Op wijnreis door Portugal.

 foto: Portugese wijnparade.

Op wijnreis door Portugal, van de zuidstranden van de Algarve tot de steile hellingen van de Douro. Wat een diversiteit. Gereons Keuken en Route kende deze streken helemaal niet. De versterkte wijnen uit Porto, wit uit de Alentejo, modern design voor een wijnmakerij in het midden van het land. Kunst ontmoet wijn en je kunt er nog logeren ook. Al deze onderwerpen kwamen aan de orde in een gezamenlijke presentatie van Visit Portugal en wijnimporteur Olaf Kerstens van André Kerstens Wijnkopers. Een selectie van het moois dat de regio’s van Portugal de verwende reiziger en wijndrinker te bieden hebben. In ieder geval veel moois en lekkers, zo bleek.

De reis begon in Alentejo, de andere kant van de Taag, een streek met witte dorpjes op heuvels, kurkeiken, warme zomers en rust. Vooral rust, want er wonen op een oppervlakte van heel België maar 600.000 inwoners. Voeg daarbij de strakke onbewolkte luchten en je kunt je voorstellen, dat het zwerk ’s nachts ook een festijn is. Bij deze streek presenteerde Olaf Kerstens een witte reserva DOC Alentejo, gemaakt van 100% lokale druif Antao Vaz en houtgerijpt. Bijzonder, zeker als je weet dat Portugezen vooral rode wijndrinkers zijn. Een doordrinker noemde hij het.

Centro de Portugal, nog zo’n rurale streek. Het hartland van de DOC Dao. De vertegenwoordigster vertelde over de design wijnhuizen waar het goed toeven is, al logerend tussen het groen van de wijnranken en kunst. Stukje lokale kaas uit de Serra do Estrela, de hoogste bergketen van Portugal erbij en een goed glas Quinta de Carvalhas Encruzado 2014, wit met een mooie lengte.

Op wijnreis door Portugal. Algarve, de zuidelijke stranden van Cabo São Vincente tot aan Faro. Strandplezier, watersport, golfbanen en een mooi natuurreservaat. Alles voor de verwende toerist. Wat kun je er in kort bestek over zeggen. Bezoek het achterland, waar de tijd direct lijkt stil te staan. De witte dorpjes met barokke kerkjes uit de tijd, dat de koloniale rijkdommen binnen spoelden. Olaf Kerstens presenteerde bij Algarve een stevige blend van Covento do Paraiso Euphoria uit 2012. Veel fruit proefde ik.

video: Braga op bezoek in Lissabon

We maken een grote bocht naar het noorden van Portugal. Met Porto als tegenwoordig populaire bestemming, Het religieuze en Keltische Braga. (op het filmpje hierboven op promo bezoek in Lissabon)  Groen, Atlantische stranden en in 2016 was deze regio benoemd tot Europese gastronomische regio. Vaar eens over de Douro langs de steile hellingen, waar de druiven voor rood en wijn voor port worden geteeld. Geproefd werd een rode, volle en toch verfijnde Douro van Prats & Symington, Prazo de Roriz.

 foto: ruby en tawny uit Porto.

De reis eindigde in Porto, hoofdstad van de versterkte wijnen. Een bestemming op zich, gepresenteerd in een rijke ruby port, Olazabal Reserve vol rood fruit en een 10 jaar oude tawny port van Vale D. Maria, intens vol gerijpte krenten en noten. Het maakte de wijnreis door het veelzijdige Portugal compleet. De kreet BEM VINDO is zeker van toepassing.

Mijn keuken van Galicië.

 foto: credits website Terra.

Mijn keuken van Galicië. Een niet veel bezochte regio in het westen van Spanje, aan de Atlantische Oceaan, met een eigen taal en cultuur. Geen castagnetten, flamenco en brandende hitte, maar diepe fjorden, die rias heten, doedelzakken, vis en veel groen. Dat is Galicië, de geboortestreek van de vader van Isabel Meniño, een culinair en conceptueel styliste en initiatiefneemster van het Museum of Our Food. In haar nieuwe boek neemt zij de lezer en koker mee op een tocht door deze mooie regio, haar keuken van Galicië. Manolo, de vader van Isabel, belandde na een korte carrière bij de Spaanse marine in een café aan de Amsterdamse Peperstraat, waar hij de klanten kennis liet maken met de keuken van zijn  geboorteland. Zomers ging het gezin naar Galicië, naar oma Divina. Zes weken weg van het comfort van Nederland. Zoete herinneringen heeft Isabel hieraan. Ze bundelde deze jeugdherinneringen in dit mooi vormgegeven boek.

Galicië is zoals gezegd een onbekende streek. Santiago de Compostella, de stad van apostel Jacob kent iedereen, maar daar houdt het op. Deze Keltische regio kenmerkt zich door uitgestrekte natuur en een koel zeeklimaat. Door haar ligging is er weinig industrie en vertrokken veel Gallegos naar andere landen om werk te vinden. Wat bleef was de rust en het kalme en ingetogen karakter van de inwoners. Meniño probeert deze aard te vangen in beeld, tekst en recepten.

Galicië ligt aan zee, dus er wordt volop genoten van vis en schaaldieren, van mejillones en escabeche, krab met knoflookmayonaise, de bekende zarzuela en natuurlijk pulpo, die waarschijnlijk het meest wordt gegeten in Galicië. Al dan niet met en glas albariño of cider. Het boek gaat verder met Verano (zomer). Galicië kent een hoop feesten. En feest in Spanje betekent een comida. Zo worden in de stad Vigo grote vreugdevuren ontstoken voor de vissers, die terugkomen. Hierop worden sardines in vele variaties bereid. Isabel geeft een aantal feestelijke recepten.

Hierna komen meel en eieren, de basis van de empanada, meer dan 800 jaar oud, die al door de pelgrims in Santiago werd gegeten. Empanar betekent inpakken en vullen met iets hartigs. De Gallegos namen dit broodje mee naar Zuid Amerika. Empanadas met kabeljauw, vlees, tonijn of pompoen. Isabel en haar ouders kregen ze mee van oma en pas na de Pyreneeën werd er gestopt voor brood. De eerste etappe tot aan Frankrijk  hadden ze genoeg aan hun empanadas. Tortillas staan ook op het menu, een makkelijke boerenmaaltijd en heel #nowaste, met aardappel, voorjaarsgroenten of zoete aardappel. Het blijft een vindingrijk gerecht.

La cocina de Manolo. De vader van de schrijfster was kok en liet de Nederlanders kennis maken met zarzuela, ropa vieja, tortilla, paella en nog veel meer. Isabel heeft goede herinneringen aan deze keuken. Lamskoteletjes met komijn en fideos, een Iberisch pastagerecht. Meniño vergeet nooit het gekrijs van het varken dat vroeg op de binnenplaats werd geslacht. Het geslachte dier werd door oma van kop tot kont gebruikt. Het werd verwerkt en de familie kon er dan een jaar van eten. Van de ribben werd op het houtvuur een caldo, bouillon getrokken. Voor de al verhollandste kinderen een gruwelmaal. Voor vader Manolo een feest.

Met bouillon kun je de beroemde caldo gallego maken, eens stevige boerengerecht met kikkererwten en kool. Of wat te denken van ropa vieja, vieze kleren, een stoofpot, die de Galiciërs leerden kennen op de Canarische Eilanden. Gereons Keuken Thuis vindt het leuk dat de schrijfster ook iets in dit boek vertelt over wijn. Galicië is de bakermat van de albariñodruif, die in het vochtige zeeklimaat groeit op de rijke gronden van graniet en lei. Deze wijnen hebben een knisperend en fris karakter. Het is een goed gebruik van de Gallegos om een gast te verwelkomen met een taza de vino, een kommetje wijn. Het boek besluit met wat tapas en natuurlijk dulces.

Mijn keuken van Galicië is een spannend boek, met ingetogen foto’s van de gerechten en het knalblauwe water op de foto’s van de oceaan. Hiermee creëert Isabel Meniño een sfeervol geheel, waarin de tamelijk basic Spaanse keuken goed gedijt. Ik heb er in ieder geval van genoten en zou wel eens een kijkje in de rias willen nemen. Wie weet kan de schrijfster mij een goed plekje wijzen om kokkels te rapen.

Mijn keuken van Galicië, Isabel Meniño (ISBN 9789089897350) is een uitgave van Terra en kost € 29,99

Noot: dit boek werd mij als recensieexemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Meet & Greet bij restaurant Blauw.

  foto: Meet & Greet

Meet & Greet bij restaurant Blauw. Ik loop er zo vaak langs, dat restaurant met het rode uithangbord, maar was er eerlijk gezegd nog nooit binnen geweest. Restaurant BLAUW aan de Amstelveenseweg 158 in Amsterdam. (en ook in Utrecht, Springweg 64). Gereons Keuken en Route en een groep andere food- en lifestylekornuiten waren uitgenodigd door het team van dit Indonesische adres om te komen proeven van hun dis en te luisteren naar hun verhaal. Een verhaal dat op de Amstelveenseweg startte in 2008. Het idee van Indisch eten in een modern jasje. In een eigentijds interieur met rode accenten. En het grote portret als eyecatcher bij binnenkomst. Ik kon niets blauws ontdekken, behalve dan hun geuzennaam. Eigenaar Henk van Hees hield een presentatie over het restaurant, de gerechten en heel belangrijk het teamwork. Zo is de klant verzekerd van kwaliteit van eten, maar ook belangrijk service. En nu gaan ze met iets nieuws beginnen. Dit voorjaar zul je op een aantal foodfestivals hun rode, ja rode! foodtuck tegenkomen met allerlei heerlijkheden van hun chefkok. Het gezelschap, dat op maandag aanwezig tijdens deze meet & greet bij restaurant Blauw was mocht vast voorproeven. En dat was niet mis. Kijk eens wat ze allemaal gaan serveren vanuit hun rode van:

  foto: rijsttafel

Loempia Semarang

Loempia gevuld met garnalen, wortel, soe-oen, bamboescheuten. Geserveerd met een saus van gula jawa en ketjap.

Sate Kambing

Malse geitenhaas gemarineerd in gember, knoflook en ketoembar. Gegarneerd met rode ui, rode peper, atjar en limoen.

Bakso

Een rundvleesbouillon met balletjes van rund, knoflook en diverse kruiden. Gegarneerd met noedels en selderij.

Tahu Gejrot

Gebakken Aziatische tofu met een vegetarische, pittige ketjapsaus met sjalotjes, knoflook, groene pepers en tamarinde.

Ketoprak

Een frisse vegetarische salade van mihoen, selderij en vegetarische kroepoek met een sausje van pinda’s, tamarinde, knoflook, gula jawa en rawit.

Rudjak

Een fruitsalade van mango, granny smith, ananas en komkommer. Geserveerd met een saus van ketjap, gula jawa, tamarinde en rawit.

 foto: één van de wanden.

Het was allemaal het proeven waard, dat belooft nog wat op de foodfestivals van dit voorjaar. Details vind je op de Facebookpagina.  Kun je daar niet op wachten bezoek dan hun restaurant in Amsterdam of Utrecht. Kijk eens op de site van Blauw en laat je verrassen.

Verrukkelijk Rome.

 foto: cover Verrukkelijk Rome.

Verrukkelijk Rome, een kookboek vol dolce vita. Eten is een taal, die net als elke andere taal moet worden ontcijferd en geleerd. Foodwriter en -blogger Eleonora Galasso neemt je mee op pad over de sanpietrini (kinderkopjes) van de Eeuwige Stad. Want voor deze schrijver is Rome haar favoriete plek om lang te tafelen met vrienden en familie en en passant de wereld te verbeteren. E pronto a tavola!, de Romeinse tafel van Eleonora, haar dolce vita in een kookboek. Het start met de Romeinse voorraadkast, want when in Rome do as the Romans do! Olijfolie, pasta, rijst, homemade bouillon, ricotta van schapenmelk en in september ingemaakte potten tomaten en saus. Tevens geeft ze tips hoe de heilige graal van de Romeinse keuken, de purperen artisjok, klaar te maken, zonder te blijven zitten met zwarte handen.

Het genot van het ontwaken in de stad en haar kleine straatjes en lome stilte.We starten de tour met een ontbijtje. Dit verkleinwoord is al te groot voor ontbijt, omdat in Rome  de dag wordt gestart met een kop caffé en een cornetto. De mogelijkheden voor deze kleine zoetigheden zijn eindeloos, naturel, met chocolade, jam of room. Zoete broodjes, briochevlecht met chocolade, koekjes om te soppen. Allerlei traktaties trekken voorbij. Wat het oer Britse granola ertussen doet begrijp ik niet helemaal, vind ik niet zo Romeins. De bigné di San Giuseppe daarentegen wel.

Merende, kleine snack tussen de maaltijd door, snoepen vlak voor de lunch of avondeten. Pretzels met wijn, trio van bruschette, minipizza’s met tomatensaus. Even de trek stillen voordat de echte maaltijd begint. Op doordeweekse dagen hebben de alimentari het druk. Ondanks hun lange pauze gaan veel Romeinen voor een lunch onderweg. Bouwvakkers, oude dametjes en bankiers. Ze proberen allemaal voor te dringen om hun broodje te bemachtigen. Galasso geeft in dit hoofdstuk recepten voor broodjes, sandwiches, een spaghetti-omelet en zelfs savooiekoolpakketjes met kalfsgehakt. Je zou het zo allemaal oppeuzelen in het park van de Villa Borghese.

A tavola, zondag met de famiglia. er wordt uitgepakt, iedereen is uitgenodigd, zolang we maar niet met 13 man aan tafel zitten, indachtig het laatste avondmaal. Veel bijgeloof, maar ook conversaties en iedereen eet en doet mee. Met griesmeelgnocchi met varkensvlees in saus op Romeinse wijze, zalmfilet met een mousse van tuinbonen en pecorino, de emblematische carbonara en tot slot de gehaktballen van de oma van Eleonora.

Het fenomeen aperitivo komt aan bod. Een drankje en een hapje na het werk. Gereons Keuken Thuis kent dit van de bezoeken aan de evenementen van de Italiaanse Kamer van Koophandel. Romeins fingerfood, zoals mozzarella in carrozza, de beroemde olive all’ascolana  of citroen gevuld met tonijncrème. De schrijfster geeft er een leuke moderne twist aan.

Galasso houdt van romantiek, dus een hoofdstuk over romantische dinertjes kan niet ontbreken. Lippenstift op en met haar Roman lover lang tafelen. Con amore. Bucatini alle vongole of ravioli op Romeinse wijze onder de sterrenhemel. Glas koele witte Frascati erbij. Diners! Veel mensen zien Italië als luilekkerland, een plek van overvloed en voldoening. geloof het maar vertelt de schrijfster, doe je ogen dicht en droom verder. Een hoofdstuk met feestgerechten volgt, want in de Bel Paese is er altijd wel een aanleiding voor een klein of groot festa. In Rome is dat niet anders. Van Driekoningen tot Maria Hemelvaart op 15 augustus. Iedereen doet een duit in het zakje. Mimosataart voor 8 maart, paasbrood of gepocheerde perziken.

Het boek besluit met een hoofdstuk, waarin Eleonora tips voor je voorraadkast geeft. Pruttelende geluiden uit de keukens, waar vrouwen de oogst verwerken tot voorraad voor de winter, zoals, daar zijn ze weer, artisjokken op olie, tomatensaus, harde Toscaanse koekjes, grissini en rode uienconfituur. Dit spreekt Gereons Keuken Thuis aan.

Verrukkelijk Rome is een heerlijk boek om te lezen en de fotografie van David Loftus is prachtig. Het neemt je mee door deze stad en haar gerechten. Galasso is niet bang om een moderne twist te geven aan klassieke gerechten, als zullen Italo puristen hiervan gruwelen. Ik vind dat wel leuk, want ook  de Eeuwige Stad staat niet stil. Wat mij minder aanspreekt zijn de gestileerde foto’s van Eleonora Galasso als model op hakken en couture, maar ja ik heb ook niet de vrouwelijke dolce vita fantasieën van rode lippenstift en kokette dameskleding. Maar voor een ander hoort dat bij het plaatje van Rome. En dat het niet alleen om beeld gaat laat de schrijfster zien in haar verhalen en recepten. Ze is geslaagd in haar rondleiding door Verrukkelijk Rome! Gereons Keuken en Route zou zo met haar mee gaan over de kasseien.

Verrukkelijk Rome, authentieke en hedendaagse gerechten. Eleonora Galasso. (ISBN 9789461431639) is een uitgave van GoodCook en is te koop voor € 24,95

Noot: dit boek werd mij als recensieexemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

The Palomar, de moderne keuken van Jeruzalem.

 foto: cover The Palomar.

 

The Palomar, ruim 100 gerechten uit de moderne keuken van Jeruzalem. Een eclectische mix van Joodse, Levantijnse, Noord Afrikaanse, Italiaanse, Jemenitische en andere invloeden. Samengebracht door de drie hoofdrolspelers van dit in Londen gevestigde restaurant. Eigenaar en voormalig DJ Layo Paskin, koks Yossi “Papi” Elad en Tomer Amedi. De eerste vertelt het verhaal van het restaurant, nummer twee de achtergronden van de ingrediënten en Tomer als laatste schreef de recepten. The Palomar, gestyled als een fifties Californische duiventil. En dat is het. Wij zijn allen halfbloedjes, begint Layo zijn relaas en dat is te merken in deze fusion keuken, waar in allerlei talen wordt gekookt, gewerkt en gelachen.

Het boek begint met de voorraadkast. Tomer Amedi legt uit wat de basis van de keuken in The Palomar is. Typische producten uit het Midden Oosten. Hij heeft ze thuis ook staan. Bijvoorbeeld koosjer zout (zonder jodium), dadelsiroop, geurwaters, sumak etc.. De basis van de maaltijden zijn gebaseerd op zoals Amedi het noemt de maaltijd voor de maaltijd. Op vrijdagavond komen veel mensen bij elkaar om een gezellig feestmaal te nuttigen. Deze start met 8 à 9 mezze. Dat was één van de pijlers van zijn moeders keuken. Hoe kregen we het allemaal op? vraagt de kok zich af. Direct volgen een aantal basisrecepten voor ingemaakte citroen, harissa, rode ui met sumak, tzatziki en hoe kan het ook anders kippenleverspread. Gehackte leber was nooit een favoriet van Tomer, nu wel.

Als intermezzo vertelt Layo Paskin wat over de wijnen in het restaurant. Dat vind ik heel leuk, omdat wijn vaak een ondergeschoven kindje is in kookboeken en zeker met deze uitgesproken smaken wel wat aandacht verdient. Na de mezze gaan we aan de slag met rauwe gerechten, rauwe vis en zeevruchten. Wat de laatsten te maken hebben met de keuken van Jeruzalem, snapte ik niet helemaal. Laten we het een culinair dichterlijke vrijheid noemen. Verder lezend kom je erachter, dat deze gerechten zijn voortgekomen uit een nieuwsgierigheid van Amedi, omdat zeevruchten in zijn opvoeding een verboden vrucht waren. Dus Marokkaanse oesters, coquillecarpaccio of ingemaakte sardines verschijnen ten tonele in The Palomar.

De hoofdgerechten, gemaakt met de eerder genoemde ingelegde citroenen, homemade harissa, betaalbare ingrediënten met veel smaak. Waaronder ook orgaanvlees, volgens een #nowaste principe. De shakshuka in een aantal varianten ontbreekt niet, boureka’s met feta en aubergine, de polpo van Papi of ribeyes met harissa-aardappelpuree en Midden-Oosterse chimichuri. In een apart blokje legt Tomer Amedi de verschillende Joodse keukenstijlen uit, de Asjkenazische, Sefardische of Mizrachi. Een mix van vele stijlen van Oost Europa, via Andalusië tot Jemen en Iran. Een apart gerecht vind ik de bereiding van buikspek met ras al hanout, gedroogd fruit en Israëlische couscous. Ach we zijn in Londen zullen we maar zeggen.

Het laatste deel gaat over patisserie en zoetigheden, oranjebloesemijs in kataifinestjes, basbousa en een Jeruzalemse mess. Het boek sluit af met basisrecepten brood, pita’s en kreplachs.

The Palomar, ruim honderd gerechten uit het moderne Jeruzalem neemt je mee op pad in de keuken en tradities van alle koks, die in dit Londense restaurant werken. Zij schuwen het experiment niet en gaan iets verder van de Ottolenghi en zijn kompanen. Ik vind de receptuur wat bewerkelijk voor mijn kleine keukentje. Maar het boek is een grote bron van inspiratie en mooie achtergrondverhalen. De fotografie van Helen Catchcart is likkebaardend lekker.

The Palomar, ruim honderd gerechten uit het moderne Jeruzalem (ISBN 9789059566927) is een uitgave van Fontaine en is te koop voor € 24,95

 

Koken van pagina 53, Martin “Ceviche” Morales.

 foto: cover Ceviche.

Koken van pagina 53 met Martin “Ceviche” Morales. Kleurrijk en fantasievol eten uit Peru. Geuren en smaken verenigd. Al millennia lang. Van de kust van de Stille Oceaan, in de straten van Lima, in het hooggebergte van de Andes en de wouden van de Amazone. Dat is de rijke keuken van Peru. De Inca’s aten al quinoa, physalis (goudbes) en een vorm van de emblematische ceviche. Grootmoeders in de bergen hielden cavia’s in hun keuken. De conquistadores brachten knoflook, citrusvruchten en gember mee. De Afrikanen hun voedsel, zoals de spiesjes van runderhart. Veel gegeten streetfood in Lima. De Italianen kwamen met pasta en wijn. De Chinese arbeiders leerden Peru wokken. En de Japanners vervolmaakten de bereidingen van vis in de Peruaanse keuken. Ik kan er nog heel veel meer over vertellen.

Maar nog beter kun je Martin Morales, veelzijdige man, laten praten over zijn passie. De keuken van zijn geboorteland. En praten kan hij over food. Niet vreemd als je bedenkt, dat de vorige carrière van deze man in de entertainment business lag. Maar zijn Peruaanse bloed kroop waar het niet gaan kon. Al sinds zijn elfde. Hij startte een restaurant met de klassieker van dit mooie land. Ceviche. In dit restaurant kookt Martin Morales puur soulfood, natuurlijk gebruik makend van de rijkdommen van Peru.

We nemen een kijkje op pagina 53 van dit boek. Op deze bladzijde staat en recept voor Cancha, gebakken mais. Dit is een heel populaire snack uit de Andes, maar hij wordt overal in Peru gegeten. De maiskorrels hebben een nootachtige smaak, zijn ongelofelijk crunchy en zeer verslavend.

Nodig:

1 el plantaardige olie

250 g maiz chulpe (speciaal bewerkte pofmais, zie sabordelperu.nl)

1 tl zout

een kneepje limoensap (naar keuze)

Bereiding:

Verhit de plantaardige olie in een koekenpan met deksel op halfhoog vuur. Voeg de maiskorrels toe en bak ze terwijl je de pan af en toe schudt tot ze openspringen. Zet het deksel op de pan, draai het vuur laag en bak ze nog circa 5 minuten. Schud de pan regelmatig tot de korrels een diepe goudbruine kleur hebben en hier en daar een beetje verschroeid zijn.

Stort de maiskorrels in een kom, bestrooi ze met zout en laat ze afkoelen. De maiskorrels zijn in een luchtdichte trommel minstens een paar weken houdbaar. Je kunt ze warm eten of koud met een kneepje limoensap.

Koken van pagina 53, Kitchen Table Food.

 foto: cover Kitchen Table Food

Koken van pagina 53, Kitchen Table Food. Aan tafel in twee federale hoofdsteden, Berlijn en Washington DC. Vol recepten, verhalen en vrienden. Tal Maes en Petra de Hamer bloggen erover en schreven het kookboek Kitchen Table Food, dat verscheen in oktober 2015. Dat is al weer een tijdje geleden. Het is lente, een mooie tijd voor een hernieuwde kennismaking. Koken van pagina 53. Is het Berlijn of Washington DC geworden?

Bladzijde 53 gaat over Berlijn en over de moestuin van Petra in deze stad. Niet een instant succes, die moestuin. Maar niet getreurd, Petra wordt blij van concepten als de Prinzessinengarten in Kreuzberg. Een collectief stuk grond, waarop je heerlijk kunt stadstuinieren. Niemand heeft zijn eigen stukje, je doet het samen. Achterin, ook een leuk weetje, zit het Gartencafé voor een eenvoudige lunch. Met groenten uit deze tuin en Berlijnse streekproducten. Herrlich!

Petra beschrijft op pagina 53 een salade, die zij vaak in het naseizoen maakt. Een bonensalade van cannellini, borlotti & sardientjes. Met deze keer blikken uit de voorraadkast. Een glas witte Soave erbij en je waant je in de lenteachtige Prinzessinengarten. (alleen die naam al). Koken van pagina 53, Kitchen Table galore.

Ingrediënten:

1 el olijolie

2-3 bospeentjes in plakjes

1 gele paprika, zaadjes verwijderd en in blokjes

1 ui gesnipperd

1 teen knoflook fijngehakt

ca. 6 zongedroogde tomaten in olie, in stukjes

1 el kappertjes (potje) uitgelekt

een kleine handvol olijven zonder pit

1 blik borlottibonen (400 g), afgespoeld en uitgelekt.

1 blik cannellinibonen (400 g), afgespoeld en uitgelekt

een scheutje rode-wijnazijn

1 blikje sardientjes, uitgelekt en graatjes verwijderd

een handvol verse tuinkruiden, fijngehakt

Bereiding:

Verwarm de olijfolie in een grote (koeken)pan. Voeg bospeentjes, paprika, ui en knoflook toe en bak 2-3 minuten op matig vuur. Stoof afgedekt 3-4 minuten tot de groenten enigszins zacht zijn.

Voeg tomaatjes, kappertjes en olijven toe en stoof kort mee. Schep de groenten in een schaal en meng er de bonen door. Voeg wat azijn toe en breng op smaak met wat zout en peper. Verdeel over vier borden. Leg op elk bord een paar sardientjes. Maal er verse peper over en garneer met kruiden.

Tip van Gereons Keuken Thuis: Maak van de olie uit het blikje sardientjes, 2 el olijfolie, wat gehakte bieslook, een teen geperste knoflook en wat peper en zout een dip voor het brood, dat je bij deze salade serveert. #nowaste.

Gereons goulash.

 foto: Gereons goulash

Gereons goulash. Het schoot me deze week ineens te binnen. Lang niet gemaakt, Het stond als gerecht op mijn thuisafgehaald menu. (Overigens nooit opgehaald, maar dat geeft niets) Goulash of zoals deze stoofpot in mooi Hongaars heet: pörkölt, want gulyas is een soort soep. Gestoofd  vlees met de vrucht van het Hongaarse land de paprika, rood, geel of groen. Nederland maakte via pakjes en zakjes kennis met goulash in de seventies.

Paprika, vers of in allerlei varianten poeders. Ga eens kijken op de centrale markt van Boedapest vlakbij de Kettingbrug en je ziet het rode goud in allerlei gedaanten. Dan weet je ook waarom mensen, die werken in een paprikapoederfabriek rode kleding dragen. Een witte overall zou niet lang zijn maagdelijke kleur behouden.

Goulash, het liefst zou ik het eens maken als heiduken doen op de uitgestrekte poesta. In een keteltje hangende aan een driepoot boven een houtvuur. Is dat niet instant mannelijke foodbloggers porn. Zo van je paard, je tent net opgezet, hout gesprokkeld en stoven maar. Past zo in de wilde weken, waar ik al eerder blogs over schreef.

Maar nu naar Gereons goulash, juist ja, die van thuisafgehaald. Ik vind het een gerecht, dat deze grauwe dagen opvrolijkt. Wat pit in den donder geeft. En hoe langer het op het vuur staat, des te steviger de pittigheid van de rode paprika en het vlees zich vermengen. Dat deed ik afgelopen zaterdag ook. Op zaterdagochtend gingen, met muzak van Yonderboi op de achtergrond, alle ingrediënten in de pan om twee stoofsessies van 3 uur verder op zondagavond te worden op gesmikkeld  Gereons goulash met een stevig glas rood stierenbloed uit Eger. êtvágyat!

 foto: klaar voor de start.

Nodig:

1 kg runder riblappen

3 rode uien

1 stevige winterwortel

3 rode paprika’s

4 tenen knoflook

2 tl tijm

1 tl chilipoeder

2 el paprikapoeder

2 dl runderfond

1 glas rode wijn

1 klein blikje tomatenpuree

peper en zout

2 el bloem

50 g boter

extra water

Bereiding:

Was de rode paprika’s en snijd deze in stukken. Schrap de wortel en snijd in blokjes. Snijd de rode uien, maar niet te fijn. Hak de tenen knoflook in stukjes. Snijd het vlees in blokjes en bestrooi met bloem zout en peper. Voeg als laatste een el paprikapoeder toe. verhit de boter en braad het vlees om en om aan. Blus af met wat rode wijn. Fruit in een andere pan de uien aan en voeg deze toe aan het vlees. Zet de paprika en wortel even aan in dezelfde pan samen met de tomatenpuree. Voeg de fond, een el paprika poeder, tl chilipoeder, gehakte knoflook en tijm toe en verwarm. Giet dit mengsel over het vlees, zodat het onderstaat en voeg eventueel wat water toe. Het vlees moet onderstaan. Laat het geheel op laag vuur en een sudderplaatje minimaal 3 uur stoven. (Ik deed er 6 uur over)  Voeg tussentijds nog wat vocht toe. Serveer de goulash uit de pan met stevig zuurdesembrood of heel retro met gekookte rijst en erwtjes. Dat laatste deed Gereons keuken thuis op zondagavond. (niets wilds aan)

Hartwood, een culinair avontuur op Yucatán

 foto: cover Hartwood



Hartwood, een culinair avontuur op Yucatán. Stel je eens voor, dat je voor een rood stoplicht staat in Tulum op Yucatán. Je bent op de terugweg van een geslaagde vakantie naar huis. Dan begint een stemmetje in je hoofd: “What if….?”  Dit overkwam Eric Werner en Mya Henry, de schrijvers van het kookboek Hartwoord, toen zij na een geslaagde vakantie op Yucatán richting het vliegveld reden. Ze voelden duidelijk links in plaats van rechts. En zo geschiedde. Ze verkochten hun hele hebben en houden in New York en gingen de uitdaging aan. Een restaurant in de jungle onder de magische sterrenhemel van dit schiereiland. Hartwood. René Redzepi, bekend van NOMA is er dol op en plant altijd wat extra tijd in als hij met zijn gezin op het schiereiland op vakantie is om bij deze twee avonturiers langs te gaan. En zich te laven aan hun culinaire kunsten. Zo kan hij er weer tegenaan bij terugkeer in de Deense hoofdstad.

Hartwood betekent met minieme middelen het lekkerste eten van heel Yucatán koken op grill en in houtoven. Zelf met een harpoen je tandbaars vangen, tussendoor zwemmen in cenotes, verkoelende zoetwater grotmeren. Markten bezoeken met producten, die de Maya’s ook al gebruikten. Nu nog steeds verbouwd naast het huis van dorpsbewoners. Boeren uit de kleinste gaten als leverancier. Mexico in de kern, dat stond Eric en Mya voor ogen. Een tropische explosie van kleur smaak en geur. Inderdaad onder de sterrenhemel van Hartwoord. Een queeste van de twee, ver van de Big Apple. Hard werken maar met veel voldoening onder de Maya zon. Gereons Keuken en Route zou direct zijn koffers pakken om het allemaal eens te gaan aanschouwen. Mexico here I come!

Maar bij gebrek aan een live bezoek zijn de winterse dagen ook heerlijk te vullen met het lezen en savoureren van Hartwood, een culinair avontuur op Yucatán. De kleur spat van de foto’s af. Het is elke dag fiësta in de buitenkeuken. Eric en Mya koken volgens de Hartwood manier, d.w.z. dat gerechten kort worden dicht geschroeid op de grill en dan nagegaard in de houtoven. De schrijvers geven direct ook tips om hetzelfde effect te bereiken thuis, wel zo makkelijk.

Het boek start met El Almacén, de provisiekast, een schatkamer vol fruit, pepers, citrusvarianten, groenten, kruiden, noten, zaden en de emblematische mescal, al dan met of zonder worm. Op Yucatán gebruikt men dit vuurwater van de agave voor alles wat goed en slecht is. El Mercado, de markt. Niets is kleurrijker dan een Mexicaanse markt. De schrijver kopen er de meest verse heerlijke ingrediënten voor bijvoorbeeld een yamboon salade met munt crema, een koude avocadosoep of hoe basic, geblakerde bosuitjes. El Mar, de zee is nooit ver weg op Yucatán. De Golf van Mexico en Caraïbische Zee zitten vol heerlijke vis voor ceviches van horsmakreel, marlijn of tonijn. Of wat te denken van een makreeldip met guajillo peperplatbrood. Hartwood herontdekte ook de garnaal, in de vorm van Maya garnalen met chipotlemescalsaus.

La Tierra, het land, dat veel lekkers voortbrengt. Naast vis kent Yucat’n heerlijke vleesgerechten, zoals varkensribbetjes of agave varkensbuik met gegrilde ananas. De agave is bijna de nationale plant van Yucatán te noemen, geschikt vanwege zijn vruchtvlees, de drank mescal en het sisaltouw dat je van de vezels slaat. Maar niet alleen varkensribben zijn populair ook rundvlees vindt zijn weg in de keuken van Hartwoord. en laten we de kipgerechten niet vergeten.

Los Dulces, de nagerechten. Een horchatataart. En cacao, zo uit de Maya cultuur voor een chocolade Habanero cake of gekonfijte hibiscusbloemen.* En last but not least Las Bebidas, de drankjes met en zonder mescal, het agave vuurwater van Yucatán. Cocktails  zoals passie in het oerwoud, de “Hartwood” en niet te vergeten de Margarita. Maar ook sin alcohol zoals chayasap met aloë vera, een horchata (nu instant zin in) of een campeche van granaatappel.

Daarmee is de kijk in de keuken en in het leve van deze twee avontuurlijke mensen ten einde. Hartwood, een culinair avontuur ademt behalve de heerlijke gerechten, de prachtige foto’s een bom aan sfeer uit, waar je je direct in onder wilt dompelen. Arriba Arriba…. Ik begrijp die omweg van René Redzepi wel.

Hartwood, een culinair avontuur op Yucatán, Eric Werner & Mya Henry (ISBN 9789059567443) is een uitgave van Fontaine en is te koop voor € 29.95.

* Yvette van Boven bekeek de recepten en voorzag ze van in Nederland verkrijgbare ingrediënten

Noot: dit boek werd mij als recensieexemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Cuisine du terroir.

 foto: cover vintage kookboek

Cuisine du terroir. Het is al weer een tijdje geleden, dat ik het erover had. Maar streekkeukens en -gerechten blijven altijd de hitparade in Gereons Keuken Thuis aanvoeren. Ik kan het gewoon niet laten om overal waar ik kom eerste- of tweedehands werkjes te scoren over de Franse terroirkeuken. Bij de kringloopwinkel in Amsterdam West, bij een benzinestop langs de autoroute of in dat knusse boekwinkeltje tegenover de abdij in Tournus. Mijn kookboekenhoek in de hal staat er vol mee. De basiskeuken van Gereons Keuken Thuis blijft nu eenmaal de Franse, niets meer en niets minder.

Vandaar dat ik zo verguld was met het heerlijke boek van ene Brigitte Talleray. Ik vond het bij de kringloopwinkel en het heet de Traditionele Franse Keuken, verschenen in 1993. (ver voor de tijd van bloggen, Instagram en Facebook) Niet de meest opzienbarende titel, maar het gaat om de inhoud. Talleray neemt je mee op reis door de zeshoek. Ze reisde van Vlaanderen en Artesië tegen de klok in naar Normandië en Bretagne. Deed het westen aan, de Limousin en Auvergne. Verkende de Gascogne en Pyreneeën. Belandde in de Languedoc, dwaalde door de Provence, Stak de Golfe du Lion over naar Corscica. Trok via de Rhône naar het Noorden, Lyon en Savoye. Schreef over Bourgondië. En eindigt in het Noordoosten, Lotharingen en Elzas. Wat een leuke culinaire Tour de France. Met dito recepten en liefdevolle bereidingen opgetekend uit de monden van locals. Dat levert niet altijd doorwrochte en sluitende recepten op, maar des te meer mooie verhalen. Cuisine du terroir, wat een queeste van deze schrijfster. Kom je zo’n leuk boek tegen schroom dan niet het direct aan te schaffen, want je hebt er veel plezier van, al zeg ik het zelf.

Vandaag twee recepten uit dit leuke boek, gebakken cêpes met persillade en boter en een aardappelsalade uit de Cevennes, die Ravien Cévenol heet. Ik paste de ingrediënten iets aan naar de 21e eeuw, en ook de bereiding. Want koperen pannen zijn echt niet per se nodig. Lekker vega op deze druilerige woensdag in februari. We drinken er een stevig glas rood uit de Rhônevallei bij.

Nodig:

Voor de gebakken cêpes:

500 g wilde paddenstoelen, naar keuze

3 el extra vièrge olijfolie

2 tenen knoflook geperst

2 el fijngehakte peterselie

zout en peper

klontje gezouten boter

Voor de Ravien Cévenol:

500 g vastkokende aardappelen

1 stronk friséesla, gesneden en gewassen

20 halve gepelde walnoten

1 Granny Smith geschild in stukjes

3 stengels bleekselderij in plakjes

4 el walnotenolie

1 1/2 el witte wijnazijn

peper en zout

Bereiding:

Veeg de wilde paddenstoelen goed af met keukenpapier en snijd ze in stukjes. Verhit een flinke scheut olijfolie in een (koperen) koekenpan en bak de paddenstoelen goudbruin. Voeg hierna de knoflook, peterselie en boter toe en laat met een deksel kort garen. (het originele recept doet alles tegelijk in de hete olie. M.i. niet zo een goed idee, omdat de knoflook dan kan aanbranden. Voeg deze later toe)

Kook de aardappelen gaar, laat ze afkoelen en snijd deze in stukjes. ( het originele recept heeft het over prakken?) Doe de blokjes aardappel en Granny Smith in een slakom. Voeg de gewassen frisee sla toe, de walnoten en bleekselderij. Het recept gaat ervan uit, dat je dit in laagjes doet. Maak een vinaigrette van de olie azijn, peper en zout en giet deze over de salade. Het recept van Talleray mengt de Ravien niet, ik wel.

Serveer de warme cêpes en Ravien Cëvenol op een bord en serveer direct met desembrood en boter.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten