La Loren revisted

maandag 28 januari 2013

La Loren revisted

Revisited voor het foodblogevent uit Ricordi e ricette, kipfilet alla pizzaiola.

In 1999 was ik in Rome om stage te lopen bij de Banca d’Italia. In die tijd zat het eet- en drinkgen ook al stevig verankerd in mij. Ik zag op televisie een programma met Sophia Loren, die daar haar nieuwste kookboek, Ricordi e ricette, lanceerde. Ja want zo gaat dat in Italië. Je kon er niet aan ontkomen dat er een nieuw boek van La Loren verscheen. Daags erna lagen de boekhandels vol met dit kookboek. Dit was nu het souvenir dat ik mee zou nemen naar huis. Ik heb dit kookboek nog steeds en vind de Napolitaanse gerechten een lust voor het oog. Voor het foodblogevent van januari 2013 een recept geïnspireerd op dit boek, kipfilet a la pizzaiola. Mijn toevoeging aan de saus is een Spaanse peper om de saus iets pittiger te maken. Mijn wijnhint erbij is een Ciro, deze rode wijn wordt in de streek Calabrië gemaakt en is één van de oudste nog steeds gemaakte wijnen ter wereld. Onder andere wordt deze wijn gemaakt van de inheemse gallipoli druif. Een Zuid Italiaanse wijn vol fruit en stevige tonen voor bij de pittige tomatensaus.

Nodig voor 4 personen:

500 g kipfilet platgemept
500 g gepelde tomaten (vers) of uit blik zonder pitjes
1 tl oregano gedroogd
1 bosje gehakte peterselie
2 knoflooktenen in plakjes
peper
zout
olijfolie
1 Spaans pepertje zonder zaadjes fijn gesneden

Bereiding:

Verhit in een grote pan de olie en bak hierin de met peper en zout bestrooide en platgemepte filets en de plakjes knoflook kort aan, zo’n 2 minuten per kant. Let op dat het vlees niet te droog wordt. Haal het vlees uit de pan en houd het warm onder folie in de oven. Bak in de vleesjus snel de fijngehakte Spaanse peper aan, voeg de tomaten, oregano en peterselie toe en laat 15 minuten sudderen. Doe de kipfilet in de saus en verwarm even mee. Eventueel nog wat peper en zout toevoegen. Garneer met nog wat verse peterselie
Serveer de Pollo alla pizzaiola met wat spaghetti. (overigens zijn er mensen die hiervan gruwen) Aardappels mogen dus ook.

Bron: Editore Gremese. ISBN 88-7742-386-2

Salade Beaujolaise met een krokant ei.

 foto: de cru’s

Ik bezocht deze week de proeverij van  France Vins in Amsterdam, waar ook enkele Beaujolais exposanten waren. Trots presenteerden zij hun “gamme”. Variërend van een “rosé bulles”, die geen crémant mag heten, omdat het geen AOP is in de Beaujolais, via de witte variant tot alle rode cru’s. Er zit veel beweging in deze streek. Je merkt dat de producenten er alles aan doen om hun mooie producten naar voren te schuiven. We kunnen er wel weer over beginnen, over die Beaujolais Nouveau, maar dat weet iedereen inmiddels wel. Dat is gewoon een traditie, die wereldwijd vermarkt is. Zaak is het ook voor deze boeren om juist hun speciale wijnen te tonen. En dan sta je eerst bij een tafel met een verscheidenheid uit de cru Juliénas, vieilles vignes, fut de chêne, geen houtlagering, vijftig tinten rood dus van één producent. Dat maakt het kiezen niet makkelijker voor de leek.
Anderen kiezen ervoor een tour te maken door de hele streek en bieden naast 3 cru’s, zoals St Amour, Morgon en Fleurie ook een Beaujolais Villages en de gewone AOP aan. Soms nog als extraatje wat wit, gemaakt van de chardonnay en als klap op de vuurpijl een “crémant” gemaakt van de gamay. Sommige dingen zijn een succes sommige niet. Maar ja, dat is subjectief.
Je ziet dus dat er in de wereld van wijn ook door deze producenten telkens opnieuw wordt gezocht naar nieuwe wegen, al zijn sommige zo oud als de Romeinse weg die ooit van Parijs naar Lyon liep dwars door dit gebied. Blijft dat de Beaujolais een heerlijke streek blijft om in rond te toeren en er voor ieder een wijnstijl te vinden is. En natuurlijk eten. Bijvoorbeeld de beroemde Salade Beaujolaise van Café des Sports in Fleurie. ’s Middags schuift iedereen er voor aan. Ik maak hem thuis wel eens, maar om geklieder te voorkomen met een gepocheerd ei, maak ik er een oeuf croustillant bij. Het is natuurlijk overbodig te zeggen dat deze salade het goed doet bij een goed glas Fleurie.

Nodig voor 4 personen:

1 krop frisée sla
1 krop eikenblad sla
250 g gerookte spekjes
3 sneden oud witbrood
4 eieren
olijfolie
2 tenen knoflook
1 el mosterd
rode wijnazijn
1 tl dragon
bloem
peper en zout

Bereiding:

Bak de spekjes uit en laat uitlekken op een stuk keuken papier. Pluk en was de salade. Snijd het witbrood in blokjes en bak er krokante croutons van met wat uitgeperste knoflook. Maak van de olie, azijn mosterd en dragon een dressing.
Verhit een ruime hoeveelheid  olie in een diepe pan.  Breek de eieren één voor één in het vet. Bestrooi de boven kant met wat bloem en draai het ei om. Bestrooi ook de andere kant met wat bloem en draai nog eens om tot er een mooi krokant ei ontstaat. Laat de eieren uitlekken op papier en bestrooi met zout en peper.
Doe de sla op 4 borden en schep de dressing erover. Daarna de spekjes en croutons. Erboven op komt het krokante ei.

Judith Works, Coins in the Fountain

foto: Judith Works (internet)

Some while ago I posted a tweet on a Byzantine history book I was reading. Immediately Judith Works reacted. A conversation began and we started to follow each other. Judith is a woman from Portland, Oregon, who decided to go to Rome and start all over again. She ended up at the FAO, but perhaps that is a thing she certainly wants to comment on herself. She wrote a book “Coins in the fountain” When in Rome Judith still throws coins in the Trevi fountain. A way to keep returning. I immediately started to research and found a lot of adventures. I invited Judith  to participate in “gesprekken en gerechten” (baptized talk and table by my friend Frances Mayes) Let’s see if we can conceive a dish for Judith from the answers she gives to my virtual questions. Needless to say that this willl be a dish  full of travel and with a Roman hint.
Who is Judith? Tell me some more
Life was routine until I decided to earn a law degree. Then a chance meeting led me to run away to the Roman Circus (Maximus) – actually to the United Nations Food & Agriculture Organization next door – where I worked as an attorney in the Human Resource department. After four years my husband and I returned to the U.S. But we missed La Dolce Vita: the sweet life with wonderful food and wine and the endless history that Italy offers. The gods smiled and another opportunity came along: six more years in Rome, this time working for the UN World Food Programme. Now retired and living near Seattle I wrote a memoir about our many happy and sometimes fraught experiences. It’s titled Coins in the Fountain, in memory of the many times I threw a coin in the Trevi Fountain to wish for yet another return to Rome.
How did your attraction for Rome and Italy start?
It started in a very round-about way. I always wanted to travel but had done little except Mexico and one trip to Europe during my first marriage. When the ferry from Dover docked at Hook of Holland I knew from the first moment I put foot on the Continent I wanted to see more. New marriage brought a man who agreed. And, a miracle and several years later, an opportunity came. A friend had returned from Rome and told me about working for the United Nations there. I applied and was selected. If he had said Paris, London,  Amsterdam or Oslo it would have been the same. But once in Rome and getting over the shock of becoming an expatriate (or innocent abroad I should say) I knew Italy was as close to perfection as you can find.
You wrote a book, “Coins in the Fountain” Can you tell something about it?
Here’s the “book blurb”
Pasta! Vino! Hill Towns! Coins in the Fountain will transport you to Italy where you can find out what it’s really like to live the expatriate life. It’s all here in the story of a couple who said “NO!” to middle age boredom and made a dash from a small-town in Oregon to cosmopolitan Rome when the author went to work for the United Nations.  In between actually working there were Italian weddings to attend, music to be heard, a close-up with the Pope, travel with the wine club and country weekends in Umbria where the Etruscans still seemed to be lurking about. A brush with the Italian medical system, an auto accident with the military police, a fall in the subway, interactions with an excitable landlord and helping pick grapes at harvest time all became part of their daily adventures. And of course there were many new friends like the countess with her butt-reducing machine and the count who served as a model for statues of naked horsemen.
Unexpectedly taking up early retirement, the author’s husband met strange vegetables in his valiant efforts to learn to cook Italian-style. When not struggling in the kitchen he played golf on a course where the rough featured snakes and unexploded bombs and crewed on a sailboat that came close to disaster on the way to Greece.
Part memoir, part travelogue to off-beat sites in Rome and elsewhere, you will be amused and intrigued with the stories of food, friends and adventures. You, too, will want to run away to join the Circus (the Circus Maximus, that is). And before you depart Rome, you will never forget to throw a coin in the Trevi Fountain to ensure a return to beautiful Rome and enchanting Italy.
You worked at the FAO, what did you experience over there?
My work was very interesting and challenging because it was the first time I had been in a true international environment with colleagues coming from every corner of the world. Many were in working in the field in difficult situations trying to provide aid while coping with war and natural disasters. My own job was more bureaucratic with work on pension, pay, credit union and medical issues including medical evacuations or even on occasion a staffmember’s death.
What is your favorite type of agriculture?
I love the beauty of orchards, when apples, peaches, oranges and lemons decorate the trees; but most of all I love olive trees with their silver-grey leaves and bright black olives in the late fall. Unfortunately our climate does not allow them or citrus to be grown but we have lots of apple, pear, peach and apricot trees in the Pacific Northwest.
In Rome we had the pleasure of an olive tree on our terrace providing some shade for us and our orchids.
Which plant do you like the most and which one you dislike? I am very curious about that
We have an extensive garden surrounding our house here in the cool damp Northwest. My favorite plants are rhododendreons which flourish from later winter to early summer splashing color in everyone’s gardens including ours. Our current garden has invasive plants like creeping ivy and vicious blackberry vines – hate them.
I was still in Rome I’d have to say mimosa is my favorite which always heralded spring days and International Women’s Day.
You traveled a lot, mention 100 countries out of 200, what was your most striking moment?
A hard question to answer. In the end I’d have to say it was sitting on one of the towers at Ankor Wat, Cambodia shortly after the Pol Pot regime collapsed. I was there as part of a UN World Food Programme mission, evaluating food aid distribution for workers who were trying to clean up and restore the ruins. As I sat contemplating the past, presence and future the sun set in the west and a full moon rose over the horizon. It was so overwhelming that I slipped a story about it in my book when I wrote abut WFP.
What was the biggest difference for you to overcome when you moved to Rome?
There were many but perhaps moving from our private home with lot and garden to an apartment house where, with the exception of one other person, no one spoke English.
What is you attitude to Rome nowadays?
I do love eternal Rome. It always brings mixed feelings because of the challenges of some aspects like the bureaucracy. When I was there last spring I saw firsthand how hard the economic crisis had hit with many shops closed. I read Italian news regularly and the economy and political situation is always to the forefront. But still…how can you not get a tear in your eye when you gaze at the Trevi Fountain or sit in Piazza Navona sipping a prosecco.
Can you tell something about your voluntary work in art and literature?
I serve on the Board of Directors for the Edmonds Center for the Arts, our local performing arts center bringing everything from jazz to rock to classical music and dance. On the literary side I am on the board of our local writer’s conference called Write on the Sound (we’re on Puget Sound in the State of Washington). I’m President of our local Edmonds library support group, Friends of the Edmonds Library, and am a founding ”mother” of a new group called EPIC which is just beginning – so far we have writing classes and speakers, and will have a literary contest this spring.
On food, which food do you like and which you would never eat?
After ten years in Italy I like Italian food, especially pasta dishes. My husband, bless his heart, became the cook while Iwas working there and he does a great job. In the winter he whips up an excellent pasta carbonara – always a favorite that brings back many memories. Otherwise it depends on which country we’re in – had wonderful rijsttafel in Amsterdam and Bali; lamb and souvlaki in Athens; lovely small oysters in Brittany; stroganoff  in St Petersburg and Cape Malay cuisine in Cape Town. But I admit cowardly skipping the fish maw on the breakfast table in Shanghai; stuck to dim sum and other items that looked familiar. I’ll soon be there again – maybe I’ll be more daring.
Being on the West Coast and having a large Asian population Seattle and the surrounding area has marvellous Thai, Chinese, Japanese. Vietnamese and Korean food.
I’m sure I’d eat just about anything if Iwas starving. Since I’m not I do not eat farm-raised salmon or anything that could be considered endangered. I don’t like the thought of eating horse or the donkey sausage hanging in a window in one of the towns in the Alban Hills outside Rome.
Which wines do you like?
For celebrations Champagne is never wrong; for sitting on our deck in the summer looking at cruise ships passing by on their way to Alaska I love a glass of prosecco. For warm winter meals there’s nothing like a Brunello or something else thick and red like Barolo. And for a glass before dinner a good malbec is nice. When traveling we try local wine and beer although sometimes the results are unusual like the Egyptian wine we jokingly called eau de Nil.
Can you tell me something about your “foodprint” A lot of waste we have in the Western world?
I recently read that half of the world’s food is wasted, much of it in the third world due to lack of transportation, storage and efficient distribution methods. Here in the West we have our own problems, not of too little but of too much, especially of processed foods which we try to avoid. Our own family food footprint isn’t large as we buy in small quantities only being two of us. But, we do throw some out from time to time I’m sorry to say.
In the Netherlands we have a scholar Mrs Louise Fresco. She states in her latest book, that only local produced and organic food is not enough to feed the world in the long run. Do you agree?
I would like to disagree but, unfortunately, I think she is correct. How would it be possible to feed everyone with shrinking land available and inadequate water resources combined with an ever-increasing population? I can’t imagine feeding the population of Mumbai that way – they can’t get enough of any kind now. Another problem is that organic food is more expensive, at least here where I live.
Happily for us in Puget Sound we have an ample supply of organic food in most grocery stores and speciality stores. We buy most of our food from these sources, much of it coming from local farmers and ranchers, and from our Farmer’s Market in summer.
What else do you want to tell?
Since we “met” by you saying you were reading a book on Byzantine history I’d like to add that I am fascinated by mosiacs – from the ancient Romans to the modern like Gino Severini’s work in Cortona. Ravenna is one of my favorite spots in Italy along with Monreale near Palermo and of course Hagia Sophia and the Chora in Istanbul.
My blog: http://aLittleLightExercise.blogspot.com is mostly travel essays but the title is based on an old novel set in Sicily where the author describes the monastic life: “The monks lived according to the motto ‘Good food and drink, not forgetting a little gentle exercise.’” It seemed to be an excellent receipe for living the good life.

My book can be found on Amazon with the link: http://www.amazon.com/Coins-In-The-Fountain-ebook/dp/B005M2RLAI/ref=sr_1_1?ie=UTF8&qid=1358548498&sr=8-1&keywords=coins+in+the+fountain

 

foto cover of Judith’s book (internet)
The Recipe for Judith

Kaleidoscopical is the word for the life and adventures of Judith. She traveled a lot. Did a lot of different things. She volunteers. Changed her life many times and in many directions. Wrote a wonderful book on living the good  life in Roma. An above all she likes mosaïcs form all over the Mare Nostrum. For Judith I have a pasta dish, containing Dutch mussels, a dash of chili pepper, parsley, grapes, zest, curry and turmeric powder to give the penne some color and spice. Topped with a  grilled langoustine. Of course there is wine. I would suggest a white one, made from the viognier grape varietal  from the Languedoc in Southern France. Apricot flavours to match the spicy hints in this dish.

 

Ingredients 4 persons:2 lbs/ 1 kg Dutch mussels, cleaned, preferably from Zeeland
4 big langoustines
1 chili pepper in rings
1/2 container of small wild cherry tomatoes (red, ornage and yellow)
1 red onion in rings
1 package of penne rigate
chopped parsley
1 red bell pepper
2 glasses of white wine
2 garlic cloves chopped
1 cup/ 250 g of seedles grapes in halves
1 tbs lemon zest
1 ts turmeric powder to color the penne
1/2 tbs curry powder
water
pepper and salt
olive oil

Preparation:

Bring to the boil some water and cook the penne rigate according to the instructions on it’s package. Chop the  red onion in rings, do the same with the chili pepper and garlic. Cut the red bell pepper in rings, halve the tomatoes, chop the parsley and put aside for later use. Grate some peel of the lemon, preferably an organic one.
Put some oil in a pan and gently fry the chili, onion, 1/2 tbs of curry powder and garlic. Add one glass of white wine and a glass of water. Add the mussels and bring to a boil. Cook for about 8 minutes and when the mussels are done, throw away the non openend ones. Put te mussels aside for later use. Grill the langoustines until ready. Put them under some aluminium foil. Pour some oil in another big pan and add the penne and 1 ts of turmeric powder.
Then add the mussels and bell pepper rings. Stir fry and add another glass of white wine. Leave to simmer for a short while. Season with some salt and pepper.
Put the dish on 4 big plates, garnish with the chopped parsley, halved grapes, halved tomatoes and some lemon zest. Put the grilled langoustines on top.

schouderkarbonade in witte wijn/mosterd saus

 foto vieux Dijon

Waar Abraham de mosterd vandaan haalde weet ik niet. De Grieken en Romeinen gebruikten mosterd al als geneesmiddel en codiment. In de Middeleeuwen had de stad Dijon het monopolie op deze pittige pasta. De keuken van deze streek is met mosterd doordrenkt. In de Bourgogne wordt veel mosterd nog steeds op traditionele wijze wordt gemaakt. De mosterdmaker maalt de zaden en mengt ze met witte wijn of azijn, zout en suiker tot een gladde emulsie. Sommige huizen voegen kruiden, cassisbessen of zelfs peperkoekkruiden toe. Ga bijvoorbeeld eens kijken bij het huis Fallot in Beaune. Mosterd is een populaire smaakmaker voor sauzen, salades, groentes en wordt wereldwijd gebruikt. Vandaag een traditioneel gerecht uit de Bourgogne. Schouderkarbonade in witte wijn- en mosterdsaus. Ik heb het eens in Autun gegeten en sindsdien maak ik het thuis vaak. Drink er een Bourgogne Aligoté bij, deze matcht goed met het zuurtje in de saus.

Nodig 4 personen:

4 flinke schouderkarbonades
3 el olie
50 g boter
1 grote ui
1 teentje knoflook
gehakte peterselie
glas witte wijn
2 el Dijon mosterd
peper en zout
6 zure augurkjes

Bereiding:

Verhit de olie in een pan, bestrooi de karbonades met peper en zout en braad het vlees aan beide zijden aan.  Als de karbonades gaar zijn leg je ze apart op een bord bedekt met aluminiumfolie. Snipper de ui en knoflook. Voeg de helft van de  boter toe en fruit hierin de ui en voeg later de knoflook toe. Laat de knoflook niet aanbranden. Voeg beetje bij beetje de witte wijn toe. Voeg de mosterd toe en laat de saus kort sudderen. Leg de karbonades terug in de pan. Giet het uitgelopen vleesvocht bij de saus. Voeg de fijngehakte augurkjes en peterselie toe. Haal  het vlees uit de pan en leg op een schaal. Roer de rest van de boter door de saus. Voeg eventueel nog wat peper en zout toe. Serveer de karbonades met patates frites en wat veldsla.

Bouchon gerecht, steak haché sauce marchand du vin

 foto: Lyon in de winter.

Het fijne van reizen door de Beaujolais is, dat als je deze derde rivier volgt je vanzelf in Lyon belandt. Rivier zullen velen denken, hè? Het gezegde luidt dat de Beaujolais de derde rivier van Lyon is, omdat van oudsher de wijnen uit deze streek rijkelijk vloeiden in de bouchons. Dit zijn de bekende restaurants van Lyon, waar je kunt genieten van mooie aardse en lokale gerechten. Vandaag een recept geïnspireerd door een gerecht dat ik eens at in zo’n bouchon, een steak haché sauce marchand du vin. We waren eens in Lyon, eigenlijk te laat voor de lunch om half drie `s middags, maar de patron heeft toen toch nog snel iets gemaakt. Steak met rode wijnsaus. Ik als wijn inkoper moest hier natuurlijk wel een draai aan geven. Sinds toen komt dit regelmatig op tafel. Erbij drinken we een Juliénas, één van de noordelijke cru’s uit de Beaujolais.

Nodig 4 personen:

500 g tartaar of gehakte biefstuk

4 sjalotjes
uitgelekte zilveruitjes
1 tl gedroogde tijm
2 tenen knoflook
roomboter
2 el olijfolie
3 dl rode wijn
1 selderijstengel in  fijne stukjes
peper en zout

Bereiding:

Maak van de tartaar 4 ballen en druk deze plat. Bestrooi met peper uit de molen. Doe in een pan wat olie en fruit de sjalotten. Voeg de selderij stengel in kleine stukjes toe, geperste knoflooktenen en de tijm. Blus af met de helft van de wijn.

Smelt in de pan een klont roomboter en voeg wat olie toe. Laat bruin worden en bak de tartaar mooi bruin aan beide zijden. Haal de tartaar eruit en blus af met de rest van de wijn. Houd de tartaar warm onder folie. Voeg de saus van sjalotjes aan de jus toe en laat op hoog vuur kort inkoken. Als laatste voeg je de uitgelekte zilveruitjes eraan toe.

Serveer dit gerecht met wat veldsla met wat geitenkaas, olijfolie en balsamico azijn.

Martha Washington’s Jetties

Sneeuw buiten, chocola binnen, een recept van schrijfster en vriendin Frances Mayes. Originele Martha Washington’s Jetties. Fondantballetjes met een dikke laag chocolade. Alle leden van de Mayes’ familie maken ze al jaren. Van jong tot oud. Ik vind dat een mooie oude traditie “from the South” En ze koelen natuurlijk lekker af met dit weer. Dus zo gepiept.

Nodig voor 40+ balletjes:

120 g zachte boter
400 g fijne suiker
60 ml dubbel dikke room
vanillemerg van twee peulen
240 g pecannoten fijngehakt
2 el cognac (mijn toevoeging)
300 g pure chocolade 70%

Bereiding:

Doe alle ingrediënten, behalve de chocolade, in een kom en mix tot een mooie stevige massa. Maak van de massa stevige ronde balletjes, leg ze op bakpapier en zet buiten om af te koelen. Buiten is vandaag natuurlijk ideaal. Let wel op vraatzuchtige vogels en dergelijke.
Smelt au bain marie de pure chocolade. Als de chocolade te dik is, voeg wat room toe. Doop de balletje één voor één in de chocolade en laat afdruipen. leg ze terug op het bakpapier en laat afkoelen.

Blog 150, nieuwe keukens

 

Ik wandel vaak door de stad, zo ook gisterenmiddag, terwijl in mijn hoofd een stemmetje vraagt, wat ik ga schrijven in mijn honderdvijftigste blogpost. Vaak neem ik een fototoestel mee, omdat sommige beelden meer kunnen zeggen dan woorden. Ik ben altijd gespitst op details, zo ook uithangborden van de detaillist voor zijn waar. Ik trof er recentelijk twee aan, die tot de verbeelding spreken en mijn fantasie ernstig prikkelen, zeg maar gerust dat ik er bijna visioenen van krijg. Dat, terwijl deze lieden niets anders verkopen dan standaard food. Maar de benaming van het voedsel, dat zij aanbieden, prikkelt de geest meer dan het werkelijk aangebodene. Als eerste fotografeerde ik een bord met het woord “mediterranees” Wat een vondst, is dit een nieuwe keuken, een soort fusion eten? Van mediterraan en chinees? Of van mediterraan en vietnamees? Ik zag het al helemaal voor me. Boeuf met bamboescheuten, pekingeend met Siciliaanse citroenrasp, kikkerbillen à la Sjanghai en babas au rhum met pisang goreng. Wat kan de wereld toch mooi zijn in al zijn verbondenheid. Blog 150

Tijdens een andere wandeling stuitte ik op het fenomeen “provinciale delicatessen”. Kwam de provincie naar Amsterdam, ik bedoel het eten uit de provincie? Niets was minder waar, maar alleen het idee al. Dat alle inwijkelingen van buiten de stad gewoon hun eigen Twentse krentenwegge, Brabantse balkenbrij, Friese nagelkaas en Zeeuwse alikruiken kunnen kopen en direct verorberen. Dat zou nog eens iets nieuws zijn. Jong en hip, altijd druk met het stadse bestaan, vindt een moment van rust tussen al die bekende dingen van thuis. Ach, het zijn maar dagdromerijen van me. Ons land is gewoon te klein voor winkels die streekgebonden producten verkopen. Behalve als het Italiaans is, want dan weten alle specialisten het precies. Toch blijft het een leuk idee, ga je mee een hapje halen bij de provinciaal?

Nieuwe keukens,  mooi  idee. Of het er van komt, ik mag het hopen. Anders blijf ik er over dromen en incidenteel een blog aan wagen. Net zo spannend, zulk voedsel voor de geest.

Boeuf Stroganoff

 

 foto: Kremlin by night

Aan rijke oligarchen ontbrak het niet (net zoals tegenwoordig) in het grote Russische Rijk van de negentiende eeuw. Bovenaan stond de Romanov tsaren familie, maar er waren meer families met grote verdiensten. Bijvoorbeeld de Stroganoffs. Vanaf de zestiende eeuw heeft deze familie een flinke vinger in de pap. Zij veroverden een groot deel van Siberië met alle grondstoffen, iets waar de hedendaagse Russische oligarchie nog van profiteert. De Stroganoffs zijn ook op culinair geen onbekenden. Op één van de veldtochten, zo gaat de mare, was het zo koud, dat een kok van een Stroganoff generaal het vlees slechts in reepjes gesneden kon bereiden en gaarde in de saus. Biefstuk Stroganoff was geboren. Andere verhalen zeggen dat het graaf Stroganoff, een vriend van Catharina de Grote was, die het gerecht bereidde voor arme studenten. Wie het weet mag het zeggen. Wel is een recept al beschreven in 1861 en in 1890 vond er zowaar in Sint Petersburg een kookwedstrijd met het gerecht plaats. De proliferatie van deze klassieker kwam in begin twintigste eeuw in het kielzog van alle Russische bannelingen. En de rest is geschiedenis, biefstuk met een saus, nog steeds op vele toeristenmenu’s wereldwijd. Overal in pakjes en zakjes te verkrijgen, in vele varianten. Vandaag een simpel recept voor Boeuf Stroganoff en waar al die tomaten en rode paprika’s in deze saus ooit vandaan zijn gekomen, blijft ook één van de raadselen. We drinken er een rode Bourgogne uit de Chalonnais bij, bijvoorbeeld een Givry.

Nodig 4 personen:

500 g biefstuk in reepjes
2 el olie om te bakken
50 g boter
2 grote uien in ringen
1 kippenbouillonblokje
3 el tomatenpuree
1 el bloem
2 laurierblaadjes
1 tl tijm
1 el scherpe mosterd
zwarte peper uit de molen
2,5 dl water
2 dl slagroom
1 dl crème fraîche

Bereiding:

Verhit in een pan de olie en fruit hierin de uienringen. Voeg het bouillonblokje toe en bak nog een minuut door. Fruit de tomaten puree en bloem mee en blus geleidelijk met wat water. Voeg de laurier, tijm, mosterd en peper toe.Giet langzaam de room erbij en roer tot gladde saus. Laat het geheel kort koken en voeg als laatste de crème fraîche toe.
bestrooi de biefstukreepjes met veel peper en zout. Verhit de boter in een koekenpan en bak de reepjes snel bruin. Doe het vlees in de saus en warm nog twee minuten op. Serveer meteen op grote borden met gekookte rijst. Garneer met wat peterselie.

Louhans kippenhoofdstad, waterzooi

  foto: de adellijke dames uit de Bresse

Elke maandagmorgen is het een gekakel van jewelste zo vlak buiten het plaatsje Louhans in de Bresse Bourguignonne. Louhans is een mooie landelijke marktplaats met arcades waaronder de warenmarkt plaats vindt. Extra muros ligt een gigantisch terrein. Van heinde en verre komen de kippenverkopers naar hier om het mooiste pluimvee van de wereld te verkopen, de Bresse kip. een kip in de kleuren van de drapeau national. Rode kam, witte veren en blauwe poten.
In tegenstelling tot onze Nederlandse (plof) kip, heeft de poulet de Bresse een adellijke status. En een eigen AOC (appellation d’origine controlée) Dit merkt deze kip ook tijdens haar opvoeding. De jonge kippen groeien buiten op het veld op en eten van het lekkerste graan, mais en verse pieren. Als ze mooi en sterk zijn gaan ze nog een week of zes op stal. Dan worden deze vrolijke schrokoppen nog bijgevoerd met het fijnste graan en pap. Als er geen blauwe ader meer is waar te nemen onder de trotse vleugels, is het tijd voor een uitstapje naar Louhans. “Waar de kiekens je in de bek vliegen”, aldus Gene Bervoets in het programma Gentse waterzooi.
Voor het foodblog event van januari dacht ik in eerste instantie aan de klassieker poulet de Bresse al la crème, maar die wordt het niet. Ik ga voor een Vlaamse klassieker en dan bedoel ik niet het bedwingen van de Muur tijdens de ronde van Vlaanderen door de heren wielrenners. Nee, mijn inzending wordt een Gentse waterzooi. Van Bresse kip natuurlijk. De dorstige mens wil ook wat, dus als witte wijn ga ik voor een Muscadet Prestige, gemaakt door een bevriende wijnboer uit Saint Géréon aan de Loire. Op deze wijze hebben we weer een aardige tour de food gemaakt.

Nodig voor 4 personen:

2,5 l  groentebouillon (vers of van blokje)

1 kip in stukken, karkas mee laten trekken in bouillon
3 stengels bleekselderij
1 prei in ringen
3 wortels in stukken
8 vastkokende aardappelen
200 g knolselderij in blokjes
1 bosje peterselie fijngehakt
2 eierdooiers
4 dl room
boter
peper zout

 

Bereiding:

Snijd de kip in stukken. Maak er filets en bouten van. Het karkas van de kip kun je aan de bouillon toevoegen. Als de bouillon getrokken is en heet kan het karkas er uit. (Schuim eventueel de bouillon af) Voeg de kipdelen toe en laat ongeveer 20 minuten koken.
Snijd alle groenten in grove stukken. Zet de groenten en aardappel even aan met een klont boter.  Haal de kipdelen uit de bouillon en haal het vel eraf. Voeg de kip toe aan de groenten en voeg de gezeefde bouillon toe. Laat alles 10 tot 15 minuten sudderen totdat de aardappelen en groenten gaar zijn. Voeg 3/4 van  de room toe en verwarm mee. Maak de waterzooi op smaak met peper en zout.
Roer de eierdooiers los en voeg de rest van de room toe. Haal de pan van het vuur en meng dit losjes door de waterzooi
Schep de kipdelen en groenten in bord, lepel er saus over en garneer met gehakte peterselie.
Serveer er een boerenbrood bij in stukken, zo komt de pan saus ook mooi leeg

 

Mijn blog in 2013, what’s new?

Goedemorgen, gelukkig Nieuwjaar!  De kruitdampen zijn opgetrokken en de stilte van de eerste ochtend van het jaar omringt me. Een nieuw jaar, een nieuwe ronde, een tabula rasa, schone lei. Ik heb er zin in dit jaar. Sommige onderwerpen op mijn blog gaan verdwijnen, sommige veranderen andere gaan extra aandacht krijgen. Nieuwe dingen ga ik toevoegen. Heerlijk vooruitkijken nu. Een heel jaar vol blogs over eten en wijn ligt voor me. Een korte samenvatting van mijn voornemens:

Gesprekken en gerechten:
Met deze serie ga ik onverdroten verder. De Engelstalige wel te verstaan, de Nederlandse versie was niet zo levensvatbaar. Ik noem het voortaan “Talk en table”‘ naar het idee van schrijfster Frances Mayes. Op de rol staan Jeff Titelius, reiziger in hart en nieren, Joe Wolff, koffiehuis expert (en dan bedoel ik niet dat soort koffiehuizen in Amsterdam) en Kate Hill kook”ster” uit de Gascogne. Ik verheug me op hun verhalen.

Ma Bourgogne:
Rond dit thema valt nog heel wat te bloggen. Recepten en wijnen gelardeerd met foto’s uit deze mooie streek.

Wijn:

Zal het smeersel blijven van mijn blog. Ga in 2013 weer nieuwe wijnen ontdekken en proeven. En erover berichten. En bij vragen over wijn, weest allen welkom.

Foodblogevent:
Ga zeker weer mee doen. Ik hoop dat dit jaar het zoet- en bakgehalte af zal nemen en er meer mannen een bijdrage gaan leveren aan het event. En dat het geheel wat meer verdieping krijgt. We gaan het meemaken.

Dit nieuwe jaar betekent ook een start van een aantal nieuwe dingen. Ben heel benieuwd wat de respons hierop zal zijn.

www.thuisafgehaald.nl:
Naast het schrijven over eten wil ik mensen dit jaar ook laten proeven van mijn kooksels. Sinds korte tijd sta ik op de site www.thuisafgehaald.nl. Een forum waarop kokers en afhaler elkaar ontmoeten. Heb je zin in iets lekkers? Kom dan eens iets afhalen. Eventueel met een lekker wijntje erbij!

Restyling blog:
Op korte termijn ga ik actief aan de slag met mijn vriendin Esmée Scholte. Zij opperde het idee om mijn blog opnieuw in te richten. We gaan hard werken aan het resultaat.

ACBM:
Het broeide al een tijdje, maar 2013 wordt het geboortejaar van de “ACBM” Intimi weten al een beetje wat dit betekent. De Anti Cupcake Behaviour Movement. Deze beweging is ontstaan als reactie op de overkill aan zoete gerechten. Ook wil de ACBM regelmatig tegengas geven tegen gewriemel met eten… Kan nog spannend worden.

En als laatste nieuwtje:

Gereons keuken thuis:
De laatste loodjes wegen het zwaarst. Iets later dan de bedoeling was komt komend voorjaar mijn eerste boekje uit. “Gereons keuken thuis” Vol verhalen, recepten en wijnen.

Heel wat werk aan de winkel dus, het nieuwe jaar. Straight forward! Ik heb er veel zin in!

Ik start vandaag met een simpel soepje. Goed tegen katers of voor mensen die gewoon back to basic willen na al het feestgedruis. En de wijn sla ik vandaag even over.

Nodig 4 personen:

1 kg iets kruimige aardappels
2 uien
2 tenen knoflook
1 prei
halve knolselderij
125 g spekblokjes
water
1 bouillonblokje (kip)
bieslook
potje crème fraîche
peper en zout

Bereiding:

Schil de aardappels en snijd in stukken. Maak de selderij schoon en snijd in blokjes. Was en snijd de prei in ringen. Snipper de ui. Pel de tenen knoflook. Verhit wat olie in een pan en bak de spekjes uit. Fruit daarna de uien mee. Doe de knoflook erbij en alle groenten. Bak kort aan. Zet alles onder water en verkruimel het bouillon blokje in het vocht. Breng aan de kook. Laat alles een half uur rustig pruttelen. Controleer of alles gaar is. Pureer de soep met een staafmixer en voeg de crème fraîche toe. Maak de soep af met wat peper, zout en fijn geknipte bieslook.