Gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster.

Gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster. Ik leerde de schrijfster van het blog My Happy Kitchen kennen tijdens een zomerse bijenlunch in het voormalige bankgebouw van Albert de Bary aan de Gouden Bocht. Sindsdien treffen wij elkaar regelmatig tijdens evenementen, boekpresentaties en het drinken, ik moet zeggen het proeven, van wijn. Het leuke aan de blog van Anne-Marie vind ik, dat zij naast recepten, die zij zoveel mogelijk zonder pakjes en zakjes kookt, ook op zoek gaat naar het verhaal achter het recept of gerecht. Zo heeft Gereons Keuken Thuis genoten van het verhaal van de vader van Anne-Marie, die zorgde dat het huis van Monet weer echt het Blauwe Huis kon worden genoemd. Heerlijke verhalen, net zoals haar gastblogger verhaal over Oostenrijk op deze zaterdag. Dank Anne-Marie!

foto: De Hintersee bij Mittersill. Voor mij het mooiste plekje ter wereld!

Culinair Oostenrijk

Waar in mijn jeugd driekwart van de klas in de zomer naar Spanje of Frankrijk afreisde, ging ons gezin steevast naar Oostenrijk. En dat vond ik bepaald geen straf! Want naast de prachtige natuur (die bergen!), de gezellige stadjes en de vriendelijke mensen, ben ik vanaf dag één fan van de Oostenrijkse keuken.

Oostenrijkse keuken

De Oostenrijkse keuken is niet echt verfijnd. Het is meer stevige boerenkost, om te eten na een dag hard werken op de alm. Gerechten met het lekkerste Tiroler speck, scharreleitjes en vaak stinkende maar oh zo lekkere boerenkazen. Ook kent de keuken veel invloeden van omringende landen, zoals Hongarije, Tsjechië, Kroatië en Italië, die voor 1900 ten dele tot het Oostenrijkse keizerrijk behoorden.

Beroemd

Natuurlijk kent de Oostenrijkse keuken een aantal wereldberoemde gerechten. Zoals de Wiener Schnitzel en de Sachertorte. En wist je dat zelfs de cappuccino niet uit Italië maar uit Oostenrijk komt? Daar vertel ik na de zomer meer over op in de reeks geschiedenis van beroemde gerechten op mijn blog.

Als kind – en nu trouwens nog steeds – keek ik echter het meest uit naar knödels, spätzle, Tiroler gröstl en Pinzgauer kasnocken. Erbij natuurlijk een Almdudler, de Oostenrijkse frisdrank gemaakt van Alpenkruiden.

foto: Pinzgauer kasnocken, mijn favoriete gerecht.

Kookboek

Ook fan van of benieuwd naar de Oostenrijkse keuken? Een kookboek dat ik je van harte kan aanbevelen is ‘Recepten uit Wenen’ van Antonia Kögl. Gereons Keuken Thuis schreef er al een uitgebreide review over.

foto: cover Recepten uit Wenen, klassiek & modern.

Kaiserschmarrn

Wie Oostenrijk vooral kent van de wintersport, is vast ook fan van kaiserschmarnn. Het recept vind je op mijn blog. Zoete, luchtige reepjes pannenkoek met poedersuiker, al dan niet aangevuld met rozijnen en appel-, pruimen- of bessencompote. Omdat ik op mijn blog regelmatig schrijf over de geschiedenis van beroemde gerechten heb ik dit keer – speciale voor Gereons keuken thuis – een editie geschreven over de geschiedenis van kaiserschmarrn.

foto: Keizer Franz Josef, naamgever van Kaiserschmarrn.

Geschiedenis

Over het ontstaan van het gerecht kaiserschmarrn bestaan – zoals meestal het geval is – weer verschillende verhalen. Was het keizer Franz Josef (1830-1916) die zijn naam gaf aan dit calorierijke gerecht? De kaiserinneschmarrn die de patissier van het hof speciaal had gemaakt vielen bij keizerin Sisi niet in de smaak. Zo kon ze haar mooie figuur toch niet behouden? Franz Josef daarentegen vond het zalig, en at gewoon ook haar portie op. Het hof veranderde de naam dan ook al snel in Kaiserschmarrn.

Of waren het toch de boeren en kaasmakers (käser) die de naam gaven aan dit gerecht? Wanneer zij zomers op de alm bij hun koeien verbleven aten ze graag käserschmarrn. Gemaakt van de melk en eieren die ruim voorradig waren. Toen de keizer tijdens een jachttrip op de alm overnachtte kreeg hij de schmarrn te eten. Hij was hier zo erg van gecharmeerd dat ze de naam veranderde van käserschmarrn naar Kaiserschmarrn.

foto: kaiserscharrn.

Tot slot is er nog het verhaal van de arme boerin, die aan de verdwaalde keizer Frans Joseph een mislukte pannenkoek serveerde met de verontschuldiging dat het slechts ‘Schmarrn’ was (rommel) wat zij serveerde. Waarop de keizer, die het zich goed liet smaken, eraan toevoegde: maar dan wel Kaiser-schmarrn!

foto: gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster van My Happy Kitchen in haar habitat.

Gastblogger Anne-Marie deelt op My Happy Kitchen heel veel tips over bezienswaardigheden in Oostenrijk en natuurlijk diverse recepten. Auf wiedersehen!

Gastblogger Laura van Veenendaal.


Gastblogger Laura van Veenendaal. Het mag toeval heten of niet, maar daags na mijn recensie van het boek Magisch Maleisisch trof  ik de zomerse gastblog van deze schrijver aan in mijn mailbox. Laura trapt daarmee een zomer af, die hopelijk meer van deze leuke persoonlijke verhalen oplevert op Gereons Keuken Thuis. Zij beaamt, wat ik donderdag schreef: Maleisië en haar keuken zijn magisch. Maar Laura van Veenendaal is niet alleen behept met Maleisië, kijk eens op haar site Lekkerplan . Daar staat hoe je Thaise viskoekjes maakt van Hollandse schol, hoe je zelf mooie loempia’s fabriceert en vertelt ze over de smaken van Taiwan. Maar nu eerst Maleisië! Dank Laura voor je enthousiaste deelname als gastblogger. En ik hoop voor je, dat er snel in Huizen zulk heerlijk streetfood is te vinden, alhoewel reizen naar Maleisië natuurlijk ook geen slechte optie is. Fijne zomer.

foto: op weg naar Dabong.

Laura van Lekkerplan ontdekte het lekkerste land ter wereld (het is niet Italië)

Aziatische smaken zijn de beste smaken, als je het mij vraagt. Koriander, gember, vissaus, daar word ik vrolijk van. Daarom kook ik met de smaken van China, Vietnam en wijde omstreken en op Lekkerplan schrijf ik een blog vol over de lekkere dingen, die ik al doende ontdek. De allerfijnste gebakken rijst met lente-ui-gemberdressing, bijvoorbeeld. Of noedelsoep met spekjes, die de rotste dag beter maakt. Of…

Maar ik dwaal af. Ik ben hier om te vertellen over het eten in het lekkerste land ter wereld. Het zal duidelijk zijn dat de keuze makkelijk was toen de echtgenoot en ik vorig jaar een bestemming zochten om zes weken rond te trekken met onze twee koters. We gingen richting Azië. Nou is dat een aanzienlijk deel van de wereld, dus er zat wat leeswerk in de nadere plaatsbepaling. Toen ik de Lonely Planet van Maleisië in handen kreeg, was de zoektocht echter voorbij. Een land waar Maleisiërs, Chinezen en Indiërs hard hun culinaire best doen. Net als een hele rij kleinere bevolkingsgroepen. Vlak onder Thailand? Het is alsof Maleisië is ontworpen voor mijn smaakpapillen.

Maleisië in drie maaltijden

Het is een risico, al vóór aankomst zo zeker van zijn, dat je het smaaknirvana gaat bereiken. En we hebben ook heus middelmatige happen geïncasseerd. Dat gebeurde vooral als we bij een menukaart van acht kantjes beter hadden moeten weten  dan aan te schuiven. Maar het was voornamelijk heerlijk, zes weken Maleisië. Laat me de reis samenvatten in drie iconische maaltijden.

 Op houtskool geroosterde saté bij Capital Café in Kuala Lumpur. Voor we in het vliegtuig stapten, dacht ik bij Maleisisch eten vooral aan laksa (pittige, zure noedelsoep met vis) en rijst met prutjes. (Het is de Indische in mij die overal een rijsttafel in ziet.) Eenmaal rondstappend op het schiereiland begreep ik al snel dat saté ook thuishoort  in het lijstje “typisch Maleisisch”.

Uiteraard zijn Maleisiërs niet de enigen die gemarineerd vlees op een stokje rijgen om te bakken boven houtvuur. Maar ze zijn er wel zo dol op dat geroosterd vlees resoluut mijn Maleisische herinneringen geur geeft. Dat roosteren gebeurt meestal op straat.  In Kota Bharu, in het noorden van Maleisië, was er bijvoorbeeld een paar avonden per week een straat afgezet zodat mensen vers gemaakte saté (en rijst en groenten) konden eten.

De eerste saté die wij aten, kwam van de stoep voor het Capital Café in Kuala Lumpur. We waren rond half zeven bij het restaurant en hoopten dat de barbecue al aan zou zijn. We hadden geluk. Grote rookpluimen begroetten ons en omarmden ons met het aroma van net-niet-geblakerd vlees.

Met een grote grijns gingen we zitten en selecteerden een stel bijgerechten. Maar helaas. Alleen de gebakken noedels waren er nog. Okay. Noedels werden het dus, plus een berg vleesstokjes. Na de eerste hap saté waren we de teleurstelling over de afwezige bijgerechten vergeten. Sappig vlees, marinade met veel knoflook en koriander en dan dat rokerige van de grill. Wat een fijn maal! En omdat we niet hoefden te wachten op de keuken, stonden we ook betrekkelijk snel weer buiten (Na een tweede rondje van de saté, uiteraard.) Best fijn, als je met twee gejetlagde minimensen onder de arm op stap bent.

foto: saté’s roosteren bij Capital Café in Kuala Lumpur

 Loeivers platbrood naast de speeltuin in Dabong. Sowieso speelt veel van het eetavontuur in Maleisie zich af op straat. Toeristen uit heel zuid-oost Azië schijnen speciaal naar Georgetown (in het noordwesten van het schiereiland) te komen voor het streetfood. En die heerlijkheid beperkt zich niet tot de steden. We aten ook in dorpen een hoop lekkers op de stoep. In Dabong, bijvoorbeeld.

Dabong is één van de toegangspoorten tot de jungle in het binnenland van Maleisie. Aan de andere kant van die jungle ligt echter een nog veel beroemdere toegang en Dabong krijgt daardoor niet zoveel toeristen. Ze zijn er, maar wild toeristisch is het niet. Er zijn één of twee hotels, je kunt op het treinstation een hapje eten en op de stoep naast de speeltuin ijsthee drinken. Oh, en je kunt de jungle in. Dan ben je er wel zo’n beetje.  

Dat dachten wij tenminste, toen we na een dag rondsjouwen tussen de bomen neerstreken tegenover de glijbaan. Toen we even hadden gezeten, kwamen er echter opeens een hoop mensen naast ons zitten. Bleek dat er ’s avonds een keukentje openging bij het terras, dat gloeiendhete roti canai (lekker vettig platbrood met laagjes) bakte. Ze waren zo populair dat wij dachten: “hee, we eten mee”.

Bestellen was even een toneelstukje. Ik geloof dat ze niet begrepen, dat wij vragen konden hebben over de zeer overzichtelijke keuze. De enige reactie die kwam op “Wat is dat voor saus?” en “Heeft u verschillende smaken?” was “Do you want egg or no egg?”. Twee met en twee zonder ei dan maar, en we hoopten dat we van die intrigerende dip zouden krijgen. Dat kregen we en het bleek de perfecte pittige jus-saus om het elastische brood met schroeiplekjes in te dopen.

foto: het mooie uitzicht bij Duyong Cherating

Vriendelijk met rust gelaten worden en brood eten

De maaltijd was ook naast z’n locatie op de stoep typerend voor veel van onze reis. Zodra we de palmstranden en beroemde stadjes verlietten, waren er niet zoveel andere witte gezichten en konden we een beetje meedoen in de randen van het Maleisische leven. Mensen waren zeker behulpzaam. Toen de peuter op de stoep in Dabong z’n melk over tafel knalde kwam er voor wij “sorry, sorry!” konden roepen een nieuwe, met een aai over z’n bol voor de schrik. Maar verder hadden ze betere dingen te doen dan zich druk maken over ons.

Brood eten, bijvoorbeeld. Ik had me ingesteld op zes weken rijst en noedels en noedels en rijst. Die waren er, uiteraard, maar geroosterd brood met kokosjam is een populair ontbijt en overal waar we kwamen werd verse roti canai gebakken. Hoe heerlijk, supervers brood eten met de zon op je rug en de geur van knoflook in de lucht.

Thaise rundvleessalade bij Duyong, Cherating. De laatste maaltijd die voor mij Maleisie samenvat, is een Thaise. Je kunt geen gids openslaan zonder te lezen over wat een harmonieuze etnische smeltkroes het land is. Nou valt daar genoeg op af te dingen, met bijvoorbeeld een graaiende ex-premier, dames die een onderzoek aan hun broek krijgen als ze bespreken waarom ze geen hoofddoek meer dragen en inheemse stammen die uitsterven, maar qua eten ben je bepaald niet beperkt tot één keuken. Zo aten we fantastische dim sum, prima Koreaanse bibimbap en supersappige kip uit de Indiaase tandoor.

Misschien wel mijn favoriete “buitenlandse” maaltijd aten we in het stranddorp Cherating. Daar kun je op het witte strand liggen, vuurvliegjes bewonderen en dus heel fijn Thais eten bij restaurant Duyong.

Duyong ligt aan een rivier en op het grote terras heb je rond etenstijd een betoverend uitzicht op de zon die zich roze en paars verstopt achter het water. Dan krijg je een menu van acht kantjes en ga je je zorgen maken, maar dat is nergens voor nodig.  De eerste avond bestelden we uit het Thaise deel van het menu en ook al zijn we nog een keer terug geweest, verder zijn we niet gekomen. Het was ook zo lekker. De gefrituurde tofu had een dun, knapperig jasje en romige binnenkant. De noedels hadden flink wat wok-adem en genoeg knoflook om Dracula maanden in Transsylvanië te houden. Maar het allerbest was de Thaise rundvleessalade.

Voor die salade bakten ze reepjes rundvlees net lang genoeg om gaar te zijn (tropen hè?), maar nog wel sappig. Die legden ze op een lading knapperige, rauwe groente met een dressing die vurig van de chilipeper, fris van het limoensap en funky van de vissaus was. De echtgenoot wilde ook graag proeven, maar ik vond het heel, heel lastig om hem meer dan een minihapje te geven. Niet erg harmonieuze smeltkroes van mij, maar tsja. Soms moeten oude liefdes het afleggen tegen nieuwe vlammen.

Nog niet overtuigd dat Maleisië het lekkerste land is?

Op Lekker Plan vertel ik je over de tien lekkerste hapjes die we er aten. Lees, krijg honger en koop een ticket. Selamat makan alvast!

foto: gastblogger Laura van Veenendaal.

Over Laura van Veenendaal

Laura is verliefd op Aziatische smaken en blogt op Lekkerplan over de lekkerste recepten met die smaken. Ze woont in Huizen en droomt over de dag dat daar goed street food te koop zal zijn. Tot die tijd gaat ze regelmatig op reis om het elders te eten.

Dit was de eerste zomerse gastblogger op Gereons Keuken Thuis, volgende keer lezen we het verhaal van Anne-Marie Otter-Schuster van My Happy Kitchen. Stay tuned!

Culinair mindmappen.

Culinair mindmappen op zaterdag. In Gereons Keuken Thuis (en hoofd) wemelt van de culinaire en vineuze onderwerpen, die mijn aandacht vragen. Uitgestelde kook- en receptprojecten, mijn #franseweken, gastbloggers voor de Italiaanse maand, wijn proeven uit Friuli, de nakende #alfresco zomer en aanstaande maandag de 10e editie van de Culiperslunch. Ik heb er op deze zaterdagochtend wat op bedacht. Culinair mindmappen maakt het hoofd leeg en je blog gaat een duidelijke richting in. Eigenlijk niets anders dan een inhoudelijk to do lijstje.

foto: logo van Wâldfarming

Ik start met de bonen van Wâldfarming. Wat hebben Kollummer zoete erwten, Friese woudbonen en Stienser pronkbonen gemeen, behalve hun rijkdom aan eiwitten, duurzaamheid en prijs? Ze komen alle drie uit het pakket dat Gereons Keuken Thuis onlangs ontving van Wâldfarming de (h)eerlijke streekproducten- en specialiteitenwebshop uit Jistrum in Friesland. Wâldfarming produceert, verwerkt en verkoopt lekkere en mooie streekproducten. Kleinschalig met behulp van zo’n twaalf boeren worden prachtige natuurproducten geteeld, die ze live verkopen op de markten van Leeuwarden en Groningen. Woon je daar niet in de buurt? Dan kun je altijd je licht op steken op Wâldfarming, want daar zijn de lekkere producten van het Hoge Noorden te bestellen. Gereons Keuken Thuis gaat eerst eens proeven en koken. Ik sla er het heerlijke boek Bonen! maar even op na van mijn vriendin en #bonendiva Joke what’s in a name Boon.

foto: witte quindici vendemmia.



Wijnen uit Friuli. Gereons Keuken Thuis werd dit voorjaar blij verrast met mooie wijn en olie uit Friuli, van een oude bekende van mij. Hij ontdekte deze wijnen tijdens het olijf plukken vlakbij Triëst en raakte bekoord van het aanbod aan refosco, monte d’oro en malvasia. Spek voor mijn bekkie, om er in mei wat meer mee te gaan doen. Maar eerst proeven,proeven, proeven!

foto; cover Basisboek Indonesisch.



Op dinsdag 26 maart was ik bij de boekpresentatie van Basisboek Indonesisch. Helaas is Gereons Keuken Thuis niet echt behept met de keuken van de Gordel van Smaragd, in de seventies maakte mijn moeder heerlijke bumbu Bali ikan, frikadel pan en babi kecap. Zij leerde deze gerechten maken, overigens net als zarzuela, van overbuurvrouw Daisy, ik moest zeggen mevrouw Bijleveld. Toen ik ging studeren nam ik het kookboek de Indische keuken thuis mee, uitgeleend aan kompaan en nooit terug gezien. Maar niet getreurd met het Basisboek Indonesisch van HHB finaliste Francis Kuijk, uitgave van GoodCook kan ik in de rebound en begin met verse makreel boemboe Bali.

foto: de pepergelei van Lovely Spice.



Ik ga verder met culinair mindmappen. In SeaSpot staan wat lekkere potjes pepergelei te wachten, totdat het #alfresco seizoen start. Dat betekent lekkere marinades, sausjes of als begeleider bij taco’s met pulled beef en jalapeño pepers, die ik onlangs at bij de Haven van Zandvoort. Vele variaties mogelijk met deze potjes van Lovely Spice.

foto: lunch bij de Haven van Zandvoort.


Baru Belanda, Indische keuken 3.0. Soms zijn er van die kookboeken waar je over blijft nadenken voor je een recensie schrijft. Aytems of inspiration van Ayt Erdogan is er zo eentje, Bijdendijk, een keuken voor de lage landen van Joris Bijdendijk en nu Baru Belanda van Pascal Jalhay, uitgave van Fontaine uitgevers. Waar ken ik Pascal van? Van samen koken voor AH bij een kookstudio in de Elanddsstraat in Amsterdam. Van zijn fenomenale lunch in november 2017 op de Dam samen met tafeldame Jean Beddington en co auteur Marcus CPL en FavorFlav Polman met de gedeconstrueerde gado gado. Anyway maandag zie ik Pascal weer een keertje tijdens de #CPL2019 en kan ik een beeld vormen van de recensie die gaat volgen op Gereons Keuken Thuis.

foto: een geweldig gerecht van Pascal Jalhay.



Tot slot een recept, want wat zou culinair mindmappen zijn zonder de recepten van professeur Circonflexe!

foto: port de Honfleur.

Het zijn nog steeds de #franseweken. Normandië is het land van appels, groene weiden vol gezonde koeien met een bril op. Deze appels leveren onder andere cider en van de melk van de Normandische dames wordt de lekkerste boter en crème fraîche gemaakt. De zee is niet ver weg, vis en schaaldieren vind je overal in Normandië. Daar weet professeur Circonflexe uit Boulogne sur Mer wel raad mee. Hij noteerde dit heerlijke recept voor mosselen in zijn carnet culinair.

Nodig:

2 kg mosselen
1/2 fles appelcider brut
100 g crème fraîche
3 kleine uien
50 g boter
50 g bloem
2 el Dijon mosterd
peterselie gehakt
bieslook gehakt
zout en peper

Bereiding:

Breng in een pan de helft van de cider aan de kook. Controleer de goed gewassen en schoongemaakte mosselen op breuk of openstaan. (door te tikken op schelp gaan ze dicht)
Breng de mosselen in de cider aan de kook met peper en zout.
Als de mosselen open gaan, haal ze uit de pan en houd ze in de oven warm (80 graden). Zeef het mossel en cider vocht en houd dit warm.
Doe de uien gesnipperd in een pan met de boter en laat ze even mooi goud bruin worden, voeg hieraan de bloem toe, bak deze licht mee. Voeg daarna al roerend de rest van de cider en het mosselvocht toe. Zet het vuur lager en laat kort sudderen. Voeg de crème fraîche en de mosterd toe. Doe de mosselen uit de oven op een schaal en giet deze saus erover. Garneren met de gehakte peterselie en bieslook.


HAPPY WEEKEND.

Foodblogger Cora over haar Frankrijk.

Foodblogger Cora over haar Frankrijk. Vorige week plaatste ik mijn jaarlijkse lenteparade met foodbloggers over hun associaties bij l’Hexagone. Helaas ontbrak gastblogger Cora van Cultfood. Een blog over moeiteloos koken voor elke dag. Vandaag haar Franse verhaal en een recept voor kumquatmarmelade.

foto: oud & modern Marseille.

Frankrijk gezien door de ogen van Cultfood.

Onze eerste belevenissen starten met een huwelijksreis naar Parijs. Daarna kwamen we zo vaak terug – met en zonder het hele gezin – dat we alle kuststreken en berggebieden hebben gezien. Dat zijn gewoon onze favorieten evenals de eilanden, van Belle Ile, de Golf van Morbihan tot Ile de Ré en Ile d’Oleron. Het mooiste eiland bezoeken we dit jaar, ik kan haast niet wachten om op weg te zijn naar Corsica. Aan de kusten lopen we natuurlijk de Sentiers des Douaniers, bezoeken havens, oude zeilboot-evenementen en vissershaventjes. Maar ook mondaine steden en musea. We nemen zeker ook altijd het achterland mee van de regio waar we zijn en organiseren een leuke aanrijd- en vertrekroute.

foto: Lyon fontein tegenover hôtel de Ville.

Meestal trekken we in zo’n regio ook nog een aardig eindje door meerdere logeeradressen te bespreken. En dat maakt Frankrijk zo leuk: de afwisseling van logies in kasteeltjes, olijvenboomgaarden, een havenplekje. Zo associeert onze oudste Normandië met boenwas door te logeren in meerdere oude boerderijtjes. De Pyreneeën verschillen als berggebied hemelsbreed van de Alpen, Elzas en Jura. En dan zijn er nog de vakwerkhuisjes, niet alleen in Normandië en Bretagne, maar bijvoorbeeld ook in Colmar. En de hooggelegen, vaak verstilde middeleeuwse bergdorpen. Frankrijk verveelt nooit door die diversiteit. Want we hebben het nog niet niet eens gehad over de dieren – ezeltjes en wilde Potok paardjes – of over de de diverse rotsen van krijt, graniet etc. en het banjeren over lange, diepe stranden of door leuke kunstenaarsdorpen.

foto: Bel Ile in Bretagne, côté ouest.

Als foodblogger zijn de streken van Frankrijk voor mij verbonden met de Franse specialiteit ‘marmelade’ of ‘compote’. Voor mijzelf natuurlijk bij al die prachtige kazen, voor mijn man in zijn croissant en voor de kinderen in hun crêpe. Als ik al een taart maak, dan start die activiteit toch met het maken van een heel mooie compote. En dat brengt mij bij een laatste, nog vergeten aspect van het Franse platteland: de abdijen. Die zulke heerlijke on-Nederlandse jam fabriceren.

Ik beveel nu mijn kumquat-bloedsinaasappel marmelade aan in deze Franse weken op Gereons Keuken Thuis. In de Provence staat namelijk de eerste of oudste Franse kumquateraie, het domaine de la Jouasse.

foto: village perché in de Provence

In mijn blog vertel ik al dat deze vruchten nu worden geïmporteerd vanuit het Middellandse Zee gebied. Franse smaken zijn zo bijzonder. Daarom zijn ook mijn favoriete Franse drankjes erin verwerkt: wat Grand Marnier en Calvados. Die laatste hield ik over aan mijn verblijf in een klein, wat uitgestorven kasteel. In mijn voorraadkast prijkt nog slechts één potje bijzondere Franse jam, de kiwis a trois épices. De kennismaking met de Franse confitures is waarschijnlijk de reden dat ik zo graag met fruit aan de slag ga. En dat mijn nieuwe Franse vakantie maar snel moet beginnen.

foto: Cora’s kumquatmarmelade.

Kijk voor het heerlijke kumquat recept van Cora op: Cultfood’s kumquat marmelade.Merci Cora voor je deelname! 

Ben jij een foodblogger met net zo’n heerlijk Frankrijkverhaal of -recept? Laat het dan hieronder in een reactie achter of schrijf eens een gastblog voor Gereons Keuken Thuis.

Oesterman Marcus van den Noord, gastblogger.

Het is vandaag de laatste dag van januari, mijn maand vol eten en drinken uit de keukens van de Lage Landen. De hekkensluiter en tevens gastblogger is oesterman Marcus van den Noord van Zilt en Zalig, fruits de mer catering. Hij weet alles van oesters uit Zeeland en maakt ze graag voor je open. Hieronder lees je zijn leuke verhaal.

foto: verse oester juist geopend

Oesters van de Lage Landen.

Denk je aan oesters, dan gaan je gedachten waarschijnlijk al automatisch naar de Franse kust maar wat dacht je van onze Nederlandse kust? Ook hier hebben we generaties lang een uitgebreide oestercultuur.

Van de geraapte wilde oesters van het Wad tot de Zeeuwse platte uit de putten van Yerseke heeft Nederland een geweldige diversiteit en kwaliteit in het aanbod van oesters.

De Wad oesters worden met de hand geraapt of uitgegraven, omdat de Waddenzee een Werelderfgoed status heeft. Er zijn een aantal kleine bedrijven die van Texel tot Schiermonnikoog een vergunning hebben om te mogen rapen.

foto: een echte delicatesse, de oester.

Deze oesters worden in zakken of manden in zeewater gehouden zodat de oester zichzelf kan ontdoen van zand. Ondanks dat deze oesters er aan de buitenkant grillig uitzien is de smaak zeer verfijnd zilt en fris tegelijk en gaat heel goed met de betere dessertwijn.

In Zeeland is de kennis in het veredelen van oesters zo gegroeid dat de oesterboeren kunnen spelen met smaken. De oesters worden bijvoorbeeld soms van de Grevelingen naar de Oosterschelde verplaatst en andersom. Zij maken gebruik van de verschillende watergebieden omdat dit invloed heeft op de ontwikkeling van groei en smaak.

foto: oesterman Marcus in actie op Pure Markt in Amsterdam

De Grevelingen is brak en zorgt voor een mooie druppelvormige, makkelijk te openen oester met een licht zilte aardse smaak in het vlees. De Grevelingen oesters in combinatie met een mooie mousserende wijn brut is een culinair feestje.

De Oosterschelde is zelfs zouter dan de Noordzee. De watergebieden binnen de Oosterschelde zoals Yerseke, Neeltje Jans en Tholen hebben elk hun eigen samenstelling van water zoals zilt en mineraal waarmee de oesterboeren kunnen spelen, de oesters krijgen hierdoor hun eigen karakter. Deze creuses zijn in het algemeen grillig van vorm met een flink zilte, minerale smaak. Combineer deze oester met een Oude Genever of Trappist.

We mogen zeker de Zeeuwse platte niet vergeten! Voor sommigen de mooiste oester uit de putten aan de Noordzeekust. Een geheel andere beleving. De Platte oester is de reden dat een oester als voorgerecht geserveerd wordt. Het activeert je smaakpapillen extra door het minerale in deze oesters. Een prachtige schelp met vlees dat stevig moet zijn. Je moet echt even kauwen om de minerale en nootachtige smaak te bevrijden. Deze oester neem je puur en laat je even op je inwerken, een drankje erbij? Liever niet.

foto: oesters uit Zeeland.

Dank Marcus van den Noord voor je gastblog! Meer weten over de activiteiten of het inhuren op locatie van deze oesterfanaat, mail dan naar info@ziltenzalig.nl of kijk op Facebook: Zilt en Zalig, Instagram: @ziltenzalig en tot slot LinkedIn: Marcus van den Noord.

Gereons Keuken Thuis richting 2019.

foto: het bleke januarilicht.

Gereons Keuken Thuis richting 2019. Als de kruitdampen van het oudjaarsgedruis zijn opgetrokken, de laatste oliebol is ingeslikt en dat restje bubbels is opgedronken, ben ik altijd blij dat het januari is. Lekker fris er tegenaan, opruimen, snode plannen voor mijn blog smeden. Gereons Keuken Thuis barst in de eerste dagen van het jaar, net zoals op overige dagen, van de ambities en plannen. Ik heb er in 2019 echt zin in. Volgende week trap ik af op de Horecava, eens kijken wat er komend jaar weer op culinair en horecagebied te beleven valt? Half januari is het tijd voor pijlinktvis en het heerlijke kookboek met Noordzeevis uit IJmuiden, De BTW aangifte moet worden gedaan en de jaarrekening.

De dames van Surimam en Maroeska Metz zijn uitgenodigd als wintergasten voor #talkandtable. Daarna is het tijd voor de opening van brasserie Carstens door Librije sous chef Maik Kuijpers, een leuk interview in Gereons SeaSpot met Smaak van Noord Holland en tot slot een lezing van Onno Kleyn over de Italiaanse keuken met afsluitend een pop up lunch, verzorgd door Roberto’s Restaurant. Vergeten jullie in het eerste weekend van februari overigs niet de leuke Little Italy evenement te bezoeken?

Februari is #fitforfun maand in Gereons Keuken Thuis. Dat betekent een maand geen wijn (alcohol), een nieuw sportregime -in het oude heeft in 2018 een beetje de vervelingsfactor toegeslagen- en op ontdekkingsreis door kookboeken als het Pioppi kookboek van Nora French en het onlangs ontvangen #FitBody van Delphine Steelandt. Ben benieuwd wat ik daar voor een leuke trouvailles uit haal? Ik verheug me er nu al op. Ik ben al een tijdje aan een aanvulling op mijn matineuze workout toe.We gaan het testen. Eind november was ik te gast bij Eke Mariën en Joris Schildknecht voor een heuse vegan masterclass zonder poespas. In februari lees je over de manier van koken van deze twee heren.

In maart 2019 keert Gereons Keuken Thuis terug op honk. Met aandacht voor terroir, een heuse Franse week, mediterrane streekrecepten -in 2019 ga ik op zoek naar 2.0. versies-  en wijn, want na mijn detox maand is het begin maart tijd voor biologische wijnen. En… ik ga een kijkje in de keuken van Tsukémono Peter van Berckel nemen.

Gereons Keuken Thuis richting 2019 kan natuurlijk ook niet zonder jullie input. Mocht je een leuk onderwerp hebben, eens een gastblog willen schrijven of aandacht generen voor je product of bedrijf via een advertorial op mijn blog? Be my guest, anything goes. Het is pas januari.

video: Kapitein Winokio zingt het nieuwe jaar toe.

Franse foodparade, herfst 2018.

 foto: déjeuner.

Het is wat grijzig vandaag, grisaille, een mooie dag om wat vrolijke vakantiegerechten te delen in een heuse Franse foodparade, herfst 2018. Een jaarlijks terugkerend item, waaraan door veel foodbloggers gehoor wordt gegeven. Zelf net terug van mijn congé annuel, probeer ik altijd de opgedane inspiratie te bundelen en vast te houden, met foto’s, het uitwerken van recepten in het carnet culinair van professeur Circonflexe. (daar gaan jullie in 2019 meer van horen) en erover te praten, wat ik vrijdag jl. deed bij June tot 12 op NH radio. Vergezeld van een gezellig hapje vertelde ik daar over cuisine du marché en hartverwarmende uiensoep.

 Allons-y! Franse foodparade, herfst 2018.

 foto: pissaladière van Ingrid.

Ingrid serveert een pissaladière, samen met socca het nationale gerecht van Nice. Ik at het onlangs nog in de oude stad bij het bekende adres Lou Pilha Leva voor socca en pissaladière.

 foto: Lou Pilha Leva, Vieux Nice.

Van Nice gaan we maar Marseille voor het nationale Provençaalse visgerecht, geen soep maar gekookte vis uit de oude haven van deze door Grieken gestichte stad. De mare gaat dat zij reeds een vorm van bouillabaisse maakten op hun driepoot boven vuur.

 foto: bouillabaisse van Hanneke.

Bouillabaisse van Hanneke met, hoe kan het ook anders, rouille, roest, de peperige knoflooksaus voor in je soep. Vind je deze soep te bewerkelijk kun je ook vissoep volgens de beproefde methode van vissers uit Cassis maken.

 foto: Lisette’s blanquette.

We gaan verder met een Franse klassieker. Lisette met blanquette Deze kalfsvleesstoof is heerlijk in de herfst en past binnen het rijtje van boeuf Bourguignon, coq au vin, pot au feu en andere herfstgerechten.

 foto: canthareltaartje van Cora

Canthareltaartje met bavette van Cora. Zij gaat creatief aan de slag met cantharellen, het is tenslotte oktober, en tartaar van bavette.

Tot slot francoblogger René. Hij komt met een recept voor Gebraden kip met champignons . Niet te versmaden, want een goed gebraden kip is de quintessentie van la cuisine Française.

Dank alle foodbloggers voor het inzenden van jullie gerechten voor deze Franse foodparade herfst 2018. Un grand merci à tous!

 foto: Madame du Barry.

en… uit mijn eigen keuken komt het verhaal van Madame du Barry

FIN

Ligurisch konijn van gastblogger Petra.

Het is Italiaanse nazomerweek op Gereons Keuken Thuis. Met een recept voor Ligurisch konijn van Petra Poudèl, die als gastblogger dit leuke Italiaanse recept voor mijn blog inzond. Ik leerde Petra kennen op een evenement van de Italiaanse KVK in Amsterdam. Zij is reis- en cultuurschrijfster en schrijft als freelancer over Italië en Zuid Frankrijk. Ze zei meteen ja, toen ik onlangs tijdens een kop koffie opperde, of zij eens wilde gastbloggen. “Graag”, was het antwoord, “want ik heb een passie voor streekgerechten en heel wat op de plank liggen.”  “Petra, welkom op Gereons Keuken Thuis.”

 foto: het boek van Anna del Conte.

Ik zal me even voorstellen, ik ben Petra Poudèl, woon in Amsterdam Zuid met mijn man, die advocaat is. Wij hebben twee zoons, die inmiddels het huis uit zijn. Ik ben 25 jaar geleden vanuit Liguria naar Amsterdam vertrokken per l’amore. Ik leerde mijn man in Nice tijdens een beurs kennen, waar ik destijds werkte als gastvrouw. Un coup de foudre. Ik besloot naar Amsterdam te verhuizen en ging daar aan het werk als reisleider en gids. Daarnaast schrijf ik artikelen en korte stukjes over reizen naar Italië en Zuid Frankrijk. Wij hebben beiden een grote passie voor eten en wijn. Mijn man en ik gaan zo vaak het kan op pad om nieuwe dingen te ontdekken aan de Côte d’Azur en natuurlijk thuis in Liguria.

Voor de Italiaanse nazomerweek hoefde ik niet lang na te denken welk recept ik zou insturen. Een recept voor Ligurisch konijn, dat ik heb gebaseerd op het heerlijk recept van culinair historica Anna del Conte uit het kookboek L’Arte della Cucina uit 2007, een mooi boek over een reis door culinair Italië, vol verhalen met illustraties van Amerikaanse Val Archer. In dit boek komt de Ligurische cucina ruim aan bod. Al jarenlang een favoriet in mijn tafel. Een sfeervolle uitgave van Tirion Culinair. Ik weet alleen niet of het nog te koop is

In Liguria worden veel konijn-gerechten gegeten.Konijn wordt altijd met veel verse kruiden bereid. En in dit gerecht ontbreken de kenmerkende pijnboompitten niet, o.a. bekend van de pesto uit Genua. Dit is mijn versie van coniglio con olive e pinoli. Ligurisch konijn met olijven en pijnboompitten.

Nodig 4 personen:

1 konijn van 1,5 kg in gelijke stukken.

3 tenen knoflook

1 sjalot gesnipperd

1/2 tl cayennepeper

grof zeezout en zwarte peper

verse kruiden, tijm, rozemarijn en salie fijngehakt

1/2 l witte wijn

olie om te bakken

30 g pijnboompitten

75 g gehalveerde zwarte olijven

klontjes boter

wat basilicum blaadjes ter garnering.

Bereiding:

Bestrooi de konijn-stukken met wat bloem, peper en zout. Verhit wat olie in een pan en bak het vlees om en om aan. Haal het konijn uit de pan en zet apart onder folie. Bak kort de gesnipperde sjalot, knoflook in fijne stukjes, de kruiden en 1/2 theelepel cayenne aan. Voeg het konijn toe en blus af met de wijn. Bren aan de kook en laat het konijn zeker 40 minuten sudderen tot het mooi gaar is. Voeg op het einde de gehalveerde olijven toe. Bind de saus met wat boter. Maak eventueel nog op smaak met wat zout en peper. Rooster de pijnboompitten. Hak wat basilicum fijn. Serveer het vlees en saus in een schaal en strooi de basilicum en pijnboompitten erover.

Geef er wat gebakken aardappels of verse focaccia bij.

Naschrift: Dank voor je leuke bijdrage Petra aan de Italiaanse nazomerweek!

Al fresco zomer, berenjenas rellenas.

Het is nog steeds zomer en de #alfresco actie op Gereons Keuken Thuis gaat onverdroten verder. (tot en met 15 september a.s.) Vandaag met een inzending van mijn schoolvriendin Meggy Timmer- Oostdijck uit Vaassen. Wij kennen elkaar van gymnasium Beekvliet. Gastblogger Meggy studeerde Spaans en belandde in de reiswereld. Zij zag alle hoeken en gaten van de wereld. Tegenwoordig coacht ze en geeft ze workshops met Ziel & zaligheid, in haar heerlijke boomgaard, waarbij je leert uit de sleur van je werk of alledag te stappen en met hernieuwde energie er weer tegenaan te gaan. Dat daarbij iets lekkers hoort spreekt vanzelf. Meggy stuurde special voor de #alfresco zomer een lekker gerecht in van het eiland Mallorca, berenjenas rellenas. Met aubergine in de hoofdrol.

 foto: workshop intuïtief schilderen in Meggy’s boomgaard.

Mijn favoriete zomergerecht at ik begin jaren 90 op Mallorca. De slager van het lommerrijke Sa Pobla had mij uitgenodigd voor het diner. Na een vooraf van sobresada, jamon serrano en olijfjes kregen we als hoofdgerecht berenjenas rellenas, gevulde aubergines. Echt zo verrukkelijk! Ik deel het recept graag met anderen, en ook al smaakt het niet helemaal zoals toen, is het toch een fijn zomers gerecht.

 foto: aubergines.

Nodig voor 2 personen:

2 aubergines

300 g lams- of half om half gehakt

1 eitje

1 uitje fijngesneden

2 teentjes knoflook fijngesneden,

broodkruim

flink wat peterselie.

zelfgemaakte tomatensaus

peper en zout

Bereiding:

Kook de aubergines een kwartiertje zodat ze zacht worden. Hol ze uit en laat een beetje aan de schil zitten. Meng alle ingrediënten plus de aubergine pulp door elkaar en vul de aubergines ermee. Doe de tomatensaus in een ovenschaal en leg de aubergines erin. Verwarm de oven voor tot 180 graden en zet de schotel 30 minuten in de oven tot het gehakt gaar is. Lekker met een frisse salade en stokbrood om in de saus te dopen.

Gereon weet er vast wel een passende wijn bij of probeer eens een tinto de verano, een rood slobberwijntje met gazeuse limonade. Een rode Costières de Nîmes combineert goed bij dit gerecht van Meggy.

Que Aproveche!


NB: wil je ook meedoen aan #alfresco actie en op 15 september kans maken op één van de twee boeken, die ik verloot laat dan een reactie achter op Al fresco zomer

Gastblogger Nicole recenseert Bananenboek.

  foto: cover Bananenboek en bananacolada

Gastblogger van vandaag Nicole recenseert voor Gereons Keuken Thuis het Bananenboek. In  april maakte ik tijdens de culiperslunch kennis met het Bananenboek van Kim Waninge, een mono ingrediënt kookboek, zoals er ook kookboeken zijn over pindakaas, zoete aardappel en avocado. Een mooie gelegenheid om Nicole uit te nodigen haar licht erover te laten schijnen. En zo geschiedde. Nicole is mijn volgende gastblogger. Ik laat deze zomergast hieronder aan het woord.

 foto:  zomergast Nicole van Cookies & Carrotsticks.

Koken en bakken is mijn grote passie. Uren sta ik in de keuken om van alles te verzinnen en uit te proberen. Niet zo verwonderlijk voor een foodblogger natuurlijk. Zo’n tweeënhalf jaar geleden kreeg ik het lumineuze idee om de recepten, waar veel door vrienden en familie naar wordt gevraagd, te verzamelen op een blog. Want dan zet ik ze er eenmaal op en kan iedereen ze bekijken wanneer ze willen (little did I know). Het eerste jaar was het ook niet meer dan dat. Vorig jaar ben ik me echter serieuzer met het bloggen en ontwikkelen van nieuwe recepten bezig gaan houden en is het inmiddels een wat uit de hand gelopen hobby geworden. Maar eentje waar ik veel plezier aan beleef en ook weer veel energie uit haal. Op mijn blog Cookies & Carrot Sticks deel ik gezonde en minder verantwoorde recepten, die over het algemeen makkelijk en snel te bereiden zijn, en soms deel ik ook een stukje uit ons leven.

Maar dan nu het Bananenboek – een kookboek met in de hoofdrol: de banaan. Kim Waninge, de auteur van hét Bananenboek, kreeg wel meer dan eens de vraag: waarom een kookboek over bananen? Nou, omdat dat er nog niet was. Ah… ok. Nu zijn er vast nog meer ‘ingrediënten’ waar nog geen kookboek aan gewijd is. Een iets uitgebreider antwoord, waaruit misschien de ongekende passie voor deze tropische vrucht en zijn veelzijdigheid spreekt, had ik toch wat leuker en interessanter gevonden.

  foto: een heuse groene banaancurry.

Nou zijn bananen wel aan mij besteed, nochtans om er iets mee te bakken (gek genoeg eet ik nooit bananen zo). Ik was dan ook zeer verheugd dat ik dit boek door Gereon toegestuurd kreeg om mijn oordeel erover te vellen. Bakrecepten vond ik in dit geval minder interessant, ik heb inmiddels zelf al 15 recepten op mijn blog staan en er liggen er nog een paar om uitgewerkt te worden (ja, zo veelzijdig is banaan als bakingrediënt). Ik was vooral geïnteresseerd in de hartige recepten, want veel verder dan pisang goreng was ik eerlijk gezegd nog niet gekomen (wat overigens ook niet eens een hartig gerecht te noemen is, maar vaak bij een Indische rijsttafel wordt geserveerd).

Enthousiast begon ik gelijk door het boek te bladeren. Het boek is mooi vormgegeven en handig opgebouwd. Het begint met recepten voor ontbijt en brunch, om vervolgens zo door de diverse gangen te gaan. Achterin ook een handig register en bij elk recept staat een korte inleiding. Verder geeft Kim nog handige tips om een recept aan te passen of ingrediënten te wijzigen.

Wat mij opvalt is dat veel recepten van oorsprong Amerikaans zijn, zoals bijvoorbeeld Monkeybread, Hummingbird Cake, Fluffernutter S’Mores, Nicecream, Overnight Oats en bananen van de BBQ. Veel taalgebruik in de inleidingen is ook Engels/Amerikaans. Jammer genoeg kan ik echter nergens uit herleiden waar die invloed precies vandaan komt. Heeft Kim in Amerika gewoond? Is de voorliefde voor deze gerechten door buitenlandse reizen ontstaan of komt de inspiratie uit kookboeken of van het internet?

Zelf volg ik al jaren Amerikaanse foodblogs en ben dan ook meer dan bekend met veel van deze gerechten. In die zin weinig verrassend voor mij, maar ze passen wel mooi in dit boek. Ietwat teleurgesteld ben ik wel over het feit dat er bij nogal wat recepten niet gesproken kan worden van een hoofdrol van de banaan. Een fruithapje (gewoon gemengd fruit waar ook banaan tussen zit), een bagel met plakjes banaan (niet bepaald ‘recept’ te noemen maar eerder belegidee), garnering bij een pindasoep (toegegeven, wel lekker gebakken met kokos).

Gelukkig staan er ook nog voldoende recepten in die mij wel weten te verrassen. Voor de zuurkoolstamp met banaan vond ik het de afgelopen weken toch ietwat te warm, maar die staat nu wel op mijn lijst om in de wintermaanden eens te maken. Ik ging voor de Indiase curry variant, waarbij de ‘gehaktballen’ worden gemaakt van bakbanaan en aardappel.

Bakbananen zijn bij ons wat lastig te krijgen in de directe omgeving, dus ging ik voor onrijpe bananen zoals in het recept werd voorgesteld als alternatief. Alleen zijn die ook na slechts 10 minuten in de schil koken niet meer te ‘raspen’ maar waren eerder tot moes gereduceerd. Geen probleem, alleen (heel) wat extra bloem toevoegen om er toch nog ballen van te kunnen draaien. Aan de smaak deed het gelukkig niets af.

 foto: bananen cocktails voor de zomer.

Het is een zeer smaakvol gerecht. Wel wat bewerkelijk, dus niet voor een drukke doordeweekse dag, maar zeker de moeite waard. Zelfs de jongens vonden het superlekker en het verzoek om het nog eens te maken staat al genoteerd. Wel ga ik de volgende keer moeite doen om bakbananen hiervoor te krijgen. Wij serveerden het overigens met witte rijst en naan. Dit gerecht bewijst trouwens ook weer dat vegetarisch (of vegan als je de room door bijvoorbeeld kokosmelk vervangt) niet saai en flauw hoeft te zijn. Een verrassend recept.

Uit het hoofdstuk ‘diner’ maakt ik ook nog de witlofsalade. De inleiding quasi beloofde mij dat zelfs witlofhaters dit gerecht lekker zouden vinden. Niet zo letterlijk, maar zo vatte ik het toch op. En hoewel ik niet echt een hater ben, dit is de enige groente die ik echt niet lekker vind. Voor mij blijft de witlof te bitter (en nu niet gaan roepen: je moet wel het bittere hart eruit snijden, want dat weet en doe ik ook, maar dat mag echt niet baten). Mijn man was helemaal in zijn nopjes dat ik dit ging maken, aangezien hij dol is op witlof (en dat van mij dus nooit krijgt).

Het is, op de witlof na, een echt lekkere salade. De dressing ga ik nog eens maken, die is simpel maar lekker. En ook de combinatie van appel en banaan is top. Alleen die witlof, dat is een minpuntje (wat mij en de kinderen betreft dan). De 100 g walnoten is misschien ook wel wat teveel. De helft, en dan wat grof gehakt, was meer dan voldoende geweest. Maar, mijn man was meer dan happy. Die vond de salade echt g-wel-dig. De opmerking ‘die mag je nog eens maken’ heb ik maar even niet gehoord.

Zeker verrassend is het laatste hoofdstuk. Want: cocktails! Daar moest ik uiteraard ook wat van proberen. Gelukkig heb ik ook altijd bananen in de vriezer liggen voor smoothies en ijs, dus kon ik vrijwel meteen aan de slag met de drankjes. De Whanana, een cocktail met whisky, lieten we maar even zitten. Ik lust geen whisky (behalve in een Irish coffee) en voor mijn man is het pure heiligschennis (nochtans zouden de scheidingspapieren klaarliggen als ik één van zijn mooie whisky’s voor een bananencocktail zou gaan gebruiken).

 foto: witloof banaansalade.

Wel probeerden we de Frozen Banana Margarita (met tequila en triple sec) en de Banana Colada (met rum, kokosmelk en ananassap). Kan je vertellen, dat zijn cocktailtjes die mij wel wisten te bekoren. Gemaakt met bevroren banaan, dus eigenlijk een beetje smoothies voor volwassenen. De Frozen Banana Margarita was een stevige, die hakte er serieus in. Die kun je beter drinken als je geen verdere plannen hebt. In ieder geval heel erg lekker. Maar de Banana Colada is duidelijk mijn favoriet. Een heerlijke cocktail, niet te straf qua alcohol en ook niet te overheersend banaan. Zomers en lekker.

Al met al vind ik het wel een leuk kookboek. Toch een keer wat anders. Wat ik dus wel jammer vind is dat de banaan niet vaker een grotere rol in een recept aangemeten krijgt. In veel recepten is het toch meer een beetje een extra ingrediënt. En hoe verrassend zoiets ook kan zijn, van een boek met de titel ‘bananenboek’ zou ik misschien net iets meer verwachten. Desalniettemin staan er wel heel leuke en lekkere recepten in. Ik ga er ook zeker nog wat van maken.

Dank je wel voor deze leuke bijdrage Nicole!

  • Bananenboek, Kim Waninge (ISBN 9789492890023) is een uitgave van Loopvis en is te koop voor € 17,50

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer