Code rood, salade met peperbiefstuk

 foto: weeronline.nl

Code rood beheerst de gemoederen in het land op deze vijfde december. Het scharlaken rood van de mantel van de Sint. Het vermanende rood van het KNMI vanwege de storm. Rood alom. Het zal voor velen een spannende avond worden. Gaan de treinen op tijd? De storm zal de pret niet drukken. Met rode koontjes zitten de kinderen te wachten op hun pakjes. Zou de goede Sint nog komen, nu hij het weer zo lelijk vindt? Ja inderdaad een regel uit het meest geciteerde lied van vandaag. Code rood. Wat zal het (sinterklaas) journaal vanavond veel te melden hebben. Buiten raast de wind langs de daken. Een bliksemschicht en een donderklap. Ik hoop dat de Sint weer en wind trotseert. Ach, dat komt al eeuwenlang goed. Binnen is het warm. Rode wijn in mijn glas, een warme teug uit de Chianti. Rood vlees, peperbiefstuk-reepjes op een salade met walnoten, geitenkaas en gefruite sjalotjes. Vandaag was het rood.

Nodig 4 personen:

2 grote biefstukken à 150 g
1 geitenkaasje
1 kop gepelde walnoten
200 g rucola
2 sjalotjes
peper en zout
zwarte peper uit de molen
olijfolie
rode wijnazijn

Bereiding:

Maal op een bord een flinke hoeveelheid zwarte peper en wentel de biefstukken erdoor. Verhit in een pan de olie met een klont boter. Als het vet bruin is, bak dan de beide biefstukken om en om in enkele minuten mooi bruin en krokant. Haal het vlees uit de pan. Snipper de sjalotjes. Fruit kort de sjalotten aan, schep uit het vet en zet apart. Rooster in een droge koekenpan de noten. Maak de rucola aan met wat olie en rode wijn azijn. Verkruimel de geitenkaas erdoor. Voeg de geroosterde walnoot toe Bestrooi de biefstukken met wat zout en snijd in hele dunne plakjes. Verdeel de salade over de borden, leg de dunne plakjes vlees erop. Garneer met de kort aangefruite sjalotjes. Serveer direct.

Antipakjes matinee

 foto: tomatensaus in mijn keuken

Wat een gezellige middag, de eerste dag van december, aan de Veemkade. Bepakt en bezakt waren alle deelnemers aangekomen bij restaurant Fifteen. Met als doel hun potjes, pakjes, zakjes en gerechten te delen met anderen. Ik vind het wel wat hebben zoveel liefde voor echt eten! De zelfgemaakte bonbons en appelgelei van Sonja Vetter, de mosterd en piccalilly van blogster Esmée Scholte, de gevulde speculaas van Tessa Zijlstra, de uitleg van Lizet Kruyff over pepersoorten en de verkoop van oerkoekjes door Jongsma junior. Deze jonge ondernemer is ook goed in recycling. Hij bood vijf lege glazen potjes aan voor slechts één Euro. Inmakers aller landen konden bij hem nieuwe verpakkingen halen. En dan de hertenstoof, een heerlijk bakje gestoofd hertenvlees, waarvan de makers vertelden dat zij hiervoor op het idee waren gekomen in Schotland. En passant ook nog een zuurkool taartje verorberd.
Al met al een evenement, neergezet door Karin Luiten, dat in mijn ogen niet beperkt zou moeten worden tot eenmaal per jaar. Nee, zelfgemaakte dingen eet je het hele jaar door! De pakjes en de zakjes worden bijzaak. Op deze maandag, bevlogen in de pot hakker die ik ben, een makkelijk recept voor Gereons tomatensaus met basilicum. Potten steriliseren, tomaten in de pan hakken en voor je het weet staan er op je plank basic sauzen voor pasta, stoverijen en soep te prijken. Binnenkort maak ik er eens ossobuco mee.

Ingrediënten:

2 kg tomaten in blokjes
1 takje rozemarijn
4 takjes basilicum
2 rode uien
2 tenen knoflook
1 glas rode wijn
1 blikje tomatenpuree
2 tl gedroogde oregano
1 el suiker
peper en zout
olijfolie

Bereiding:

Steriliseer de potten in kokend water. Hak de tomaten in stukjes. Snijd de uien in ringen, pel de knoflooktenen. Rits de rozemarijn af en scheur de basilicum fijn. Verhit wat olie in een diepe pan en fruit de ui. Voeg de tomaten toe, de rode wijn, de kruiden en wat zout en peper. Breng aan de kook. Laat het geheel een half uur sudderen op laag vuur. Haal de pan van het vuur en pureer de saus met de staafmixer. Vul de potten af, deksel erop en zet ze in een pan kokend water. Laat de potten een kwartier koken.
Pronto is je saus!

Veenbessen uit de Kinkerstraat

Cranberries of veenbessen. Ooit aangespoeld op Terschelling en daar post gevat. Nu gebruiken we deze exoot voor van alles. Jams, gelei en sap. Boordevol vitamine C. Altijd goed in de donkere dagen die gaan komen.

Veenbessen gekocht bij de biologische groenteman in de Kinkerstraat. Tien uur des avonds de bessen in de pan gemikt met een rode Rhõne uit Valréas. Koken maar!

De gekookte veenbessen door de zeef gewreven.

Rode wijn en geleisuiker erbij en nog even kort koken.

Resultaat drie potten en een bakje rode veenbessen gelei. Voor bij gebraad van wild, in de yoghurt of bij de terrine de campagne.

Nederlanders verkopen Nederland, Noord Holland door Marion Oudhoff

297foto: Haarlem, Bavokerk
In de serie Nederlanders verkopen Nederland vandaag wederom een dame uit de Bourgogne. Volmondig antwoordde zij dat ze mee deed aan deze serie. Marion Oudhoff komt uit Noord Holland. Zij zendt een recept in voor Haarlemmer Halletjes. Wat dat zijn vertelt ze zelf in het verhaal over deze provincie.
Eerst iets over Marion:
Wij hebben sinds 2003 een boerderij in het zuiden van de Bourgogne en daar wonen we permanent sinds 2009. Ik heb in Nedrland heel ander werk gedaan, maar koken en mijn groententuin waren wel  al mijn grote hobby’s. Wonend in de Bourgogne kan ik me helemaal uitleven met alle dieren die we hebben, de moestuin op permacultuurbasis en de gite die ook geschikt is voor mensen met een handicap.  Daardoor ben ik ook meer gaan koken voor anderen.
Wij proberen met veel elementen uit het leven (meer) onafhankelijk te zijn. Proberen zelfvoorzienend te leven. Denk dan aan zaken als je voedselvoorziening (groenten, natuur, kippen, vissen etc), je kleding (reden voor de schapen), gezondheidszorg (kruiden), verwarming (oa op hout kunnen  koken) etc etc. Back to basic.Ik organiseer momenteel voor zowel individuen als kleine groepen kookworkshops en excursies, bijvoorbeeld zelf geitenkaas maken.  Mijn kookworkshops voor Nedrlanders zijn gericht op de traditionele keuken uit de Bourgogne. Lekker het terroir! Daarnaast vervlecht ik het voedsel uit de natuur (de wildpluk) in mijn maaltijden. Hier start  ik daar binnenkort ook workshops in.
Marions verhaal over Haarlem en haar recept:
Haarlem de hoofdstad van Noord-Holland. Stad waar ik geboren en getogen ben. Haarlem heeft niet echt een hele roerige historie, los van de religieuze opstanden is er ooit wel een boter (belasting-)opstand geweest en natuurlijk is het Haarlems beleg van de hertog van  Alva bekend met een heldinnenrol voor Kenau Simonsdochter Hasselaer (of is dat nu toch een mythe?) en kreeg Haarlem een bijnaam : het Spanjaardsgraf.
In de Haarlemse culinaire historie zie nog steeds terug het Jopenbier. Dat de herinneringen doet herleven aan de honderd brouwerijen die er ooit waren. Het heeft de Haarlemmer Olie, dat overal goed voor lijkt te zijn en nog steeds verkocht wordt bij o.a. van der Pigge, een heerlijk ouderwets zaakje waar ze je in stofjassen helpen en het zo heerlijk ruikt. En de Damiaatjes, de klokjes die geschonken werden aan de stad na een kruistocht op Damiate, maar nu in eetbare variant, want ze zijn van chocolade. Trouwens de Droste chocolade is ook wel bekend. Echte oude traditionele Haarlemse recepten zijn er echter niet veel. De fontijnkoek was er ooit, maar die heb ik nooit gegeten. Iets voor een volgende speurtocht misschien? En nu kennen we eigenlijk alleen nog het Haarlemmer of Haarlemsche Halletje, een krokante koek die ook nog eens opnieuw uitgevonden moest worden. Het is aan het eind van de Gouden Eeuw, 1693, ontwikkeld door Eymert van der Schee. Die woonde toen in de Korte Veerstraat in het Oude Halletje, vandaar de naam. Ze zouden destijds zelfs internationaal bekend zijn geweest. Wie weet komt dat er weer van.
Er zijn diverse recepten. In 1768 wordt een recept beschreven in “de volmaakte Geldersche keukenmeid” met potasch, waarvoor we nu bakpoeder gebruiken. Ook worden daar eerst balletjes van het deeg gedraaid en dan platgedrukt. Tegenwoordig rollen we het uit en snijden we dit met een uitsteekvormpje, alhoewel ik de oude methode praktischer vind. Ook werden toen veel eieren gebruikt en was de hoeveelheid specerijen nog royaler. En ze bakten ze in een niet te warme oven. In het moderne recept zien we geen eieren meer in het recept, en bakken we in een hete oven, zodat het een hard koekje wordt. De specerijen blijven gelukkig wel een hoofdrol spelen. Voor de smaak van nu gaan we uit van het recept dat Cees Holtkamp heeft herontwikkeld en het echte Haarlemmer Halletje wordt nog steeds alleen in Haarlem verkocht bij Michel, de patisserie-chocolaterie in de Grote Houtstraat 173. En…dat recept blijft geheim.
Wat heb je nodig voor Haarlemmer Halletjes:
125 gram zachte boter
225 gram bruine basterdsuiker
12 gram gemalen kaneel
5 gram gemalen kruidnagelen
120 gram water
375 gram Zeeuws bloem gezeefd (is bloem uit een land met zeeklimaat)
12 gram bakpoeder gezeefd
Hoe ga je te werk:
Meng in een kom de boter, de suiker, kaneel en kruidnagel en voeg het water toe al werkende. Als dit goed gemengd is doe dan de bloem en bakpoeder erbij. Kneden tot een egaal deeg. Dit deeg is en blijft kleverig. Afgedekt in de koelkast zetten voor minimaal 1 uur zetten, langer mag ook.
Dan kun je voor 2 technieken kiezen om ronde koeken te krijgen. Je rolt het deeg uit (met bloem en folie) tot 2 mm dikte en steek je rondjes uit met een vormpje van 6 cm doorsnede. Of je snijdt deegstukjes af van ca. 30 gram, rol tot een balletje en duw dit onder wat folie tot de 2 mm dikte. Leg de rondjes op een bakplaat met bakpapier o.i.d. met een kleine afstand, want ze zetten nog iets uit.
De oven heb je al voorverwarmd op 190 graden, hetelucht,  en je laat de Haarlemmer Halletjes 10 minuten bakken. Daarna laten afkoelen op een rooster. Je krijgt met deze hoeveelheid zeker 25 koeken of meer als je ze kleiner maakt, dan ook ietsje korter bakken. Dit recept geeft grote krokante koeken met een wat brosse binnenkant.
306foto: Haarlem, Frans Halsmuseum
Meer informatie over Marions activiteiten? Ga naar de volgende websites:

Vin aux oranges, sinaasappelwijn

 foto: stilleven aux oranges

Wanneer je bij overbuurvrouw Madeleine uit Bourgondië op bezoek gaat, komt steevast l’apéro op tafel. Om 11 uur in de ochtend. Een grote fles met vermout, gekruide zoete wijn of haar lievelingswijn. ” Mon vin préferé c’est le traminer”, glundert ze dan en schenkt de glazen tot de rand vol. Je neemt een slok en ze schenkt meteen weer bij. Dan gaat de dop erop en gaat de fles weer de kast in. Nog een handje koekjes erbij. Gezellig!  Madeleine kletst honderduit en na een uurtje sta je weer buiten. Lichtjes in je hoofd en ietwat slap in de benen van de gezoete wijn.
In Frankrijk wordt op veel plaatsen zelf een apéro gemaakt. Bijvoorbeeld een vin aux oranges. Een aperitief op basis van wijn, sterke drank, sinaasappels en kruiden. Alle ingrediënten bij elkaar en een dag of 40 laten staan. Is het aperitief precies klaar voor de feestdagen.
Aangezien ik niet van te zoet houd, maak ik een vin aux oranges met wodka, droge rosé en minder suiker dan in de recepten, die je overal vindt. Ik voeg extra peper, nootmuskaat en kruidnagel toe. Lekker stevige smaken. Je kunt  dit drankje in de winter op kamertemperatuur drinken. In de zomer is het lekker om gekoeld te drinken. Maar naar verwachting zal dit aperitief het voorjaar niet eens halen.

Nodig:

2,5 l rosé
0,5 l wodka
8 sinaasappels, biologisch
1 citroen, biologisch
300 g suiker
6 kruidnagels
1 tl nootmuskaat
1 kaneelstokje
6 zwarte peperkorrels

Bereiding:

Boen de sinaasappels en citroen goed schoon en schil ze. Meng de schillen met suiker, peperkorrels, kaneelstokje, nootmuskaat en kruidnagels goed door elkaar. Doe het mengsel in een pot en schenk de rosé en wodka erop.
Roer alles goed door en laat de suiker oplossen. Sluit de pot goed af en laat een dag of 40 op een donkere plek staan. Zeef het drankje daarna en giet het in goed gesteriliseerde flessen. Santé!

Nederlanders verkopen Nederland, Groningen door Agnes.

 foto: Groningse vlag (internet)
Er gaat niets boven Groningen. Deze aflevering doet Agnes Roeleveld-Hoekstra een duit in het zakje. Of moet ik zeggen een Jan in de zak. Agnes is geboren in 1969, en getogen in Oost Groningen. Ze ging op haar achttiende studeren in Baarn/ Ze volgde de opleiding recreatie, toerisme en cultuur aan de Hogeschool Midden Nederland. Na haar studie, het was crisistijd begon ze bij Perry Sport, Daarna werkte ze bij een verzekeraar. Agnes pakte een studie P&O op en ging werken als intercedent bij uitzendbureau Start. Daarop volgend werd Agnes personeelsadviseur en customer relations manager bij het Nederlands Vaccin Instituut. Maar dat is inmiddels verleden tijd! Agnes woont al weer enkele jaren in de prachtige Morvan, aan de rand van de Nivernais. “Na onze komst eerst twee seizoenen gekookt op een camping en de animatie gecoördineerd.”, vertelt ze. Agnes is al weer al weer geruime tijd eigenaar van Fromagerie Champs Fleuris, de Nederlandse kaasboer in Frankrijk. Zij staat op marketen in Bourgondië en struint ze ook af naar brocante, zoals vaak te lezen is op Facebook. Agnes barst van de hobby’s koken, lezen van kookboeken, fotografie, sport, huisdieren, haar twee honden, kippen, tuinieren en haar culinaire pagina freetbook. Agnes is ook blogeuse. Zij hoopt ooit een boek te schrijven over haar leven In de Bourgogne. Ze schrijft hier nu al blogs over op Histoires met recepten die ze graag maakt. Lees hieronder de inzending van deze bourgondische Groningse.

 

In Groningen komen zeer veel verschillende gerechten voor terwijl ze het zelfde heten (komt vooral door de verschillende regio`s). Dit gerecht staat in deze website nog een keer alleen met een heel ander receptuur.Het typisch Groningse gerecht klont heeft iets weg van wat in andere provincies Jan in de zak wordt genoemd. Jan in de zak wordt echter gegeten als nagerecht, terwijl klont met gekookte aardappelen een echt hoofdgerecht is. Klont werd altijd gegeten na het dorsen

 

Nodig:

500 g tarwemeel
500 g boekweitmeel
1 tl zout
3 el stroop
700 ml melk1 kg aardappelen
200 g vetspek in dobbelsteentjes

 

Bereiding:

Doe het meel in een kom met het zout en maak er – scheutje voor scheutje de melk bijschenkend – een mooi deeg van. Roer vervolgens de stroop erdoor.
Doe het deeg dan in een vochtige,uitgewrongen en met wat bloem bestrooide katoenen of linnen zak. Bind de zak aan de bovenkant dicht, maar zorg dat er wat ruimte overblijft tussen knoop en deeg.Breng in een grote pan ruim water aan de kook. Leg op de bodem een omgekeerd schoteltje (om aanzetten te voorkomen) en kook de klont in 1 ½ uur op laag vuur gaar. Schil intussen de aardappelen, kook ze gaar. Bak het spek langzaam uit in een koekenpan. Haal de gare klont uit de pan en uit de zak en laat de klont even opdrogen.Dien het gerecht op met de gekookte aardappels, het uitgebakken spek en met het spekvet.

Down to Earth, eten met Sacha de Boer en Jacob-Jan Boerma.

 foto: down to earth

Fris, mals, zilt, aards en zoet staat er op de cover van Down to Earth. Het lag gisteren op mijn deurmat. Een mooi kookboek met fotografie en eenvoudige recepten.  Een samenwerking van fotografe Sacha de Boer en chefkok Jacob-Jan Boerma.
Sacha en Jacob Jan gingen de uitdaging aan om een kookboek te maken met gezonde en pure recepten. Recepten, die door iedereen thuis te maken zijn. Sacha probeerde alle recepten uit, fotografeerde ze en liet zich de gerechten goed smaken.
Sacha de Boer bekent dat ze voorheen ook gedachteloos wat mee griste uit de supermarkt. Ze had vaak geen tijd om te koken. Na haar afscheid bij het NOS Journaal, werd ze fotografe. Haar bestaan werd nog drukker. En om genoeg energie voor al je creativiteit te hebben, moet je gezond eten. Ik zelf kan daar over meepraten. Je voelt je gewoon beter als je vers en gezond eet. Sacha zette de woorden om in daden.
In de herfst van  2012 ontmoette Sacha chefkok Jacob-Jan Boerma van restaurant De Leest in Vaassen. Ze wilde enkel foto’s van haar hand in het restaurant ophangen. Al snel mondde dit idee uit in een volwaardig en gezond kookboek. Down to Earth zat in beider hoofden en ze gingen aan de slag met hun ideeën. Er werd gekookt, geproefd en gegeten. En natuurlijk prachtig gefotografeerd. Ze kregen er kippenvel van. Van de mooie producten en prachtige gerechten. Met beide benen op de grond en basic.
En nu ligt het er. hier op mijn eettafel, prachtig vormgegeven. het boek start met FRIS, gerechten van dagverse producten van het land. Fris gaat over in MALS, over grillen, het liefst niet in je eentje, maar met vrienden buiten bij het vuur. ZILT, met smaken uit de zee en van de kwelder.AARDS, koken met de groenten van het seizoen. Het boek eindigt met ZOET, hoe kan het ook anders. Honingzoet met een pleidooi voor bijen.
Ik krijg gewoon trek van de mooie recepten en vormgeving. De foto’s in het boek zijn prachtig en dagen je uit. Ze sporen aan om de recepten te proberen. Ik ga er in ieder geval veel inspiratie uit op doen voor mijn blogs. De technieken worden goed uitgelegd en er is een sectie met basisrecepten.
Een aanrader vind ik Down to Earth. Ik sta nu al te popelen om de kiprolletjes met katenspek en bloemkool-preistamppot te maken.

 foto: kiprolletjes

Het boek Down to Earth (ISBN 9789000332816) is een uitgave van www.unieboekspectrum.nl en ligt voor 25 Euro in de boekhandels.

Kijk voor meer inspiratie ook eens op www.sachadeboer.nl of prik eens een vorkje bij www.restaurantdeleest.nl

Nederlanders verkopen Nederland, het Friesland van Mannin!

IMG_4661B_resize foto: It  Fryske gea

In mijn queeste naar recepten diende Mannin zich aan. Fries in bloed en aderen ging zij vol enthousiame aan de slag. Twee recepten voor de serie nederlanders verkopen Nederland, met prachtige foto’s stuurde zij in. Dank Mannin. En veel succes met je broodverkoop in Ljouwert.

Mijn naam is Mannin. Ik blog over diverse baksels op www.baksels.net, Ik bak op bestelling en geef workshops in bakken. Ik ben getrouwd en moeder van twee jongens (van 4,5 en 6,5 jaar). Geboren in Friesland en na een 10-jaar durend uitstapje naar Twente zijn we sinds 1,5 jaar weer terug op Friese bodem. We wonen in het Noord-westen van Friesland, de streek die ook wel de Klaaihoeke (kleihoek) wordt genoemd.
Friesland (of Fryslân zoals tegenwoordig de officiële naam is) is één van de noordelijke provincies, welke bijna 650.000 inwoners telt en als hoofdstad Leeuwarden heeft. Hoewel ik Twente ook erg mooi vond, ben ik blij weer terug te zijn in Friesland. Hier vind je nog ongekende rust en dorpen met hun oude, met liefde onderhouden dorpskernen met allemaal hun eigen kerk die hoog boven alles uittorent. Dit omdat deze op een grote terp staat en ons herinnert aan vervlogen tijden waarin de Friezen met grote regelmaat te maken kregen met overstromingen. Hier zie je  “kop-hals-romp-boerderijen” genoemd  naar de hoge vorm van het voorhuis (de kop), het lagere verbindingsstuk als nek en de hoge schuur welke de romp moet voorstellen. Dit type boerderij schijnt haar naam te hebben gekregen omdat de vorm doet denken aan een liggende koe. Daarbij komen we bij wat de Friezen “ús mem” (onze moeder) noemen. Dit verwijst naar het Friese stamboekvee, de zwart met witte koeien die als melkkoe over de hele wereld bekend zijn.
Natuurlijk mag ik het Fryske Hynder (het Friese paard); dat grote, statige, zwarte paard met zijn lange manen en staart niet vergeten. Als ik een stukje ga fietsen kan ik ontzettend genieten van de vergezichten en de afwisseling van prachtige wolkenluchten, weilanden waarin niet alleen vee staat, maar waar ook diverse weidevogels te zien zijn. Denk bijvoorbeeld aan de grutto of de kievit, een vogel waarvan de Friezen uit eeuwenoude traditie graag de eieren rapen. Friesland biedt veel afwisseling.
Zoals gezegd zitten wij in de Kleistreek, de streek waar oude-zeeklei ligt en het landschap voornamelijk bepaald wordt door weilanden, aardappelvelden en akkers met suikerbieten, uien en penen. In het oosten van de provincie vindt men “De Wouden”, het meer bosrijke gebied van Friesland en waar men zandgrond heeft. Het midden en zuid-oosten van de provincie kenmerkt zich door uitgestrekte veengebieden. In het Zuidwesten ligt Gaasterland, waar zelfs enig hoogteverschil te vinden is, veroorzaakt door landijs dat in de ijstijd de keileem opstuwde. Tot slot de welbekende elf steden, verbonden door waterwegen (het liefst bedekt met dik ijs, want dan staat Friesland op zijn kop!) met elk hun oude kernen.
Naast de eigen (officiële) taal die we hier hebben, heeft Friesland ook vele typische streekgerechten en streekproducten.  Een selectie van de heerlijkheden:  Fryske dúmkes, Friese oranjekoek, Fryske Sûkerbôle, anijsbeschuit, suikerlatten, diverse soorten (kruid)koeken, Fries roggebrood, het drankje Berenburg, Friese nagelkaas (kaas met komijn en kruidnagel), Jouster pof (een soort gevulde krentenbol), Friese pepernoten en drabbelkoeken. Wie meer Friese heerlijkheden met hun recepten wil bekijken gaat naar: www.lekker-frysk.nl
Zoals je misschien zal opvallen staan er veel baksels in dit lijstje, deels omdat mijn voorkeur naar baksels uit gaat, maar ook omdat de Friezen zoet zijn aangelegd. Misschien wel omdat er hier zoveel suikerbieten worden geteeld? Ook worden er veel specerijen gebruikt, met name anijs kom je vaak tegen.
Hieronder twee Friese recepten: Fryske Sûkerbôle (Fries suikerbrood) en het recept voor de welbekende, kruidige Fryske Dúmkes (Friese duimpjes)
IMG_1190B_resizefoto: grutto
Fryske Sûkerbôle: 

Ingrediënten:
·         75 gram zachte roomboter
·         500 gram bloem
·         6 gram zout
·         1,5 dl lauwe melk
·         12 gram droge gist
·         3 eetlepels gembersiroop (= ongeveer 45/50 ml)
·         2 eieren op kamertemperatuur
·         1 flinke theelepel kaneel
·         120 gram kandijsuiker, greinsuiker of parelsuiker (verkrijgbaar bij o.a. de Welkoop, in een paars doosje van het merk Tiense Suiker)
·         suiker
·         boter voor het invetten van de vorm
Werkwijze:
·         Smelt de boter voorzichtig in een pannetje op laag vuur en laat afkoelen tot kamertemperatuur.
·         Doe de bloem en het zout in de een kom en roer goed door met een garde.
·         Voeg de gist toe, roer weer goed door met een garde.
·         Voeg de lauwe melk toe, de gesmolten boter, de gembersiroop en de eieren.
·         Kneed dit in een standmixer met de kneedhaak in ca. 10 minuten tot een mooi soepel, samenhangend deeg. Het deeg is goed als je er tussen je vingers een vliesje van kunt vormen. Je kunt natuurlijk ook met de hand kneden, dit zal wat langer duren.
·         Leg het deeg in een licht ingevette kom en zet weg op een warme, vochtige en tochtvrije plek. (Ik doe dit in een onverwarmde oven met een bakje heet water op de bodem)
·         Laat ca. een uur rijzen tot het deeg in volume verdubbeld is.
·         Kneed er dan de kaneel en de parelkorrels door.  Je kunt als alternatief ook het deeg tot een grote plak uitrollen en deze gelijkmatig bestrooien met kaneel en de suikerparels.
·         Maak een rechthoekige plak van het deeg, deel denkbeeldig in drieën en vouw de linke flap over de middelste, en de rechterflap vervolgens ook over de middelste.
·         Draai het deeg een kwartslag en rol losjes op.
·         Vet een cakebakblik van 25 cm dik in met boter en bestrooi met suiker.
·         Leg het deeg hierin en laat nog ca. een kwartier rijzen op een warm, vochtig en tochtvrij plekje.
·         Verwarm de oven voor op 190 graden.
·         Bestrooi de bovenkant van het deeg met suiker en bak het in ca. 30/33 minuten gaar en goudbruin.

·         Stort het brood na het bakken op een rooster (doe er eventueel een plastic zak omheen, iets lucht inlaten zodat het niet tegen het brood aan komt, dit zorgt ervoor dat de suiker lekker gaat plakken) en laat afkoelen.

Fryske dúmkes (ca. 20-25 stuks): 

Ingrediënten:
·         125 gram Zeeuwse bloem (als je hier niet aan kunt komen kan je gewone tarwebloem gebruiken
·         0,5 gram zout (1/8 theelepel)
·         1,6 gram kaneelpoeder (1/2 theelepel)
·         1,5 gram gemberpoeder (1/2 theelepel)
·         1,5 gram anijspoeder (1/2 theelepel)
·         3 gram anijszaad
·         25 gram lichte basterdsuiker
·         50 gram donkere basterdsuiker
·         50 gram hazelnoten
·         60 gram zachte roomboter
·         1 eidooier
·         1-2 eetlepels water
Werkwijze:
·         Doe de tarwebloem, zout, kaneelpoeder, gemberpoeder, anijspoeder, anijszaad, basterdsuiker bij elkaar in een kom en roer goed door met een garde.
·         Rooster de hazelnoten in een droge koekenpan op een halfhoog vuur tot ze kleuren.
·         Laat de hazelnoten afkoelen en hak ze in kleine stukjes.
·         Doe ook de hazelnoten in de kom en roer nog eens goed door.
·         Voeg nu de boter, eidooier en 1 eetlepel water toe.
·         Kneed het geheel kort tot een samenhangend deeg. Het deeg hoort vrij droog te zijn, het moet net genoeg samenhang vertonen. Als het te het te droog is, voeg dan nog een beetje water toe. Begin bij een halve eetlepel en kijk of het deeg dan goed is. Zo niet, voeg dan nog maximaal een halve eetlepel toe.
·         Laat het deeg ingepakt in huishoudfolie een 20 minuten rusten in de koelkast
·         Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius
·         Bestuif het werkblad met wat bloem en rol het deeg met een deegroller hierop uit tot een rechthoekige plak met een dikte van 1 cm.
·         Snijd rechthoekjes van 2 X 5 cm. en druk de hoekjes iets rond.
·         Leg de Fryske dûmkes op enige afstand van elkaar op een met bakpapier of siliconen bakmatje beklede bakplaat.
·         Bak de Fryske dûmkes in ca. 15 minuten gaar met de ovendeur op een heel klein kiertje om vocht te laten ontsnappen.
·         Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
Bron: “Het Nederlands bakboek” door Gaitri Pagrach-Chandra
Lekker ite! (eet smakelijk!)

 

Pear mania, peren in spätlese.

foto: pearmania

Het blijven wilde weken in Gereons Keuken Thuis. Het weer van zondag noopte tot binnen blijven. De weergoden hadden besloten, dat er nog niet genoeg water was gevallen. Donnerwetter! En zetten de hemelsluizen open. Nat natter natst. Op zulke dagen ben ik altijd blij dat ik vooruit heb geblikt. Ik had op vrijdag 2 kg mooie peren gekocht. En een fles Spätlese uit de Pfalz. Een witte en zoetige wijn van de rieslingdruif. Dat opende perspectieven voor deze zondagmiddag. Potten schoonmaken, peren schillen en koken maar. Tevreden keek ik naar de plank in mijn voorraadkast. Ik was er nu zeker van. Na de #applemania van vorige week, was ook de #pearmania geslaagd te noemen. Ik meldde het al eerder, het zijn wilde weken. Eén ding ging jammer genoeg niet door. Het roken van de worstjes op mijn balkon. Maar eens gaat de zon weer schijnen. Dus dat houden we tegoed.

Nodig:

2 kg grote handperen
1 vanillestokje
8 el suiker
2 tl kaneel
1 citroen schil
1 fles Spätlese (Pfalz)

Bereiding:

Schil de peren en snijd ze in stukjes. Steriliseer de potten met soda en kokend water. Zet op hun kop weg op schone theedoek. Schraap het merg uit het vanille stokje. Boen de citroen en haal met een dunschiller de schil er af. Snijd in kleine stukjes. Doe peren, suiker, wijn , kaneel en citroen in een pan en breng aan de kook. Laat ongeveer een half uur op laag vuur doorkoken. Vul de potten met stukjes peer en giet het kookvocht tot aan de rand erop. Draai deksel er stevig op en zet de potten een tijdje op hun kop.

Je zou er een boek over kunnen schrijven……

In de zomer van 2012 opperde een familielid van mij dat het zonde was om alleen maar te bloggen over eten en wijn. “Je zou eens een boekje moeten schrijven”, zei de dame in kwestie. Subiet ging ik aan de slag, tekstjes verzinnen, recepten nakijken en fotootjes verzamelen. En in augustus was mijn kindje klaar, dacht ik. Van meet af aan wist ik dat mijn boekje “Gereons Keuken Thuis” een boekje zou zijn uit de losse pols, zoals ik zelf kook. Ik verzin vaak de recepten achteraf, nadat ik een maaltijd aan mijn thuisfront of gasten heb voorgeschoteld. Een werkje ook zonder foto’s van gerechten. Daar doe ik niet aan. Dat vind ik meer iets voor de menuborden met TL verlichting op een willekeurige toeristenboulevard. (grimast nu)

En het design, dat moest ook passen bij mijn keukentje, geen frutsels, niet veel kleurtjes, wat hout. Ontwerpster Fenny Kusumawardani van Atlantis Media begreep precies wat ik bedoelde. Zij maakte de lay out en de omslag. Ik ben er heel blij mee. En schrijfster Marieke Rijneveld gaf de voorzet voor de achterflaptekst.
In het voorjaar van 2013 begon het echte werk, het na laten lezen, het fine tunen, het drukken. Het had allemaal veel voeten in de aarde. Ik zou er een boek over kunnen schrijven, verzuchtte ik deze zomer.
Maar aan alles komt een einde. “Gereons Keuken Thuis” is nu een tastbaar feit. De bestelde boeken zitten al in een envelop en gaan vandaag op de post. Tijd voor het volgende project. Of misschien toch maar weer een boek? Wie weet, ik heb in ieder geval de smaak te pakken…

En dan de hamvraag, welke wijn drink je erbij? Ik ga voor een rode wijn uit de Beaujolais, de cuvée fût de chêne van domaine la Rizolière. Een fonkelrode wijn van oude wijnranken, vieilles vignes, 10 maanden gelagerd op eikenhout.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten