Talk & table, Antoinette Coops.

 foto: Antoinette Coops.

Antoinette Coops en ik delen een aantal overeenkomsten. Wij zijn allebei foodbloggers van het eerste uur, op terroir gericht en jurist. Is dat niet grappig? Ik kom regelmatig juristen tegen, die uiteindelijk foodblogger zijn geworden. Niet vreemd als je bedenkt dat San Lorenzo de beschermheilige is van koks en juristen. Ik lees al jaren met plezier het blog Italiaans koken met Antoinette, waarop, muzikaal begeleid, deze diva uit de Valpolicella de sterren van de hemel kookt voor marito en bloedjes van zoons. Tijdens een bezoek in 2013, toen ik eens een caffé zat drinken met Antoinette in Overveen, vertrouwde ze mij toe eens een kookboek te willen schrijven. En dat komt vandaag uit.  Mangiamo!, op pad met deze vrouw door de keuken van de Veneto.  Gereons Keuken Thuis is erg benieuwd. Maar nu laten we Antoinette zelf aan het woord in een nieuwe aflevering van Talk & Table. Ik wil alles van haar weten en beloon deze lieve vrouw dan met een speciaal recept en een bijpassende wijntip. Wordt het iets Italiaans of gaan we terug naar haar Limburgse roots?

Wie is Antoinette Coops. Vertel eens iets over jezelf? Vanuit Limburg stoomde ik door naar mijn stadje Utrecht, waar ik Rechten heb gestudeerd. Sinds 17 jaar woon ik in de Valpolicella, een wijngebied ten noorden van Verona. Ik ben getrouwd met een Italiaan, die ik in Nederland heb leren kennen. Hij pakte me in met tagliatelle met artisjokken en garnalen, ik was toen al verkocht. We hebben twee zoons, ze zitten in de eerste en de tweede klas van de middelbare school.

Wat doe je op dit moment? Wat houd je bezig? Ik werk, moeder en inmiddels maak ik een tweede boek met Italiaanse recepten. Daar gaat mijn vrije tijd grotendeels aan op.

Vertel eens iets over je interesse in food? Hoe is die ontstaan? Van wie leerde je koken en m.n. Italiaans koken?  Mijn moeder houdt van koken. Ze maakte vroeger altijd een voor-, hoofd- en nagerecht voor het gezin. Tegenwoordig niet meer nu ze alleen is, maar ze kookt nog iedere dag. Mijn vader nam ons toen we wat ouder waren eens per jaar mee naar een sterrenrestaurant. Dat maakte onderdeel uit van de opvoeding, vond hij. Hij maakte kilometers om de lekkerste wijn uit Duitsland en de meest uiteenlopende bieren uit België te halen. Hij kocht de lekkerste bonbons en de verste vis in Venlo. Honing kwam van de botanische tuin, vlaai en brood van een goede bakker, eieren van de eierboer, asperges en aardbeien rechtstreeks van de koude grond en kaas van de kaasboer. Voor alles was er wel een adresje. Eten was in ons gezin iets om samen van te genieten, daar werd veel zorg aan besteed.

De overbuurvrouw gaf kookles op de Huishoudschool. Zie liet me wel eens zien hoe je bijvoorbeeld een roux moest maken. Ze nam me ooit mee naar haar leslokaal, fantastisch vond ik dat. Een enorm lokaal, met hoge ramen waar veel licht door naar binnen viel en waar heel veel mensen tegelijk aan de slag konden. Zo jammer dat er geen kookles meer gegeven wordt op school! We gingen vaak op reis naar Italië en Frankrijk, landen waar het eten meer smaak had dan in Nederland en waar eten een belangrijk onderdeel was van de dag. Watermeloenen werden een zoete en verfrissende traktatie en tomaten smaakten naar meer. We reden door geurende lavendelvelden en plukten rozemarijn en tijm in het veld. We hadden zo enorm veel kruiden! We gooiden ze zelfs met nonchalance in het houtskoolvuur tijdens de barbecue. We kochten stinkende kazen, levende krab en grote blokken ijs bij gebrek aan een koelkast. We keken de levenskust af van Fransen, Belgen en Italianen. Ik denk dat ergens tussen de asperges van de koude Limburgse grond en de route du soleil mijn interesse in food is ontstaan.

Italiaans koken leerde ik van mijn schoonmoeder, maar ook door te praten met collega’s, buren, vrienden en kennissen. Door te leven in het land en er veel dingen te proeven. Door boeken vol recepten te lezen maar vooral door heel veel te koken!

Ik weet dat Italianen weinig rekkelijk kunnen zijn als het om de wijze van koken gaat. Hoe heb jij hierin je draai gevonden? Denk aan een groepje mannen op het strand, stuk voor stuk de waarheid in pacht, geanimeerd discussiërend over de juiste ingrediënten voor recept Zus of de bereidingswijze van recept Zo. Over dingen die voor smaak of structuur weinig of geen verschil maken. In het begin was ik ervan onder de indruk, nu vind ik het vooral mooi spektakel om naar te kijken en te luisteren. En soms is het ook leerzaam.

Meer in het algemeen gaat het er volgens mij niet om een recept naar de letter te volgen, zodat je kunt zeggen dat je bijvoorbeeld de perfecte tagliatelle alla bolognese hebt gemaakt, of de enig echte baccalà alla vicentina. Het gaat erom dat je plezier hebt in het koken zelf en dat je kunt genieten van het eindresultaat, dat dit naar je smaak is. Een recept is wat mij betreft een inspiratiebron, geen verzameling van dwingende regels. Aan de andere kant begrijp ik niet waarom je een saus zonder vlees bolognesesaus wil noemen. Of een gerecht zonder rauw rundvlees carpaccio. Qua naamgeving ben ik blijkbaar niet zo rekkelijk. Het zal de jurist in me zijn!

 foto: Mangiamo! op de CPL2018.

Wat zou je doen als je één keuze had tussen schrijven over eten en een ander beroep? Wat was je dan geworden? Geen compromis mogelijk.  Schrijven over eten is leuk. Je kunt een hoop creativiteit kwijt in de verhalen, je leert over ingrediënten, geschiedenis en cultuur. Dat is een creatief proces, wat richting geeft aan de indeling van mijn vrije tijd.  Zonder schrijven over eten dool ik denk ik maar wat doelloos rond.

Jij vertelde mij eens dat bloggen voor jou ook een mooie manier is van contact houden met je moedertaal. Pikken je Italiaanse lezers soms ook Nederlandse recepten op? Italianen houden van mijn boerenkoolstamppot, de Indische rijsttafel en tomatensoep met balletjes doen het ook goed.

Wat is de minst aantrekkelijke kant van het schrijven van een kookboek voor jou? Het maken van de auteursfoto. Lachen naar het vogeltje is echt een vak apart.

En wat is de meest aantrekkelijke kant van het schrijven van een kookboek voor jou? En verheug je je al op het verschijnen van Mangiamo? Het recept dat eindelijk naar je zin is, dat inspirerende interview afnemen, het speuren naar informatie. Je persoonlijke verslag maken van een heel uitgebreide zoektocht, dat is het mooie van het maken van een kookboek. Het boek tonen aan de buitenwereld is spannend natuurlijk, want je hoopt dat iedereen net zo van het boek kan genieten als je dat zelf hebt gedaan. En ik heb nu een pdf gezien van de kaft en van het binnenwerk, maar ik wil Mangiamo! nou eindelijk wel eens vasthouden en aan mijn hart drukken! Nog even geduld tot half april.

Staan er nog andere projecten op stapel?  Nee, op dit moment niet, met het tweede boek ben ik wel weer een paar jaar zoet.

Wat vind jij een goddelijke maaltijd? Ik hou van maaltijden waarbij er allerlei kleine gerechtjes op tafel staan, waarvan je deels met je handen van eet. Dat kan een tuintafel vol vlees en groente van de barbecue zijn, met zelfgemaakte baba ganoush, hummus, tzatziki en veel rode wijn ernaast. Maar ik word ook heel blij van een Indische rijsttafel. Als ik in Nederland ben moet ik altijd minstens 1 keer eten bij een Indisch restaurant. Een tafel vol Thaise of Indiase hapjes mag je me ook altijd voor bellen, wakker maken zelfs.

En natuurlijk welke wijnen, ik weet dat één keuze niet mogelijk is? Zeker omdat jij te midden van de mooie Veneto wijngaarden woont. Mijn favoriete wijnen uit de streek zijn de rode Ripasso en de witte Lugana. De eerste complex maar ook weer niet te, en de tweede fris en fruitig.

Wat lust je echt niet en waarom niet? Hutspot. Ik kan een smeuïge stamppot op z’n tijd echt waarderen: boerenkoolstamppot met worst, zuurkoolstamppot, andijviestamppot met uitgebakken spekjes. Ik kan uitzien naar een dampend bord vol, maar ik walg van hutspot. De ingrediënten los van elkaar eet ik graag, maar samen… Als kind heb ik van ellende een keer overgegeven tijdens het eten van hutspot. Sindsdien heb ik het nooit meer hoeven eten.

Waarheen ga je het liefst naar op reis? Ik heb hele goede herinneringen aan onze verre reizen naar Brazilië, Argentinië en Australië. Sinds we kinderen hebben zijn we Europa niet meer uit geweest. Maar inmiddels zijn die wel toe aan wat intensere buitenlandervaringen. Trouwens, pa en moe ook. Die reizen staan ook garant voor culinaire hoogtepunten en nieuwe ervaringen. Zo ging ik eens barbecueën met mijn mans Argentijnse vrienden en zag wat en hoe de rol is van de assador. Een eretaak, hoofd barbecue zijn. En wat een enorme hoeveelheden vlees kunnen die Argentijnen wegwerken. In Brazilië vielen de mango’s rijp van de boom, proefde ik fruit waarvan ik nog nooit had gehoord en zag ik een dode kip aan mijn tafel voorbij gaan. Je wist dat ze die kip speciaal voor ons hadden laten aanrukken. Nee werd niet verkocht. Feijoada eten tot je erbij neer viel en heel limonadelicht koud pils drinken aan het strand.

Krokodil eten in Australië, en eten bij buffetten waar je kunt kiezen uit ontelbare visgerechten. Heerlijke witte wijnen erbij drinken. Nou ja, te veel om op te noemen. Dichter bij huis vermaak ik me ook prima tijdens onze heel actieve wandelvakanties in de Dolomieten. En daarna Italiaans eten op z’n austrohongaars. Ook daar heb ik mijn aha-momenten en maken we bijzondere culinaire dingen mee.

Wat kun je vertellen over de terroirkeuken van de Veneto, ik weet dat tegen het volksgeloof in, boter een belangrijke rol speelt? Best veel, ik heb er net een boek over vol geschreven! In Mangiamo! staan veel streekgerechten en interviews met inwoners van Veneto. Bovendien wordt ieder recept ingeleid met een kort verhaal. Bijvoorbeeld over ingrediënten, culturele verschillen en typische gebruiken of over de geschiedenis van de Veneto. De kaft van het boek is de wikkel van de boter die ik meestal gebruik. Weten de eetlezers meteen dat het in Mangiamo! om een heel andere keuken gaat dan de Siciliaanse of de Toscaanse.

Wil je nog iets anders vertellen….delen? Iedereen is van harte welkom op mijn blog Italiaans koken met Antoinette voor Italiaanse recepten en om meer te lezen over of te proeven van het leven in Italië.

Het recept.

Als Mangiamo! uitkomt is het aspergeseizoen in volle gang. Voor Antoinette bedacht ik dus een lauwe aspergesalade van Limburgs goud en de groene asperge. Met krokante ham en een lopend eitje. Een fris gerecht, mooi voor de lente, of dat nu tussen de gaarden van de Valpolicella of de Limburgse maasheuvels is. Als wijn kun je kiezen voor een Lugana. Maar voor Antoinette stel ik voor een wijn uit de Veneto, van de boorden van het Gardameer. De Corte Fontana Custoza 2017, een blend van Garganega, Malvasia, Tocai, Friulano en Trebbiano. Een vleugje appel en peer in deze droge wijn en elegante zuren. Deze wijn was nummer twee tijdens de verkiezing van aspergewijn van het jaar 2018 in Hostellerie de Hamert.

  foto’s: Limburgs goud en Provençaals groen.

Lauwwarme salade van witte en groene asperges.

Nodig:

16 witte Limburgse asperges

bosje groene asperges

8 plakken rauwe ham

4 eieren

peterselie gehakt

sap van 1/2 citroen

1 el witte wijnazijn

3 el walnootolie

handje blanke hazelnoten

1 el mosterd

peper uit de molen en grof zout

Bereiding:

Snijd de houterige onderkant van de asperges af en leg deze apart. Schil de asperges, was de schillen en breng aan de kook met water en zout. Voeg de asperges toe, kook ze in 15 tot 25 minuten, afhankelijk van de dikte gaar en schep de asperges uit de pan. Zeef het kookvocht en bewaar dit voor een aspergesoep. Leg de asperges onder een bord of folie. Was de groene asperges en snijd het harde onderstuk af. Verhit een grillpan en grill de asperges om en om tot ze gaar zijn. Leg apart. Zet de oven op 180 graden en leg de plakken ham op bakpapier. Rooster ze tot ze krokant zijn. Bekleed 4 kopjes met keukenfolie en smeer deze van binnen in met wat olie. Breek de eitjes in de kopjes en draai het folie dicht. Breng in een pan water aan de kook, zet het vuur laag en laat de eieren 3 minuten koken. Niet langer! Rooster de hazelnoten kort en hak ze fijn, ma non troppo. Verkruimel de geroosterde ham. Maak een dressing van olie, citroensap, azijn en mosterd. Snijd de witte asperges in stukken van 4 cm. laat de gegrilde groene heel en leg ze op een bord. Verdeel de dressing erover, de hazelnoten en verbrokkelde ham. Voeg grof zout en een draai uit de pepermolen toe. strooi voor de kleur wat gehakte peterselie erover en leg als laatste een eitje erbovenop.

Buon Appetito.

foto: cover Mangiamo!

Mangiamo!, Antoinette Coops (ISBN 9789046823606) is een uitgave van NW_Adam vanaf vandaag, 19 april te koop voor € 27,99.

Kookboek van Amsterdam, Frank Noë.

 foto: cover Kookboek van Amsterdam

De collectie met een Nederlands, dan wel Amsterdams thema groeit gestaag in Gereons kookboekenhoek. Regelmatig ploffen er kookboeken op de mat over al het moois, waarvan te genieten valt in Mokum. Deze keer het kleinood Kookboek van Amsterdam, geschreven door Frank Noë, samen met Karen Groeneveld eigenaar van Het Zwarte Schaap, een uitgeverij, gespecialiseerd in regionale kook- en taalboekjes. Ik heb al eens hun Hanze kookboek gerecenseerd en kijk uit naar het binnenkort te verschijnen Gouden Eeuw boekje.

Maar vandaag springen we op de fiets, door Amsterdam, want Noë verzamelde verhalen, recepten en foto’s voor Kookboek van Amsterdam. Wat at men door de eeuwen heen? Een moeilijke vraag. Er zal vis geweest zijn, door graanimport brood en er werd bier gedronken in plaats van water. Schraalhans was voor veel Amsterdammers echter keukenmeester. De aardappel deed zijn intrede in de 17e eeuw als volksvoedsel.

Het eerste hoofdstuk gaat over brood, vooral rogge- en bruinbrood. Wittebrood was een luxe. Gevolgd door recepten voor een broodje halfom, een stratenmakertje en de duivekater.. De koffiehuizen, met belegde broodjes, die tegenwoordig er nog mondjesmaat zijn. Denk aan Van Dobben of Broodje Mokum, maar over het algemeen lijken deze instituten niet te overleven in het latte- en hipstertijdperk.

Via uitleg over Mokum en mevrouw Wannée belanden we bij het warme eten in de stad. De garnalen- of Jordanese gehaktbal. Garnalen waren vroeger zo goedkoop, dat ze als vleesvervanger dienden. Omgekeerd is tegenwoordig het geval. Warm eten, zoals Joodse latkes, Amsterdams cement en linzen met de beroemde gele Amsterdamse uien.

Worst en zuur vormen een belangrijke traditie in Amsterdam, meegebracht door Oost Europese joden, die de zuurwaren uitventten. De Leeuw  tafelzuur aan de Vrijheidslaan is hiervan nog steeds een voorbeeld. Amsterdamse uien, augurken en leverworst. Noë besteedt aandacht aan de Joodse? ossenworst, waarmee iets aparts aan de hand is. Volgens de koosjere leer mag je stieren niet castreren. Dus of de originele worst altijd van ossenvlees gemaakt werd?

Via de Joodse buurt belanden we bij de zoetigheden als kosrstjes en koggetjes. Dranken als jenever, bier en likeuren zijn altijd ruim voorhanden geweest in de bodega’s van Amsterdam. Een pikketanussie, jajem, neut of hassebassie wordt bij diverse adressen nog ingeschonken met een kop, waardoor je staande zonder handen moet bukken om de eerste slok te nemen. De kop is er dan vanaf.

Eten zorgde in Mokum ook voor rellen, zoals de paling- en aardappeloproer. Tot slot de snacks, haring op zijn Amsterdams en eten uit de muur. En natuurlijk de uitvinding van de HEMA rookworst op de Nieuwendijk.

Kookboek van Amsterdam is een klein, maar fijn boekje met verhalen over de Amsterdamse culinaire traditie. Een groot gedeelte is vanuit Joods/ Jiddisch perspectief verzameld en beschreven, maar dat neemt niet weg dat je een goed beeld krijgt van het eten van de Mokumers. Een leuk en leerzaam boekje! Dat laat je als Amsterdams burger,  als buitenlui of als toerist toch niet liggen.

 foto: de Engelstalige editie

Kookboek van Amsterdam, Frank Noë (ISBN 9789082347586) is een uitgave van  Het zwarte schaap en is te koop in het Engels en Nederlands voor € 9,95

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

De Smaak van Texel.

 foto: cover De Smaak van Texel.

Ik ben er nog nooit geweest, op het eiland Texel. Waarom weet ik niet. De blik van Gereons Keuken Thuis is meestal zuidwaarts gericht, denk ik. Maar daar kan verandering in komen. Meer dan tien jaar na dato is De Smaak van Texel, beeld van een eiland en werelds koken, opnieuw verschenen. Annette van Ruitenburg en Ruth de Ruwe gingen samen met Tanja van den Berge aan de slag om een nieuwe versie te maken van dit boek dat eerder in 2007 verscheen. Dit drieman- of moet is zeggen drievrouwschap kende ik al van hun ode aan Zilt Zoet Zeeland. En dan weet je wat je kunt verwachten, een boek bomvol natuur, zee, zilte smaken en terroir. Want het eiland Texel is één bonk terroir, zilte natuur en trotse bewoners, die met liefde hun producten koesteren. Een boek over ondernemende, creatieve en innovatieve mensen, die dit eiland tot een plek maken, waar het goed toeven is.

Van Ruitenburg, de Ruwe en van den Berge nemen je in tekst, beeld en recepten mee over dit mooie eiland. Ze spraken met producenten, kwekers, horecamensen en andere Texelaars om al het moois in een boek met 150 recepten te vangen. Gereons Keuken en Route reist graag met ze mee. Texel als culinaire schatkamer, waar werelds wordt gekookt.

 foto’s: gerecht bij Jef en voor de Reede van Texel.

Het boek start bij Jef in Den Hoorn, patron cuisinier, die zijn gasten smaakbeleving op niveau biedt. Lokale producten, uit zee en van het eiland in een modern werelds jasje. Jef houdt van de Texelse producten, waarbij je natuurlijk direct aan lamsvlees van de zilte weiden denkt. Of aan kooieend voor een creatie van zijn hand.

De Novalishoeve, een 40 hectare groot biologisch dynamisch bedrijf met melkkoeien, schapen en varkens. Alles wordt zelf bewerkt en verwerkt Bijvoorbeeld tot ijs, ambachtelijk desembrood en kruiden. Een geliefde leverancier voor de Texelse horeca. Met een Italiaanse twist!

De Smaak van Texel, dat is  koffie, dat zijn paddenstoelen, zilte groenten, kazen en duindoornbes. Te veel om op te noemen. het predicaat schatkamer gaat duidelijk op en de schrijfsters zijn gaan grasduinen en proeven tussen al dit moois. Bijvoorbeeld voor een kaasfondue van Texelse kazen. Lekkere maaltijd als je ervoor de prachtige natuurlandschappen hebt verkend. Strand, duin, heide en weide.

Vogelkersjam, eetbare bloemen, daglelies van kwekerij Halsema gefrituurd in een tempurabeslag. Een moderne twist voor een terroirproduct. Dat maakt Texel culinair zo bijzonder. Spannende producten, waar de thuiskok en de horeca moderne creaties mee kan maken. Ecomare komt aan bod, daar wil ik zeker eens naartoe. Voor zeehonden en dolfijnen. Boffer of poffer een gerecht in een katoenen zak. Je bent op Texel echt in het Noorden.

 foto: koffie van Fabrizio.

Ik kan nog wel even doorgaan, zoveel mooie producten en recepten kom ik tijdens deze eilandtour tegen. Een lust om te lezen en te bekijken. De Smaak van Texel, als je het boek leest, kun je het bijna proeven. Asperges met lamsham of vissoep van Hans. Annette, Ruth en Tanja trekken alle registers open. Een intense reis over een klein doch beeldschoon eiland met vele smaken. Het drievrouwschap neemt mij op deze zonnige ochtend mee met hun prachtig gemaakte terroirboek. Op 25 mei a.s. praat ik erover op NH Radio. Nu ga ik nog even een rondje Texel maken!

 foto: impressies van Texel.

De Smaak van Texel, Anette van Ruitenburg, Ruth de Ruwe & Tanja van den Berge. (ISBN 9789059568471) is een uitgave van Fontaine en is liever lokaal te koop voor € 39,95

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Worst maken met Meneer Wateetons.

foto: cover Worstbijbel.

Worst maken met Meneer Wateetons. Al heel wat jaartjes geleden maakte Gereons Keuken Thuis kennis met de kunsten van Joost in Hilversum. Toen nog getooid met baard, als een echte Vinex jager, legde hij in kookwinkel Oldenhof uit hoe je zelf worst maakte. Hij vertelde over vlees, het malen met een ouderwetse vleesmolen, het kneden, het vullen van de darm, het slingeren en knopen en nog veel meer. Het was me allemaal een beetje ontschoten tot de boekpresentatie vorige week donderdag onder de rook van Ransdorp. Daar in idyllisch landelijk Noord ligt de heerlijke stek van Boergondineren, waar Meneer Wateetons regelmatig zijn kunsten con brio vertoont. Want hij weet er alles vanaf, van ambachtelijk met eten en technieken omgaan. Uit zijn boeken blijkt dat Joost nooit over één nacht ijs gaat. Dat deed hij in Over Rook en Over Rot. Hij onderzoekt, probeert uit, kookt, knutselt en onderwijst. Met humor. En hij doet dat nu opnieuw met de Worstbijbel. Eén van de delen uit de serie culinaire bijbels, uitgegeven door Carrera Culinair.

 foto’s:  het malen van het vlees.

Worst maken gingen we dus. Verse worst van varkensvlees met kruiden in een darmpje. Het is zo simpel, mits je de juiste dingen aanschaft. En het is heerlijk om te doen. Mits je niet bang bent om de mouwen op te stropen en vette handen te krijgen. Het aanwezige gezelschap werd in teams van drie verdeeld om aan de slag te gaan met het koude, de temperatuur is belangrijk, vacuüm verpakte vlees. Grafisch ontwerper Tijs, Carrera uitgever Arjan en ik maakten de vleesmolen vast aan de tafel en begonnen met het rustig malen van het vlees tot dikke spaghetti-achtige slierten. Dat is doorwerken, want het malen vergt wat spierkracht. Ondertussen vijzelden we de gereed staande kruiden, zout en specerijen. Het kneden kon beginnen, niet zoals je deeg kneed voor koekjes of brood (dat lees je in een andere kookbijbel), maar lekker stevig. De vetten en eiwitten van  het worstvlees moeten er goed van langs krijgen. Dus aan de slag met slaan, stompen en kneden van de massa. Bij het maken van worst krijg je een gratis work out erbij.  Goed voor de bi- en triceps. En je kunt een stukje ergernis kwijt. Tenminste als je dat kwijt moet.
Het opzetstuk werd van de vleesmolen gehaald en voor een ander vulstuk vervangen.  Meneer Wateetons legde uit dat je deze ook met van een lege kitspuit kunt maken. Staat allemaal in de Worstbijbel beschreven. Het worstjes maken kon beginnen. De sfeer werd een beetje lacherig en het schuiven van de darm over de tuit en het vullen leverde nogal wat plastische opmerkingen op. Enfin, er werd weer gedraaid met de slinger en voor wij het wisten lag er zo’n anderhalve meter zelf gemaakte worst. Het verdelen in kleine  worstjes kon beginnen. Daar leerde Meneer Wateetons de techniek voor. Het eind resultaat werd dichtgeknoopt en klaar is Kees.

 foto: het eindresultaat.

Wat een leuke en leerzame bezigheid. Eén van de nuttige workshops, die je ook kunt volgen bij Joost. Maar dat is nog niet alles, na de workshop toog Gereons Keuken Thuis weer huiswaarts met in zijn tas de zelfgemaakte worstjes, de 496 pagina’s tellende Worstbijbel en een starterspakket om het alles thuis nog eens fijntjes over te doen, niet met verse, maar eens met droge worst. Laat ik eerst maar eens starten met het doorgronden van de materie van deze Worstbijbel.

 Worstbijbel, van malen tot knopen en van drogen tot roken, Meneer Wateetons (ISBN 9789048842261) is een uitgave van Carrera en is te koop voor € 29,99.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Oogstkoken, het complete Seasons kookboek.

 foto: cover Oogstkoken.

Oogstkoken, het complete Seasons kookboek. Al is het nu nog hartje winter, Gereons Keuken Thuis kijkt al reikhalzend uit naar het voorjaar. Dat doet het 25 jarige magazine Seasons ook. Van de hand van de makers van dit tijdschrift verscheen een vrolijk kookboek, dat je mee op pad neemt langs de dreven van je moestuin direct de keuken in. Oogstkoken, puur oogsten, koken en inmaken. Iedereen met een eigen moestuin kent het fenomeen. De verbluffende opbrengst van dat stukje met je eigen knuisten bewerkte grond. Vol groenten en fruitsoorten, die vragen om bewerking. Nu geeft het tijdschrift zelf daar altijd leuke recepten en tips voor, maar nu is eer ook een bundeling van deze mooie Seasons recepten. Een feest, dat mag ook met je 25 jarig bestaan, voor ogen en smaakpapillen. En geheel aansluitend bij de botanische trend van voorjaar 2018. Telen, zien groeien en zelf koken.

Het boek is verdeeld in hoofdstukken per groente- of fruitsoort. Kruiden komen aan bod en op het eind technieken. Voorzien van planttips, goede en slechte buren en oogstadviezen. Oogstkoken start met de tuinboon. altijd een voorbode van de lente. dubbel gedopt of niet, voor in een tuinbonensoep met pancetta of wat te denken van gestoofde tuinboonpeulen met tomaat. verder gaat het met de lentegroentekoningin asperge, wat mij niet zo’n moestuingroente lijkt, door de specifieke teelt en steekmethode. Gewoon kopen bij een Brabantse of Limburgse teler zou ik zeggen. De asperges worden gegrild of verdwijnen in de soep.

Radijs, in Oogstkoken, is een alleskunner en kan worden geteeld bijna het hele jaar door. Voor een homemade radijsjes-pickle.  Of geroosterd in de salade. Ik maak een sprong door het boek, via de erwt, lentegroente rabarber naar kruiden. Hieraan wijdt Oogstkoken een flink stuk. Van munt tot basilicum. Ook handig voor de micro stadstuinier zoals ik. Kruiden zijn prima te doen op mijn Amsterdamse balkon.

Het voorjaar betekent ook zacht fruit, de aardbei, aalbes en andere vruchten. Lekker voor uit het vuistje of in een van de recepten.Bladmosterd, nooit eerder van gehoord, is een veelzijdig blaadje. Het boek weet er wel raad mee.in een pesto of in rijstrolletjes met bladmosterd. Bloemen, naast de botanische trend ook  een hot item in 2018, komen aan bod. Voor bloemenazijn of viooltjes ijs. Leuk voor als het #alfresco seizoen weer start.

Tot slot wil ik de ui nog noemen, met name de ingemaakte banaansjalotten, die op de cover staan. Ga ik zeker proberen. Fervente lezers van mijn blog weten dat ik graag dingen in de pot hak en Oogstkoken geeft je hiervoor leuke handvatten. Heb je daar per se een moestuin voor nodig? Welnee een goede groenteman op de markt voldoet ook. En de prachtige fotografie en lekkere recepten wijzen je direct de weg. Het voorjaar kan beginnen in Gereons Keuken Thuis. En Seasons! Van harte met jullie 25 jaar en nu op naar de 50!

Oogstkoken, het complete Seasons kookboek. (ISBN 9789059568372) is een uitgave van Fontaine en is “liever lokaal” te koop voor € 24,95

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Hollandse klassiekers ANNO NU.

 foto: cover Hollandse klassiekers.

Hollandse klassiekers ANNO NU. Van appeltaart tot zuurvlees. Tjitze van der Dam is een Friese bakkerskleinzoon. Zijn liefde voor dit vak ontstond al op jonge leeftijd tussen de oranjekoeken, het suikerbrood en de dúmkes. Hij ontdekte dat zijn hart in de keuken lag en volgde een opleiding tot kok. Om zijn vakkennis te verbreden verruilde hij het Fryske Gea voor Amsterdam. Hij trad in dienst bij verschillende chefs en werd uiteindelijk chef van het restaurant Pressroom in het INK Hotel aan de Nieuwezijds. Van der Dam organiseerde veel evenementen waaronder tweetjams over producten en een 24 uurs kookmarathon. Niets was te gek. Hij brengt graag mensen en smaken samen. Tegenwoordig werkt hij voor het meest duurzame hotel van Europa, het QO hotel. Met de groenten uit eigen circulaire kas op 70 meter hoogte.

Tjitze wil met Hollandse klassiekers anno nu een eerbetoon brengen aan de Nederlandse keuken. Ons land heeft zo veel meer te bieden dan stamppot alleen. Met drie bevriende chefs nam hij de klassieke gerechten onder handen met als resultaat een boek vol Hollandse gerechten met een moderne twist. Het kookboek start met hartige hapjes en voorafjes. Een salade met gerookte makreel. ( een recept voor 2 personen terwijl hij in de rest van het boek uitgaat van 4 personen), boerenkoolchips met rookworstdip of bitterballen van hete bliksem. Haring ontbreekt niet noch een overheerlijk worstenbroodje met paling.

Van der Dam gaat verder met Hollandse kost, snert van doperwt met krabbetjes, balkenbrij met pastinaak en gepofte boekweit of mosselen met jenever. Hij weet alle gerechten op een spontane wijze uit elkaar te halen en opnieuw te assembleren en dat is leuk. Zoetigheden ontbreken niet in het boek. Friese dúmkes, een appeltaartje met VOC specerijen en dat is retro arretjescake met witte chocolade en bitterkoekjes.

Wat in het vat zit, verzuurt niet, dacht Van der Dam en hij voegde een hoofdstuk toe over wecken, roken, pekelen en drogen. Dat zie je tegenwoordig vaker bij Nederlandse restaurants, homemade kruidenmengsels en ingemaakte groente en fruit. In de voorraadkast vind je eigengemaakte pindakaas, hagelslag en de eerder genoemde VOC specerijenmix.

Hollandse klassiekers ANNO NU is een vrolijk boek met een nuchtere kijk op de Nederlandse keuken en de mogelijkheden om iets te maken met al het moois, dat ons land aan producten biedt. Helemaal de trend in 2018. Eten van herkomst. #terroir  En er is meer onder de zon dan stamppot, zoals Van der Dam laat zien. Makkelijke recepten, mooi op de gevoelige plaat vastgelegd.  Dat smaakt naar meer. Een uitnodiging voor de thuiskok of foody om aan Hollandse klassiekers een moderne twist te geven. Een mooi voornemen om er in 2018 mee aan de slag te gaan in Gereons Keuken Thuis.

Hollandse klassiekers ANNO NU, Tjitze van der Dam (ISBN 9789463190473) is een uitgave van Scriptum en is te koop voor € 24,95

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

BIJDENDIJK, een keuken voor de Lage Landen.

 foto: cover BIJDENDIJK.

 

Bijdendijk, een keuken voor de Lage Landen. Gereons Keuken Thuis gaat (opnieuw) leren koken. Volgens de vier pijlers van Joris BijdendijkHet mooie product, de techniek en bereiding, consistentie van je gerecht, perfectie van de recepten met oog voor de details. Joris wist in zijn jeugd in de Ardennen al wat hij wilde worden. Nee, geen brandweerman, geen rockster of piloot, maar topchef. Geïnspireerd door het moois uit de moestuin, boomgaard en de beek bij het huis van zijn ouders ontwikkelde hij een plan om eens de sterren van de hemel te koken. In een notendop: Joris ging aan de slag in de Amsterdamse horeca, werkte bij Ron Blaauw, ging in de leer bij de gebroeders Pourcel in Montepellier en kookte bij Bridges een ster bij elkaar. Never a dull moment. Nu zeventien jaar later kookt hij in restaurant Rijks® met Nederlandse producten. Je zou het de culinaire eregalerij van de nationale kunsttempel kunnen noemen. Ik mocht daar eens proeven van zijn kunsten en was verrukt.

 foto: de “plaatjes” van gerechten.

En nu is er dan het langverwachte kookboek van Joris Bijdendijk met een duidelijke missie. Hij werkte er drie jaar aan, want deze kok gaat nooit over een nacht ijs. De nationale keuken prolifereren. Onze keuken naar een hoog niveau tillen. Zodat we er toe doen. wat een ambitie. Dat koken begint voor Joris bij de bron. Goed producten zijn leidend voor een gerecht. Hij herkent feilloos een verse kriel van een wat ouder exemplaar. Door met je vinger te wrijven over de schil. Al is je recept nog zo prachtig, de kwaliteit van je ingrediënten is een must. Een kookboek kan niet zonder recepten, maar deze zijn geen dogma’s. Er is aan de bron zoiets als weglaten en toevoegen. Je eigen draai eraan geven. Zoals in het recept voor radijs en piccalilly of de versheid van Opperdoezer ronde met een oestercrème. In ons land groeit, bloeit, zwemt, graast en vliegt zoveel moois. Dat verdient om er ook iets moois mee te maken. Dat is de bron voor Bijdendijk.

 foto: potten @ RIJKS®

De koolraap in zoutkorst, zijn jeugdherinnering van Bastenaakse kip met dragon, een gebakken forel, zeebaars in zoutkorst. Mooie basisgerechten en voor iedere thuiskok goed te maken. Voorzien en dat vind ik altijd leuk een wijnsuggestie. Bovendien besteedt Joris per recept aandacht aan de opmaak. Want zijn gerechten zijn echte kunststukjes. Dat kan net als sommige recepten wat afschrikken. Maar oefening baart kunst. Ik zelf heb het laatste nog niet in de vingers maar ga het proberen, gestimuleerd door dit prachtige boek. Het is een leerschool. Bijdendijk vertelt er graag over, hoe hij als blonde jongen uit Zuid aan de deuren van de culinaire tempels in Parijs en klopte zonder resultaat, maar uiteindelijk door de gebroeders Pourcel in het diepe werd gegooid. Daar leerde hij doen, doen, faire, doen en nog eens doen. Net zolang tot het perfect is. Dat zie je ook aan Bijdendijk, een keuken voor de lage landen.

 foto: inspiratiebron Bras uit Laguiole.

De missie, het derde deel van het boek, wil laten zien, wat je kunt doen met al het moois uit ons land. En Bijdendijk is niet zonder ambitie. Hij wil de aanstichter worden van een Gouden Eeuw van de Nederlandse gastronomie. Sterallures? Nee, die zijn hem vreemd. Het is de band, die door het samenwerken in een keuken wordt gecreëerd. Samen met sterke, niet anonieme producten creatieve nieuwe vondsten op het menu zetten. “Ik hoop, dat iedereen zin krijgt om met een boodschappentas vol Hollandse lekkernijen achter het fornuis te kruipen” Dat gaat Gereons Keuken Thuis zeker doen. Ik weet zeker dat dit kookboek met een grote Wow factor nu al veel toevoegt aan mijn “al zo brede” kennis. (dank voor deze leuke woorden voorin Joris!) Bijdendijk, een keuken voor de Lage Landen krijgt van mij een plaatsje in de eregalerij van Gereons kookboekenhoek. En ik ga eruit leren koken!

 foto: dank voor de krabbel!


BIJDENDIJK, een keuken voor de Lage Landen, Joris Bijdendijk (ISBN 9789038804084) is een uitgave van Nijgh&VanDitmar en is liever “lokaal” te koop voor € 39,99


Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Amsterdam Kookboek, recepten en verhalen.

 foto: cover Amsterdam Kookboek.

Amsterdam Kookboek, recepten en verhalen van culinair journaliste Laura de Grave. Gereons Keuken Thuis en de schrijfster van dit nieuwe kookboek hebben een aantal dingen gemeen. Onze liefde voor Neerlands hoofdstad, lekker fietsen door de stad, op zoek gaan naar leuke culinaire adressen en erover verhalen. Bovendien zijn we allebei import Amsterdammers, Laura sinds 2012 en ik sedert 1985. (Ja zo oud ben ik nu eenmaal) Laura’s Kookboek over Amsterdam is het gevolg van de wens van Laura om het roer om te gooien. Teksten schrijven kon ze wel, maar ze miste nog de broodnodige culinaire ervaring om zich in het vervolg culi journalist te noemen. Ze bedacht een plan. Laura meldde zich bij diverse restaurants en andere ambachtelijke keukens met de originele vraag: “Mag ik hier een dag komen werken, dan schrijf ik er een verhaal over?” Inherent aan onze stad zwaaiden de deuren open voor Laura. Want welke kok of ambachtsman is nu niet trots op zijn product? De aanpak werkte en inmiddels is ze een gevestigd culischrijver, die al heel wat publicaties op haar conto heeft staan. Haar mooie Amsterdam Kookboek is hiervan de apotheose. Een kookboek met typisch Amsterdamse, Nederlandse en multiculturele recepten, die zijn ingebed in de stad. Maar nog belangrijker vind ik de verhaallijn van het Centrum via Noord naar Oost naar West. Met de medewerking van al die oude en nieuwe Amsterdammers, die zich dagelijks inspannen om de lekkerste dingen te maken. Om de stad te laven. Een bijdrage aan het “terroir” van Amsterdam. Er staan voor mij niet veel nieuwe/onbekende adressen of specialiteiten in. De kracht van het boek ligt in de persoonlijke verhalen erbij. Van patissier Cees Holtkamp, slagerij Louman, over de enige echte ossenworst van de Wit, distilleerderij van Wees (waar ik tijdens de entreeweek van de UVA in 1985 de likeurproef wedstrijd won) en de oesters van Nam Kee op de Zeedijk. Wat een variatie. Ik ga niet alle deelnemers aan het boek opsommen, want het Amsterdam van Laura moet je zelf zien, proeven en voelen. Pannenkoeken in de Taksteeg bij Gartine, de koolraap van Rijks® of de stoofaal van stadsvisser Piet Ruijter. Allemaal verhalen en recepten, die de buik van Amsterdam laten zien, voorzien van sfeervolle foto’s van fotograaf Hans de Kort. (ook import) Ik kan er nog meer woorden aan wijden, maar mijn devies is, stap op je fiets met dit boek in je hand en ontdek de smaak van de  stad. Of zoals de schrijfster het zelf zegt: “Spring maar achterop!”

Amsterdam Kookboek, recepten en verhalen. Laura de Grave (ISBN 9789492037695) is een uitgave van Uitgeverij Brandt en is “liever lokaal” te koop voor € 25,00

N.B. Binnenkort verschijnt ook de Engelstalige editie, leuk voor je expat vrienden of buitenlandse gasten, die willen kennismaken met al het moois, dat Laura verzamelde.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Het Wild kookboek, Jacques Hermus.

 foto: cover Het Wild kookboek.

Het Wild kookboek, de beste recepten voor elk seizoen, doorspekt met reportages. Ik ben een vreemde kookboekengebruiker. Ik kook nooit de recepten uit een boek, maar zie het als een geheel. Een kookboek moet voor mij een belevenis zijn, mij mee op reis nemen, mij voeden met nieuwe ideeën. Of zoals in het nieuwe boek van Jacques Hermus een glimp geven van een wereld, die ik niet van nabij ken. Storytelling noemt men dat tegenwoordig. Hermus nam Gereons Keuken Thuis al eens op sleeptouw met zijn “jongensboek” Het Wilde Eten, waarin hij je mee op avontuur neemt naar de geneugten van het erf, de eigen moestuin, visserij en foerageren. In zijn nieuwe boek Het Wild kookboek heeft Jacques een specifieker doel: de jacht! In de Achterhoek, het wild walhalla van ons land.

Laten we eens op verkenning gaan. Hermus’ boek start met een herinnering aan zijn ouders, die al handenwrijvend klaar stonden als jagers langs kwamen om een fazant, haas of ree te brengen. Zijn vader draaide zijn hand er niet voor om een haas te villen, waarvan zijn moeder dan een heerlijk gerecht maakte. Van kindsbeen tot op heden heeft de jacht Hermus gefascineerd. Hij zegt dat dit boek ontstaan is uit deze fascinatie en ging op onderzoek uit. Op bezoek bij de jager, zelf op jacht, de poelier en in Achterhoekse restaurants.

 foto: vederwild bij Strandlodge.

De Smaak van Wild. Wild is krachtig van smaak, maar ook van emotie. Een anonieme speklap of kipfilet uit de onzichtbare vleesindustrie is wat anders dan een verschrikte blik van een ree of het gefladder van een fazant. Het doden van dieren is nooit mooi. Maar jacht op wild is wel duurzaam. Dan is er de controverse tussen jacht en “plezierjacht”. Je zou er een pittige discussie avond over kunnen opzetten. Maar los hiervan is wild ook smaak en tegenwoordig in steeds meer een light jasje te verorberen in de Achterhoekse restaurants. Zonder zware sauzen, maar met finesse. Daar wordt hard aan gewerkt in één van de grootste jachtregio’s van het land. En als het je emotioneel raakt kun je het ook niet doen, jagen, plukken of rapen. Maar gewoon genieten van de schoonheid van wild. Je bent tenslotte in de natuur.

Deze inleiding wordt gevolgd door een hoofdstuk, wat wild is. In principe alles wat niet is gedomesticeerd.  Niet alle wild is geschikt om direct op je bord te belanden. Vos is niet te eten, net als meeuw of kraai. Ook damhert uit de Amsterdamse waterleidingduinen is niet van goede kwaliteit. Hermus poetst direct een mythe weg: wild is niet biologisch. Want het is nooit te achterhalen waar het dier van heeft gesnoept, een on- of bespoten akker. In het boek betekent wild de soorten, die volgens de kalender mogen worden bejaagd en vers worden gepresenteerd op je bord.

Nederland is een klein jachtland, zeker vergeleken met Frankrijk of Duitsland. Dat heeft zo zijn voordelen, want waar elders soms wat losjes met de jachtzeden wordt omgegaan, is er in ons land veel toezicht. Hermus legt het allemaal uit, gevolgd door beschrijvingen van “ons” wild, de verspreiding daarvan en waar het te eten in de mooie Achterhoek, waar je tussen bolakkers en zoombos veel wild kunt spotten.

De Jacht. Jacques Hermus besteedt veel aandacht aan het officiële jachtseizoen en de jacht buiten het seizoen. Tegenwoordig mag wild niet meer worden uitgezet voor de jacht. Het zwijn was bijvoorbeeld uitgestorven, totdat de prins gemaal Hendrik zwijnen uitzette bij het Loo. Een enorme populatie van wilde zijnen is hiervan nog steeds het gevolg. Of wat te denken van de damherten, die nog steeds de waterleidingduinen bij Zandvoort bevolken en elke dag smachtend achter het afsluitend hek staan, dat hen nog steeds de doortocht over het speciaal aangelegde ecoduct verbiedt. (dit terzijde) Jacques Hermus betoont zich hierna een echte jager tijdens zijn reportage. Hij vertelt hoe je jaagt, wat je nodig hebt en welke hond je gezelschap houdt. Ik wist niet dat er verschillende taken bij verschillende honden passen. Tot slot een jachtkalender en wat terminologie.

We gaan de keuken in. Waar haal of koop je wild? Heel belangrijk het besterven. Hoe wild te bereiden? Met verhalen van de poelier en de chef. Het garen komt aan bod. En er moet natuurlijk gedronken worden, wijn uit de Achterhoek, biertjes of bitters. De garnituren bij het wild komen aan bod, van paddenstoelen via bessen tot noten.

 foto: hotel Bakker in Vorden.

Aan de slag met de recepten. Hermus verzamelde mooie wildrecepten van 19 restaurants in de Achterhoek, van Hummelo tot Winterswijk, van Ulft tot Groenlo. De Achterhoek is bezaaid met mooie wildrestaurants en dito gastvrijheid. Zo merkte Gereons Keuken Thuis ook tijdens een trip die ons oktober 2016 door de streek voerde.

Soepen en voorgerechten, winterse preisoep van de Hoofdige boer of een salade van reeham bij Hotel Bakker in Vorden. Hoofdgerechten passeren de revue. Wild-zwijnsrugfilet op de wijze van Boetiek Hotel Restaurant  Bonaparte, Smient van Ellens Restaurant of een tajine van Achterhoeks reebok. Allemaal beschreven in verbluffend makkelijk te maken recepten. De klassieke hazenpeper van Landhotel de Hoofdige Boer, fazantenborst met rookworst en spek van Hotel Café Restaurant de Gouden Karper of Haas in de wei van Strandloge in Winterswijk. Ik kan nog wel even doorgaan. De bijgerechten, een aardappel rösti taart van Hampshire Hotel Restaurant Avenarius, spruitjes met zongedroogde tomaat en sjalot van Havezathe Carpe Diem of spannende cantharelkroketjes van Restaurant de Woord. En hete bliksem, een jeugd dingetje in Gereons Keuken Thuis. Hermus besluit met sauzen en basisbereidingen. Likkebaardend lekker allemaal. En mocht je het niet thuis willen bereiden. Achterin het boek staan alle adressen, waar je gastvrij wordt ontvangen om te genieten van al dat wild uit de Achterhoek. Spring in je auto en ga het beleven.

Wat een boek heeft Jacques Hermus geschreven. Vol heerlijk eten en verhalen. Het Wild Kookboek is gewoon één bonk terroir!  Een must read!

Het Wild kookboek, de beste recepten voor elk seizoen, Jacques Hermus. (ISBN 9789059568044) is een uitgave van Fontaine en is “liever lokaal” te koop voor € 24,95.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Zot van de Noordzee.

 foto: cover Zot van de Noordzee.

Zot van de Noordzee, dat is Gereons Keuken Thuis ook. Ik geniet elke keer als ik in SeaSpot ben van het uitzicht, zomer of winter. De lage Hollandse luchten, het grijs, blauw en smaragdgroen met wit schuim van het water. De Noordzee en alles wat daaruit valt te vissen blijft voor mij een grote trekpleister. Ook voor Jan Kegels aka Jean sur Mer is dat zo. Als klein kind in De Haan ving hij garnalen en liet deze aan iedereen proeven. De kiem voor zijn foodtruck Jean sur Mer was gelegd. Originele seafood catering op festivals en aan de dijk. Ik zag het al eens voorbijkomen in Dagelijkse Kost, het programma van Jeroen Meus op één. Een boek kon natuurlijk niet uitblijven. In Zot van de Noordzee, van Duinkerke tot Den Helder, bundelt Kegels zijn vissersverhalen, weetjes over vis uit de Noordzee, tips en natuurlijk 52 verrassende visrecepten. Van eigen hand en een aantal gastchefs.

Vis op vrijdag? Welnee, met het boek van Jean sur Mer is het elke dag visdag! En laat Gereons Keuken Thuis nu het geluk hebben niet ver van de grootste visafslag van Nederland en aanpalende vishandels te zitten. Een mooie reden om samen met Jean en dit boek aan de slag te gaan.

De Noordzee was de eerste liefde van Jan. Hij kreeg er geen genoeg van, zocht van alles op en viel vissers lastig over de meer dan 220 soorten vis en schaaldieren, die je aantreft in de Noordzee. Van pladijs (schol) tot steenbolk. Hij kocht een catamaran van 7 meter, doopte het schip The Milfhunter (inderdaad een wat branie-achtige naam) en ging de zee op. Het leverde  hem het predicaat “Levenslustige Zeehond”op.

Maar dat was niet alles. Jean sur Mer had het geluk om van zijn passie zijn beroep te maken. In 2010, toen de Tour langs zijn stamkroeg in Ekeren raasde, begon hij een kraampje met kibbeling en tartaarsaus i.p.v. de obligate worst/hamburger/frites, die bij koersen gewoon zijn. De rest is geschiedenis. Het kraampje werd een foodtruck, Kegels ging in de seafood catering en nu is er Zot van de Noordzee.

 foto: de keuze in IJmuiden.

Het boek start met verhalen over mannen, die dagelijks aan het werk zijn in Belgiës 11e provincie. De mannen van de zee, de vissers. Jean sur Mer schetst hun portretten. Daarna gaat hij het over VIS hebben, de gezondheidswaarde, hoe herken je verse vis, vrijdag visdag en andere informatie. Een heus ABC van veel verkrijgbare Noordzeevis in 26 soorten volgt. Dan gaan we aan het werk. Jean start in de herfst, mooi toepasselijk met een gerecht van grijze garnaal en prei, kabeljauw met zuurkool of hondshaai in het groen. (mooi gerecht, ik vroeg me al af wat te maken met de haai, die bij een vishandel in IJmuiden lag)

foto: hondshaai.

Winter, tijd voor vlaswijting met boerenkool, schar met schorseneren of rog met zilverui. De schrijver geeft er handige presentatie tips bij. Lente volgt, tijd voor platvis, pladijs (schol), tong of griet. In een gerecht voor tong met tuinbonen, pladijs met rode kool of griet met watermeloen. Vrolijke lentecombinaties met prachtige foto’s. De viskalender van Kegels eindigt in de zomer, met zeewolf met paksoi, wijting met Romeinse sla en sepia met tomaat. Jean sur Mer weet met verse vis en enkele basic ingrediënten verdraaid mooie gerechten te componeren. Terroir optima forma of heet dat bij vis niet zo? Zot van de Noordzee is een aanwinst in de keuken van Gereons SeaSpot. Zotter kan het niet worden.

Zot van de Noordzee, Jan Kegels. (ISBN 9789022334317) is een uitgave van Manteau en is on- en offline te koop voor  € 24,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer