Mannelijke foodbloggers herfst 2017!

 foto: herfstterrine.

Mannelijke foodbloggers herfst 2017! Door de dominantie van vrouwelijke bloggers zou je bijna niet in de gaten hebben, dat er ook veel mannen zijn die koken en recepten delen. Gereons Keuken Thuis is altijd op zoek naar kopij voor zijn blog of interessante foodies om over te schrijven. Dat kan in de vorm van een gesprekken- en gerechtenblog of in de hernieuwde serie mannelijke foodbloggers herfst 2017.

Deze herfst bied ik opnieuw aan mannelijke (gast) bloggers een podium op Gereons Keuken Thuis. Niets ingewikkelds, geen eisen vooraf. Lekker zelf je expertise en passie delen door middel van een recept, een review of wat je maar kwijt wilt over product., waar je leuke ervaringen mee hebt. Of over die mooie wijn , die je dronk. Of de exquise ervaringen in een hotspot in je woonplaats. Of een review van dat leuke kookboek. Let wel pure commerciële verhalen/advertorials zijn niet toegestaan, daar moet voor worden betaald.

Dus heren, laat het me weten in een reactie onder deze korte blog of stuur je tekst, al dan niet met foto’s naar gereonseateryandwinery@gmail.com. Wie weet staat jouw leuke stuk dan snel op Gereons Keuken Thuis Succes mannen!

Rikkert Walbeek, foodblogger con pasión.

 foto: El cocinero Rikkert.

Rikkert Walbeek, een foodblogger con pasión, is op deze maandag de vierde mannelijke foodblogger met een verhaal voor mijn serie.. Een eigen geluid, dat je kunt lezen op rikkerttefood.nl. Een blog vol Spaanse heerlijkheden zonder pakjes en zakjes en met de mooiste verse ingrediënten. Daar houdt Gereons Keuken Thuis wel van. ( wie niet?) ¡DISFRUTALO! zou ik zeggen. Dank voor je leuke en persoonlijke bijdrage Rikkert!

Ik heb iets met de Spaanse keuken. Hoewel het verder gaat dan dat, het is namelijk de hele Spaanse eetcultuur die mij aantrekt. Eten is in Spanje echt ‘een ding’, soms zelf obsessief. Het is veel meer dan voedsel tot je nemen. Juist dat obsessieve heeft iets moois waar wij nog wel het een en ander van kunnen leren. En soms is het ook heel vermakelijk voor ons buitenstaanders.

Al heel lang heb ik iets met Spanje. Jaren lang gingen wij er op vakantie om er uiteindelijk ook een paar jaar te gaan wonen. Midden tussen de Spanjaarden in een dorp aan de Costa Azahar. Daar heb ik Spaans leren koken van de Spanjaarden zelf. Vicente, mijn buurman, leerde mij een echte paella Valenciana maken. Moeders van vriendjes van mijn kinderen leerden mij tortilla de patatas, albóndigas of bijvoorbeeld salmorejo maken.

De Spaanse keuken is heel traditioneel, lokaal, puur en vooral trots. Koken leer je van je moeder en je oma en hun recepten zijn heilig. Je maakt gebruik van de producten van het seizoen en het liefst uit de regio. Bovendien gebruik je alleen, of zoveel mogelijk, verse producten. Smaken komen van de producten zelf en niet uit een zakje, pakje of een potje. In de supermarkt zit altijd een goede slager met prachtig vlees en op de visafdeling koop je de mooiste verse vis die op dikke lagen ijs gepresenteerd wordt. Tomaten in Spanje smaken naar tomaat en niet naar water en dat geldt voor de meeste groente.

Spanjaarden en eten, ze kunnen er urenlang over praten met een passie waar ik soms jaloers op ben. Menig gerecht wordt bestempeld als écht het allerlekkerste ter wereld. Typische lokale ingrediënten zijn steevast het summum waar ze in de rest van het land een puntje aan kunnen zuigen. Om maar te zwijgen over het recept van oma, dat is het enige authentieke recept dat eigenlijk de moeder aller recepten is. Hoewel soms ietwat overdreven geniet ik altijd van de geestdrift waarmee Spanjaarden over eten spreken.

In Spanje is eten een sociale bezigheid. Afspreken doe je in de kroeg en bij je glas bier of wijn hoort minimaal een klein hapje, ook ’s ochtends om 11 uur. In het weekend spreek je af met vrienden of familie en wordt er samen gegeten. In een restaurant, buiten in de natuur of bij elkaar thuis. Niemand komt met lege handen, iedereen heeft wel iets te eten of te drinken mee. Ook al is dat nergens voor nodig want er is altijd meer dan genoeg.

Tijdens het koken bemoeit iedereen zich met het eten. De ongevraagde adviezen wisselen elkaar in hoog tempo af, hoewel niemand dat iets schijnt te deren noch er zich ook maar iets van aantrekt. De kok wordt tijdens en na afloop van het eten meermaals gecomplimenteerd maar wel geregeld met de opmerking dat oma het toch echt het allerlekkerst maakt.

Uit Spanje zijn natuurlijk de tapas bekend, het kleine hapje dat je in de kroeg bij je borrel krijgt. Over het ontstaan van tapas doen vele verhalen de ronde, twee daarvan zijn het meest waarschijnlijk. Tapa zou afgeleid zijn van het Spaanse werkwoord ‘tapar’, wat bedekken betekent, ‘una tapa’ is een deksel. Vroeger werd het hapje op het glas gelegd om zo als dekseltje te zorgen dat er geen stof uit de bomen of insecten in je drankje terecht kwamen. Een andere mogelijke herkomst zouden de regels zijn die koning Alfono de 10e in de 13e eeuw afkondigde. Hij verplichtte kroegbazen om bij elk drankje iets te eten te serveren om zo de effecten van de alcohol wat te verminderen.

Mijn favoriete tapa is pimientos de Padrón, een hele simpel maar oh zo lekker hapje. Dat zijn gefrituurde Padrón pepers bestrooid met zeezout. Gelukkig kun je deze tegenwoordig ook in Nederland kopen!

foto: pimientos de Padrón.

Het is deze week sherry-week dus laat ik afsluiten met een typisch Spaans recept met sherry, Pollo al Jerez, kip in sherry saus dus. Zelf ben ik gek op sherry, heerlijk borrelen met wat tapas erbij. Dan vooral de hele droge sherry. Of een glas zoete sherry bij het dessert. Sherry is ook erg lekker om in gerechten te verwerken omdat het zo’n typische smaak afgeeft, heel anders dan wijn bijvoorbeeld.

Voor dit gerecht gebruik ik Oloroso Sherry, dat is echt hele zoete sherry. Je kunt ook een drogere variant gebruiken overigens. Door een kaneelstokje mee te laten pruttelen krijgt deze saus een bijzonder tikkie mee. Dit gerecht is simpel te maken en toch is het bijzonder. Bijzonder door de combinatie van zoete sherry, pruimen en kaneel. De saus ruikt hierdoor echt super lekker.
Heerlijk met wat gebakken aardappeltjes uit de oven of met rijst. Of beter nog, een flinke homp brood om lekker in de saus te soppen! Glas frisse witte wijn erbij en je bent klaar.

 foto: pollo al Jerez.

Ingrediënten:

4 kippenpoten (of bouten, dat mag ook)

Een flinke hand gedroogde pruimen

3 uien

4 tenen knoflook

Kippenbouillon

1 glas (250 ml) zoete sherry (Oloroso)

1 kaneelstokje

Olijfolie

Zeezout

Peper

Bereiding:

Bestrooi de kippenpoten ruim met zeezout en peper. Braad ze vervolgens aan in een braadpan in ruim olijfolie tot ze een mooie goudbruine kleur hebben.Snipper ondertussen de uien en hak de knoflooktenen fijn.  Haal de kippenpoten uit de pan en doe de ui en de knoflook erin. Bak de ui en de knoflook heel zachtjes voor zo’n 15 minuten. Doe nu de kippenpoten terug in de pan. Voeg een glas sherry toe en draai het vuur hoog, laat een minuutje of 2 pruttelen.Voeg nu de pruimen en het kaneelstokje toe en de kippenbouillon tot de kip half ‘onder water’ staat.  Laat het ongeveer 45 minuten zachtjes pruttelen met het deksel op de pan. Haal het kaneelstokje eruit en serveer.

Noot van Gereons Keuken Thuis: drink er een lekker glas Oloroso bij. ¡Salud!

 

Mannelijke foodbloggers vertellen: René Meesters

  foto: foodblogger René

Mannelijke foodbloggers vertellen. Vandaag is het podium gereserveerd voor René Meesters uit het zuiden des lands. Zijn positieve verhalen over eten, reizen en meer vind je op zijn blog Het eten is klaar. Voor velen is het dagelijks verzinnen wat te eten een regelrechte kwelling. Zo niet voor deze schrijver. Voor René is naar de supermarkt gaan fun shoppen. Naar de bakker en slager aan beide zijden van de grens. Grasduinen in het Brabantse en Vlaamse aanbod. wat een genot, dat hij dat zo dichtbij heeft. Ontdekken welke smaken er ter tafel komen. René Meesters vindt het fijne van de dagelijkse maaltijd iets bijzonders te maken. ( Dat lijkt inderdaad een beetje op….?  Yep Jeroen Meus) Voor deze aflevering van mijn serie “mannelijke foodbloggers vertellen” neemt hij ons mee op pad over de steenwegen en chaussées van het Belgische land. Moet Gereons Keuken Thuis ook weer eens snel doen.

 foto: de reien van Brugge

 

België

Hemelsbreed een dikke zes kilometer woon ik van de Belgische grens. Met de auto ben ik in 25 minuten op en neer om bijna 15 euro op een volle tank benzine uit te sparen. België, het beste land ter wereld, schreef Dylan van Eijkeren in 2008. Daar ben ik het mee eens en ik weet eigenlijk niet eens waarom. De Spaanse costa’s zijn warmer, de Italiaanse cultuur is rijker, de Engelse tradities, daar mag je als land van dromen, Duitsland is Weltmeister in voetbal en de Franse keuken staat hoger aangeschreven. En wat stelt België daar tegenover? De Belgische kust is volgebouwd en achteraf zijn ze jaloers op onze uitgestrekte duinen. Het land is hardnekkig verdeeld in twee delen. Vlaanderen en Wallonië, waarvan iedereen zich steeds weer afvraagt of het niet beter is deze te splitsen. Het Belgisch nationaal gerecht is moules-frites, mosselen met friet en de Rode Duivels voetballen aardig maar blijken net niet de capaciteit te hebben een kampioenschap naar zich toe te trekken. Nu niet én nooit gehad ook.

Maar in België zijn wel Belgen! Hoeveel relaxter kan je zijn? Aan ons gejaagde Nederlanders hebben ze waarschijnlijk een broertje dood. Geen gemopper dus in de rij aan de kassa’s van de Carrefour! De lunch duurt er iets langer en het tweede deel van een cursusdag is een stuk zwaarder vanwege de pint die er bij geschonken wordt. Hoe anders is ons broodje kaas met soms wat rucola ertussen, en een glaasje melk?
Natuurlijk is er ook nog die heerlijke vereenvoudiging van zowel de Nederlandse als de Franse taal. Woorden die bij ons in eerste instantie niets zeggen verwijzen in België rechtstreeks naar het doel. Zo is een portefeuille een brieventas, een filiaal een bijhuis, een kalender een dagklapper en een centrifuge een droogzwierder. De Franse taal moet er ook aan geloven. Want spreken de Fransen voor zeventig en tachtig over soixant-dix (60+10) en quatre-vingt (4×20), in Wallonië gebruikt men gewoon septante en huitante. Net als in Zwitserland trouwens.
En met Zwitserland is een sprongetje naar het Belgisch landschap zo gemaakt: Bergen of ten minste flinke heuvels! Op een heel klein stukje Limburg na kennen we dat niet in ons eigen landje. Met een beetje geluk kan je er best wat skieën en er komen hele goede wielrenners uit voort die een aardig stukje bergop kunnen fietsen. Ga je bij Maastricht de grens over dan rijd je er zo de Ardennen in. Heerlijk toch?

 foto: de markt van La Batte Luik.

 
En dan is er toch ook de Belgische kust. Volgebouwd met appartementen en hotels maar mét zandstrand. En met plaatsen als Knokke-Heist en Oostende is er voor ieder wat wils. Bovendien is één van de mooiste steden van Europa slechts een bolscheut (vertaald uit het Tilburgs: ‘zover je een bal kan schieten’) verwijderd: Brugge! En Brugge is niet alleen één van de mooiste steden het is óók nog eens één van de meest culinaire steden ter wereld. Hoeveel Michelinsterren heeft de stad waar jij woont? Brugge heeft er maar liefst 12 (!). Waaronder twee driesterren restaurants. Net zoveel als heel Nederland. De vergelijking die ik hierboven maakte, de Franse nationale keuken en de Belgische Moules-Frites snijdt in werkelijkheid dus geen hout. Hoewel Nederland met een inhaalslag bezig is, staat de Belgische keuken nog steeds hoger aangeschreven. Echte klassiekers, zoals in Frankrijk de Boeuf Bourguignon, Coq au vin, Tarte tatin en crème brûlée (jammer dat Frankrijk voornemens is die accent circonflexe uit te bannen) ken ik uit België niet. Ten minste niet op topniveau. Wél de gewoontes uit de dagelijkse kost (dank aan Jeroen Meus). Is het simpelweg niet zo dat als de wijn in Franse gerechten vervangen wordt door bier dat het dan typisch Belgisch is? Wordt boeuf bourguignon zo Vlaamse stoof? Niet helemaal. In België voegt men ook graag een flinke lik mosterd toe. En die wordt er in België niet dóórheen geroerd maar er ónderdoor!
België, een heerlijk land! Dat kunnen Molenbeek, Marc Dutroux en Filip Dewinter niet veranderen!

 foto: badstad Blankenberge.

 

Wortelstoemp


Bij de Nederlandstalige versie van The Taste met twee Nederlandse en twee Vlaamse koks in de jury ontstond er ooit een discussie tussen de juryleden omdat de Vlamingen vonden dat wortelstamp zónder mosterd geen wortelstamp is. Het onderstaande recept komt van Jeroen Meus. Het is onze hutspot maar dan net even anders en hij heeft bij ons thuis de traditionele hutspot inmiddels volledig vervangen.

 

Ingrediënten:
1,2 kg kruimig kokende aardappelen;

600 g uien;

600 g winterpeen;

50 g margarine;

1 el mosterd;

gedroogde tijm, peterselie, laurier;

2 dl water.

 

 

Bereiding:

Schil de aardappelen. Maak de uien schoon en snijd ze in (halve) ringen. Maak ook de winterpeen schoon en snijd deze in rondjes. Kook de aardappelen in ruim water waaraan wat zout is toegevoegd gaar. Smelt in een braadpan de margarine en fruit hierin de ui en de peen aan. Bestrooi de ui en wortel met wat tijm en peterselie (of gebruik verse kruiden en bind ze samen met de laurier tot een bouquet garni). Laat dit alles nog even stoven en voeg dan zoveel water toe dat de uien en wortels bijna volledig onder staan. Doe ook het laurierblad erbij. Laat even doorkoken totdat de wortels gaar zijn. Haal dan het laurierblad (of eventueel het hele bouquet garni) er uit en doe de aardappels erbij. Plet met een pureestamper maar maak het niet al te fijn. Schep op het eind een flinke eetlepel mosterd onder de stoemp door.

Smakelijk!

De Grote Kleyn, een culinair compendium.

 foto: cover De Grote Kleyn

De Grote Kleyn, een culinair compendium. Daar ligt het lichtblauwe gevaarte dan. Ruim twee kilo in gewicht en duizend bladzijden dik. Vol met de kennis, die Onno Kleyn in zijn achtentwintig jaar als culinair schrijver vergaarde. Geen encyclopedie van culinaire termen, maar een werk, waarvan je moet proeven. Waarin je telkens moet ontdekken. Grasduinen, nog een keer lezen. Want, zo schreef hij voorin het boek voor Gereons Keuken Thuis: “Door kennis meer genoegen” En dat is nu precies, wat dit boek zo bijzonder maakt. Culinaire feiten in een context. Daar is Onno Kleyn een meester in. Dat doet hij al jaren in de Volkskeuken en de veertig boeken, die al op zijn naam staan. Niet zomaar een recept of wat kletsen over eten, maar de kennis overdragen en het verhaal. Storytelling dus. Na gedegen uitpluizen. En daar ben ik nu eenmaal dol op. Een boek als De Grote Kleyn is spek voor mijn bekkie. Al die kennis, daar word ik hebberig van. Zo vernam ik van de schrijver, dat Galicië behalve een gebied in Noordwest Spanje ook een koninkrijk was, dat behoorde tot de Donaumonarchie en als zodanig de keuken van Hongarije beïnvloedde. Weer wat geleerd. Kleyn weet zijn kennis met leermeesterschap te combineren. Hij wilde dit overdragen en ging twee jaar geleden aan de slag. Het had een decennium kunnen duren, totdat hij er bij neer was gevallen of gek geworden. Maar nee, na twee jaar noeste arbeid is De Grote Kleyn een feit.

De indeling is simpel, drie delen: ingrediënten, technieken en overwegingen en tot slot de keukens van de landen van Europa. Maar… dan komen de inhoud en de verschillende lagen. Van A tot Z bij de ingrediënten, soms bijgestaan door mensen, die hem de kennis verschaften. Op het gebied van groenten, vlees, wijn, thee. Zal ik nog even doorgaan? Gelardeerd met recepten. En bij Onno Kleyn ook heel belangrijk, de wijntip onder het recept. In vino veritas zullen we maar zeggen.

Hoe ontstaat spruitjeslucht? Moet je zuurkool wel of niet afspoelen? Een recept voor potaje de berros, een Canarische soep. De knolselderij op bladzijde 113, een groente waar Kleyn iets mee kan. Via de noten en zaden, paddenstoelen en truffels, fruit, graan en banket beland ik bij vlees en vis, een dikke 130 pagina’s vol met kennis over deze ingrediënten. Maar dan zijn we er nog niet. Kleyn etaleert ook zijn kunde over smaakmakers, kaas, koffie, chocola en natuurlijk wijn! Dit deel sluit af met vreemd voer, zoals het broodje aapverhaal, dat in Azië de hersens van levende apen worden genuttigd. Of heel triviaal, het eten van hond. En waarom eet een mens slakken?

De Grote Kleyn gaat verder met technieken en overwegingen. Trucs en handigheden in de keuken. Blancheren, pocheren (met een Bourgondisch recept voor oeufs en meurette, uiteraard met een pinot noir uit deze streek), marineren, een perfecte zabaglione, flamberen. Kleyn beschrijft al deze technieken. Een kopje kookapparatuur, van open vuur, via oven, de Dutch oven naar geuroffers. “Gaat het lezen!”, zou ik zeggen. Ik maak even een sprong naar de overwegingen, waarin Onno Kleyn stilstaat bij gastronomische kennis. Wat betekent onderzoek van de smaak en eten voor de mens in de breedste zin? Wat is de hogeschool van het koken? Eeuwenlang tuimelden allerlei experts over elkaar heen. De opkomst van de restaurants. De kennis van BrillatSavarin via het instituut Michelin tot het hedendaagse IENS, waar iedereen zijn ei kwijt kan.

Een hoofdstuk, waar ik als foodblogger erg veel plezier aan beleef, gaat over recepten, over de geschiedenis en authenticiteit. In zijn mini college zette Kleyn fijntjes uiteen dat het allemaal quatsch is. Niets is authentiek. Het sleutelen aan klassieke gerechten onder het kopje “Malle Italianen”  Onno legt uit en fileert. Food voor foodbloggers (in spe) Lees hierover vooral het hoofdstuk authenticiteit. Dan kunnen we voortaan in  Facebook foodbloggersgroepen de “jat” discussie ook achterwege laten. De Grote Kleyn besluit met verhalen over de keukens van Europa.

Ik vind De Grote Kleyn een aanwinst voor Gereons Keuken Thuis.Ten eerste omdat ik een feitjesverzamelaar ben. (Ik heb niet voor niets dikke mappen en schriften vol uitgeknipte recepten of verhalen over keukens), een anekdotejager en een niet te stuiten honger naar meer kennis heb. Dat beleef ik met de Grote Kleyn. Ten tweede, omdat het een waarachtig opus magnum is, dat gezien zijn lagen kennis en verscheidenheid moeilijk een “te gebruiken voor” datum valt te geven. Tot slot bevat het essentiële kennis voor alle kokers, eters en koks in Nederland en ver daarbuiten. Zo zwaar, als het boek is, zo licht is zijn schrijfstijl. Veel dingen uit De Grote Kleyn zullen hun beslag krijgen in mijn toekomstige blogs. De donkere dagen staan voor de deur en ik ga verder…. met leren en lezen. Waarvan akte.

De Grote Kleyn, Onno Kleyn (ISBN 9789038803470) is een uitgave van Nijgh & Van Ditmar en is te koop voor € 45,00

Noot: dit boek werd mij als recensieexemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Mannelijke foodbloggers vertellen.

 foto: herfstterrine

Mannelijke foodbloggers vertellen. Een nieuwe serie. Door het grote aantal vrouwelijke bloggers zou je bijna niet in de gaten hebben, dat er ook veel mannen zijn die koken en recepten delen. Gereons Keuken Thuis is altijd op zoek naar (nieuwe) input voor zijn blog of om over te schrijven. Dat kan in de vorm van een gesprekken- en gerechtenblog (er staan er al wat op de rol deze herfst) of in mijn nieuwe serie “Mannelijke foodblogger vertellen”

Deze herfst bied ik aan mannelijke (gast) bloggers een podium op Gereons Keuken Thuis. Niets ingewikkelds, geen eisen vooraf. Lekker zelf je expertise delen door middel van een recept, een review of wat je maar kwijt wilt over product., waar je leuke ervaringen mee hebt. Of over die mooie wijn , die je dronk. Of je ambacht. Of de exquise ervaringen in een hotspot in je woonplaats. (let wel op pure commerciële verhalen/advertorials zijn niet toegestaan)

Komende maandag bijt Simon Vanbecelaere het spits af. Hij is beter bekend als de BBQ bastard en kookte uit Rook! van Steven Raichlen.

Dus heren, laat het me weten in een reactie onder deze korte blog of stuur je input naar gereonseateryandwinery@gmail.com. Wie weet staat jouw leuke stuk dan snel op Gereons Keuken Thuisl  Succes mannen!

Raya’s makkelijke maandag

 foto: cover Raya’s Makkelijke Maandag.

Raya’s Makkelijke Maandag. Onlangs trof ik bij de kringloopwinkel dit leuke retro kookboek aan. Het is van de hand van Raya Lichansky, die begin jaren negentig de lekkerste recepten presenteerde voor RTL4. Raya kookte destijds makkelijke recepten voor mensen met en druk programma. Hoe vaak ik niet naar haar rubrieken heb gekeken in de jaren negentig. Naar Koken met Sterren, Raya in Koffietijd en de 5 Uurshow. Er is sindsdien heel wat veranderd. Begin jaren negentig had je geen internet, geen bloggers. noch vloggers. Commerciële televisie was een noviteit, net als Raya’s makkelijke maandag. Out of the box Raya’s keuken is makkelijk, de gerechten zijn snel klaar, met verse ingrediënten en smakelijk. Het is leuk om door dit boek te grasduinen. Want wat aten we eigenlijk in de jaren negentig? In het boek tref je allerlei gerechten aan, waar je nu niet zo snel aan zou denken. Waarom eigenlijk niet? Zo zie je dat er degelijk evolutie is in koken. En modes. Want de recepten kunnen nu ook zo op tafel. Tijdens het lezen kwam ik erge leuke dingen tegen, zoals granita van tomaat, een lekkere makreelmousse als voorgerecht. Portugese boerenkoolsoep of bospeentjessoep met dille.Visgerechten zoals een garnalenragout of viscurry zonder kerrie. Allerhande vleesgerechten, aardappels, pasta, noedels en rijst. Groentegerechten zoals gestoofde bleekselderij met gorgonzolasaus. Spannende salades. Een apart hoofdstuk over eieren. hartig bakwerk, zoete toetjes, zoete baksels en verrassend fruit. Een erg gevarieerd boek niet alleen voor de maandag dus. Raya’s makkelijke maandag maakt vers koken makkelijk. Vandaag een recept uit dit leuke boek op Gereons Keuken Thuis voor Portugese boerenkoolsoep, dat ik ken als caldo verde. Een mooie start van de week. En een hartverwarmende herfstsoep. We drinken er een rode wijn uit Alentejo bij.

Nodig:

1 ongesneden boerenkool

1 el olijfolie

3 uien in ringen

2 tenen knoflook, gehakt

150 g runderpoelet in blokjes

1 l runderbouillon

1 grote rookworst

1 tl gedroogde tijm

4 vastkokende aardappels

2 vleestomaten

1 kleine groene paprika in reepjes

zout en versgemalen peper

Bereiding:

Stroop de bladeren van de kool, was e en droog ze in een schone theedoek. Rol de bladeren stevig op en snijd ze met een scherp mes in heel dunne repen. Fruit in een grote soeppan in hete olie de ui en knoflook licht aan en bak het poelet kort mee. Giet de bouillon erbij en laat de soep met het deksel op de pan 45 minuten zachtjes koken. Snijd de rookworst in dunne schuine plakjes. Voeg na 30 minuten kooktijd de kool, de rookworst en de tijm toe. Kook de aardappels in de schil gaar, laat ze 10 minuten afkoelen en pel ze. Ontvel en ontpit de tomaten en snijd ze in plakken. Laat 10 minuten voor het opdienen de aardappels, tomaat en groene paprika heet worden in de soep. Breng de soep op smaak met zout en versgemalen peper.

Tip: je kunt ook een tl pimentón de la Vera, gerookte paprikapoeder toevoegen. Dat geeft deze soep een licht rokerige smaak.

 

Talk and table, John Robert Myers.

  foto: John Robert Myers

Everyday I see a piece of art on Facebook spread by an American painter and photographer, John Robert Myers, born in the Rockies and nowadays living in Macon Georgia. ( Does his last name refer to Dutch roots?)  Curious, I searched for his own website and what I found was a site full of art and photographs of art, that he makes. Definitely my cup of tea. His art is just colorful and gay. I invited John Robert to participate in “gesprekken en gerechten” (Talk and Table)  Let’s see if we can make a dish for John from the answers he gives to my questions. A bright, rocky dish. Of course with a glass of wine from the Màconnais (France)

 

Who is John Robert Myers? Tell me some more

I am a painter and fine art photographer. I was born in Amarillo, Texas, and lived in Colorado from age two to six years old. I have lived in Georgia since that time. I grew up in a big family of three brothers and three sisters. My spouse, Jack Mayes and I were married last July on our 30th anniversary of living/being together. He and I lived out in the country for twenty-five years before moving into the city of Macon. I miss my peafowl (I had over 25 at one time), my pigeons and the quietude of the country. I love animals, and have had many different kinds in my lifetime. Jack and I restored a ‘High’ Victorian house in Macon (while we were living in the country), re-graining, re-marbling and stenciling the interiors. We received an award from The Georgia Trust for Historical Preservation for that restoration. Today Jack and I own a wonderful historic Greek Revival house. We have three dogs that we think of as our children. I am exhibit chair for Middle Georgia Art Association, and write a blog for them. I help my friend Betsy with her pet nanny service, and I have recently started working as the weekend manager at a local historic house.

 

How did your attraction for art and photography start?

Because I was born with an eye condition which makes focusing while reading difficult, I struggled in school. For some reason art always came naturally to me. I remember when I was a young child taking my workbook up to my first grade teacher to ask her a question. She took my booklet, got up in front of the class and showed them a drawing I had made of a kitten on the side of the page because she thought it was so well executed. In my mind I can still see the breathtaking beauty of the mountains of Colorado, and the architectural beauty of The Air Force Academy in the mid-Sixties. I will never forget asking my dad to take me inside of The Air Force Academy Cadet Chapel. I was in awe. My family moved off the base to a large mid-century modern house in Black Forest, Colorado where the woods seemed to breathe. My sister, Patricia and I would watch for the first star at night. We would go out onto the sun deck, or if it was too cold we would stand at the sliding glass doors of my parents bedroom, holding hands while we wished upon that first little star. I remember my lovely mother putting on her makeup and Chanel No 5 perfume, brushing out her beautiful red hair, and getting dressed. I wanted to somehow harness these experiences. Drawing and painting was my way to do it. When I was around 10 years old I found my dad’s old Agfa camera in a closet. He bought me some film, and I loved the whole photography process.

What is the biggest theme in your work?

Without a doubt it would be spirituality. I am a closet mystic. What is art if it doesn’t have soul in it?

What is your favorite type of art?

I love non-objective art. Anselm Kiefer and Gerhard Richter (The Cage Paintings) are my favorite modern day artists. Picasso is God. Seeing van Gogh’s ‘Starry Night’ at age 13 truly changed my life. Bernini, John Singer Sargent, Lichtenstein, Klimt, de Kooning, Rothko and Pollock are favorites. Jack and I own several large portraits from the late Alabama artist Barbara Gallagher, and I love them as much today (or more so) than I did when they were purchased over 25 years ago. I would love to own a hanging glass sculpture from Dale Chilly. It would be perfect in our front hall.

Which kind of art do you like to photograph the most and which absolutely not?  I am very curious about that.

My photography is seldom raw. I usually use several different filters and combos in my work. I often tweak the hue/colors as well. I am drawn to photographing architecture (interiors and exteriors). I am fascinated with the energy of houses and buildings. I am also drawn to photographing flowers and trees. I do NOT like to photograph weddings! I did so for my best friends because I love them, but on the whole I don’t enjoy it.

Do you travel a lot and what are your experiences?

I love to travel, but we haven’t done so as much as I would like because Jack and I worry about our puppies when we’re gone. My first trip (I was 5 years old), I remember riding over and sailing under the Golden Gate bridge. My uncle took us to the Haight-Ashbury section of San Francisco… this was 1967 at the height of the hippie movement. Nobody answered my question when I asked, “Why is that man walking another man on a dog leash?”! Being a child at that time living at the Air Force Academy in Colorado, it was quite a shock!

I love Spain, the Prado. I love Montreal… it was interesting to me that the food in Montreal is the best ‘American’ food I’ve ever eaten. Chicago has always been a favorite city. Jack’s favorite place is the beach, and I would say mine is the mountains. A few years ago Jack and I drove out to the Midwest and I think it is some of the most beautiful farmland (the land and what beautiful barns!) I’ve ever seen. I want to see Italy and England (to see the gardens of/and the great houses).

I read you are always driven by exploration of art and beauty, how does this interfere with your own art?

It can be maddening! I am constantly fascinated by art and beauty. It can make me conscious of different aspects of my work that I’ve never noticed. All in all it makes me a better artist.

I noticed your happiness when equal marriage finally got legalized in the US. Did it affect your work?

I’m sure that it has had an effect whether it’s perceptible to my eye or not. I do believe my art is lighter and feels different. Jack and I stood on the courthouse steps in Macon the day we got our marriage license and it felt surreal to us that this equality had become a reality in our lifetime. I am changed.

And for whom you would like to paint and why?

Those who understand and appreciate art. My art is a reflection of me. I wouldn’t go as far as to say that they are like my children as some painters do. I want to find homes for them. But my hope is for them to be loved and enjoyed.

On food, which food do you like and which you would never eat?

When I was 7 years old we moved to a little farming community in Georgia. My dear mother is a wonderful Southern cook. I grew up picking peaches and figs. We picked blackberries on the side of clay roads in the country. We had pecan trees on our property. We children picked up the pecans for Mother’s baking, as well as to sell for our Christmas money. We raised chickens. My mother always had a large garden. During the summer we were picking beans, peas, tomatoes, eggplant, corn, okra, squash, cucumbers, cantaloupes and watermelons, as well as digging potatoes. My mother canned and pickled enough to last all winter.

Jack is a great cook, who comes from a family of excellent and celebrated cooks. I have always felt thankful to be a part of a family of great cooks, especially around the holidays. Southern food is better than ever. I love Italian food, and although I don’t consider myself a cook, I do make a delicious manicotti. As far as food that I won’t eat, I am pretty much willing to try most foods, but no bugs or worms.

What wine do you like?

My favorites are dry reds. Jack’s cousin Frances and her husband Ed have a marvelous line of wines that are truly delicious.

Can you tell me something about your “foodprint”  We waste a lot of food in the western world?

Jack and I respect food and rarely waste it. My father wouldn’t eat leftovers, but I usually look forward to them. We stay away from junk food, and fast food. We do sit down and eat a dinner that Jack prepares every night (I do the dishes!). One thing that I would like to do is go to the farmers market in the summertime. There just doesn’t seem to ever be enough time, and I do hope that our Farmers Market will eventually be moved back downtown where it was originally in Macon.

What else do you want to tell?

Gereon, Thank you so much for inviting me to participate in gesprekken en gerechten. I am looking forward to your recipe!

 foto: Lust in the proper, painting by John.



The recipe and wine.

Thanks for answering my questions and participating!

On this Easter Sunday I thought of a Corsican veal stew for John and his man.  A touch of Spring. I hope that he likes it,The wine to pair is a red one from Tuscany, Torbolone, a product made bij fattoria la Vialla, an organic farm near Arezzo.

Ingredients:

2 lbs veal (shoulder meat) in cubes

2 big carrots

2 onions

2 stems of thyme, 2 bay leaves an 1 stem of roemary, tied together as a bouquet garni.

2 cloves of garlic

1 tbs flower

3 oz stock (beef or veal)

1 glass of white wine

2 oz black and 2 oz green olives

finely chopped parsley and chives

2 tbs oil

pepper and salt

Preparation:

Cut the carrots in cubes, the onions in fine rings. Peel the garlic and cut in tiny pieces. Heat up some oil and stir fry the carrots, onion and garlic. Cut the meat in cubes, season with some salt and black pepper. Pass the meat through some flower. Heat up some oil in a Dutch oven and fry the meat until brownish. Add the earlier fried carrots, onions and garlic and pour the wine and stock in the pan. Add the bouquet garni and let the dish simmer for an hour or so, until the veal meat is tender. When it’s done, remove the bouqet garni and add the black and green olives. Let the olives just warm for a short while. Season the dish to taste with some black pepper and salt. Garnish with some finely chopped chives and parsley. Serve this dish with focaccia bread and a Spring salad.

Talk and Table, Jean Beddington.

marie_cecile_thijs_-_jean_med-2 foto: Jean door Marie Cécile Thijs (internet)

I still remember her restaurant in the Roelof Hartstraat in Amsterdam. The white square boxes in the window. The plain design. And the marvelous food. All done by Jean Beddington chef and culinary creative. You could call her the grand lady of TASTE, that’s what it is about. With so many caleidoscopical features. Gereons Keuken Thuis wanted to know more. Because I had another question by a friend of mine, I called her. All of a sudden I got the idea to invite Jean for my series Talk and Table. Based on the answers she gives I will conceive a recipe, that will please her and my readers. Something savoury with a touch of Spring.

Who is Jean Beddington and what would you like to share with us?

An English lady settled in Amsterdam for the last forty years! And cooking professionally for the last 36 of them! So there should be quite a lot to share…

You have quite a history from restaurants to books, publications and more. What was your most impressive project? 

A few years ago I was asked to cook a dinner in the RijksMuseum just before it was opened after renovations. It was organised by an international company and it was a business dinner for guests from Dubai – so the food and drink were halal. It was very interesting to create non-alcoholic drinks to match the food – the red wine option was a mixture of beetroot and cavolo nero and tasted amazing with the beef main course. And my sous-chef and I were sightseeing in the dimly lit museum whilst the guests were eating in the Staalmeesters Room!

Nowadays you are a culinary creative Is there a difference with being a chef? 

Having sold the restaurant three years ago I now have time to choose the time I go on holiday – at the beginning of the year we visited Cadiz for a week and in June we will be off to Italy. What I don’t miss is the daily pressure of running a business – the bookkeeping, the staff, the repair jobs but I do miss the buzz and adrenaline rush of the restaurant. However now I get to think up creative solutions for dinners, workshops, demonstrations etc. – deciding on a theme and exploring both culinary and visual aspects of each occasion to create a unique experience. One thing that is really new for me is the monetary aspect of catering individual events – in a restaurant the price is worked out in advance and everything is a continual job but with my work now it’s sometimes very difficult to put a price on the work – and it’s surprising how people have no idea how much work (and hours) is involved from start to finish.

You invest a lot of energy in defining taste and dishes? In another life, would you do it again? Or would it be something else?

I’ve always loved to cook but when I was young I never thought of it as a career choice. But once I’d experienced working in a professional kitchen I knew it was a fantastic way to express myself.

Your dishes and recipes speak to the imagination, certainly with me. They are gorgeous. How do you do that?

Thankfully I’m blessed with a very good memory both in terms of taste and visual presentation – when thinking of a new dish I can bring these into play – it’s like a puzzle – when the taste, textures, and colours fit together I know I have a good dish. The more you know the more you can leave out!

My parents were/are very French oriented. De last two decades there has been a shift from French to other cuisines, certainly in my generation. You were in front position. Do you feel that too?

Although my upbringing in England obviously has a great influence on my cooking, I travelled with my family from a young age to France, Italy, Spain etc. and it was always so exciting tasting new cuisines. The first time I ate an artichoke none of my family had ever eaten or seen one before but thank God a friendly Frenchman at the next table came over and explained to me how to eat it! It also helped that my father loved good food and encouraged us to order anything we fancied! And of course my love of travel took me overland to Japan where I lived for several years. Eating through all those countries with their wonderful cuisines has given me a marvelous taste history. Returning to Europe and settling in Amsterdam it was amazing to cook using all those influences and finding them so appreciated – so much so that I was christened “The Godmother of Fusion”! When I started I was using products like seaweed, wasabi, miso, fresh coriander etc. – nowadays chefs couldn’t cook without them and now the guests know what they are.

More and more culinary start ups appaer. What do you think of the general quality. Has it become better the Dutch culinary landscape?

Certainly the restaurants in Holland have improved tremendously over the last 30 years – with everyone travelling so much and the influx of foreigners living here there has been more exposure to different cuisines which can only be a good thing! But the new trends like pop-ups serving one item like burgers or bao’s or pulled pork etc. seem not to deliver the real thing – imitation may be the highest form of flattery but you have to get it right! And so many of the new restaurants kind of blend into one another – their dishes and presentation all look alike – I miss a personal signature.

What do you miss in nowadays cuisine?

I like to be able to choose in a restaurant and again one of the new trends is to just serve one menu – I admit that it’s a damn sight easier for the kitchen but who wants easy….

Culinary speaking, which one is your favorite dish? And ofcourse which wine?

Oh goodness – what a difficult question! I love so many dishes – anything with seafood – oysters, crab, a gleaming eyed mackerel…tiny fresh shrimps in a crispy pancake. Actually, I am a great lover of Japanese cuisine – the freshness, the attention to detail and presentation and I get so much inspiration from the food. I love combining the Japanese flavours in a European cuisine. And as for wine, a full creamy white Burgundy, a crisp Albariño, and I love a good toasty Champagne – Pol Roger, Taittinger…

And what do you dislike?

I’ve never been a big fan of ‘stamppot’ especially the one with ‘ postelein’ – too slimy for me and one fish I’ve never really enjoyed is ‘zeewolf’ but that’s about it on food dislikes.

If you would give a cooking class, what would you want to teach us?

I would like to teach people how to make good basic sauces, and dressings for salads – with the new trends in restaurant dishes you always wish there was more sauce instead of the minimum amount to make the dish look pretty – banish the dots and dashes – just give me the sauce!

Last but not least, do you want to share anything else in my blog? Please be welcome

Support your local butcher, grocer, fishmonger and food market. Do not do all your shopping in the supermarket.

The recipe for Jean

I am very glad with the answers of this chef. Thank you so much Jean! They are down to earth, yet contain a lot of information. Jean is right when she tells that the difference between having a restaurant and occasional catering is big. Her eye for remembering the visual presentation, the taste in combination to the texture is quite a known phenomenon to me. In Gereons Keuken Thuis we call that “droogkoken”, cooking based on the memories in your head. Jean Beddington sees a lot of development in Dutch cuisine. However she is not that fond of  one issue pop up restaurants, nor the kind of restauarants that only serve one menu. She likes to choose. She likes seafood, white Burgundy wines and is a sauce addict. Not  a simple dash, but lots of it. Based on this information I thought of the following recipe. A Flemish  spring stew, waterzooi, with extra cream and white asparagus.They are almost in season. (since in the South of the Netherlands they arrive every year end of March)  And a whole baguette for the sauce. The wine to pair wil be a white Burgundy from Uchizy. Butter and almond to pair the waterzooi.

Ingredients:

2,5  l vegetable broth 1 chicken in pieces, carcass.

a bunch of thick white asparagus

3 stalks of celery

1 leek cut inrings

3 carrots in pieces

8 potatoes

250 g celeriac into cubes

1 bunch of parsley finely chopped

2 egg yolks

4 dl cream

butter

pepper and salt

Preparation:

Cut the chicken into pieces and make nice fillets of the breast and other meat. Add the carcass of the chicken to the vegetable broth. Leave to simmer for a while.. Add the chicken pieces to the broth and cook about 20 minutes. Peal the white asparagus and cut off the woody ends. Cook the aspargaus in  salted water for about 15 minutes. Cut all the vegetables into chunks. Put the vegetables and potatoes in a deep casserole with some butter an stir fri them.. Remove the chicken pieces from the broth and add to the vegetables.  Add  the strained broth. Leave to simmer fo another 15 minutes until the potatoes and vegetables are tender. Add the cream and turn of the heat.. Season the the waterzooï to taste with salt and pepper. Stir in the egg yolks and add the rest of the cream. Serve the chicken parts and vegetables in plate, together with the white asparagus. Spoon some sauce over and garnish with chopped parsley. Serve with a rustic bread in pieces,. It will soak all the sauce and flavour just until the last drip.

Lijstjes.

 foto: winterse Prinsengracht

Lijstjes maken. Het hoort bij de laatste week van het jaar. Wat deden we in 2015 en welke lijstjes voor 2016 staan er op stapel?  Gereons Keuken Thuis begint er telkens op nieuw aan. Lijstjes met de lekkerste gerechten, de leukste kookboeken, de indrukwekkendste wijnen, de grootste mislukkingen en de lijstjes van de producten in je voorraadkast. Zal ik nog even doorgaan? 2015 was voor mij in vogelvlucht het jaar van vele kookboekenrecensies, leuke nieuwe ontmoetingen op (boek) presentaties, de al fresco zomer, een stapje buiten mijn eigen repertoire met een vega wijnwandeling, de dagen van de pastasalade en de pompoensoep. Het voltooien van Gereons Keuken en Route. En niet te vergeten, de Italiaanse Week. Waar ik niet aan toe kwam was Talk and Table. Zoek hier nog steeds nieuwe gasten voor. Wie o wie? En meer filmpjes maken Wie weet gebeurt het in het komende jaar. (of niet)

  foto; dag van de #pastasalade

Op Gereons lijstjes voor 2016 staan  al heel wat spannende dingen. Experimentele dingen. Ik ga aan de slag met detoxen. (of misschien een sonjabakkeren) Jij, Gereon? Ja lijkt me eens leuk. Al die groentes in de mixer gooien en blenden maar. Ervaren hoe andere sapjes dan gefermenteerd druivensap smaken. Ik ga aan de slag met proeven, geinspireerd door het nieuwe proefboek van Peter Klosse en Angélique Schmeinck. Ik ga het Over Rot hebben. Het nieuwe boek van Meneer Wateetons. En op het lijstje staan twee boeken over een alsmaar groeiende agrarische sector in Nederland. De wijnbouw! In het najaar kwamen er twee boeken over uit. Interessante kost. En aan de slag met leuke nieuwe producten, die ik ontvang en her en der oppik. Veel ideeën dus voor het nieuwe jaar. Net als de voorjaarseditie van de wijnwandeling @GereonsSeaSpot. Wat blijft is de #LUBM Ik blijf de voorgangers en ayatollahs van de food– en gezondheidsreligies volgen. Het wordt een luchtig jaar. Want het bijzondere aan eten en drinken is dat je het sowieso elke dag doet. Maak er je eigenste feestje van. En doe vooral wat je wilt doen, niet gehinderd door zondebesef of  “gezondheids” flauwekul. (Hè dat heb ik weer eens gezegd)

Gereons Keuken Thuis blijft in 2016 een blog met de Franse slag, wat Italiaanse zwier en andere uitstapjes door verschillende cuisines. Cooking vibes with a big smile  Ik heb er nu al zin in. De lijstjes staan in ieder geval klaar.

Maar nu ga ik eerst het oude jaar uitluiden met de Bostella van Johnny & Rijk om sprankelend het nieuwe in te fietsen…

 foto: Gereons Keuken en Route

Ik wens iedereen een heel mooi en bruisend 2016.

Spinaziesoep en croûte van Paul.

 foto: spinaziesoep en croûte van Paul.

De spinaziesoep en croûte van Paul. De soepen van mijn tante Doubs behoeven geen krans meer. Daar gaat Gereons Keuken Thuis het vandaag niet over hebben. Vandaag een heerlijk recept voor soep van Paul. Nee niet Bocuse, maar Spaan, die overigens net zo behept is als eerstgenoemde in de keuken. Al heel wat keren heeft chef Paul ons verwend met heerlijke gerechten en dito wijnen. Vanuit zijn keuken ruik je de kaasstengels met parmezaan en ras al hanout. Voor de haard genieten we van een goed glas witte Montagny van domaine Feuillat Juillot. Een goede bekende in de familie. Wat heerlijk vers geneden gerookte zalm erbij en de apéro is compleet.

We gaan aan tafel, die voor de gelegenheid is gedekt in kerstsfeer. Joséphine opent een Zuid Afrikaanse blend van syrah, grenache, cabernet sauvignon,  cinsaut en viognier. The Chocolate Block heet deze wijn. En inderdaad, het lijkt op een stuk rauwe chocolade met wat boter door de viognier.

De soep is klaar en komt ter tafel, een spinaziesoep en croûte. Spannende basilicumgeuren onder een hoedje. Het leuke aan zo’n dakje is dat de gast niet weet wat eronder zit en de geur wordt vastgehouden. Daarna verrast Paul ons met een gerecht van speltpenne met roomsaus, allerlei bospaddenstoelen en verse truffel. Een mooie match met de chocoladebruine wijn. Wat een smaken allemaal. Ik schep twee keer op.

 foto: speltpenne met verse truffel

Het dessert lonkt en de chef verdwijnt in zijn keuken. we horen kloppen, spatelen en andere geluiden. Een funky dessert, met een  warme custard met kokos, bramen, roomijs en popcorn. Ondertussen zet gastvrouw Joséphine één van haar malle kerstdieren aan ter begeleiding. Een olifantje van pluche dat zingt en tolt. Een Rudolph op skies die kan buitelen. Zoiets kun je alleen in de States kopen. Op ons applausgeluid heft Santa in de hoek een kerstlied aan. We smullen van de warme custard, de bramen en het ijs.

 foto: een funky dessert.

Erbij een glaasje PX van het solerajaar 1941. Wat een feest. De engeltjes rollen op je tong.

Na dit heerlijke eten en geweldige gezelschap komt de tijd dat de herdertjes bij nachte moeten gaan liggen. We nemen goedgemutst afscheid. Een heerlijke pre kerstavond, vol gesprekken en gerechten. Dank aan Joséphine en Paul.

 foto: een afsluitend glaasje PX sherry

Spinaziesoep en croûte van Paul heb ik de soep gedoopt en hij komt zeker nog eens in Gereons Keuken Thuis op tafel. Mijn interpretatie hieronder. We drinken er een volle witte Macônnais bij.

Nodig:

1 zak verse spinazie

1 liter kippenbouillon

wat uitgebakken spekjes

1 bosje basilicum

100 ml kalfsfond

50 ml room

peper en zout

vier vellen bladerdeeg

ovenbestendige soepkommen

Bereiding:

Verhit de bouillon en kook hierin de spinazie. Voeg de kalfsfond en room toe en maak op smaak met wat peper en zout. Laat de soep geheel afkoelen. Voeg de basilicum toe en pureer het geheel.

Leg in de soepkommen wat uitgebakken spekjes en schep de soep erover heen. Let op dat de soep geheel is afgekoeld, anders wordt het bladerdeeg slap. Verwarm de oven voor op 180 graden. Vouw het bladerdeeg over de soep komen en bak het geheel in 20/25 munten gaar. Serveer direct!