Gruissan met gastblogger René.

Gruissan met gastblogger René. René Meesters is net als Gereons Keuken Thuis een groot liefhebber van de hexagoon. Hij reist er graag in rond en schrijft erover op zijn leuke en lezenswaardige frankrijkblog het eten is klaar. Vandaar dat ik hem regelmatig uitnodig als gastblogger. René schrijft mooie verhalen over zijn reizen zijn koken en kookboeken. Hoe toevallig was het dat hij een verhaal instuurde over Gruissan, een bijzonder Occitaans dorp aan zee, hier niet ver vandaan. Vandaag zijn relaas over daube de boeuf en Gruissan.

foto: les toits de Gruissan.

La tour, Le sel et la plage

Waarmee begint een blog over Frankrijk? Met het maken van een ferme pan daube de boeuf natuurlijk. Terwijl zich de geur daarvan door het huis verspreidt komen de ideeën voor het blog vanzelf omhoog en heb je nog steeds moeite met een definitieve  keuze? Schenk jezelf een Pastis in en het toetsenbord begint als vanzelf woorden te spuwen. Toch? Al die mooie vakanties in Frankrijk schieten aan me voorbij. Van het meest zuidelijke puntje tot de absolute noordzijde bij Lille. Één die me is bijgebleven is die in de Lanquedoc-Rousillon, of beter Occitanië in de buurt van Narbonne. Het mediterrane weer in september speelde daarbij zeker een rol.

De grootste vakantiedrukte is voorbij en de avonden worden korter. In de smalle straatjes rondom La tour Barberousse in Gruissan gaan de luiken op tijd dicht. De warmte van de dag blijft zo langer in huis hangen. In de zomer is het omgekeerde ook waar. De luiken gaan dan helemaal niet open om de koelte binnen te houden. Bovendien hebben de Fransen niet zo’n behoefte aan pottenkijkers en die zijn er meer dan genoeg in de warme zomermaanden. In de lager gelegen bredere straten gaat de horeca gewoon door gelukkig. Dat maakt september hier zo heerlijk. De klim naar en de afdaling vanaf de tour zorgen ervoor dat het terras daar dan zeer verdient voelt. Een blond bier lacht me toe.

foto: zout het goud uit de Languedoc.

Buiten opstarten met een croissant, een vers stokbrood en koffie is geen straf. In tegendeel, het is een godsgeschenk. De kortere dagen komen voorlopig vooral door de zonsondergang, In de ochtend hebben we dus nog niets te klagen. Het bezoek aan Gruissan maakte ons nieuwsgierig naar de witte bergen die we op een afstandje zagen liggen. We besloten er heen te rijden. We kwamen uit bij de zoutwinning ‘Le Salin de Gruissan’. Een walhalla voor een foodblogger. De adembenemende wandeling tussen de zoutbassins en het bezoek aan de bijbehorende winkel annex museumpje maakte opnieuw dorstig en ja, ondanks dat het september was ook enigszins plakkerig. Het bijbehorende terras was helaas gesloten dus reden we naar die andere bijzondere locatie.

foto: de paalwoningen van Gruissan.

De kust van Gruissan is niet alledaags. In plaats van het aanleggen van een dijk om de achterliggende huizen te beschermen besloot men hier om de huizen op palen te zetten. Behalve de palen ziet de stadsplattegrond van Gruissan plage er bizar uit. Tien diagonaal geschakelde blokken met in ieder blok zo’n 100 paalwoningen. Lang geleden gebouwd voor toeristen die toen nog voornamelijk uit Frankrijk zelf kwamen. Erg uitnodigend om er doorheen te wandelen is het niet, maar het strand is er breed en we hadden nog steeds afkoeling nodig van onze wandeling bij de zoutbassins. Het was er perfect. Had ik al gezegd dat we er ook dorst van hadden gekregen? Deze keer geen bier maar een Sex on the beach bij restaurant les Chalets, typisch Frans. À votre santé!

Dank je wel René voor je gastblog!

foto: couleurs du Sud.

RECEPT voor gastblogger René: daube de boeuf à la Provençale.


Nodig:

1,5 kilo runderstoofvlees
½ liter runderbouillon
2 grote wortels
4 tenen knoflook
2 grote tomaten
1 rode paprika
3 uien
1/2 Spaans pepertje
1 blikje tomatenpuree
1 glas rode wijn
olijfolie
peper en zout
2 el Dijon mosterd
zwarte pitloze olijven
3 tl paprikapoeder
bloem en boter voor beurre manié
2 laurierblaadjes
paar takjes verse tijm
4 tl Provençaalse kruiden

Bereiding:

Verhit een flinke scheut olijfolie in de braadpan en fruit hierin de ui, knoflook en Spaanse peper aan. Schep deze eruit en verhit weer olie in de pan. Bak dan ook het door wat bloem gewentelde rundvlees bruin in ongeveer 5 minuten. Voeg de wortel, paprika, tomaten en daarna de eerder gefruite uien, knoflook en Spaanse peper toe. Bak de tomatenpuree samen paprikapoeder kort in de braadpan mee. Blus af met een glas rode rode wijn en voeg de runderbouillon, mosterd, tijm, laurier en Provençaalse kruiden toe. Laat het geheel zo’n drie uur sudderen. Verwijder de laurier en tijmtakjes. Maak op smaak met peper en zout en bind het stoofgerecht met wat beurre manié. Voeg als laatste de zwarte olijven toe. Server de daube met een salade en stokbrood.

foto: gastblogger René Meesters.

Over gastblogger René Meesters: René is afgestudeerd chemisch technoloog maar blogt al sinds 2010 op zijn website Het eten is klaar. Zijn passie voor koken ontstond echter al op de middelbare school. Dat hij geen kok is geworden komt apart genoeg door de chefkok bij wie René een weekendbaantje had in de keuken. Hij overtuigde hem er van dat het koksbestaan een hondenbaan is. Had hij gelijk? René zal het nooit weten. Hij bleef koken en ontdekte dat hij ook schrijven leuk vind. Dan is de combinatie snel gemaakt. Op zijn blog zien we vaak een relatie met vakanties in Europa met een voorkeur voor Frankrijk, maar ook Duitsland, Oostenrijk en zeker ook België (René woont tegen de grens aan) komen regelmatig in zijn blogs voor.

Gastblogger Marjolijn gaat eten in NYC.

Gastblogger Marjolijn gaat eten in NYC. Marjolijn Maurik-Verheijen is food- en travelblogger op puur koken. Op haar blog neemt ze haar lezers en volgers graag mee naar de mooiste plekjes op deze aardbol en deelt ze haar lekkerste recepten. Onlangs is ze geëmigreerd naar Duitsland. Ze vertelt daar graag over op haar blog. Verhalen over haar nieuwe woonomgeving, huis en haar andere passie huisdieren. Neem eens een kijkje op Puur Koken en maak kennis met veelzijdige Marjolijn. Vandaag een stuk over haar eetescapades in The Big Apple, een stad, die haar hart sneller doet kloppen. Overigens geldt dat ook voor Gereons Keuken Thuis. Het is zaterdag, here comes the weekend!

foto: NY door de ogen van Gaby Zwaan.

Tofste restaurants in New York City. Afgelopen december zijn mijn man en ik een week naar New York geweest, wat een waanzinnige stad is dat zeg. Alle clichés zijn waar, zodra je de metro uitstapt waan je je zelf in een film. Al het getoeter, de gele taxi’s de sirenes het is echt overweldigend. Nadat wij ons hotel hadden gevonden moesten we ook echt even bijkomen van al dat geweld, de lange reis en jetlag zou hier ook ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld. Maar er moest gegeten worden en dus stapte wij na een power napje en een verkwikkende douche de drukte weer in. Men vertelde ons dat het nu helemaal niet zo druk was, dat het voor corona nog veel drukker was, wij dachten alleen maar…hoe dan?

Wij hebben in New York in de meeste leuke restaurants gegeten, een aantal tips kregen we van vrienden die al eerder in New York waren geweest en een aantal restaurants hebben wij gevonden door willekeurig iemand op straat aan te spreken waar we goed en gezellig konden eten. We kwamen echt in de meest enge achteraf straatjes terecht, dat vonden we toch niet zo’n goed idee en dus zijn we toch maar weer terug gelopen en hebben een wederom iemand aangesproken, ditmaal kwamen we wel bij een tof restaurant uit.

foto: inside Ellen Stardust Diner.

TOP 3. Marjolijn heeft een top 3 gemaakt van alle restaurants , waar zij geweest is met haar partner. Hier zitten ook restaurants bij waar zij alleen ontbeten of geluncht hebben, Marjolijn kan dus niet zeggen hoe het avondeten hier is, maar ze hoort het uiteraard graag als je daar ’s avonds gegeten hebt.

Nummer 1. Met absolute stip op nummer 1 staat Ellen Stardust Diner. Hou je wel van een beetje sfeer tijdens het eten en hou je van musicals dan zit je hier echt helemaal op je plek. Deze tip kregen wij van vrienden en deze tip geef ik dan ook graag door aan jullie. Je kunt bij dit restaurant niet van te voren reserveren en dus moet je aansluiten in een lange rij. Wij besloten vroeg te gaan en dus viel bij ons de rij nog heel erg mee, maar toen wij weer naar buiten gingen stond de rij al tot op de hoek van de straat (zo’n 200 meter). Bij Ellen Stardust Diner zingen de serveersters en serveerders, vaak zijn dit liedjes uit musicals, maar ook komt regelmatig iets van ABBA of een poplied voorbij. Het is allemaal heel gemoedelijk en niemand wordt opgedrongen mee te dansen of te zingen, gewoon lekker blijven zitten en genieten. De serveerster en serveerders zijn ook super vriendelijk en het ontbreekt je echt aan niks die avond. Leuk weetje is dat iedere Stardust medewerker binnen 2 tot 3 jaar in een grote musical staat op Broadway. Het zijn dan ook niet zomaar zangers en zangeressen.
Wat staat er op het menu? De kaart is echt typisch Amerikaans, chickenwings, burgers, milkshakes, roast beef enz. Super lekker en echt als je er bent neem een milkshake en als toetjes de Rainbow cake…goddelijk!

Ellen Stardust Diner, 1650 Broadway, New York, NY. $$$

foto: start de dag met een stevig ontbijt.

Nummer 2: The Red Flame Diner, in dit restaurant gingen wij elke dag ontbijten. Het ontbijt was super goed en zat dichtbij ons hotel, echt ideaal. Wat mijn man voornamelijk een voordeel vond is dat je er onbeperkt koffie kunt krijgen. Je bestelt 1 kop koffie en doorlopend wordt je kop koffie gratis bijgevuld. Had ik na 2 kopjes koffie echt wel genoeg, liet mijn man zijn kopje gerust een keer of 6 bijvullen. In dit restaurant kan je de meest uiteenlopende ontbijtjes krijgen. Wil je eieren? Geen probleem. Wil je dan roerei? Gekookt ei? Gebakken ei? Of toch liever een gepocheerd ei? Keuze gemaakt, oké wil je dan spek, ham, kaas of worst bij je ei? En wil je er bruin, wit, of speltbrood bij? Wil je er aardappeltjes bij? Gebakken of gefrituurd? En zo ging het maar door. Maar echt zo’n lekker gebakken eitje (uiteraard Sunny side up) heb ik lang niet gegeten. Wat je hier verder nog vind zijn de typische Amerikaanse ontbijtjes, pancakes met chocolade, pancakes met noten, pancakes met boter en siroop, pancakes met banaan, pancakes met blauwe bessen. Maar ook wafels, wafels met fruit en slagroom, wafels met kip en spek, wafels met een eitje en ham en/of kaas of spek en/of kaas. Maar uiteraard is er ook de yoghurt met fruit en muesli voor wie iets rustiger wil opstarten ’s morgens.
Wat wij ook erg fijn vonden is dat je normale porties krijgt, geen mega ontbijt maar gewoon 2 geroosterde boterhammen bij je 2 eitjes, wat aardappeltjes en wat boter en jam.

The Red Flamer Diner.  67 W 44th St, New York, NY P $$

foto: Connolly’s Pub.

Nummer 3: Connolly’s. Hou je van pubs dan zit je hier helemaal op je plek. Connolly’s is een echte Ierse pub met alle gezelligheid die daarbij hoort. Er staat een sportwedstijd aan op de tv, mannen en vrouwen hangen lachend en bier drinkend aan de bar en aan de tafeltjes zitten mensen heerlijk te genieten van hun eten. Op de achtergrond klinkt Ierse muziek en zelfs de barman lijkt met Iers accent te praten (hij vertelde ons dat hij een Amerikaans was en zelfs nog nooit in Ierland was geweest). Wat vind je hier op de menukaart? Eigenlijk van alles wat, salades, burgers, roast beef, finger food, soep, enz.

Je krijgt hier wel extreme Amerikaanse porties, de eerste keer dat wij hier gingen eten hebben dan ook ieder de helft opgegeten, zonde maar we zaten echt propvol. De keer daarna hebben we 1 maaltijd gedeeld met z’n tweeën en de laatste avond in New York toen wij daar weer gingen eten hebben we allebei een salade genomen, we hadden de hele week nog niet echt fatsoenlijk groente gegeten en dus werd dat wel weer tijd. De salades waren groot, maar het is toch al koud dus konden we er de hele avond over doen. Ondertussen wat kletsen met de barman, zo vertelde hij ons dat deze pub van origine een politiekroeg is. He dat is leuk, ik werk zelf bij de politie en nadat ik hem dat vertelde en hem foto’s had laten zien van mijzelf in uniform kregen we een rondje drinken van hem. Ook toen we nog 2x terug kwamen kregen wij het drinken van de barman, super lief. Het eten was erg lekker,, maar dus wel erg veel, maar dat mocht de pret zeker niet drukken. Wat je in dit restaurant moet doen is vroeg gaan, lekker eten bestellen, genieten van de gezelligheid, een sportwedstrijd kijken en dan is je bordje vast zo leeg.

Connolly’s. 121 W 45th Street, New York NY.  $$

Eten in NYC Mochten wij weer eens naar New York gaan (hopelijk eind dit jaar) dan gaan we deze restaurants zeker weer bezoeken. We zijn ondertussen al nieuwe restauranttips aan het verzamelen en dus kom ik hopelijk aan het eind van het jaar opnieuw bij jullie terug met een nieuwe top 3 van leuke, gezellige en lekkere restaurants in New York.

foto: Dean & Deluca Broadway, bron NY Times.

Recept van Gereons Keuken Thuis voor Marjolijn. 

NY style glazed ham. Begin jaren negentig stond er in het huisblad van de blauwe grootgrutter een recept dat afkomstig was van Dean & Deluca, de vermaarde delicatessenzaak. op Broadway. Het was een brunchgerecht, Ham met koffie en bruine suiker. Ik maakte het in de nineties regelmatig klaar. Helaas is het recept verloren gegaan en stond  Gereons Keuken Thuis voor de uitdaging om opnieuw het wiel uit te vinden. Coffee glazed ham een stevige start van je decemberzondag.

Nodig:
4 dikke plakken ham
75 g bruine suiker
2 el ciderazijn
1 el Dijon  mosterd
1 kop sterke espresso
2 verkruimelde beschuitjes
klontje boter

Bereiding:

Zet de oven op 200 graden. Meng de suiker, azijn, espresso door elkaar en verhit even tot de suiker is opgelost. Roer de verkruimelde beschuitjes en mosterd erdoor. Leg de plakken ham in een ovenschaal en bestrijk deze met het mengsel. Bak de ham ongeveer 25 minuten in de oven. Keer halverwege om en bestrijk de ham opnieuw met het mengsel. Serveer het gerecht met hash browns (gebakken aardappelen)

Dank je wel voor je leuke gastblog en veel plezier bij je volgende trip naar The Big Apple.

video: NYC boy van The Pet Shop Boys.

Anke Morreel over haar Andalucia.

Anke Morreel over haar Andalucia. Semana Santa is altijd een grote happening in Spanje. Dat is dit jaar niet zo door Covid-19. Het is de laatste week van mijn #spaanseweken. Met een bijzondere gastblogger, Anke Morreel. Zij verruilde het Belgische stadsleven voor het Andalusische plattelandsbestaan en vertelt daar graag over op haar blog. Een ontdekkingsreis langs alles wat het leven goed maakt in Comares.


foto: Comares.

Van België naar Spanje, Van stad naar platteland. Twaalf jaar geleden kon ik mijn man overtuigen om onze zomervakantie eens in Spanje door te brengen, in Zuid-Spanje dan nog wel. Horrorbeelden van all-in hotels en overbevolkte playas doemden daarbij al op. Maar ik wou wel eens Sevilla, Cordoba, Granada,… gaan bezoeken. Een strand hebben we toen denk ik niet nauwelijks of zelfs niet gezien. Maar wel het mooie binnenland met witte dorpen en prachtige natuur.

Zoveel vakanties en reizen later in verschillende Spaanse regio’s, konden we nooit denken dat we intussen al 8 maanden in het Axarquía gebied zouden wonen, daar waar we toen de eerste keer op vakantie gingen. Dromen is een ding. Deze dromen ook definitief waarmaken is best zowel overweldigend als beangstigend. Van een stedelijk gebied in België naar “de campo” in Spanje. Een hele ommekeer waar we uiteraard wel eerst goed over hadden nagedacht. Omdat we er jawel, al een vakantiehuis hadden, wisten we wel hoe het er was en aan toe ging. Het was nu of nooit.

Dat dit net in volle corona-crisis zou gebeuren konden we uiteraard moeilijk voorzien. Maar we hebben nog geen moment spijt gehad. Niet alleen wij hebben deze mooie regio ontdekt. Meer en meer Nederlanders en Belgen baten hier een B&B uit. Ik laat jullie dan ook graag tijdens de Spaanse weken kort kennis maken met dit prachtige gebied. Hopelijk kunnen jullie snel zelf deze regio komen bezoeken.

foto: uitzicht vanaf Comares.

Axarquía. De Axarquia is een regio ten oosten van Malaga. De benaming komt van het Arabische woord “al-Sharq” wat zo goed als “Land in het Oosten” betekent. Tekenen van de Moorse overheersing zijn trouwens overal nog goed zichtbaar in het landschap. Ook in ons eigen dorp Comares dat het hoogste gelegen dorp van de regio is. Comares werd ook uitgeroepen tot 1 van de “magische dorpen” van Spanje. Zeker een bezoekje waard dus.

Het zuiden van deze regio grenst aan het rustige gedeelte van de Costa del Sol. De kuststeden zoals Torre del Mar zijn een stuk rustiger dan hun tegenhangers zoals Torremolinos aan de westkant van Malaga. Verder zijn er verschillende mooie “pueblos blancos” (witte dorpen) te bezoeken waaronder Frigiliana met tal van winkeltjes. Winkeltjes betekent natuurlijk ook toeristen, maar het blijft er nog aangenaam.

foto: strand van Torre del Mar.

foto: magisch dorp Frigiliana.

Ook natuurliefhebbers en wandelaars komen hier goed aan hun trekken. Er zijn verschillende natuurparken oa Parque Natural Montes de Malaga en Parque Natural de las Sierras Almijara, Tejada y Alhama. Deze regio is er voor iedereen die eens de platgetrapte paden wil verlaten en nog een authentieker stukje Spanje wil zien en beleven.

Culinair. Op culinair vlak valt er eveneens een hoop te vertellen. Eigenlijk te veel om in één gastblog te zetten. Maar hierbij toch een kort en beknopt overzicht.In de Axarquía heb je namelijk een overvloed aan amandelen, olijven, wijnstokken, avocado’s, honing, kaas… De geur van wilde venkel en rozemarijn. De geneugden van het land en van de zee allemaal op één plek. De keuken is nog sterk traditioneel, zeker in het binnenland. In heel wat dorpen zijn er ook feesten met een link naar een product uit de streek. De landbouwers zijn terecht trots op wat ze maken.

foto: olijven Andaliusië staat er vol mee.

Olijfolie. Alleen al over de olijfolie kunnen we een hele blogpost schrijven. Hoewel wij zelf bijna geen olijfbomen hebben, worden we er wel mee omringt en kunnen we onze olijfolie gewoon aan onze overbuurman Juan vragen. De olijfolie in de Axarquía is van een uitzonderlijke hoge kwaliteit door de hele lage zuurtegraad van maar 0,15 tot 0,30%. Dit is met andere woorden “extra virgen”. Als je op zoek bent naar een lekkere olijfolie uit de streek, neem dan zeker eens een kijkje op: Shop Andalucia of Finca don Carmelo. Er is trouwens ook een reisroute die je alle mooie plekjes laat zien.

foto: de olijfolieroute.

Geitenkaas. Eerst hoor je de belletjes, dan zie je ze: de geiten met de geitenhoeder. De kans dat je even moet stoppen onderweg om ze te laten passeren is hier zeer reëel.
Hoewel helemaal niet zo bekend als de schapenkaas manchego is de geitenkaas uit de Axarquia uitstekend. Er zijn zo’n 30 tal kaasmakerijen, waarvan er zich al 2 bevinden in 15 km omtrek. Tegenwoordig eten we dus meer geitenkaas dan vroeger.  De Queso de Montes de Malaga, waar ik vorig jaar een mooi pakket met lokale producten van heb gewonnen in een wedstrijd.

foto: productos locales.

Flor de Bermeja. In Casabermeja wordt er jaarlijks een feest gehouden “ Fiesta de cabra Malagueña” waarbij er onder andere de beste tapa met geitenkaas wordt gekozen, proeverijen, rondleidingen enz.

Rozijnen en wijn. De Moscatel is uiteraard geen onbekende dessert wijn. De Moscateldruif is het druivenras dat ook hier lokaal wordt geteeld. Niet alleen voor de wijn, maar ook voor de rozijnen. In El Borge is er jaarlijks “El Dia del pasa” (dag van de rozijn) derde zondag van september. Er is ook een klein museum. In september worden de druiven volop geoogst en gedroogd. 
Hier in de coöperatieve Ucopaxa wordt echter niet alleen een zoete wijn gemaakt maar ook andere soorten. Zeer aan te raden is hier de Montefacco secco!

foto: avocado’s, Anke weet er wel raad mee.
foto: net als met mango’s, die er volop groeien

Mango’s en avocado’s. Het is wellicht minder algemeen geweten dat hier ook enorm veel mango’s en avocado’s worden geteeld. Let wel, niet iedereen is daar tevreden mee. Deze hebben namelijk veel water nodig en dat is nu net iets waar hier niet te veel van aanwezig is. (foto mango en avocado)
Met andere woorden het is een fragiel evenwicht tussen ecologie en economie. Heel wat landbouwers zijn er echter wel afhankelijk van. Soms zelfs ten nadelen van andere gewassen. Avocado staat hier echter wel vaker op het menu dan vroeger. Probeer bijvoorbeeld eens een pasta met avocado.

foto: Flores de almendras


Amandelen. Vanaf januari zie je ze verschijnen: de amandelbloesems. (foto amandelbloesem). Heel het dal kleurt dan wit en roze. Een prachtig moment dat jammer genoeg niet veel toeristen zien. En ja, er bestaat ook een Día de almendras, dag van de amandelen in Almogia. Amandelen worden in heel wat gerechten gebruikt, en niet enkel zoete gerechten.  De “Ajoblanco” is hiervan het voorbeeld uit de streek: een koude amandel/look soep die hier wellicht nog populairder is dan de gewone gazpacho.

Ook gehaktballetjes in amandelsaus zijn populair als tapa.

En verder…zijn er nog de perziken uit Periana, slakken van Riogordo, miel de caña uit Frigiliana (soort rietsuikersiroop) en honing in Colmenar. Een walhalla voor foodies dus… en dan hebben we het nog niet gehad over de mooie natuur, prachtige stranden, en het culturele erfgoed…

foto: footstep in Comares.

Zin gekregen in meer en om de regio zelf te verkennen? Zoals reeds vermeld, zijn er hier tal van B&B die gerund worden door Belgen en Nederlanders. Uiteraard was en is dit ook voor hen een zeer moeilijke periode.Daarom hier enkele mogelijkheden om een volgende vakantie te plannen :-).

Culinair. Wil je culinair worden verwend dan kan je terecht bij de Nederlandse topkok Léon Winthaegen Je kan er dan ineens een verblijf aan vastkoppelen bij Casa la Quinta in Riogordo.
Fotocursus. Meer interesse in een fotocursus dan kan je bijvoorbeeld terecht bij Finca Gordo.
Wandelen. In Almogia is er een fijn adresje bij Casa Sarandy met enkele wandelarrangementen. Ook in Comares kan je terecht bij Viva España voor een kennismaking met de streek. Wellness In Arenas is er dan weer Casa La Pura Vista met bijvoorbeeld een wellness arrangement. 

Wil je eerder zelf een huisje huren? Dan kan je terecht bij bijvoorbeeld Finca Maran in Colmenar of Casa Wendy in Comares. En uiteraard zijn er nog zo vele anderen. Neem daarvoor ook zeker eens een kijkje op de website Malaga for you.

foto: straatje in Comares.

Zelf een huis kopen? Als je zelf interesse hebt in een vakantiehuis of om permanent te verhuizen, dan is Andalucië Vastgoed een goed beginpunt, met 16 jaar ervaring in deze regio. Geert en Patricia helpen jullie graag verder.

foto: de Arxaquia!


Dank je wel, muchas gracias Anke voor een kijkje in jouw speciale stukje Andalucia en alle leuke tips! 

foto: Anke en haar man.

Bio Anke Morreel: Mijn naam is Anke en sinds juni 2020 heb ik samen met mijn man de stap gezet om permanent naar Spanje te verhuizen. Wij wonen op “El Campo” = “den buiten” even buiten het witte dorp “Comares” dat ook wel “Balcón de la Costa del Sol” wordt genoemd.Deze blog is ontstaan omdat ik mijn eigen recepten wou bewaren. Stilaan is dat meer en meer gegroeid tot een heuse kookblog en wil ik jullie over mijn schouder laten meekijken in mijn keuken. Nu kan ik nog meer uitleven in gezond koken met Spaanse en lokale producten. Mijn moto is: weinig moeite, veel effect. Eenvoudige recepten maar met boordevol smaak.

Gastblogger Cora Meijer over Noord Spanje.

Gastblogger Cora Meijer over Noord Spanje. Deze gewaardeerde gast vertelt vandaag over haar heerlijke tocht door het voor velen onbekende noordelijke deel van Spanje. Galicië, Asturias, Cantabrië en Euzkadi. Een prachtige, geheel andere regio van dit grote land, dat wij toch vaak associëren met de Andalusische folklore van flamenco en stierengevecht. Niets is  minder waar, dat laten de foto’s en verhalen van cultfood blogger Cora zien. Tijdens de Spaanse weken laten we op Gereons Keuken Thuis Cora aan het woord:

Trekkend langs de Noordkust van Spanje,

van de Ria de Pasaia naar het Fort van Ferrol,

van musea naar estuaria,

over rotsen en door bergen,

door een visafslag en in havens,

op een feestdag met inktvissen in koperen potten,

in steden met allure,

op zoek naar Spaanse authenticiteit.

Noord Spanje. Een reis die ons bijbleef, één waar je naar terug verlangt. In dit gastblog reizen we van het verste puntje in Galicië, het Fort bij Ferrol, via Asturië naar Baskenland voor het werfstadje Pasai Donibane bij statig San Sebastian. Ferrol is door haar ligging een belangrijke stad, nog steeds een marinehaven en ooit de thuishaven van de Spaanse Armada. Ze maakt deel uit van de maritieme geschiedenis van Spanje met haar Fort of Kasteel van San Felipe aan de riviermonding, met een korte verbinding naar open zee.

foto: Fort van San Felipe met zicht op het Castillo de Palma.

Het oude fort met donkere gangetjes en steile trappetjes had nog geen bewegwijzering op weg naar de bastions en torentjes. De diep ingesneden riviermonding werd onzichtbaar – onder water – afgesloten door een lange ketting naar het tegenover gelegen Castillo de Palma, menig schip liep er op vast. Ferrol was een bijna onneembare vesting.  

foto: Fort van San Felipe, doorkijkje.

Aan de kust van Galicië, niet het zonnigste plekje van Spanje, wisselen rotsen en kapen met vuurtorens af met riviermondingen, soms met beschermde wetlands zoals in het estuarium Ortigueira waar twee rivieren samenvloeien en het zoete rivierwater zich mengt met het zoute zeewater. Er is dan ook getijverschil en je vindt er prachtig witte stranden.

foto’s: Estuarium Ortigueira & wetlands.

Die moerassen worden omlijst door bergen, de wetlands staan in schril contrast met de even verderop gelegen Kaap Ortegal met de hoogste kliffen van Europa. Die kaap steekt ver naar voren in zee waardoor je speelbal van de wind kunt worden, een vuurtoren kan niet ontbreken.

foto’s: Kaap Ortegal

Vanuit Ortigueira koersten we naar de Punta de Estaca de Bares, de noordelijkst gelegen kaap waar je op een smal gewaagd pad voorbij de vuurtoren klautert. Estaca de Bares is evenals de Ria de Ortigueira een beschermd natuurgebied, hier door de trekvogels. De puntige rotsen van Galicië zijn uitgesleten door de golven en de wind, je bent nu ter hoogte van het einde van de Golf van Biskaje. Het uiterlijk van vuurtorens verschilt nogal.  

foto: Vuurtoren Punta de Estaca de Bares.

Vrolijke vissersboten, van klein tot groot, kleuren de haventjes langs de kustlijn. Bijzonder is de vangst van de eendenmossel, een kreeftachtig zeedier, dat zich in specifieke maanden na springtij op de rotsbanken hecht. De eendenmossel vangers wagen zich of aan heuplijnen bij eb naar beneden in het roerige water of ze springen bij het laagste tij uit kleine bootjes van rots naar rots, een riskante onderneming in de branding van de Atlantische Oceaan. Bij gevaar is de kreet ‘Moita mar!’, wat ‘hoge golven’ betekent, een teken om dekking te zoeken. Net als oesters gelden eendenmossels als een delicatesse, ze worden gekookt met laurier. De Spaanse naam is percebeiros, je eet ze bij lokale bars

video: Percebeiros de Galicia – Uno de los trabajos mas peligrosos del mundo

We passeren de regiogrens met Asturië, ook een kust met steile kliffen, maar afgewisseld met baaien en stranden en kleurrijke visserij.

foto: Asturië klifkust

Luarca is zo’n vissersstadje met een bedrijvige en toegankelijke visafslag, wat een plezier om er rond te snuffelen, nog nooit zoveel verschillende vis bij elkaar gezien. Door mijn enthousiasme stal ik hun hart en mocht foto’s maken.

foto: Luarca_achter de schermen bij de visafslag.

foto: Luarca,visvangst visafslag

We sliepen in een klein hotel direct aan de haven, ’s middags plonsde de lokale jeugd tussen die vrolijke bootjes, echt het levendigste plekje op deze reis. De Rio Negro slingert zich door het ‘witte’ stadje, van bovenaf echt een geweldig uitzicht.

foto: Luarca met eb in de Rio Negro.

oto: Klussen aan de vissersboot.

Even voor Cudillero zijn de kliffen en de vuurtoren van Cabo Vidio, bij helder weer met prachtige uitzichten want die kliffen zijn tot 80 meter hoog. De vuurtoren, met een bereik van 25 mijl, past precies op een smal klif dat langzaam afloopt in zee. Ze werd in 1950 in gebruik genomen na talloze scheepswrakken. Cudillero, een van de mooiste vissersdorpen, is van oorsprong een zeevarende gemeenschap met een rijke visserijtraditie. De vissershuizen zijn herkenbaar aan ‘curadillo’: door de wind gedroogde vis, meestal kleine haaien, die aan de gevels hangen. Deze vissers hadden vroeger ook hun eigen taal.

foto: Cudillero, vissershuis.

Het haventje is ommuurd tegen de redelijk woeste golven van de Golf van Biskaje, de Plaza Marina is het hart van dit dorp. Eigenlijk zijn de kleurrijke huizen rond dit natuurlijk amfitheater tegen de rotsen omhoog gebouwd, met rechts hoog op de rots de vuurtoren en een uitkijktoren.

foto: vissersdorp Cudillero in Asturië

Er loopt een pad naar het uitzichtpunt Garita-Atalaya, waar je bovenop de vuurtoren kijkt. In Asturië weten ze die vuurtorens echt precies pas op een rots te plaatsen.

foto: Vuurtoren van Cudillero.

In Aviles waren de vissers juist hun netten aan het inspecteren, dat gaf ook weer bedrijvigheid.

foto: Inspectie visnettten in Aviles.

Maar daar streken wij neer voor het zojuist geopende culturele centrum van de beroemde Braziliaanse architect Oscar Niemeyer.  Dit Niemeyer Centre is groots van opzet voor allerlei kunstuitingen en heeft een gastronomisch restaurant in de twintig meter hoge uitkijktoren met uitzicht op de stad. Het was een prestigieus project, Aviles wilde zich net als Bilbao cultureel meer aanzien geven.

foto: Niemeyer Centre in Aviles.

Het oude deel van Aviles was toen wat haveloos, maar het raadhuis is zeker ’s avonds mooi.

foto: Raadhuis van Aviles.

Van hieruit bezochten we Leon in Castilië, een sfeervolle stad met veel historische architectuur en een 13e-eeuwse gotische kathedraal, de Santa María de León, waarvan de oude glas in lood ramen heel bijzonder zijn.

foto: Kathedraal van Léon

foto: Portaal kathedraal Léon

De stad was een belangrijke halte op de Camino de Santiago. Er zijn mooie pleinen zoals Plaza Mayor, het centrale rechthoekige plein omringd door arcaden waar ook het barokke gemeentehuis staat en Plaza del Grano in het oude kwartier Barrio Humedo waar je tapas restaurants vindt.

foto: Plaza Mayor, Léon

foto: Plaza del Grano.

De Catalaan Antoni Gaudi bouwde er in 1892 zijn Casa Botines, een ontwerp in neogotische stijl met een middeleeuwse uitstraling dat wordt geaccentueerd door het opmerkelijke smeedijzeren traliewerk voor de deur en rondom het gebouw. Boven die deur staat Sint-Joris die vecht met de draak.

foto: Casa Botines van Gaudí.

Casa Botines werd in 1967 Historisch Artistiek Monument. Gaudí is een van de grondleggers van de organische architectuur, een modernistische stijl met oog voor duurzaamheid en leefbaarheid door moderne constructieve kenmerken zoals de lichtmetalen kolommen in de kelder en een combinatie van grotere ramen beneden met ramen in het dakvlak voor een betere lichtval. De casa is bekleed met lokaal gewonnen natuursteen.

foto: Casa Botines in Léon.

Op de terugweg verraste het landschap van Los Barrios de Luna ons, een   stuwmeer in het woeste berglandschap van Parque Natural de las Ubiñas, dat nog bij Asturië hoort. Het is een bergachtig gebied met grote contrasten in het reliëf, zeker in het Peña Ubiña-massief bij Leon. Het steile reliëf van dit gebied leidde tot de aanleg van een tachtig meter hoge dam in een smalle kloof van de Rio Luna, die in 1956 in gebruik werd genomen. Het stuwmeer heeft een kustlijn van veertig kilometer. 

foto: de kloof van la Luna. Barrios de la Luna.

Gijón werd van oudsher bewoond door Asturische koningen, maar tijdens  de Spaanse burgeroorlog van 1936 – 1939 is veel oude architectuur verwoest. Het Palacio de Revillagigedo,  een 18e eeuws barok paleis, is bewaard gebleven. 

foto: Gijon jachthaven.

De oude visserswijk, Cimadevilla is herkenbaar aan de San Pedro kerk, waar de twee stranden van de stad worden gescheiden. Door een bruiloft  was het er gezellig druk.

foto: Gijon, San Pedro kerk.

Cimadevilla is het historische hart en er was een braderie met oude handmatig bediende kermisattracties en lekker eten. Ik vergaapte me aan de inktvissen in grote koperen kookpotten. 

foto: Oude kermisattracties.

foto: pulpo koken in Gijon.

Vervolgens streken we neer in het familie badplaatsje Ribadesella, met een langgerekt strand waaraan prachtige oude villa’s staan. De monding van de Rio Sella knipt het stadje als het ware in tweeën: enerzijds is er het oude centrum met een klim naar de rots vanwaar je op het andere deel kijkt, het strand en haar villa’s en hotels. Op de Sella wordt vanuit het binnenland veel gekanood.  

foto: Ribadesella, playa.

Het oude centrum heeft smalle straatjes met kleine winkeltjes, we vonden een leuk café en wandelden over de boulevard Paseo de la Grua naar het uitkijkpunt op de rots. 

foto: Pub in Ribadesella.

In het achterland van Asturië zie je nog de typische graanschuren staan, vrij van de grond door hoge ‘poten’. Losstaande trappetjes geven toegang. Deze schuren heten troj in het Spaans en staan op pootjes, om het graan niet te laten verrotten. (GKT)

foto: oude graanschuren, trojes.

Mijn Fabada op Cultfood, een typisch Asturisch gerecht in de kleuren van de Spaanse vlag, vloeit voort uit deze reis. Die kleuren zie je terug in meerdere gerechten van haar keuken: het geel van saffraan, kazen en omeletten; het rood van rode peper, paprika en tomaat naast de vele droge worsten en rauwe hammen en het wit van de bonen, rijst en knoflook, maar ook van vis en zeevruchten. De kleuren van paella zijn daarmee ook wel duidelijk. De smaak van het platteland krijg je ook te pakken in een van de mooiste historische dorpen, Santillana del Mar in Cantabrië. Het hele dorp valt onder monumentenzorg, de geplaveide straatjes en huizen in dit openlucht museum dateren meest uit de 18e eeuw.

foto: Santillana del Mar.

Het dorp ligt in het landschap van de Costa Verde, dichtbij de zee in prachtig groene heuvels. Santillana is de verbastering van Santa Juliana; het dorp werd gebouwd rond een klooster en de Colegiata de Santa Juliana kerk. Omdat de naam Santillana al bestond werd ‘del Mar’ eraan toegevoegd. Op het pleintje is een was- en drinkplaats en er zijn enkele fonteinen. De Costa Verde loopt door tot aan Ribadesella.

foto: Santillana del Mar.

We waren weer toe aan cultuur, dus op naar Baskenland voor het Guggenheim museum in Bilbao naar ontwerp van Frank Gehry. Zijn ontwerpen zijn zo spannend, het is maar goed dat de kunst er ook mocht zijn. Gehry is een belangrijk vertegenwoordiger van het deconstructivisme, zijn expressieve vormen en het vooruitstrevende gebruik van materialen zoals titanium in Bilbao maakten hem en zijn architectuur wereldberoemd. Titanium weerkaatst de zon weergaloos.

foto: Guggenheim, Bilbao.

Aan de kade staat een reusachtige spin, Maman, een ontwerp van Louise Bourgeois met een afmeting van 9 meter hoog en ruim 10 meter in omtrek. Deze Parisienne maakte door haar studie geometrie meer kubistische ontwerpen en ziet de spin als een slimme wever, die ongewenste ziekteverspreiders als muggen eten en dus behulpzaam en beschermend zijn, maar waarvan ook dreiging uitgaat door de valstrikken die ze aanleggen. Maman is ontworpen voor het London Tate Modern, maakt deel uit van meer spinnenbeelden en draagt een zak met 32 marmeren eieren.

foto: Maman van Louise Bourgeois in Bilbao.

De geëxposeerde kunstwerken in 2011, in juni 10 jaar geleden, waren ook experimenteel. Op de foto zie je een doolhof van cortenstaal om doorheen te lopen, de sculptuur Open Ended van minimalist Richard Serra, een Amerikaans beeldhouwer. Zijn kennis van staal deed hij op als student om in zijn levensonderhoud te voorzien. 

foto: Ricardo Serra, open end.

In Bilbao vind je in ‘Las Sietes Calles’ in het Casco Viejo winkeltjes, delicatesse zaken en bars. In het centrum is een markthal met regionale producten. We reden nog even naar de haven en vonden de eerste, geheel in ijzer uitgevoerde zweef- of hangbrug Vizcaya uit 1893 bijzonder. Een veer ontworpen door Don Alberto Palacio Elissague die de beide oevers – rotsachtig steil of zandkust – van de Nervión bij Bilbao verbindt. De vereisten aan dit veer waren het overbrengen van passagiers en vracht zonder de navigatie in de rivierhaven van Bilbao met druk scheepvaartverkeer te belemmeren tegen redelijke constructiekosten en de garantie van regelmatige dienstverlening. Het ontwerp verenigde twee technologische innovaties: de techniek van hangbruggen uit het midden van de 19e eeuw en de techniek van mechanische aandrijving door stoommachines.

De brug is 61 meter hoog en 160 meter lang. De Vizcaya-brug is een van de grote monumenten van de industriële revolutie, ijzer werd  beschouwd als het krachtigste symbool van de vooruitgang. De Baskische regering riep de brug al in 1984 uit tot historisch artistiek monument, in 2006 werd ze als opmerkelijk ijzeren architectuurwerk officieel UNESCO-werelderfgoed. In 2010 startte een restauratie waarbij de zwarte verf werd vervangen door Somorrostro hematiet rood, de kleur van de lokale ijzerader.

foto: Vizcaya brug.

We besloten om voor de afwisseling hoog in de bergen en landelijk te slapen en van daaruit Pasai Donibane en San Sebastian aan te doen.

foto: Kippenren in Gipuzkoa.


De Ria de Pasaia is een monding bij het typisch Baskische stadje Pasai Donibane met een regelmatige kleinschalige veerdienst naar Pasai San Pedro. De smalle monding is een heuse haven, heel beschut gelegen tegen de woeste golven, en het kleine veer vaart de hele dag heen en weer. Wij trokken erheen voor haar Baskische uitstraling en om een kleine scheepswerf voor Baskisch maritiem erfgoed te bezoeken.

foto: Scheepswerf in Ria de Pasaia.

foto: Op de helling van de scheepswerf in Ria de Pasaia.

Pasai Donibane was nog niet toeristisch ontdekt, ademde een echt lokale sfeer met politiek getinte ‘posters’ voor afscheiding in haar tunneltje en hier en daar beklad met leuzen.

foto: Pasai Donibane.

Victor Hugo ontdekte het stadje in 1843 en wilde er een reisboek schrijven over de Pyreneeën. Doordat zijn dochter in die tijd stierf verscheen dat boek postuum in 1890. Het 17e-eeuwse huis aan de waterkant dat hij die zomer bewoonde is nu een bescheiden museum. De kleurrijke vissershuizen, de smalle geplaveide straatjes, de eeuwenoude bogen, de Baskische muurschilderingen en haar ligging maken Pasai Donibane heel bijzonder. In oktober 2011, ons reisjaar, kondigde de afscheidingsbeweging aan haar activiteiten te gaan staken.  

foto: Pasai Donibane, vanuit de ria.

Als je in Donibane langs de kade staat en naar de havenuitgang kijkt, sta je perplex als een schip die haven daadwerkelijk verlaat. De uitgang naar zee is erg smal en maakt een scherpe hoek. De schepen worden begeleid door loodsen, maar dan nog is het een knap staaltje van zeemanschap. Bij de passage van die kade met huizen slokken ze de hele omgeving voor zich op.

foto: Havenuitgang van de Ria de Pasaia.

Wij namen het kleine veer om naar de scheepswerf te gaan dat de lokale, traditionele houten boten repareert. We hadden daarover gelezen in het Franse tijdschrift La Chasse-Marée, dat vaker aandacht besteed aan lokale bootontwerpen. We kregen spontaan een persoonlijke rondleiding, manlief werkt in de scheepsbouw. Er was toen zelfs sprake van restauratie van een schip voor de walvisvangst want Pasaia speelde daarin vroeger een belangrijke rol, er vertrokken expedities. En wat blijkt, de tijd heeft niet stilgestaan: er is een glazen overkapping neergezet op deze Albaola werf en tien jaar later wordt er – gesteund door UNESCO – een replica gebouwd van de walvisvaarder San Juan, het eerste trans-Atlantische schip uit de Baskische maritieme industrie dat in 1565 zonk voor de kust van Canada en in 1978 als scheepswrak werd teruggevonden en uitgegraven.

foto: ontwerp walvisvaarder San Juan.

Enthousiast bezochten wij na afloop het lokale café aan de kade en zittend aan een lange tafel gaf het ons een ontzettend Baskisch gevoel, al ben je op dat moment ook wel een echte outsider.

Sfeervol San Sebastian doen wij met enige regelmaat aan, de prachtige baai met haar drie stranden bekoort velen. In de bars is het heerlijk pintxos eten, ze hebben een leuke achtergrond.

foto: San Sebastian, Donostia.

Natuur, historie en cultuur gingen op deze reis hand in hand. De expositie in het Castillo de Santa Cruz de la Mota verbond Ferrol – via de Armada – met San Sebastian. Ook aan Don Quichot van La Mancha en zijn boerendienaar Sancho Panza, de wereldberoemde romanfiguren van Cervantes, werden wij meerdere keren herinnerd.

foto: San Sebastian_Don Quichot van La Mancha met Sancho Panza

Muchas gracias Cora, voor dit mooie Spaanse reisverhaal!

Ben jij een foodblogger met net zo’n heerlijk Spanjeverhaal of -recept? Laat het dan hieronder in een reactie achter of schrijf eens een gastblog voor Gereons Keuken Thuis.

Spaanse weken.

foto: Spaanse tapas kookboekje.

Spaanse weken. Het is vandaag 1 maart, start van de meteorologische lente. De Spaanse weken gaan van start op Gereons Keuken Thuis, met al dat lekkers, dat te vinden is in dit grote land, van Oviedo tot Cartagena en van Catalunya tot Extremadura. Ik ontdekte, dat in tegenstelling tot de alom bejubelde Italiaanse keuken en bewierookte cuisine van Frankrijk er toch minder aandacht wordt besteed aan de Spaanse cocina. En er is zoveel te beleven. Tapas, pintxos, cocido a la Madrileña, churros en horchata. Vis in overvloed op het Andalusische strand. Elke regio met zijn kenmerkende specialiteiten. Ik dook er alvast voor mijn kookboekenhoek in en vroeg een aantal gastbloggers dat ook te doen. Half maart kun je weer een mooi reisverhaal van Cora Meijer verwachten, foodblogger Anke Moreel staat voor een week later gepland. Raya Lichansky gaat een verhaal vertellen uit de sixties. En ik heb een heuse Spaanse foodbloggers-parade in mijn agenda staan. Want er werden op mijn oproep heel wat mooie Spaanse gerechten aangeleverd.

foto: verse vis op de markt.

Vandaag trap ik de Spaanse weken af met mijn recept voor zarzuela. Een Spaanse visschotel, die, toen ik een jaar of negen was, voor ons werd gemaakt door een buurvrouw. Zij maakte deze schotel met allerlei soorten vis o.a. makreel. Dit gerecht zit vol smaken van de Middellandse zee. Alleen de geur van dit gerecht zou mij nu terstond doen afreizen naar Spanje. Erbij drinken we natuurlijk koude Spaanse rosé van de garnacha druif.


Nodig:

6 el olijfolie
1 grote ui gesnipperd
3  tenen knoflook in stukjes
1 laurierblad
4 draadjes saffraan
1 tl paprikapoeder gerookt.
1 Spaans pepertje in kleine ringetjes (let op zonder zaadjes)
2 el tomatenpuree
4 tomaten
250 ml witte wijn
1 visbouillonblokje
500 g zeevruchten gemengd
500 g witvis bijvoorbeeld kabeljauw in stukken
10 grote gamba’s (garnering)
peterselie gehakt
peper, zout
citroen

Bereiding:

Verwarm de olie in een pan en fruit zachtjes de ui aan. Voeg het laurierblad, de knoflook, saffraandraadjes, paprikapoeder en Spaanse peper toe en laat dit kort fruiten, zodat de aroma’s vrij komen. Bak dan kort 2 el tomatenpuree mee. En voeg daarna de tomaten toe. Laat alles even sudderen. 
Doe de witte wijn en het visbouillonblokje erbij en kook alles even door. Voeg de kabeljauw en zeevruchten toe. Doe een deksel op de pan en laat nog eens 15 minuten sudderen.
Garneer daarna de zarzuela met partjes citroen, wat gehakte peterselie en de verwarmde gamba’s.


Heb jij ook een leuk recept of (reis) verhaal voor de Spaanse weken? Ik deel het graag op Gereons Keuken Thuis.

Uit de Kookboekenkast van Gereons Keuken Thuis. Gastblog van Cultfood

Uit de Kookboekenkast van Gereons Keuken Thuis. Al snuffelend viel mijn oog op twee bij mij onbekende kookboeken, die bij het doorbladeren mijn aandacht vasthielden: Rijntjes Keukengeheimen van Lizet Kruyff en De smaken van de Griekse Zagori van Rita Berends.

Beide gaan over met liefde en passie koken, de seizoenen volgend. Historisch tegenover traditioneel, uit de moestuin en voor het hof tegenover de oogsten van soms nog ontoegankelijke berghellingen en voor een mediterraans restaurant.
Rijntje is als kok en ‘cateraar’ al in de ban van fusion. Rita creëert desserts en taarten en verlegt haar kennis en kunde naar Griekse producten. Hun creaties zijn om van te genieten.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Grieks-Kweeperenzoet_Porfyron_foto-RuthdeRuwe.jpg
foto: Porfyron, Rita’s werkplek in de Zagori (credits Ruth Ruwenberg)

Mijn grootste passies in de keuken zijn fruit, groenten, groene kruiden en kazen. In een kookboek speur ik als eerste naar die recepten, want dan kan ik op mijn gevoel vertrouwen. In allebei staat een heel origineel recept met kweeperen, echt oktober fruit dat nog aan bekendheid kan winnen door toegankelijke en smakelijke recepten.

De Zagori blijkt het land te zijn achter de bergen van het Pindos gebergte in het Noorden, op 1000 meter hoogte achter de stad Ioannina, met ezelspaden die lang deel uitmaakten van de handelsroute van Igoumenitsa naar Constantinopel. Het telt zesenveertig bergdorpen, de Zachorochoria, omgeven door prachtige ruige natuur. De Vikoskloof in het natuurreservaat trekt de aandacht.

In de 20e eeuw zwierven wij jarenlang door zomers Griekenland: van de noordkust bij idyllisch Parga via Ioannina en de Meteora kloosters naar de Peleponnesos en meerdere eilanden. Ik leerde van onze studievriend een brabbelmond Grieks om mij op het platteland te kunnen redden. Het leven was er nog heel rustig en het land nog niet toeristisch.

Rita begon als puber met fruit uit haar Nederlandse omgeving te bakken en koken, maar verplaatst haar kookactiviteiten naar de Zagori als zij Yiannis ontmoet, die er een eigen restaurant heeft. De Griekse natuur bood heel andere producten, ze gaat op zoek naar wat er groeit en bloeit, hoe en waarvoor je het kunt gebruiken en wat je ervan kunt maken. En daarbij, hoe ga je er goed mee om zoals het plukken van bloesems, bloemen en kruiden.

Ruth de Ruwe doet de fotografie, maar kookt zelf ook graag met lokale producten. Naast het fruit is ook de verwerking van bloemen en kruiden in desserts bijzonder. Met mijn interesses kun je in dit boek je hart ophalen: van salie kruidenijs, granita’s en fruit in wijngelei tot merengue, gevulde vruchten, likeuren, marmelades, tempura en taarten. En wat denk je van cantharellenijs? Het maakt je nieuwsgierig en het ziet er allemaal verrukkelijk uit.

De foto’s van de natuur geven je er een gevoel bij; en de seizoens- en maandpagina’s geven een inkijkje op het fruit en de kruiden die dan groeien zoals vlier, granaatappel en citroen, kaneel, laurier en saffraan, de wildpluk en het destilleren van tsipouro uit  druivenschillen en -pitten.

Rita maakte kweepeerbonbons, ze noemt het kweeperenzoet, heel gaaf om te doen. Je kunt ze serveren bij een high tea of als after dinner snoepgoed. Lekker met de donkere dagen in het vooruitzicht.

foto: Cora’s kweepeerbonbon met pure raathoning.

foto: Rita’s kweeperenzoet.


Ook Rijntje Biljardt is een puber als ze keukenmeid wordt, maar ze komt tot bloei op kasteel Heeze. Haar levensverhaal loopt door het kookboekje heen, het is deels ook een stukje geschiedenis, zowel van haar eigen ups en downs als van die tijd. Bij haar geboorte was Holland nog deel van het Franse Rijk. En in 1840 is de publicatie van een eigen kookboekje voor een vrouw uniek. Ze is dan 33 jaar oud en schopte het van keukenmeid tot kokkin en cateraar voor de adel, maar eindigde door tegenslag als wafelbakster.

foto: cover Rijntjes keukengeheimen.

Misschien gaat interesse voor bakken en koken op die leeftijd voor heel velen van ons op, ook ik begon toen te experimenteren in de vakanties en maakte compotes van de zomerse wildpluk. Onze studievriend miste zijn Griekenland en dus gingen we samen aan de slag met zijn moeders recepten.

Rijntjes Keukengeheimen is ook gericht op duurzaam koken met wat de moestuin en het land bieden. En het leuke is dat met de opbloei en de verkoop van landgoed producten dit opnieuw actueel is. Zeker nu wij de vergeten groenten en fruitsoorten opnieuw aan het ontdekken zijn, die deels weer goed voorradig zijn, en moestuinieren en eerlijke producten volop in de aandacht staan.

Rijntjes recepten zijn prachtig vorm gegeven, wel vertaald naar de huidige tijd. Het boekje biedt via seizoenstabellen inzicht in het wisselen van de groenten en kruiden in de moestuin. En via de keukenkalender ook in de verkrijgbaarheid van vlees, wild, vis en fruit. Heel praktisch voor de leek.

foto: Cora maakte kweeperentaart à la Rijntje Biljardt.

In die tijd was het vlees en de vis wel hoofdzaak maar de groenten en het fruit waren niet onbelangrijk. De keukengeheimen verklappen ook drankjes: van thee, chocolade en koffie naar limonades en punch.

Rijntjes eerste keukengeheim voor mij is haar kweeperentaart met kwetsenjam.


Een heel aparte combinatie van een licht zoute amandelbloem korst, laagjes roergebakken kweepeer in een kruidige pruimenjam, die wordt geserveerd met lobbig geklopte slagroom. Daar voegde ik blijmoedig wat gepureerde abrikoosjes aan toe. Een heel leuke ervaring zo, die snuffeltour naar originaliteit op Cultfood.

foto: net uit de oven kweeperentaart van Cora!

Wie is Cora Meijer? Voeding, koken, keukengadgets, kookboeken, ze hebben al heel lang mijn belangstelling. Sinds ik op eigen benen sta, is het mijn gewoonte om vers en soms langdurig te koken. Ooit dacht ik een klein eethuisje te beginnen. Al vele jaren geleden richtte ik mijn eigen kruidentuintje met bessenstuiken in. Pas sinds ik mijn betaalde beroep in kennismanagement vaarwel zei, heb ik er veel meer tijd voor en startte ik mijn foodblog en bloggersactiviteiten. Cultfood.blog geeft mij veel plezier. Mijn voorkeur ligt bij de mediterrane en Europese keukens. Als ik op reis ben verdiep ik mij in lokale producten en gerechten. Daaruit volgt dan vaak weer de aanschaf van een kookboek. Mijn kennis heb ik verdiept via cursussen, workshops, door uit eten te gaan, via kranten en glossy magazines. Ik lees regelmatig recensies, interviews met chef-koks, voorbeeld menuconcepten en volg op TV-programma’s over smaken. Want smaak is super belangrijk, daar wil ik echt het één en ander van weten. Waar ik altijd op heb gelet is samenhang en balans.

foto: it’s all about Cora.

Hauts de France, Picardië. Door René Meesters.

Hauts de France, Picardië.  Al is er gisteren gefinisht, één bijdrage aan de Franse zomerweken ontbrak nog. Laten we het de showstopper noemen. De gastblog van francofiel René Meesters. Hij doet op zijn foodblog Het eten is klaar vaak verslag van zijn reis- en culinaire avonturen in France métropolitaine. René reist graag de Hexagone door op zoek naar leuke verhalen en gerechten. Hauts de France, in dit geval Picardië mag natuurlijk niet ontbreken in de Tour de France op Gereons Keuken Thuis. Dank je wel René voor je leuke bijdrage!

foto: de grootste gotische kathedraal ter wereld in Amiens.

Somme in Hauts de France

Ook ik rijd Picardië meestal voorbij om ergens anders uit te komen. Ga je naar la Normandie, Bretagne, Bordeaux of zelfs naar Parijs. Je komt altijd eerst door Picardie (In Nederland mét trema op de e). Of, zoals het na de samenvoeging met Nord Pas de Calais heet, Hauts de France. De meest noordelijke punt van de hexagoon.

Ik was in 2011 op zoek naar een leuk plekje voor de meivakantie. Een weekje slechts, dus niet te ver. Bovendien had ik net voor het eerst een caravan en 350 km op één dag leek me meer dan genoeg. Bekende trekpleisters binnen die afstand zoals het Moezeldal of Luxemburg kenden we al min of meer. Zeker in die tijd was het eigen land voor mij nog not-done. Vakantie vier je immers in het buitenland! Nu kan dat in Frankrijk ook verkeerd uitpakken. Ooit stonden we op een camping in de buurt van Metz. Mooie stad overigens, maar verblijf je ergens in het noordoosten of noordwesten boven de stad, zeg maar het noordelijke deel van Lorraine dan verblijf je in het grote niets. Dat hebben we zelf helaas proefondervindelijk vast moeten stellen. Dan maar meer naar het westen dus en dan kom je al gauw uit aan de kust. Uiteindelijk werd het een camping in het plaatsje Saint-Quentin-en-Tourment, maar die naam mag je vergeten. Van daaruit kan je wel heel eenvoudig het hele departement Somme bezoeken en dat is de moeite waard. Om te beginnen de departementale hoofdstad Amiëns met een werkelijk schitterende kathedrale kerk. Een stad bovendien waar je best een weekendje kan ronddwalen.

En dan de gezellige kustplaatsjes Fort-Mahon-Plage en Le Crotoy bij de monding van de rivier de Somme. Toegegeven, je bent wat afhankelijk van het weer, maar wij hadden die mei ontzettend veel geluk. Een heerlijk uitstapje maakten we naar Le Tréport, al mag ik dat hier misschien niet noemen omdat het nét in  Normandië ligt. De ruim 100 meter hoge kalkrotsen zijn er schitterend, een gratis tochtje in de funiculaire is een belevenis op zich en levert een schitterend uitzicht over Somme op.

foto: le Tréport

Waar ik ook naartoe ga, ik moet weten wat de culinaire specialiteiten van de streek zijn. In Somme zijn dat Sint-Jacobsschelpen of wijngaardslakken met bijvoorbeeld boleten. De Maroilles, een sterke korstkaas met een AOC-keurmerk mag niet ontbreken, net als fruits de mer en veel soorten vis, liefst recht uit zee. De bijbehorende drank is het beste van de streken er omheen: cider uit Normandië, bier uit België of wijn uit grote delen van Frankrijk.

Voordat we gingen had ik al gelezen dat een echt streekproduct de Ficelle Picarde is. Ik at hem op een terras in Fort-Mahon-Plage. Een pannenkoek gevuld met onder andere champignons, ham, kaas en bechamelsaus. Thuis gekomen maakte ik een redelijk eenvoudige versie die toch genoeg opviel bij de redactie van het Frans/Belgische tijdschrift ‘Esprit de Picardie’. Het kwam, met een foto van mij, in één van hun edities terecht. Zo lag ik grappig genoeg een jaar lang bij alle campings en hotels in Picardie en werd daar herkend door vrienden en bekenden die ook een bezoekje brachten aan de regio. Je hebt er niets aan, maar leuk is het wel. Na de fusie tussen Picardie en Nord Pas de Calais is het tijdschrift helaas een zachte dood gestorven. Gelukkig heb ik thuis inmiddels 7 van de 8 uitgaven weten te bemachtigen.

Mijn eenvoudige recept dat ik wil delen toont duidelijk de ligging van Hauts de France. Garen we immers in het noordelijker gelegen België een konijn veelvuldig in bier, in Somme gebeurt dat in de cider afkomstig uit het aan de zuidkant gelegen Normandië.

Konijn met cider

Ingrediënten voor 4-6 personen:

1 konijn in stukken;
100-150 gram gerookt spekblokjes;
1 liter cider;
2 eetlepels bloem;
zout en peper;
5 à 6 sjalotten; 
1 laurierblad;
2 eetlepels kruisbessen- of andere jam;
100 g boter;
2 takjes tijm

Bereiding:
Bak de spekblokjes krokant in de olie en voeg daarna de boter toe. Bak de stukken konijn.
Ontvel de sjalotten en voeg deze in zijn geheel toe. Laat ze even fruiten tot ze wat gekleurd zijn. Voeg op laag vuur een lepel bloem, tijm, laurier, zout en peper toe; voeg de cider toe.
Laat gedurende één tot anderhalf uur sudderen. Verwijder na het garen de stukken konijn en houd ze warm. Bind de jus met een lepel bloem en de (aalbessen)jam. Serveer met appelgratin.

foto: gastblogger René Meesters

Over gastblogger René Meesters.

René Meesters is afgestudeerd chemisch technoloog maar blogt al sinds 2010 op zijn website Het eten is klaar. Zijn passie voor koken ontstond echter al op de middelbare school. Dat hij geen kok is geworden komt apart genoeg door de chefkok bij wie René een weekendbaantje had in de keuken. Hij overtuigde hem er van dat het koksbestaan een hondenbaan is. Had hij gelijk? René zal het nooit weten. Hij bleef koken en ontdekte dat hij ook schrijven leuk vind. Dan is de combinatie snel gemaakt. Op zijn blog zien we vaak een relatie met vakanties in Europa met een voorkeur voor Frankrijk, maar ook Duitsland, Oostenrijk en zeker ook België (René woont tegen de grens aan) komen regelmatig in zijn blogs voor.

Franse zomerweken met gastblogger Cora Meijer.

Franse zomerweken met gastblogger Cora Meijer. De schrijfster van Cultfood is geen onbekende op Gereons Keuken Thuis. Eerder schreef Cora al over de voortreffelijkheden van Corsica, de natuur en het eten op het eiland en nam ze ons mee op haar hikes en reizen door de Hexagone. Vandaag vraagt zij de aandacht voor een mooie Franse tentoonstelling in Scheveningen. Een stukje Frankrijk au bord de la Mer du Nord. Geknipt om te bezoeken tijdens je staycation.

foto: een van de sepiabeelden van Richier.

BEAUTY TURNED BEAST.

De eerste overzichtstentoonstelling van de Franse beeldende kunstenaar Germaine Richier  in museum Beelden aan Zee In Scheveningen. Germaine Richier (1902-1959), geboren in de Provence, was een leidend kunstenaar in de moderne Europese beeldende kunst na WO II. Deze kunstenares Ze maakte hybride beelden, half mens en half dier en laat zich volop inspireren door de natuur. De destructieve kracht van de natuur fascineerde haar mateloos. Richier werd opgeleid in de traditie van Rodin, ontwikkelde zich in het neo-classicisme, maar vond haar eigen weg en innoveerde met haar materiaalkeuzes en technieken. Haar bronzen beelden zijn heel zwaar bewerkt. Ze had eerder in Nederland al een expositie in het Stedelijk Museum (1955). Door haar  ziekte had Germaine Richier soms de kracht niet meer voor de zware bewerking van het brons en maakte diverse miniaturen van onder meer sepia.  

foto: Het schaakbord.

Deze overzicht tentoonstelling loopt tot 6 september 2020. Ik bezocht haar begin juni na de heropening van de musea in Nederland. Twee van haar werken, The Grasshopper en The Bat, publiceerde ik al op mijn Instagram Cultfood. Daarom kies ik nu voor een van haar laatste werken, Schaakbord Groot: het paard, de koningin, de toren, de loper en de koning. Vijf hybride beelden als mix van menselijke, dierlijke en plantaardige vormen die staan voor het leven als steeds wisselend spel, maar ook als onverbiddelijk strijdtoneel.

Dat klinkt als een mooie tentoonstelling Cora! Het bezoeken waard. Dank je wel voor je leuke bijdrage aan de Franse zomerweken!

video: de fascinerende beelden van Germaine Richier.

Beelden aan zee. 

Over gastblogger Cora Meijer: lees meer over deze foodblogger, kunst- en natuurliefhebber op haar mooie blog Cultfood. En let op: binnenkort plaatst Gereons Keuken Thuis een leuk recept van Cora. Stay tuned!

Surprise royale van Lizet Kruyff.

Surprise royale. Gastblogger Lizet Kruyff vertelt vandaag het verhaal over de zonnekoning Louis XIV en zijn onmetelijke appétit. Lizet is een verwoed historica, die overal de archieven induikt om te speuren naar leuke en lekkere weetjes. Vaak heel mooie trouvailles, zoals in Rijntjes Keukengeheimen, dat Lizet schreef, omdat zij gefascineerd was door het kookschrift van keukenmeid Rijntje uit 1840. In Puntneuzen en Kersenpitten neemt Lizet je mee naar het Den Bosch van begin 16e eeuw. Wat aten de stedelingen en Jeroen Bosch? Aan de hand van brieven en liedteksten stelde Lizet Mozarts Menu samen. De Mozarts reisden heel wat af in de 18e eeuw en wat kwam er op tafel. Heerlijke boeken van deze schrijfster, die in Gereons Kookboekhoek staan. En sinds kort blogt ze weer, vanuit de stad van fabelverteller LaFontaine,op haar kakelnieuwe site lizetkruyff.nl Maar nu is het woord aan Lizet. Zij trapt de #franseweken af op Gereons Keuken Thuis. Soyez bienvenue, Lizet!

foto: Louis XIV entouré par des arts et sciences.

Oorlog en Vreten en een Koninklijke Verrassing

Lodewijk de Veertiende, beter bekend onder zijn soubriquet De Zonnekoning,  was een extravagante man. In alles zocht hij de overtreffende trap. Paleizen, kleding, feesten, landhonger, macht. Die buitensporigheid strekte zich ook uit tot zijn welgevulde tafel. Dat weten we, omdat zijn schoonzus Elisabeth-Charlotte van de Pfalz (prinses Palatina) uitvoerig met haar ouderlijk huis en vriendenkring correspondeerde. Zij zag hem vaak ‘vier volle borden soep eten, allemaal verschillend. Een hele fazant, een patrijs, een grote schotel salade, twee flinke plakken ham, schapenvlees in saus en met knoflook, een schotel patisserie en tenslotte nog vruchten en hardgekookte eieren’. En dat was dan nog maar één van de drie of vier maaltijden per dag. Hij dronk ook graag chocola en at daar de nodige zoetigheid bij.

Ook al tobde de Zonnekoning met spijsverteringsproblemen en gebitsmalheur, toch bleef hij uitgebreid consumeren. Voelde hij zich niet echt geweldig, naar buiten toe wenste hij het beeld van welvarendheid en gezondheid uit te stralen. Met die vraatzucht en alle bijbehorende problemen heeft hij het nog best lang uitgehouden, hij overleed een paar dagen vóór zijn 77ste verjaardag. De koninklijke maag bleek bij de autopsie in 1715 drie keer zo groot als die van een normale volwassene. Quelle surprise!

Prille Erwtjes

Zijn lijfarts moest trouwens niets van Lodewijks vreetpartijen hebben, en al helemaal niet voor zijn voorliefde voor groente. Die zouden de spijsvertering alleen maar verder vertragen, meende hij. Helaas gaf de koning mateloos toe aan zijn voorliefdes, waaronder die voor het zo prille erwtje. Vanaf het begin van het seizoen kwamen die in alle mogelijke bereidingen op tafel hetgeen tot grote schranspartijen aanleiding gaf. Volgens het boek dat ik lees over de Franse culinaire geschiedenis is deze groente in januari 1660 met een courtisane als souvenir van een reisje naar Italië in Versailles beland, ver vóór het tuinseizoen. Daarmee kwam een enorme hype op gang: iedereen moest en zou erwtjes eten, ook buiten het seizoen, iedere dag en graag véél. Hoe het verder ging lees je in het aangename boek Histoire de France à Plein Dents.

Bij mij rees de vraag: hebben we een recept met erwtjes uit deze periode, bij voorkeur van een Franse hofkok? Dan kom je vanzelf bij Vatel, in dienst van de prins van Condé, de broer van de koning.  Fritz-Karl Watel, geboren in Doornik in1631, overleden in Chantilly in 1671, bekend onder de naam Francois Vatel, kennen we vooral van zijn exuberante maaltijdtheaters. Maar receptuur? Aan een kookboek is hij dankzij zijn zelfmoord niet toegekomen, hij was tenslotte pas veertig. Massialot is dan wel een goede bron, die leefde van 1660 tot 1733 en kookte onder meer voor een andere broer van de zonnekoning, de hertog van Orléans. Massialot publiceerde in 1691 zijn culinair opus  Le nouveau cuisinier royal et bourgeois, ou cuisinier moderne. Qui apprend a ordonner toutes sortes de repas en gras & en maigre, & la meilleure maniere des ragoûts le plus délicats & les plus à la mode; & toutes sortes de pâtisseries: avec de nouveaux desseins de tables….Ouvrage très-utile dans les familles, aux maîtres d’hôtel & officiers de cuisine. Het zal nog vele malen en in veel vormen herdrukt worden. (Er is een exemplaar in de Bijzondere Collecties van Allard Pierson/UBA). Er staat een heerlijk recept voor erwtjes in. Ik vertaal het even voor jullie en laat de suiker een beetje weg (die andere koninklijke zonde, ook door deze van zichzelf al zoete erwtjes ging een flinke schep suiker):

foto: erwtjes en rozen van Giovanna Garzoni.

Jonge erwtjes à la crême (en zonder)

Neem piepjonge erwtjes. Doe boter in een casserol en laat daarin de erwtjes op een klein vuur garen. Als ze bijna gaar zijn doe je er een handje peterselie en een handje bieslook bij, wat zout en room. Je kunt de erwtjes ook zonder room bereiden. Doe ze dan met boter in een casserol en een bouquet garni, breng op smaak met peper en zout, laat ze met een deksel op de pan sudderen op klein vuur tot ze gaar zijn. Roer af en toe om. Als ze bijna gaar zijn roer je er een eetlepel bloem laat die een beetje mee garen en dan doe je er een glas warm water bij. Nog even nastoven en dan direct warm opdienen. Wij snappen nu al die ophef misschien niet meer. Toen was het een hype want nieuw en met koninklijke goedkeuring. Er is ook niets mis mee. Verse erwtjes zijn ontzettend lekker.

Maar even terug naar de titel van dit verhaal Oorlog en Vreten. In de oorspronkelijke tekst gaat het natuurlijk om een woordgrapje: War and Peas. De erwtjes snappen we nu, maar die oorlog? Die voerde Lodewijk vaak, ook met ‘onze’ stadhouder-koning Willem III. Die op zijn beurt graag de Franse koning na-aapte in extravagante kleding, pruiken en hofhouding en oorlog voeren. Of Willem aan de erwtjes raakte? Dat zou zo maar kunnen. Ook de tafel van Willem III en Mary II was rijk voorzien van schotels. We hebben een beschrijving van onder andere de indeling van de maaltijd. En wat lezen we daar bij de nagerechten, jawel, erwten (of artisjokken, pistachescrême of zwezerikenragoût)? Wedden dat daar ook een schepje suiker in zat?

Lezen: Histoire de France à Plein Dents, Le grand roman national à savourer, Stéphane Hénaut & Jeni Mitchell. 2019, Flammarion; verscheen eerder als A Bite-Sized History of France, 2018, The New Press, New York.  

Merci Lizet pour ta belle surprise royale et à la prochaine!

Favoriete kookboeken van foodbloggers.

Favoriete kookboeken van foodbloggers, een heuse voorjaarsparade. Jongens, jongens, het was geen sinecure, alle bekende en onbekende (maar niet onbeminde) titels van kookboeken, die mij werden toegezonden door vele foodbloggers en foodies. Hieronder vind je een bloemlezing. Delen mag hoor!

Anke Morreel, Donna Caramella zweert bij het kookboek Naked Chef van Jamie Oliver.

Aniek Keijsers gaat voor haar eigen boek IJs en Co.

Eerst Koken  Antoinette Vermeer kan niet zonder het Groot Indonesisch Kookboek van Bep Vuyk.

Hilde Slowfoody Roovers gaat voor makkelijk met The New Easy van Donna Hay.

René, het eten is klaar, Meesters is onder de indruk van Midnight Chicken van Ella Risbridger.

Greet, actress, Wijnmalen kan niet zonder Home Baked van Yvette van Boven.

Elianne Korevaar is een Plenty adept, natuurlijk Ottolenghi, die gaan we meer tegenkomen. De wereld op je bord.

Saskia Eetnieuws van Weert- Berghout kookt graag uit de Snelle bakplaat van Rukmini Iyer.

Heel bijzonder is The cook en the gardener van Amanda Hesser, ingezonden door Lisette Venselaar van La Panacée

Laura van Veenendaal zond het boek Dinner the changing game in, geschreven door Melissa Clark.

Culinaria Russia werd ingestuurd door Cora Meijer van Cultfood.

Twee keer Simpel van Ottolenghi, door Carla Baas en Anna Kaptein, twee Ottolenghi aficionadas. Daar kunnen we Colette Beyne aan toevoegen met Jeruzalem.

En verder met de favoriete kookboeken van foodbloggers……

Sophie van Wijnen, van het blog Eten maken vindt dit groenteboek van Jane Grigson da bomb. Grigson’s Vegetable Book.

Sandra de Haan, Bugetchef, kiest voor Pasta e verdure van Jack Bishop.

Sia Vogel van Siaweblog gebruikt dit oude Griekse kookboek nog steeds, al jaren….Het Griekse Kookboek van A tot Z.

Wendy Deedylicious Pronk is heel gelukkig met Smaakvrienden van Angélique Schmeick.

Lizet Kruyff kookt graag uit Ik 💓 groente van Janneke Vreugdenhil.

Ilona de Wit kan niet zonder bitterballen, vandaar haar eigenste Bitterballenboek. Maar ook niet zonder Worstenbrood en wijn.

Monique Moreau zond een voor Gereons Keuken Thuis onbekende chef in met het boek My way van Berlijnse Tim Raue. So this is food!

Shyama Hopman van Shyama culinair kookboekenrecensies vindt het boek Polvo & Pato van Jeroen Jansen een plaatje.

Sandra “bakt” van Ree is op de Surinaamse tour gegaan met Un Buku van Mirjam Rijst.

Peter, tsukémomo, van Berckel kiest voor Gezond en lekker eten van Vreni de Jong. Binnenkort is hij te gast in #talkandtable.

Voor Petra, pastagirl, Poudèl is De Zilveren Lepel het Italiaanse kookboek.

Boor Siegel van domaine Malpas kan natuurlijk niet zonder de Larousse encyclopédie gastronomique.

Tot slot plukte Gereons Keuken Thuis voor deze favoriete kookboeken van foodbloggers editie het boek van de gebroeders Troisgros uit zijn kookboekenhoek. Niet per se mijn favoriet, maar een heel leuk standaard Frans werk. Prima voor de aanstormende Franse weken op mijn blog in maart.

Dank voor het inzenden!

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten