Pot au feu, stoofpot met kip

 

foto Venez voir dans ma cuisine!

Zuidelijke Bourgogne, het Romaanse land, waar zich één van mijn verhalen afspeelt. Het verhaal van Madeleine Bru, de mooiste kippenhoedster uit de Bresse bourguignonne. Een hittepetit. Alle mannen van de markt kwamen op maandag naar haar kijken. Wie was nu eigenlijk de attractie in Louhans? Madeleine of het gevogelte? Madeleine maakte ook potten vol confit en kipgerechten, die ze exporteerde naar Parijs. De rest is historie en een sprookje….
Wat geen fabel is, is een degelijke pot au feu, een pan vol gegaard vlees, groenten en bouillon, om op krachten te komen. Want het is hard werken met deze temperaturen in de wijngaarden rond Mâcon. Er hangt nog steeds de kenmerkende mist van de rivier de Saõne in het dal, wat rijp tussen de net gesnoeide wijnranken. Dus een stevige warme pot au feu bij het houtvuur in het keukentje gaat er altijd in. Daar kan Raphaël, de fictieve lover van Madeleine Bru alles over vertellen.
En hoe dit verhaaltje afloopt? Nou gewoon met een lekkere volle buik, een warme blos op de wangen…
We drinken er een Mâcon-Chardonnay la presse silencieuse bij van Talmard uit Uchizy. Een wijn van oude wijnstokken geconcentreerd en rijk. En in dit geval staat Chardonnay zowel voor de druivensoort als de dorpsnaam en dat is geen fictie.

Nodig 4 personen:

1 hele kip in stukken
1 winterwortel
2 rode uien
3 knoflook tenen
1 1/2 liter kippenbouillon (van blokje)
4 aardappels
2 preien
1/2 selderijknol
1/2 koolraap
olie
boter
bloem
peper en zout
peterselie gehakt
2 tl tijm
3 laurierblaadjes
1 el  Dijon mosterd
1/2 fles witte wijn

Bereiding:

Snijd de poten en vleugels van de kip af. Breek poten in tweeën. Haal filets van de bovenkant af en snijd in gelijke stukken. Let op dat vel en een stukje bot aan filets blijven zitten. Bewaar de rest van het karkas om bouillon extra kracht te geven. Maak een kippenbouillon van een blokje en laat het karkas meetrekken.  Snijd alle groenten in gelijke stukken. De wortel, selderijknol, aardappel, koolraap en prei. Snijd de ui in ringen en snijd de knoflooktenen fijn.
Wentel de kipdelen door de bloem. Verhit de boter met wat olie en bak de kip rondom bruin. Zet daarna apart onder folie. Verhit wat extra boter en fruit de uien aan. Voeg daarna één voor een de groenten toe en roer. Als alles goed warm is kunnen de kipdelen weer in de pan. Voeg de bouillon, de wijn en een schep mosterd toe. Kruiden erbij en laat het geheel op een heel laag vuur stoven totdat alle ingrediënten mooi gaar zijn. Serveer het vlees en de groentes in een diep bord met de bouillon.

NB lees de avonturen van Madeleine Bru op Gereons verhalen

Salade pissenlit, paardenbloem salade

 

 foto voorjaar in de Bourgogne

Italiaans koken met Antoinette stelde deze week op Facebook de vraag, of je ook over minder gangbare gerechten en producten zou bloggen. De antwoorden op haar vraag varieerden van “Ja natuurlijk!” tot “Nee, dat is niets voor mijn lezers” Ik vind het wel een uitdaging, ander vlees dan bij de supermarkt in Nederland ligt of  om andere groente uit te proberen. In andere landen om ons heen wordt nog heel wat af verzameld en geplukt langs de weg. Binnenkort is het weer lente en komen de verse blaadjes en bloemen van de paardenbloem weer op. Paardenbloem blaadjes smaken licht bitter, de bloemen milder. In de Morvan wordt van de gele bloemen ook een zoete gelei gemaakt voor op brood. Paardenbloemblad is heerlijk door de salade, net als zelfgezaaide snijbiet in allerlei kleuren. Vandaag een salade uit Lotharingen, salade pissenlit, een paardenbloem salade met warme aardappels. Voor het gemak maak ik gebruik van  rucola, een verwant van de paardenbloem. Is het ook de wat minder avontuurlijke lezers te behappen. Bij deze salade raad ik een Riesling uit de Moezelstreek aan.

Nodig 4 personen:

400 g krieltjes
200 g rucola
100 g spekblokjes
1 sjalotje
gehakte bieslook
1 teen knoflook
1 el grove mosterd
peper
zout
olijfolie
witte wijn azijn

Bereiding:

Was de krieltjes en kook ze gaar in hun schil. Was de rucola en laat uitlekken. Verhit de olie en bak de gerookte spekblokjes uit met het sjalotje en de knoflook. Snijd de nog warme krieltjes doormidden en meng deze met de rucola en bieslook. Schep de spekblokjes over de salade. Blus het spekvet met wat witte wijnazijn en voeg een schep grove mosterd toe. Giet de warme dressing over de salade. Serveer direct met een stuk knapperig stokbrood.

Lyon, dimanche des bugnes.

 foto “Cuisine du Terroir” uit 1987

Ik heb ter inspiratie “Cuisine du Terroir, the lost domain of French cooking” weer te voorschijn gehaald. Ik heb dit boek al sinds mijn studietijd.(en dat is al een tijdje geleden) en het staat nog steeds prominent in mijn keukentje. Het boek is een bloemlezing van alle streekgerechten uit Frankrijk. Gebracht per regio. Niet de regio’s of departements, zoals wij die heden ten dage kennen. Nee, het kookboek is gebaseerd op culinaire regio’s en tradities van de perfecte zeshoek. Zo lees je recepten uit Artesië, de Berry, het graafschap Nice en zo verder. De recepten zijn vergaard in hun eigen streek door meesterkoks uit geheel Frankrijk.
Vandaag is het “le dimanche des bugnes”, de eerste zondag van de vastentijd. Bugnes of te wel gefrituurde reepjes deeg met citroenschil zijn een klassieker uit de keuken van Lyon.  Deze lekkernij wordt traditioneel gemaakt op deze zondag, maar velen vinden het zo lekker, dat de bugnes Lyonnaises ook op andere dagen van het jaar verkrijgbaar zijn. Ze liggen bij veel bakkers in de stad. De wijn die bij deze zondagse traktatie hoort is een crémant de Bourgogne, het liefst een blanc de noirs. Een sprankelende bubbelwijn gemaakt van de pinot noir druif.

Nodig:

schil van halve citroen
500 g bloem
6 eieren
90 suiker
100 g zachte boter
2 tl rum
1/2 tl zout
olie om te frituren
poedersuiker

Bereiding:

Schil de citroen en kook de schil kort in heet water. Laat afkoelen en hak fijn. Doe de bloem in een kom, breek de eieren erboven. Voeg de zachte boter, 1/2 tl zout, suiker, rum en citroenrasp toe. Maak een stevig deeg van alle ingrediënten. Bestrooi een plank met wat bloem en kneed het deeg goed door. Zet het deeg daarna 2 uur in de ijskast. Rol het deeg uit op een met bloem bestoven plank en maak er dunne repen van. Verhit in een pan de olie en frituur de repen deeg beetje bij beetje. Keer ze halverwege om. Als de bugnes goudbruin en gaar zijn, schep je ze op keukenpapier. Ga zo door tot alle repen gefrituurd zijn. Serveer direct bestrooid met poedersuiker.

bron: Cuisine du Terroir, the lost domain of French cooking ISBN 0-9512121-0-9

Aswoensdag, pasta met groenten

 

foto: koepel Sint Janskathedraal Den Bosch

Het is woensdag, Aswoensdag. De feestneuzen worden opgeborgen in de zuidelijke provincies. En er heerst weer midwinterse stilte na drie dagen dolle boel. Natuurlijk gaat een enkele die hard nog haring happen. Maar het is vooral de start van een nieuw begin. “Memento, homo, quod pulvis es, et in pulverem reverteris”  Stof zijt gij, mens en tot stof zult gij wederkeren. Het begin van de vastentijd. Op deze dag werd er voorheen geen vlees gegeten. Ik kan me dat nog goed herinneren. Eigenlijk niet zo raar na een winter vol varkensvet, vlees en stevige kost. In wezen is de vastentijd een opmaat naar de komende lente. Een verandering van spijs, lichter eten, nu de dagen weer gaan lengen. Tegenwoordig hoef je daarvoor geen religieuze motieven te hebben. Een dagje zonder vlees is goed voor iedereen. Vandaag een pasta met groente. Erbij drinken we natuurlijk wel een glas wijn, een witte verdicchio uit de Marken.

Nodig 4 personen:

1 courgette
1 winterwortel
1 rode peper
1 rode ui
1 potje kapucijners
2 tenen knoflook
2 el kappers
3 el boter
olijfolie
100 g gruyère
400 g spaghetti
gehakte peterselie
peper en zout

Bereiding:

Snijd de wortel en courgette in kleine blokjes. Snipper de rode ui. Hak de knoflook fijn. Snijd de peper in ringetjes. Let op dat je de zaadlijsten verwijdert. Laat de kapucijners uitlekken. Verhit wat olie in de pan en fruit de ui, peper en knoflook. Voeg de wortel en courgette toe en laat zachtjes garen. (voeg eventueel wat water toe)  Kook de spaghetti al dente. Voeg de kapucijners en kappers toe aan de warme groente. Giet de pasta af en bewaar wat kookvocht. Meng de pasta en de groenten door elkaar. Breng op smaak met wat peper en zout. Serveer de spaghetti direct op een bord met een klontje boter en wat geraspte gruyère. Bestrooi met wat gehakte peterselie.

ps met dank aan wikipedia voor de Latijnse quote

Reünie

 

foto de oude Casa 400 (van internet)

Vandaag zie ik ze allemaal weer voor een reünie, mijn makkers uit Casa 400, waar ik 25 jaar geleden woonde als student. Vorig jaar meldde zich ineens Fleur  uit Noord Holland. Zij runt tegenwoordig, na een lange carrière in het bankwezen, een bed en breakfast. Na wat telefonisch heen en weren bedachten we samen, dat het  leuk zou zijn alle bewoners van afdeling 3A op te sporen en een reünie te organiseren. Dat had nog wat voeten in de aarde.Sommigen waren makkelijk te vinden, zoals Joris en zijn vrouw Piene, die in Laren wonen. Joris en Piene zijn een stel dat elkaar leerde kennen in Casa 400.
Anderen bleken moeilijker te lokaliseren, zoals Dimph, die we uiteindelijk vonden in het Duitse land, waar zij tegenwoordig in de zorg werkt. Pieter vonden we in de tunnel van de Noord Zuid lijn, waar hij archeologisch onderzoek doet. Bart bleek in Den Bosch te wonen en werkt in de agri food business, na vele omzwervingen in China en Rusland. Syl woont in Schoorl en is wiskundelerares. Roeland is in de ICT branche terecht gekomen (en werkt hier om de hoek in West, kwam ik achter) en Hans in de wereld van de loopbanen. Gereon hoef ik gelukkig niet te vertellen, dat staat breeduit op deze blog. Een aantal konden we niet meer terugvinden of konden uiteindelijk niet komen vandaag. Jammer. Maar met deze club hebben we genoeg stof voor mooie gesprekken.
Joris en Piene zijn de gastheer en gastvrouw. Om de kelen te smeren verzorg ik een mini wijnproeverij. De anderen koken all time favorites uit de keuken van afdeling 3A. Wraps, gamba’s a la pil pil, rundvlees met rijst, salade en vis met aardappelpuree. Het dessert blijft nog een verrassing liet Bart weten.
Ik heb vijf wijnen uitgekozen, voor ieder wat wils: een witte Verdicchio uit de Marken, een witte Mâcon vieilles vignes uit Prissé, een biologische Chianti van fattoria la Vialla, een Juliénas van domaine la Rizolière en als klapstuk een Valpolicella ripasso uit Sirmione aan het Gardameer. Een proeverijtje met vele smaken, passend bij alle herinneringen.
Geen recept vandaag, ik laat me verrassen door mijn makkers, komt helemaal goed. Daar zorgen de gesprekken, gerechten en goede wijnen wel voor.

foto het nieuwe Casa 400 (internet)

Noot bij deze blog: De namen van mijn makkers zijn om privacyredenen gefingeerd en elke gelijkenis berust op puur toeval.

Ook als niet student is het goed vertoeven in het mooie en moderne hotel aan de Ringdijkstraat in Amsterdam www.hotelcasa400.nl

ACBM uitleg

 foto: taartjes in Tournus

In de herfst van 2012 viel bij mij het kwartje. De foodblogevents werden zoeter, niet zotter. Troostende desserts vlogen voorbij. Ik zag blauwe stoofperen in een kookboek. Overal heel veel roze pakken cupcakemix, stapels artificieel gekleurde fondant. En veel gefröbel met eten. Het was allemaal heel psychedelisch. In mijn hoofd vormden zich de letters ACBM. Nu in februari is het tijd hiermee aan de slag te gaan. Met de Anti Cupcake Behavior Movement. Een beweging als zovelen. Een beweging, die probeert te doorgronden waarom zoetigheid zo een ontzettende aantrekkingskracht heeft? Waarom er in een kookboek blauwe stoofperen staan, laat staan de blauw gekleurde pasta? Wat voegt dit toe?
Voordat ik het commentaar krijg anderen te diskwalificeren, wil ik ACBM uitleggen. Het gaat me niet om cupcakes an sich, noch om andere zoetigheden. Dat moet iedereen voor zichzelf weten. Een taartje op zijn tijd is heerlijk. En als dat je voldoening geeft, prima!  Dat is dan jouw ding. Ik houd ook van taartjes bij tijd en wijle.. Bij de ACBM gaat het om de origine en de eerlijkheid van een gerecht of product. Dat het niet gemaakt uit pakjes en zakjes vol suikers en kleurstoffen. En dan met een hoop gefröbel tot iets gemaakt wordt. Lagen kleurig fondant waar ik alleen maar van kan vermoeden, dat de kleur geen natuurlijke is.
De B van behavior is daarom het belangrijkst. In de queeste naar zoet, zoeter, zoetst laat de moderne mens zich graag verleiden door producenten, die zich als dokter vermommen. Een Duitse dokter die jonge kinderen al verlokt tot fröbelen met zoet. Met cupcake wedstrijden. Ongecensureerd. Aangeleerde smaak, want suikers zijn verslavend.
De ACBM is in die zin een uitdaging, een betoog voor mooi zoet, zoals het prachtige gebak bij Opéra Prima in de Kinkerstraat, de mignardises van patisserie Kuyt in de Utrechtsestraat of de bomboni van Puccini in de Staalstraat. Zo kan ik nog wel even doorgaan. ACBM is ook een uitdaging om eten eruit te laten zien zoals bedoeld is. Niet met kleurtjes voor het effect of plaatje. Terug naar af, zonder meteen te vervallen in dogmatisme. Dat is ACBM. Ik ga er de komende tijd nog op broeden. Mocht iemand anders nog ideeën hebben of iets willen toevoegen, behalve kleurstof, be my guest!

La Loren revisted

maandag 28 januari 2013

La Loren revisted

Revisited voor het foodblogevent uit Ricordi e ricette, kipfilet alla pizzaiola.

In 1999 was ik in Rome om stage te lopen bij de Banca d’Italia. In die tijd zat het eet- en drinkgen ook al stevig verankerd in mij. Ik zag op televisie een programma met Sophia Loren, die daar haar nieuwste kookboek, Ricordi e ricette, lanceerde. Ja want zo gaat dat in Italië. Je kon er niet aan ontkomen dat er een nieuw boek van La Loren verscheen. Daags erna lagen de boekhandels vol met dit kookboek. Dit was nu het souvenir dat ik mee zou nemen naar huis. Ik heb dit kookboek nog steeds en vind de Napolitaanse gerechten een lust voor het oog. Voor het foodblogevent van januari 2013 een recept geïnspireerd op dit boek, kipfilet a la pizzaiola. Mijn toevoeging aan de saus is een Spaanse peper om de saus iets pittiger te maken. Mijn wijnhint erbij is een Ciro, deze rode wijn wordt in de streek Calabrië gemaakt en is één van de oudste nog steeds gemaakte wijnen ter wereld. Onder andere wordt deze wijn gemaakt van de inheemse gallipoli druif. Een Zuid Italiaanse wijn vol fruit en stevige tonen voor bij de pittige tomatensaus.

Nodig voor 4 personen:

500 g kipfilet platgemept
500 g gepelde tomaten (vers) of uit blik zonder pitjes
1 tl oregano gedroogd
1 bosje gehakte peterselie
2 knoflooktenen in plakjes
peper
zout
olijfolie
1 Spaans pepertje zonder zaadjes fijn gesneden

Bereiding:

Verhit in een grote pan de olie en bak hierin de met peper en zout bestrooide en platgemepte filets en de plakjes knoflook kort aan, zo’n 2 minuten per kant. Let op dat het vlees niet te droog wordt. Haal het vlees uit de pan en houd het warm onder folie in de oven. Bak in de vleesjus snel de fijngehakte Spaanse peper aan, voeg de tomaten, oregano en peterselie toe en laat 15 minuten sudderen. Doe de kipfilet in de saus en verwarm even mee. Eventueel nog wat peper en zout toevoegen. Garneer met nog wat verse peterselie
Serveer de Pollo alla pizzaiola met wat spaghetti. (overigens zijn er mensen die hiervan gruwen) Aardappels mogen dus ook.

Bron: Editore Gremese. ISBN 88-7742-386-2

Salade Beaujolaise met een krokant ei.

 foto: de cru’s

Ik bezocht deze week de proeverij van  France Vins in Amsterdam, waar ook enkele Beaujolais exposanten waren. Trots presenteerden zij hun “gamme”. Variërend van een “rosé bulles”, die geen crémant mag heten, omdat het geen AOP is in de Beaujolais, via de witte variant tot alle rode cru’s. Er zit veel beweging in deze streek. Je merkt dat de producenten er alles aan doen om hun mooie producten naar voren te schuiven. We kunnen er wel weer over beginnen, over die Beaujolais Nouveau, maar dat weet iedereen inmiddels wel. Dat is gewoon een traditie, die wereldwijd vermarkt is. Zaak is het ook voor deze boeren om juist hun speciale wijnen te tonen. En dan sta je eerst bij een tafel met een verscheidenheid uit de cru Juliénas, vieilles vignes, fut de chêne, geen houtlagering, vijftig tinten rood dus van één producent. Dat maakt het kiezen niet makkelijker voor de leek.
Anderen kiezen ervoor een tour te maken door de hele streek en bieden naast 3 cru’s, zoals St Amour, Morgon en Fleurie ook een Beaujolais Villages en de gewone AOP aan. Soms nog als extraatje wat wit, gemaakt van de chardonnay en als klap op de vuurpijl een “crémant” gemaakt van de gamay. Sommige dingen zijn een succes sommige niet. Maar ja, dat is subjectief.
Je ziet dus dat er in de wereld van wijn ook door deze producenten telkens opnieuw wordt gezocht naar nieuwe wegen, al zijn sommige zo oud als de Romeinse weg die ooit van Parijs naar Lyon liep dwars door dit gebied. Blijft dat de Beaujolais een heerlijke streek blijft om in rond te toeren en er voor ieder een wijnstijl te vinden is. En natuurlijk eten. Bijvoorbeeld de beroemde Salade Beaujolaise van Café des Sports in Fleurie. ’s Middags schuift iedereen er voor aan. Ik maak hem thuis wel eens, maar om geklieder te voorkomen met een gepocheerd ei, maak ik er een oeuf croustillant bij. Het is natuurlijk overbodig te zeggen dat deze salade het goed doet bij een goed glas Fleurie.

Nodig voor 4 personen:

1 krop frisée sla
1 krop eikenblad sla
250 g gerookte spekjes
3 sneden oud witbrood
4 eieren
olijfolie
2 tenen knoflook
1 el mosterd
rode wijnazijn
1 tl dragon
bloem
peper en zout

Bereiding:

Bak de spekjes uit en laat uitlekken op een stuk keuken papier. Pluk en was de salade. Snijd het witbrood in blokjes en bak er krokante croutons van met wat uitgeperste knoflook. Maak van de olie, azijn mosterd en dragon een dressing.
Verhit een ruime hoeveelheid  olie in een diepe pan.  Breek de eieren één voor één in het vet. Bestrooi de boven kant met wat bloem en draai het ei om. Bestrooi ook de andere kant met wat bloem en draai nog eens om tot er een mooi krokant ei ontstaat. Laat de eieren uitlekken op papier en bestrooi met zout en peper.
Doe de sla op 4 borden en schep de dressing erover. Daarna de spekjes en croutons. Erboven op komt het krokante ei.

Judith Works, Coins in the Fountain

foto: Judith Works (internet)

Some while ago I posted a tweet on a Byzantine history book I was reading. Immediately Judith Works reacted. A conversation began and we started to follow each other. Judith is a woman from Portland, Oregon, who decided to go to Rome and start all over again. She ended up at the FAO, but perhaps that is a thing she certainly wants to comment on herself. She wrote a book “Coins in the fountain” When in Rome Judith still throws coins in the Trevi fountain. A way to keep returning. I immediately started to research and found a lot of adventures. I invited Judith  to participate in “gesprekken en gerechten” (baptized talk and table by my friend Frances Mayes) Let’s see if we can conceive a dish for Judith from the answers she gives to my virtual questions. Needless to say that this willl be a dish  full of travel and with a Roman hint.
Who is Judith? Tell me some more
Life was routine until I decided to earn a law degree. Then a chance meeting led me to run away to the Roman Circus (Maximus) – actually to the United Nations Food & Agriculture Organization next door – where I worked as an attorney in the Human Resource department. After four years my husband and I returned to the U.S. But we missed La Dolce Vita: the sweet life with wonderful food and wine and the endless history that Italy offers. The gods smiled and another opportunity came along: six more years in Rome, this time working for the UN World Food Programme. Now retired and living near Seattle I wrote a memoir about our many happy and sometimes fraught experiences. It’s titled Coins in the Fountain, in memory of the many times I threw a coin in the Trevi Fountain to wish for yet another return to Rome.
How did your attraction for Rome and Italy start?
It started in a very round-about way. I always wanted to travel but had done little except Mexico and one trip to Europe during my first marriage. When the ferry from Dover docked at Hook of Holland I knew from the first moment I put foot on the Continent I wanted to see more. New marriage brought a man who agreed. And, a miracle and several years later, an opportunity came. A friend had returned from Rome and told me about working for the United Nations there. I applied and was selected. If he had said Paris, London,  Amsterdam or Oslo it would have been the same. But once in Rome and getting over the shock of becoming an expatriate (or innocent abroad I should say) I knew Italy was as close to perfection as you can find.
You wrote a book, “Coins in the Fountain” Can you tell something about it?
Here’s the “book blurb”
Pasta! Vino! Hill Towns! Coins in the Fountain will transport you to Italy where you can find out what it’s really like to live the expatriate life. It’s all here in the story of a couple who said “NO!” to middle age boredom and made a dash from a small-town in Oregon to cosmopolitan Rome when the author went to work for the United Nations.  In between actually working there were Italian weddings to attend, music to be heard, a close-up with the Pope, travel with the wine club and country weekends in Umbria where the Etruscans still seemed to be lurking about. A brush with the Italian medical system, an auto accident with the military police, a fall in the subway, interactions with an excitable landlord and helping pick grapes at harvest time all became part of their daily adventures. And of course there were many new friends like the countess with her butt-reducing machine and the count who served as a model for statues of naked horsemen.
Unexpectedly taking up early retirement, the author’s husband met strange vegetables in his valiant efforts to learn to cook Italian-style. When not struggling in the kitchen he played golf on a course where the rough featured snakes and unexploded bombs and crewed on a sailboat that came close to disaster on the way to Greece.
Part memoir, part travelogue to off-beat sites in Rome and elsewhere, you will be amused and intrigued with the stories of food, friends and adventures. You, too, will want to run away to join the Circus (the Circus Maximus, that is). And before you depart Rome, you will never forget to throw a coin in the Trevi Fountain to ensure a return to beautiful Rome and enchanting Italy.
You worked at the FAO, what did you experience over there?
My work was very interesting and challenging because it was the first time I had been in a true international environment with colleagues coming from every corner of the world. Many were in working in the field in difficult situations trying to provide aid while coping with war and natural disasters. My own job was more bureaucratic with work on pension, pay, credit union and medical issues including medical evacuations or even on occasion a staffmember’s death.
What is your favorite type of agriculture?
I love the beauty of orchards, when apples, peaches, oranges and lemons decorate the trees; but most of all I love olive trees with their silver-grey leaves and bright black olives in the late fall. Unfortunately our climate does not allow them or citrus to be grown but we have lots of apple, pear, peach and apricot trees in the Pacific Northwest.
In Rome we had the pleasure of an olive tree on our terrace providing some shade for us and our orchids.
Which plant do you like the most and which one you dislike? I am very curious about that
We have an extensive garden surrounding our house here in the cool damp Northwest. My favorite plants are rhododendreons which flourish from later winter to early summer splashing color in everyone’s gardens including ours. Our current garden has invasive plants like creeping ivy and vicious blackberry vines – hate them.
I was still in Rome I’d have to say mimosa is my favorite which always heralded spring days and International Women’s Day.
You traveled a lot, mention 100 countries out of 200, what was your most striking moment?
A hard question to answer. In the end I’d have to say it was sitting on one of the towers at Ankor Wat, Cambodia shortly after the Pol Pot regime collapsed. I was there as part of a UN World Food Programme mission, evaluating food aid distribution for workers who were trying to clean up and restore the ruins. As I sat contemplating the past, presence and future the sun set in the west and a full moon rose over the horizon. It was so overwhelming that I slipped a story about it in my book when I wrote abut WFP.
What was the biggest difference for you to overcome when you moved to Rome?
There were many but perhaps moving from our private home with lot and garden to an apartment house where, with the exception of one other person, no one spoke English.
What is you attitude to Rome nowadays?
I do love eternal Rome. It always brings mixed feelings because of the challenges of some aspects like the bureaucracy. When I was there last spring I saw firsthand how hard the economic crisis had hit with many shops closed. I read Italian news regularly and the economy and political situation is always to the forefront. But still…how can you not get a tear in your eye when you gaze at the Trevi Fountain or sit in Piazza Navona sipping a prosecco.
Can you tell something about your voluntary work in art and literature?
I serve on the Board of Directors for the Edmonds Center for the Arts, our local performing arts center bringing everything from jazz to rock to classical music and dance. On the literary side I am on the board of our local writer’s conference called Write on the Sound (we’re on Puget Sound in the State of Washington). I’m President of our local Edmonds library support group, Friends of the Edmonds Library, and am a founding ”mother” of a new group called EPIC which is just beginning – so far we have writing classes and speakers, and will have a literary contest this spring.
On food, which food do you like and which you would never eat?
After ten years in Italy I like Italian food, especially pasta dishes. My husband, bless his heart, became the cook while Iwas working there and he does a great job. In the winter he whips up an excellent pasta carbonara – always a favorite that brings back many memories. Otherwise it depends on which country we’re in – had wonderful rijsttafel in Amsterdam and Bali; lamb and souvlaki in Athens; lovely small oysters in Brittany; stroganoff  in St Petersburg and Cape Malay cuisine in Cape Town. But I admit cowardly skipping the fish maw on the breakfast table in Shanghai; stuck to dim sum and other items that looked familiar. I’ll soon be there again – maybe I’ll be more daring.
Being on the West Coast and having a large Asian population Seattle and the surrounding area has marvellous Thai, Chinese, Japanese. Vietnamese and Korean food.
I’m sure I’d eat just about anything if Iwas starving. Since I’m not I do not eat farm-raised salmon or anything that could be considered endangered. I don’t like the thought of eating horse or the donkey sausage hanging in a window in one of the towns in the Alban Hills outside Rome.
Which wines do you like?
For celebrations Champagne is never wrong; for sitting on our deck in the summer looking at cruise ships passing by on their way to Alaska I love a glass of prosecco. For warm winter meals there’s nothing like a Brunello or something else thick and red like Barolo. And for a glass before dinner a good malbec is nice. When traveling we try local wine and beer although sometimes the results are unusual like the Egyptian wine we jokingly called eau de Nil.
Can you tell me something about your “foodprint” A lot of waste we have in the Western world?
I recently read that half of the world’s food is wasted, much of it in the third world due to lack of transportation, storage and efficient distribution methods. Here in the West we have our own problems, not of too little but of too much, especially of processed foods which we try to avoid. Our own family food footprint isn’t large as we buy in small quantities only being two of us. But, we do throw some out from time to time I’m sorry to say.
In the Netherlands we have a scholar Mrs Louise Fresco. She states in her latest book, that only local produced and organic food is not enough to feed the world in the long run. Do you agree?
I would like to disagree but, unfortunately, I think she is correct. How would it be possible to feed everyone with shrinking land available and inadequate water resources combined with an ever-increasing population? I can’t imagine feeding the population of Mumbai that way – they can’t get enough of any kind now. Another problem is that organic food is more expensive, at least here where I live.
Happily for us in Puget Sound we have an ample supply of organic food in most grocery stores and speciality stores. We buy most of our food from these sources, much of it coming from local farmers and ranchers, and from our Farmer’s Market in summer.
What else do you want to tell?
Since we “met” by you saying you were reading a book on Byzantine history I’d like to add that I am fascinated by mosiacs – from the ancient Romans to the modern like Gino Severini’s work in Cortona. Ravenna is one of my favorite spots in Italy along with Monreale near Palermo and of course Hagia Sophia and the Chora in Istanbul.
My blog: http://aLittleLightExercise.blogspot.com is mostly travel essays but the title is based on an old novel set in Sicily where the author describes the monastic life: “The monks lived according to the motto ‘Good food and drink, not forgetting a little gentle exercise.’” It seemed to be an excellent receipe for living the good life.

My book can be found on Amazon with the link: http://www.amazon.com/Coins-In-The-Fountain-ebook/dp/B005M2RLAI/ref=sr_1_1?ie=UTF8&qid=1358548498&sr=8-1&keywords=coins+in+the+fountain

 

foto cover of Judith’s book (internet)
The Recipe for Judith

Kaleidoscopical is the word for the life and adventures of Judith. She traveled a lot. Did a lot of different things. She volunteers. Changed her life many times and in many directions. Wrote a wonderful book on living the good  life in Roma. An above all she likes mosaïcs form all over the Mare Nostrum. For Judith I have a pasta dish, containing Dutch mussels, a dash of chili pepper, parsley, grapes, zest, curry and turmeric powder to give the penne some color and spice. Topped with a  grilled langoustine. Of course there is wine. I would suggest a white one, made from the viognier grape varietal  from the Languedoc in Southern France. Apricot flavours to match the spicy hints in this dish.

 

Ingredients 4 persons:2 lbs/ 1 kg Dutch mussels, cleaned, preferably from Zeeland
4 big langoustines
1 chili pepper in rings
1/2 container of small wild cherry tomatoes (red, ornage and yellow)
1 red onion in rings
1 package of penne rigate
chopped parsley
1 red bell pepper
2 glasses of white wine
2 garlic cloves chopped
1 cup/ 250 g of seedles grapes in halves
1 tbs lemon zest
1 ts turmeric powder to color the penne
1/2 tbs curry powder
water
pepper and salt
olive oil

Preparation:

Bring to the boil some water and cook the penne rigate according to the instructions on it’s package. Chop the  red onion in rings, do the same with the chili pepper and garlic. Cut the red bell pepper in rings, halve the tomatoes, chop the parsley and put aside for later use. Grate some peel of the lemon, preferably an organic one.
Put some oil in a pan and gently fry the chili, onion, 1/2 tbs of curry powder and garlic. Add one glass of white wine and a glass of water. Add the mussels and bring to a boil. Cook for about 8 minutes and when the mussels are done, throw away the non openend ones. Put te mussels aside for later use. Grill the langoustines until ready. Put them under some aluminium foil. Pour some oil in another big pan and add the penne and 1 ts of turmeric powder.
Then add the mussels and bell pepper rings. Stir fry and add another glass of white wine. Leave to simmer for a short while. Season with some salt and pepper.
Put the dish on 4 big plates, garnish with the chopped parsley, halved grapes, halved tomatoes and some lemon zest. Put the grilled langoustines on top.

schouderkarbonade in witte wijn/mosterd saus

 foto vieux Dijon

Waar Abraham de mosterd vandaan haalde weet ik niet. De Grieken en Romeinen gebruikten mosterd al als geneesmiddel en codiment. In de Middeleeuwen had de stad Dijon het monopolie op deze pittige pasta. De keuken van deze streek is met mosterd doordrenkt. In de Bourgogne wordt veel mosterd nog steeds op traditionele wijze wordt gemaakt. De mosterdmaker maalt de zaden en mengt ze met witte wijn of azijn, zout en suiker tot een gladde emulsie. Sommige huizen voegen kruiden, cassisbessen of zelfs peperkoekkruiden toe. Ga bijvoorbeeld eens kijken bij het huis Fallot in Beaune. Mosterd is een populaire smaakmaker voor sauzen, salades, groentes en wordt wereldwijd gebruikt. Vandaag een traditioneel gerecht uit de Bourgogne. Schouderkarbonade in witte wijn- en mosterdsaus. Ik heb het eens in Autun gegeten en sindsdien maak ik het thuis vaak. Drink er een Bourgogne Aligoté bij, deze matcht goed met het zuurtje in de saus.

Nodig 4 personen:

4 flinke schouderkarbonades
3 el olie
50 g boter
1 grote ui
1 teentje knoflook
gehakte peterselie
glas witte wijn
2 el Dijon mosterd
peper en zout
6 zure augurkjes

Bereiding:

Verhit de olie in een pan, bestrooi de karbonades met peper en zout en braad het vlees aan beide zijden aan.  Als de karbonades gaar zijn leg je ze apart op een bord bedekt met aluminiumfolie. Snipper de ui en knoflook. Voeg de helft van de  boter toe en fruit hierin de ui en voeg later de knoflook toe. Laat de knoflook niet aanbranden. Voeg beetje bij beetje de witte wijn toe. Voeg de mosterd toe en laat de saus kort sudderen. Leg de karbonades terug in de pan. Giet het uitgelopen vleesvocht bij de saus. Voeg de fijngehakte augurkjes en peterselie toe. Haal  het vlees uit de pan en leg op een schaal. Roer de rest van de boter door de saus. Voeg eventueel nog wat peper en zout toe. Serveer de karbonades met patates frites en wat veldsla.