Zaterdag aan zee, mosselsoep.

 foto: Noordzee grijstinten

De strandpaviljoens zijn weg. De badgasten verdwenen. De eerste herfststorm heeft het nodige op het strand achtergelaten. Mooie schelpen, wrakhout en wie weet? dat wordt het strand afstruinen.  Het morgenstrand is leeg op een solitaire wandelaar na. In de verte gloren de windmolens op zee en een enkel schip voor de rede. Herfst aan de Noordzeekust, ik kan er geen genoeg van krijgen. De lage luchten nog net zoals op schilderijen uit de 17e Eeuw. Het grijs van de meeuwen. De grijsgroene zee met witte schuimkopjes. Wandelen en de zilte jodiumlucht maken hongerig. Een mooie zaterdag voor romige mosselsoep met grijze Noordzeegarnalen. Van verse mosselen, rijk gevuld. We drinken er een witte Mâcon Mancey uit de Essentiels serie bij.

Nodig:

2 kg Zeeuwse mosselen

150 g gepelde Noordzeegarnaal

1 prei

2 takken bleekselderij

1 winterwortel

1 el mosterd

1 potje crème fraîche

boter

gehakte peterselie

1/2 fles witte wijn

1/2 l water

1/2  blokje visbouillon

peper en zout

Bereiding:

Was de groenten en snijd ze in niet te kleine stukken. Was de mosselen en haal de kapotte schelpen eruit. Verhit de boter in een pan en bak de groente kort aan. Voeg de witte wijn  en een glas water toe. Breng aan de kook. Kook de mosselen kort, ongeveer zes minuten. Schud de pan tussen door. Schep de mosselen en groenten uit de pan en zeef het kookvocht in een andere pan. Voeg de rest van het water toe, het visbouillonblokje en breng aan de kook. Laat kort sudderen. Haal het mosselvlees uit de schelp en leg een aantal apart voor de garnering. Voeg de mosselen, de groenten toe aan de bouillon. Zet het vuur laag, voeg de crème fraîche, de mosterd en peterselie toe. Maak het geheel op smaak met zwarte peper en zout. Als laatste kunnen de garnaaltjes erbij. Serveer de mosselsoep direct met een mossel in de schelp als garnering.

 

In de keuken van Heremijntijd.

 foto: een mooi object van Heremijntijd

Op een van de oudste plekken van Amsterdam  bezocht Gereons Keuken Thuis twee bijzondere mannen. Henk Visser en Jos Euwema van Heremijntijd. Deze bevlogen antiquairs wonen in een oud zoutpakhuis aan de Oudezijdskolk. Tijd om eens hun keuken daar te bezoeken. En wat voor ééntje, gemetseld in landelijke stijl en met mooie koperen pannen. Henk houdt van koken, dat is te zien. voor mij geen verrassing, want hij laat dit regelmatig weten op Facebook. Maar de keuken van Henk en Jos is niet de enige reden om  deze heren te bezoeken. Hun hele verdieping staat vol met zoals ik het zou noemen objets du désir. Voorheen hadden beide mannen een antiekzaak in de Jordaan, tegenwoordig zijn hun trouvailles gewoon bij hun thuis en op op hun mooie site te bewonderen. Heremijntijd grossiert in meubelen, decoratieve stukken, verlichting, beelden, volkskunst en nog veel meer. Henk kan er mooi over vertellen, gezeten met pup Tirza aan de keukentafel. Over het menselijke bekken, dat hij zojuist had verkocht of een grote opgezette schildpad. De objecten van Heremijntijd hebben allemaal een eigen verhaal. En worden voor  hun website prachtig op de gevoelige plaat vastgelegd door Jos. Want de heren cateren niet alleen in eigen land, maar ook uit Engeland, Canada en de VS weten liefhebbers de heren te vinden. Smakelijke verhalen, zoals gezegd en mooie beelden. Het is een feest om rond te dwalen door het zoutpakhuis, terwijl Henk vertelt over hun interieurprojecten, de vogelkooi, die hij uitleende aan een groot warenhuis. Verhalen te over. Maar beter nog is kijken op de website van Heremijntijd, http://www.heremijntijd.nl Of beter nog eens op bezoek gaan bij deze gastvrije mannen. Ik ga zeker nog eens een kijkje nemen in hun keuken. Geïnspireerd door de objecten een receptje voor gegratineerde oesters uit mijn kook- en leesboek Gereons Keuken Thuis *. Die zouden zeker mooi tot hun recht komen op de tinnen schaal, waar we over spraken. Met een vrolijk glas rosé uit de Golf van Saint Tropez erbij.

Nodig 4 personen:

1 dozijn oesters
3 sjalotjes
bosje peterselie fijngehakt
100 g boter
peper
zout
1/2 Spaans pepertje
2 el paneermeel

Bereiding:

Snipper de sjalotjes fijn. Snijd het Spaanse pepertje in hele kleine stukjes. Meng de peterselie, Spaanse peper en sjalot door de boter. Voeg weinig peper en zout toe. Leg de oesters op een met aluminium folie bedekte bakplaat. Verwarm de oven op 180 graden en zet de plaat erin. Haal de oesters eruit als ze open zijn en haal de bovenste schelp eraf. Kijk hierbij uit dat je jezelf niet brandt!!
Vul de schelpen met het botermengsel en strooi er wat paneermeel over. Zet hierna nog enkele minuten onder hete grill. Serveer daarna direct.

* Gereons Keuken Thuis is nog steeds als Ebook te verkrijgen.

Foodblogevent september, zarzuela.

Zijn het de heerlijke taartjes bij Gerbeaud in Boedapest? Of de margaritas en snacks op een Mexicaans strand? De eendenborst als waaier in Dijon?  Butternut squash in Londen? De geweldige pasta met langoesten in Rome? Ik heb zoveel herinneringen aan eten op reis. Zou me niet meer kunnen heugen wat het lekkerste was. Is dat belangrijk? Welnee. Die boquerones van de grill in Zuid Spanje? De schnitzels met gefrituurde peterselie in een hotel in Frankfurt? De Griekse lunches op het strand van Rethymno? Het à la minute gerookte rendiervlees in Helsinki? Allemaal herinneringen aan eten, zowel tijdens vakantie als voor het werk.

De rogvleugel in Normandië, was dat het? Of de cassoulet in Toulouse? Of dichter bij huis toast met kipkap in Hasselt? Of een frietje zoervleis bij Reitz in Maastricht?

Alles is een deel van mijn eetherinneringen. En die zijn onuitputtelijk. Een eenduidig antwoord kan ik niet geven op het thema van het foodblogevent van september. Beschrijf je lievelingsoord en dito eten tijdens de zomervakantie.

Ik moet bekennen dat ik nooit met zomervakantie ga. Te druk met mijn gasten aan zee en het genieten van de stad. Misschien doe ik daar wel de mooiste vakantiegerechten op. Een lekkere friandise van Kuyt, weggesmikkeld met een kookdiva uit Verona. Een lekkere Arabische lunch in Bazar met de echtgenoot, kop muntthee erbij. Een bakje frambozen van de markt opsnoepen. Een haring uit het vuistje. Een lekkere burger van blonde d’Aquitainevlees tegenover Artis. Allemaal mooie eetmomenten in de zomerse stad Amsterdam. Misschien vormen dat soort genoegens wel mijn mooiste vakantie herinneringen. Een boottripje door het Waterland met gegrilde kip, een makreelsandwich en genieten van de blauwe hemel en zon. Je zelfgemaakte broodjes op de pont naar Noord. Eens ijsje al wandelend de stad in. Roken en grillen op mijn stadsbalkon. Allemaal mooie (zomervakantie) eetherinneringen.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat ik geen specifieke vakantie herinnering heb. Ik herinner me alles wat ik eet, vakantie of niet. Lekker eten is elke dag een beetje vakantie. En als ik dan iets uit moet zoeken voor het foodblogevent september is het toch wel zarzuela, een Spaans visgerecht, waarover ik eerder schreef in mijn kook- en leesboek Gereons Keuken Thuis. Zowel binnen als op een pitje buiten te fabriceren. Instant zomergevoel. Vis in een pan met saus om je brood in te dopen. We drinken er een witte verdejo uit de Rueda bij.

Nodig (4 personen):

6 el olijfolie
1 grote ui gesnipperd
3  tenen knoflook in stukjes
1 laurierblad
4 draadjes saffraan
1 tl paprikapoeder pittig
1 Spaans pepertje in kleine ringetjes (let op zonder zaadjes)
2 el tomatenpuree
4 tomaten
250 ml witte wijn
1 visbouillonblokje
500 g zeevruchten gemengd
500 g visfilet bijvoorbeeld kabeljauw in stukken
10 grote gamba’s (garnering)
peterselie gehakt
peper, zout
citroen

Bereiding:

Verwarm de olie in een pan en fruit zachtjes de ui aan. Voeg het laurierblad, de knoflook, saffraandraadjes, paprikapoeder en Spaanse peper toe en laat dit kort fruiten, zodat de aroma’s vrij komen. Bak dan even de 2 el tomatenpuree mee. En voeg daarna de tomaten toe. Laat alles even sudderen.
Doe de witte wijn en het visbouillonblokje erbij en kook alles even door. Voeg de kabeljauw en zeevruchten toe. Doe een deksel op de pan en laat nog 15 minuten doorsudderen.
Garneer daarna de Zarzuela met partjes citroen, wat gehakte peterselie en de verwarmde gamba’s.

Bon Appétit, genieten van de Franse keuken.

 foto: Bon Appétit

Op het nazomerbalkon van Gereons Keuken Thuis ligt een sfeervol kookboek. Bon Appétit van 24Kitchen kok John Gerdsen. Hij staat stralen op de cover van zijn nieuwe kookboek. Het lijkt alsof hij wil zeggen tegen zijn disgenoten: “Geniet van de Franse keuken!” John Gerdsen houdt van Frankrijk, reist er graag doorheen en geniet van de joie de vivre. Fransen nemen nog de tijd om met elkaar van eten te genieten. Dat wil de schrijver van dit boek meegeven, in de sfeer en in de gekozen recepten. Een feest van herkenning. Klassiekers waar Joh zelf een twist aan geeft, om van te genieten met je gasten.

Een ander feest van herkenning zijn voor Gereons Keuken Thuis de foto’s in het boek. John poserend voor een muurschildering in Chalon sur Saône, bij de rots van Solutré, tussen de wolken van koeien in de Charolais, bij de fontein voor het stadhuis van Lyon en met een wijnproducent bij de emblematische molen van Moulin à Vent in de Beaujolais. Ik ben grote liefhebber van dit stuk Frankrijk, de zuidelijke Bourgogne en de Lyonnais.

En dan de recepten in het boek, beginnend met entrées en amuses. Oesters mogen niet ontbreken, net als de coquilles, crudités en een salade van kwartel. Allemaal mooie voorgerechten, makkelijk te maken. Van verse ingrediënten. In dit hoofdstuk misstaat het recept voor céviche een beetje, omdat dit geen Frans gerecht is.

John Gerdsen besteedt in zijn tweede hoofdstuk aandacht aan potages en consommés. Dat vind ik erg goed gevonden, omdat bij het tegenwoordige beeld van Frankrijk la soupe een beetje op de achtergrond is geraakt. Terwijl dit land juist bekend is om soepen en sauzen. John gaat voor kalfsbouillon, de traditionele uiensoep, een zuidelijke venkelsoep met Pernod en natuurlijk ontbreekt de bisque met kreeft niet.

Dan de plats, de hoofdgerechten, les plats. Fijne recepten met vis, vlees en wild. Krokant gebakken schar, het plateau met zeevruchten, de magret de canard, eendenborst met dadeljus en blanquette de veau. John Gerdsen staat op de foto in St. Christophe, de grootste koeienmarkt van Frankrijk en poseert met een mooie dame uit de Bresse, die later in de witte wijnsaus verdwijnt. Smaakvolle recepten, die je instant doen verlangen naar Frankrijk.

De kok sluit af met de vierde gang, kaas en desserts. Hij geeft heerlijke recepten voor zoetigheden en patisserie. De kazen komen er ietwat bekaaid vanaf, maar de crème van Epoisses, de Bourgondische kaas, mag er zijn. Evenals de tarte tatin, deze keer met abrikoos. Bon Appétit!

John Gerdsen sluit af met wat basic keukentermen. dat vind ik leuk, omdat deze vaak worden vergeten. Zeker de keukentermen, die in Frankrijk een bijna academische status hebben. Hij vertelt over vlees, soepen en sauzen, snijtechnieken en het who is who in de keukenbrigade.

Bon Appétit is een leuk kookboek voor de keukenprins of prinses, die wordt afgeschrokken door ingewikkelde recepten. Dat straalt dit boek in alles uit. Frans eten is niet moeilijk. Duidelijke en makkelijke recepten uit la douce France. Niet te veel foto’s van de gerechten zelf. Het is een sfeerboek, neemt je op reis door de keuken van dit land. John Gerdsen geeft wat achtergronden over de producten. het vlees, de kip, de markten en wijn. Ik had het leuk gevonden als hij bij zijn recepten ook een wijnsuggestie had gegeven. Dat had het boek compleet gemaakt. Bon Appétit is een welkome aanvulling voor de jongere kookgek en zet Frans eten weer op terug de kaart.

Bon Appétit, genieten van de Franse keuken  ISBN 978 90 452 0656 1 is een uitgave van Karakter Uitgevers www.karakteruitgevers.nl en kost € 24.95

Gereons Keuken al fresco cappucino van garnalen

 foto: garnalenvangst

 

 

De buien trekken weg. Het strand is leeg en verfrist op deze dinsdagmiddag. Hoe anders dan het mudvolle Pinksterstrand. Het felle juni zonlicht prikt door de flarden vocht en wolk. Aan de horizon liggen de schepen voor de rede. Klaar om geschut te worden in de sluizen van IJmuiden. Op weg naar Amsterdam. Een solitaire Prindle zeiler waagt het erop. Hij steekt van wal of moet ik zeggen van strand. Ik volg het gekleurde zeil dat lijkt op te lossen in het vocht boven de Noordzee.

In ieder geval kunnen we weer als fresco eten. Buiten koken zal het niet worden, simpelweg omdat mijn zeebalkonnetje zich hiervoor niet leent. Maar niet getreurd in Gereons Keuken aan Zee is het ook goed toeven. Ik maak een simpele garnalensoep en door toevoeging van wat lecithine maak ik er een mooie toef zeeschuim op. Een echte cappucino van zeevruchten.

We drinken er een frisse witte Beaujolais bij of gaan we eens voor de rosé van domaine la Rizolière.

 

Nodig:

 

1 kg rauwe tijgergarnalen

1 blik gepelde tomaten

1 visbouillonblokje

250 ml room

1 1/2  liter water

2 cm gember

1 tl cayennepeper

olijfolie

2 el lecithine

zout en peper

4 takjes dille

 

 

Bereiding:

 

Maak de rauwe garnalen schoon en bewaar de resten. Verhit in een pan het water en gooi hierin de garnaalresten. Voeg wat zout en een bouillonblokje toe en laat een half uur trekken. Verhit de olie en bak de garnalen kort aan. Haal 4 garnalen eruit voor garnering later. Voeg de gember in stukjes toe, de cayennepeper en het blik gepelde gepelde tomaten. Blus het geheel af met de gezeefde bouillon. Laat het geheel 15 minuten doorkoken. Proef de soep en maak hem eventueel op smaak met peper en zout  Voeg als laatste de room toe. Pureer de soep hierna met de staafmixer. Haal voor het opdienen 200 ml uit de pan en voeg de lecithine toe. Maak met de staafmixer op een rustige stand een schuim er van die boven op de soep wordt gelepeld. Leg in ieder bord een garnaal schep de soep erop en garneer de soep met het opgeklopte schuim en een takje dille.

 

 

Aumônières de la mer, zeebuideltjes.

 foto: bundel de zee.

Het is lente, sappig groen gras op zilte weiden. Beelden doemen op van de rots van Sint Michiel. Lage luchten boven de torenspits. Lammetjes bevolken de weiden. Le pré salé zoals de Normandiërs dat zo mooi verwoorden. De Lente, tijd  voor nieuwe smaken, fris op je bord. Zilte smaken gecombineerd met wat groente. In een buidel deze keer. Variatie te over. Ik maakte al eens buideltjes van crêpes met slakken. Vandaag gaat Gereons Keuken Thuis aan de slag met een eigentijdse versie van een recept voor aumônières de la mer, buideltjes van koolblad gekookt in zeevocht. Ik las het eens in het boekje “Recettes de grand mère du Printemps” (ISBN 978 2 8226 0047 7) Het koolblad beschermt de ragout van vis en mosselen. Het is lente, dus we drinken er een Muscadet bij, fris en met een appelzuurtje. Of een droge cider voor de liefhebber.

Nodig 4 personen:

1 kg mosselen
200 g zalm
200 g witvis
200 g grijze garnaaltjes
4 el crème fraîche
3 draadjes saffraan
1 bosje peterselie
1 tl Maïzena
peper en zout
4 grote koolbladeren
1 kop diepvrieserwtjes
water
bindtouw

Bereiding:

Was de mosselen goed. Verwarm in een grote pan een kop water met wat zout. Doe de mosselen in de pan en laat ze in ongeveer vijf minuten openen. Haal de mosselen uit de pan en laat ze iets afkoelen. Haal het mosselvlees uit de schelpen en zet apart. Zeef het kookvocht. Snijd de zalm en witvis in kleine stukjes.
Meng de crème fraîche met saffraan, peper, zout en gehakte peterselie. Los de Maïzena op in het mosselkookvocht en meng dit door de crème fraîche. Breng het mengsel aan de kook in een pan en voeg de stukken vis en erwtjes toe. Als het te dik wordt kan er wat kookvocht bij. Als laatste voeg je de mosselen en garnaaltjes toe. Was de groene kool bladeren en kook ze ongeveer 10 minuten. Leg op elk koolblad een flinke schep van de visragout en bind de bladeren dicht met wat keukendraad. Doe de buidel terug in de pan met het water van kool en kook nog ongeveer 10 minuten.
Serveer de buideltjes op een bord met boerenbrood en gezouten Normandische boter.

Toast met Noordzee garnalen “Le Zoute”

Uitkijken, op een rustige maandag, over het strand en de zee, nog gehuld in de ochtendnevel. Het is oostenwind en eb. En man loopt met zijn fiets het strand op en trekt zijn lieslaarzen aan. Achter zich aan sleept hij een net. Dan weet je direct waar het deze visser om te doen is. De grijze Noordzeegarnaal. Klein maar fijn. Vol smaak. Nostalgie op vakantie als kind in Knokke, mandjes gekookte garnalen in de restaurants aan de de dijk.
Maar ik dwaal af. Op de donderdag vlak voor Pasen stond er in Gereons Keuken Thuis een grote, doch koude witte doos te glimmen. Delivery van Kroon op het Werk. Een feestelijke foodybox , met kruiden van Simply Spices., een stuk varkensentrecôte, ambachtelijke mosterd van Ton, olijven van Jonnie Boer en Kesbeke en twee bakken Noordzee garnalen, gepeld en ongepeld. Van het Nederlands Visbureau. Ik wilde meteen aan de slag, pellen die garnalen, een dragonmayonaise maken, een beetje limoen en op toast. Een broodje, zoals je in België ziet vol garnalen en een beetje saus erop. Voor flanerende dames op de dijk van Knokke.  Dat werd het; een toast met Noordzeegarnaal “Le Zoute”, voor op het strand. We drinken er een witte pinot gris uit de Elzas bij. Instant voorjaarsgevoel.

Nodig 4 personen:

4 sneden casinobrood
300 gepelde garnalen
3 el mayonaise (Lesieur)
1 el crème fraîche
2 tl dragon
sap van 1/2 limoen
waterkers
peper en zout

Bereiding:

Snijd de korsten van het witbrood en rooster ze in een koekenpan met een drupje olijfolie aan beide zijden. meng de mayonaise, crème fraîche, dragon, limoensap en wat zwarte peper tot een gladde saus. Pel de garnalen.
Leg op elk sneetje wat waterkers en schep er voldoende garnalen op. Schep daarna de saus op de toast en garneer met een een takje peterselie.

Stéphane Reynaud, pastei en paté

 foto: de cover van Pastei en paté

Een stevige wildpastei, een stuk paté en crôute, een viscreatie in deeg. Het Gallische hart van Gereons Keuken Thuis gaat harder slaan van dit soort aardse zaken. Stevige kost van het Franse platteland, een goede salade erbij en natuurlijk een mooie wijn. Dit zijn nu van die essentiële of moet ik zeggen existentiële dingen in het leven. En veel Fransen begrijpen dat. Zo ook Stéphane Reynaud, oorspronkelijk uit de Ardèche en nu kok in Montreuil. Hij schreef al eerder over varkensvlees en stevige bistrokost. Nu is er zijn nieuwe boek Pastei en Paté, recepten van het Franse platteland. Een boek om niet te versmaden, maar dat hoef ik als ras campagnofiel natuurlijk niet uit te leggen.
Het boek lijkt op een catalogus van alles wat de perfecte zeshoek biedt. Het lijkt wel een opsomming van alle ingrediënten voor het goede Franse landleven. Reynaud start met de basisprincipes van deeg, deegsoorten en geeft hier duidelijke instructies voor.
Het volgende hoofdstuk gaat over groente en paddenstoelen. Stéphane Reynaud neemt ons mee langs mooie pasteien  en paté’s met groenten, zoals paté met snijbiet, een variant met noten en een pompoenpastei.
Daarna volgt het iets steviger werk. Paté’s van gevogelte en konijn. Aardse smaken, zoals een kippenpastei met dertig knoflooktenen, een pastei met eendenconfit en sinaasappel en een tourte met konijn en prei.
In het hoofdstuk vlees zie je de achtergrond van slagerszoon Reynaud. Hij schuwt het gebruik van veel vlees niet en gaat nog regelmatig terug naar zijn roots in de Ardèche voor de jaarlijkse slacht. Een stevige paté uit Pézénas, de klassieke paté en crôute en voor deze tijd van het jaar een Paaspaté. Ik kan nog wel even verder gaan, wat te denken van Cervélas en crôute of een pastei van runderwang. De fotografie erbij maakt het nog smakelijker. Een mooi geheel op een plank in een robuuste setting, daar houd ik van.
Het vismenu van Reynaud start meteen met tielles, vistaartjes uit Sète, glas picpoul de pinet erbij en klaar is je maaltijd.
Of een palingtaart met venkel. Alles wordt uit de kast getrokken.
Geheel volgens de Franse traditie mag een hoofdstuk over kaas ook niet ontbreken en daarna wat zoet en fruit om de maaltijd af te sluiten.
Het boek Pastei en Paté is een aanrader. Ik ga er nog veel uit lezen en natuurlijk namaken. Het enige gemis van het boek is, vind ik, dat er bij de gerechten weinig verteld wordt over de herkomst, de streek, de gewoontes. Het Franse platteland komt niet echt naar voren. Voor een doorgewinterde francofiel als Gereons Keuken Thuis is dat niet zo een probleem. Voor degenen, die niet de geografie, het terroir en gewoonten van Frankrijk op het netvlies hebben, is het dan een beetje raden. Maar de heerlijke recepten maken dit ruimschoots goed.

Pastei en paté (ISBN 978 90 5956 509 8) is een uitgave van Fontaine Uitgevers, www.fontaineuitgevers.nl
De prijs van dit smakelijke kookboek is € 27,95

Een witte Rueda met pikante mosselen

 foto: geen straf die XP sherry

Wijn proeven, smaken ontdekken. Dat stond op deze laatste dag van maart op het programma. In de sfeervolle kelder van het Grachtenatelier in Utrecht. We maakten een reisje door Europa met de wijnen van Karakter Wijnimport.
Het startpunt lag in de Marken, de wijn een verdicchio uit Castelli dei Jesi. Fris met een bittertje. De keukenploeg maakte er een prikker met de ingrediënten van de insalata caprese bij. Een frisse start.
We gingen verder naar Noord Spanje, een kakel knisperende Rueda, van de verdejo druif, pittige gemarineerde mosselen erbij. (zie recept)
We staken door naar Duitsland, naar Rheinhessen, waar de familie Raddeck een spätburgunder maakt, op biologische wijze. Lichte kleur rood, fruit uit de lente, een hint van het woud. Gedronken bij een kleine bite van van champignons, krokante rauwe ham op een bedje van zuurkool. Alle aardse smaken bij elkaar.
Over de Alpen gingen we verder naar Asti in Piëmonte, een rode Barbera voor bij de pasta alla puttanesca. De lichte zuren van de Barbera druif gecombineerd de kittige pasta.
Even tot rust komen met een Morellino di Sacnsano. Een wijn uit de Maremma, het Wilde Westen van Toscane. Stevig in smaak met een koele panzanella, Toscaanse broodsalade.
We vertrokken westwaarts richting de Douro in Noord Portugal. Een wijn van de lokale trincadeira druif. Een stevige donkerrode wijn vol pruimen voor bij de amuse van in de oven gegrilde vijgen met ham, honing en balsamico.
Het sluitstuk, de finish van deze tour lag in Andalusië. We proefden een donkerbruine, geconcentreerde XP sherry. Fluweel voor bij het timbaaltje van ananas met donkere chocolade. Wederom geen straf voor Gereons Keuken Thuis, geoordeeld naar de foto bij deze blogpost.
Op 14 april a.s. gaat de reis verder, langs Nieuwe Wereldwijnen met spannende hapjes. Je kunt nog deelnemen. Kijk voor meer informatie op http://www.grachtenatelier.nl/workshops/inloopagenda/wijn-en-spijs-cursus

Nodig:

1 kg mosselen
2 tenen knoflook
1 sjalot
1 Spaanse peper
1 glas witte wijn
1 el witte wijnazijn
gehakte peterselie
zout en peper

Bereiding:

Was de mosselen goed schoon en gooi de kapotte of dichte exemplaren weg. Verhit twee eetlepels olie in een wok en voeg de mosselen toe. Laat de mosselen onder een deksel circa 8 minuten stomen tot ze open en gaar zijn.
Schep de mosselen uit de pan en verwijder de bovenste schelp. Verhit opnieuw wat olie in de wok en fruit hierin het sjalotje, de knoflook en Spaanse peper. Blus af met de witte wijn. Laat het geheel iets inkoken en voeg de witte wijnazijn, peterselie, peper en zout toe. Schep de dressing meteen in de geopende mosselen en serveer op een grote schaal.

foodblogevent January, Dutch mussel soup

 picture: smoking trout at Pure Market Amsterdam

Last week I attended the Amsterdam Food History Symposium organized by my alma mater the University of Amsterdam. Instantly I got the idea for my contribution for the #foodblogevent January,  hosted by Ellen Bannink from LA. She is a Dutch foodie and blogs on http://inmyredkitchen.com/ The idea was to internationalize a Dutch recipe. Many Dutch  American recipes, as a scholar said in her speech, are legacy form the Dutch immigrants in the USA. The first Dutch settlers in New York cooked their original food with the ingredients they found in their new homeland.  Even the Vanderbilts wrote down traditional Dutch dishes. My recipe comes from the province of Zeeland.  Here it is:  Dutch mussel soup with smoked eel. I wrote this recipe last year for my friend chef Robin White firom Sonoma. To pair with a great white Rhône wine, made from grenache and ugni blanc.

Ingredients:

4 lbs/ 2kg mussels
1 bottle of brown ale
1 big leek
2 celery sticks
1 big carrot
1 cube of fish stock
1 cup of  thick cream
2 tbs butter
salt and black pepper
dash of nutmeg
chopped parsley
2 filets of smoked rainbow trout
(or if available 4 smoked eels)
3 cups water
Preparation:
Clean the mussels under cold water. Throw away the open (that do not close when you tap on them) and damaged ones. In a big soup pan you bring the ale to a boil. Add the mussels and cook them for 6 minutes
Get the mussels out of the pan and get them out of their shells. Leave 12 mussels apart for later garnishing. Strain the cooking juices through a sieve and put in another pan Add the thinly sliced carrot, leek and celery. Add 3 cups of water an bring to a boil. Crumbe and dissolve the stock cube. Let the soup simmer for about 5 minutes. At the end you add the cream, the mussel meat and some butter. Season the soup and give it a dash of nutmeg. Serve on 4 soup plates with some pieces of the smoked trout/ eel and mussels in their shell. top the soup with some  finely chopped parsley. Serve the soup with a firm farmer’s bread and salty butter.