Koken uit TLV met Jigal Krant.

  foto: Jigal Krant en TLV.

Een maartse woensdagmiddag in de Amsterdamse Pijp. De regen komt met bakken uit de lucht, niet bepaald het weer dat je bij Tel Aviv verwacht. Maar binnen in Esther’s Cookery is het warm en staan de vuren heet en hoog. Om te gaan koken samen met de altijd energieke Jigal Krant, de schrijver van het mooie kookboek TLV, een ode aan deze kosmopolitische bubbel en zijn moderne keuken. Geheel in de stijl van deze stad hebben wij ons op barkrukken rond de kachel geschaard. Jigal gaat van start con brio en op zijn emblematische wijze vertelt hij over deze stad en het eten. Want hij wil het delen, nog net niet van de daken schreeuwen! Jigal is vol van deze stadskeuken, niet per se koosjer, maar vol spannende elementen. Een keuken waarin alle Joodse smaken van over de gehele wereld samen komen. Een stad als culiparadijs. Geroosterde aubergines met een rokerige smaak, techina (Krant gebruikt in TLV overal de Israëlische naam voor), bietjes met een geblakerde korst en olijfolie met predicaat. In Israël vermelden ze de zuurgraad op de fles. Allemaal smaken, die verenigd zijn net zoals deze stad, een oase van plezier en genot in Israël is. Het leven wordt hier geleefd as much as possible.

 foto’s: biet before & after.

We gingen koken, Jigal had thuis al de bietjes gegaard of moet ik zeggen geblakerd op 300 graden Celsius in de oven. Deze methode verandert de structuur. De rode biet wordt vleziger voor een carpaccio met zure room en mierikswortel. Geserveerd geheel in TLV stijl op een stuk karton. Servies doet men niet aan in Tel Aviv.  Een mooie aftrap. Jigal serveerde er een witte wijn bij, gemaakt door een Italiaanse Zwitserse wijnmaker uit Judean Hills in midden Israël. Een verbazingwekkend frisse witte wijn, gezien de vele zonneuren in Israël. Ik vond de tweede witte wijn, gemaakt van rousanne druif, een plaatje. Een match voor bij Dok’s geblakerde koolrabi, die volgde.

 foto: Dok’s koolrabi.

We maakten een prachtig gerecht van wederom een geblakerde groente, koolrabi met feta, (helaas was Israelische kaas niet voorhanden) tijm, sesamzaadjes en olie. een gerecht puur en simpel. Chefkok Asaf Doktor kookt twee avonden in de week in zijn postzegeltje van een restaurant de mooiste groentecreaties. Een must visit aldus Krant op woensdag- en donderdag.  Doktor streeft ernaar te koken met louter Israëlische producten.

 foto’s: aubergines van het hete vuur.

De vuren gingen aan voor de rokerige aubergine. Hele aubergines in de gasvlammen. In Tel Aviv gaat dat op houtskool. De basis voor het signatuurgerecht van het boek TLV. Dat is niet helemaal waar vertelde Jigal, omdat alle gerechten en smaken uit zijn nieuwe boek hem even lief zijn. En hij nieuwe dingen blijft ontdekken. Het resultaat met een techina-saus, hazelnoten en granaatappelpitten mocht er wezen. En om zijn verhalen kracht bij te zetten liet Jigal de aanwezigen verschillende merken techina proeven. Verschillen zijn inderdaad opmerkelijk en dat proef je in de techina-saus die de schrijver maakte voor over de geroosterde rokerige aubergine. WOW factor gegarandeerd. Gereons Keuken Thuis moet toch snel eens op de fiets naar Buitenveldert om wat van deze heerlijke ingrediënten aan te schaffen.

 foto’s: borekas.

Borekas gingen we maken met een vulling van rokerige aubergine, wat fetakaas en lapsong thee. In zijn coming of age jaar, dat Jigal Krant doorbracht vlak onder Jeruzalem vormden deze flapjes een ware traktatie als hij na een avondje stappen terug naar huis keerde met de laatste bus voor sjabbat. Jeugdherinneringen voor de schrijver.

 foto: truffels met techina.

Zoete truffels met techina en hazelnoot en een sterke espresso sloten deze workshop af, die wat mij betrof veel langer mocht duren. Want in zijn enthousiasme en nieuwsgierigheid toont Jigal Krant zich  een ware meesterverteller over de smaken van de stad Tel Aviv, die hij zo adoreert en savoureert. TLV rocks! Ik ben de komende Paasdagen nog wel zoet met dit heerlijke kookboek.

TLV, recepten en verhalen uit Tel Aviv Jigal Krant (ISBN 9789038803548) is een uitgave van Nijgh & van Ditmar en is te koop (doen hoor!) voor € 29,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Venetië van Russell Norman.

 foto: de serene cover van Venetië

Dimenticare Venezia, Russell Norman kan dat niet, al sinds augustus 1986, zijn eerste kennismaking met la Serenissima. Keer op keer bezocht hij de dogestad. Hij opende Polpo restaurants in Londen en schreef er zijn eerste kookboek over, vol specialiteiten uit de bacari van Venetië. De kunst van het delen van eten. Dat doen de inwoners van deze historische lagunestad graag. Maar er ontbrak een link in de vele avonturen, die Russell beleefde in Venetië. Hij verbleef altijd in hotels, at in restaurants en hij ontbeerde daardoor de kunde van de cucina casalinga. Zelf je kostje in de stad bij elkaar scharrelen in winkels en op markten, zelf koken en buurvrouwen de beste tips ontfutselen. Venetiaan zijn onder de Venetianen. Dertig jaar na zijn eerste bezoek voegde Norman de daad bij het woord en verbleef 14 maanden lang in een basic appartementje om vier seizoenen lang te koken. Het resultaat mag er wezen. In Gereons Keuken Thuis ligt nu het  nieuwe boek Venetië, 4 seizoenen genieten van de authentieke Venetiaanse keuken. Het boek begint in augustus 1986. Toevallig bezocht ik Venetië ook voor de eerste keer in 1986, ontdekte ik eind februari tijdens een diner met Russell in Amsterdam. Hij zat destijds met vrienden op een terras in de wat rustiger wijk Giardini. Een laatste avond, waarvan hij wenste dat deze niet zou aflopen. Vele trips volgden, kort en lang. La Serenissima had en heeft Russell Norman in de greep.

 foto: Een en al sfeer in Venetië.

Russell wilde het verschil ontdekken en maken. In thuiskeukens wordt vaak royaal en met liefde gekookt. In restaurants voeren precisie, consequentie en expertise de boventoon. Ondanks dat hij  zelf enkele restaurants heeft is Norman zelf geen chef. De schrijver heeft altijd een voorkeur gehad voor de thuiskeuken. Recepten worden vaak mondeling doorgegeven. Zijn ontdekkingsreis begon in de Via Garibaldi, de winkelstraat van Giardini. Verse vis, groenten en de enoteca. Zijn basiskamp werd goed bevoorraad en hij kon aan de slag in zijn Venetiaanse keukentje. Vier seizoenen koken, een lonende manier om de eetcultuur en tradities van een regio te leren kennen. (De reden waarom ik altijd bij vakantiehuizen extra op uitrusting van de keuken let. Wat kan ik er allemaal maken?) Venetië heeft veel te bieden, cultuur en een heerlijke keuken. Russell besluit zijn voorwoord door de hoop uit te spreken dat dit zo blijft voor de inwoners, wetende dat de bevolking in de lagune jaarlijks met duizend inwoners krimpt. Het moet geen openluchtmuseum worden.

Maar zijn boek is niet bedoeld, om de politieke discussie over internationaal toerisme te voeren. We gaan koken en proeven. De lente, met naast mooie verhalen, gerechten als sardine-tongetjes, een waterkerssalade met tuinbonen, schapenkaas en erwtenscheuten en Venetiaanse rijst ter ere van de jaarlijkse gondelvaart op 25 april, naamdag van San Marco. Of wat te denken van zonnevis met lente asperges en basilicum, een simpel doch doeltreffend lentegerecht. De Venetiaanse kok van het Amsterdamse Incanto verraste ons met een variant hiervan tijdens het diner voor Russell. Ik proefde mee van het bord van tafeldame Joke Boon.(zie foto’s)

 foto’s: Venetiaanse gerechten tijdens diner met Russell in Amsterdam.

Zomer in de lagune, het water spiegelt in deze stad van dromen. Een zomerse panzanella met gerookte makreel, spaghetti Cassopipa  van restaurant Antiche Carampane in de voormalige rosse buurt van Venetië, een pasta vol bijvangst en een Bellini sorbet. Cocktail in dessertvorm. Ik begin het  Venetiaanse masker op de cover steeds beter te begrijpen. De herfst lonkt. met zwarte risotto, gegrilde polenta met wilde paddenstoelen en een “verloren vogeltjes” kebab. Gerechten alsof je op een gemaskerd bal bent. Venetianen zijn meesters in het verpakken.

 foto: verpakte kebabs

De ode aan de dogestad besluit met wintergerechten, crème van gezouten kabeljauw (een soort brandade maar dan veel schuimiger), broodsoep uit de cucina povera, varkensvlees in melk en een gecastreerd lam voor het festa van Maria della Salute, als tout Venetië op 21 november naar de gelijknamige basiliek trekt. Tegenwoordig via een pontonbrug. In 1986 toen ik in november de stad bezocht via aan elkaar gebonden boten en gondels. Indrukwekkend schouwspel. Ach, dat is Venetië. Een stad vol rustiek eten, cultuur met een grote C en gemeenschapszin, waar de Venetianen dagelijks van genieten. Met het boek Venetië heeft Russell Norman behalve een bundeling van recepten een ware kroniek van la Serenissima geschreven. Een verhaal om Venetië en al het lekkers niet te vergeten.

Toegift:

Venetië, 4 seizoenen genieten van de authentieke Venetiaanse keuken. Russell Norman (ISBN 9789045213576) is een uitgave van Karakter en is te koop voor € 29,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Gezond fastfood, Nora French.

 foto: cover Gezond Fastfood.

Laat ik maar meteen met de zoete deur in huis vallen. Tijdens een bezoek aan een evenement zaterdag jl. zag ik iets, wat mij schokte. Stroopwafels belegd met nog meer zoetigheid, zoals M&M’s, Oreo koekjes en andere zoete bende. Mijn #ACBM alarmbellen gingen direct rinkelen. “Dat is toch leuk voor kinderen”, gaf een andere bezoeker als reactie op mijn verbaasde gezicht. Misschien leuk, maar Gereons Keuken Thuis, ook al had hij zelf kinderen, zou nooit aan dit stapelen van zoet op zoet beginnen. Hoe leuk het ook is voor kinderen. Want al wennen op zeer jonge leeftijd aan suikers en ander processed food kan mijns inziens niet gezond zijn.

Precies diezelfde middag plofte het nieuwe kookboek van Nora French op de mat. Gezond fastfood, een boek met 100 snel te maken recepten, gebaseerd op simpele principes. Nora, geboren in Berlijn, getrouwd met een Engelsman, wonend in Nederland en French als achternaam is gezondheidscoach en moeder van een hongerig gezin. Dat bewoog haar ertoe te gaan ontdekken hoe zij snel een gezonde edoch makkelijke maaltijd op tafel zet voor haar kroost. Zij wilde aantonen, dat gezond en fastfood geen contradictio in terminis is.

Nora French kookt graag met ruime voorhanden zijnde superfoods, niet de hippe superfoods voor de millennial, maar gewone groenten, die ruim verkrijgbaar zijn. Iedereen mag zijn eigen filosofie hebben wat betreft gezondheid, maar French haakt aan bij de theorie van de Blue Zones. Gereons Keuken Thuis heeft het daar wel eens eerder over gehad in een item over Sardinië. De inwoners van dit eiland leven opmerkelijk lang en zijn gezond door samen te eten en samen te genieten. Overigens zijn er meerdere blue zones aan te wijzen, zoals het Griekse Ikaria en het Japanse Okinawa. Veel groenten, samen eten, sociale structuur en veel bewegen zijn de sleutels voor een gevarieerd dieet.

Nora French gaat uit van de Lucky 13, zoals zij die noemt. Ingrediënten, die overal makkelijk zijn te verkrijgen en een gezonde basis vormen in je keuken. Ze geeft je basistips, weekmenuplanningen en aan de slag kun je. Ik noem het een piece of cake, maar dan zonder extra zoete toppings. Gezond Fastfood is geen culinair of chef kookboek, maar een alledaags boek. De recepten zijn voor iedereen te maken. Dus wat let je, aan de slag!

French begint de dag easy, met lekkere smoothies. Ze geeft ideeën voor yoghurt toppings en gaat voor een meer uitgebreid ontbijt. Ik vind de spek- en zuurkoolmuffins wel apart. Gezonde lunchboxen ontbreken niet. Salades horen erbij, makkelijke soepen, zoals een snelle bietensoep. Tijdens de lunch ontbreken soepen nooit in mijn keukentje. Hoofdgerechten voor ’s avonds om gevarieerd te eten, gezonde fastfood frietjes of groentegehaktballetjes.

En dan de snacks: tips om avocado’s te vullen, dips en sauzen of geroosterde kikkererwten. Allemaal in een handomdraai klaar en vooral lekker. Origineel partyfood. Maar Nora French bewaart het beste als laatste, het onderwerp SUIKER. Want onze wereld is vergeven van suikers.  Op treinstations, na het sporten en verborgen in allerlei producten. Ik doe zelf geraffineerde suiker niet in de ban, maar in Gezond Fastfood vind je leuke alternatieven. Prima om mijn eerder geschetste verbazing te temperen.

Gezond Fastfood, 100 snelle, smakelijke en simpele recepten voor het hele gezin, Nora French. (ISBN 9789045212869) is een uitgave van  Karakter en is te koop voor € 19,99.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Mannelijke gastbloggers, Michael recenseert Smokey Goodness 2.

Het is weer tijd voor een mannelijke gastblogger. Vandaag vertelt Michael Neffgen over zijn passie voor BBQ en recenseert Smokey Goodness 2 van Jord Althuizen. Maar laten we starten met Michael zelf en zijn blogactiviteiten.

  foto: Grillfun’s Michael met Jord Althuizen.

Wie is Michael Neffgen?

Voordat ik begin met de review van Smokey Goodness zal ik eerst meer vertellen over wie Grillfun, BBQ recepten voor iedereen, eigenlijk is en waar ik voor sta. Mijn naam is Michael Neffgen, vader van Daemian, Justin en Elodie, getrouwd met Sonali en werkzaam als consultant machineveiligheid. Naast mijn fulltime baan en mijn gezin ben ik sinds anderhalf jaar ook nog eens BBQ-blogger. Ik blog over het bereiden van gerechten, maar ook over het testen van producten. Ik schrijf recensies over bijvoorbeeld kookboeken, restaurants of producten die ik graag gebruik. “Grillfun staat voor plezier in buiten koken met mooie producten”

Het barbecueën gebeurt natuurlijk allemaal buiten in mijn tuin en ik maak gebruik van diverse soorten barbecues, zoals een Weber master touch, offset-smoker, hout gestookte oven (pizzaoven) en boven open vuur in een Dutch Oven.  Online kun je me overal vinden onder de naam Grillfun: op mijn website www.grillfun.nl, op Instagram, Facebook en zelfs op YouTube en Pinterest. Op al deze sociale media betrek ik mijn volgers bij het buiten koken van heerlijke gerechten. Mijn doel is om gerechten te maken die voor iedereen toegankelijk zijn. Alles wordt zelf gemaakt: vleesgerechten, recepten met gevogelte tot aan bijgerechten, sauzen en dry rubs. Je kunt het allemaal vinden op mijn website.

    foto’s: campfire duck uit een Dutch oven.

De review.

Het barbecueboek Smokey Goodness 2, het next level. BBQ boek zegt eigenlijk al direct dat enige voorkennis vereist is van het barbecueën. Het boek is lekker robuust met harde kaft en dat is iets waar ik persoonlijk van houd, omdat het dan ook mooi staat in de boekenkast. De vormgeving is in het tweede deel net zo rauw en stoer als in het eerste deel met mooie foto’s van alle barbecuegerechten en -avonturen, die zijn beleefd tijdens de reizen naar Latijns-Amerika. Je leest direct in het eerste hoofdstuk “Firestarter” waar het boek ons gaat brengen en misschien is wel het belangrijkste dat het boek verder gaat dan alleen het barbecueën zoals we gewend zijn. We gaan de oerkeuken beleven en lekker aan de slag met vuur. Dat klinkt voor mij direct als muziek in de oren, gezien ik dat het allerliefst doe, lekker klooien met vuur.

De volgende hoofdstukken brengen ons bij Latin Lingo, dat gaat over de terminologie die gebruikt wordt in het boek en hoort bij deze manier van barbecueën. Daarnaast de “Want to Haves” en de “Need to Knows” waarin heel kort wordt beschreven wat je nodig hebt en welke technieken of bereidingsmanieren er zijn. Met kort bedoel ik ook echt kort gezien dit al in Smokey Goodness 1 werd behandeld. Persoonlijk vind ik het niet noodzakelijk om de technieken uitgebreid te behandelen, maar als je het boek krijgt als barbecue beginner kan ik me voorstellen dat je soms even Google moet raadplegen. Of koop gewoon het eerste boek. Hierna gaan we gelijk verder met de recepten en wat ik super vindt is dat je ook advies krijgt over de bieren en wijnen die je kunt drinken bij de gerechten. Ik als wijnliefhebber vind dat helemaal top. Bij mijn gerechten op mijn website voeg ik ook altijd een wijnadvies toe, omdat je net dat extraatje geeft aan je lezers. (dat vind ik van Gereons keuken thuis ook heel belangrijk)

 foto: golden ribs.

In het boek vind je ook een mooi reisverslag over de landen en locaties waar Jord Althuizen precies is geweest voor inspiratie. Het leuke is als je nu bijvoorbeeld op vakantie gaat naar Santiago in Chili dat er een aantal leuke restaurants instaan waar je zelf kunt proeven wat Jord heeft ervaren. Daarna gaan we dan echt starten met als eerste wat streetfood recepten zoals de wel bekende “Anticuchos de Corazon” een spiesje met runderharten en groene Peruaanse saus. Orgaanvlees is in Nederland toch wel erg ondergewaardeerd en misschien dat dit soort gerechten helpt om het meer onder de mensen te krijgen. Verder staan er als streetfood een aantal burgers of broodjes die super smaakvol eruit zien en waar ik er zeker een aantal van ga maken zoals de “Smoked Beef Cheek Focaccia”. Na het streetfood gaat het echte werk beginnen en vertrekken we naar Argentinië met weer mooie recepten voor orgaanvlees zoals de kleine darm, zwezerik en nier maar natuurlijk ook rund, varken, gevogelte en vis. De bereiding is echt super gezien je te maken krijgt met diverse stijlen uit de oerkeuken maar natuurlijk ook gewoon voor op de barbecue. Een gerecht wat echt leuk is om eens te maken is de lamsschouder in een ondergrondse oven. Zelf heb ik dit al eens gedaan toen ik op cursus was in Engeland bij Hunter Gather Cook met een hertenpoot. Als afsluiting staan er een aantal desserts in het boek, die je kunt bereiden op de barbecue boven vuur. De “Campfire Cannoli” is erg leuk om te maken in de zomer met de kinderen lekker naast een warm kampvuur.

  foto: zeebaars met citrus, je vreet je vingers erbij op.

Om een goede mening te geven over een kookboek vond ik dat een aantal recepten getest moeten worden. Ik ben aan de slag gegaan met Grilled Steak Arepa’s (blz 69); Smokey’s Golden Ribs (blz 127); Campfire Duck (blz 149) en Grilled Citrus Sea Bass (blz 173).

Voor de afwisseling heb ik me eens precies gehouden aan het recept en moet zeggen dat alle gerechten goed te maken zijn en erg lekker waren. Het top gerecht uit de gerechten die ik gemaakt heb is toch wel de Campfire Duck, lekker met een rustiek brood. Heerlijk spelen met vuur en een Dutch Oven en alles rustig vier uur laten stoven. Het was echt genieten en zeker het proberen waard ook voor een grotere groep mensen. Mijn zoon was helemaal weg van de Grilled Citrus Sea Bass. Deze was verrukkelijk en gewoon te lekker om met mes en vork te eten. Gewoon lekker met je handen eten want dan is het pas genieten en maakt de beleving veel groter.

Wat vind ik nu persoonlijk van Smokey Goodness 2?

Ik kan hier heel kort in zijn het is een top boek dat zeker een perfecte aanvulling is op de collectie van kookboeken die ik al heb. Er staan mooie gerechten in met mooie verhalen die je zeker zullen inspireren. Niet alle ingrediënten zijn even makkelijk te verkrijgen. Dus ga eerst na of je bepaalde ingrediënten moet bestellen. Verder is er wat voorkennis vereist bij het bereiden van gerechten maar dat is helemaal niet erg. Ik kan nu al niet wachten op deel 3, dat in april uitkomt.

  foto: cover Smokey Goodness 2.

Smokey Goodness 2, Jord Althuizen (ISBN 9789021564746) is een uitgave van Kosmos en is te koop voor € 24,99.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Koken met Kleur, Joke Boon.

 foto: cover Koken met Kleur.

Het is de eerste zaterdag van de lente! We gaan koken met kleur, tenminste als het aan mijn vriendin en Bonen! diva Joke ligt. Een regenboog, een heus palet, Pantone is er niets bij, aan kleuren en smaken. Dat stond Joke Boon voor ogen toen ze aan haar nieuwe boek begon. Koken met Kleur, 100 recepten aan de hand van een kleurenschema. Want kleurrijke voedselproducten kunnen een grote rol spelen voor je gezondheid. In landen waar mensen heel oud worden vind je in het dieet opmerkelijk veel kleurrijk voedsel. Joke bedoelt  dan niet de kunstmatig roze gekleurde frambozenvla of extra geel gemaakte bananensnoepjes. Nee, koken met kleur gaat over het inzetten van de eigenschappen van de specifieke kleur van ingrediënten, die ieder zo hun eigen hoeveelheid ziektewerende eigenschappen hebben. Voor Joke al jaren een groot aandachtsveld.  Uit haar inleiding blijkt dat ze niet over één nacht ijs is gegaan. Joke Boon vertelde mij eens tijdens een talk&table  lunch over haar werkwijze. Zij zorgt ervoor dat ze altijd extra ingrediënten in huis heeft. Want als zij ’s nachts wakker wordt met een idee voor een gerecht of recept, springt zij uit de echtelijke sponde en gaat aan de slag. Ik zie  helemaal voor me hoe Koken met Kleur beetje bij beetje vorm kreeg.

 foto: een regenboog aan smaken en kleur.

We gaan koken. Het boek is ingedeeld op en dat is heel logisch kleur. Rood, de kleur van de hartstocht, stimuleert de bloedsomloop en je afweersysteem. Eigenschappen, die joke vertaalt in een langzame rode uiensoep met supersnelle kaastoast. Niet vreemd als je weet dat deze schrijfster een tosti-fan is. Of linke soep met duivelse aardbeien. Vrolijk word je ervan. Oranje is een levenskrachtige kleur vol energie, die ook nog zorgt voor onze behoefte aan bètacaroteen. En oranje voedingstoffen zijn goed voor je ogen. Doe Gereons Keuken Thuis maar een beschuitje met papaja-ananasjam of als bijgerecht geroosterde wortel met vadouvan.

Ik maak een stap via geel en groen naar paars en blauw. Paarse voedingsmiddelen suggereren spiritualiteit, mentale kracht en adeldom en bevatten veel vitaminen, vezels en mineralen. Joke Boon verwerkt ze in een auberginesalade met szechuanpeper. En ze geeft een recept voor een cheffy gerecht van Nout Schram, werkzaam bij Jonnie Boer.  Zij ontmoette Nout op Cyprus. Om het zicht te beschermen tegen de zonlichtweerkaatsing op smartphone lieten de twee elkaar hun foto’s van eten zien onder hun badlakens. Een vriendschap was geboren.

Via regenboogeten gaan we naar GOUD, de kleur van verlangen. Joke verwerkt deze kleur in vruchtenreepjes van zoete socca. Roze is een matigende kleur, het gaat agressie tegen. Joke vertelt dat het een mengkleur is, die zij te mooi vond om niet op te nemen in Koken met Kleur. Haar recept voor roze kippensoep, voor mij dan zonder de eiermimosa, vind ik een trouvaille. Via bruin, natuurlijk met veel chocolade, zwart, dat voor Japanners een heilige kleur is belanden we bij WIT, eigenlijk geen kleur, maar o zo geschikt voor prachtige gerechten. En zo zijn we door het hele vrolijke nieuwe boek van bonendiva en nu ook kleurenkook”ster” Joke gestruind. Dwars door de regenboog, waar aan het einde een pot vol goud, ik bedoel gezondheid staat.

Wat ik geweldig vind aan Koken met Kleur zijn het empirisch onderzoek en de verhaallijn. Joke, je weet dat ik daar van houd, geen recept zonder achterliggend verhaal! De indeling in kleuren vind ik een vondst. En tenslotte heb je net als in Bonen! een onderwerp aangeboord, dat je van alpha tot omega doorzet. Heerlijk!

Koken met Kleur, Joke Boon (ISBN 9789046823590) is een uitgave van NwADAM en is liever lokaal te koop voor €24,99

 foto: #momentje met Joke, onze pasatiempo.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Van Gogh & Japan

 foto: zelfportret Van Gogh met afgesneden oor.

Van Gogh & Japan. Tijdens zijn verblijf in Parijs van 1886 tot 1888 raakt schilder Vincent van Gogh in de ban van Japanse prenten. Ukiyo-e, 19 de-eeuwse kleurenhoutsneden, die in deze periode erg in zwang zijn in deze stad. Zelfs warenhuizen verkopen deze prenten. Parijzenaars richten hun huizen à la Japonaise in. Een ware rage, die vlak na de Wereldtentoonstelling ontstond. Van Gogh zelf was verrukt van de ogenschijnlijk simpele composities, het kleurgebruik en de grote vlakken. Het verzamelen van deze prenten zou uiteindelijk een grote wending geven aan zijn carrière. De schilder verzamelde uiteindelijk 600 van deze prenten. (Een selectie hieruit, opgehangen, net als van Gogh zelf deed me gewone punaises bevinden zich op de bovenste verdieping van de tentoonstelling) Japan werd zijn nieuwe artistieke voorbeeld. Het werd een ijkpunt voor Van Gogh nadat hij zich vestigde in Arles. Door met Japanse ogen te kijken veranderde zijn stijl. Naar een kleurrijker palet.

 foto: links een houtgravure, rechts Van Gogh.

Op 15 juli 1888 schreef Van Gogh aan zijn broer Theo in Parijs:

“De Japanse kunst is iets als de primitieven, als de Grieken, als onze oude Hollanders, Rembrandt, Potter, Hals, Vermeer, Van OstadeRuisdael. Dat kent geen einde”

Van Gogh identificeerde zichzelf in de nieuwe woonomgeving met Japan en de Japanners. Hij had het idee dat Zuid Frankrijk gelijk staat met Japan. Ik vind dat zelf niet zo verwonderlijk, omdat de Provençaalse Rhônevlakte vol riet riet en fruitbomen in bloesems wordt gedomineerd door de Mont Ventoux met zijn witte stenen top. Net als op Japanse prenten, waar de berg Fuji vaak centraal staat. En als je vanuit dit vlakke perspectief gaat kijken krijg je grote vlakken in je schilderijen die je ook ziet in Japanse prenten.

 foto’s: de berg Fuji en een Japanse courtisane.

Zuid Frankrijk, het landschap van de Provence als het gedroomde Japan van Vincent van Gogh. De inspirerende irissen als rand van een veld, zicht op Arles en fruitbomen in bloesemtooi. Van Gogh bewonderde de Japanse benadering van de natuur en het landschap en wilde het zo schilderen. Een mooie gedachte. De volgende keer als ik via de A7 vanuit Lyon zuidwaarts rijd ga ik proberen de Japanse trekken van het landschap te ontdekken.

 foto’s: inspirerend Zuid Frankrijk

De schilder identificeerde zich dermate met Japanners, dat hij zich op een zelfportret afbeeldde als Japanse monnik. Dit indrukwekkende schilderij is bij hoge uitzondering uitgeleend door het Harvard Museum uit Cambridge (VS) aan het Van Gogh Museum. Er tegenover vind je het zelfportret dat Gauguin maakte voor Vincent. Naast dit portret hangt het zelfportret van Van Gogh met afgesneden oor uit 1889, dat sinds 1930 niet meer getoond is in Nederland. Wederom een bijzondere bruikleen van The Courtauld Gallery in Londen. Bijzonder!

 foto’s: Vincent en Gauguin.

Kleur en golven in de Japanse prenten inspireerden Van Gogh tot schilderijen van de zee en op de tentoonstelling is te zien hoe de Japanse gedachte zo ingrijpend zijn visie en kunst veranderde en niet zonder succes, want in het land van de rijzende zon heeft men veel bewondering voor zijn werk. Natuurlijk hebben anderen zoals Rembrandt, Vermeer en Monet dat ook, maar met zijn Japanse stijl weet Van Gogh de Japanse harten te veroveren. Zijn het de bloemen, de natuur, de keuren of de indeling van zijn schilderijen. Ik weet het niet. Wel zagen 750.000 bezoekers deze tentoonstelling van Gogh & Japan al in SapporoOsaka en Kyoto.

 foto: de zee op een Japanse prent en door Van Gogh.

En nu is Amsterdam de gastheer van deze grote internationale tentoonstelling. Met circa 60 schilderijen en tekeningen van Vincent van Gogh en een rijke selectie Japanse prenten creëert het Van Gogh museum een bijzondere ervaring. Door de opstelling wordt duidelijk hoezeer Japan deze schilder en zijn werk veranderde. Vanaf 23 maart a.s. tot en met 24 juni is Van Gogh & Japan te zien aan het Museumplein. Ik vind deze tentoonstelling een must see!

 foto: een van de Japanse prenten.

Meer informatie en openingstijden vind je op Van Gogh & Japan

Nog een laatste woord over à la Japonaise. Niet alleen de kunst werd gegrepen door de fascinatie voor Japan, ook de keuken van de negentiende eeuw maakte kennis met gerechten façon Japonaise. Een keukenterm, die nog steeds bestaat. Het gaat dan niet om specifiek Japanse gerechten, maar over de bordschikking en garnituur. Gerechten op gelakte borden versierd met een bloem van dunne gember. Bijna 130 jaar later nog steeds en vogue. Zo zie je maar hoe Japan kan inspireren.

 foto: Japans geïnspireerd aspergerecht.

Worst maken met Meneer Wateetons.

foto: cover Worstbijbel.

Worst maken met Meneer Wateetons. Al heel wat jaartjes geleden maakte Gereons Keuken Thuis kennis met de kunsten van Joost in Hilversum. Toen nog getooid met baard, als een echte Vinex jager, legde hij in kookwinkel Oldenhof uit hoe je zelf worst maakte. Hij vertelde over vlees, het malen met een ouderwetse vleesmolen, het kneden, het vullen van de darm, het slingeren en knopen en nog veel meer. Het was me allemaal een beetje ontschoten tot de boekpresentatie vorige week donderdag onder de rook van Ransdorp. Daar in idyllisch landelijk Noord ligt de heerlijke stek van Boergondineren, waar Meneer Wateetons regelmatig zijn kunsten con brio vertoont. Want hij weet er alles vanaf, van ambachtelijk met eten en technieken omgaan. Uit zijn boeken blijkt dat Joost nooit over één nacht ijs gaat. Dat deed hij in Over Rook en Over Rot. Hij onderzoekt, probeert uit, kookt, knutselt en onderwijst. Met humor. En hij doet dat nu opnieuw met de Worstbijbel. Eén van de delen uit de serie culinaire bijbels, uitgegeven door Carrera Culinair.

 foto’s:  het malen van het vlees.

Worst maken gingen we dus. Verse worst van varkensvlees met kruiden in een darmpje. Het is zo simpel, mits je de juiste dingen aanschaft. En het is heerlijk om te doen. Mits je niet bang bent om de mouwen op te stropen en vette handen te krijgen. Het aanwezige gezelschap werd in teams van drie verdeeld om aan de slag te gaan met het koude, de temperatuur is belangrijk, vacuüm verpakte vlees. Grafisch ontwerper Tijs, Carrera uitgever Arjan en ik maakten de vleesmolen vast aan de tafel en begonnen met het rustig malen van het vlees tot dikke spaghetti-achtige slierten. Dat is doorwerken, want het malen vergt wat spierkracht. Ondertussen vijzelden we de gereed staande kruiden, zout en specerijen. Het kneden kon beginnen, niet zoals je deeg kneed voor koekjes of brood (dat lees je in een andere kookbijbel), maar lekker stevig. De vetten en eiwitten van  het worstvlees moeten er goed van langs krijgen. Dus aan de slag met slaan, stompen en kneden van de massa. Bij het maken van worst krijg je een gratis work out erbij.  Goed voor de bi- en triceps. En je kunt een stukje ergernis kwijt. Tenminste als je dat kwijt moet.
Het opzetstuk werd van de vleesmolen gehaald en voor een ander vulstuk vervangen.  Meneer Wateetons legde uit dat je deze ook met van een lege kitspuit kunt maken. Staat allemaal in de Worstbijbel beschreven. Het worstjes maken kon beginnen. De sfeer werd een beetje lacherig en het schuiven van de darm over de tuit en het vullen leverde nogal wat plastische opmerkingen op. Enfin, er werd weer gedraaid met de slinger en voor wij het wisten lag er zo’n anderhalve meter zelf gemaakte worst. Het verdelen in kleine  worstjes kon beginnen. Daar leerde Meneer Wateetons de techniek voor. Het eind resultaat werd dichtgeknoopt en klaar is Kees.

 foto: het eindresultaat.

Wat een leuke en leerzame bezigheid. Eén van de nuttige workshops, die je ook kunt volgen bij Joost. Maar dat is nog niet alles, na de workshop toog Gereons Keuken Thuis weer huiswaarts met in zijn tas de zelfgemaakte worstjes, de 496 pagina’s tellende Worstbijbel en een starterspakket om het alles thuis nog eens fijntjes over te doen, niet met verse, maar eens met droge worst. Laat ik eerst maar eens starten met het doorgronden van de materie van deze Worstbijbel.

 Worstbijbel, van malen tot knopen en van drogen tot roken, Meneer Wateetons (ISBN 9789048842261) is een uitgave van Carrera en is te koop voor € 29,99.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

VET van Bas Robben.

 foto: cover VET.

VET! Het zat er gewoon aan te komen, jeune premier kun je Bas Robben inmiddels niet meer noemen. Met zijn eersteling ZUUR won hij de publieksprijs voor het kookboek van het jaar 2016. Maar Bas wilde verder, een nieuw thema, dat hij lang stil wist te houden. Het werd VET, niet direct het meest favoriete onderwerp van veel kookboekenlezers en -kopers. Dankzij jarenlange informatie van onder andere het voedingscentrum en margarinefabrikanten heeft vet een wat verdachte bijsmaak.  En…. je wordt er dik van!  Robben is het hier totaal niet mee eens en hij startte een queeste naar wat hij de zesde smaak noemt. Move over umami, VET komt eraan. Het boek staat vol met fantastische, gulzige en decadente kookavonturen. Wat hij eerder met ZUUR deed doet Bas nu met inderdaad VET.

Het mooi vormgegeven kookboek start met een uiteenzetting van de functie en de smaak van vet. Waarom vet wel en niet gezond is, het verschil tussen on- en verzadigde vetten, boter, olijfolie, plantaardige en dierlijke vetten. Autodidact Robben laat in het eerste deel zien dat hij gedegen onderzoek pleegt alvorens los te gaan in de keuken. Dat was in zijn begintijd wel anders toen hij een varkenspoot trachtte te koken in de magnetron.

 foto: bitterballen van confit met Beerenburg

Na deze beschouwing gaan we koken, volgens het procedé van Robben. Een mix van traditioneel VET met Taiwanese invloeden meegebracht door zijn partner. Bas weet er altijd een mooie draai aan te geven in bijzondere recepten. VET is een uitstekend middel om voedsel te conserveren, net als zout en zuur. In het hoofdstuk over conserveren gaan we aan de slag met een leuke zaterdagmiddagbesteding, boter maken. Boter, die je trouwens ook kunt roken. Schmaltz van kippenvel en reuzel staan op het menu. Deze vetten geven je gerecht net dat vollere mondgevoel. En dan de homemade lardo (Italiaans of Taiwanees), need I say more? Voor een aardappel rogge pizza met rozemarijn.

Frituren, het geeft zo’n heerlijke odeur aan je interieur. Bas frituurt daarom altijd buiten. Hij vertelt over frituurvet, maakt groentetempura met nori-eendenvetmayo. Wat een spannende snack. En hij onthult zijn friet voor luie mensen zoals hij. Konfijten mag natuurlijk niet ontbreken. Het is een van de mildste manieren om eten te garen. Anders dan frituren geeft deze methode een andere structuur aan je eten. Bas Robben legt het allemaal duidelijk uit. Gekonfijte tomaten, makkelijke rillettes en natuurlijk confit de canard, die we verderop terug zullen zien als basis voor bitterballen met Beerenburg. Van het laatste drankje heb ik nog een fles staan, dus aan de slag. Infusies & emulsies, voor olieën met smaak. Zoals decadente chili-olie of gebrande coquille met verbrande prei-olie. Wow factor gegarandeerd.

 foto: decadent vet dessert.

VET kan je gebak maken of breken, het is een onderdeel van de structuur. In Bakken & IJs geeft Robben mooie voorbeelden. Doe je dure Lancaster handcrème de deur uit en maak spritsen of Bretonse kouign-amann, het voluptueuze zusje van de croissant au beurre. Mascarpone softijs of het decadente burrata met tonkameringue, karnemelkgranité en geroosterde perensap.

Blijven de drankjes over en wat is het leven van Bas zonder cocktails. Net als in ZUUR maakt hij VET lekkere cocktails, zoals een mescal sour met hibiscus en venkelzaadolie. Daring net als zijn pornstar martini uit ZUUR.

Het laatste wat ik wil zeggen is dat VET een geweldig pleidooi is om je schroom voor deze smaakmaker te laten varen. Bas Robben en alleen die aan dit boek hebben meegewerkt zijn hierin geweldig geslaagd. Gereons Keuken Thuis is al benieuwd naar de volgende uitdaging. Maar eerst is er nu VET. Een mooie opvolger van ZUUR, alhoewel deze smaken natuurlijk ook complementair zijn. Homemade pickles bij de vette rillettes van Bas zijn niet te versmaden.

 foto: luxe chili-olie.


VET, Bas Robben (ISBN 9789461431837) is een uitgave van GoodCook en is on- en offline te verkrijgen voor € 24,95.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Oranje wijnen.

 foto: oranje wijnen.

Oranje wijnen, wat zijn dat? Gereons Keuken Thuis moest het exacte antwoord ook schuldig blijven. Weliswaar had ik weleens van de nu hippe qvevri wijnen uit Georgië gehoord en ook eens een oranje wijn van Sardinië geproefd, maar verder reikte mijn neus- en mondgeheugen niet. Tijd dus voor een kennismaking met deze wijnen tijdens Vini bio in hotel Casa400 aan de Amsterdamse Ringdijk. Altijd een fijne locatie om terug te keren.  Oplettende lezers weten dat ik daar heel wat jaartjes doorgebracht heb in mijn studententijd, maar dat terzijde. Oranje wijnen dus vormden de aftrap van deze wijnmiddag en wie kon daar nu beter over vertellen dan expert Simon J. Woolf, gelauwerd wijnschrijver. Woolf heeft heel veel kennis van deze speciale wijn en raakt er zowel live als op papier niet over uitgepraat. Dat deed hij op deze maartse ochtend en doet hij op zijn blog The Morning Claret.

Oranje wijnen zijn hip maar geen recent fenomeen. In Georgië worden ze al sinds mensenheugenis, zo’n 8000 jaar, gemaakt in ingegraven amforen, qvevri geheten. De productie in Friuli Venezia Giulia en Slovenië is van recenter datum, zo’n honderdtachtig jaar. En sinds een tijdje worden er ook oranje wijnen gemaakt in andere delen van Europa.

 foto: oranje wijn expert Simon J Woolf

Andere namen voor deze vierde kleur in het wijnpalet zijn amberwijn of zoals Woolf het noemde skin contact wijnen. Want oranje wijnen zijn witte wijnen, gefermenteerd met de schillen. Een ander proces dan de normale productie van witte wijn, waarbij alleen het uitgeperste sap vergist. Oranje wijnen kennen ook niet de tegenwoordig gebruikelijke temperatuurregeling.

Woolf hielp ook wat misverstanden uit de weg. Oranje wijnen zijn niet per se natuurwijnen, noch zijn het geoxideerde wijnen en ze worden niet altijd in amforen gemaakt. In Friuli gaat deze wijn in houten vergisters, in Catalonië in amforen en de maceratie met schil en al kan natuurlijk ook gewoon in staal plaatsvinden. Gewoon de keuze van de producent om de maximale smaak en consistentie te bereiken.

  foto’s: traminer van Weingut Gsellmann.

Hoe smaken oranje wijnen? Heel divers kan ik nu na de masterclass van Woolf zeggen. We proefden een bubbel van wijgaard Croci uit Emilia Romagna, vol citrusfruit. Hierna volgde een spannende oranje wijn gemaakt van de traminer, producent Gsellmann uit Oostenrijk, geconcentreerde smaken en dan te bedenken dat het schilcontact slechts tien dagen is. Verder ging het met drie wijnen uit Friuli en Slovenië. Misschien omdat het voor mij nieuw was, maar ik vond ze in eerste instantie wat moeilijk te doorgronden. Gesloten neus, veel zuren, mooie afdronk. Het zijn duidelijke eetwijnen. Als aperitief zou ik toch gaan voor wit zonder schilcontact. Een uitblinker vond ik de A Pel van wijngaard Loxarel uit 2016. Catalaanse oranje wijn van de xarel-lo, gemaakt in amforen. Lange vergisting en maceratie van 25 tot 150 dagen. Een feestwijn vond ik.

 foto’s: Caves Loxarel.

En als showstopper kwam de oranje wijn uit ons “eigeste” Brabant van Dassemus in samenwerking met Woolf en Daxivin. Bio geteelde souvignier gris uit Chaam, 17 dagen geweekt. nog niet op fles maar veelbelovend. Een ervaring rijker toog Gereons Keuken Thuis weer westwaarts. Dank aan Ghislaine Melman voor de organisatie. Ben benieuwd hoe zo’n oranje wijn kan worden ingezet bij de smaken van Bas Robben in zijn nieuwste boek VET, maar daarover later meer.

 foto: de Chaamse wijnmaker.

Zes seizoenen van Joshua McFadden.

 foto: cover Zes seizoenen.

Zes seizoenen, Joshua McFadden. Een nieuwe kijk op koken met groenten van deze groentetovenaar. Het is vleesloze week in Nederland, een week zonder lapje varkensvlees, kippenpootje of runderworstje. Gelukkig is het helemaal 2018 en hip om wat meer groenten te eten. Fijn voor je lijf, maar ook voor het milieu en de grap is dat dit niet beperkt blijft tot onze landsgrenzen. Ook in de VS worden mooie boeken gemaakt rond het koken met groenten. In Gereons Keuken Thuis ligt nu het boek van kok en groenteteler Joshua McFadden, bijgestaan door Martha Holmberg. Chef McFadden verruilde de Big Apple voor het rurale bestaan in Maine. Op de Four Season Farm, real farming & real food,  leerde hij de fijne kneepjes van biologische teelt en tuinieren. Hij kreeg de leiding over de tuin en startte direct met koken. Hij werd door vies te worden een betere kok, aldus McFadden. Hij verruilde Maine voor Rome. Deze twee ervaringen veranderden zijn kookstijl voor altijd. Hij leerde met de seizoenen koken. Tegenwoordig bestiert hij het populaire “Roman inspired” restaurant Ava Gene’s in Portland, Oregon.

Zes seizoenen? We kennen er toch maar vier? Inderdaad, maar de schrijver vindt dat je daarmee jezelf tekort doet. Met name de zomer kent volgens hem drie gezichten. (weet niet of dat voor ons klimaat opgaat?)  Reden voor McFadden om zijn 225 recepten met groenten te verdelen over zes seizoenen.

 foto’s: zomerse groenten

McFadden heeft de lat hoog gelegd, zo blijkt uit het eerste hoofdstuk. Hij wil van iedereen, op welk niveau dan ook, een betere kok maken. Het boek start met aanwijzingen bij het koken. Eigenlijk niet vreemd als je bedenkt dat dit een kookboek is, dat is verschenen in de VS, de wieg van het grab&go, dat je hipsters in steden tegenwoordig ziet doen. Dus als tegenwicht wat DIY is helemaal niet zo slecht.

Hierna volgen de voorraadkast en standaardrecepten voor krokant, romig, sauzen, dips en dressing. Brood, taartdeeg en granen. En nog wat andere basistechnieken en -recepten.

Seizoen no. 1, de lente, komt voor de schrijver altijd precies op het moment dat hij verveeld raakt van wintereten. Voorjaarsgroenten passeren de revue. Een salade van rauwe artisjok, kruiden amandelen en Parmezaanse kaas. Alleen te maken met hele jonge artisjokken. Asperges lonken, gegrild met tuinbonen en broodkruim. Geen overdadige ingrediëntenlijst bij de recepten. Tot slot een pasta carbonara met verse erwtjes. Ik zou de lente van McFadden “lightness of being”willen noemen. De vroege zomer, seizoenen gaan nooit netjes in elkaar over. Vroege bietjes om te stomen, worteltjes om te grillen en lamsragout als verdwaald gerecht, overigens wel vol verse groenten. Joshua McFadden gaat wel met mate aan het vlees.

 foto: geroosterde broccoli met tonnato.

Midsummer, broccoli komt voorbij in een rigatoni met broccoli en worst. Of geroosterd met tonnato. Een bloemkoolbiefstuk met provolone of courgette met tonijn uit de oven. Ik krijg nu al zin in het al fresco gebeuren op mijn balkon. Lekker licht eten en een mooie stimulans voor mij om meer met groenten te doen op het buitengrilletje. De nazomer met mais, aubergine en een keur aan tomaten. Voor gegrilde mais met alla diavolaboter of de pasta alla Norma en Toscaanse panzanella.

 foto: crostata met snijbiet!

Zes seizoenen gaat verder met de herfst, een crostata van snijbiet, boerenkool en palmkool komen voorbij (persoonlijk vind ik dat wintergroenten)voor zoetzure palmkool als bijgerecht of een Ierse calcannon met waterkersboter. De winter dient zich aan knolselderij en sluitkolen. Voor Mcfadden betekent het  aardse smaken, winterharde groenten met natuurlijk antivries in de vorm van opgebouwde suikers. Voor een recept van gefrituurde kool met zaden en citroen of wat te denken van een koolrabibrandade?

En hiermee is het jaar rond. Joshua McFadden verdeelde het in zes seizoenen. Ik sluit me aan bij de eigenaren van Four Season Farm in het voorwoord, die van mening zijn dat een jaar 365 seizoen heeft. Zes seizoenen van Joshua McFadden is een ware uitdaging voor Gereons Keuken Thuis om meer met groenten te doen. Ik ga hier nog veel lees- en  kookplezier aan beleven.

 foto’s winter, brandade gemaakt van koolrabi

Zes seizoenen, een nieuwe kijk op koken met groenten, Joshua McFadden & Martha Holmberg  (ISBN 9789000359653) is een uitgave van Spectrum en is “liever” lokaal te koop voor € 35,00

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer