TLV, de culinaire stadsgids.

foto: de diversiteit van TLV, er is een plekje onder de zon voor iedereen.

TLV, de culinaire stadsgids. Gereons Keuken Thuis las een boek, dat één grote bonk vibes is. Het is het verhaal van een plaats in het oostelijke Middellandse Zeegebied, een oase voor buitenbeentjes, een bubbel, een plaats van rust in roerige dagen, een dance till you drop stad. Met een bijzondere culinaire cultuur. Waar vind je zoveel vegans? Ik ben er zelf nooit geweest (ken Tel Aviv alleen van Youtube filmpjes van Eliad Cohen), maar alleen al het lezen van deze culinaire stadsgids werkt magnetiserend. Het is verbazingwekkend dat de heuvel van de lente zo lang het geheim van de reiswereld is gebleven en schrijver Jigal Krant tilt voor de lezer de sluier op.

foto: Tel Aviv betekent streetfood.



Jigal Krant heeft een grote liefde voor de Heuvel van de Lente, Tel Aviv. Zo gauw hij voet aan de grond zet op het vliegveld gaat zijn hart een tandje harder kloppen. Niet voor niets schreef hij vorig jaar een prachtig kookboek,  Het Gouden Kookboek van 2019TLV, met verhalen en recepten uit deze stad. Het was het begin van de ontdekking door den Hollander van Tel Aviv als citytrip bestemming. Velen ging met TLV onder de arm op pad en Jigal ontving, als ware hij een reisagent, dagelijks mailtjes over praktische zaken, zoals wisselkoersen, overnachtingsplekken en tattoo parlors.

foto: elk onderwerp mooi geïllustreerd.



Het daagde hem uit, om TLV, de culinaire stadsgids te schrijven. Geen alles omvattende reisgids, maar een boek met de plekken, die Jigal na aan het hart liggen. Vergeet niet dat de laatste jaren Tel Aviv zich tot een geduchte gastronomische concurrent heeft ontwikkeld ten opzichte van andere steden. Eat your heart out, NYC, Parijs of Londen! De stadsgids begint met een korte beschrijving van Tel Aviv, de historie en cultuur. Want het is een stad, hoewel niet zo heel groot, die heel kosmopolitisch aandoet, laid back is en gastvrij tegenover welke bevolkingsgroep dan ook. Joden, expats uit de ICT sector, LGBT Arabieren en vegans. Allen vinden een plekje onder de Telavivaanse zon. Jigal behandelt hierna FAQ, van veiligheid tot je verplaatsen. Hij legt uit dat Tel Aviv een oase is in tijden van politieke onrust en geweld. Een stad, waarin iedereen op adem komt. Of lucht te kort door het tempo, waarmee het leven wordt gevierd.



Jigal Krant neemt de lezer mee op pad van ontbijt, via streetfood, van choemoes & sjaksjoeka naar restaurants. Hij vertelt in een apart hoofdstuk over de status van Tel Aviv als vegan capital, drinkt koffie, eet ijsjes. Er zal gedronken worden, l’chaim, en natuurlijk gedanst. Gefietst wordt er langs Bauhaus iconen. Jigal als vinyl liefhebber laat zijn favoriete platenzaken zien. Tot slot nog wat graffiti. Er valt heel wat te beleven in een paar dagen TLV.  De culinaire stadsgids besluit met verklarende woordenlijsten. 

foto: IJs is over the top.

Anyway, nadat Jigal ons het koken van Tel Aviv leerde, neemt hij ons nu mee naar de plek waar hij zich zo senang voelt. Dus wat let je: ga eens naar The Bubble, met TLV, de culinaire stadsgids onder de arm en dompel je onder in deze stad net als Jigal Krant en vele anderen dat doen.

foto: cover TLV, de culinaire stadsgids.



TLV, de culinaire stadsgids. Jigal Krant (ISBN 9789038808048) is een uitgave van Nijgh Cuisine en kost € 20,00


Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Culinair op reis met de Smaak van Italië.

foto: rust in de lagune van Venezia.

Culinair op reis met de Smaak van Italië. In Gereons Keuken Thuis plofte deze week het november/december nummer van de Smaak van Italië op de mat. En nieuw nummer van dit lifestyle magazine voor reizen, cultuur en eten in de Bel Paese. Ik trap meteen een open deur in: op het gebied van culinaire reizen is er veel te beleven in Italië.

De smaak van Italië legt deze keer aan met de vaporetto in Venetië, ver van de gebaande paden is er veel moois te beleven en te eten op de eilanden in de lagune. Een weekend in alle rust spenderen kan in deze stad, die tegenwoordig symbool staat voor internationaal “over”toerisme. Gereons Keuken Thuis herkent dit, ik heb wel eens het genoegen gehad, om als enige op de Rialtobrug te staan in een mistig Venezia eind november. (zie mijn eigen foto onderaan) Reizen door rustig Venetië, met een bezoek aan de bacaro, de typische Venetiaanse wijnbar, die als snack chicchetti, kleine stokbroodjes, serveren.

foto: genieten van de sneeuw en eten hoog in de Alpen.

24 uur barok Matera, een bezoek aan een appartement in Rome en de halte daarop zijn de Alpen voor de sneeuw- en eetliefhebbers. De setting van de Italiaanse Alpen met valleien, dorpjes, dennenbomen en hoge toppen zijn een sprookje. Een waar sportparadijs, ’s zomers en in de wintersneeuw. Skiën en daarna de voortreffelijke aperitivo. Flaneren in Cortina d’Ámpezzo en aanschuiven bij de beste chefs.

foto: pasta uit Bari.

De Smaak van Italië reist naar een landmark in Puglia. Bari, de stad van Sint Nicolaas met een heuse pastastraat, waar al vanaf de vroege ochtend vrouwen de wereldberoemde oricchiette vouwen. Echte pastakunst. Maar Bari is meer dan dat. Bij sterrenchef Schingaro kun je aanschuiven voor smaken 2.0 van zijn Apulische geboortegrond.

foto: bont bonter bontst bij Margherita Missoni.

Via een roadtrip door Piëmonte komen we aan bij Margherita Missoni, de koningin van de tessutti en kleuren, een opruimgoeroe zou een hele kluif hebben aan Missoni, omdat elke vierkante centimeter plek, die er is, wordt gevuld met nieuwe trouvailles. Opulentie en kleur op je tafel!

Na de kleurexplosie van Missoni is het heerlijk en rustig toeven op het vulkanische wijneiland Pantelleria. Geen grote hotels, geen uitgestrekte stranden en geen boulevards. Alles op kleine schaal. Ik begrijp wel, dat Giorgio Armani hier een hide away heeft.

foto: Palermitaanse risottotaart.

Tot slot voor wie niet op reis gaat is er rijst. Risotto, smeuïg met fontina of met aubergine in de stijl van Palermo. Na alle reisavonturen gaat een bordje romige rijst er wel in. Kortom, mis culinair op reis met de Smaak van Italië niet en reis en eet al lezend jezelf door de Nederlandse herfst.

foto: cover novemeber/december.

De Smaak van Italië is een uitgave van DSV Media en is overal te koop voor € 6.99.

foto: Venetië in alle rust (eigen foto)

Nederland Kookboek

foto: Laura aan het werk met kersenvlaai in haar geboortestad.

Nederland Kookboek, Laura de Grave. Op de fiets deed ze met haar debuut enkele jaren geleden een rondje Mokum. Voor haar tweede kookboek stapte Laura op de elektrische motor en maakte samen met fotograaf Hans de Kort een ware culineuze ronde door ons land. Niet om  nostalgische redenen, om het het land van stamppot, snert en stroopwafels te tonen. Nee, Laura wil juist laten zien met hoeveel passie er producten worden geteeld en gemaakt. Waarom zou je je eten laten invliegen, als om de hoek er elke dag boeren, vissers, slagers, bakkers en anderen de mooiste dingen produceren? Er ging een wereld voor haar open. En gaat nu open voor Gereons Keuken Thuis, wat een lekkers allemaal.

foto: Bij bakkerij de Groot draait alles on sjeklade bollen en…. aardbeienvlaaitjes.

De sjeklade bol -wie is er niet groot mee gebracht-, beter bekend als de Bossche bol van De Groot. Zoervleis van café Sjiek aan de Maastrichtse Sint Pietersstraat. Ansjovis van Bergense weervissers. Scheermessen uit Zijpe. Echte Leidse hutspot ter ere van het ontzet van deze stad op 3 oktober. Balkenbrij van biet door Nel Schellekens. Ik zie mijn Betuwse oma nog staan roerend in de pan met Gelderse balkenbrij, alvorens het werd gestort on cakeblikken. Spritzen uit Utrecht, kaas voor de soep van Hof van Sonoy uit Alkmaar en koolzaadolie uit Overijssel. 

foto: Hutspot uit Leiden.

Flevoland met een visgerecht van het eiland Urk, waar zowel de zoet- als zoutwatervisserij springlevend is. Daar kon geen Afsluitdijk tegenhouden. Drenthe, land van Bartje, de armste streek van Nederland, met tegenwoordig heidelam. Wat een rijkdom. Kokkels vissen op het Friese kwelder. De gefrituurde eierbal van Piloersemaborg in het Groningse Den Ham.

foto: Dick Soek bakt eierballen, lees er alles over.

Tot slot bezocht Laura de, wat zei de 13e provincie noemt, onze Waddeneilanden. mooier dan je je kunt voorstellen, van Texelse schapen, cranberry’s van Terschelling tot de oesterbanken in zee. Uitleg van Laura over al deze speciale producten en erbij heerlijke recepten opgetekend uit de monden van de koks en bakkers, die het hoge niveau van onze cuisine dagelijks laten zien. Laura ontfutselde geheimen uit elke regio. We zouden er veel meer van moeten genieten. Om je het gemakkelijk te maken, heeft Laura achterin het boek de bezochte adressen en een tabel van seizoensgroente en -fruit opgenomen. Dan is het makkelijker keuzes maken.

foto: Kokkelhachee van Albert Kooy.

Gereons Keuken Thuis vindt dit tweede boek van Laura, Nederland Kookboek een knap staaltje werk, want Laura de Grave is niet over een nacht ijs gegaan. In haar voorwoord parafraseert zij mijn jeugdheldin Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan” Daarmee formuleert ze meteen een volgende uitdaging. Lokaal koken met al het moois van dichtbij. En mocht je daar geen zin in hebben, ga op pad, al dan niet gemotoriseerd met Nederland Kookboek onder de arm langs al het lekkers, dat ons land biedt. Overigens voor expats is er geen excuus. Er is ook een Engelstalige versie. (No excuse dear expats living in The Netherlands, there’s also an English version)

foto: Zoervleis met friet, bij Sjiek of op de Markt bij Reitz…. jeugdsentiment.

P.S. Deze winter hoop ik de schrijfster aan de tand te voelen over haar ronde door het land als #wintergast in mijn serie talk&table.

foto: cover Nederland Kookboek.

Nederland Kookboek/ Dutch Cookbook, Laura de Grave (ISBN 9789492037879) is een uitgave van Brandt en is bij je lokale kookboekenvakhandelaar te koop voor € 30,00

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Autunno in Barbagia.

foto: Autunno in Barbagia, a tavola.

Autunno in Barbagia, Herfst in het bergachtige binnenland van Sardinië. Morgen begint het festival, dat duurt tot en met 15 december 2019. In 32 dorpen, waaronder het bij RTL4 adepten bekende Ollolai, worden festivals gehouden, waar je kennis kunt maken met de lokale cultuur, kunst, nijverheid en gastronomie van dit weinig bekende gebied in de provincie Nuoro. De kust van het op één grootste eiland in de Middellandse Zee is al bij velen bekend. Het bergachtige binnenland des te minder. Vanaf Amsterdam vlieg je bijna dagelijks met een groene en oranje low cost vervoerder naar de luchthaven van Olbia, de poort naar dit mooie gebied.

foto: kastanjes roosteren in Aritzo.

En in de herfst is het heerlijk vertoeven op Sardegna. De wijnoogst is binnen, er zijn geroosterde kastanjes, mirto besjes en likeur ervan en de Sardijnen vieren het leven. Wist je trouwens dat Sardinië een van de Blue Zones is, waar veel mensen in zeer goede gezondheid zeer oud worden. Samuele Pitzalis van Keepalivetours kan je hier van alles over vertellen tijdens de tochten, die hij door dit gebied organiseert. Maar nu dwaal ik af. 

foto: traditionele wijnoogst in Barbagia

De gelegenheid, waarom ik woensdag 4 september Het West-Indisch Huis in Amsterdam bezocht was het persevent over Autunno in Barbagia, een drie maanden durend groots opgezet festival, waar de gastvrije Sardijnse dorpelingen hun deuren letterlijk openen. Elk weekend organiseert één van de dorpen een evenement. Je kunt ambachtslieden bezoeken, een heuse bruiloft in Sardijnse stijl bijwonen en natuurlijk smikkelen en smullen van de heerlijke Sardijnse keuken. Alhoewel ik niet weet of ik de lokale madenkaas, casu marzu, nu snel zou proeven. Tijdens het evenement noemde een deelnemer het de Sardijnse viagra.

Zal wel zo zijn. Segui la tua pasione, scopri la tradizione is de vlag waaronder Autunno in Barbagia plaatsvindt. Op de site van Cuore della Sardegna vindt je het hele programma. Een leuk idee voor de aankomende herfstvakantie.

foto: producten on display van Gran Sardegna

Geproefd werd er ook tijdens de aperitivo, van specialiteiten, die webshop Gran Sardegna en Aromi dal Mondo hadden meegebracht voor de bezoekers van de presentatie. Mooie ham, lekkere coppa, kaas van Sardinië en zoetigheden. Maar ook een rode cannonau wijn, het meest aangeplante druivenras van het eiland. Gereons Keuken Thuis schreef er al eens eerder over. Het bordje malloreddus, pasta op zijn Sardijns smaakte prima. Onderstaand recept ter illustratie leen ik van de heerlijke blog van Italiaans koken met Antoinette. Natuurlijk met een kloek glas cannonau erbij. Antoinette leert je zelfs hoe je deze pastavorm zelf thuis maakt. Autunno in Barbagia, moet ik er nog meer over vertellen? Nee, ga het zelf eens ontdekken daar op Sardinië.

foto: een bordje malloreddus tijdens de aperitivo.

RECEPT: Malloreddus a sa campidanesa. 

Nodig:
olijfolie
1 ui
1 teen knoflook
een paar blaadjes verse basilicum 400 gram verse worst (varkensvlees), of varkensgehakt  een halve theelepel venkelzaadjes, fijngehakt 600 g passata, gezeefde tomaten, of anders gepelde tomaten in stukjes 1 envelopje saffraan van 0,1 gram zout &peper pecorino of een ander soort harde wat pikante schapen- of geitenkaas


Bereiding:

Snipper de ui en hak de knoflook fijn. Bak glazig in de olijfolie en doe er de worst en het venkelzaad bij. Bak de worst rul in ongeveer een kwartier door met de vork te prakken. Doe de gezeefde tomaten erbij en laat een uur zachtjes pruttelen tot de saus de door jou gewenste dikte heeft. Doe er tien minuten voor het einde van de bereidingstijd de saffraan bij. Controleer op zout en peper.Bestrooi met wat verse gescheurde blaadjes basilicum en geraspte pecorino. Op zijn lekkerst met malloreddus maar ook lekker met een korte droge pasta uit de winkel. Grazie Antoinette!

Daube de boeuf à la Provençale.

foto: zonnebloemen.

Daube de boeuf à la Provençale. Een rundvleesgerecht uit de Provence, origineel gemaakt in een stevige aardewerk schaal. Niet specifiek Provençaals, want stoofgerechten in aardewerken schalen uit de oven vind je ook in andere streken rond de westelijke Middellandse zee, Ligurië en Catalonië. Vaak konden deze gerechten worden gegaard in de nog nagloeiende oven van lokale bakkers. Bij kopen van brood bracht je je stoofgerecht mee en haalde het rond lunchtijd weer op. Ik denk, dat deze oud traditie allang vervlogen is. Maar de Provence blijft een bijzondere streek, waar Gereons Keuken Thuis heel wat mijlen heeft afgelegd. Door  kunststeden als Arles, Avignon en Orange, op bezoek bij het natuurverschijnsel van de Fontaine de Vaucluse, over de met platanen omzoomde dreef naar Saint Rémy, de Camargue met zijn stieren en witte paarden en op de burcht van Les Baux in de Alpilles. En naar de markten met zijn  olijven, zongedroogde tomaten, ail rose, lavendel en de heerlijke groentes uit Cavaillon. De kleuren, die van Gogh inspireerden. Op deze donderdagochtend zie ik het allemaal voor me. Mooie vakantieplaatjes. La douce Provence, net als in die film vol clichés, A good year, met Russell Crow met een beeld van hoe het allemaal niet is, maar hoe we het wensen. Peter Mayle terroir in full color. Maar who cares? Vandaag ben ik in een Provençaalse bui en daar hoort deze daube de boeuf à la Provençale bij. Gereons Keuken Thuis suddert gewoon nog even verder, tussen de gedroomde zonnebloemvelden. Heerlijk nazomeren. 

foto: les marchés de Provence

Daube de boeuf à la Provençale.

Nodig:

1,5 kilo runderstoofvlees/ riblappen

½ liter runderbouillon

2 grote wortels

4 tenen knoflook

2 grote tomaten

1 rode paprika

3 uien

1/2 Spaans pepertje

1 blikje tomatenpuree

1 glas rode wijn

olijfolie

peper en zout

2 el Dijon mosterd

zwarte pitloze olijven

3 tl paprikapoeder

bloem en boter voor beurre manié

2 laurierblaadjes

paar takjes verse tijm

4 tl Provençaalse kruiden

Bereiding:

Verhit een flinke scheut olijfolie in de braadpan en fruit hierin de ui, knoflook en Spaanse peper aan. Schep deze eruit en verhit weer olie in de pan. Bak dan ook het door wat bloem gewentelde rundvlees bruin in ongeveer 5 minuten. Voeg de wortel, paprika, tomaten en daarna de eerder gefruite uien, knoflook en Spaanse peper toe. Bak de tomatenpuree samen paprikapoeder kort in de braadpan mee. Blus af met een glas rode rode wijn en voeg de runderbouillon, mosterd, tijm, laurier en Provençaalse kruiden toe. Laat het geheel zo’n drie uur sudderen. Verwijder de laurier en tijmtakjes. Maak op smaak met peper en zout en bind het stoofgerecht met wat beurre manié. Voeg als laatste de zwarte olijven toe. Server de daube de boeuf met een salade en stokbrood. Of wat lintpasta.

We drinken er een rode Vacqueyras bij zonnig rood uit de Vaucluse.

video: trailer A good year, naar het boek van Peter Mayle.

Gastblogger René Meesters over Barricourt.

Gastblogger René Meesters over Barricourt. René Meesters schrijft al jaren op zijn eigen blog Het eten is klaar. Hij heeft, net als Gereons Keuken Thuis, een voorliefde voor Frankrijk Maar daarnaast publiceert hij ook over andere delen van Europa. Behalve recepten en verhalen staan op zijn blog ook veel kookboekenrecensies. Een mooie aanleiding om René weer eens uit te nodigen voor een zomerse gastblog. Deze maal verhaalt hij over Barricourt, gelegen in le pays perdu van de Franse Ardennen. Het inspireerde Gereons Keuken Thuis om er een eerder geblogd recept voor een salade pissenlit bij te plaatsen.

foto: het droomdorp Barricourt..

Vakantiepark Barricourt. Iets meer dan 50 jaar geleden woonden er, verdeeld over vier dorpen, nog ruim 400 mensen in Tailly. Nu zijn dat er nog een krappe 200. Tailly ligt in de Franse Ardennen. Niet in het mooiste deel. Een licht glooiend terrein met akkers en weilanden zover je kunt kijken. De dichtstbijzijnde stad is Verdun, al telt die ook maar zo’n 20.000 inwoners. Het is een klein uurtje rijden met de auto. Naar Reims is het al gauw anderhalf uur. Een klein supermarktje ligt op zo’n 8 km. Daar ligt waarachtig ook een drie-sterren camping in de buurt. Het hoogtepunt van een verblijf daar is, volgens hun eigen website, het kasteel van Sedan, één van de grootste middeleeuwse kastelen van Europa. Niet het mooiste en toch ook nog gauw drie kwartier rijden. De school is ongeveer net zo ver. Wat ik eigenlijk bedoel: het Franse platteland heeft een probleem. Vergrijzing, leegloop, werkeloosheid. De Fransen trekken naar de stad. De jeugd heeft op het platteland niets te zoeken.

Barricourt. Zo’n 24 jaar geleden was ik in Barricourt. Één van de vier dorpskernen van Tailly. We verbleven er twee dagen bij vrienden die op hun beurt daar een huisje gehuurd hadden van dorpsgenoten. Het was voorwaar geen zomer! Er moest hout worden gehakt voor de kachel! Buiten was het grijs en kil. Uitstapjes herinner ik me niet. Wel een wandeling door het dorp, wat eigenlijk niet meer was dan een rondje om de kerk. Niet alle wegen waren verhard. Hier en daar stak een koe zijn kop door de deur. De fermier kwam eens kijken wie daar langs zijn boerderij liep. Ah, les Hollandais! Bonjour! Waarschijnlijk waren wij, behalve zijn vrouw, de eerste mensen, die hij die dag zag.

Doen? Ik vroeg en vraag het me nog steeds af: Waarom kopen Nederlanders een tweede woning op het Franse platteland? Oké, voor de prijs hoef je het niet te laten. Onder de € 50.000,- heb je al een heel behoorlijk opknappertje. Onder de €40.000,- zal je iets langer moeten klussen, maar het is mogelijk. Waarschijnlijk is alles mogelijk en zal het met minder uiteindelijk ook nog wel lukken. Maar dan? Reis je zelf 3 tot 4 keer per jaar af naar jouw stekkie in la douce France? Wordt dat jouw vakantie de rest van je leven? Of hoop je stiekem dat het toch goed te verhuren is? Dat heel veel mensen plotseling willen verblijven ‘au milieu de nulle part’? In niemandsland!

En toch! En toch droomde ik er zelf ook wel eens van. Wat als je nou zo’n heel dorp koopt? In het centrum staat een potentieel multifunctioneel gebouw mét klokkentoren. Daar kan een restaurantje in, een winkel of overdekte markt, een Carrefour Express. De bebouwing is talrijk genoeg om 50-60 vakantiewoningen te huisvesten. Het omliggende land is groot genoeg voor een camping, een zwembad. Het heuvellandschap leent zich prima voor fietsers en wandelaars.

Maar…. Het Franse platteland blijft stil, leeg en saai. Het gaat dus niet gebeuren!

foto: J’adore Barricourt.

Dank voor je leuke bijdrage René! Uit de oude doos plaats ik een recept voor een salade pissenlit erbij. Ik weet zeker dat je in de velden rond of op de muren van Barricourt voldoende ingrediënten voor deze salade vindt.

foto: muurbloempjes in een leeg dorp.

Recept. Een salade uit Lotharingen, een paardenbloem salade met warme aardappels. Voor het gemak maak ik gebruik van rucola, een verwant van de paardenbloem. Is het ook voor de wat minder avontuurlijke lezers te behappen. Bij deze salade raad ik een Riesling uit de Moezelstreek aan.

Nodig 4 personen:

400 g krieltjes

200 g rucola

100 g spekblokjes

1 sjalotje

gehakte bieslook

1 teen knoflook

1 el grove mosterd

peper

zout

olijfolie

witte wijn azijn

Bereiding:

Was de krieltjes en kook ze gaar in hun schil. Was de rucola en laat uitlekken. Verhit de olie en bak de gerookte spekblokjes uit met het sjalotje en de knoflook. Snijd de nog warme krieltjes doormidden en meng deze met de rucola en bieslook. Schep de spekblokjes over de salade. Blus het spekvet met wat witte wijnazijn en voeg een schep grove mosterd toe. Giet de warme dressing over de salade. Serveer direct met een stuk knapperig stokbrood.

Gastblogger Cora Meijer over Corsica.

Gastblogger Cora Meijer over Corsica. Cora, schrijfster van het blog Cultfood vertelt in haar bijdrage op deze zaterdag over haar reis naar Corsica, een heel bijzonder eiland. met spectaculaire natuur, hoge bergen, azuurblauwe baaien en lekker eten. Het heet niet voor niets Ile de Beauté, dat zijn oorsprong vond in het Griekse Kallistè. In Gereons kookboekenhoek staat een heel mooi boek over de cuisine van dit eiland. Snel maar weer eens doorpluizen, nu Cora deze mooie aftrap schreef voor de aankomende #franseweken.

foto: het zwarte Aulène varken.

Impressies van Corsica.

Zie je struiken langs de weg flink wiebelen? Aha, varkentjes! Maar zij zijn niet alleen hoor, ook de koeien, kalfjes en geiten grazen langs of springen vanuit de bergen op de weg. Als je aarzelt op die kronkelige, soms echt uitgehakte bergwegen bepalen ze zelf of zij opzij gaan of dat jij de berm maar moet kiezen. Want heus, een enkele op je pad is lekker strijdlustig. Maar de reiziger is vertederd, of wil foto’s van zijn verbazing. In vier weken trekken van west naar zuid en noord hebben we geen enkele aanrijding met landbouwdieren gezien. Wel korte files door koeien op de weg.

foto; Calasima koeien op de weg.

Ook op onze hikes kwamen we ze veel tegen, zowel koeien als varkens in een bosweide of open bloemenveld op de berghellingen. Ze kunnen heerlijk zwerven en rennen. Bij het afgelegen Popolasca stormden de biggen voor mijn neus op hun moeder af om haar tegen de grond te werken. Wild trappelend lessen zij hun honger en dorst. De kastanjebomen daar leveren de varkens een echte lekkernij. Als je rotten zwijnen voorbij wilt zien stuiven, ga je best naar de specifieke kastanjebossen van Castagniccia. Die bomen zijn in vroeger tijden aangeplant voor de eigen voedselvoorziening. Ze maken er in Felce overheerlijke jam van. 

foto: Dolomieten van Popolasca.

Maar we duiken beter eerst even kort de geschiedenis in. Genua, nu Italië’s grootste havenstad en tweede haven van de Middellandse Zee, werd in de 11e eeuw een machtige, rijke stadsrepubliek. Samen met Pisa heroverden zij de westelijke Middellandse Zee op de Arabieren en kregen zo de heerschappij over Corsica en Sardinië. Tot haar neergang in de 15e eeuw en Corsica onder Frans bestuur kwam. Met Pascal Paoli maakte Corsica zich in 1755 heel even los, maar werd opnieuw overweldigd in 1769.

De Genuezen bouwden langs de hele kustlijn wachttorens en vestingen om het eiland tegen nieuwe veroveraars te beschermen. Die kom je nog overal tegen. Veel hikes lopen erheen of langs. Om boodschappen als een lopend vuurtje rond te zingen, stonden die torens binnen zicht-afstand.

foto’s: Capu di Muru & Calvi oostzijde vesting.

Corsica wordt ook wel het Ile de Beauté genoemd. Zeker is dat het eiland prachtig woeste berggebieden en kuststroken heeft. En heel divers is qua uiterlijk. Dat maakt rondtrekken zo afwisselend, je blijft je verbazen over de verschillen en kleuren. Zo zijn er meerdere ‘tweeduizenders’ om te beklimmen, indrukwekkende bergmassieven, echte klim- en klauterstranden op de diverse kapen naast exotisch aandoende zandstranden in het zuidoosten.

foto: Massief van Bavella.

Het lichtspel van de zon op de bergen maakt bijvoorbeeld de spitse punten (aiguilles) van het Massief van Bavella heel bijzonder. En soms moet je gniffelen bij vormen. Naast ongenaakbaar kale rotsen heeft het eiland ook alle tinten groen en waren onze wandelingen omzoomd met gele, witte en paarse bloemen. Aan de Coti Chiavari stonden zelfs manshoge cactussen in bloei. De zee schittert in de zon, het water heeft diverse tinten blauw waardoor stranden en rotskusten een diepere kleur krijgen. De luchten kunnen snel wisselen, van ijsblauw tot hemelsblauw en van lichtgrijze tot loodzware wolken. 

foto: Bonifacio capu Pertusato.

In het ruige natuurreservaat Scandola in het Westen vind je geen stranden, maar prachtig rode rotsen in vele kleurschakeringen, grotten en een diep donkerblauwe zee. Het is heel oud vulkanisch gebied, waar visarenden en slechtvalken leven. Wij kozen voor de avondlijke boottocht ‘coucher le soleil’ om deze steile kliffen te bewonderen. En wat een wondere wereld trekt hier aan je voorbij.

foto: de grot van Scandola

Sant’Antonino, Pigna en Speloncato zijn pittoreske middeleeuwse dorpen in de heuvels en bergen van de Balagne. Ze zijn hooggelegen op de top of tegen de flanken en bieden fraaie panoramische uitzichten op de boom- en wijngaarden van deze vruchtbare streek in het noorden. In de steegjes en straten worden artisanale producten aangeboden. 


De eetcultuur

De eetcultuur is mediterraans, maar door haar geschiedenis met onmiskenbaar Italiaanse invloeden. Op lokale markten en in biologische winkels vindt je een keur aan kazen, droge worsten en vleeswaren, die wij normaliter Italiaans zouden noemen zoals pecorino, lonzo, coppa en pancetta. Hun prisuttu is de top, een gepekelde licht gerookte rauwe ham, die een aantal maanden moet rijpen en dan twaalf tot achttien maanden wordt opgeslagen in kelders.

De kazen worden gemaakt van schapen- en geitenmelk. Met Fromagerie Pierucci hebben zij een goede producent, die zelfs bierkaas maakt met het lokale, blonde Pietra bier. De tegenhanger van ricotta heet brocciu, die vaak al binnen 48 uur wordt gegeten. Het is een kwaliteitskaasje met AOC en het succesnummer van het eiland. Brocciu wordt veel verwerkt in groentetaartjes in combinatie met aubergine of wortelen.

foto: Spelunca kloof

Anderzijds zijn er Franse invloeden zoals verschillende Tomme kazen en een Bleu de Corse, een roquefort-achtige blauwe schapenkaas. Terrines koop je in glazen potten; ze worden gekruid met mirtebessen, olijven, kastanjes of vijgen. 

En natuurlijk is er een keur aan ‘confitures’: naast de kastanjejam kocht ik de cédrat en de clémentine citron. De cédrat is typisch Corsicaans. Mijn nieuwsgierigheid naar de vrucht moest ik oplossen via internet. Wat duidelijk werd is dat het een wintervrucht is. De cédrat blijkt een grote bobbelige citroen met een heel kleine binnenvrucht en een heel dikke schil. Rijp wordt de schil geel en geurend, het vruchtvlees is lichtgroen. Van de schil wordt sucade gemaakt, cédrat confi. Hoe leuk, dat stond vroeger bij ons met Kerstmis op tafel. Mijn vader at kleine schijfjes bij zijn citroenjenevertje. Wij kochten het bij een banketbakker. De cédrat wordt sinds het einde van de 19e eeuw op Corsica geteeld. Bij Nonza in het noorden zijn nog een paar kleine boomgaarden.

Bakkers hebben aan ons een goede klant, zeker op doorreis. Zo aten wij in Bonifacio de lokale specialiteit ‘Panu di u Morti’, een grote brioche rozijnen bol met walnoten en citroenzeste. Pain des Morts klonk wel wat vreemd. Oorspronkelijk werden deze bollen gebakken voor 2 november, de dag na Allerheiligen, voor het Feest der Doden. Het recept stamt uit de tijd van de Genuese heerschappij en werd traditioneel gemaakt van een mengsel van tarwebloem en kastanjemeel.

Lokale bakkerijtjes hebben bijna altijd een klein terras of zitje. In de Balagne kocht ik exquise brosse koekjes: Canistrelli traditionnels Vin Blanc. Wij aten onze eerste flan au chocolat en ook het deegflapje met spinazie en brocciu was heerlijk.  

Bierbrouwerij Pietra maakt ook een witbier, de Colomba met bijzondere aroma’s uit een mix van mirte, jenever- en aardbeiboombessen. Heerlijk om je zomerse dorst mee te lessen. Wijnbouw vindt je op meerdere locaties langs de kusten. De beste wijngebieden zijn Patrimonio in de Balagne, rondom Ajaccio en bij Sartène in het Westen. Zij hebben een eigen Appellation d’Origine Contrôlée. 

Bij U Fragnu, moulin a huiles, in Montegrosso koos ik de olimandarine. We werden onthaald op een filmpje hoe ze vroeger in die molen de olijven persten met de hulp van ezels. Op hun Facebook pagina staat een filmpje van het productieproces van die mandarijn-olijfolie. Ik maakte er een heerlijke pesto van Oost-Indische Kers mee. 

foto: Balagne Montegrosso.

Cora sluit dit gastblog af met een lekker recept van artisanale producten. Een specifiek gerecht, waarin  zij met fruitolie uit de Balagne werkt. Gegrilde romainesla met pesto van Oostindische kers. Dank je wel Cora Meijer voor je prachtige reisverhaal en recept!

Polvo & Pato, Jeroen Jansen.

foto: Het heerlijke boek in de keuken van Sea Spot, zin in zomer!

Polvo & Pato, proef het Portugese leven. De eerste kennismaking van reiziger, fotograaf en schrijver Jeroen Jansen met Portugal was een flechada, amor a primeira vista, om het maar in de taal van het land zelf te zeggen. Het was 2010 en Portugal verkeerde in een zware economische crisis. Maar zonder het hoofd te laten hangen sloegen de Portugezen zich er doorheen en met hulp van buitenlandse investeerders beleefde het toerisme een boom. Net als het vastgoed! Acht jaar later kocht Jansen samen met vrienden – nog net op tijd- een huis bij Loulé in de Algarve. Een vrijstaand huis aan een doodlopende weg, uitkijkend op de zee en met citrus- en vijgenbomen in de tuin. Paradijselijk, je zou bijna gaan vrezen voor de volgende crisis, maar wat later komt zien we wel. Heel Portugees gedacht. Het zuiden smaakte naar meer, naar Alentejo, Estubal, het Noorden en Lisboa. Jeroen Jansen vindt als eetschrijver, dat je een land goed leert kennen door de keuken te verkennen. Dus hij ging op pad, met als resultaat dit heerlijke reis-, kook- en vooral leesboek Polvo & Pato, in mooi Nederlands inktvis en eend. Want dat waren ingrediënten, die de schrijver veel tegenkwam op zijn tocht. De Portugese keuken is, anders dan de cocina van grote broer Spanje, een laatbloeier in de zin van nouvelle cuisine. Rijk aan verhalen en tradities, die hun oorsprong vinden in dat niet te vertalen gevoel van saudade van dit land. De Portugese mix van romantiek en melancholie. Diezelfde tradities vormen nu de basis van een nieuwe garde jonge getalenteerde chefs, die in de steden Lissabon en Porto ( en natuurlijk erbuiten) een mooie moderne draai geven aan het basisvoedsel van Portugal. Met een constante aanvoer van verse vis en schaaldieren, wijnen, kazen, charcuterie, groenten en fruit. Jeroen Jansen moest dit beleven.

foto: salade van polvo met erwtjes

Polvo & Pato start in het minder bekende Noorden van het land, dat met name door de populariteit van Porto steeds meer bezocht wordt door toeristen. Uit het Noorden komen de heerlijke witte alvarinho wijnen, vinho verde, port natuurlijk en de overal in Portugal aangeprezen kersenlikeur ginja uit Obidos. Vergeet ook de zoetigheden niet, die hun oorsprong vonden in de talrijke kloosters in deze streek. Jansen vertelt erover met schwung en deelt heerlijk verblijfs- en eetadressen, zoals het restaurant Oficina, waar gekookt wordt onder het motto Fuck art, let’s eat. Het was wel wennen voor de Portugese eter. Kleinere en en uitdagende porties. Voor Jeroen Jansen was het eten van prehistorische lamprei een belevenis. Aan de eendenmosselen is hij maar niet begonnen. Alles stapje voor stapje.

foto: Portugezen zijn zoetekauwen, gevoed door bakker en klooster.

Via midden Portugal belandt hij in de hoofdstad Lissabon en het aanpalende Estubal, dat ik alleen ken van de moscatelwijnen. In de eerstgenoemde stad is het heerlijk vertoeven. Slenteren door de straatjes, eten bij tascas of ceviche bij die ene tent vlakbij een park met een enorme octopus aan het plafond. Gereons Keuken Thuis ziet het nog zo voor zich. Het fijne aan Lissabon is dat de huidige staat van citybreak (over)toerisme niet heeft geleid tot het verdwijnen van tascas, fado bars en bakkerijen. Al vreesden de Lisboetas dat wel. Gelukkig is er nog veel te beleven zeker als je pretpark Belém overslaat. Haal je pasteís de nata gewoon bij Manteigeira. De schrijver weet het allemaal mooi te vangen in woord en beeld.

foto: de cevicheria met Octopus op het plafond aan de Rua dom Pedro V>

Ik ga snel verder naar de Alentejo. Kurkeiken- en wijngebied, want door alle verhalen vergeet je bijna, dat in Polvo & Pato ook heerlijke recepten staan van diverse chefs, die de schrijver aandeed, zoals gaspacho met gebakken sardines, gesmoorde varkenswang of een kabeljauwgerecht met maisbroodkorstje. Wat een heerlijke vondsten allemaal. De traditionele cataplana ontbreekt niet. En daarmee belanden we in de Algarve, thuisbasis van Jansen. Lang niet zo toeristisch als je denkt, want nog steeds vindt hij er leuke adressen. Bij het schrijven van Polvo & Pato, dat een kruising is tussen een kookboek en culinair reisboek, kreeg Jeroen Jansen naast hulp van de gastvrije Portugezen, ook een helpende hand in de keuken van Filipe Rodrigues van restaurant Boca in Venlo en van Vincent van Dijk, patron van Le Marquis in de Algarve. Zij gingen beiden graag voor Jansen de keuken in en dat levert heerlijk smulplaatjes op.

foto: het credo van restaurant Oficina in Porto.

Het plezier spat er vanaf, van dit heerlijke boek over een land, dat misschien wat minder culinair bekend is, maar niet onbemind. De gastvrijheid en bezieling van al die hardwerkende en bescheiden Portugezen straalt er vanaf. En in het boek Polvo & Pato proef je al lezend het Portugese leven. Ik snap die amor a primeira vista van Jeroen Jansen wel. Heerlijk zomerboek!


Polvo & Pato, proef het Portugese leven, Jeroen Jansen. (ISBN 9789059569140) is een uitgave van Fontaine en is te koop bij je kookboekenvakhandel voor € 29,99


Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Iberico foodbloggers parade.

Iberico foodbloggers parade. Het kon natuurlijk niet uitblijven aan het einde van de Iberische weken op Gereons Keuken Thuis. Volmondig werd er gereageerd op mijn oproep in een Facebookgroep.Van de Alentejo tot Navarra en van Barna tot Lisboa, uit alle hoeken ontving Gereons keuken Thuis recepten. Ik ben blij met jullie inzendingen. Deze vormen de afsluiting van de #iberischeweken. Zelf doe ik een duit in het zakje met een oud receptje voor zarzuela.

Buen provecho, bon profit, aproveite sua refeição, goza da túa comida en tot slot gozatu zure janaria!

Cora gaat naar het groene Noorden met zijn groene weilanden, wolken in de valleien, koeien, doedelzakken, sidra en stevige kost met fabada Asturiana

foto: pulpo a la Gallega.

Het Keltische Noordwesten van het Iberisch schiereiland inspireerde Judith om pulpo a la Gallega in te zenden voor deze Iberico foodbloggersparade.

foto: Spaans vispannetje.

Priya met een vispannetje, want Spanjaarden en vis zijn een match made, hecho en cielo!

foto: Madama Antonia Sanchez Pardel in 1866..

Lizet, hoe kan het ook anders dook in de geschiedenis met Spaans eten uit de 19e eeuw

foto: lekkere Portugese jam van Ingrid.

Altijd origineel, Vinissima Ingrid kookt een  Portugese stijl tomatenjam en heeft daar zelfs een wijntip bij.

foto: romesosaus voor bij je groenten.

Marie Louise stuurde romescu saus op voor bij de calçots. Deze geblakerde lenteuien uit de Prat de Llobregat mogen niet ontbreken in deze Iberico foodbloggers parade.

foto: olé tinto de verano

Anne-Marie Otter voorzag in tinto de verano Het is zomer, vamos a la playa en wie zegt dat je rode wijn niet koud en fris kunt drinken. De Andalusiers weten wel beter!

foto: sopa uit de Alentejo.

Sabine met knoflooksoep uit de Alentejo. Deze soep uit kurkeikenland ten zuiden van de machtige Taag, waar zwarte varkens scharrelen en het leven saudade is.

foto: vis bij Waasdorp, zie tip aan einde van de blog!

Tot slot van deze Iberico foodbloggers parde komt Gereons Keuken Thuis zelf met zarzuela, een Spaanse visstoofpot van Catalaanse oorsprong.

Nodig:

6 el olijfolie

1 grote ui gesnipperd

3  tenen knoflook in stukjes

1 laurierblad

4 draadjes saffraan

1 tl paprikapoeder pittig

1 Spaans pepertje in kleine ringetjes (let op zonder zaadjes)

2 el tomatenpuree

4 tomaten

250 ml witte wijn

1 visbouillonblokje

500 g zeevruchten gemengd

500 g visfilet bijvoorbeeld kabeljauw in stukken

10 grote gamba’s (garnering)

peterselie gehakt

peper, zout

citroen

Bereiding:

Verwarm de olie in een pan en fruit zachtjes de ui aan. Voeg het laurierblad, de knoflook, saffraandraadjes, paprikapoeder en Spaanse peper toe en laat dit kort fruiten, zodat de aroma’s vrij komen. Bak dan even de 2 el tomatenpuree mee. En voeg daarna de tomaten toe. Laat alles even sudderen. Doe de witte wijn en het visbouillonblokje erbij en kook alles even door. Voeg de kabeljauw en zeevruchten toe. Doe het deksel op de pan en laat nog 15 minuten doorsudderen. Garneer daarna de Zarzuela met partjes citroen, wat gehakte peterselie en de verwarmde gamba’s. Serveer met brood.

* tip: ga eens naar Waasdorp aan de Halkade in IJmuiden en koop daar 3 kilo bijvangst, altijd lekker voor in de zarzuela!

Videotoegift: Braga in Lisboa!

De Catalaanse Keuken, Emma Warren.

foto: cover De Catalaanse Keuken.

De Catalaanse keuken vormt een bijzonder onderdeel van wat wij de Spaanse keuken noemen. Catalonië is met de bergen en het platteland in de rug altijd gericht geweest op de zee. Mar i muntanya, beïnvloed door Grieken en Romeinen, een keuken vol Arabische producten, sauzen uit Liguria en de Provence. Je kunt zeggen, dat de keuken van deze streek net zo eigen(zinnig) is als de Catalanen zelf. Tegenwoordig is Catalonië met als bruisend middelpunt Barna moderna een kosmopolitische en multiculturele melting pot. Emma Warren, schrijfster van De Catalaanse Keuken leerde koken a la Catalana op de Illes Balears, eens ook een onderdeel van het koninkrijk Aragon. Ik wil het niet over het verleden hebben, maar over het huidige Catalunya met zijn gevoel voor tradities en moderniteit, dat zich uit in bijvoorbeeld de keuken van Ferran Adria in Roses of tijdens de alom aanwezige feesten en festivals. Het verschil tussen de keuken van Catalonië en Spanje is volgens Warren het raffinement, rustieke eenvoud en de drang te experimenteren.

foto: de beroemde crema…..

In het boek De Catalaanse Keuken neemt Warren je mee op een pica pica tocht, want het leven van de Catalaan is niet compleet zonder deze kleine hapjes bij een glas wijn of vermut. Anem de tapes! Met de temperaturen van de voorbije week in het Hollandse, is dit een geweldig alternatief voor een maaltijd. Dat hebben ze goed begrepen. Natuurlijk ontbreken pa amb tomaquet, de xató salade uit het Garraf gebied en escalivada niet. L’hort is de volgende halteplaats, de moestuin. El Prat de Llobregat als vindplaats van de lekkerste calçots, een Catalaanse groente, die je roostert en doopt in romesco saus. Anem de calçotada! De schrijfster is dol op de ruime keuze aan groenten op de Catalaanse markten. Wat te denken van geroerbakte kikkererwten met snijbiet, een overlevering uit de Moorse keuken. Of Samfaina, het Catalaanse antwoord op ratatouille.

foto: de vormgeving is caleidoscopisch net als Catalonië.

La Costa, seafood mag niet ontbreken, venusschelpen in cava uit de Penedès, heel basic gegrilde sardines en suquet de peix. El camp, eten van het platteland, stevige kost van varkensvlees, slakken en wild uit de bergen, zoals gehaktballen met sepia, kwartel met druiven en de klassieker conill amb xocolata, konijn in chocoladesaus. We gaan van het rurale Catalonië naar Barna moderna, de moderne vibes uit Barcelona, de Catalaanse Big Apple en melting pot. Heel Catalaans, maar tegelijkertijd modern en van alle markten thuis. Niet alleen de toeristische Boqueriamarkt. We zien een gerecht van rode mul met verwijzing naar de beroemde zoon Gaudí of gekonfijte zalm. (i.p.v. eend) Moderniteiten, volgens Warren. Alhoewel dit hoofdstuk wat mij betreft wat stevigere moderne fratsen had mogen laten zien. Want een tosti, is dat nu echt le dernier cri?

We stappen over naar de zoetigheden, klassiekers als de crema catalana en menjar blanc komen voorbij. Over de laatste bestaan veel theorieën over de afkomst. Tot slot bespreekt de schrijfster de basis van de Catalaanse keuken in een apart hoofdstuk over sauzen en bouillons, van sofregit, picada tot fumet de peix. De Catalanen lusten er wel pap, ik bedoel saus, van.

foto: suquet de peix uit De Catalaanse Keuken.

De Catalaanse Keuken, de mooiste gerechten uit de bergen, steden en de zee is een heerlijk vormgegeven zomers boek, dat je meeneemt op reis door deze heerlijke streek op het Iberisch schiereiland. Benvinguts a Catalunya, met zijn heerlijke keuken en gastvrije bevolking. Emma Warren stopte het allemaal in dit kleurrijke boek voor uit en thuis.

foto: calçots geblakerd op een krant met romescosaus.

De Catalaanse Keuken, Emma Warren (ISBN 9789045217345) is een uitgave van Karakter en is on- en offline te koop voor € 27,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer