WILD van Bruno Doucet.

foto: het ree tussen de vignes.

WILD van Bruno Doucet, 85 recepten en alle technieken, die je nodig hebt voor de bereiding. Het is oktober, wildmaand op Gereons Keuken Thuis en dan ontvang ik van uitgeverij Terra dit prachtige boek. Het begin: opgroeiend in een boerenfamilie mocht de vader van Bruno Doucet, Claude, als 10- of 12-jarige mee op jacht met zijn vader. Een niet ongebruikelijk coming of age ritueel op de Franse campagne. Na het gewone werk op de boerderij trokken de jagers eropuit en keerden dan voor de lunch terug met een weitas vol klein wild. De jacht herhaalde zich daarna in de middaguren. Toen Claude Doucet volwassen was werd het kleinwild ingeruild voor grootwild. Een andere tak van sport zullen we maar zeggen en later hij gaf zijn passie voor de jacht door aan zijn zoon Bruno. Voor zover Bruno Doucet zich kan herinneren zag hij zijn grootvader en vader jagen. Elk weekend vanaf kinds af aan jaagden zij op WILD op het terrein van ouders Doucet, kwekers in de buurt van Tours. Hier werd de basis gelegd voor zijn culinaire carrière. Bruno ging naar de hotelschool en werd chef-kok. Hij haalde tevens zijn jachtvergunning en is sindsdien een culinair- en jachtexpert in Frankrijk.

foto: illustratie van koningsfazant uit WILD.

Geen seizoen wordt meer overgeslagen. Doucet beleeft veel plezier aan het bereiden van eigen geschoten wild in de keuken. Je zou kunnen zeggen, dat wild in wezen duurzamer vlees is dan het vlees, dat op grote schaal wordt gefokt en geslacht, nadat de dieren zijn gemest, met mais en andere gewassen. WILD betekent een minder grote belasting voor het milieu. Alhoewel, als iedereen nu gaat jagen, hoeveel stikstof produceren de kruitdampen?

foto: déjeuner na de jacht.

WILD begint met de geschiedenis van de jacht in Frankrijk en Nederland, de verscheidene jachtmethodes en geschiedenis van de wildkeuken. Er zijn namelijk verschillen tussen het jagen op klein- of grootwild. En of je werkt met een staander hond of speurhonden meute. Het stuk over jacht en de keuken is ook interessant. Doucet beschrijft in WILD verschillende kookboeken vol technieken om wild te bereiden. Daarna volgt een catalogus van veder- en haarwild. Van patrijs via Schotse sneeuwhoen tot wintertaling. Gelardeerd met prachtige terroirfotografie en illustraties. Per vogelsoort verteld Bruno Doucet over de kenmerken. Dan volgt het kleine haarwild, in Europa betekent dat veelal haas of wild konijn. 

foto: gebraden reebout

Het derde deel bestaat uit groot- of grofwild, het ree, hert of everzwijn. Heel Frans vind ik ook, dat de gems een rol krijgt. Tot slot besteedt de schrijver aandacht aan specifiek wild, dat in Nederland niet meer wordt bejaagd, zoals de gaai en hotsnip. Het slotstuk gaat over de “clandestiene”jacht op de ortolaangors. Een vogeltje omringt met mythes. In het tweede deel van WILD gaat Bruno Doucet koken. Paté en croute van zomertaling of een nougat van haas uit de Beauce (departement Eure et Loir). Watersnip uit de Camargue of lijsters uit de Var. Boerenterrines komen aan bod. Alles op een rustieke wijze gefotografeerd door Louis Laurant Grandadam.

foto: lijsters uit de VAR.

Alle recepten in WILD zijn gewoon likkebaardend lekker en het terroir spat van de plaatjes af. Naast kleinwild gaat  Bruno Doucet in WILD aan de slag met hert, ree en zwijn. al dan niet gecombineerd met ganzenlever, stevige sauzen. Ik noem het gewoon France profonde eten. Zoals een gebraad van reebout. Het boek sluit af met bijgerechten, fonds, marinades en boters. Wat zal het in de keuken van Doucet heerlijk aards ruiken.

foto: boerenterrine van houtduif met kool en ganzenlever.

In ieder geval vindt Gereons Keuken Thuis, dit vuistdikke boek WILD van Bruno Doucet over jacht en het bereiden van wildgerechten een must have en één bonk terroir. Al kook je er niet uit, dan nodigt dit prachtige boek de lezer uit om mee op pad te gaan door de campagne, die chef-kok en jager Doucet zo koestert. Lekker mijmeren met een glas rode Chinon… instant herfstgevoel!

foto: de jager in het wild.

WILD, Bruno Doucet (ISBN 9789089897985) is een uitgave van Terra en is te koop voor € 45,00

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

PROVENCE, Alex Jackson.

foto: bagna cauda met gegrilde groenten en rode wijn.

PROVENCE, Alex Jackson. Deze prachtige streek is back on track. In de keuken van SeaSpot ligt nu een kookboek waarmee het heerlijk is nazomeren. Alex Jackson is een self declared francofiel, studeerde Frans in Parijs en verpandde zijn hart aan de Provence en cuisine uit deze streek. Hij begon zelfs een restaurant in Londen, Sardine, waar Provençaalse huiselijke kost de boventoon voert op de kaart. Geen oh la la ingewikkelde gerechten à la Française, maar pure ingrediënten zo van onder de Provençaalse zon. Jackson zorgde hiermee voor een herwaardering van deze keuken in Engeland. Nadat Peter Mayle de Provence onsterfelijk maakte in zijn boek, trokken veel bleekneuzige Britten naar dit deel van Frankrijk om zich te laven aan het mooie leven aldaar. Echter in de jaren negentig verschoof het accent van Frankrijk naar Italië, misschien wel mede door die andere schrijver Frances Mayes, die met haar boek Een huis in Toscane, de deur openzette voor Italië. Maar dit terzijde op deze eerste herfstdag. Alex Jackson geniet dagelijks van de Zuid Franse gerechten, die in wezen niet veel verschillen van de keukens van Ligurië en Catalonië. Verse waar staat voorop, de zee is nooit ver weg, er zijn overal kruiden te plukken en er is olie. Waar boven Valence de keukens zich wentelen in de boter, de Sud Ouest het doet met ganzen- en eendenvet, in de Provence draait alles om olijfolie, het groengele goud voor in de gerechten. En als je alles goed gebruikt proef je als het ware de Provence.

foto: Grande Bouffe met bouillabaisse.

Heel bijzonder is, dat elke maand Jackson in Sardine een zogenaamde Grande Bouffe organiseert, een smikkel- en smul partij rondom een bekend Zuid Frans gerecht. Recepten uit kookboeken, die hij geweldig vindt en koken met de meest mooie ingrediënten. Een echt feestmaal tussen de normaal huiselijke maaltijden, die hij serveert. In aparte hoofdstukken in dit kookboek doet hij zijn werkwijze uit de doeken. Maar nu gaan we de seizoenen, waarin het boek verdeeld is verkennen. PROVENCE start met de lente, waarin er een keur aan verse groenten en fruit is. De eerste tuinbonen, asperges, hopscheuten en sla. Het is feest op de markten. de warme Provençaalse zomer volgt. het jaargetijde waarmee de meesten de Provence associëren. Rijpe meloenen uit Cavaillon, soupe au pistou en lang tafelen in de schaduw. De Barbecues gaan aan en er wordt gepicknickt met pan bagnat. Malin! Een tijd van overvloed.

foto: herst met gefrituurde panisse uit Marseille.

Gereons Keuken Thuis wil, hoe kan het ook anders op deze 23e september stilstaan bij de herfst van Alex Jackson. Net als voor mij het favoriete seizoen van Jackson. De lucht wordt koeler, een tijd vol noten, truffels, wijnoogst, fruitsoorten, die smachten om te worden verwerkt. Alex Jackson citeert zelfs dichter Keats met de zinsnede “mists and mellow fruitfulness”. Pompoenen arriveren en na de hitte van de zomer wordt het tijd voor steviger smaken. Dat merk je ook in de gerechten van dit najaar, gefrituurde panisse, een kikkererwtensnack, krokante varkensoren met appel-aioli, eekhoorntjesbrood met persillade of fazant uit het veld met druiven en rode wijn. Ik kan de Provençaalse herfst bijna proeven.

Tot slot de winter, de olijfolie is binnen, er wordt volop op gejaagd.Salade maken plaats voor stoofgerechten. Voor een fanatieke kok is de Provence in de winter een paradijs, koken met de dingen die je vindt. Een rijkdom, die de gemiddelde toerist nooit krijgt te zien.

Wat een heerlijk kookboek heeft Alex Jackson met PROVENCE gemaakt, de huiselijke keuken van de Provence. Ik weet nu al zeker, dat zijn gerechten het komende najaar en winter een prominente plek in mijn SeaSpot krijgen. Ik kan de senteurs Provençales nu al ruiken. Met recht een farewell to summer.

foto: cover PROVENCE.

PROVENCE,  heerlijke seizoensgerechten uit Zuid Frankrijk, Alex Jackson (ISBN 9789461432186) is een uitgave van GoodCook en is on- en offline te koop voor € 25,95

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Sobremesa, het Ibiza van Sergio Herman.

Sobremesa, het Ibiza van Sergio Herman. Het favoriete onderdeel van de dag op Ibiza is de nazit na een copieuze lunch in de schaduw. Een goede gewoonte, de koffie komt op tafel en eventueel een glas knalgroene hierbas. Er wordt nog wat gekeuveld en nagenoten van het eten. Soms duurt de sobremesa zolang, dat het alweer tijd is voor tapas of de volgende maaltijd. Het heerlijke landerige bestaan van  Sergio Herman op Ibiza. Deze momenten ervaart hij als puur en persoonlijk geluk. Zijn hoofd leegmaken, nieuwe ideeën en concepten verzinnen. Dat gaat hem hier op la isla blanca goed af. Alle recepten in Sobremesa ontstonden in één dag. Het was hard werken, vertrouwde schrijfster Mara Grimm, die samen met Herman voor deze productie tekende mij toe tijdens de haringparty. Reden voor mij om uit te kijken naar dit boek en vandaag, noem het een rondje van de zaak, een recensie op basis van een PDF. Daar werk ik namelijk niet graag mee. Maar dat terzijde.

Laten we duiken in het Ibiza-gevoel van Sergio Herman. Daar horen mooie gerechten en dito sfeerplaatjes bij. Dit maakt het een ultiem nazomerboek. Als je nog de naderende herfst wilt uitstellen. Koelere luchten in september boven de nog warme Middellandse Zee. Ibiza betekent eenvoud voor de chef, verse ingrediënten van het land en de borden worden ook minder strak opgemaakt dan je normaliter zou verwachten van Herman. Niet vreemd als je bedenkt dat juist easy living het grote kenmerk en aantrekkingskracht van dit eiland is.

Sobremesa start met basisrecepten, van mousseline tot een heuse basispaella. We gaan het land op, de campo van Eivissa, dat in tegenstelling tot de met clubs en uitgaanders bezaaide kustweg van het vliegveld naar stad een oase van rust en contemplatie is. Sergio Herman kookt van de campo, groentegerechten, een gazpacho (eigenlijk geen favoriet van hem) als salade. Paprikarolletjes met komkommer en bulgur. Geserveerd op het keramiek van Charlotte. Robuuste eenvoud. Vaak, zo vertelt hij gaat hij uitgeput het vliegtuig in, bekaf van alle afspraken en deadlines, maar bij aankomst op Ibiza krijgt Sergio een adrenalinekick. (Zou die werking van Es Vedra dan toch kloppen?) De witte dorpjes met hun lieve kerkjes, het doet hem allemaal wat. De contrasten, je kunt natuurlijk dansen tot je erbij neervalt, maar ook de rust op het eiland is iets wat je meeneemt. Ik kan dat beamen, ’s nachts naar de sterren kijkend ver van het partygeweld of overdag genieten van de wijdsheid op heerlijke stranden. Overzicht.

Sobremesa gaat verder, met hoe kan het ook anders MAR. De zee is altijd aanwezig, Met vis van een pescaderia in San Juan, verse vis, waar Sergio graag mee aan de slag gaat. Voor in het Catalaanse fideua, een tempura van sardines of zeebaars met citrus en komkommer. Op smaak gebracht met het goud van Ibiza: SAL! Als je richting Sa Canal rijdt kom je uit bij de hoge bergen, geen sneeuw, maar zout uit de salines van dit eiland. Een prachtig natuurlijk paradijs.

Montaña, de bergen, alhoewel Ibiza geen echte bergen heeft valt er in het heuvellandschap heel wat te grasduinen. Een Moors kippetje, de intens rode kleur van de bodems, daarboven een blauwe lucht. Gevulde empanadas of een pastagerecht van linguine met venkel en Ibicenco worstjes. Je proeft als het ware la tierra. Ik snap wel waarom Mara Grimm mij vertelde dat het heerlijk werken was aan Sobremesa. Want recht om de hoek in de heuvels is Ibiza ontdaan van alle frou frou, toerisme en lawaai en wat rest is de pure eenvoud. Nog wat zoets en de sobremesa kan beginnen. Als ik op deze wat grauwe dinsdag naar buiten kijk, krijg ik spontaan het idee om naar dit eiland af te reizen en bij Sergio Herman aan te schuiven. Sweet dreams of  la buena vida, maar vooralsnog kom ik deze ochtend wel door met dit kleurrijke boek en een sterke mok koffie. Een nazomerse sobremesa. Disfruta!

Sobremesa, mijn Ibiza, Sergio Herman, met tekst van Mara Grimm (ISBN 9789048844388) is een uitgave van Carrera en kost € 34,99 


Noot: De PDF van dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

,

Autunno in Barbagia.

foto: Autunno in Barbagia, a tavola.

Autunno in Barbagia, Herfst in het bergachtige binnenland van Sardinië. Morgen begint het festival, dat duurt tot en met 15 december 2019. In 32 dorpen, waaronder het bij RTL4 adepten bekende Ollolai, worden festivals gehouden, waar je kennis kunt maken met de lokale cultuur, kunst, nijverheid en gastronomie van dit weinig bekende gebied in de provincie Nuoro. De kust van het op één grootste eiland in de Middellandse Zee is al bij velen bekend. Het bergachtige binnenland des te minder. Vanaf Amsterdam vlieg je bijna dagelijks met een groene en oranje low cost vervoerder naar de luchthaven van Olbia, de poort naar dit mooie gebied.

foto: kastanjes roosteren in Aritzo.

En in de herfst is het heerlijk vertoeven op Sardegna. De wijnoogst is binnen, er zijn geroosterde kastanjes, mirto besjes en likeur ervan en de Sardijnen vieren het leven. Wist je trouwens dat Sardinië een van de Blue Zones is, waar veel mensen in zeer goede gezondheid zeer oud worden. Samuele Pitzalis van Keepalivetours kan je hier van alles over vertellen tijdens de tochten, die hij door dit gebied organiseert. Maar nu dwaal ik af. 

foto: traditionele wijnoogst in Barbagia

De gelegenheid, waarom ik woensdag 4 september Het West-Indisch Huis in Amsterdam bezocht was het persevent over Autunno in Barbagia, een drie maanden durend groots opgezet festival, waar de gastvrije Sardijnse dorpelingen hun deuren letterlijk openen. Elk weekend organiseert één van de dorpen een evenement. Je kunt ambachtslieden bezoeken, een heuse bruiloft in Sardijnse stijl bijwonen en natuurlijk smikkelen en smullen van de heerlijke Sardijnse keuken. Alhoewel ik niet weet of ik de lokale madenkaas, casu marzu, nu snel zou proeven. Tijdens het evenement noemde een deelnemer het de Sardijnse viagra.

Zal wel zo zijn. Segui la tua pasione, scopri la tradizione is de vlag waaronder Autunno in Barbagia plaatsvindt. Op de site van Cuore della Sardegna vindt je het hele programma. Een leuk idee voor de aankomende herfstvakantie.

foto: producten on display van Gran Sardegna

Geproefd werd er ook tijdens de aperitivo, van specialiteiten, die webshop Gran Sardegna en Aromi dal Mondo hadden meegebracht voor de bezoekers van de presentatie. Mooie ham, lekkere coppa, kaas van Sardinië en zoetigheden. Maar ook een rode cannonau wijn, het meest aangeplante druivenras van het eiland. Gereons Keuken Thuis schreef er al eens eerder over. Het bordje malloreddus, pasta op zijn Sardijns smaakte prima. Onderstaand recept ter illustratie leen ik van de heerlijke blog van Italiaans koken met Antoinette. Natuurlijk met een kloek glas cannonau erbij. Antoinette leert je zelfs hoe je deze pastavorm zelf thuis maakt. Autunno in Barbagia, moet ik er nog meer over vertellen? Nee, ga het zelf eens ontdekken daar op Sardinië.

foto: een bordje malloreddus tijdens de aperitivo.

RECEPT: Malloreddus a sa campidanesa. 

Nodig:
olijfolie
1 ui
1 teen knoflook
een paar blaadjes verse basilicum 400 gram verse worst (varkensvlees), of varkensgehakt  een halve theelepel venkelzaadjes, fijngehakt 600 g passata, gezeefde tomaten, of anders gepelde tomaten in stukjes 1 envelopje saffraan van 0,1 gram zout &peper pecorino of een ander soort harde wat pikante schapen- of geitenkaas


Bereiding:

Snipper de ui en hak de knoflook fijn. Bak glazig in de olijfolie en doe er de worst en het venkelzaad bij. Bak de worst rul in ongeveer een kwartier door met de vork te prakken. Doe de gezeefde tomaten erbij en laat een uur zachtjes pruttelen tot de saus de door jou gewenste dikte heeft. Doe er tien minuten voor het einde van de bereidingstijd de saffraan bij. Controleer op zout en peper.Bestrooi met wat verse gescheurde blaadjes basilicum en geraspte pecorino. Op zijn lekkerst met malloreddus maar ook lekker met een korte droge pasta uit de winkel. Grazie Antoinette!

True Italian Taste.

foto: logo True Italian Taste.

True Italian Taste, ik heb het er al eens eerder over gehad op Gereons Keuken Thuis. Over wat nu wel en wat nu niet echt Italiaans is . Troost je dat weten de Italianen zelf soms ook niet. Maar als er één land is waar eten cultuur is in Europa, dan kun je wel stellen dat dit de Bel Paese is.( niet verder vertellen hoor, want dat vinden mijn Franse kompanen namelijk ook van hun cuisine) Dat vindt de Italiaanse Kamer van Koophandel in Nederland ook en daarom vlogen ze in juni chef Paolo Gramaglia van restaurant President in Pompei in. Tussen de overblijfselen van de  in 79 na Christus bedolven speelplaats van de rijke Romeinse burger aan de azuurblauwe Amalfikust zwaait hij de scepter in zijn met een Michelinster bekroonde restaurant, met een hele eigen filosofie: “Het succes van gastronomie is gebaseerd op traditie, die moet geïnterpreteerd zonder al te veel nostalgie” Een reis door de tijd en smaak maken zonder je in de tijd te verliezen. Geen à la recherche du temps perdu , maar koken vanuit verbinding met je terroir. En dat is nu waar deze chef zo goed in is. Hij verzamelt kennis over lokaal product, deed veel ervaring op tijdens reizen en kwam altijd terug op honk met nieuwe ideeën en gaf daarmee de Campanische keuken een twist, nogmaals zonder de tradities uit te schakelen. Hij voegt daar wel weer een stukje kennis uit het oude Pompeii aan toe.

foto: dolci van Da Braccini.

Even terug naar de middag resulteerde dit in een risotto op basis van gele tomatenessence en citroen. Want, onnodig te zeggen op de vruchtbare gronden van lava uit de Vesuvius groeien nu eenmaal de lekkerste citroenen en beste tomaten. Dat is denk ik de essentie van de keuken van Gramaglia.

True Italian Taste heeft als doel het eerlijke en heerlijk Italiaanse product te promoten. De gezondheidsaspecten van het mediterrane dieet te prolifereren en vriendschappen te doen bloeien. liefde en passie voor het eerlijke eten. Na zijn discours over eten, cultuur, liefde en vriendschap besloot voorzitter van de Italiaanse Kamer van Koophandel Paolo Pavan met drie suggesties voor een etentje: bij een formele afspraak kies je  risotto, een hang out vraagt om pizza en per amore, eet spaghetti op de wijze zoals in het Disney verhaal Lady & the Tramp.

foto: compsitie van olijf van Schatull en orange wine van Planeta Terra

Maar alle beeldspraak ten spijt gaat het om wat ik eerder schreef in dit voorjaar: “True Italian Taste wil consument wereldwijd vertellen over de Italiaanse producten en de plek waar zij vandaan komen. Het project wil de foodlover inspireren om nep eten te laten staan en the real thing te gebruiken in de keuken. Niche producten worden gepromoot. En alsof het niet genoeg is, het gezondheidsaspect te benadrukken. Ja inderdaad op sommige plekken in de laars worden mensen heel gezond heel oud!  Ik vind het een lovenswaardig streven, dat past in de trend van vandaag de dag. De consument is wijzer geworden en wil weten wat hij eet en waar het vandaan komt.”

Dat deden de andere aanwezigen ook tijdens dit evenement, de dolci  van restaurant da Braccini in Den Haag, de olijfolie en olijfcreaties van het Limburgse koppel, dat in Vaals ristorante Schatull runt en de creatieve pasta van Fabio Antonini van Pianeta Terra in Amsterdam Alle drie genoemden zijn bevangen door de True Italian Taste koorts! Moet je daar nog wat aan toevoegen. Ja misschien wat zout, zoals bij Toscaans brood of een dash EV olijfolie, maar Gereons Keuken Thuis raad je aan gewoon je ogen en vooral reuk- en smaakzintuig te gebruiken. Speciale grazie voor Nicoletta Brondi, die deze middag weer con brio had georganiseerd.

foto: risotto in giallo van Paolo Gramaglia.


RECEPT van Paolo Gramaglia voor risotto in giallo. Mijn interpretatie.

Nodig :


320 g risottorijst

4 viooltjes of andere eetbare bloemen

groene shiso mix 

100 g boter

glas witte wijn

olijfolie

zout & peper

40 g geraspte pecorino

4 grote gekookte gamba’s gepeld

zeeëgel pulp (facultatief)

wat gedroogde frambozen

500 g gele cherrytomaatjes

rasp van halve citoenschil

verse groentebouillon


Bereiding:


Snijd de tomaatjes doormidden en bak deze kort aan met wat olie. Wrijf door een zeef om een mooie gele tomatencrème te maken. Bak de risottorijst kort aan en blus af met de witte wijn. Voeg de tomatencrème toe, de schil van citroen en beetje bij beetje de bouillon totdat de risotto mooi al dente is en al het vocht heeft opgenomen. Proef en maak op smaak met zout en peper, ma non troppo. Roer als laatste de boter en kaas erdoor en zet apart onder deksel. Componeer de borden zoals Gramaglia. Schep een dot risotto op een diep bord, in het midden een warme gamba, een schepje zeeëgelpulp, de gehalveerde gedroogde framboosjes en wat shiso kers en als kers op de spreekwoordelijke taart, een bloemetje.


Italiaanse keuken 2.0. True Italian Taste.  Buon Appetito.

Daube de boeuf à la Provençale.

foto: zonnebloemen.

Daube de boeuf à la Provençale. Een rundvleesgerecht uit de Provence, origineel gemaakt in een stevige aardewerk schaal. Niet specifiek Provençaals, want stoofgerechten in aardewerken schalen uit de oven vind je ook in andere streken rond de westelijke Middellandse zee, Ligurië en Catalonië. Vaak konden deze gerechten worden gegaard in de nog nagloeiende oven van lokale bakkers. Bij kopen van brood bracht je je stoofgerecht mee en haalde het rond lunchtijd weer op. Ik denk, dat deze oud traditie allang vervlogen is. Maar de Provence blijft een bijzondere streek, waar Gereons Keuken Thuis heel wat mijlen heeft afgelegd. Door  kunststeden als Arles, Avignon en Orange, op bezoek bij het natuurverschijnsel van de Fontaine de Vaucluse, over de met platanen omzoomde dreef naar Saint Rémy, de Camargue met zijn stieren en witte paarden en op de burcht van Les Baux in de Alpilles. En naar de markten met zijn  olijven, zongedroogde tomaten, ail rose, lavendel en de heerlijke groentes uit Cavaillon. De kleuren, die van Gogh inspireerden. Op deze donderdagochtend zie ik het allemaal voor me. Mooie vakantieplaatjes. La douce Provence, net als in die film vol clichés, A good year, met Russell Crow met een beeld van hoe het allemaal niet is, maar hoe we het wensen. Peter Mayle terroir in full color. Maar who cares? Vandaag ben ik in een Provençaalse bui en daar hoort deze daube de boeuf à la Provençale bij. Gereons Keuken Thuis suddert gewoon nog even verder, tussen de gedroomde zonnebloemvelden. Heerlijk nazomeren. 

foto: les marchés de Provence

Daube de boeuf à la Provençale.

Nodig:

1,5 kilo runderstoofvlees/ riblappen

½ liter runderbouillon

2 grote wortels

4 tenen knoflook

2 grote tomaten

1 rode paprika

3 uien

1/2 Spaans pepertje

1 blikje tomatenpuree

1 glas rode wijn

olijfolie

peper en zout

2 el Dijon mosterd

zwarte pitloze olijven

3 tl paprikapoeder

bloem en boter voor beurre manié

2 laurierblaadjes

paar takjes verse tijm

4 tl Provençaalse kruiden

Bereiding:

Verhit een flinke scheut olijfolie in de braadpan en fruit hierin de ui, knoflook en Spaanse peper aan. Schep deze eruit en verhit weer olie in de pan. Bak dan ook het door wat bloem gewentelde rundvlees bruin in ongeveer 5 minuten. Voeg de wortel, paprika, tomaten en daarna de eerder gefruite uien, knoflook en Spaanse peper toe. Bak de tomatenpuree samen paprikapoeder kort in de braadpan mee. Blus af met een glas rode rode wijn en voeg de runderbouillon, mosterd, tijm, laurier en Provençaalse kruiden toe. Laat het geheel zo’n drie uur sudderen. Verwijder de laurier en tijmtakjes. Maak op smaak met peper en zout en bind het stoofgerecht met wat beurre manié. Voeg als laatste de zwarte olijven toe. Server de daube de boeuf met een salade en stokbrood. Of wat lintpasta.

We drinken er een rode Vacqueyras bij zonnig rood uit de Vaucluse.

video: trailer A good year, naar het boek van Peter Mayle.

De Landgoedkeuken.

De Landgoedkeuken van Mariënwaerdt. Heel wat keren ben ik al gestopt op deze stek aan de Linge, onderweg naar Amsterdam vanuit het Zuiden of andersom. Voor een korte picknick op de dijk, terwijl je kikkers hoort kwaken of een bezoekje aan de Landgoedwinkel. Een korte pauze op de Heerlijkheid Mariënwaerdt tussen Tricht en Beesd. Midden in de Betuwe, 1000 hectare en sinds de helft van de 18e eeuw in het bezit van de familie Van Verschuer, die het als taak zien om deze parel in het rivierengebied voor toekomstige generaties te behouden, met hun agrarische en zakelijke activiteiten. Op het landgoed zelf, maar ook in hun landgoedwinkel in de Korte Jansstraat in Utrecht. Dat het goed toeven is op deze heerlijkheid hoef je Nathalie, barones Van Verschuer, niet te vertellen. Samen met haar man Frans doet zij er alles aan dit zo te houden , maar nog belangrijker te delen met anderen. Dagelijks geniet zij van het leven op het domein en al het moois, wat er te koken valt met de producten van Mariënwaerdt. In het kookboek De Landgoedkeuken neemt zij de lezer mee langs de producten en al het heerlijks en eerlijks, dat hier mee wordt gemaakt in de keuken thuis en natuurlijk voor gasten.

De landgoedkeuken van Mariënwaerdt is puur, veelzijdig, voedzaam & eerlijk, zoals de barones in de ondertitel zegt. Het begint in de moestuin, die er al was in de tijd van de kloosterlingen, die zich in 1129 op de Betuwse komklei vestigden, verdeeld in blokken, met drie speciale kassen. De moestuin levert de groenten voor de keukens van het landgoed. Voor een gazpacho van rode biet, hoe kan het ook anders blote billetjes in het gras (ook een succesnummer van mijn Betuwse oma) en pompoenlasagne. Originele en traditionele groenterecepten. Na een korte tour door de nieuwe landgoedwinkel in Utrecht, gaan we hoe kan het ook anders, de 40 hectare boomgaard verkennen, met laagstam tegenwoordig, waar voorheen hoogstam stond. Revolutionair te noemen voor een oud landgoed. Maar het levert betere resultaten. En er wordt biologisch geteeld. Het fruit vormt de basis van de producten van Mariënwaerdt en wordt uit de kunst gebruikt in de keuken, zowel in hartige gerechten, desserts en taart.

De Lakenvelders, runderen, waarbij het lijkt of ze een bleekveld of waslijn zijn, zo keurig ligt het laken op hun rug gedrapeerd. Een oud ras, voor vlees. (en melk?) Een mooi ras, dat prima past bij de doelstellingen van Mariënwaerdt en prima te gebruiken is in de landgoedkeuken, vindt barones Van Verschuer. Voor Lakenvelder tartaar met kaaskletskop en tomatenchutney of gestoofde runderwangen met een kroketje van zuurkool. Een heuse pastei ontbreekt niet.

Jagen is een recht, dat hangt aan de heerlijkheid. Op Mariënwaerdt wordt gejaagd op klein wild en reeën. Logisch dus, dat de schrijfster lekkere recepten met wild opnam in De Landgoedkeuken, zoals reerug in patékorst van wijlen haar schoonmoeder, die de mooiste wildgerechten op tafel toverde.

Tot slot de kaasmakerij een belangrijke tak van sport op de heerlijkheid. Biologische gras- en klaverteelt en blije koeien in de weiden. Of het dezelfde Lakenvelders zijn werd mij niet geheel duidelijk? In ieder geval wordt er op het landgoed zo’n slordige 170 ton kaas gemaakt. Lekker voor uit het vuistje, maar wat de denken van een oude Adel kaassoufflé uit het boek? Nog wat basisreceptuur volgt en dan zit onze tour van de heerlijkheid en landgoedkeuken van Nathalie barones Van Verschuer er weer op. De Landgoedkeuken van Mariënwaerdt is met recht een heerlijkheid. Snel toch maar weer eens aanwaaien daar aan de Linge!

A propos, dit weekend is de Landgoedfair  van Heerlijkheid Mariënwaerdt nog te bezoeken op zaterdag en zondag! Overigens ben je de rest van het jaar ook welkom.

Video: de 25e editie van de Landgoedfair op Mariënwaerdt

De Landgoedkeuken, Nathalie, barones Van Verschuer (ISBN 9789050569447) is een uitgave van Fontaine en is te koop op Mariënwaerdt en elders voor € 29,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Polvo & Pato, Jeroen Jansen.

foto: Het heerlijke boek in de keuken van Sea Spot, zin in zomer!

Polvo & Pato, proef het Portugese leven. De eerste kennismaking van reiziger, fotograaf en schrijver Jeroen Jansen met Portugal was een flechada, amor a primeira vista, om het maar in de taal van het land zelf te zeggen. Het was 2010 en Portugal verkeerde in een zware economische crisis. Maar zonder het hoofd te laten hangen sloegen de Portugezen zich er doorheen en met hulp van buitenlandse investeerders beleefde het toerisme een boom. Net als het vastgoed! Acht jaar later kocht Jansen samen met vrienden – nog net op tijd- een huis bij Loulé in de Algarve. Een vrijstaand huis aan een doodlopende weg, uitkijkend op de zee en met citrus- en vijgenbomen in de tuin. Paradijselijk, je zou bijna gaan vrezen voor de volgende crisis, maar wat later komt zien we wel. Heel Portugees gedacht. Het zuiden smaakte naar meer, naar Alentejo, Estubal, het Noorden en Lisboa. Jeroen Jansen vindt als eetschrijver, dat je een land goed leert kennen door de keuken te verkennen. Dus hij ging op pad, met als resultaat dit heerlijke reis-, kook- en vooral leesboek Polvo & Pato, in mooi Nederlands inktvis en eend. Want dat waren ingrediënten, die de schrijver veel tegenkwam op zijn tocht. De Portugese keuken is, anders dan de cocina van grote broer Spanje, een laatbloeier in de zin van nouvelle cuisine. Rijk aan verhalen en tradities, die hun oorsprong vinden in dat niet te vertalen gevoel van saudade van dit land. De Portugese mix van romantiek en melancholie. Diezelfde tradities vormen nu de basis van een nieuwe garde jonge getalenteerde chefs, die in de steden Lissabon en Porto ( en natuurlijk erbuiten) een mooie moderne draai geven aan het basisvoedsel van Portugal. Met een constante aanvoer van verse vis en schaaldieren, wijnen, kazen, charcuterie, groenten en fruit. Jeroen Jansen moest dit beleven.

foto: salade van polvo met erwtjes

Polvo & Pato start in het minder bekende Noorden van het land, dat met name door de populariteit van Porto steeds meer bezocht wordt door toeristen. Uit het Noorden komen de heerlijke witte alvarinho wijnen, vinho verde, port natuurlijk en de overal in Portugal aangeprezen kersenlikeur ginja uit Obidos. Vergeet ook de zoetigheden niet, die hun oorsprong vonden in de talrijke kloosters in deze streek. Jansen vertelt erover met schwung en deelt heerlijk verblijfs- en eetadressen, zoals het restaurant Oficina, waar gekookt wordt onder het motto Fuck art, let’s eat. Het was wel wennen voor de Portugese eter. Kleinere en en uitdagende porties. Voor Jeroen Jansen was het eten van prehistorische lamprei een belevenis. Aan de eendenmosselen is hij maar niet begonnen. Alles stapje voor stapje.

foto: Portugezen zijn zoetekauwen, gevoed door bakker en klooster.

Via midden Portugal belandt hij in de hoofdstad Lissabon en het aanpalende Estubal, dat ik alleen ken van de moscatelwijnen. In de eerstgenoemde stad is het heerlijk vertoeven. Slenteren door de straatjes, eten bij tascas of ceviche bij die ene tent vlakbij een park met een enorme octopus aan het plafond. Gereons Keuken Thuis ziet het nog zo voor zich. Het fijne aan Lissabon is dat de huidige staat van citybreak (over)toerisme niet heeft geleid tot het verdwijnen van tascas, fado bars en bakkerijen. Al vreesden de Lisboetas dat wel. Gelukkig is er nog veel te beleven zeker als je pretpark Belém overslaat. Haal je pasteís de nata gewoon bij Manteigeira. De schrijver weet het allemaal mooi te vangen in woord en beeld.

foto: de cevicheria met Octopus op het plafond aan de Rua dom Pedro V>

Ik ga snel verder naar de Alentejo. Kurkeiken- en wijngebied, want door alle verhalen vergeet je bijna, dat in Polvo & Pato ook heerlijke recepten staan van diverse chefs, die de schrijver aandeed, zoals gaspacho met gebakken sardines, gesmoorde varkenswang of een kabeljauwgerecht met maisbroodkorstje. Wat een heerlijke vondsten allemaal. De traditionele cataplana ontbreekt niet. En daarmee belanden we in de Algarve, thuisbasis van Jansen. Lang niet zo toeristisch als je denkt, want nog steeds vindt hij er leuke adressen. Bij het schrijven van Polvo & Pato, dat een kruising is tussen een kookboek en culinair reisboek, kreeg Jeroen Jansen naast hulp van de gastvrije Portugezen, ook een helpende hand in de keuken van Filipe Rodrigues van restaurant Boca in Venlo en van Vincent van Dijk, patron van Le Marquis in de Algarve. Zij gingen beiden graag voor Jansen de keuken in en dat levert heerlijk smulplaatjes op.

foto: het credo van restaurant Oficina in Porto.

Het plezier spat er vanaf, van dit heerlijke boek over een land, dat misschien wat minder culinair bekend is, maar niet onbemind. De gastvrijheid en bezieling van al die hardwerkende en bescheiden Portugezen straalt er vanaf. En in het boek Polvo & Pato proef je al lezend het Portugese leven. Ik snap die amor a primeira vista van Jeroen Jansen wel. Heerlijk zomerboek!


Polvo & Pato, proef het Portugese leven, Jeroen Jansen. (ISBN 9789059569140) is een uitgave van Fontaine en is te koop bij je kookboekenvakhandel voor € 29,99


Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Mediterraneo, Jacques Meerman.

Mediterraneo, een culinaire reisgids door het Middellandse Zeegebied van de 12 eeuw. Een Franse monnik, een rabbi uit Noordwest Spanje, een islamitische ambtenaar uit Granada en een geograaf uit Marokko zijn de reisgezellen van Jacques Meerman, die in dit mooie boek op zoek gaat naar wat de keukens rond de Middellandse zee hebben voortgebracht. Dingen, die wij heden ten dage nog steeds eten. Want in tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht zijn die Middeleeuwen helemaal niet zo duister, ook niet op culinair gebied. Er was veel handel, van Reims met zijn befaamde jaarmarkten tot Constantinopel. Van Alexandrië met zijn befaamde vuurtoren tot aan Lissabon. De Arabieren brachten landbouwmethodes mee, irrigatiesystemen, die tegenwoordig nog op veel plaatsen in Spanje worden gebruikt. De Noormannen veroverden niet alleen Groot Brittannië, maar belandden ook op Sicilië, alwaar zij volgens Meerman de latere ravioli introduceerden. Meerman stelt dat pasta geen Italiaanse vinding is. Het separaat koken van pasta wel. In het Byzantijnse rijk was er al sprake van pasta. En dan heb ik het nu nog niet eens over het Iberisch schiereiland, waar een grote melting pot van verschillende religies en eetculturen een ware cuisine opleverde. Het stond aan de wieg van het Llibre de Sent Sovi, een Catalaans manuscript uit 1324 dat zich door de eeuwen heen verder ontwikkelde. Overigens moest de eerder genoemde Franse monnik er niets van hebben. Hij vond Basken primitief en het eten op het Iberisch schiereiland maar vreemd. Mediterreaneo staat vol met verhalen van deze reizigers en wat zij aantroffen. Maar soms ook niet, in veel plaatsen meldt de rabbi niets bijzonders. Je leest in Mediterraneo,, dat Meerman niet over één nacht ijs is gegaan. Prachtige verhalen van Perzische koks, de 1000 en 1 nacht keuken van Bagdad. Meerman grasduinde door het 13e eeuwse boek Kitab al Tabih van schrijver Al Bagdadi, dat erg populair was in het gebied van het huidige Turkije. In de twaalfde was de Arabische keuken al wijd en zijd bekend tot aan Cordoba toe. Wat een uitwisseling van smaken. Als voormalig byzantinologiestudent (iedereen heeft een jeugdzonde) begrijp je dat Mediterraneo spek voor mijn bekkie is. Een bijzonder detail is spek, dat vooral door Germaanse stammen werd gegeten, maar weer niet door Germanen, die in Italië terecht kwamen. En waarom garum, de Romeinse gefermenteerde vissaus van het toneel verdween is ook een raadsel. Al deze feitjes, weetjes en dwarsverbanden, die Meerman legt, maken dit voor mij een must have boek, waar ik nog veel plezier aan ga beleven. De thematiek en het onderzoek vind ik heel aansprekend. Meerman koos vooral voor literatuur uit de Arabische wereld. De Byzantijnse keuken ontbreekt bij gebrek aan kookboeken en Gereons Keuken Thuis mist Joodse invloeden. De schrijvers uit het Midden Oosten waren hun tijd ver voor, omdat zij publiceerden op papier, terwijl in het Avondland perkament de standaard was. We hebben veel te danken aan het Midden Oosten, kennis, kunde en culinaire zaken. Het vormt allemaal de basis van de huidige keukens. Ik moet er wel bij zeggen, dat voor een leek, die niet bekend is met de geschiedenis van de Levant en het Iberisch schiereiland Mediterraneo een behoorlijke kluif kan zijn. Dat had ik zelf ook tijdens het lezen. Oude studieboeken werden opgeduikeld, net als mijn gymnasiumscriptie over de reconquista en meerdere malen werd Wikipedia geraadpleegd. Soms bevatten hoofdstukken simpelweg iets te veel informatie en ik denk dat lezers, die op zoek zijn naar een reis- of culinaire gids misschien bedolven kunnen geraken. Wat Meerman heeft geschreven is een geschiedenisboek, over de geneugten en bijzonderheden van het leven rond de Middellandse Zee in de 12e eeuw. Gebaseerd op onderzoek van bronnen, waardoor een persoonlijke verhaallijn een beetje op de achtergrond raakt. Maar ben je net als ik dol op trivia, dan is dit een heerlijk boek, dat je meeneemt van onze tijd naar een periode, waar nog nooit veel over verteld was. Zo sluit Meerman ook zijn boek af met mondiale dwarsverbanden, tot in Azië toe. Zo zou het zomaar kunnen, dat ketjap een Arabische vondst is. Of dat echt allemaal zo is? Dat weet ik niet, maar het is een plausibele theorie. Maar om toch weer bij zijn reisleiders, de monnik, de rabbi, de ambtenaar en geograaf aan te haken: Jacques Meerman gunt ons met zijn monnikenwerk een blik in culinaire zaken, die wij tegenwoordig heel gewoon vinden en destijds al wijdverbreid waren. En hij voegt met Mediterraneo een nieuw terroir toe aan culinaire geschiedschrijving.

Mediterraneo, een culinaire reisgids voor de mediterrane middeleeuwen, Jacques Meerman (ISBN 9789026343377) is een uitgave van Ambo Anthos en is te koop voor € 24,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Gastblogger Laura van Veenendaal.


Gastblogger Laura van Veenendaal. Het mag toeval heten of niet, maar daags na mijn recensie van het boek Magisch Maleisisch trof  ik de zomerse gastblog van deze schrijver aan in mijn mailbox. Laura trapt daarmee een zomer af, die hopelijk meer van deze leuke persoonlijke verhalen oplevert op Gereons Keuken Thuis. Zij beaamt, wat ik donderdag schreef: Maleisië en haar keuken zijn magisch. Maar Laura van Veenendaal is niet alleen behept met Maleisië, kijk eens op haar site Lekkerplan . Daar staat hoe je Thaise viskoekjes maakt van Hollandse schol, hoe je zelf mooie loempia’s fabriceert en vertelt ze over de smaken van Taiwan. Maar nu eerst Maleisië! Dank Laura voor je enthousiaste deelname als gastblogger. En ik hoop voor je, dat er snel in Huizen zulk heerlijk streetfood is te vinden, alhoewel reizen naar Maleisië natuurlijk ook geen slechte optie is. Fijne zomer.

foto: op weg naar Dabong.

Laura van Lekkerplan ontdekte het lekkerste land ter wereld (het is niet Italië)

Aziatische smaken zijn de beste smaken, als je het mij vraagt. Koriander, gember, vissaus, daar word ik vrolijk van. Daarom kook ik met de smaken van China, Vietnam en wijde omstreken en op Lekkerplan schrijf ik een blog vol over de lekkere dingen, die ik al doende ontdek. De allerfijnste gebakken rijst met lente-ui-gemberdressing, bijvoorbeeld. Of noedelsoep met spekjes, die de rotste dag beter maakt. Of…

Maar ik dwaal af. Ik ben hier om te vertellen over het eten in het lekkerste land ter wereld. Het zal duidelijk zijn dat de keuze makkelijk was toen de echtgenoot en ik vorig jaar een bestemming zochten om zes weken rond te trekken met onze twee koters. We gingen richting Azië. Nou is dat een aanzienlijk deel van de wereld, dus er zat wat leeswerk in de nadere plaatsbepaling. Toen ik de Lonely Planet van Maleisië in handen kreeg, was de zoektocht echter voorbij. Een land waar Maleisiërs, Chinezen en Indiërs hard hun culinaire best doen. Net als een hele rij kleinere bevolkingsgroepen. Vlak onder Thailand? Het is alsof Maleisië is ontworpen voor mijn smaakpapillen.

Maleisië in drie maaltijden

Het is een risico, al vóór aankomst zo zeker van zijn, dat je het smaaknirvana gaat bereiken. En we hebben ook heus middelmatige happen geïncasseerd. Dat gebeurde vooral als we bij een menukaart van acht kantjes beter hadden moeten weten  dan aan te schuiven. Maar het was voornamelijk heerlijk, zes weken Maleisië. Laat me de reis samenvatten in drie iconische maaltijden.

 Op houtskool geroosterde saté bij Capital Café in Kuala Lumpur. Voor we in het vliegtuig stapten, dacht ik bij Maleisisch eten vooral aan laksa (pittige, zure noedelsoep met vis) en rijst met prutjes. (Het is de Indische in mij die overal een rijsttafel in ziet.) Eenmaal rondstappend op het schiereiland begreep ik al snel dat saté ook thuishoort  in het lijstje “typisch Maleisisch”.

Uiteraard zijn Maleisiërs niet de enigen die gemarineerd vlees op een stokje rijgen om te bakken boven houtvuur. Maar ze zijn er wel zo dol op dat geroosterd vlees resoluut mijn Maleisische herinneringen geur geeft. Dat roosteren gebeurt meestal op straat.  In Kota Bharu, in het noorden van Maleisië, was er bijvoorbeeld een paar avonden per week een straat afgezet zodat mensen vers gemaakte saté (en rijst en groenten) konden eten.

De eerste saté die wij aten, kwam van de stoep voor het Capital Café in Kuala Lumpur. We waren rond half zeven bij het restaurant en hoopten dat de barbecue al aan zou zijn. We hadden geluk. Grote rookpluimen begroetten ons en omarmden ons met het aroma van net-niet-geblakerd vlees.

Met een grote grijns gingen we zitten en selecteerden een stel bijgerechten. Maar helaas. Alleen de gebakken noedels waren er nog. Okay. Noedels werden het dus, plus een berg vleesstokjes. Na de eerste hap saté waren we de teleurstelling over de afwezige bijgerechten vergeten. Sappig vlees, marinade met veel knoflook en koriander en dan dat rokerige van de grill. Wat een fijn maal! En omdat we niet hoefden te wachten op de keuken, stonden we ook betrekkelijk snel weer buiten (Na een tweede rondje van de saté, uiteraard.) Best fijn, als je met twee gejetlagde minimensen onder de arm op stap bent.

foto: saté’s roosteren bij Capital Café in Kuala Lumpur

 Loeivers platbrood naast de speeltuin in Dabong. Sowieso speelt veel van het eetavontuur in Maleisie zich af op straat. Toeristen uit heel zuid-oost Azië schijnen speciaal naar Georgetown (in het noordwesten van het schiereiland) te komen voor het streetfood. En die heerlijkheid beperkt zich niet tot de steden. We aten ook in dorpen een hoop lekkers op de stoep. In Dabong, bijvoorbeeld.

Dabong is één van de toegangspoorten tot de jungle in het binnenland van Maleisie. Aan de andere kant van die jungle ligt echter een nog veel beroemdere toegang en Dabong krijgt daardoor niet zoveel toeristen. Ze zijn er, maar wild toeristisch is het niet. Er zijn één of twee hotels, je kunt op het treinstation een hapje eten en op de stoep naast de speeltuin ijsthee drinken. Oh, en je kunt de jungle in. Dan ben je er wel zo’n beetje.  

Dat dachten wij tenminste, toen we na een dag rondsjouwen tussen de bomen neerstreken tegenover de glijbaan. Toen we even hadden gezeten, kwamen er echter opeens een hoop mensen naast ons zitten. Bleek dat er ’s avonds een keukentje openging bij het terras, dat gloeiendhete roti canai (lekker vettig platbrood met laagjes) bakte. Ze waren zo populair dat wij dachten: “hee, we eten mee”.

Bestellen was even een toneelstukje. Ik geloof dat ze niet begrepen, dat wij vragen konden hebben over de zeer overzichtelijke keuze. De enige reactie die kwam op “Wat is dat voor saus?” en “Heeft u verschillende smaken?” was “Do you want egg or no egg?”. Twee met en twee zonder ei dan maar, en we hoopten dat we van die intrigerende dip zouden krijgen. Dat kregen we en het bleek de perfecte pittige jus-saus om het elastische brood met schroeiplekjes in te dopen.

foto: het mooie uitzicht bij Duyong Cherating

Vriendelijk met rust gelaten worden en brood eten

De maaltijd was ook naast z’n locatie op de stoep typerend voor veel van onze reis. Zodra we de palmstranden en beroemde stadjes verlietten, waren er niet zoveel andere witte gezichten en konden we een beetje meedoen in de randen van het Maleisische leven. Mensen waren zeker behulpzaam. Toen de peuter op de stoep in Dabong z’n melk over tafel knalde kwam er voor wij “sorry, sorry!” konden roepen een nieuwe, met een aai over z’n bol voor de schrik. Maar verder hadden ze betere dingen te doen dan zich druk maken over ons.

Brood eten, bijvoorbeeld. Ik had me ingesteld op zes weken rijst en noedels en noedels en rijst. Die waren er, uiteraard, maar geroosterd brood met kokosjam is een populair ontbijt en overal waar we kwamen werd verse roti canai gebakken. Hoe heerlijk, supervers brood eten met de zon op je rug en de geur van knoflook in de lucht.

Thaise rundvleessalade bij Duyong, Cherating. De laatste maaltijd die voor mij Maleisie samenvat, is een Thaise. Je kunt geen gids openslaan zonder te lezen over wat een harmonieuze etnische smeltkroes het land is. Nou valt daar genoeg op af te dingen, met bijvoorbeeld een graaiende ex-premier, dames die een onderzoek aan hun broek krijgen als ze bespreken waarom ze geen hoofddoek meer dragen en inheemse stammen die uitsterven, maar qua eten ben je bepaald niet beperkt tot één keuken. Zo aten we fantastische dim sum, prima Koreaanse bibimbap en supersappige kip uit de Indiaase tandoor.

Misschien wel mijn favoriete “buitenlandse” maaltijd aten we in het stranddorp Cherating. Daar kun je op het witte strand liggen, vuurvliegjes bewonderen en dus heel fijn Thais eten bij restaurant Duyong.

Duyong ligt aan een rivier en op het grote terras heb je rond etenstijd een betoverend uitzicht op de zon die zich roze en paars verstopt achter het water. Dan krijg je een menu van acht kantjes en ga je je zorgen maken, maar dat is nergens voor nodig.  De eerste avond bestelden we uit het Thaise deel van het menu en ook al zijn we nog een keer terug geweest, verder zijn we niet gekomen. Het was ook zo lekker. De gefrituurde tofu had een dun, knapperig jasje en romige binnenkant. De noedels hadden flink wat wok-adem en genoeg knoflook om Dracula maanden in Transsylvanië te houden. Maar het allerbest was de Thaise rundvleessalade.

Voor die salade bakten ze reepjes rundvlees net lang genoeg om gaar te zijn (tropen hè?), maar nog wel sappig. Die legden ze op een lading knapperige, rauwe groente met een dressing die vurig van de chilipeper, fris van het limoensap en funky van de vissaus was. De echtgenoot wilde ook graag proeven, maar ik vond het heel, heel lastig om hem meer dan een minihapje te geven. Niet erg harmonieuze smeltkroes van mij, maar tsja. Soms moeten oude liefdes het afleggen tegen nieuwe vlammen.

Nog niet overtuigd dat Maleisië het lekkerste land is?

Op Lekker Plan vertel ik je over de tien lekkerste hapjes die we er aten. Lees, krijg honger en koop een ticket. Selamat makan alvast!

foto: gastblogger Laura van Veenendaal.

Over Laura van Veenendaal

Laura is verliefd op Aziatische smaken en blogt op Lekkerplan over de lekkerste recepten met die smaken. Ze woont in Huizen en droomt over de dag dat daar goed street food te koop zal zijn. Tot die tijd gaat ze regelmatig op reis om het elders te eten.

Dit was de eerste zomerse gastblogger op Gereons Keuken Thuis, volgende keer lezen we het verhaal van Anne-Marie Otter-Schuster van My Happy Kitchen. Stay tuned!