Easy Monday, studentikoze chili con carne.

foto: DaPeppa, mijn nieuwe huisdier aan zee.

Easy Monday, studentikoze chili con carne. Gisteren vierde Gereons Keuken Thuis de laatste zomervakantiedag in SeaSpot. Het was fijn om weer eens wat langer aan zee te vertoeven. Dat vond mijn nieuwe huisdier DaPeppa ook helemaal geen straf. Wat een diversiteit aan weertypen hebben we deze zomer gehad. Maximum temperaturen, die fluctueerden tussen de 14 en bijkans 40 graden Celsius. Windstille avonden al fresco dinerend op het strand en windkracht 9 trotserend, met bakken zand all over the place. Een vakantie, waarin je alle elementen ervaart. Waarin je steden bezoekt waar je een tijdje niet bent geweest, vis haalt in IJmuiden,  wat cultuur snuift in de residentie en de stilte van een Benedictijner klooster ondergaat en -en passant- wat leert over de eerste graven van Holland, die hier liggen te rusten. Kortom, de werkweek is weer begonnen en het bloggen lonkt. Gereons Keuken Thuis heeft veel op het lijstje staan de komende nazomer: van true Italian Food via een heuse vakantiegerechtenblog vol tips van foodbloggers, wat nieuwe boeken, zoals Biotoop en nog een #zomergast in mijn serie talk & table, Francis Kuijk. Weer snel aan de slag….  Dat vraagt om een Easy Monday gerecht in de vorm van studentikoze chili con carne, volgens goed gebruik uit de roaring jaren tachtig met ananas. Hoe retro. Dat wordt het vandaag en nu aan de slag. A propos mijn nieuwe huisdier DaPeppa heeft het heerlijk gehad en wil niet mee terug naar Mokum. 

Video: Easy Monday studentikoze chili con carne.

Nodig:

1 blik bruine bonen, uitgelekt

1 blikje kidneybonen, uitgelekt

350 g h.o.h. gehakt

1 dikke prei in ringen

3 tenen knoflook fijn gesneden

1 blikje tomatenpuree

1 Spaans pepertje in ringetjes

1 rode paprika

1 blikje ananasstukjes, uitgelekt

zout & peper

cayennepeper naar smaak

olie

wat water

Bereiding:

Was en snijd daarna de rode paprika in blokjes. Snijd de prei in ringetjes en was kort. Hak de knoflook fijn. Snijd de Spaanse peper in  ringetjes. Verhit wat olie in een braadpan en rul het gehakt met wat zout en peper en een snuifje cayennepeper. Voeg de gesneden paprika, prei, knoflook en Spaanse peper toe en bak kort mee. Voeg de tomatenpuree toe. Bak kort mee en blus met wat water. laat de groente even garen. Voeg de ananas, zonder siroop toe. Open de blikken met bonen en laat uitlekken in een vergiet. Doe als laatste de bonen erbij en warm deze mee. Proef het gerecht en maak eventueel wat pittiger door extra cayennepeper toe te voegen.

Gastblogger René Meesters over Barricourt.

Gastblogger René Meesters over Barricourt. René Meesters schrijft al jaren op zijn eigen blog Het eten is klaar. Hij heeft, net als Gereons Keuken Thuis, een voorliefde voor Frankrijk Maar daarnaast publiceert hij ook over andere delen van Europa. Behalve recepten en verhalen staan op zijn blog ook veel kookboekenrecensies. Een mooie aanleiding om René weer eens uit te nodigen voor een zomerse gastblog. Deze maal verhaalt hij over Barricourt, gelegen in le pays perdu van de Franse Ardennen. Het inspireerde Gereons Keuken Thuis om er een eerder geblogd recept voor een salade pissenlit bij te plaatsen.

foto: het droomdorp Barricourt..

Vakantiepark Barricourt. Iets meer dan 50 jaar geleden woonden er, verdeeld over vier dorpen, nog ruim 400 mensen in Tailly. Nu zijn dat er nog een krappe 200. Tailly ligt in de Franse Ardennen. Niet in het mooiste deel. Een licht glooiend terrein met akkers en weilanden zover je kunt kijken. De dichtstbijzijnde stad is Verdun, al telt die ook maar zo’n 20.000 inwoners. Het is een klein uurtje rijden met de auto. Naar Reims is het al gauw anderhalf uur. Een klein supermarktje ligt op zo’n 8 km. Daar ligt waarachtig ook een drie-sterren camping in de buurt. Het hoogtepunt van een verblijf daar is, volgens hun eigen website, het kasteel van Sedan, één van de grootste middeleeuwse kastelen van Europa. Niet het mooiste en toch ook nog gauw drie kwartier rijden. De school is ongeveer net zo ver. Wat ik eigenlijk bedoel: het Franse platteland heeft een probleem. Vergrijzing, leegloop, werkeloosheid. De Fransen trekken naar de stad. De jeugd heeft op het platteland niets te zoeken.

Barricourt. Zo’n 24 jaar geleden was ik in Barricourt. Één van de vier dorpskernen van Tailly. We verbleven er twee dagen bij vrienden die op hun beurt daar een huisje gehuurd hadden van dorpsgenoten. Het was voorwaar geen zomer! Er moest hout worden gehakt voor de kachel! Buiten was het grijs en kil. Uitstapjes herinner ik me niet. Wel een wandeling door het dorp, wat eigenlijk niet meer was dan een rondje om de kerk. Niet alle wegen waren verhard. Hier en daar stak een koe zijn kop door de deur. De fermier kwam eens kijken wie daar langs zijn boerderij liep. Ah, les Hollandais! Bonjour! Waarschijnlijk waren wij, behalve zijn vrouw, de eerste mensen, die hij die dag zag.

Doen? Ik vroeg en vraag het me nog steeds af: Waarom kopen Nederlanders een tweede woning op het Franse platteland? Oké, voor de prijs hoef je het niet te laten. Onder de € 50.000,- heb je al een heel behoorlijk opknappertje. Onder de €40.000,- zal je iets langer moeten klussen, maar het is mogelijk. Waarschijnlijk is alles mogelijk en zal het met minder uiteindelijk ook nog wel lukken. Maar dan? Reis je zelf 3 tot 4 keer per jaar af naar jouw stekkie in la douce France? Wordt dat jouw vakantie de rest van je leven? Of hoop je stiekem dat het toch goed te verhuren is? Dat heel veel mensen plotseling willen verblijven ‘au milieu de nulle part’? In niemandsland!

En toch! En toch droomde ik er zelf ook wel eens van. Wat als je nou zo’n heel dorp koopt? In het centrum staat een potentieel multifunctioneel gebouw mét klokkentoren. Daar kan een restaurantje in, een winkel of overdekte markt, een Carrefour Express. De bebouwing is talrijk genoeg om 50-60 vakantiewoningen te huisvesten. Het omliggende land is groot genoeg voor een camping, een zwembad. Het heuvellandschap leent zich prima voor fietsers en wandelaars.

Maar…. Het Franse platteland blijft stil, leeg en saai. Het gaat dus niet gebeuren!

foto: J’adore Barricourt.

Dank voor je leuke bijdrage René! Uit de oude doos plaats ik een recept voor een salade pissenlit erbij. Ik weet zeker dat je in de velden rond of op de muren van Barricourt voldoende ingrediënten voor deze salade vindt.

foto: muurbloempjes in een leeg dorp.

Recept. Een salade uit Lotharingen, een paardenbloem salade met warme aardappels. Voor het gemak maak ik gebruik van rucola, een verwant van de paardenbloem. Is het ook voor de wat minder avontuurlijke lezers te behappen. Bij deze salade raad ik een Riesling uit de Moezelstreek aan.

Nodig 4 personen:

400 g krieltjes

200 g rucola

100 g spekblokjes

1 sjalotje

gehakte bieslook

1 teen knoflook

1 el grove mosterd

peper

zout

olijfolie

witte wijn azijn

Bereiding:

Was de krieltjes en kook ze gaar in hun schil. Was de rucola en laat uitlekken. Verhit de olie en bak de gerookte spekblokjes uit met het sjalotje en de knoflook. Snijd de nog warme krieltjes doormidden en meng deze met de rucola en bieslook. Schep de spekblokjes over de salade. Blus het spekvet met wat witte wijnazijn en voeg een schep grove mosterd toe. Giet de warme dressing over de salade. Serveer direct met een stuk knapperig stokbrood.

Gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster.

Gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster. Ik leerde de schrijfster van het blog My Happy Kitchen kennen tijdens een zomerse bijenlunch in het voormalige bankgebouw van Albert de Bary aan de Gouden Bocht. Sindsdien treffen wij elkaar regelmatig tijdens evenementen, boekpresentaties en het drinken, ik moet zeggen het proeven, van wijn. Het leuke aan de blog van Anne-Marie vind ik, dat zij naast recepten, die zij zoveel mogelijk zonder pakjes en zakjes kookt, ook op zoek gaat naar het verhaal achter het recept of gerecht. Zo heeft Gereons Keuken Thuis genoten van het verhaal van de vader van Anne-Marie, die zorgde dat het huis van Monet weer echt het Blauwe Huis kon worden genoemd. Heerlijke verhalen, net zoals haar gastblogger verhaal over Oostenrijk op deze zaterdag. Dank Anne-Marie!

foto: De Hintersee bij Mittersill. Voor mij het mooiste plekje ter wereld!

Culinair Oostenrijk

Waar in mijn jeugd driekwart van de klas in de zomer naar Spanje of Frankrijk afreisde, ging ons gezin steevast naar Oostenrijk. En dat vond ik bepaald geen straf! Want naast de prachtige natuur (die bergen!), de gezellige stadjes en de vriendelijke mensen, ben ik vanaf dag één fan van de Oostenrijkse keuken.

Oostenrijkse keuken

De Oostenrijkse keuken is niet echt verfijnd. Het is meer stevige boerenkost, om te eten na een dag hard werken op de alm. Gerechten met het lekkerste Tiroler speck, scharreleitjes en vaak stinkende maar oh zo lekkere boerenkazen. Ook kent de keuken veel invloeden van omringende landen, zoals Hongarije, Tsjechië, Kroatië en Italië, die voor 1900 ten dele tot het Oostenrijkse keizerrijk behoorden.

Beroemd

Natuurlijk kent de Oostenrijkse keuken een aantal wereldberoemde gerechten. Zoals de Wiener Schnitzel en de Sachertorte. En wist je dat zelfs de cappuccino niet uit Italië maar uit Oostenrijk komt? Daar vertel ik na de zomer meer over op in de reeks geschiedenis van beroemde gerechten op mijn blog.

Als kind – en nu trouwens nog steeds – keek ik echter het meest uit naar knödels, spätzle, Tiroler gröstl en Pinzgauer kasnocken. Erbij natuurlijk een Almdudler, de Oostenrijkse frisdrank gemaakt van Alpenkruiden.

foto: Pinzgauer kasnocken, mijn favoriete gerecht.

Kookboek

Ook fan van of benieuwd naar de Oostenrijkse keuken? Een kookboek dat ik je van harte kan aanbevelen is ‘Recepten uit Wenen’ van Antonia Kögl. Gereons Keuken Thuis schreef er al een uitgebreide review over.

foto: cover Recepten uit Wenen, klassiek & modern.

Kaiserschmarrn

Wie Oostenrijk vooral kent van de wintersport, is vast ook fan van kaiserschmarnn. Het recept vind je op mijn blog. Zoete, luchtige reepjes pannenkoek met poedersuiker, al dan niet aangevuld met rozijnen en appel-, pruimen- of bessencompote. Omdat ik op mijn blog regelmatig schrijf over de geschiedenis van beroemde gerechten heb ik dit keer – speciale voor Gereons keuken thuis – een editie geschreven over de geschiedenis van kaiserschmarrn.

foto: Keizer Franz Josef, naamgever van Kaiserschmarrn.

Geschiedenis

Over het ontstaan van het gerecht kaiserschmarrn bestaan – zoals meestal het geval is – weer verschillende verhalen. Was het keizer Franz Josef (1830-1916) die zijn naam gaf aan dit calorierijke gerecht? De kaiserinneschmarrn die de patissier van het hof speciaal had gemaakt vielen bij keizerin Sisi niet in de smaak. Zo kon ze haar mooie figuur toch niet behouden? Franz Josef daarentegen vond het zalig, en at gewoon ook haar portie op. Het hof veranderde de naam dan ook al snel in Kaiserschmarrn.

Of waren het toch de boeren en kaasmakers (käser) die de naam gaven aan dit gerecht? Wanneer zij zomers op de alm bij hun koeien verbleven aten ze graag käserschmarrn. Gemaakt van de melk en eieren die ruim voorradig waren. Toen de keizer tijdens een jachttrip op de alm overnachtte kreeg hij de schmarrn te eten. Hij was hier zo erg van gecharmeerd dat ze de naam veranderde van käserschmarrn naar Kaiserschmarrn.

foto: kaiserscharrn.

Tot slot is er nog het verhaal van de arme boerin, die aan de verdwaalde keizer Frans Joseph een mislukte pannenkoek serveerde met de verontschuldiging dat het slechts ‘Schmarrn’ was (rommel) wat zij serveerde. Waarop de keizer, die het zich goed liet smaken, eraan toevoegde: maar dan wel Kaiser-schmarrn!

foto: gastblogger Anne-Marie Otter-Schuster van My Happy Kitchen in haar habitat.

Gastblogger Anne-Marie deelt op My Happy Kitchen heel veel tips over bezienswaardigheden in Oostenrijk en natuurlijk diverse recepten. Auf wiedersehen!

Hoogzomers eten.

foto; hoogzomers eten in de vorm van een ensalade met vis.

Hoogzomers eten, noem je dat eigenlijk zo? Want bij hoogzomer stel ik me hoge temperaturen voor, de lucht zwanger met het verdampte vocht en een zon die moordend kan zijn. De hondsdagen, die niet zo heten, omdat deze dieren dan verkoeling zoeken met hun tong uit de mond. Wat is hoogzomers eten eigenlijk? Voor veel Nederlanders betekent het barbecueën op een supermarkt “kant en klaartje” of een glimmend ruimteschip, dat het halve platje beslaat. Want als het warm is gaat de Nederlandse man zijn oerkunsten vertonen. Er zal vlees worden verbrand, om daarna met vette bakken saus half rauw naar binnen te worden gewerkt. Of je doet als de alom aanwezige millennial in de grote stad, ver weg van het warme nest in Onstwedde of Aardenburg. Hij/zij struint de blauwe grootgrutter af voor allerlei kant en klare waar, vooral verpakt in plastic, lekker duurzaam. Bio? Dan ga je met deze have, je mede millennial soortgenoten en natuurlijk je mobiel het heerlijk existentialistisch zitten te hebben in een park voor het oog van de social media wereld. Wat is de zomer toch fijn!

foto: easy does it, assembleren maar met tagliatelle, room spinazie en zalm.

Maar alle gekheid op en stokje. het is vandaag woensdag en ik wil mijn lezertjes danig vermanen. Ik weet dat de temperaturen niet je van het zijn, om jullie te inspireren tot grote trouvailles voor de #alfresco zomer op Gereons Keuken Thuis. Dat het Nederlands elftal in de finale stond. En dat vaders al druk bezig is de stationwagon vol te proppen voor de reis naar de camping naar zuiderse streken. Maar van binnen heb ik dat blije hoogzomerse gevoel, dat binnenkort de inzendingen gaan binnenstromen…… Kan ik op 15 september in ieder geval twee mensen blij maken met een hoogzomers kookboek. EINDE DIENSTMEDEDELING!

foto: hoogzomers eten, #nowaste salad en pink hoemmoes

Hoogzomers eten betekent in Gereons Keuken Thuis vooral lunchen met een frisse salade met vis. Of tagliatelle met spinazie, room en gerookte zalm. Snel in elkaar geknutseld en natuurlijk helegaar niet Italiaans. Lekker broodjes, vlees met olie en knoflook grillen op de elektrische BBQ. Groentes, makkelijk met ras al hanout uit de oven. Hoemmoes & tzatziki. Over het laatste gerecht las ik een fijne theorie van Jacques Meerman in zijn nieuwe boek Mediterraneo. Tzatziki is een heel universell gebeuren. Maar ik dwaal weer af. Laat ik to the point komen, vandaag wordt het herfstig met hier en daar een bui, dus kies ik voor flammeküche. Een glas pinot blanc erbij uit de Elzas. En toevalligerwijs stond er nog een bakje knalroze hoemmoes en lag er nog een zakje sla in de ijskast, wat augurkjes erbij en hoppa, je hebt hoogzomers eten!

foto: hoogzomers eten: tzatziki.

Recept van vandaag: flammeküche met Munster.

Nodig:

150 g brood- of pizza deeg goed uitgerold
3 uien
25 g boter
150 g gerookte spekjes
100 g kwark (fromage blanc)
1 dl dikke room
1 el koolzaadolie
zout en peper uit de molen

extra: 1/2 Munster Geromé

Bereiding:

Verhit de oven voor op 240 graden. Rol het deeg zo dun mogelijk uit en leg het op bakpapier op een bakplaat. Pel de uien en snijd ze in dunne ringetjes. Verwarm wat boter en laat ze kort bruinen in een pan. Zet apart. Bak de spekjes uit en laat deze uitlekken op wat keukenpapier. Meng de kwark, vette room, koolzaadolie door elkaar in een kom. Maak op smaak met flink peper en zout. Smeer uit over het uitgerolde deeg en garneer met de spekjes, Munster en uienringen in gelijke mate. Bak de flammeküche in 15 minuten af.

1 juli, dag van de pastasalade, lustrumeditie.

foto: is pastasalade een specialité Niçoise?

Het is maandag 1 juli, dag van de pastasalade, de lustrumeditie. Wat een feest toch elke keer weer zo aan het begin van de zomer. Het enthousiasme, waarmee iedereen zijn recept voor pastasalade deelt en dat al voor de vijfde keer! Deze reis gaat Gereons Keuken Thuis vloeken in de kerk, zowel in de Italiaanse als die van de stad Nice. Want pasta wordt nooit koud gegeten en in een salade Niçoise gaat wel aardappel maar geen pasta. Ik maak deze keer een pastasalade à la Niçoise op mijn eigen wijze. En fotografeer deze creatie niet. Kan allemaal aanstoot geven, maar what the heck, het is maar één dag per jaar dag van de #pastasalade. Laten we aan de slag gaan!

foto: yellow funky pastasalade

Eerst even wat terugblikken: In 2015 begon ik op de dag van de pastasalade met een knalgele funky pastasalade met spek en ras al hanout, de 2016 editie was geïnspireerd op de vlag van Portugal met groene olijven en het rood van chorizo. Een daverend succes gedurende een beachdag in SeaSpot. In 2017 ging ik met de Franse slag te werk. Het werd uiteindelijk een half warme pastasalade, van volkoren penne, sinaasappel, noten, een dressing van rode wijnazijn en notenolie en snel gegrilde eendenborst, op een bedje van veldsla, sur un lit de mâche. Een bord en een mond vol zullen we maar zeggen.

foto; pastasalade Portugaise met pit tijdens beachday SeaSpot


Van geheel andere orde was de pastasalade op 1 juli 2018 met vis in de hoofdrol. Bart van Olphen zou blij zijn met zoveel vis uit blik gebruik! En… tatarata: voor de lustrumeditie dit jaar ga ik voor een pasta salade à la Niçoise. We drinken er koude rosé bij, uit de VAR, heerlijk verkoelend als de temperaturen de 30+ aantikken. 1 juli, dag van de pastasalade. Be a good sport en deel zoveel mogelijk de creaties van je collega foodbloggers op Facebook, Twitter en Instagram.

Nodig:

300 g gekookte penne afgekoeld

250 gekookte sperziebonen

1 rode ui in ringetjes

2 tenen knoflook fijngehakt

2 vastkokende aardappels gekookt en in blokjes (fac.)

1 blikje ansjovis

2 el kappertjes

2 tenen knoflook fijngehakt

citroensap

olijfolie

zwarte peper

zout

gehakte peterselie

4 hard gekookte eieren in kwarten

Bereiding:

Kook de penne al dente en laat deze afkoelen. Spoel goed af met koud water en zet even ter koeling in wat gezouten water. Kook de aardappels en eieren. Snijd de aardappels in blokjes en de w=eieren in kwarten. kook de sperziebonen in ruim kokend gezouten water. Laat de ansjovis uitlekken, net als de kappertjes op wat keukenpapier. Hak de tenen knoflook zeer fijn en rasp wat schil van de geboende citroen. hak wat peterselie fijn. Men alle ingrediënten goed door elkaar in een schaal. Maak een dressing van peper, zout, olijfolie en citroensap. Meng de dressing door de pastasalade. Serveer de salade op borden met als garnering de partjes hard gekookt ei.

foto: de -visuitblik_ pastasalade

Tot slot een korte bloemlezing van pastasalades van andere foodbloggers:

Sophie van Wijnen met een Pastasalade zomerfeest uit 2018.

Italiaans koken met Antoinette met een Lauwwarme pastasalade met pesto alla Trapanese uit 2015.

Marleen van Es maakt een pastasalade uit haar volkstuin, een pastasalade met asperges en saffraan uit 2017.

en last but not least: Miss Foodiemoods met een pastasalade met zalm uit 2016.

Meer recepten op 1 juli, dag van de pastasalade vind je op de speciale Facebook pagina Succes!

BOSH! van Henry Firth & Ian Theasby.

foto: cover BOSH! in mijn zeekeukentje.

BOSH! Ik val op deze woensdagmorgen maar meteen met de deur in huis. Ik begin het dreinende toontje van veel veganisten een beetje zat te worden. Niet vanwege het feit, dat ik een nog vleesetende omnivoor ben of vegan food niet lekker vind. Ik heb vaak moeite met de competitie- en zendingsdrang van veel vegans. Alsof je leven ervan afhangt. En alsof het je een beter mens maakt dan iemand anders. En dan vergeet ik nog de badinerende, licht diskwalificerende toon, die veel vegans aannemen op de social media. Jammer, want vegan of plantbased eten is in mijn ogen technisch een verrijking van je keukenrepertoire. Al dan niet uitgebreid met een stukje vlees of vis. Of juist eens niet? Laten we afspreken, dat als het voortaan over plantaardig eten gaat de farizeeër-modus wordt uitgezet. Tot zover mijn matineuze vermaning.

Want ik wil het vandaag over BOSH!, simpele recepten, ongelooflijke resultaten, helemaal plantaardig. hebben. Het nieuwe vegan kookboek van Henry Firth en Ian Theasby. Als je deze heren uit Sheffield drie jaar geleden had gevraagd, wat zij van vegan food vonden, had je dat waarschijnlijk komen te staan op een driewerf HUH? De lads begonnen Bosh.tv en werden in no time vegan celebs in heel Blighty. Gereons Keuken Thuis denkt, dat dit komt door het afwezig zijn van dat pruilende millennial toontje. Vegan eten is leuk en dat stralen deze mannen uit. Geen ingewikkeld gedoe, gewoon lekker koken en knutselen met plantaardig eten.

Video: de creamy carbonara.

BOSH! begint met wat essentials, zoals keukenspullen, ingrediënten en wat heel leuk is, feestelijke menu’s voor weekendkoks. Doordeweeks gaan Henry en Ian voor snel, maar voor gasten pakken ze graag uit. Zo is er de romige carbonara als binnenkomer, een uitdaging om de umamismaak van spek en de creaminess van ei te evenaren. De guacaroni zou niet misstaan tijdens de #dagvandepastasalade. Of de puttanesca zonder vis. De twee heren schuwen ook het grotere werk niet, zoals een Guinness champignonpie (wat zou je daar nu bij drinken?), onweerstaanbare risotto of het topgerecht Pettigrews vegan paella. Alles in een setting waar je vrolijk van wordt, net als de knaloranje binnenkaft van dit boek. Gereons Keuken Thuis wil wel eens aanschuiven voor hun big roast. Of #alfresco voor de BBQ coleslaw of Buffalo wings, gemaakt van bloemkool. De vrolijkheid spat ervan af. Uiensoep ontbreekt niet, met een mooi alternatief voor vleesbouillon. En tot slot, het is zomer, de cocktails. want vegan betekent niet dat je je drinks veronachtzaamt. Dat is wat ik bedoel met dit kookboek, het is vegan food zonder het H woord, zonder hel en verdoemenis. En gezondheidsclaims. Eigenlijk heel LUBM .

Hoofdredacteur Francis Wehkamp van Fontaine had het bij het juiste eind, toen ze me in april tipte over dit kookboek. Want of je nu minder vlees wilt eten, of helegaar de transitie naar plantbased wilt maken, Firth en Theasby koken erop los in BOSH! Gereons Keuken Thuis zou zeggen, kijk hun video’s en lees hun kookboek, dan verdwijnt alle ballast, die om vegan food heen hangt als sneeuw voor de zon! BOSH! wordt een zomerhit in mijn keukentje.

BOSH!, simpele recepten, ongelooflijke resultaten, helemaal plantaardig. Henry Firth & Ian Theasby (ISBN 9789059569089) is een uitgave van Fontaine en is te koop voor € 27,00.

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Talk and table met Janneke Vreugdenhil.

foto: Janneke Vreugdenhil in haar habitat.

Talk and table met Janneke Vreugdenhil. Ik leerde schrijfster en journaliste Janneke Vreugdenhil kennen bij de verschillende boekpresentaties en andere events, waar wij als culinair schrijvers regelmatig te vinden zijn. Zo was Janneke een keer mijn partner in crime tijdens het maken van kimchi tijdens een vegan workshop. We hebben toen veel lol gehad! De  goedlachse NRC kookrubriek journaliste is een multi getalenteerde schrijfster van kookboeken en kan één de kookboekendiva’s van Nederland worden genoemd.  Denk aan SOLO food, dat ook buiten onze grenzen een groot succes is en het ontzettend leuke feestboek Altijd feest, want met het laatste  is Vreugenhil wel behept. In mei verscheen haar nieuwe boek uit over groenten: We love groente, waarmee een nieuwe teerm #plantificeren het licht zag! Haar boek I love groenten uit 2014 werd verkozen tot het lekkerste vegetarische kookboek. Soms wordt Janneke “the Dutch Nigella” genoemd, las ik in een interview met een Britse krant. Hoe beleeft zij dat? Maar nu laten we Janneke zelf aan het woord in en nieuwe aflevering van talk and table. Als #zomergast. Ik wil alles van haar weten en beloon deze lieve vrouw dan met een speciaal recept voor haar met een bijpassende wijntip. 

foto: cover We love groente.

Wie is Janneke Vreugdenhil. Vertel eens iets over jezelf?

Nou zeg, wat een openingsvraag! Wat antwoorden jouw zomergasten daarop zoal? Oké, laat ik dit over mezelf vertellen: Ik kan een aardig potje koken, maar er ontploft evengoed regelmatig iets in mijn keuken. (Het zo’n flauwe gewoonte van culinair journalisten om net doen of ze alles weten en kunnen. Dan hebben we daar maar meteen mee afgerekend.)

Wat doe je op dit moment? Wat houd je bezig, naast je nieuwe boek en je kookcolumns?

Van je hobby je beroep kunnen maken is natuurlijk een groot voorrecht, maar het gevaar bestaat dat je voor je het weet geen hobby’s meer hebt. Dat alles wat je doet werk is geworden. Dat dreigde om eerlijk te zijn wel een beetje te gebeuren in mijn leven. Daarom ben ik een half jaar geleden begonnen met kleien. Ja echt, het klinkt kinderachtig maar ik vind het fantastisch om te doen, zo ontspannend. Ik las laatst in NRC een artikel met de kop: kleien is het nieuwe yoga. Ik doe aan allebei, hoe cliché wil je het hebben, ha! Maar goed, ik zit dus elke dinsdagochtend in het atelier van een bevriende kunstenares en keramiste met mijn handen in de klei. Maar hoewel ontspanning nog steeds het enige doel daarvan is, komen er toch weer als vanzelf werkgerelateerde dingen uit. Heb ik opeens een serie borden of schaaltjes gemaakt, of, zoals laatst, een kreeftenstaart geboetseerd.

Vertel eens iets over je interesse in food? Hoe is die ontstaan? Ik zag dat je jurist bent (ben ik ook) en in de culischrijverij terecht bent gekomen.

 Die interesse was er al vroeg. Ik kom uit een gezin waar veel aandacht was voor eten. Mijn moeder kookte (en kookt nog steeds) graag en was altijd bezig nieuwe recepten uit te proberen. Als klein meisje deed ik haar dat al na, dan stond ik aan het aanrecht te knoeien met koffiedik en Roosvicee en afwasmiddel en vond ik zogenaamd nieuwe drankjes uit. Vanaf mijn twaalfde kookte ik ongeveer een keer per week het avondeten. Heel vaak Aziatisch, dat was mijn favoriete keuken.

Na de middelbare school twijfelde of ik rechten zou gaan studeren of naar de school voor journalistiek. Het werd rechten, in die tijd een studie waarmee je alle kanten op kon. Dat blijkt ook wel uit het feit dat ik daarna alsnog de journalistiek in ben gerold. Het begon met een paar recepten en artikelen voor tijdschriften en voor ik het wist had ik een dagelijkse kookcolumn in NRC.next.

Wat zou je doen als je één keuze had tussen schrijven en een ander beroep? Wat was je dan geworden? Geen compromis mogelijk.

Als je het me lang geleden had gevraagd had ik gezegd: rechter of officier van justitie. Maar hoewel me dat nog steeds mooie beroepen lijken zeg ik nu: fotograaf en/of documentairemaker. Toch weer beroepen waarin je verhalen vertelt, alleen niet, zoals ik nu doe, met woorden, maar met beeld.

Bij jouw stukken en in je kookboeken merk ik altijd dat jij heel praktisch kookt. En op een feestelijke wijze.  Hoe doe je dat?

Praktisch en feestelijk? Goh, daar denk ik nooit zo over na omdat het nu eenmaal is zoals ik kook. Maar goed, ik denk dat dat wat jij ‘praktisch’ noemt, zit in het feit dat mijn recepten altijd gewoon in de keuken ontstaan. Al kokend, onder mijn handen. Ik zit ze niet achter mijn bureau te verzinnen, zeg maar. (Dat klinkt logisch, maar je moest eens weten hoeveel kookboeken geschreven worden zonder dat er ook maar íets wordt uitgeprobeerd.) Het is pas wanneer je ze echt maakt dat je erachter komt dat het handig is om het net even zus te doen, of net even zo. En dat schrijf ik dan ook op, zo duidelijk mogelijk.

Voor wat betreft dat feestelijke: ik word over het algemeen heel vrolijk van lekker eten, en van het proces daarnaartoe, het koken dus. Ik vermoed dat je dat kunt teruglezen in de stukje die ik bij zo’n recept schrijf, en dat dat is waar jij zo’n feestelijk gevoel bij krijgt. Klopt dat? Ja, klopt wordt er vrolijk van.

Wat is minst aantrekkelijke kant van het schrijven van een kookboek voor jou?

Het maken van het register. Dat laat ik altijd graag over aan een redacteur.

En wat is de meest aantrekkelijke kant van het schrijven van een kookboek voor jou?

Alles behalve het maken van het register, haha. Serieus, ik geniet enorm van elke fase van het proces. En niet in de laatste plaats van de fase waarin de fotografie tot stand komt. Ik werk bijna altijd met bevriende fotografen en het worden altijd zulke gezellige dagen. Superhektisch, heel vermoeiend, maar zo bevredigend.

Staan er nog andere projecten op stapel dit jaar?

Niks wat ik nu al aan jouw nieuwsgierige neus ga hangen, lieve Gereon! (Lees: er zit allerlei spannends in het vat, maar het is nog iets te vroeg om daarmee naar buiten te treden.)

Wat vind jij een goddelijke maaltijd?

Een kom Aziatische noedelsoep. Of het nu een Japanse ramen is of een hete Thaise soep, zo’n geurige, pittige soep met van die glibberige noedels die je met behulp van twee stokjes naar binnen laat slipperen is een van de fijnste dingen ter wereld om te eten.

Soms wordt jij de Nederlandse Nigella Lawson genoemd? Welke overeenkomsten zie je zelf?

Ach ja, als één journalist dat een keer heeft geroepen, staat het voor je het weet op je Wikipediapagina 😉 Maar goed, ik snap het ook wel eigenlijk. En dan heb ik het niet over Nigella’s looks, maar over het feit dat wij allebei schrijven over huiselijk eten. We zijn geen chefkoks, we zijn gepassioneerde thuiskoks die huiselijk eten koken voor hun kinderen en vrienden en daar verslag van doen. Daarbij houden we allebei wel van een klont boter en een scheut drank in de pan. Ook zijn we beiden journalist en bewaren we een zekere gezonde distantie tot al te hip voedsel en gekke trends.

En natuurlijk welke wijnen, ik weet dat één keuze niet mogelijk is?

Ik ben altijd meer een rood-drinker dan een wit-drinker geweest. Een van mijn favoriete druiven is de Pinot Noir. Maar de laatste jaren kom ik vaak in Spanje en daar drinken we vaak wat steviger rood.

Wat lust je echt niet en waarom niet?

Ik kan maar 1 ding verzinnen: gekonfijte gember. Dat vind ik al mijn hele leven vies. Terwijl ik van verse gember geen genoeg kan krijgen. Gek hè.

Waarheen ga je het liefst naar op reis?

Als het over eten gaat: Azië. Dat vind ik culinair gezien echt het spannendste continent. Neem nou China. Ik ben er nooit geweest, maar het land staat hoog op mijn verlanglijstje. Ze gebruiken daar heel andere kooktechnieken dan in het westen. Zoals eerst iets frituren en het daarna laten sudderen, of zoals het marineren van vlees met een schepje zetmeel, waardoor dat vlees zijdeachtig zacht wordt. Ik vind zulke dingen allemaal reuze inspirerend.

En misschien een rare vraag. Ik las dat jij en je novio in BCN gebakken graatjes aten? Is dat wat?

Haha, ja dat moet je echt eens proberen. Mijn verkering en ik aten dat tijdens onze eerste date in een oude vissersbar in Barceloneta. Ze weken die graten eerst in melk, halen ze daarna door de bloem en frituren ze. Een oeroud lokaal gebruik en tegelijkertijd helemaal van deze tijd want no waste!

foto: Altijd feest voor Janneke Vreugdenhil

Het recept en de wijn voor Janneke.

Dank je wel voor het meedoen aan talk and table en je leuke antwoorden, Janneke! Een mooie combinatie Oosters eten en Pinot Noir wijnen. Altijd een mooie tegenhanger voor pittige Aziatische smaken. Nu is Gereons Keuken Thuis daar niet zo mee behept, Omdat Janneke aangeeft niet van poespas te houden, maar wel van technieken ontdekken , combineer ik er een aantal. Ik maak voor haar gepaneerde kipdijfilet met geroosterde komkommer en lenteui en homemade gefermenteerde spitskool. Je kunt dit serveren met een dash Japanse soyasaus of ketjap manis en wat noedels in bouillon of, zoals ik deed, wat wilde rijst. Erbij geen Bourgogne, maar een rode Mount Riley Marlbourough pinot noir uit Nieuw Zeeland.

foto: Madras curry kip met gegrilde komkommer en spitskool pickles.

Nodig 2 personen:

4 kipdijfilets

1 ei

bloem

Madras curry of vadouvan.

paneermeel

zout & peper

1 komkommer in repen

4 lenteuitjes

1/2 chilipeper ter garnering (fac.)

Japanse soyasaus of ketjap manis.

1/2 spitskool fijngesneden

2 tl chilivlokken

zout

Bereiding:

Begin daags ervoor met de pickles van spitskool. Snijd de spitskool fijn en was deze laat uitlekken. weeg de gesneden kool en voeg 2% zout toe. Kneed het zout er goed door. Voeg naar smaak chilivlokken toe. Doe de kool in een tsukemonopers of als je die niet hebt in een bak waarin je een glas met water of iets anders zwaars zet. Laat het geheel 8 uur op kamertemperatuur trekken en  zet daarna in de ijskast tot gebruik. Voor gebruik de koolreepjes uit het fermentatievocht halen.

Meng op een bord bloem, 2 tl madras curry, peper en zout door elkaar en haal de kipdijfilets er doorheen. Kluts de eieren en laat de kipdijfilets hierin even baden, daarna haal je ze door paneermeel gemengd met 2 tl currypoeder. Wil je het sterker? Gewoon meer spice gebruiken. Verhit een flinke wat olie en bak het vlees krokant en bruin. Haal het vlees uit de pan en bedek met folie. Fruit in de olie snel wat ringetjes Spaanse peper. (facultaftief, want Gereons Keuken Thuis was het op de zaterdag van bereiding van dit recept spontaan vergeten)

Was de komkommer en snijd deze in de lengte door. Haal de zaadlijsten eruit en snij in smalle sticks. Haal het schutblad van de lenteui, was deze en kort iets in. Verhit een grillpan ingestreken met wat olie, maar niet te veel en gril komkommer en lenteui. Haal de groente van de grillpan en bestrijk met wat Japanse sojasaus of zoals ik deed met ketjap manis.

Try before you die, 150 Restaurants.

foto: cover 150 restaurants you need to visit before you die.

Try before you die, 150 Restaurants, het nieuwe boek van influencer en tastehunter The Foodalist alias de in Brussel woonachtige Amélie Vincent. Juriste van opleiding -wat ruilen toch veel juristen hun carrière in voor een foodbestaan- , maar tegenwoordig baasje van haar eigen bureau, dat gespecialiseerd is in wereldwijde gastronomie, mensen en culturen. Vincent heeft zich altijd aangetrokken gevoeld door mensen. Als kind wilde ze verpleegster of sociaal werkster worden. Eigenlijk is ze dat uiteindelijk geworden als The Foodalist. Behalve dat zij in haar dagelijks bestaan niet te maken krijgt met patiënten of cliënten, maar wereldwijd de vinger aan de pols houdt in restaurants en bij chefs. Met het boek 150 Restaurants, you need to visit before you die wil ze een hommage brengen aan al die fijne en leuke mensen, die zij ontmoette all over the world. Ik noem het een privilege, want wie, zoals een Facebook contact van mij opmerkte, heeft de tijd en het geld om dat te doen? In haar voorwoord geeft Amélie Vincent hierop het antwoord. Natuurlijk zijn haar keuzes subjectief en moet je haar boek meer zien als een soort bucketlist. Zo zag ik het ook: lekker weglezen en -dromen bij al die mooie restaurants, die zij bezocht. Gereons Keuken Thuis was er wel zoet mee. Het boek start in Noord en Zuid Amerika, van Astrid & Gaston in Lima. (zeg nou zelf wie wil daar nu niet naartoe?) Via mooie adressen zoals Pujol in Mexico DF naar Eleven Madison, het meest stijlvolle restaurant in New York, volgens Vincent. Culi-adressen in San Francisco komen aan bod en DOM van Alex Atala in São Paulo mag niet ontbreken. Gek dat er geen enkel adres in LA instaat. Wie weet is de schrijfster daar nog niet aan toegekomen. Tot slot, ook een wens van mij om eens te bezoeken, Hartwood in Tulum, één groot culinair avontuur op Yucatán.

We steken de Atlantische Oceaan over naar ons continent. Vincent noemt de Kas in Watergraafsmeer, naast Pure C en Librije. De eerste vind ik een beetje bijzondere keuze, omdat er wel meer te vinden is op culinair gebied in Mokum en Nederland. Antwerpen is vertegenwoordigd door Nick Brils The Jane, je treft verscheidene Baskische restaurants aan, zoals Etxebarri en Mugaritz. Disfrutar in Barcelona ontbreekt niet. Kopenhagen wordt gecoverd. Vincent brengt diverse bezoekjes aan de adressen van Alain Ducasse in Monaco en Parijs. Die andere Alain, Passard passeert de revue en ik wil nog de Osteria Francescana vermelden. Allemaal adressen in de hitparade van 150 restaurants. Met deze twee continenten is bijna 4/5 van het boek gevuld. (200 van de 250 pagina’s) Het Afrikaanse continent komt er bekaaid vanaf met slechts één vermelding in Kaapstad. Dat, terwijl Kiran Jethwa met zijn Seven Grill & Lounge in Nairobi, ook vermeld had kunnen worden. Maar nogmaals het is de bucket list van The Foodalist. Tot slot bezoekt de schrijfster Azië en Oceanië, Van Tawlet in Beiroet via het modern Chinese 120 Mott 32 in Hong Kong, om  uiteindelijk via het restaurant van Michel Bras in Tokio, down under te eindigen bij het eco-friendly restaurant Brae in Victoria.

En daarmee is het kringetje rond. Amélie Vincent heeft haar best gedaan een leuke wereldwijde restaurantgids te schrijven. want een goed restaurant vinden in een vreemde stad kan soms tegenvallen.  Een soort try before you die, noem ik 150 Restaurants, een leuk boek voor frequent travelers, want als je er dan toch bent….. Do as The Foodalist does!

150 restaurants, you need to visit before you die. Amélie Vincent (ISBN 9789401454421) is een uitgave van Lannoo en is te koop voor € 25,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Zomerkost van Jeroen Meus.

foto: cover Zomerkost.

Zomerkost van Jeroen Meus. Je zou het, als je vandaag naar buiten kijkt, bijna niet geloven, maar de zomer zit er echt aan te komen. Gereons Keuken Thuis noemt dat altijd de #alfresco zomer. Lekker buiten koken en eten. Zomerse gerechten. Een TV kok en kookboekenauteur, die daar ook mee behept is, is Jeroen Meus. Vorige jaar waren zijn creaties voor de zomer vanuit een duinpan te zien. Ben benieuwd welke zomerse locatie deze keer op EEN figureert voor Dagelijkse Kost? We gaan het zien. In ieder geval zal de Leuvense keuken van Meus vol zomerkost staan, eten voor buiten en, ja als het dan eens regent, onder de veranda. Maar zomers is dit nieuwe boek van Jeroen in ieder geval. Geheel in zijn eigen stijl.

Zomerkost, 75 recepten voor de lekkerste zomer ooit. In het geheim maakt Meus weleens een vreugdesprongetje, hij doet zijn ogen toe, maakt een pirouette en besluit met een volmondige kreet. Een nieuw seizoen staat voor de deur. Eigenlijk is elke wisseling naar een nieuw seizoen de start van het mooiste seizoen. Ik begrijp dat wel. Niet voor niets popelde ik deze week om het startschot te geven voor de #alfresco zomer op Gereons Keuken Thuis. Zomer betekent voor Meus een Volkswagenbusje, om mee op vakantie te gaan.  Verse baguettes kopen op uit de kofferbak van een oude Peugeot. Dit brood dan verslinden aan de campingtafel, lunchpakketten mee naar het strand, pensen rijgen aan stokken voor boven het vuur en vooral de zomer beleven en plezier hebben. Met food als verbindende factor. Jeroen kan er nog steeds een vreugdesprong van maken.

 Het kookboek Zomerkost is heel makkelijk van opzet. Jeroen Meus geeft recepten voor de apéro, zoals gezellige tapas, Catalaanse escalivada, bocadillos con albóndigas, maar ook een leuke appetizer in de vorm van vega sushi van rode biet en granny Smith appel. De toon is gezet tijdens de borrel. Picknicken volgt, ook een hobby hier in huis. De paden op en lanen in met lekkere dingen voor onderweg of op het strand, zoals een Marokkaans brood gevuld met vlees, een lekkere fles icetea met perzik en jasmijn of een pastasalade Niçoise. (dat wordt mijn inspiratiebron voor 1 juli a.s. dag van de #pastasalade)

Er wordt geluncht met een vegetarische koude schotel, een broodje met entrecote en pico de gallo. Weet wel een broodje bij onze Zuiderburen is wat anders dan boven de lijn Cadzand – Vijlen! Er wordt natuurlijk gedineerd,  lange avonden, zwoel en loom vragen om lekkere avondkost. Een mooi klassiek koninginnenhapje met zalm, schelvis en grijze garnalen, zeebaars komt voorbij en een mooie stoof van kip gamba’s en picada! Wat ik leuk vind aan de keuzes, die Jeroen Meus  maakt is dat hij bij zomers eten snel denkt aan Iberische gerechten i.p.v. de tegenwoordig alom aanwezige Italiaanse zomerkost. Geeft een mooie Ibero Vlaamse touch. Jeroen Meus laat op eenvoudige wijze zien hoe hij klassieke dagelijkse kost een all over the world twist geeft. En natuurlijk ontbreekt een paella niet in dit boek. Dat vindt Gereons Keuken Thuis zomerkost optima forma. Overigens is de bouillabaisse een pagina verder dat ook. Je leest het op deze grijze zaterdag. Ik kan niet kiezen, maar één ding staat als paal boven water, met Zomerkost van Jeroen Meus binnen handbereik, is voor mij het #alfresco seizoen nu echt geopend. Gereons Keuken Thuis maakt alvast een vreugdesprongetje. Kom mee naar buiten allemaal!

Zomerkost, 75 recepten voor de lekkerste zomer ooit, Jeroen Meus. (ISBN 9789022336175) is een uitgave van Manteau en kost € 19,99

Noot: dit boek werd mij als recensie-exemplaar gestuurd door de uitgeverij. De bespreking hier is mijn eigen mening. Lees ook de disclaimer

Hoemmoes uit Gereons Keuken Thuis.

foto: #alfresco hoemmoes na een warme starnddag.

Hoemmoes uit Gereons Keuken Thuis. Ik postte dit weekend twee foto’s op social media van Griekse kip met boter en citroen en mijn grove hoemmoes. Echt after beach #alfresco eten, want in het weekend waren de weergoden ons gunstig gezind. Zo niet de afgelopen twee nachten. Afgelopen dinsdag kon je het recept voor de “avgolemono” kipdijen met citroen en boter lezen. Vandaag, belofte maakt schuld, is het tijd voor de hoemmoes uit Gereons Keuken Thuis. Iets grover, met meer kruiden en veel look. Het kan me wel op reprimandes van hummus puristen komen te staan. Who cares? Ik vind het gewoon lekker zo. Ik noem het hoemmoes, terwijl ik in tegenstelling tot de traditionele kikkererwtenemulsie, geen tahin of techina gebruik en de olie er meteen door guts. Ik vind het weglaten van tahin een frissere smaak geven aan de hoemmoes uit Gereons Keuken Thuis, die deze reis een flinke dot peterselie en een flinke guts Peloponnesische olijfolie kreeg. Nostimo! zouden ze op dat schiereiland zeggen.

Hoemmoes uit Gereons Keuken Thuis.

Nodig:

1 pot/blik kikkererwten of zelf geweekt en gekookt

sap van 1 citroen en wat rasp

3 tenen knoflook

half bosje peterselie

2 tl komijnpoeder

1/2 tl chilipoeder

wat grof zout

olijfolie

wat lauw water

Bereiding:
Doe alle ingrediënten, de kikkererwten, peterselie, knoflooktenen, citroensap en -rasp met de specerijen en zout in een hoge kom en maal fijn met de staafmixer terwijl je langzaam de EV olijfolie erbij giet en wat lauw water. Afhankelijk van de gewenste structuur kun je hard op zacht mixen. Doe in een schaal en bestrooi met wat rode paprikapoeder en een drizzle olijfolie.