Gereons goulash.

 foto: Gereons goulash

Gereons goulash. Het schoot me deze week ineens te binnen. Lang niet gemaakt, Het stond als gerecht op mijn thuisafgehaald menu. (Overigens nooit opgehaald, maar dat geeft niets) Goulash of zoals deze stoofpot in mooi Hongaars heet: pörkölt, want gulyas is een soort soep. Gestoofd  vlees met de vrucht van het Hongaarse land de paprika, rood, geel of groen. Nederland maakte via pakjes en zakjes kennis met goulash in de seventies.

Paprika, vers of in allerlei varianten poeders. Ga eens kijken op de centrale markt van Boedapest vlakbij de Kettingbrug en je ziet het rode goud in allerlei gedaanten. Dan weet je ook waarom mensen, die werken in een paprikapoederfabriek rode kleding dragen. Een witte overall zou niet lang zijn maagdelijke kleur behouden.

Goulash, het liefst zou ik het eens maken als heiduken doen op de uitgestrekte poesta. In een keteltje hangende aan een driepoot boven een houtvuur. Is dat niet instant mannelijke foodbloggers porn. Zo van je paard, je tent net opgezet, hout gesprokkeld en stoven maar. Past zo in de wilde weken, waar ik al eerder blogs over schreef.

Maar nu naar Gereons goulash, juist ja, die van thuisafgehaald. Ik vind het een gerecht, dat deze grauwe dagen opvrolijkt. Wat pit in den donder geeft. En hoe langer het op het vuur staat, des te steviger de pittigheid van de rode paprika en het vlees zich vermengen. Dat deed ik afgelopen zaterdag ook. Op zaterdagochtend gingen, met muzak van Yonderboi op de achtergrond, alle ingrediënten in de pan om twee stoofsessies van 3 uur verder op zondagavond te worden op gesmikkeld  Gereons goulash met een stevig glas rood stierenbloed uit Eger. êtvágyat!

 

 foto: klaar voor de start.

Nodig:

1 kg runder riblappen

3 rode uien

1 stevige winterwortel

3 rode paprika’s

4 tenen knoflook

2 tl tijm

1 tl chilipoeder

2 el paprikapoeder

2 dl runderfond

1 glas rode wijn

peper en zout

2 el bloem

50 g boter

extra water

Bereiding:

Was de rode paprika’s en snijd deze in stukken. Rasp de wortel en snijd in blokjes. Snijd de rode uien, maar niet te fijn. Hak de tenen knoflook in stukjes. Snijd het vlees in blokjes en bestrooi met bloem zout en peper. Voeg als laatste een el paprikapoeder toe. verhit de boter en braad het vlees om en om aan. Blus af met wat rode wijn. Fruit in een andere pan de uien aan en voeg deze toe aan het vlees. Zet de paprika en wortel even aan in dezelfde pan samen met de tomatenpuree. Voeg de fond, een el paprika poeder, tl chilipoeder, gehakte knoflook en tijm toe en verwarm. Giet dit mengsel over het vlees, zodat het onderstaat en voeg eventueel wat water toe. Het vlees moet onderstaan. Laat het geheel op laag vuur en een sudderplaatje minimaal 3 uur stoven. (Ik deed er 6 uur over)  Voeg tussentijds nog wat vocht toe. Serveer de goulash uit de pan met stevig zuurdesembrood of heel retro met gekookte rijst en erwtjes. Dat laatste deed Gereons keuken thuis op zondagavond. (niets wilds aan)

Mamoesjka, Olia Hercules.

 foto: Mamoesjka

Ik herinner me nog de lange betonnen denderbaan, die leidde van het vliegveld Boryspil naar Kiev. Een filmdecor voor een Bondfilm uit de sixties. De agenten met grote petten. Cliché allemaal. Beantwoordend aan het beeld, dat ik destijds had van een ex Sovjet republiek. Hetzelfde gold voor het eten dat werd geserveerd tijdens mijn bezoek aan Kiev. Grauw en doorgekookt, om direct weg te spoelen met de vele glazen wodka, die bij elke toast van de gastheer weer werden volgeschonken. Maar dat is lang geleden. Dat was Kiev toen.

In Gereons Keuken Thuis ligt nu het boek Mamoesjka, dat een heel andere kijk geeft op dit land en keuken. Niets grauws aan. Blozende mamoesjka’s, die hun kroost het lekkerste voorzetten uit Oekraïne, Moldavië, Rusland en de Kaukasus. Olia Hercules, de schrijfster, werd geboren in het zuiden van Oekraïne. In een streek bij de Krim, met zachte winters en mooie lange en warme zomers. Niets grauws aan. Zij heeft er goede herinneringen aan. Net als aan de keukens van haar grootmoeder Lusia en tante Zhenia. Deze mamoesjka’s verwenden iedereen met de heerlijkste seizoensgerechten.

Pas jaren later, toen de conflicten in dit land losbarsten, besefte Olia, dat het tijd was alle recepten vast te leggen. Aanvankelijk als een soort reisgids naar een onbekend culinair gebied. Maar toen het eenmaal af was, lag er een veel breder kookboek. Een vrij kookboek, want geen van de recepten is bindend, volgens Olia. Het gaat erom plezier te beleven aan het koken. De sfeer te proeven. Alle culturele achtergronden van Olia, van Joods tot Armeens, van Moldavisch tot Oekraïens zijn verwerkt in de recepten. Daar is de schrijfster in geslaagd. Met likkebaardend lekkere fotografie.

Het boek start, hoe kan het ook anders, met soepen en bouillons. Krachtige smaken, zoals de zuringbouillon of een deftige soep voor de tsaren, met verse rivierkreeftjes. Of een spannende Armeense yoghurtsoep.

Brood en deeg is het tweede hoofdstuk, met een pampoesjka, een Oekraïens knoflookbrood, dat doet denken aan een gezellige dikke vrouw. Althans in de volksmond. Of…,wat te denken van flapjes met tartaar van lamsvlees, een gerecht van de Krim Tataren?

Olia gaat verder met salades en groente zoals een Georgische bonensalade of gevulde koolbladeren. Oost-Europeser bestaat bijna niet zou je zeggen.

Olia besteedt aandacht aan noedelgerechten, zoals in een gerecht van krabbetjes met knoedels. Hierin komt de Bessarabische achtergrond van de schrijfster naar voren. Of wat te denken van noedels met gans of syr, de kaas die in vele huishoudens wordt gemaakt. Oekraïners eten syr overal bij, dus ook bij noedels. Hercules sluit dit hoofdstuk af met Moldavische polenta.

Vlees en vis staan ook op het menu. Kip van de barbecue met het in de Oekraïne veel gebruikte kefir, een yoghurtdrank. Ze wijdt de lezer in in het wel en wee van de “Oekraïense drug” salo, gepekelde varkensbuik. Die ga ik zeker snel eens maken. dat lijkt mij heerlijk bij zuurkool. Of haar recept voor rivierkreeften.

Een boek als Mamoesjka is natuurlijk niet compleet zonder een hoofdstuk over gefermenteerde en ingelegde groente. Volgens mij hebben de mamoesjka’s daar patent op. Zure augurken, gefermenteerde tomaten, jams en ingemaakte vruchten. Zij pronken allen in de voorraadkast.

Het volgende hoofdstuk gaat over gebak, over taartjes. een kaascake met wederom de homemade syr. Pompoenbroodjes en drenkelingendeeg. De schrijfster weet er mooi over te verhalen.

Het boek sluit af met dranken. Dat vind ik leuk, omdat er in veel kookboeken niet vaak wordt verteld over de huisgemaakte en -gestookte drankjes. In het land van Olia nog steeds een gewoonte.

Mamoesjka is één woord een ode aan het Wilde Oosten. Een boek over een totaal onverwachte keuken. Warm, landelijk en eenvoudig. Geen poespas. Allen aan tafel en de glunderende mamoesjka schept op. Het wordt een gezellige herfst in Gereons Keuken Thuis. Za vashe zdorovya! Op je gezondheid.

Mamoesjka van Olia Hercules. (ISBN9789045211527) is een uitgave van Karakter Uitgevers, karakteruitgevers.nl en is te koop voor € 24,95

Onbekend, niet onbemind. Een Heiduken recept.

“Onbekend maakt onbemind. Dat geldt voor mensen of dingen, maar ook voor keukens. Dat is best jammer. Op dit blog worden de Oost-Europese recepten van culi-schrijvers uit het hele land geplaatst. Voelt u zich vooral vrij om te reageren en uw eigen favoriete gerechten te vermelden: hoe meer lekkers, hoe meer vreugd”  Oproep op www.receptenmeldpunt.blogspot.com

In de vijfde eeuw na Christus, vlak na de val van het Romeinse Rijk vestigden zich in het gebied dat wij nu Roemenië en Hongarije noemen nomadische volkeren van de steppen van Centraal Azië. De trek naar het Westen is dus niet nieuw. Op zoek naar weidegronden voor hun vee belandden de Magyaren in het centrale deel van Europa op de Puszta.

Heiduken (hajdú) waren veedrijvers, die over grote afstanden reisden met het vee. Een heiduk moest veel uithoudingsvermogen en kracht hebben. Zij beschermden het vee tegen roofdieren, rovers en bandieten.

Later werden deze bikkels ingezet als lijfwacht of soldaat tegen de Turkse invasie. Heiduken zijn vooral bekend om hun zwaarddansen. Hun werk op de Puszta vroeg dan ook om stevige kost.

Bijvoorbeeld een stevige zuurkoolschotel, hajdúkaposzta, vaak klaargemaakt in de typische ketel, die veel in Hongarije wordt gebruikt.

Nodig 4 personen:

2 flinke uien

60 g boter

olie

1 tl paprikapoeder

2 tenen knoflook

800 g gezouten varkensvlees of hamlappen

4 grote aardappelen

800 g zuurkool

4  dikke plakken gerookt spek

extra paprikapoeder

1 rode paprika in blokjes

1 tl tijm

Bereiding

Fruit de uien in hete boter, voeg de paprika poeder en knoflook toe. Let op dat de knoflook niet verbrandt. Voeg het gezouten varkensvlees* toe of hamlappen die een nacht in grof zout hebben gelegen en daarna zijn afgespoeld en gedroogd. Voeg water toe en breng aan de kook. Voeg, als het vlees halfgaar is, de geschilde aardappelen en zuurkool toe. Kook tot alles gaar is. Maak inkepingen in  het gerookt spek en doop in wat parikapoeder. Verdeel de zuurkool, vlees en aardappels over borden en zet de spek er dwars op, als soort kroontje. Bestrooi met tijm en garneer met wat verse rode paprikablokjes.

* let op dat als je sterk gezouten vlees koopt bij bijvoorbeeld een Bulgaarse of Poolse winkel, dat je het even in melk weekt.

Noot: gerecht geinspireerd op kookboek Hongaarse specialiteiten, uit de reeks Culinaria van Könemann, een mooi standaardwerk over culinair Hongarije.  Historische informatie uit “a brief history of Hungary”