten de laatste twee jaar.

Kun je wat meer vertellen over de kunst, die jij maakt? Het gaat me om onopvallende beelden, die spontaan in mijn blikveld komen, een soort muurbloempjes, die eigenlijk beeldschoon zijn, als je er maar even bij stilstaat. Ik ga er niet bewust naar op zoek. Terwijl ik wandel, of fiets, kijk ik rond, maar niet zoekend, wel bewust. Ik zie dan heel veel mooie dingen, bloemen, bomen, afval, schroot, straatmeubilair, details en soms levert dat een erg mooie foto op. Vaak ook meteen al de titel. Die foto’s ga ik thuis bewerken: uitsnijden, kleuren afvlakken of juist intensiveren, meer/minder contrast geven, meer/minder licht etc. Heerlijk om te doen, ik ga er helemaal in op, net als vroeger met schilderen.

Wat vind jij een goddelijke maaltijd?
Alles wat met liefde, vakmanschap en aandacht is gemaakt, mooi van kleur en compositie, verfijnd. Daar hoeven geen dure ingrediënten voor aan te pas te komen. Een goed gemaakt gerecht van biet en aardpeer als hoofdbestanddeel kan volkomen goddelijk zijn.

En natuurlijk wat je graag drinkt, behalve thee, ik weet dat één keuze niet mogelijk is? Ik vind wijn heerlijk, maar ik kan er helaas niet meer tegen. Hetzelfde geldt voor speciaalbier. Dus nu hou ik het bij eraan ruiken en af en toe een klein slokje.

Wat lust je echt niet en waarom niet? Gekookte witlof. Jeugdtrauma. Maar gekaramelliseerd kan nu wel weer.

Waarheen ga je het liefst naar op reis? Taiwan en Japan

Ik heb erg veel bewondering voor de wijze waarop jij je boek hebt gecrowdfund, heb jij tips voor mensen, die jouw voorbeeld willen volgen? Standvastig blijven en je niet laten ompraten tot compromissen. Er al je tijd, geld en energie insteken en vooral: je donateurs overal in betrekken. Neem ze mee in de ontwikkeling van het boek of het project.

En…. kunnen we van jou ooit nog een theeroman in de trant van Chocolat of Rode rozen & tortilla’s verwachten? Zeg nooit nooit.

Wil je nog iets anders vertellen….delen? Aan iedereen die zijn neus ophaalt voor thee: zet het nu eens niet weg als suffig mutsendrankje, maar geef het een kans. Stap over je vooroordelen heen. Zet het voor de verandering echt goed, niet met kraanwater (want nee, in Nederland hebben we geen goed water, voor bier en koffie moet het ook worden gefilterd, dus waarom zou dat voor niet hoeven?), maar met zacht water, bij voorkeur omgekeerd osmose water, maar anders met Spa blauw of Mont Roucous. Zet tegelijkertijd thee zoals je het gewend bent, met kraanwater. Ruik aan beide theeën, kijk ernaar, proef het met aandacht. Proef het verschil. Bevalt je de goed gezette thee? Proef ook eens andere theesoorten. Als je niet van zwarte thee houdt: probeer eens wit, of een licht geoxideerde oolong, of een zachte groene.

Dan dit nog: smaakjesthee is uitgevonden om de slechte smaak van de thee te maskeren. En dan met name de slechte smaak die wordt veroorzaakt door het water. Al is de thee die voor smaakjesthee gebruikt wordt als basis, uiteraard van lage kwaliteit. Daar ga je geen hoge kwaliteit thee mee verknoeien. Je drinkt per slot van rekening ook geen VSQP met cola. Of Barolo in de sangria.

video: Mariëlla legt alles uit bij RTLZ.

Het recept:

Het is geweldig te lezen, dat na de rollercoaster van baantjes, beroepen, reizen, experimenteren, Mariëlla zich als een vlinder ontpopte in de wereld van de thee. Aan Gereons Keuken Thuis de taak om daar een spannend gerecht bij te verzinnen. Japans en Aziatisch zijn haar voorkeur, maar al verder denkende kwam ik uit bij Jambalaya. Een easy does it recept uit het boek van een andere #talkandtable gast Bill Smith. Stevige cajun smaken en pit. Wijn drinkt Mariëlla met mate, dus moest ik opsnorren welke thee bij deze creoolse dish kan worden geschonken. Dank Mariëlla voor je mooie verhaal. Wat een avonturen!

Jambalaya is rijstgerecht uit de Mississippi delta.Van oorsprong ging er van alles in dit rijst gerecht. Alles wat men in de bayou kon vangen. Van konijn via alligator tot kikker. Mijn eenvoudige spicy versie gaat uit van rijst, garnalen en wat zeevruchten. Maar variëren kun je eindeloos. Als wijntip zou je aan een ferme viognier uit de Languedoc of een stevige chenin uit Zuid Afrika, zoals l’Avenir kunnen denken, maar voor Mariëlla denk ik aan een witte moonlight thee uit China of een Oolong ding dong uit Taiwan.

Nodig voor 4 personen:

1 rode ui

1 wortel

1 prei in ringen

3 stengels bleekselderij

8 grote rauwe garnalen

bakje rivierkreeftjes

zakje kokkels of scheermessen

1 tl cayennepeper

1 groene paprika

1 Spaans pepertje

3 tenen knoflook

blik gepelde tomaten

tijm

peper en zout

1 liter groente- of visbouillon

300 g  langkorrel rijst

arachideolie

koriander

tabasco

Bereiding:

Verhit de olie in een grote pan en voeg de ui, knoflook, wortel in blokjes , preiringen, bleekselderij, paprika en Spaanse peper toe en bak kort aan. Blus alles af met de helft van de bouillon, voeg het blik gepelde tomaten toe en laat een kwartier op laag vuur sudderen. Voeg de tijm en cayennepeper toe. Voeg de rijst toe en wat bouillon en breng op nieuw aan de kook. (het gerecht dient onder te staan) Laat ongeveer 15 minuten sudderen. Roer tussentijds en als de rijst te droog is kan wat water of bouillon worden toegevoegd. Bak in een andere pan snel de garnalen, kokkels of scheermessen en rivierkreeftjes aan en voeg deze toe aan het gerecht. Laat de zeevruchten nog 3 minuten mee garen. Maak op smaak met peper, zout en what else tabasco? Serveer de jambalaya op een grote schaal met wat gehakte koriander.

THEE, de nuchtere neef van wijn, Mariëlla Erkens (ISBN 9789090322308) is voor € 35,00 te bestellen op www.theesommelier.me

Volgende keer in mijn serie Talk & table: Tsukémono Peter van Berckel.

Op naar het nieuwe jaar!.

foto: de laatste zonnestralen van 2019.

Op naar het nieuwe jaar! Een nieuw decennium staat eraan te komen. Op deze laatste maandag tuur ik over de Noordzee, een mooie manier om terug en vooruit te kijken. De laatste zonnestralen van 2019. Een mooie dag om goede voornemens te maken en snode plannen te smeden. Met inbegrip van de bagage, die ik meeneem uit het jaar ervoor. Zo ga ik op Gereons Keuken Thuis onverdroten -helaas haakten sommigen af dit jaar- verder met #talkandtable.  In 2020 wederom gevuld met leuke gasten, zoals theesommelier Mariëlla, reislustige Laura, pickles Peter en anderen.  Wil je ook je bijzondere verhaal vertellen op mijn blog en beloond worden met een lekker gerecht en wijntip? Meld je dan aan!

De maand januari trapt af met gastblogger en kok René, voor de recensie van Sous Vide, het nieuwe boek van Bas Robben. Zelf ga ik aanstaande vrijdag aan de slag met Beiroet van Merijn Tol. Terroir blijft een grote rol spelen in mijn blogposts en Gereons Keuken Thuis wordt kritischer op processed  food. Net als mijn suikerconsumptie. Ik merk na al het kerstvoer van de laatste weken, dat ik er niet meer aan gewend ben, eten met teveel onnodige toevoegingen. Tulpen staan ook in januari op het menu. 

Op naar het nieuwe jaar! Culinaire kennis en kunde is in 2019 een beetje een ondergeschoven kindje geworden op mijn blog. Geïnspireerd door o.a. het mooie kookboek Keukenlab en de werken van Claudia Roden ga ik kijken wat er beter kan in keuken en op mijn blog. Ik vind een groot nadeel van veel culinaire sites, dat ik er vaak dertien  in een dozijn recepten met supermarktingrediënten aantref. En niet geplaatst in een mooie context. Mindfood. Gereons Keuken Thuis gaat zich weer meer richten op smaak en schwung in de cuisine. Dat geldt ook voor wijn. Want daar begon het tenslotte allemaal mee, zo’n 14 jaar geleden. Werk aan de winkel dus!

Op naar het nieuwe jaar! Minder vlees, meer groente en vegan koken staan op de agenda. Net als een nieuwe  #fitforfun serie in februari, want in 2019 sloeg de waan van de dag vaak toe en werd mijn dagelijkse sportritme danig gefrustreerd. Gelukkig kan ik op 8 januari. a.s. al inspiratie opdoen met Marlene en Leontien tijdens een fitte appellunch. In 2020 vormt Gereons Keuken Thuis weer een canvas voor kookboekrecensies, productreviews en eventverslaggeving. Durf je het aan om je boek te laten recenseren, wil je je unieke product door mij laten testen of mij iets laten schrijven over je evenement? Be my guest!  Gereons Keuken Thuis is altijd op zoek naar nieuwe input. Ik meld er wel bij dat ik dit jaar strenger zal zijn in mijn keuzes en aandachtspunten. Maar dat maakt het spannend!

Een heel nieuw decennium gloort voor Gereons Keuken Thuis aan de einder. Nu eerst nog een dag of wat lanterfanten en dan op naar het nieuwe jaar! Een heel mooi en geïnspireerd 2020 gewenst.

Talk & table, het kerstmenu.

foto: stilleven in het Rijksmuseum.

Talk & table, het kerstmenu. Inmiddels bestaat mijn interviewserie al een decennium, een mooie reden om een nieuwe traditie vorm te gaan geven. Na wat gepuzzel in Gereons Keuken Thuis trappen deze vier schrijvers af met een heus kerstmenu en hun verhalen. Joke… what’s in a name, Boon, mijn #fotomomentje vriendin, bonendiva, kleurenkookster en sinds mei dit jaar vega-optioneer. Jeffrey Greene is  mijn tweede gast, een gedreven schrijver uit Massachussetts, die tot en met dit jaar poëzie doceerde aan de American University in Parijs. Behalve bevlogen schrijver is hij ook vorser en wildplukker. Hij struint land en zee af op zoek naar wild edibles. Joris Bijdendijk, met zijn nieuwe restaurant Wils, tekent voor het hoofdgerecht. Met zijn kip à la Bastogne, een pièce de résistance uit zijn prachtige kookboek Bijdendijk, een keuken voor de lage landen. Tot slot zorgt vriendin en schrijfster Frances Mayes voor de dolci. Een combinatie van citrussorbet uit Toscane en Martha Washington’s Jetties uit North Carolina. Een mooi stel aan tafel. Talk & table, het kerstmenu. Merry Christmas.

Joke Boon.

foto: Joke Boon en ik tijdens een #fotomomentje.

Joke Boon leerde ik kennen bij de verschillende boekpresentaties, waar wij als culinair schrijvers regelmatig te vinden zijn. Zo was Joke mijn tafeldame tijdens de presentatie van Ceviche van Londense chef Martin Morales en mijn zuster in het kwaad bij de presentatie van een fotoboek van Sacha de Boer. Al snel ontwikkelde zich onze gewoonte om een  #fotomomentje te delen. We hebben samen altijd veel lol!  Amsterdamse Joke Boon is een multi getalenteerde schrijfster van kookboeken en kan met recht de bonendiva van Nederland worden genoemd. Zij at een jaar lang elke dag bonen. Ging dat vervelen? Welnee, bonen zijn veelzijdig, net als Joke! Lees meer.

Amuse.

foto: saucijzenbroodjes uit De Vega Optie.

Saucijzenbroodjes met nigellazaad uit De Vega Optie.

Nodig 16 stuks

80 g groene/bruine linzen

2-3 el olie

1 middelgrote uit, zeer fijn gehakt

60 g wortel grof geraspt

1 tl zout

vers gemalen peper

1 tl sambal oelek

1/2 tl nootmuskaat

1 opgehoopte tl tomatenpuree

8 velletjes roomboter bladerdeeg, gehalveerd.

1 ei losgeklopt

1 el nigella- maan- of sesamzaad

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 200 graden en bekleed een ovenplaat met bakpapier. Was de linzen in een bolzeef onder water. Kook ze in ruim water in 18-20 minuten gaar. Laat goed uitlekken in een zeef. Verhit de olie in een koekenpan. Voeg de ui en wortel toe en bak 3 minuten zachtjes aan. Voeg de linzen, zout, peper, sambal, nootmuskaat en tomatenpuree toe en bak al omscheppend 5 minuten. Laat afkoelen. Druk met de achterkant van een spatel de linzen iets kapot. Verdeel het linzenmengsel in 16 gelijke porties. Leg een  ontdooid velletje bladerdeeg op een snijplank en vorm van het linzenmengsel een worstje. Leg dit 1 cm van de onderkant van het velletje, maak de randjes nat met wat water en vouw dan dicht. Druk met een vork de randjes dicht en leg op de bakplaat. Ga zo door totdat je 16 saucijzenbroodjes hebt. Bestrijk de bovenkant met losgeklopt ei, bestrooi met nigellazaad en bak in het midden van de oven in 20 minuten bruin en gaar.

Erbij: cava van Codorníu, brut als welkomstdrankje.

Soep.

foto: heel verwarmend roze soep uit Koken met Kleur.

Roze soep uit Koken met Kleur.

Nodig:

1 kip karkas, restje gebraden kip of kippenpoot

zout en peper

1 laurierblaadje

1/2 el versgeraspte gemberwortel

sap van 1/2 citroen

2 à 3 aardappels in blokjes

1 middelgrote ui gesnipperd

1/2 appel (Jonagold of Elstar) in blokjes

125 g preiwit

1 kleine rode biet in blokjes

75 g zachte roomkaas

4 hardgekookte eieren

1/2 bosje krulpeterselie fijngehakt

Bereiding:

Begin met de bouillon. Doe de kip in een passende pan en giet er 750 ml koud water op. Doe er 1 tl zout, het laurierblaadje, de gember, versgemalen peper en citroensap bij en breng aan de kook. Laat op een heel zacht pitje trekken met het deksel op de pan. Doe de aardappels, ui, appel, preiwit, biet, en een flinke snuif zout samen met 500 ml water in een andere ruime pan en breng aan de kook. Laat 45 minuten zachtjes koken tot alles volledig gaar is. Schep het aardappelmengsel in de kom van een keukenmachine en pureer met de roomkaas, helemaal glad. Doe terug in de pan. Giet de bouillon als hij lang genoeg heeft getrokken door een zeef. Pluis het vlees van de botjes en doe deze bij de bouillon. Voeg de bouillon en kippenvlees bij het gepureerde aardappel-bietenmengsel en warm al roerend goed door. proef even en maak zo nodig op smaak met zout en/of peper. Pel voor de eiermimosa de eieren, doe in een kom en prak met vork goed fijn. Meng er 1 el gehakte peterselie door. Schep de soep in borden of ruime kommen Verdeel de eiermimosa erover en strooi er nog wat gehakte peterselie over.

Bij de bietensoep een witte Sauvignon Blanc, knisperend uit Marlborough, Nieuw Zeeland

Jeffrey Greene.

foto: Jeffrey aan het fourageren.

Ik leerde schrijver Jeffrey Greene kennen via zijn boek over Bourgondië en werkte mee aan zijn boek Wild Edibles, dat een stuk bevat over de symboliek van eten op Hollandse schilderijen uit de 17e eeuw.

“I invited chroniqueur Jeffrey Greene to participate in “geprekken en gerechten” (conversation and recipes) Many years ago I read a book from his hands called “French Spirits” A story on living in in former presbytery in the smokey hills of Burgundy. In that time I did not visit this region often. Later I found the same book in Dutch in my parent’s house in Burgundy. It was translated by the mother of a dear school friend.  It is always nice to reread some parts from this book, especially when you are in a tiny Burgundian village. Jeffrey writes about the people he meets in a very colorful way. So I contacted Jeffrey in Paris. Kindly Jeffrey sent me another book, titled ” The golden bristled boar” He has dugged into the life and background of this beast. But Jeffrey does more things. He teaches creative writing and he is now researching on edible things from te wild.” 
Lees meer

foto: het zoete Bourgondische leven.

Tussengerecht.

Pasta met schelpen en zeevondsten.

300 g tagliatelle

1 kg wilde mosselen

250 g gepelde garnalen

150 g zeekraal

150 g lamsoor

1 citroen in partjes

1 gesnipperde ui

1 glas witte wijn

olijfolie

boter

zout en peper

peterselie

Bereiding:

Kook de pasta volgens de aanwijzingen op de verpakking. Opzij zetten voor later gebruik. Spoel de mosselen een paar keer in water. Dit zal enige tijd in beslag nemen, omdat met name wilde mosselen veel zand kunnen bevatten! Voorzichtig spoelen de groenten en schud ze drogen. Spoel de zeekraal en lamsoor niet teveel af omdat je de zilte smaak wilt behouden. Kook de zeekraal gedurende 3 minuten al dente. Verhit 2 eetlepels olie in een grote braadpan, roerbak de gesnipperde ui. Voeg vervolgens de mosselen en een glas wijn toe. Doe het deksel op de pan en laat de mosselen ongeveer 8 minuten koken. Schud de pan van tijd tot tijd. Haal de mosselen uit de pan, ontschelp ze en bewaar wat kookvocht. Doe een klontje boter in de pan. Voeg de zeekraal, de tagliatelle en een deel van het kookvocht toe. Laat dit staan op een laag vuur. Doe de mosselen terug in de pan meng ze met pasta en groenten. Tot slot voeg je de garnalen en lamsoor toe. Breng op smaak met wat zout en zwarte peper. Serveer dit gerecht direct op borden. Maak af met een partje citroen, een klein klontje boter en wat gehakte peterselie. In dit gerecht kun je ook scheermessen, Amerikaanse immigranten, gebruiken in plaats van mosselen, te vinden op elk strand of wad. 

De wijn bij dit gerecht is een witte Bourgogne uit het dorp Mancey in de zuidelijke Bourgogne, “Mâcon Mancey ‘Les Cadoles’Blanc”

Joris Bijdendijk.

foto: cover Bijdendijk.

Herfst 2017. Gereons Keuken Thuis was op bezoek bij restaurant RIJKS® alwaar chef Joris Bijdendijk een gerecht presenteerde van in zoutkorst gegaarde koolraap met Texelse oude geitenkaas en bessenjus. Spannende Hollandse smaken. Terroir toegevoegd aan de andere kunsten van het Rijks. Joris mag je met recht een Hollandse meester noemen in de keuken. Lees meer

Hoofdgerecht.

foto: poulet Bastogne volgens Joris.

Kip “Bastogne” met dragon en prei uit Bijdendijk

Nodig:

8 lange dunne preien met veel wit

1 kg la ratte aardappelen

1 biologische kip van 1,5 kg of een poulet de Bastogne

10 g gedroogde dragon

150 g roomboter

versgemalen peper, zout

selderijzout

Bereiding:

Maak de prei schoon door ze aan de groene kant in de lengte in te snijden en het zand eruit te wassen. Bind ze met opbindtouw als een bos op. Blancheer de preien ongeveer 5 minuten in kokend gezouten water, het liefst in een langwerpige vispocheerpan, zodat ze niet omgebogen hoeven te worden. Borstel de aardappelen schoon in water. Snijd ze in langwerpige stukken, met schil. Kook de aardappelen gaar.

Verwarm de oven voor op 200 garden. Vul de kip met de dragon, 100 g boter, zout en peper naar smaak.Wrijf de overige boter over de buitenkant van de kip en besprenkel licht met selderijzout Braad de kip nu 60 minuten in de oven tot er een goudbruin krokant huidje ontstaat. Leg de laatste 20 minuten de aardappelen en prei onder de kip, zodat ze in sappen en de boter van de kip kunnen sudderen. Snijd de kip in stukken en serveer met de aardappelen, prei en jus.

Joris drinkt er graag een Pommard 1er cru bij, een rode pinot noir van domaine Petitot uit Corgoloin doet het ook prima.

foto: Joris Bijdendijk legt uit hoe je koolraap in korst maakt.

Koolraap uit een zoutkorst.

Nodig:

1 grote koolraap

750 bloem

250 g fijn zout

350 g eiwit

2 eieren

Bereiding:

Maak een deeg met alle bovenstaande ingrediënten, behalve de koolraap Wikkel het gemaakte deeg om de koolraap. Tip van Joris: rol twee stukken deeg uit; één voor onder de koolraap en één voor op de koolraap. Zo pak je hem makkelijk in. bak de koolraap in deeg 1,5 uur op 170 graden. Haal de koolraap uit de oven en laat het volledig afkoelen. breek de korst open en snijd de koolraap in plakken van 2 cm dik. Neem een zo groot mogelijke ronde uitsteek vorm en snijd mooie rondjes uit.

Je kunt de plakken ook nog even opbakken, krokant van buiten en zacht gegaard van binnen.

Bij het hoofdgerecht drinkt Gereons Keuken Thuis een kloeke Juliénas van domaine de la Rizolière in Veauxrenard.

Frances Mayes.

foto: schrijfster Frances Mayes.

Gereons Keuken Thuis heeft alle boeken van Frances Mayes gelezen. Ook haar laatste reisboek See you in the piazza, dat dit jaar verscheen. Daar zit een mooi verhaal achter. In 2004 las ik Under the Tuscan Sun, precies op het moment, dat ik het bankwezen verliet. Toeval wilde, dat de vertaler van Frances destijds voor Prometheus de moeder van mijn beste schoolvriend was. Zo kwam ik in contact met Frances en ik nodigde haar als één van de eersten uit mee te doen aan gesprekken en gerechten. Dankzij Frances Mayes werd dit alras #talkandtable

“For years I have been an ardent reader of the books of the American writer Frances Mayes, who wrote Under the Tuscan Sun, a stunning memoir on restoring a derilict villa in Tuscany and how to fill in her new Italian life. For over 20 years she has given her readers much inpiration out of the Tuscan land.” Lees meer.

foto: de boeken van Frances.


Dessert.

Mandarijnensorbet uit Under the Tuscan sun.

Nodig:

200 g suiker

200 ml water

250 ml mandarijnensap

1 el citroensap

2 el Mandarine Napoléon (mijn toevoeging)

200 ml water

rasp van mandarijnenschil

Bereiding:

Maak een siroop van de suiker en het water en laat deze 5 minuten doorkoken. Zet weg om af te koelen. Kook het mandarijnensap, water, citroensap, zest van mandarijn en Mandarine Napoléon in en voeg de suiker stroop toe. Roer goed. Laat het geheel goed afkoelen en maak er een sorbet in de ijsmachine of granita van door te vriezen en roeren met vork elk uur. Serveer de sorbet met wat pure chocoladesnippers.

Bij de koffie:

Een kerstrecept van Frances. Originele Martha Washington’s Jetties. Fondantballetjes met een dikke laag chocolade. Alle leden van de Mayes’ familie maken ze al jaren. Van jong tot oud. Ik vind dat een mooie oude traditie “from the South”

Nodig voor 40+ balletjes:

120 g zachte boter

400 g fijne suiker

60 ml dubbel dikke room

vanillemerg van twee peulen

240 g pecannoten fijngehakt

2 el cognac (mijn toevoeging)

300 g pure chocolade 70%

Bereiding:

Doe alle ingrediënten, behalve de chocolade, in een kom en mix tot een mooie stevige massa. Maak van de massa stevige ronde balletjes, leg ze op bakpapier en zet buiten om af te koelen. Buiten is vandaag natuurlijk ideaal. Let wel op vraatzuchtige vogels en dergelijke. Smelt au bain marie de pure chocolade. Als de chocolade te dik is, voeg wat room toe. Doop de balletje één voor één in de chocolade en laat afdruipen. leg ze terug op het bakpapier en laat afkoelen.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten